maandag 31 december 2012

De lange weg naar huis

Eergisteren schreef ik nog dat terugkijken lastig is als je midden in de emotie van het moment zit. Eigenlijk is het dus een rare gewoonte om aan het eind van het jaar al terug te kijken naar de maanden die achter je liggen. Je staat waarschijnlijk nog met minimaal één been in de emotie van het moment. Deze blogpost beschouw ik dan ook niet als een oudejaarsconference, waarin ik het hele afgelopen jaar een duidelijk perspectief geef. Ik blik terug omdat er de afgelopen dagen twee dingen gebeurd zijn waardoor ik niet anders kan dan de balans opmaken.

Gisteren was ik met mijn zus. Ik vertelde haar al een paar maanden geleden over mijn verlangen en dit was eigenlijk pas de tweede keer dat we er over spraken. In haar hectische leven is het moeilijk om een moment te vinden waarop er geen partner of één van haar zes (!) kinderen meeluisteren. Ze had nagedacht over mijn pad. Ze wilde heel graag dat het mij het geluk zou brengen waar ik naar op zoek ben. En tegelijk was ze kritisch. Ze weet dat ik zo slim ben dat als ik dit echt wil, dat ik de psychologen allemaal kan doen geloven dat ik genderdysforie heb, zelfs als dat niet zo is. Ze heeft gelijk; dat zou ik inderdaad kunnen. Maar dit is geen spelletje. Dit is bloedserieus. Ik ben in elk geval slim genoeg om te weten dat de waarheid alleen aan het licht komt als ik kwetsbaar durf te zijn. Dus dat ben ik geweest in de gesprekken met de psychologen die mij bijstaan. En zij bevestigden mij (aanvankelijk tot mijn eigen schrik) dat ik in het verkeerde lichaam zit. Mijn zus zei ook nog dat ze wil voorkomen dat straks, als alles achter de rug is, ik er achter kom dat ik me toch vergist heb. Tja, dat is mijn eigen grootste angst. Ik had hem net weer een beetje onder controle, maar door haar opmerking laaide hij weer even op. Maar toen kwam er verzet in mij: nee, ik laat me niks meer aanpraten! Niet door mezelf en niet door anderen. Ik ben op de goede weg! Dat kon ik weer heel duidelijk voelen door wat er de dag daarvoor was gebeurd.

De dag daarvoor ontmoette ik Persia West. Ze was in Nederland voor een lezing over haar ervaringen in het ontrafelen van de geheimen van het leven en haar genderidentiteit. Ze schreef er een mooi boek over (The Choice) met filosofische en spirituele levenslessen gekleurd door haar eigen gender-transitieproces. Persia vertelde zoals ze schrijft: vlot, aansprekend, down-to-earth en met typisch Engelse ironie en zelfspot. Heerlijk als spiritualiteit zo aards wordt neergezet. Haar aandachtige en open aanwezigheid bij de lezing was inspirerend voor me. Er is één zin in haar boek die me bijzonder raakte: “I now feel that what I used to consider to be cursed – my ethereal nature and the gender of my heart – is now a blessing, and I wouldn’t have life any other way. The long road back home was worth the trouble”. De lange weg naar huis was het waard.

Ik sta ook op zo’n lange weg. Als ik achterom kijk dan zie ik een jaar achter me liggen waarin ik grote stappen heb gemaakt. Het jaar waarin ik aarzelend een blog ben begonnen dat inmiddels duizend pageviews per maand haalt en lotgenoten troost en inspireert. Het jaar waarin ik mezelf écht als vrouw heb durven laten zien. Het jaar waarin ik mezelf heb aangemeld bij de VU. Dit jaar begon met een totaal gebrek aan richting. Ik wist niet wat ik met mezelf aanmoest en hoever ik mocht bestaan in het leven van Man-ik. Maar het is totaal omgedraaid. Ik ben vrouw en ik ga helemaal vrouw worden. 2013 wordt het jaar van mijn grote coming-out. Het jaar waarin ik volledig als vrouw zal gaan leven. Het jaar waarin ik bij de VU eindelijk met de diagnostische fase mag beginnen. Belangrijke stappen op mijn lange weg naar huis.


zaterdag 29 december 2012

Quantumlogica

Lisa-dag. Het is een raar woord. Want dat ik een vrouw ben, dat ik Lisa ben, betekent toch dat het altijd een Lisa-dag is? Ik ben toch elke dag ik? Ik besta toch niet af en toe wel en af en toe niet? Maar hoe zit dat dan met Man-ik? Die bestaat toch ook? Ik zie hem regelmatig in de spiegel. Anderen zien hem regelmatig werken, theater maken, klussen, papa zijn. Hij bestaat en ik besta. Allebei altijd. Dit is een staaltje quantumlogica dat ik nog erg lastig vind.

Graag zou ik de antwoorden op de grote vragen vinden. De grote vragen waar ik mee worstel. En waar ik dit blog mee volschrijf. Als ik mijn eigen blog lees dan bekruipt me soms het gevoel dat ik volkomen geschift ben. Een radeloze twijfelaar op jacht naar niet bestaande antwoorden; Don Quichot eat your hart out. Maar ik hoor zo vaak van andere transgenders dat mijn blog zo herkenbaar is. Dus kennelijk is mijn conditie ‘normaal’. Dit is hoe het bij anderen ook gaat. Een geruststelling met een wrange smaak. Want stiekem hoopt mijn filosofische hart dat er achter al die angsten en pijn van het moment een logische lijn zit. Een samenhangend verhaal. Een verhaal met antwoorden op de vraag wie ik ben.

Als je terugkijkt zie je altijd beter wat de betekenis, de reden, het nut is geweest van bepaalde gebeurtenissen. Terugkijkend zie je de samenhang. Een samenhang die je, als je de lijn doortrekt naar de toekomst, een logische koers geeft. Waar je dan met vertrouwen wel (of niet) voor kunt kiezen. Vandaag voel ik dat mijn idee dat ik een vrouw ben klopt. Maar mijn angst en mijn pijn staan me nu nog teveel in de weg om terugkijkend de samenhang te zien. En dus hobbel ik maar verder. Voor mijn gevoel koersloos. “Laat de controle los en heb vertrouwen”, zegt mijn innerlijke boeddha. Maar aan de buitenkant ben ik een meisje in paniek. Ik ben die boeddha en ik ben dat meisje in paniek. En ze zijn er allebei altijd. Het zal wel weer quantumlogica zijn…

vrijdag 28 december 2012

Sportvrouw van het jaar

Een dip-dag. Dat was het vandaag. Ik had onrustig geslapen, werd vroeg wakker en stond na drie kwartier zelfmedelijden moe op. Het was dat ik naar de ontharingssalon moest, want anders was ik blijven liggen. Ik werd niet eens blij van de behandeling. Terwijl ik zo’n hekel heb aan mijn baard. Maar ja, de laatste dagen ben ik emotioneel verdoofd. Ik doe mijn ding, plichtsgetrouw. Omdat ik weet dat ik anders wegzak in totale lethargie. Dingen doen helpt. Dus dat ik de afgelopen dagen geklust heb bij M. was niet alleen voor haar nuttig…

Maar vandaag wilde ik niks doen. Ik voelde me vandaag geen vrouw. Ik voelde vandaag geen blijdschap over het pad dat ik bewandel. Ik voelde het allemaal niet. Ook niet nadat ik vanmiddag drie uur spelletjes heb gespeeld op Facebook (gek: suffe spelletjes spelen heeft me nog nooit geholpen me beter te voelen en toch was ik weer teleurgesteld dat het niet hielp…). En toen kwam ineens een sprankje discipline. Een sprankje motivatie. “In beweging komen!”, riep een strenge stem in mij. Ja okee, okee, ik ga al… Computer uit, en Man-ik’s hardloopkleren aan. Want sporten helpt. “Waarom niet als vrouw?”, bemoeide die stem zich weer. Jeetje, maar ik kan toch niet gaan hardlopen met mijn pruik en borstprothesen? Zit ik straks met zo’n zweterige stinkende pruik? Zo’n natte hond op je hoofd… Pffff, okee, okee, alleen de borsten dan. Als test.

Na drie keer voor de spiegel vastgesteld te hebben dat je de borsten niet zo heel erg kon zien onder Man-ik's wijde windjack (want half vrouw vind ik eigenlijk ook maar niks), ging ik naar buiten. En ik rende. En bij elke pas wiegden mijn borsten heen en weer. Wat een fijn gevoel! Ik voel mijn borsten bewegen! Heen en weer, bij elke stap. Ik ben een vrouw! En ik kan nu al rennen als vrouw. Rennen met prothesen, zonder dat ze eruit vliegen… Pfff, wat een opluchting… Nog even en ik word blij. En fanatiek. En voordat je het weet ben ik dan sportvrouw van het jaar…

donderdag 27 december 2012

Verhalen maken

Emoties. Ze borrelen op. Gewoon wanneer ze willen. Vaak sluimerend. Soms in-your-face. En meestal is niet in één klap duidelijk waarover ze gaan. Zoals nu: “Okee, okee, ik ben moe. Ik wil opgeven. Ik voel me alleen. Ik voel me weerloos. Dat is neerslachtigheid. Duidelijk. Nou ja, duidelijk... Het is helemaal niet duidelijk! Waarom voel ik dit? Wat wil dat gevoel mij zeggen?” Je ziet het; als zo’n gevoel opkomt, dan start in mij Het Nadenken. Altijd. Dus nu ook. Om te proberen het gevoel betekenis te geven. Zodat ik weet wat ik moet doen of juist niet moet doen. Nadenken… eigenlijk is fantaseren is een beter woord. Want fact-checking is lastig bij gevoelens. Je kunt ze niet in een reageerbuisje stoppen, langs een liniaal leggen of opzoeken in je Binas om ze te identificeren. Je kunt hun betekenis alleen maar indirect herleiden. Via je fantasie. Verhalen maken, en dan voelen welke het beste klopt. Verhalen maken…

“Er was eens, nog niet zo lang geleden, een gevoel. Niet zomaar een gevoel, maar Een Somber Gevoel. Een Gevoel Van Opgeven. Dit gevoel kwam zomaar ineens op. Nou ja, zomaar. Dit gevoel was al een eerder opgekomen. En ook bij dezelfde vrouw. Vrouw? Ja vrouw. Ze is geboren in een mannenlichaam, maar ze is een vrouw. Tenminste, dat zegt ze zelf….”

En dan komt er altijd wel verklaring naar boven die me doet twijfelen. Zoals nu. Die verklaringen klinken natuurlijk best reëel; ik ben niet gek. Als ik iets fantaseer, als ik iets pieker, dan snijdt het wel hout natuurlijk. Piekeren is sowieso een tamelijk nutteloze bezigheid en als je dan ook nog onzin zou piekeren dan ben je helemaal dom bezig. Ik zou je alle verklaringen die nu in mijn hoofd rondzingen kunnen opsommen, maar dat doe ik niet. Je hebt ze vast allemaal al eens een keertje voorbij zien komen op dit blog (dat is nog zo’n belangrijke vuistregel van piekeren: vooral veel in herhaling vallen!). En de essentie is: ik ben bang. Doodsbang.

Wat moet ik nu doen? Ik weet het niet. Ik weet het werkelijk niet. Ik weet niet wat de rest van mijn leven allemaal voor me in petto heeft. Ik weet niet wat het volgend jaar allemaal voor me in petto heeft. Ik weet eerlijk gezegd niet eens wat de dag van morgen voor me in petto heeft. Het enige dat ik kan doen is loslaten. De gedachte loslaten dat ik iets moet doen. Misschien mag ik gewoon eventjes ontspannen en meedeinen in dit complexe proces. En vertrouwen hebben. Vertrouwen dat hoe het ook afloopt en welke pijnlijke hobbels ik allemaal ga tegenkomen, ik altijd liefde zal ontvangen. Ik krijg nu al zoveel liefde en steun uit mijn omgeving voor dit proces. En de afgelopen feestdagen hebben S. en M. me weer zoveel liefde gegeven. Onvoorwaardelijke liefde. Ik vertrouw erop dat hun liefde lang bij mij blijft. En dat er hoe dan ook altijd wel iemand zal zijn, die een arm om mijn schouder zal slaan als ik die nodig heb. En misschien, heel misschien leer ik in dit proces ook nog hoe ik mezelf de liefde kan geven die ik nodig heb…

zaterdag 22 december 2012

Hokje afbreken

“Welterusten”, zei hij terwijl hij mij omhelsde. Zijn lange dunne arm rolde zich om mijn nek, mijn kin gleed over zijn schouder. En terwijl mijn gezicht zich in zijn kussen begroef, huilde ik. Onhoorbaar en zonder schokken. Met nog net ingehouden tranen. Maar ik wist dat ik de tranen niet lang meer kon uitstellen. “Ik hou van jou”, fluisterde ik in zijn oor. “Ik ook van jou”, fluisterde hij terug. Ik kuste hem op zijn mond en klom van zijn hoogslaper af. Terwijl ik me omdraaide, zei hij nogmaals welterusten. Ik liep zijn kamer uit, liep naar mijn eigen slaapkamer, sloot de deur en ging op de rand van mijn bed zitten. En ik huilde…

Voordat S. naar bed ging had ik hem nog voorgelezen. Vast ritueel. Ook als je elf jaar bent is het fijn als papa je nog voorleest. En daar zat ik met een spannend fantasy-boek uit de bibliotheek op schoot. En ik keek naar hem. Mijn grote jongen, zich koesterend in mijn aandacht en in gedachten reizend in het land waar het verhaal uit het boek zich afspeelde. Hij keek naar mij en zag Man-ik, zijn papa. En diep verscholen in Man-ik keek ik ook naar hem. En ik voelde me ellendig. Ellendig over wat ik hem ga aandoen.

S. zijn wereld wordt elke dag groter. En S. probeert alle nieuwe ervaringen een plek te geven in het bekende. Om het allemaal nog een beetje te begrijpen. Zeker voor een tiener is dit proces haast niet bij te benen. Daarom klampt S. zich nu vast aan duidelijke hokjes: dit is goed en dit is fout; dit is stijl (het nieuwe cool), en dit niet; dit is mannelijk en dit is vrouwelijk. Met name die laatste scheidslijn heeft zijn bijzondere interesse. Omdat hij nu aan het ontdekken is wat het eigenlijk inhoud om een man te zijn. Wat er van hem verwacht wordt.
 
En juist op het moment dat hij het zo nodig heeft om de wereld in heldere hokjes te verdelen ga ik hem in verwarring brengen… Al mijn gedrag, al mijn voorkeuren, al mijn meningen die hij jarenlang geobserveerd heeft en waarvan hij onbewust aannam dat ik daarin een mannelijk voorbeeld was, ga ik in een nieuw perspectief zetten. Ik ga zijn hokje afbreken. Tot op de grond. En hem in totale vertwijfeling brengen.

Dit besef drong weer tot me door toen ik S. zojuist welterusten knuffelde. En het deed me pijn. En ja, ik hoorde ook de stem die zei dat ik S. hiermee een fundamentele wijsheid ga meegeven. Dat je voor jezelf mag kiezen; dat je mag zijn zoals je wilt zijn. Dat is ook waar, die les is er ook. En met die gedachte verzacht ik mijn pijn; elke keer als hij opkomt. Maar hij blijft opkomen. En telkens doet het pijn…

vrijdag 21 december 2012

Transitie of nieuw begin

In september schreef ik al eens over hoe vertrouwde sociale omstandigheden (bijvoorbeeld je vroegere gezin) je nogal kunnen vasthouden in specifiek gedrag. Gedrag dat je ooit in die sociale situatie had ontwikkeld en waar je niet meer los van komt. Ook al ben je inmiddels dat gedrag eigenlijk al ontgroeid. Denk daar maar eens aan wanneer je over een paar dagen weer met je familie aan de kerstdis zit. Observeer en zie: iedereen speelt de rol die hij vroeger ook speelde. Alsof er geen decennia persoonlijke groei hebben plaatsgevonden. Dat rollenpatroon doorbreken is heel erg lastig. Je stapt in die bepaalde situatie en hop: daar ratelt je systeem automatisch het bijbehorende programma af. Jaja, we zijn allemaal lekker authentiek met elkaar, zeg… Het is allemaal conditionering.

Dat ervaarde ik de laatste dagen ook weer. Dinsdagavond repetitie voor het theater. Ik stapte daar binnen en klik: het programma van de energieke, creatieve en betrokken theaterman ratelde. Eergisteren en gisteren klussen bij M. Ik trok Man-ik’s klusbroek (onder de verfvlekken) aan en klik: het programma van de handy-man die stoer en doortastend klust ratelde. Vanochtend haalde ik S. op. Ik stapte bij mijn ex binnen en klik: het programma van de ‘alles-onder-controle-ik-heb-jou-niet-nodig-ik-ben-allang-over-jou-heen’-man ratelde. Ik knuffelde S. en klik: daar was het programma van de liefdevolle papa.

En wat me zo frustreerde: al die programma’s zijn mannelijk. Allemaal ontwikkeld door Man-ik. En toen ik ze deed, voelde ik Man-ik. En zag ik Man-ik. En daar werd dit twijfelkontje heel nerveus van. Ik deed Man-ik, ik voelde Man-ik, ik zag Man-ik. Ben ik dan niet toch Man-ik? Gelukkig herinnerde een continue rommelende onvrede onder in mijn lichaam mij aan het feit dat er iets niet klopte aan dat idyllische Man-ik schilderijtje: “Hallo, Lisa, wakker worden! Dit is allemaal conditionering!”. Natuurlijk voelde het vertrouwd, na al die jaren oefening! Nu snap ik ineens waarom sommige transvrouwen er tijdens de transitie voor kiezen om hun oude leven zoveel mogelijk af te sluiten. Om alles achter zich te laten. Op die manier omzeil je de frustratie van het vastzitten in oude patronen. Op die manier omzeil je de terugkerende confrontatie met je mannelijke conditionering.

Maar ik wil niets afsluiten. Dit proces is meer een transitie dan een nieuw begin. Maar dat vraagt wel iets van me. Dat vraagt dat ik de komende tijd al die rollenpatronen, stuk voor stuk, één voor één zal moeten gaan vervrouwelijken. Ik zal ze moeten gaan uitvoeren als vrouw en dan gaan zien welke accentverschuivingen optreden. En me die dan weer eigen maken. Mezelf opnieuw conditioneren in vrouwelijke rollenpatronen… “Het komt goed”, zeg ik nu maar tegen mezelf. Maar eng vind ik dit wel…

dinsdag 18 december 2012

Voluit vrouw... in de kast

Vandaag voel ik me voluit vrouw! Heerlijk! Dat was de afgelopen dagen wel anders. Onzeker over wie ik was en waar ik heen ging, voelde ik me somber. Wilde ik het liefst geen contact met andere mensen. Ik had er zaterdag al last van op het feestje van B. En het was dat ik voor de kerstbrunch van de Vrouwengroep zondag een gewéldige galajurk had geleend van M., anders was ik misschien wel niet gegaan. Maar een kans om zo’n mooie jurk te dragen mocht ik niet laten gaan, toch? En misschien hielp het me juist wel ergens overheen. En inderdaad. Het was het fijn daar te zijn. Bijpraten met Chantal, Hannah, Paris, Esther en de anderen. Het voelde weer even alsof ik helemaal mocht zijn zoals ik was. 

Maar gisteren kwam de somberte weer terug. De hele dag thuis gebleven, hard gewerkt aan honderd-en-een regeldingetjes. ’s Avonds niet willen slapen, in de hoop dat er nog iets gebeurde dat de dag goed zou maken. Maar nee. Weer niet. Net als al die andere keren dat ik dat hoopte. Als je in je uppie achter Facebook hangt omdat je depri bent, wordt het meestal niet beter…

Maar vandaag voel ik me vrouw. Voel ik me zeker over mijn pad en voel ik me mooi! Yes!! Maar helaas… vanavond repetitie. Voor mijn laatste mannenrol in het theater. Nu voel ik me voluit vrouw en nu moet ik de kast in. Getver! Morgen en overmorgen ga ik klussen bij M. thuis. Nou ja, ik… Man-ik gaat het doen. Wat moet je met lange nagels, borsten en een pruik als je gaat hakken, stuken, schuren en verven… Dus al mijn vrouwelijke versierselen mogen de kast in. Getver!! En daarna ga ik S. ophalen voor een weekendje samen. Een mannenweekendje dus. Getver!!! Nu voel ik me na dagen weer eens helemaal vrouw en nu moet ik de kast in voor bijna een week! Getver!!!! Ik haat dit dubbelleven!

maandag 17 december 2012

Begroeten 2.0 Female Edition

Een paar dagen geleden had ik afgesproken met S., een goede vriend van me (ik realiseer me dat al die initialen misschien verwarrend zijn, zeker omdat er meerdere S.’en, L.’en en M.’en in mijn leven zijn). S. wist van mijn bestaan, maar had me nog nooit ontmoet. Dat voelde voor mij bijna als een schande, want S. is een heel goede vriend met wie ik veel deel. Maar er was altijd een aarzeling. Op onze actieve vakanties doorstonden we ontberingen (het verhaal van de bedwantsen op Corsica is inmiddels klassiek!), dronken we bier en keken (en praatten) we veel over vrouwen. En dan niet op een metafysische manier, zal ik maar zeggen… Hoe kun je zo’n vriendschap nu met een vrouw hebben? Dat kon ik me niet voorstellen. Uit angst de vriendschap te verliezen stelde ik het moment van de kennismaking telkens uit.

Tot afgelopen donderdag dus. Ik belde aan, de deur ging open. S. keek maar een fractie van een seconde langer dan normaal en liet me binnen. Hij hielp me uit mijn jas en hing die op. Wat galant! Dat deed hij met mijn Man-ik-jas nou nooit!! Kennelijk zag hij me als vrouw (of wilde hij me graag zo zien) en als vanzelf draaide er in zijn hoofd een sociaal programma af waarbij de heer de dame uit haar jas helpt. Grappig… Die acceptatie van mij als vrouw kwam later die avond tot een hoogtepunt. S. zei: “Als je binnenkort wat afleiding wilt, dan moet je me gewoon bellen. Voor mij geen probleem om met jou op stap te gaan”. En toen realiseerde ik me ineens dat hij hiermee een diep niveau van acceptatie liet zien. Hij schaamt zich niet om met mij gezien te worden… Wauw, wat fijn!

Twee dagen later, het verjaardagsfeestje van B., de goede kennis over wie ik eerder schreef. M. en ik belden aan, hij deed de deur open. M. stapte binnen en ze zoenden ter begroeting. Ik stapte binnen en hij zoende me ter begroeting. Heel normaal. Ehhh, normaal? B. en ik hebben nog nooit gezoend ter begroeting. Een hug, een stoere mannenknuffel, dat wel. Een zoen? Nee. En nu dus drie. Ik was een vrouw, hij zag een vrouw en net als bij S. een paar dagen geleden speelde er in B.’s hoofd een sociaal programma af dat in onze relatie niet eerder aan de orde was… Ik had de beslissing welk sociaal programma ik moest afdraaien uitgesteld om eerst B. een beetje te peilen, maar ik kon gelukkig nog op tijd in mijn hoofd de nieuwste versie van het sociale programma 'Begroeten' opstarten: Begroeten 2.0 Female Edition.

Ik vond het spannend, al die mensen op B.’s feest. Wat zouden ze wel niet van mij denken? Maar niemand deed raar, ik heb maar een paar stiekeme blikken gezien. Kennelijk draaide er in ieders hoofd het goede sociale programma. Toch bleef ik het eerste deel van de avond een beetje stil in mijn hoekje zitten. Ik vond het heel intimiderend, zoveel mensen. Als je je al druk maakt om wat één iemand misschien van je zal vinden, dan is een hele kamer vol met iemanden een beetje teveel van het goede. Maar het werd nog spannender.

Even later kwamen twee mensen binnen die ik kende, Y. en A. Beiden heb ik ontmoet tijdens trainingen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Hoewel we sindsdien geen contact hebben gehouden, hebben we elkaar destijds wel uitgebreider dan vluchtig ontmoet. Een van hen, A., kwam zich heel netjes aan iedereen voorstellen die ze niet kende. En zo stapte ze me op mij af. Heel even schoot een klassieke zin uit ‘Allo ‘Allo door mijn hoofd: “It is I, LeClerc”. In gedachten zag ik me, bij gebrek aan bril, mijn pruik optillen en met Frans accent zeggen: “It is I, Man-ik”. Maar nee. Ik was daar niet als Man-ik. Ik was daar als mezelf. Dus ik beantwoordde haar uitgestoken hand en zei: “Ik ben Lisa”. “Ik ben A.”, zei ze en met een beleefd knikje liep ze naar de volgende gast. Ik ging weer zitten. Ze had me niet herkend. Ze had me werkelijk niet herkend! Pas na meer dan een uur kwam de Man-ik aap uit mijn mouw. Of eigenlijk was het M. die hem eruit haalde. Zij kwam in gesprek met Y. en A. en vertelde het. A. heeft me een halve minuut met grote ogen van ongeloof aan zitten staren. “Ik zie het nóg niet”, zei ze steeds. Het sociaal programma zat nog stevig in het zadel...
 
 

woensdag 12 december 2012

Moeilijk

Ik heb een theatergroep. Tenminste, Man-ik heeft een theatergroep. Samen met een regisseuse heeft hij een aantal jaar geleden een theatergroep opgericht. Samen hebben ze al een paar mooie producties gemaakt. Zij regisseerde, Man-ik schreef de scripts en speelde. Een mooie tweede carrière noemde Man-ik het wel eens, want de hypotheek betaal je er niet van. Op dit moment is Man-ik gast-acteur bij een ander theatergezelschap en staat zijn eigen theatergroep even op een lager pitje. Maar het werd tijd om plannen te maken voor de toekomst. Wat willen we met de theatergroep? Daar ging het vanavond over toen ik (vermomd als Man-ik) bij N. (de regisseuse) thuis was. Pot thee op tafel en kijken naar de toekomst.

Tja, de toekomst. De toekomst is van mij, niet van Man-ik. Dit voorjaar speelt Man-ik zijn laatste mannenrol in het theater. Dus moest N. vanavond ingewijd worden in het geheim van mijn bestaan. Dat ging met de deur in huis…“Ik word een vrouw”, zei ik. Feitelijk niet juist, want ik ben het al. Maar voor de verstaander wel een beter te begrijpen boodschap. Nou ja, beter te begrijpen: N. heeft ongeveer tien seconden lang Man-ik aangestaard met grote ogen en open mond. En toen lachte ze. En ik lachte van de zenuwen mee. “Je maakt een grapje… ehhh… je maakt geen grapje”, drong het tot haar door. En toen volgde allerlei (tamelijk praktisch georiënteerde) vragen om uiteindelijk uit te komen bij acceptatie en het besef dat ik “het wel heel moeilijk gehad moet hebben in mijn leven”.

Tja. Moeilijk. Het ís mogelijk om als man te leven. Toen ik het eenmaal onder de knie had, heb ik het er best een lange tijd goed van afgebracht. Het zag er voor de buitenwereld geloofwaardig uit. En er waren veel periodes dat ik zo overtuigend was dat ik zelf ook geloofde dat het klopte. Dat ik altijd die innerlijke onvrede met me mee droeg weet ik toen aan allerlei factoren buiten mezelf. De omgeving moest veranderen, dan zou ik gelukkig zijn. Ik heb mijn omgeving beïnvloed, aangepast, veranderd. Maar het hielp niet. Sterker nog, door mijn drang alles zo te regelen dat ik me even wat minder ongelukkig kon voelen zakte ik regelmatig door mijn hoeven. Met op een bepaald moment een heel vette burn-out en een zelfmoordpoging tot gevolg. Ja N., ik heb het moeilijk gehad...

Blij met N.’s acceptatie fietste ik naar huis. Mijn blijdschap werd groter toen ik bij thuiskomst M. aan de telefoon had en we weer in contact konden komen over hoe moeilijk dit proces is voor ons beiden. Vanmiddag was er nog geschreeuwd, werden verwijten gemaakt, werd er niet geluisterd en waren we beiden boos en gefrustreerd. We hadden ruzie. Vette ruzie. En nu, ’s avonds laat aan de telefoon, was er verdriet en angst. En waren we samen in dat verdriet. Samen in die angst. Zonder iets op te kunnen lossen. Maar we waren weer samen… :-)

Mijn psycholoog heeft het wel eens over het belang van goede communicatie tussen partners als een van de partners een transgender is en in transitie gaat. Hij noemt dat ‘de praatfunctie’. Ik weet niet of M. en ik een goede praatfunctie hebben. We oefenen en we leren telkens weer wat bij en het gaat steeds beter. Maar ik denk dat we het vooral redden omdat we heel goed zijn in het goedmaken na een ruzie. Telkens vinden we weer de liefde die we voor elkaar voelen. Diezelfde liefde die ons soms gevangen houdt in deze relatie die ons, naast ontzettend veel plezier en geluk, ook zoveel pijn geeft. Liefde kan wreed zijn. Liefde is moeilijk. En desondanks, als ik mijn ogen sluit en ik denk aan M. dan word ik blij. Heel blij. Lieve M., ik hou van jou.

dinsdag 11 december 2012

Contactpersoon

De twee primaire levensbehoeften van een vrouw zijn kletsen en shoppen. Althans zo leek het vandaag toen ik met L. was. We hebben gekletst, thee gedronken en nog een trui (zij) en schoenen (ik) gescoord. L. is hartsvriendin en al meer dan twintig jaar in mijn leven. Zij kent Man-ik heel goed. En nu leert ze mij kennen; de vrouw die altijd in Man-ik verscholen zat. L. heeft me al een flink aantal keer ontmoet en is inmiddels behoorlijk aan mijn vrouwelijke identiteit gewend geraakt. Dat bleek vandaag heel duidelijk tijdens onze lunch in het café van het Amsterdams Museum. Ze maakte een foto van me met haar telefoon: “Voor in mijn contactpersonenlijst. Dan haal ik Man-ik eruit”. Ehhh… Man-ik eruit? Ik schrok van de voortvarendheid. En tegelijk voelde ik me volledig geaccepteerd en dat vond ik geweldig. En toen drong de symboliek van die mijlpaal ten volle tot me door. Dat ik voor haar niet langer Man-ik was die probeert om vrouw te worden. Maar dat ik Lisa was die een mannelijke erfenis heeft.

Dit pad naar vrouw-zijn is niet eendimensionaal. Ik kan niet eenvoudig zeggen ‘hoe ver’ ik ben in mijn coming-out: in de ene relatie ben ik nog volkomen verborgen; in de andere relatie ben ik ter sprake geweest; in de volgende relatie besta ik echt. Maar vandaag werd me wel duidelijk ‘hoe ver’ ik ben in mijn relatie met L.: ik besta in volle glorie. L. heeft me geaccepteerd. Ze heeft een vriendschap met mij; niet met Man-ik. Man-ik is een uitzondering; een tijdelijke situatie. Ik heet Lisa in haar telefoon! Wauw!

En dan zeggen de medici dat genderdysforie lastig exact te diagnosticeren is. Dat er geen objectief meetbare 'markers' zijn. Nou ik weet er wel een. Ik zie de vraag al voor me op de diagnostische vragenlijst van de VU:
“Bij hoeveel procent van uw vrienden staat u met de naam van uw wensgeslacht in de contactpersonenlijst van hun telefoon?
  1. minder dan 1%
  2. tussen de 1% en de 10%
  3. tussen de 10% en de 25%
  4. meer dan 25%”
 

zondag 9 december 2012

Golfbeweging

Emoties. Stereotiep iets vrouwelijks. Maar zeker ook iets waar ik ‘als man’ al veel ervaring mee had. En ruimschoots aanwezig in mijn proces van man naar vrouw. En ik ben natuurlijk niet de enige.

Gisteren was ik bij de startersgroep van Transvisie Zorg. Daar kwamen die emoties ook ter sprake. En vooral het wisselen van emoties; een niet aflatende golfbeweging van “Ja, ik ga het doen en wel nu!” tot “Nee, ik word toch nooit gelukkig…”. En alles wat daar tussen zit. Herkenbaar voor zo goed als iedereen in de groep. Zijn wij transgenders dan zulke emotioneel instabiele types? Dat we zelfs zonder hormonen al labiel zijn? Ik denk het niet. Ik denk niet dat we gemiddeld instabieler zijn dan andere mensen. Ik denk wel dat we gemiddeld genomen een veel ingrijpender ontwikkelproces doormaken dan andere mensen. Veel, veel, veel ingrijpender. Een ontwikkelproces met veel tegenstrijdige kanten. Dus dat daar heftige en tegenstrijdige emoties bij komen kijken lijkt me logisch.

In dit blog heb ik al heel vaak geschreven over mijn eigen golfbeweging. Schommelend tussen mijn verlangen en mijn tegenstemmen zwalk ik door dit proces. Toen ik eenmaal mijn tegenstemmen helder kon zien (in augustus, weet je nog?) dacht ik dat ik een beslissing kon nemen over mijn verlangen als ik al mijn tegenstemmen kritisch onderzocht had. Minder gewicht op de tegenstemmen zou de balans dan door laten slaan naar een “Ja ik wil!”.

Is dat nu wat er gebeurd is? Zijn mijn tegenstemmen ontzenuwd? Nou nee. Op rationeel niveau kan ik veel ervan wel relativeren. Maar op gevoelsniveau lijkt de angst die in die tegenstemmen zit helemaal niet minder geworden. Sta ik stil dan? Nee, integendeel. Omdat ik mezelf heb toegestaan mijn verlangen de ruimte te geven is het gegroeid. Mijn verlangen is enorm gegroeid. Het is niet langer samengeperst in een donker hoekje van mijn ziel. Mijn verlangen heeft de vleugels gespreid en staat nu te stralen in het zonlicht. De afgelopen week ben ik me bewust geworden van hoe groot dit verlangen inmiddels is. En hoe sterk dit verlangen mij nu heeft gemaakt. Zo sterk dat ik de angsten van mijn tegenstemmen nu kan dragen.

Ga ik vanaf nu in een rechte lijn naar mijn bestemming? Geen golfbeweging meer? Tja, dat zou mooi zijn. Maar ik ken mezelf. Ik ben een twijfelkont. De tegenstemmen zullen me vast nog wel weer in hun greep krijgen. Maar nu even niet. Nu ben ik blij en krachtig. Ik ben een vrouw!!
Foto: Ondulatie - Michel Ramuz

vrijdag 7 december 2012

Schoondochter

Ik schreef net over mijn nieuwe kapsel. Maar het verhaal is nog niet klaar. Toen ik gisterenmiddag met mijn nieuwe pruik bij Mariposa wegging, voelde ik me trots en onzeker. Voor de gein had M. mijn oude pruik opgezet. Dat was eerst grappig, toen voelde het als een soort ontheiliging (die pruik, dat ben ik!) en daarna was het okee. Zo liepen we samen naar mijn auto, vrolijk over onze nieuwe looks… In de euforie van het moment stelde ik voor om onze nieuwe looks te gaan showen bij M.’s moeder, ja goed geraden: Man-ik’s schoonmoeder. Ze wist al van mijn bestaan, maar had me nog nooit gezien. Een drempel die ik nog niet had durven nemen, maar met die blije euforische stofjes in mijn hersenen bleek dat best makkelijk.

Nou ja, makkelijk… Doodnerveus en bang voor afwijzing (daar is-tie weer!) ging ik naar binnen. We kusten elkaar ter begroeting. Ze keek naar me en zei iets als “Eindelijk zie ik je dan”. En meteen ging het gesprek al weer over andere dingen dan over mij. Om vervolgens toch weer snel bij “Jij kunt zo’n rokje prima hebben met zulke mooie benen” uit te komen. En zo liep het de rest van de tijd. Het gesprek ging over allerlei koetjes en kalfjes en dan ineens weer even over mij. Tja, je kunt het natuurlijk niet negeren als je schoonzoon ineens een rokje draagt. Tijdens het eten bleef M.’s moeder wat langer stilstaan bij mijn proces. Ze was lief voor me. Heel lief. Ze vertelde dat ze wel even moest slikken, maar dat ze het accepteerde dat ik haar schoondochter ga worden: “Je blijft toch dezelfde persoon van binnen”. En tja, dan houd ik het niet droog natuurlijk. Ik moest huilen. Eerst stilletjes, maar dat hield ik niet lang vol. Zeker niet omdat M.’s moeder uit mijn eerste tranen concludeerde: “Jij hebt veel pijn gehad”. Toen gingen de sluizen helemaal open. Want ja: ik heb veel pijn gehad. En mijn schoonmoeder zag dat. En voor ik het wist had M’s. moeder me vastgepakt en ik huilde mijn tranen op haar borst. Mijn schoonmoeder zag me in wie ik werkelijk was: een vrouw die veel pijn gehad heeft. Ze zag me, erkende mijn pijn en accepteerde me. Erkenning… Eindelijk.

Nu ik dit zo opschrijf realiseer ik me iets belangrijks. Over erkenning. Ik ben er al mijn hele leven koortsachtig naar op zoek. Ik heb ontzettend veel energie gestopt in pogingen om erkenning te krijgen. Om gezien te worden. Om applaus te krijgen. Ik heb zo hard gewerkt en ben in zo ontzettend veel verschillende dingen succesvol geweest. Ik heb applaus gekregen, complimentjes, aanzien en respect. Maar nu zie ik waarom al dat applaus, al die complimentjes en al dat respect telkens in een bodemloze put bleken te verdwijnen. Nu zie ik waarom het nooit genoeg was. Ik kreeg de verkeerde erkenning. Ik kreeg erkenning voor de dingen die ik als man presteerde. Terwijl ik erkenning nodig had voor de vrouw die ik ben. Het gaat niet om de prestaties. Het gaat om wie ik ben. Een vrouw. Een vrouw die gezien wil worden. Een vrouw die gisterenavond erkend werd als schoondochter.

Mijn nieuwe steil

Wat doe je met een wankele, nog in ontwikkeling zijnde identiteit? Natuurlijk ga je dan die paar vaste ankerpunten die er zijn eens flink veranderen… Zoals mijn lange bruine krullen bijvoorbeeld. Twee jaar geleden kocht ik ze. Leuke speelse bruine krullen tot op mijn schouders. Zette ik mijn pruik op, dan was ik er. Lisa had krullen. Voor mij een vaststaand gegeven en voor mijn omgeving inmiddels een feit. Maar ja, de pruik die ik had was geen blijvertje. De kwaliteit was gezien de zeer schappelijke prijs wel okee, maar per saldo was de pruik toch vooral knullig in plaats van krullig. Toen er nog weinig Lisa-tijd in Man-ik’s leven was, ging het nog wel. Maar nu ik er zo vaak ben, verslijt ik deze pruik al in een maand. En dan wordt dat vrouw-zijn uiteindelijk toch een dure hobby. En dat was het vanwege de kleding en schoenen en make-up toch al…

Dus ik wilde nieuw haar. Het liefst mooie bruine krullen tot op de schouders. Maar dan van een hoge kwaliteit, zodat ik er mooier uit zag en er lekker lang mee zou kunnen doen. Dus ik gisterenmiddag met M. naar Mariposa. Pruiken passen. En ja, bruin was inderdaad mijn kleur. Maar kwam het haar tot op de schouders? Met mooie krullen? Eh, nee. Het kan bijna niet steiler. En net voorbij de kaaklijn bleek ook prima. Ik kon het niet geloven. Deze pruik past helemaal bij mij. Maar deze pruik is zo anders dan wat ik in mijn hoofd had… Tja, verwachtingen en de fysieke realiteit lopen wel eens behoorlijk uiteen. Dat hoef je iemand met genderdysforie niet uit te leggen… En ook met de pruik geldt: kun je je verwachting loslaten of niet? Ten aanzien van mijn geslacht is me dat in al die jaren niet gelukt. Met een nieuw kapsel zal het vast makkelijker zijn. Of zoals normale mensen plegen te zeggen: “Je moet er even aan wennen”.

Maar vanochtend keek ik in de spiegel. Twijfel, twijfel… Maakt deze pruik me niet te oud? En te streng? Tja, misschien past dit wel beter bij mijn echte leeftijd dan mijn blije krullen. Maar nu zie je mijn mannennek beter, is dat wel slim?? Ik zie dat dit kapsel bij me past én tegelijk blijft daar die twijfel. Ik ben nu het vaste anker van mijn blije krullen kwijt. En ik heb al genoeg om me onzeker over te voelen… Mijn nieuwe stijl is steil. De mevrouwen van Mariposa waren enthousiast. M. ook. Ik ook, maar toch… Ik moet er even aan wennen...


donderdag 6 december 2012

Stap voor stap

Voordat een atleet zijn sprong, sprint, worp of wat dan ook uitvoert, visualiseert hij deze. Concentrerend bij de startstreep ziet hij voor zich hoe die sprong, sprint of worp eruit gaat zien. Zo oefent hij in gedachten en maakt hij in zijn lichaam alles wakker om te kunnen doen wat er moet gebeuren. Zo gaat het nu ook met mij. Ik sta wiebelend bij de startstreep van een brede coming out. En in gedachten oefen ik alles wat ik daarin ga tegenkomen. Maar dat slaat me soms lam. Het is teveel. 
 
Sinds deze week probeer ik te leven vanuit het principe: Lisa, tenzij… Dus elke dag is een Lisa-dag tenzij er een goede reden is om het niet te doen. Mijn werk en mijn ouderschap zijn nog twee levensgebieden waar ik nog undercover als Man-ik leef. De coming-out in die twee gebieden ga ik voorbereiden in overleg met de psycholoog. Maar in alle andere levensgebieden vind ik dat ik meer risico kan nemen. Daar wil ik proberen nu al Lisa te zijn. Een stoer voornemen. En zoals dat gaat met voornemens: het is pas echt als het echt is… Het klonk zo goed in mijn hoofd, maar nu ik het écht probeer, voel ik hoe moeilijk dit is. Man-ik was overal: samenzijn met M., sporten, boodschappen doen, vrienden en kennissen ontmoeten, repeteren met de theatergroep, het afval op straat zetten, naar de bibliotheek gaan, naar de garage met de auto, overleg met de hypotheekadviseur… Ga ik inderdaad al die gebieden van Man-ik overnemen? Per direct? Pffff…. Wat eng. En praktisch gezien lastig. Want Man-ik is pas weg als Man-ik overal weg is. En tot die tijd: schipperen… De auto naar de garage brengen en dan gaan werken? Klusje voor Man-ik. De volgende dag de auto ophalen als Lisa? Wat zullen ze wel niet denken? Is dat niet extreem verwarrend voor iedereen en voor mij in het bijzonder?

Ja dat is het. En toch moet ik voort. Stap voor stap. Het is de enige manier. Telkens een stap zetten en dealen met de angsten en problemen die ontstaan. En daarin op mezelf durven vertrouwen. En hopelijk op die manier ervaren dat het lukt. En met dat groeiend zelfvertrouwen weer de volgende stap ingaan.

Natuurlijk zal het wel eens misgaan. Zal ik weerstand ontmoeten en afwijzing. Dat is mijn grootste angst en die remt me. Maar weet je wat het rare is? Ik blijk de kans op afwijzing structureel schromelijk te overschatten. Iedereen is zo lief voor me. Zoals ook B., een goede kennis van Man-ik. B. wist al van mijn bestaan, maar hij had me nog nooit ontmoet. B. zat nog in het Man-ik domein met voorkennis over het Lisa domein, zal ik maar zeggen. En B. mailde aan Man-ik: “ik vier dan-en-dan mijn verjaardag, kom je ook?”. Ja leuk, dacht ik. Maar toen herinnerde ik me mijn ‘Lisa-tenzij’-voornemen… O jee… Eerlijk is eerlijk, dit is geen ‘tenzij…’. Als ik mijn voornemen serieus neem, als ik mezelf serieus neem, dan moet ik als Lisa gaan. Ooooh, wat eng. Wat zal hij van me vinden? Wil hij me wel als Lisa zien? Wil hij wel dit-en-dat of wil hij zus-en-zo? En daar ging mijn hoofd weer. Totdat een ander stemmetje aan de rem trok: Ja maar wacht even, IK wil het toch? IK met hoofdletters! Dit gaat in de eerste plaats om mij. Ik mag voor mezelf kiezen…

Ik mailde terug: “Ik zou graag als Lisa komen. Ik realiseer me dat jouw feestje misschien een gek moment is voor jou om mij voor het eerst als vrouw te zien. Wat zou jij hierin willen?”. Nou ja zo to-the-point was het mailtje niet, ik was heel voorzichtig, met allerlei inleidende zinnen erbij enzo. Lekker mijn eigenste sub-assertieve zelf zal ik maar zeggen… Zijn reactie? “Wat mij betreft ben je sowieso van harte welkom, in welke hoedanigheid dan ook. Mooie stap hoor!”.

Ik was uit mijn evenwicht gebracht, ontroerd en opgelucht. Wéér geen afwijzing. Wanneer komt-ie nou? Ik koesterde me in de liefde die ik van B. kreeg. En tegelijk realiseerde ik me dat het nu echt menens aan het worden is met mijn leven als vrouw. Een leven dat ik stap voor stap concreet aan het maken ben…

maandag 3 december 2012

Got to begin again...

Tegenstemmen. Ik heb het er al vaak over gehad. Twijfel ik of ik vrouw ben? Nee, dat niet. Twijfel ik of ik als vrouw wil leven? Soms. Dat gebeurt op momenten dat ik geconfronteerd wordt met iets uit mijn mannen-leven dat ik niet kwijt wil. Niet dat de beslissing om als vrouw te leven betekent dat ik alles van mijn mannen-leven overboord moet gooien. Maar sommige dingen zullen niet eenvoudig een plek vinden in mijn vrouw-zijn. Zoals zingen.

Vanavond pakte ik, om tegen beter weten in mijn weemoed te voeden, mijn map met liedteksten. Deze had ik al een jaar niet meer aangeraakt. Ik bladerde erin en dacht aan hoe ik nu zou klinken, na een jaar zonder oefening. Ik zette de laptop aan, vond de liedjes in mijn mp3 verzameling en ik zong. Liedjes van Robbie Williams, Coldplay, Extreme, Acda & De Munnik, Billy Joel… Allemaal mannen… In de weerspiegeling van de ramen van mijn woonkamer zag ik een vrouw. Haar mond ging heen en weer en ze maakte bewegingen met haar armen om haar zang te ondersteunen. Maar ik hoorde een man. Een mannenstem zong deze liedjes. De mannenstem die altijd plezier had in het zingen. De mannenstem waar M. altijd zo van genoot. De mannenstem die ooit droomde zich vanaf een podium te laten horen.

Toen dacht ik aan Merel Moistra, die in het theater staat en daar zonder terughoudendheid zingt. Ze noemt zichzelf met een knipoog een alt. Dat inspireert me. Telkens als ik haar zie, denk ik: “Ooit sta ik ook op een podium en zing ik een liedje. Als vrouw. Als op en top vrouw!”. Heel even voelde ik dat het kon. Dat het mogelijk was dat ik mijn stem train zodat ik niet alleen als vrouw kon praten, maar ook als vrouw kon zingen. En toen zag ik die enorme berg die ik moet verzetten om dat te bereiken. Als ik het al kon bereiken. Ik moest helemaal opnieuw beginnen. En daar zag ik enorm tegenop.

En terwijl Billy Joel op de piano het intro van zijn liedje speelde, en de bijbehorende tekst uit mijn herinnering omhoog kwam, moest ik huilen…

Well so here I am at the end of the road
where do I go from here?
I always figured it would be like this
still nothing seems to be quite clear

All the words have been spoken and the prophecy fulfilled
but I just can’t decide where to go
Yes, it’s been quite a day and I should go to sleep
but tomorrow I will wake up and I’ll know

that I’ve got to begin again
though I don’t know how to start
Yes, I’ve got to begin again
and it’s hard


Billy Joel – Got to begin again


woensdag 28 november 2012

Moe, moe, moe

Het eerste dat ik me bewust werd, was mijn gewoel. Langzaam registreerde mijn hoofd wat meer. Ik draaide en draaide zonder de juiste draai te vinden. Eindeloos probeerde ik een nieuwe draai, maar telkens bleek het niet de mijne te zijn. Hoeveel draaien heeft mijn lichaam in petto? En wanneer vind ik nu eindelijk eens míjn draai? Zodat ik weer verder kan slapen… Want dat was weer mooi mislukt; dat verder slapen. Nou ja, het was tenslotte ook al weer 5 uur… Tijd om op te staan…. :-(

Zo ging het vanochtend. Maar liefst vier hele uren geslapen. Dit was wel een diepterecord van de laatste weken. Meestal haalde ik de zes uur wel. Soms zeven. Maar waar bleef nou die magische acht? De keren dat ik de acht heb gehaald in de laatste maand zijn op één hand te tellen. En ik wil zo graag. Want ik ben zo moe.

Maar zo vaak wordt ik te vroeg wakker met onrust en onvrede in mij. En weet ik niet wat te doen. Me erover opwinden helpt niet, maar gaat zo makkelijk als je uitgeput bent. Ontspanningsoefeningen helpen niet, als ik opgefokt ben omdat het slapen weer niet gelukt is. De stress uit mijn lijf bewegen lukt niet, omdat ik te moe ben om me te bewegen. En zo spiraal ik dan hopeloos naar beneden.

Zoals vanochtend. Na gedraai en gewoel en pogingen tot ontspanning gaf ik me gewonnen. Ik kon niet slapen. En omdat klaarwakker in bed liggen mokken ook niet echt bijdraagt aan een betere wereld, ging ik me maar nuttig maken. De was opvouwen. Strijken. Mijn Lisa kleren wegwerken, omdat S. vrijdag komt. Lisa kleren…. hmmmm…. eerst toch nog maar even die mooie galajurk passen die ik alvast geleend heb voor de Kerstbrunch van de Vrouwengroep… Wauuuww!! Ik zag er super uit!!! Behalve die wallen onder mijn ogen dan…
 
En zo stond ik ’s ochtends voor zonsopkomst (zelfs nog voor de bouwvakkers aan het werk waren gegaan aan de overkant van de straat) in een prachtige galajurk mijn wasgoed op te vouwen en blouses te strijken… En ik voelde me mooi en gelukkig. En ik zou nog gelukkiger zijn met een zorgeloze nachtrust. Vannacht een nieuwe poging. Welterusten!

maandag 26 november 2012

Retro-emotioneel

Het schijnt zo te zijn dat je emoties door de hormoonbehandeling nogal in beweging komen. Uit eigen ervaring weet ik het niet, want zoals het er nu naar uitziet gaat het nog een ruime anderhalf jaar duren voordat ik aan de hormoonbehandeling mag beginnen… :-(

Maar ik vraag me wel af hoe heftig het dan gaat worden. De laatste maanden zijn mijn emoties behoorlijk ongeleide projectielen geworden. Alsof alles wat zich ooit maar ergens onder de oppervlakte had genesteld, of ergens door een poging tot acceptatie diep in slaap was geraakt, zich nu aan het roeren is. Spontane huilbuien komen inmiddels zo vaak voor dat ik me afvraag of ik ze nog wel spontaan mag noemen. Een verrassing zijn ze in elk geval al lang niet meer. Ik huil zomaar. Meestal ook maar heel kort. Maar ik voel me dan wel intens verdrietig. Soms voel ik het verdriet dat het kleine meisje in mij al die jaren gevoeld heeft omdat ze opgesloten zat. Soms voel ik mijn ouder-verdriet over de mogelijke pijn van S. wanneer hij over mijn proces te weten komt. Soms voel ik verdriet dat ik helemaal niet kan plaatsen. Gewoon verdriet. En zoals dat gaat met al het lijden: het heeft allemaal niets met het hier en nu te maken, maar met het verleden of de toekomst. Maar omdat je nu eenmaal niet in het verleden of in de toekomst kunt handelen, moet er kennelijk nu gehuild worden wat ik in het verleden verzaakt heb, of waarvan ik bang ben dat ik daar in de toekomst niet aan toe kom.

En het verleden roert zich op alle mogelijke manieren. Retro is in; kennelijk ook in mijn persoonlijkheid. Oude gevoeligheden uit mijn kindertijd zijn weer helemaal terug. Alle ergernis en gekwetstheid die ik als opgroeiend kind en jonge volwassene ervaarde over mijn vader, mijn moeder, mijn zussen, ervaar ik nu weer. Niemand kan me op dit moment zo hard kwetsen als mijn moeder. Alle onzekerheden die ik over mezelf ontwikkelde, voel ik weer. Alle mildheid en acceptatie die ik daarop in de loop der jaren had bereikt, lijken nu weer eventjes weg. Alsof ik het allemaal niet enkel als man moest accepteren, maar dat hele proces nu ook als vrouw mag gaan doen. Maar dan in een leven dat inmiddels is opgebouwd uit relaties en activiteiten die juist gebaseerd zijn op de afwezigheid van die onzekerheden en die angsten. Lekker dan!

zondag 25 november 2012

O kom er eens kijken...

Ik schreef al een paar keer hoe ontzettend veel steun en erkenning ik krijg van M. Nou om je een voorbeeld te geven: gisteren vond ik een letter in mijn Man-ik schoen…

Met daarbij een gedicht, met onder meer de regels:
“De Sint heeft laatst over jou gehoord,
dat iets jouw leven flink heeft verstoord.
Want jij hebt nu eindelijk erkend,
dat je eigenlijk een meisje bent.

Dus zet jij nu een mannen- of een vrouwenschoen,
Sint weet nu dat hij er een “L” in moet doen.
En ook al is de Sint reeds behoorlijk bejaard,
Hij ziet nog graag sexy hakken bij de haard.”


Okee, okee, dit komt niet van M. maar van de Sint. Maar toch viel ik huilend M. in de armen…

vrijdag 23 november 2012

Ik mis jou

Langzaam maar gestaag ben ik meer en meer vrouw aan het worden. Niet alleen uiterlijk (met de toenemende hoeveelheid Lisa-tijd), maar juist ook van binnen. Ik verander en alles in mij verandert mee. Man-ik is de laatste tijd steeds vrouwelijker geworden. Als je jezelf toestaat de aangeleerde dogma's van hoe een man zich moet gedragen los te laten, dan komt er ruimte. Ruimte die opgevuld wordt door een vrouw. Door mij. Het lastige is dat ik, tot het moment van mijn volledige coming-out, ervoor moet waken dat Man-ik niet te vrouwelijk wordt. Ik moet voorlopig nog wel passabel blijven als man. Dit vraagt voortdurende alertheid; doodvermoeiend!

Deze gekke tussenfase is niet alleen voor mij moeilijk. Ook voor M. Hoe knap en moedig ze ook hierin staat, het gaat voor haar echt niet vanzelf. Dat bleek gisteren weer.

Toen ik gisterenmiddag bij haar kwam voelde ik haar somberheid. Ze hield me op afstand; geen knuffel, alleen een vluchtige obligate kus. Op tafel stonden fotolijstjes. Fotolijstjes met nieuwe foto's. Foto's van Man-ik. Foto's van M. en Man-ik; mooie romantische foto's van ons samen. De foto's stonden in een halve cirkel op tafel en in het middelpunt van de cirkel zat M. haar ding te doen achter de laptop. Druk bezig. Geen aandacht voor mij. Ik had wat van mijn nieuwste Kalverstraat-aanwinsten aangetrokken, maar ze gunde ze nauwelijks een blik. Even later kwam er wel iets meer contact, maar er bleef iets tussen ons in hangen. M. was de hele dag afstandelijk en prikkelbaar. Door mij, dacht ik voortdurend. Maar omdat het mij makkelijk af gaat om die gedachte te krijgen, durfde ik die intuïtie niet te vertrouwen.

's Avonds kwam het er uit. M.'s prikkelbaarheid kwam op een hoogtepunt en ik gaf nogal bot aan dat ik er genoeg van had. Toen werd M. boos. Ze schreeuwde trut! naar me en liep huilend weg. Naar boven. Mijn hoofd draaide op volle toeren:
Blijf zitten, laat haar alleen. Ze wil alleen zijn want ze loopt weg...
Ze zei 'trut' tegen me. Wauw, wat een erkenning!
Hehe, eindelijk komt de ontlading...
“Ach, mijn meisje, kom hier dan hou ik je vast...
Ja, ik was wel een beetje een bitch met mijn gemene opmerking...

Mijn gedachten werden onderbroken door het geluid van boven. Ik hoorde M. huilen. Ze huilde diepe lange halen van verdriet. Dit was een diepe pijn. Ze huilde en huilde. Hard en eindeloos. Het deed me pijn om haar zo te horen. Omdat ik van haar hou en haar iets anders gun dan dit verdriet. En mijn intuïtie had me al de hele dag willen vertellen dat ik de aanleiding was voor haar verdriet. Maakte dat me schuldig? Nee. Voelde ik me verantwoordelijk? Tja. Eerlijk gezegd wel een beetje.

Ik ging naar boven, pakte haar vast en troostend gaf ik haar al mijn liefde. Toen ze wat kalmer geworden was zei ze: ik voel me fysiek niet zo op mijn gemak bij jou als wanneer je Man-ik bent. Er zit letterlijk iets tussen. Je make-up, je pruik, je borsten. Ik durf je niet te kussen vanwege je lippenstift; als ik je knuffel voel ik die siliconen.... Toen keek ze me aan. Haar ogen, rood en dik, glommen toen ze zei: ik mis Man-ik... Ik mis jou.... En ze huilde... Ik voelde de pijn van het verlies van Man-ik en mijn onmacht dit hele proces anders te doen. Ik omhelsde haar en zij omhelsde terug. Over alle drempels heen hielden we elkaar stevig vast. En we huilden. We huilden samen. Onze tranen spoelden alle sluiers weg die over onze liefde heen waren gevallen. We huilden en hielden van elkaar. Onze liefde is zo sterk. Deze keer zegevierde onze liefde. Maar de volgende keer...?

dinsdag 20 november 2012

Processie van Echternach

Drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Zo behoor je de processie van Echternach te lopen. Schrik niet, ik zit niet in Luxemburg op dit moment, aangezien het geen Pinksteren is en ik net terug ben van vakantie en nu dus even thuis moet blijven van mijn bankrekening. Maar mijn proces naar vrouw-zijn lijkt soms erg op deze processie. Vandaag ervaarde ik twee stappen achteruit.

Ik ging naar buiten. Winkelen. Om meer winter-proof kleding te kopen. Ik keek nog even in de spiegel die bij de voordeur hangt: tip-top in orde. Ik zag er prima uit. Ik pakte de voordeurknop en verstijfde. Ik verstijfde. Hoe lang was dat geleden? “Kom op meid”, zei ik tegen mezelf en ik ging naar buiten. Mijn hart klopte in mijn keel. Met bibberende handen pakte ik mijn fiets en ging de straat op. Het voelde alsof iedereen me aanstaarde, alsof iedereen keek. Ik voelde me stom, lelijk en raar.

Ik raakte in paniek. “Hoe kan dit nou? Hoe vaak heb ik dit nu al gedaan? Waarom maak ik me zo druk?” Wat niet echt bijdroeg aan de feestvreugde was dat ik me ineens afvroeg: “Wat nou als ik straks ná mijn operatie ook zulke dagen heb? Dan kan ik niet meer vluchten in mijn mannenrol. Dan wordt het nog een sociale fobie als ik niet uitkijk…”. En toen nam de paniek alleen maar toe. Ik wilde naar huis. Me verstoppen. Maar ik mocht het niet van mezelf. Ik vond dat ik mijn angst moest confronteren. Om hem te transformeren van gedachten in mijn hoofd naar ervaringen in het echte leven. En waar kun je dan het beste heengaan met een opkomende sociale fobie? Inderdaad: de Kalverstraat!

En daar liep ik, tussen drommen winkelende mensen. Ik dwong mezelf rechtop te lopen: borsten naar voren, hoofd rechtop. “Ontspannen…”, zei ik voortdurend tegen mezelf. “Ontspannen…” Ik dwong mezelf mensen aan te kijken, zeker degenen die mij aanstaarden. Pfff, dat viel nog niet mee. Maar het lukte! Als beloning mocht ik een kledingwinkel in. Maar toen werd het nog moeilijker. 'Op mijn gemak' rondneuzen in de rekken, contact met het personeel, pashokje in en uit… Pfff... Maar uiteindelijk geslaagd! Met mooie kleren én een succeservaring. Ik heb de Kalverstraat overleefd!



maandag 19 november 2012

Gestrekt been (met venijnig naaldhakje)

Mick van Trotsenburg was gisteren op de koffie bij de Vrouwengroep van Transvisie. Voor wie het niet weet: Mick is de directeur van het genderteam van het VUmc. Hij was er om al onze vragen te beantwoorden over de hormoonbehandeling bij het VU. Nuttig en leerzaam. En confronterend soms. Bijwerkingen: leverproblemen, botontkalking, bloedstollingsproblemen, depressies, chronische vermoeidheid, verlies van libido. Om maar wat te noemen. Wakkert dat mijn twijfel aan? Nee, eigenlijk niet. Gelukkig niet. Maar het doet me wel weer ten volle realiseren dat ik hier met iets groots bezig ben. Iets dat je niet serieus genoeg kunt nemen. De kalmte en zorgvuldigheid waarmee Mick onze vragen beantwoordde, gaf me het gevoel bij de VU in goede handen te zijn.

Dat gevoel werd niet unaniem gedeeld. Er waren vrouwen aanwezig die nogal kritisch waren over al die controles en waarborgen die de VU in het behandelproces heeft ingebouwd. Het zou transgenders nodeloos pathologiseren en het proces vertragen. Mick bleef kalm uitleggen dat die waarborgen belangrijk zijn omdat het genderteam geen onnodige complicaties op zijn geweten wil hebben. Vanwege beroepsethiek natuurlijk. En volgens mij ook vanwege de strategische risico’s. Ook het genderteam moet immers (net als de transgenders zelf) tegen de stroom inroeien. Er is een tegenstroom in de politiek, bij de zorgverzekeraars en binnen de VU zelf. Ik zie Mick als iemand die daarin recht overeind blijft staan, gedreven door zijn overtuiging dat transgenders geen keuze hebben en vanuit medisch-ethisch oogpunt geholpen móeten worden. En mijn interpretatie is dat hij graag wil voorkomen dat door onzorgvuldig handelen van zijn team tegenstanders een stok krijgen om mee te slaan. En dat is in ons aller belang, lijkt me.

Toegegeven, het voelt een beetje naar dat het soms lijkt alsof we niet om de VU heen kunnen. Een beetje meer concurrentie zou de professionele dialoog tussen behandelaars stimuleren en daar kan de zorg alleen maar beter van worden. Is het genderteam van de VU een monopolist die toetreding van andere spelers op de markt frustreert? Die indruk heb ik niet.

De verhitte discussie die gisterenmiddag ontstond deed me iets realiseren. Iets dat ik me ook realiseerde nadat ik op internet reacties las op de uitzending van ‘Debat op 2’ van eergisterenavond. Iets dat me ook al eerder was opgevallen: sommige transgenders zijn behoorlijk verongelijkt. Ze communiceren met gestrekt been, met een venijnig naaldhakje aan de voet. Alsof ze in een permanente staat van verdediging zijn en denken dat de aanval de beste verdediging is. Okee, de meeste transgenders hebben nogal wat te verduren gehad in hun leven: onbegrip, pesterijen, afwijzing, isolement. Om depressief van te worden en dat zijn veel transgenders dan ook wel eens geweest. Maar dat is nog geen reden om iedereen op voorhand te benaderen alsof ze tegen je zijn. Als je dan zo gevoelig bent voor discriminatie en vooroordelen, zorg er dan wel voor dat je zelf open en onbevooroordeeld blijft.

Ik herken het ongeduld. Ik herken de behoefte aan erkenning van wie je bent. Ik herken het gevoel van wanhoop over de complexiteit van dit proces. Maar blijf zien dat er velen, velen zijn die je steunen. Gun iedereen daarin de vrijheid om dat te doen op een manier die het beste bij hem of haar past. Ik gun Mick zijn ‘voorzichtige’ benadering. Op veel manieren voelt die goed voor mij. Mijn enige frustratie is dat er in het proces nogal wat wachttijd zit. Niet om medisch/psychisch-inhoudelijke redenen, maar om logistieke redenen: capaciteitsgebrek. Als de zorgverzekeraars wat minder voorzichtig zouden zijn met geld en de professionals wat minder voorzichtig zouden zijn met zich te specialiseren op genderdysforie, dan mag Mick met zijn team wat mij betreft lekker voorzichtig blijven…

donderdag 15 november 2012

Ik wil jou (2x)

Een tijdje geleden vertelde ik over mijn sollicitatie als vrijwilligster. Eergisteren was het moment daar: het kennismakingsgesprek. Tijdens ons telefoongesprek was de aap (of moet ik zeggen apin) al uit de mouw gekomen, dus die drempel hoefden we niet meer te nemen. Maar desondanks zag ik er als een berg tegenop. Was het kennismakingsgesprek nu écht bedoeld om kennis te maken of was het alleen maar om te checken of ik er wel mee door kon, als vrouw? Het voelde als een examen en een vleeskeuring tegelijk. Niet dat ik me beledigd voelde, ik kon me de voorzichtigheid van de coördinator van het vrijwilligerswerk heel goed voorstellen. Maar toch…

En zo stond ik te tutten voor de spiegel. Wankelend tussen “Oooh, je blijft die vervelende baardschaduw zien. Ze gaat me vast afwijzen” en “F*ck it, ze moeten me maar nemen zoals ik ben!”. Allemaal zorgen om niks. Ik schudde haar hand, stelde me voor en we gingen zitten. Na zo ongeveer een halve minuut smalltalk kwam ze terzake: “Okee, ik zal je even uitleggen hoe jouw werk er straks uit gaat zien”. Huh? Waar is nu de slag om de arm, de twijfel, de kritische vraag over mijn vrouw-zijn? Volledig geaccepteerd. Helemaal welkom zoals ik ben, ook in deze baardschaduw-fase… Ik wist niet wat me overkwam. Hulde aan stichting Vier het Leven!

Vandaag was ik onderweg met de auto. Ik moest tanken… slang erin, volgooien en betalen. Een routine die ik als man al honderdduizend keer heb uitgevoerd en die als vrouw tóch echt even wennen is. Bukken om de LPG-slang aan te koppelen op hakken en met een rokje aan gaat toch echt anders dan met jeans en sneakers…
 
Maar toen gebeurde het: ik had betaald en ging in mijn auto zitten om weg te rijden. Ik stak de sleutel in het contact en ik hoorde getik. Geen getik uit de motor, maar getik op het raampje naast me. Ik keek en zag een man staan, eind twintig begin dertig, en hij gebaarde mijn raampje naar beneden. Hij zei: “ik stond zojuist achter je bij de kassa en ik vroeg me af of je een keer wat met me zou willen drinken…”.

Paf. Eén droge paf. Zo klinkt het als je met stomheid geslagen wordt. Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn hoofd ging aan de slag:
“Jeetje deze jongeman heeft wel een heel rare fetish. Het is toch duidelijk hoe mijn vork in mijn steel zit? Gatver, wat een viespeuk!”
“Nee helemaal niet. Vind ik mezelf vies? Nee toch? Waarom is het dan vies als iemand zich tot mij aangetrokken voelt?”
“Hij heeft in elk geval wel lef dat hij het zo recht voor zijn raap vraagt!’
“Ja allemaal leuk en aardig, maar ik wil niet gezien worden als een rariteit!”
“Maar ben je dan een rariteit? Je zit in een tussenfase tussen man en vrouw. Dat is geen rariteit, maar een noodzakelijke fase.”
“Ja maar…”


Dwars door die drukte in mijn hoofd heen stamelde ik naar hem: “Dapper dat je het vraagt, maar nee dank je ik heb geen interesse”. “Mag ik dan je telefoonnummer?”, drong hij aan. “Nee hoor, sorry”, volhardde ik. Hij droop af, ik deed mijn raampje weer dicht en reed weg. Ik haalde diep adem en keek naar beneden, naar mijn lichaam. Het was alsof ik ineens zag wat hij had gezien. Een mooie vrouw. En ik voelde me gevleid. Fetish of niet, hij vond mij aantrekkelijk. Wat een vet compliment!! De glimlach op mijn gezicht was haast breder dan de snelweg waar ik op in voegde.

zaterdag 10 november 2012

Dubbelleven

Het is grauw en koud in Nederland. Mijn lichaam is zich rot geschrokken en vraagt zich af waar de Balinese zon gebleven is. Ik moet aan het werk. Gisteren heb ik direct na thuiskomst de wasmachine gevuld: bh’s, strings, rokjes, jurkjes, hempjes en shirtjes. Dat alles hangt hier nu aan het droogrek. Een overduidelijk bewijs van mijn vrouwelijke bestaan. Een bestaan waar S. niks van af weet. En S. komt vandaag, dus ik moet snel de was opvouwen en opbergen in de kast.

En ik word verscheurd. Ik hunker er naar om hem weer te zien, om hem te knuffelen, om samen te zijn. En ik walg er van dat ik daarvoor weer moet doen alsof ik een man ben. Ik walg er van dat ik een rol moet gaan spelen. Een rol waar ik me decennialang in bekwaamd heb, maar die me steeds meer met afgrijzen vervult. En ik voel me een leugenaar. Ik heb vandaag nog geen woord tegen S. gezegd of verzwegen en ik voel me nu al een leugenaar. Hoe lang houd ik dit dubbelleven nog vol? Ik wordt er doodmoe van om telkens om te schakelen. Om voortdurend op mijn hoede te zijn om uitlekken te voorkomen. Om steeds mezelf te verbergen en niet te delen wat me zo bezighoudt.

Ik kijk naar buiten. Het is nog steeds grauw en grijs. Ik zie op straat vrouwen lopen. En ik ben jaloers. Ik ben jaloers op die vrouwen. Op hun rokjes en dikke panty’s. Op hun enkellaarsjes. Op het geluid dat die maken terwijl ze voorbij komen lopen. Ik wil vrouw zijn, helemaal. En ik wil het nu! Mag het nu…?

vrijdag 9 november 2012

Souvenirs uit Bali

Het is nacht. Door het raampje van het vliegtuig zie ik de sterrenhemel. We zijn op weg naar huis, de poolster wijst ons de weg. Achter (en ver beneden) ons ligt Bali. In mijn hart en in mijn rugzak draag ik souvenirs met me mee. Souvenirs aan drie weken Bali. Drie weken waarin heel veel Lisa-tijd was. Meer dan een derde van de tijd was ik helemaal vrouw; dat is meer dan in mijn normale leven. Ik heb twee coming-outs gehad, eentje vrijwillig (in de groep) en eentje ongepland (de ex-collega). Ik heb getwijfeld, gehuild en ben bang geweest. Ik ben de weg naar mijn vrouwelijkheid kwijtgeraakt en heb haar weer teruggevonden. Ik ben mijn relatie met M. kwijtgeraakt en heb ook die weer teruggevonden. En ik heb mezelf teruggevonden. Deze reis heeft mijn verlangen helemaal vrouw te zijn nog verder aangewakkerd.

Ik ben geïnspireerd geraakt door de bijna allesoverheersende aandacht en toewijding die Balinezen hebben voor schoonheid, expressie en rituelen. Zij hebben mij geleerd dat er geen inhoud kan zijn zonder vorm. Hun spiritualiteit bestaat dankzij de aanwezigheid van aandacht voor hun goden, in offertjes die meer dan eens per dag gebracht worden, in ceremonies die vaker gehouden worden dan goed is voor de ontwikkeling van de materiële welvaart van het land. En zo is het ook met mijn proces; met mijn verlangen. Ik ben vrouw. Een vrouw die zich gaat manifesteren, materialiseren, in schoonheid, expressie en rituelen. Ik kan alleen bestaan als ik vorm geef aan wie ik ben. Geen inhoud zonder vorm. Geen vrouw zonder vrouwelijke expressie.

Als ik thuis ben ga ik een tempel oprichten in mijn huis, net als alle Balinezen hebben. Geen tempel voor een collectieve spirituele beleving. Maar een tempel als expressie voor mijn eigen pad. Als basis voor rituelen om mijn verlangen te vieren. Als plek om de belangrijkste god te eren die er bestaat: de god in mij. Deze god is een godin. Een godin die moeilijke stappen gaat zetten. Een godin die alleen kan bestaan bij de gratie van schoonheid, expressie en rituelen. De schoonheid van het vrouwelijke lichaam dat ze zal creëren. De expressie van haar vrouwelijkheid in al haar relaties. De rituelen die haar telkens weer zullen herinneren aan de koers, ook bij de tegenslagen en moeilijkheden die ze zal ontmoeten.

Deze godin ben ik. De tempel is mijn spiegel. Om me moed te geven dit hele proces aan te gaan en alle moeilijkheden te aanvaarden. Om uiteindelijk deze godin op aarde te brengen.

En terwijl ik door het raampje de duisternis in tuur, zie ik weer die heldere stip die ons de weg wijst en ik stel me voor dat het Venus is.

woensdag 7 november 2012

Seksuele energie… maar welke?

Vanochtend was ik weer om zeven uur wakker. Net als thuis heb ik hier een bouwplaats om de hoek en een school tegenover. Hier beginnen de kinderen al om zeven uur!

In ons bed hing een seksuele spanning. M. en ik wilden vrijen. Je zou denken: zo gezegd zo gedaan. Nou… nee. Want wie was ik? Een zachte vrouw die knuffelseks wilde? Een viriele man met een erectie die hij wilde gebruiken? Ik schommelde heen en weer en wist niet goed wat te doen. Wat wilde M.? Moeilijk te peilen. De knuffelseks werd beantwoord. Okee, knuffelseks dus.

Totdat M. zich ineens omdraaide. Kramp in haar buik. Die ging niet weg. Maar haar zin in seks wel; ik mocht haar niet meer aanraken. Ze trok zich in zichzelf terug. Duidelijk boos, maar waarover? “Heeft het met mij te maken? Ja natuurlijk heeft het met mij te maken”, vulde ik in. Ik durfde het haar niet te vragen.

Na een half uur tegen een boos gezicht aangekeken te hebben, was ik er klaar mee. Met gemok schieten we niks op. Ik zei: “Ik zou graag willen dat je zegt wat je dwarszit”. En toen kwam het: haar verlangen naar stevige mannelijke seks strandde in mijn geknuffel (oeps, had ik toch verkeerd geïnterpreteerd). En haar frustratie groeide door haar angst straks helemaal geen makkelijke seks meer met mij te kunnen hebben. Dat deed haar vreselijk pijn.

Het besef dat ze pijn heeft door de situatie waar we in zitten, maakte mij verdrietig. We huilden samen. Om onze onmacht dit probleem weg te nemen. Om ons gebrek aan vaste grond. Om de moordende onzekerheid over onze toekomst. Het lijkt soms aantrekkelijker te stoppen met onze relatie, dan doen we elkaar geen pijn meer. Er is alleen één beletsel: we zijn te gek op elkaar!! Onze uitdaging blijft communiceren; te zeggen wat we van de ander willen. De ander kan dan besluiten of-tie dat kan geven.

Na het huilen kusten en knuffelden we elkaar. En de seksuele energie ontvlamde weer. En ik gaf M. stevige mannelijke seks. Niet omdat ik het voor mezelf wilde, maar omdat zij het graag wilde en ik het haar kon geven. Het mannenlijf van mij werkt immers prima. Ik gaf haar wat ik te geven had. Maar het deed me verdriet. Verdriet om de rol die ik nam, maar eigenlijk niet wilde. Deed ik mezelf hier geweld aan of is dit vrouwelijke opofferingsbereidheid? Of is dat niet gewoon hetzelfde?

Door mijn tranen aarzelde M., maar ik zei: “ik wil het jou graag geven”. En zo vrijden we, mannelijk en stevig. Zoals ze wilde. Niet wat ik graag zelf wilde, maar ik wilde het haar geven. En ik kon het haar geven. Nu nog wel…

dinsdag 6 november 2012

Ach mens, ga toch koken!

Het enige recht van een vrouw is het aanrecht. Flauwe grap. Typische mannenhumor. Maar als het dan een Balinees aanrecht is en we Balinees mogen koken, dan graag! Vandaag deden M. en ik een workshop Balinees koken met Nyoman van Green Kitchen.

Nyoman haalde ons op bij het hotel. Ik stelde me voor: “Lisa”, en hij schudde mijn hand. Geen spoortje ongemakkelijkheid, aarzeling, herkenning of wat dan ook bij hem. Dat was anders op de markt waar Nyoman ons mee naar toe nam om inkopen te doen. Daar werd ik veel aangestaard en regelmatig ronduit toegelachen (“…uitgelachen?” dacht het onzekere meisje in mij steeds…). Balinezen zijn ongegeneerd. Schaamteloos lachen ze me in mijn gezicht toe (“uit?”). Schaamteloos staren ze me minutenlang aan. En zonder aarzeling geven ze me complimentjes over hoe mooi ik ben (“voor een man in een jurk”, hoorde ik er dan in mijn hoofd soms bij). Veel Balinezen doen trouwens net alsof ze niet zien dat ik een vrouw in een mannenlijf ben. Maar dan wel steelse blikken werpen omdat ze hun ogen niet geloven.

Zo ook Nyoman. Tijdens ons directe contact deed hij alsof zijn neus bloedde, maar als ik in zijn keuken bezig was met groente snijden of kokos raspen en hij M. aan het instrueren was, dan keek hij. Dan staarde hij net als de andere Balinezen. Als ik terugkeek, hadden we even oogcontact voor hij uit beleefdheid wegkeek. Het ging eigenlijk bijna net zoals het in Nederland altijd gaat, alleen kijken de Balinezen langer en openlijker en voel ik geen oordeel in hun blik of reactie. Balinezen zijn zo in balans dat ze door mij niet uit balans gebracht worden.

Mijn vrouwelijkheid kreeg gedurende de dag telkens een boost. Of het nu M. was die in de gesprekken met Nyoman steevast naar mij verwees met “she”, of de taxichauffeurs die me later die dag op straat nariepen met “hey lady, taxi?”, ik werd er blij van!

’s Avonds laat gingen M. en ik nog zwemmen in het zwembad van ons hotelletje. Een herhaling van het badpakken-succes van een paar dagen geleden! Heerlijk om mijn mooie vrouwenlijf te zien in het water. Sierlijk, rond. Mijn lijf. Het lijf dat ik wil hebben! Pfff, ik ben zo bang voor alles wat ik nog het hoofd moet bieden voor het zover is!

maandag 5 november 2012

Scootermeisjes

De dagen in Ubud zijn Lisa-dagen. Zo was het gepland. Dus ook deze dag. Maar toen Man-ik zich ging douchen en scheren was hij man. Toen hij zijn geslachtsdeel afplakte was hij man. Toen hij mijn borsten omdeed was hij man. Toen hij uiteindelijk met M. ging ontbijten was hij man. Een man in een jurk.

Hij voelde zich de hele dag ongemakkelijk: waar was Lisa nou? Pech gehad Man-ik! Eigen schuld. Je wilde mij er toch niet bij hebben gisteren? Dan kun je nu wel krokodillentranen huilen bij M., maar je hebt het verdiend!

Was ik de hele dag zo hardvochtig? Nee. Soms was ik er wel. Héél eventjes. Niet te lang, want ik wilde een punt maken. Maar sommige momenten waren te mooi om voorbij te laten gaan. Zoals het rijden op een scooter! Geen roze, zoals in mijn dromen, maar brandweerrood is ook mooi. Soms piepte ik even helemaal in Man-ik’s lijf en dan voelde ik me vrij: rondtoeren door de rijstvelden van Bali, op een scooter met M. achterop… genieten!
 
Man-ik was nederig naar me, schuldbewust. Hij zag er de ironie wel van in dat hij vandaag door de zon verbrand was en nu op zijn borst en rug rode plekken heeft, waarin je duidelijk een decolleté en bh-bandjes ziet. Dat kan hij thuis niet echt aan S. uitleggen over een paar dagen. Dat wordt met de deur dicht douchen tot het is weggetrokken… :-)

Okee, misschien is Man-ik hiermee genoeg gestraft. We zullen zien, morgen…

zondag 4 november 2012

Onderdrukking

Moet ik Lisa-dagen inplannen of van mijn gevoel laten afhangen? Een centraal dilemma in mijn dubbelleven. Vandaag werd ik volledig in mijn vrouwelijkheid wakker; mijn hele lijf was vrouw. Maar dit was een reisdag. We zouden in een propvol Balinees busje zonder airco van Pandang Bai naar Ubud reizen. Dat geklots, schouder aan schouder met Balinese reizigers, en het gesjouw met een rugzak van 17 kilo zag ik niet zitten met een verzengende 40 graden en een hete pruik op mijn hoofd. Het was praktischer om gewoon als Man-ik te gaan. Maar het voelde niet goed. Ik wilde vrouw zijn!!

Om praktische redenen schikte ik me. Er lagen drie dagen in Ubud in het verschiet waarin ik helemaal vrouw zou kunnen zijn. Nu even pas op de plaats maken klonk natuurlijk allemaal heel reëel, maar toch voelde het oneerlijk. Ik voelde me vrouw, waarom mag ik dat dan niet laten zien?

’s Middags, eenmaal in Ubud aangekomen, werd de innerlijke onrust te groot. Het was de ontevreden Man-ik die ik zo goed ken: zwijgzaam, chagrijnig, prikkelbaar: er wrong iets van binnen. Iets dat er uit wilde. Iets dat hij niet onder ogen wilde zien. Van alle mogelijkheden die hij had, koos hij voor verdoving.  Met seks. Met kinky seks alsof Man-ik hard aangepakt moest worden. En hij kreeg kinky seks. M. pakte Man-ik hard aan.

Weg onrust, weg prikkelbaarheid. Eindelijk stil van binnen. Maar ook: weg Lisa. Ik voelde me aan de kant gezet, mijn mond gesnoerd. Bruut opzij geschoven zoals Man-ik dat jaren gedaan had. Waar was nou onze afspraak? Ons onderzoek? Dit was weer de oude Man-ik die het niet aangaat met mij. Die mij wegstopt. Onderdrukt! Ik ben boos!! Ik zal je krijgen, Man-ik!!!

woensdag 31 oktober 2012

Tussenin-dag

Soms heb ik het heen en weer. Dan schommel ik de hele dag tussen man en vrouw. Vandaag was anders. Het was een tussenin-dag. Ik voelde me vrouwelijk met mannelijke kanten. En ik wiebelde niet, maar dit mengsel bleef de hele dag vrij stabiel.

Een groot voordeel van Bali voor zulke tussenin-dagen is de sarong. Niet heel raar als een man die draagt. Uiterlijk was ik een man met sarong, van binnen meer vrouw dan de buitenkant liet zien (dat dacht ik althans; foto’s van die dag bleken toch duidelijk een vrouw in mannenkleding te hebben vastgelegd).

Omdat ik stabiel was in hoe ik me voelde en tevreden was met de manier waarop ik dat kon uiten was ik met volle aandacht aanwezig. En kon M. bij mij zijn zonder gek te worden van mijn gezwabber. Vandaag was ik Lisa die zich had verkleed als Man-ik met een sarong. Zo kon het dus ook zijn.

dinsdag 30 oktober 2012

Badpakkenparade

Vanochtend werd ik vroeg wakker en in een dromerige roes werd ik me langzaam bewust van mezelf en mijn omgeving. Mijn lijf voelde vrouwelijk. Ik voelde mijn vagina, mijn borsten. M. lag naast me, ook wakker, en ineens realiseerde ik me wat ik precies voelde. Ik was geil. Op een nieuwe manier, leek het. Geen gretige, doortastende mannelijke geilheid maar een hunkerende zachtmoedige vrouwelijke geilheid, bereid om te ontvangen… De seks die volgde was heerlijk en maakte de potentie van een lesbische relatie met M. weer heel voelbaar.

Mijn vrouwelijkheid vieren was fijn en ik wilde deze hele dag Lisa zijn. Maar o jee, we gaan vanmiddag badderen in thermale baden. Geen Lisa dus: ik heb alleen een zwembroek. En een piemel en geen borsten. Onmogelijk om dan nog vrouw te zijn. Als het om mijn Lisa-onzekerheden gaat is M. vaak heel doortastend. Ook nu: “ik heb nog een extra badpak bij me. Bh er onder aan, je haar opsteken en je kunt zwemmen”. Ja natuurlijk. In theorie. Ik had die optie ook al bedacht, maar hoe moet dat dan met het afplakken van mijn geslacht? Er steken altijd stukken tape onder mijn slipje vandaan. In badpak is dat geen gezicht. En een bh onder een badpak? Raar. O, ik ben een gedrocht en zal dat voorlopig blijven. De komende jaren nog geen zwempartij voor Lisa als het al ooit kan! Pffff…

“Okee, niet bang zijn meid”. Ik liet me inspireren door M.’s optimisme en ik bekeek nog eens goed de mogelijkheden. En het viel mee! Ik bedacht een nieuwe afplak-strategie die badpak-proof is (okee, ik kon nu even niet meer naar het toilet). Mijn borst-protesen waren ooit zelfklevend en ondanks de veroudering plakten ze nog voldoende. Dankzij de extra steun van de gekruiste rugbandjes van dit sport-badpak bleven ze goed op hun plek zitten zonder bh. Ik keek in de spiegel en was verbijsterd. Ik zag een vrouwenlijf. Wauw, een echt vrouwenlijf! Helemaal zichtbaar in dit nietsverhullende badpak! Niks mannelijks meer aan te zien. Geslaagd als miss in de badpakkenparade!

Okee, nu naar buiten. Proefzwemmen in het zwembad van ons hotel. Ik voelde me trots onder alle bewonderende blikken van de reisgenoten. Sommigen waren verbijsterd en nieuwsgierig naar wat ik precies met mijn mannelijke geslacht had gedaan. “Er is niks meer van te zien!” Ik heb het maar een mysterie gelaten. Sorry dames, te privé.

En toen de test. Het bad in, stapje voor stapje. Mijn kruis werd nat: “Oooh blijft de tape zitten? Ja!”. Verder. Mijn borsten nat: “Oooh, drijven ze niet weg? Nee!”. Het gaat. Het gaat! Trots stond ik tot aan mijn schouders in het water. Voorzichtig bewoog ik mijn armen op en neer. Ja, de borsten bleven écht zitten. Heel voorzichtig deed ik een schoolslag. Ja, ja jaaa! Ik zwem!! Blij als een klein meisje dat ploetert voor haar A-diploma zwom ik in het zwembad. Mijn eerste zwemavontuur!! 

Maar het was nog niet klaar. Ik moest nog uit het bad! Ik ging weer op de bodem staan, klaar om mijn borsten op te vangen. Ze bleven zitten. Alles bleef keurig op zijn plaats terwijl ik stap voor stap uit het water kwam. Ik keek naar beneden en zag mijn natte vrouwenlijf strak omhuld door dit glimmende badpak. Trots liep ik uit het zwembad en zetelde me sierlijk op een ligbed in de zon. Lisa zwemt! Jeeeh!

maandag 29 oktober 2012

Volle maan

Daar staan we. Alle meiden helemaal opgedirkt volgens Balinese traditie: een sarong (de wikkelrok), een mooie kebaja (een prachtig hemd met kant) en een selendang (een tempelsjaal voor om je middel). M. en ik waren weer twee trotse vriendinnen en ik voelde me als Lisa weer helemaal door haar geaccepteerd. Misschien hielp het dat ik er zo ontzettend mooi uit zag!

Je zo opdirken (met temperaturen van rond de 40 graden!) doe je niet voor niks. Dit deden we voor de volle-maan-ceremonies die we gingen bijwonen. Volle-maan-ceremonies zijn een big-thing op Bali. Net zo’n belangrijke traditie als Kerst bij ons. Met net zoveel inspanningen in de voorbereiding. Alleen: Kerstmis is één keer per jaar. Volle maan is het elke maand. Zouden wij het zo serieus nemen als we Kerst elke maand zouden vieren? De Balinezen deinzen er niet voor terug. En wij gaan mee deze keer. Met de eigenaren en personeel van ons hotel. Als enige toeristen gaan we in hun gevolg mee naar een drietal tempels.

En wat een bizar toeval: één van de personeelsleden was een ex-collega. Werkte daar een periode als yoga-leraar om dan weer terug te gaan naar Nederland; naar het kantoor waar Man-ik jarenlang ook werkte. Mijn eerste impuls was om Lisa de dagen dat we hier zouden zijn dan maar in de tas te laten. Uit angst voor roddels en een onbeheersbare coming-out in mijn werkzame leven. Maar nee. Dat wilde ik niet. Ik wilde mezelf niet verstoppen, juist hier niet. Ik moest een enorme drempel over (van Himalaya-proporties) om de situatie met hem te bespreken, maar ik bleek te kunnen rekenen op zijn discretie (bedankt R.).

Met de hele groep op pad naar de eerste tempel. Een tempel gewijd aan de verering van de vrouwelijke energie. Hoe mooi kan het toeval zijn! Ik was nerveus. Wat zouden deze goden denken van een vrouw in een mannenlichaam? Zouden ze dit zien als een man in vrouwenkleren? Zou ik de toorn Gods over me afroepen door deze tempel te betreden? Nee. Ik voelde me volledig geaccepteerd toen ik op de tempelvloer ging zitten. Een kalme, tevreden energie strooide zich over me uit. Was het de acceptatie van de goden of mijn eigen acceptatie? Wie zal het zeggen…

In de tweede tempel baden we voor onze wens (“een mooie vrouw worden”) en spraken we onze dankbaarheid uit voor alles wat we de afgelopen periode gekregen en niet gekregen hadden. De derde tempel was heel bijzonder. De zon was inmiddels onder en de volle maan goed zichtbaar. Diep verscholen in de donkere jungle lag een kleine tempel. Voorafgaand aan de ceremonie kreeg iedereen een persoonlijke reiniging van de priester. Bij de reiniging zou de priester ook een emmertje water over je nek uitstorten. Heel even sloeg de paniek toe: mijn pruik!! Maar al snel voelde ik vertrouwen: “Deze pruik is nep, maar is onderdeel van wie ik nu ben. Deze pruik is onderdeel van mij. Hij zal blijven zitten”. En dat deed hij ook. De reiniging en de ceremonie die volgde hadden een diepe impact op mij. Ik voelde de energie in alle heftigheid door mij heen stromen en voelde hoe deze mijn bekken van bovenaf vulde als een kom met water. Wat gebeurde er? Zette mijn vrouwelijkheid zich nu in mij vast of spoelde deze nu juist weg? Ik kon het niet goed voelen. Ongrijpbare fenomenen als deze laten zich niet in simpele conclusies vatten.

zondag 28 oktober 2012

Vruchtbare grond

Drie weken. Drie weken zouden we samen op Bali zijn. Eerst twee weken met deze groep en dan een week met zijn tweetjes. Maar ja, hoe moet dat nu? We kunnen niet meer samen verder… Kut, kut kut, ik vervloek mijn pad! Een pad waarbij mijn angst om dierbaren te verliezen aan het uitkomen is.

Vandaag was een dag vol pijn en verdriet. Pijn en verdriet om de uitbarsting van M. gisteren. En pijn en verdriet om mijn beslissing de relatie te beëindigen. Ik hou van haar, ondanks dat het soms moeilijk is om met elkaar te zijn. Haar afwijzing van Lisa maakt een gezamenlijke toekomst simpelweg onmogelijk. Lisa gaat niet meer terug in de kast. Door haar agressie forceerde ze me te kiezen tussen haar en mezelf. En indirect forceerde ze me daarmee misschien wel te kiezen tussen haar en Lisa. Een pijnlijke maar eenvoudige keuze. Ik kan niet niet voor Lisa kiezen. Lisa dat ben ik. Ik kan niet mezelf uitgummen. Ik besta. Hier ben ik. Zo helder als wat. En zo pijnlijk als wat. Want ik hou van M.

Die liefde voelde ik telkens als ik haar zag vandaag. We reisden vandaag met de groep naar een nieuwe bestemming op Bali; van Sidemen naar Lovina. Gelukkig niet in één taxibusje. Dat zou te confronterend zijn. Maar bij elke stop zag ik haar. En miste ik haar. En verlangde ik naar haar. Wat een marteling… alsof je iemand die wil stoppen met roken de hele dag een pakje sigaretten met zich mee laat dragen; in zijn hand, zodat het pakje lekker zichtbaar is.

Het deed pijn, pijn, pijn… Aan het eind van de dag werd de frustratie te groot. We waren aangekomen bij ons hotel in Lovina. L. vertelde me nog dat er geen extra kamers vrij waren, dus ik kon geen eigen kamer krijgen. Ik zou met iemand de kamer moeten delen, maar wie? De reisgenoten met een eenpersoonskamer hadden daar bewust voor gekozen… Ik hoorde hun bezwaar maar half. Het kon me niet schelen. Desnoods zou ik op het strand slapen. Ik wilde alleen zijn. Met rust gelaten. Even geen groep om me heen. Even M. niet om me heen.

Ik kwakte mijn rugzak neer en liep naar het strand. Ik ging lopen… rennen… Bij ruim 35 graden ging ik rennen op het strand. Binnen een halve minuut gutste het zweet van mijn lijf. De Balinezen keken me met verbijstering aan. In een jurk had ik ze minder geschokt. Ik rende en rende en rende tot een rotsrichel bij een haventje me stopte. En toen keerde ik om en ik rende en rende en rende. Totaal uitgeput en uitgedroogd kwam ik terug bij het hotel. Mijn rugzak was in de kamer bij M. gezet. Nee, dat wilde ik niet. Ik zou niet met haar een kamer delen. Mijn rugzak moest daar weg. Maar goed; eerst maar opfrissen en dan met M. praten.

En toen kwam het. Sorry. Een groot sorry van M. voor wat ze had gedaan en voor wat ze had gezegd. Sorry is voor haar een grote stap. Dat ze die zo nadrukkelijk nam raakte me diep. Ze erkende mijn pijn en gaf me het respect wat ik gisteren zo miste. Mijn hart huilde tranen van opluchting en stak de armen uit naar haar. Mijn hart wilde haar terug. Maar mijn hoofd liet zich niet opzij duwen door deze emoties. Ik zei: “Mijn Lisa-proces is voor mij het allerbelangrijkste nu. Het komende jaar en de tijd daarna zal ik daar het grootste deel van mijn aandacht, tijd en energie in stoppen. Alleen als jij dat kunt accepteren, is er nog een toekomst voor ons”. Het klonk niet hard, wel helder. Geen vage, op harmonie gerichte subassertiviteit die ik van mezelf zo goed ken. Ik stond pal voor mijn belang. En gaf de ruimte aan die ik nodig had van M. En liet haar de keuze. Helder, en eerlijk. Ik schrok van mijn eigen assertiviteit. M. misschien ook. Maar deze helderheid was voor haar ook wel fijn. Ze kon een heldere keuze maken en deed dat ook. Ze zei: “Ik begrijp je. En ik wil met je verder”. En we vielen elkaar in de armen en huilden. De vulkaanuitbarsting had vruchtbare grond achtergelaten. Mijn rugzak bleef staan.