vrijdag 28 september 2012

Dochter

Een intense ervaring was het, gisterenavond. Ik was thuis, gekleed als vrouw. Niet in vol ornaat, maar in een joggingbroek en een hemdje. Met borsten, maar zonder pruik. Gewoon een rustige avond met een boek op de bank. Voordat ik naar bed ging, wilde ik nog mediteren. Ik zette de filmmuziek op van Perfect Sense en ging in lotushouding op mijn poefje zitten. Ik sloot mijn ogen verruilde de buitenwereld voor de binnenwereld. Ik voelde de kwetsbaarheid van mijn vagina. Mijn benen wijd geopend, mijn vagina onbeschermd. Ik werd verdrietig. Verdrietig om de kwetsbaarheid van mijn vagina. Om het gemis van mijn vagina. Om al die jaren die ik leefde als man.

En toen voelde ik hem. Hij is al ruim negen jaar dood. In het begin was hij nog wel eens bij me als ik mediteerde of droomde. Maar we hadden al twee jaar geen contact meer gehad. Maar daar was hij ineens. Mijn vader. Mijn vader was weer bij mij. Hij was toch niet verder gegaan op zijn pad in het hiernamaals, zoals een wijze vriendin ooit suggereerde. Hij bleef me in de gaten houden. En nu was hij bij me. Hij legde zijn hand op mijn schouder, zijn duim tegen mijn nek aan. Hij kneep zachtjes. “Het is goed”, zei hij. Ik hoorde het niet, maar voelde het. Ik zag hem ook niet, maar ik voelde hem. Ik voelde zijn aanwezigheid. Ik voelde zijn steun. Ik voelde zijn acceptatie van mijn verlangen. Misschien wel zijn acceptatie van mij als zijn dochter. Een warme gloed kolkte door mijn lijf, van zijn hand op mijn schouder naar beneden. Koude rillingen golfden in tegengestelde richting. Ik hoorde de lucht zachtjes gonzen. Mijn lijf schokte lichtjes en ontspande. En ik huilde. Ik huilde lang en diep. Terwijl ik huilde spreidde ik in gedachten mijn armen en zei: “ik heb je gemist. Ik heb je zo gemist”. En mijn vader kneep me zachtjes in mijn schouder. Als hij nog geleefd had, zou hij afgemeten gezegd hebben: “Je weet het wel hè?”. Nu zei hij, nu voelde ik dat hij zei: “ik hou van jou”.

woensdag 26 september 2012

Rolbewust

Stel: je bent zo rond je 30e en je hebt al een heel leven opgebouwd. Je hebt een huis, een baan, misschien een partner (in elk geval al wel een paar gehad). Je weet inmiddels wel wie je bent en hoe je je in sociale doorgaans situaties gedraagt. Toch? En dan is je moeder jarig. Je reist af naar de andere kant van het land. Daar, in het huis waar je met je duim in je mond door je papa de trap op werd gedragen als je op de bank in slaap gevallen was, daar ontmoet je je broer. Je zus. Je moeder en je vader. Het gezin compleet. Als vroeger. En ineens hoor je jezelf dingen zeggen die je al tijden niet meer gezegd hebt. Ineens voel je je weer onzeker naast je broer. Ineens voel je je weer dat kleine meisje van vroeger. En verhip, je práát zelfs een beetje zoals vroeger. Waar is nu die volwassen vrouw gebleven? Waar is al dat moeizaam verworven gedrag gebleven waarmee je dacht je jeugd ontgroeid te zijn? Poef! Weg… Je bent keihard in je oude rol gevallen.
Het gezin is een toneelproductie waarin iedereen zijn eigen, in beton gegoten rol speelt. Dit is niet erg. Dit is hoe het gaat. Hoe het hoort. Het is pas schrijnend als je het door hebt. Als je rolbewust bent. Dan wil je uitbreken. Het hele systeem op zijn kop gooien. Je wilt dolgraag opnieuw puberen, maar hoe? Het rollenpatroon doorbreken is verraad aan de familieband.

Dit is hoe ik me de afgelopen dagen voelde. Vorige week heb ik mezelf kunnen laven aan zeeën van Lisa-tijd. Tot afgelopen weekend de agenda van Man-ik het weer over nam. En ik braaf de rollen speelde die daar bij horen. En ik zag mezelf terugvallen in een rol van vroeger. De rol van man. De rol van werkende man. Ik deed de dingen die daar bij hoorden. Ik probeerde stiekem een vrouw te zijn die undercover was. Maar het lukte niet. Ik was een man. De man die ik vroeger was. Ik kon de vrouw maar moeilijk voelen. En dat wilde ik zó graag! Ik had toch besloten helemaal vrouw te willen worden? Waar is die vrouw dan? Dan mag ze toch niet weggaan? Stel je voor dat ik dat na de operatie ook heb? Dan zie ik eruit als een vrouw, maar dan kan ik dat niet voelen. Dan heb ik hetzelfde als nu. Ik zag er deze week uit als een man, maar ik voelde het niet. Ik voelde me ook geen vrouw. Ik voelde me niks. Ik deed mijn mannending en voelde me niks.

Vandaag moest ik ineens denken aan wat mijn psycholoog daarover zei. Hij las mijn blogpost over de Negen Bezwaren en reageerde op Bezwaar 9 (‘Ik kan het verlangen vrouw te zijn eigenlijk niet uitleggen. "Het voelt goed" is misschien toch een wat magere argumentatie voor zo'n grote beslissing, of niet?’). En hij zei: “Vraag het eens aan een willekeurige man waarom hij zich man voelt. Denk je dat hij dat kan uitleggen?” Tja. Daar zit wat in. Die man is ook niet de hele dag bezig zich man te voelen. Waarom zou ik dan mezelf de hele tijd vrouw moeten voelen? Okee, ik vind het heerlijk als ik mijn vrouwelijke energie helemaal door me heen voel stromen en stralen. Maar ben ik minder vrouw als ik die energie niet voel? Als ik me daar niet bewust van ben? Natuurlijk domineren nu nog al mijn aangeleerde mannelijke gedragingen. En ik gebruik graag de girl-power van mijn vrouwelijke energie om die weg te vagen. Maar als ik me oefen in vrouwelijke gedragingen, net zoals een klein meisje de kunst van het vrouw-zijn afkijkt van haar moeder en haar kleuterjuf, dan kunnen die gedragingen ook mijn tweede natuur worden. Misschien zelfs nog wel mijn eerste natuur. ;-) Of ik vrouw ben wordt niet bepaald door of ik vrouwelijk doe; ik ben vrouw omdat het zo is. Zelfs als ik het eventjes niet voel.

maandag 24 september 2012

2000

Tonight we're gonna party like it's 1999!

Hoera! Zojuist heeft er voor de 2000e keer iemand mijn blog gelezen! Misschien wel met deze bril:

Ik vind het fijn dat mijn blog zo vaak gelezen wordt de laatste maanden. Ik ben er ooit mee begonnen omdat ik het geploeter in mijn hoofd graag wilde delen. Omdat ik destijds vermoedde dat er meer mensen zijn die met deze zelfde vraag ploeteren. En op internet vond ik vooral ervaringsverhalen van vrouwen die al veel verder in het proces waren. Daar kon ik me niet aan spiegelen.

Dit blog is voor mij een stok achter de deur. Ik weet hoe goed het is om af en toe je gedachten op papier (van cellulose of van bits en bytes) te zetten. En ik weet ook hoe al mijn eerdere pogingen een dagboek bij te houden na enkele weken of maanden langzaam doodbloedden. Met dit blog heb ik mezelf verzekerd van een publiek. Publiek dat wacht op een nieuwe blogpost. En omdat ik niemand wil teleurstellen blijf ik schrijven! Dankzij jullie... Dank jullie allemaal!

Au

“Het lijkt me zo pijnlijk…”, zei M. wel eens als ik met mijn doe-het-zelf ontharingslaser in de weer was. Altijd zei ik dat het wel mee viel. Maar vandaag…. Oef! Vandaag ging ik naar een ontharingssalon. In plaats van mijn doe-het-zelf lampje dat met een kleuter-ventilatortje gekoeld wordt (het is net een kleine föhn) hebben ze in zo’n salon een grote kast met een stofzuigermond met een dikke slang er aan. Die stofzuigermond heeft ook een lampje, maar die is een ietsiepietsie krachtiger dan die van mijn föhn. Zo krachtig dat er waterkoeling aan te pas komt.

Ik vond het tijd voor grof geschut op Man-ik’s baard. Die moet weg. Weg met die lelijke schaduw, weg met die haren. Stap voor stap maak ik van Man-ik’s lijf mijn lijf. En na de wenkbrauwen en de nagels is het nu tijd voor de baard. Die baard had al een paar keer hard gelachen om dat kneuterige doe-het-zelf-lasertje van mij. Dus toch maar de professional erbij gehaald. Een vriendin uit de Vrouwengroep tipte mij over een salon die tarieven hanteert die ik nog snap. Schandalig wat de meeste salons vragen voor een behandeling! Waarom is het nodig dat ze de investering in een opleiding en een ontharingsapparaat er al na drie maanden uit hebben? Maar goed, deze salon hoeft dat dus niet. En hebben ze mij er dus als klant bij. Nou ja, ik ga undercover natuurlijk. Ik laat Man-ik het vuile werk opknappen.
 
En zo lag Man-ik in de stoel (“ja, het scheren is altijd zo’n gedoe en wordt nooit mooi. Ja ik ben een ijdele man”… dan hoef je toch minder uit te leggen dan met “ja ik ben op weg een vrouw te worden”) en kwam Eva van de salon met haar apparaat, en ze zette de lamp op de met gel besmeurde kaken. Au. Ja hij staat zo goed. Au. Ja een beetje wisselvallig buiten he? Au. Nee hoor, ik kan wel wat hebben. Au. Doe je dit werk al lang? Au. Nee het gaat wel. Au. O, ik woon aan de andere kant van de stad. Au. Jij hier in de buurt? Auwauwauw. Au. Au. Magtie een ietsiepietsie zachter? Au. Ja dat is beter. Au.

vrijdag 21 september 2012

One of a million

Schaamte. Het is al vaak ter sprake gekomen op dit blog. Vandaag had ik met mijn psycholoog een gesprek en we kwamen te spreken over schaamte. Mijn schaamte naar S. Mijn schaamte naar mijn familie, mijn ex, mijn vrienden. Mijn schaamte naar iedereen om me heen, soms zelfs naar iedereen die ik niet eens ken. Schaamte over mijn verlangens. Die in mijn hoofd maar niet overeenkomen met ‘hoe het hoort’.  Toen zei de psycholoog: “Je doet niks fout. Je slaat niemand, je valt niemand aan, je betaalt netjes je belasting, je hebt een normale baan, je houdt van M., je houdt van je zoon, je verzorgt hem liefdevol. Je bent een fatsoenlijk mens”. Tja. Daar had ik natuurlijk niks tegen in te brengen.

En toen kwam die vraag. Die vraag die alle stemmetjes van schaamte in mijn hoofd in één klap deed verstommen: “Zou de wereld er beter of slechter van worden als er één miljoen Lisa’s bij zouden komen…?”. En ik wist meteen het antwoord. Deze twijfelkont wist meteen het antwoord. Zonder na te denken. En zelfs nu ik er over heb nagedacht sta ik nog achter mijn antwoord: “De wereld wordt beter van één miljoen Lisa’s”. Ik heb iets moois te brengen dat beter tot zijn recht komt als ik mezelf mag zijn. Lisa is een verrijking voor de wereld. Vrouw zijn is een verrijking voor wie ik ben.

De wereld wordt beter van één miljoen Lisa’s. Laten we beginnen met één. En maar hopen dat het besmettelijk is.



donderdag 20 september 2012

Ja, ik wil

Heb je ooit je been of je arm gebroken? En in het gips gehad? Als dat zo is, dan weet je hoe het gisterenavond voelde toen ik mijn borsten afnam. Mijn borsten, die ik vijf dagen lang had gedragen (okee, niet alle vier die nachten, maar wel vijf volle dagen). Mijn borsten die mijn  bewegingen bepaalden, mijn balans veranderden, de spieren in mijn nek en rug heel subtiel een nieuwe uitdaging gaven. Toen deze borsten verdwenen, toen ik ze van mijn lijf afnam, voelde ik mijn mannenborst langzaam, heel langzaam een heel klein beetje naar boven dwarrelen. Als een veertje dat op een zondagochtend, door de ochtendstralen beschenen, uit je donskussen omhoog vliegt op het moment dat jij rechtop in bed gaat zitten om je ontbijtje in ontvangst te nemen dat je liefje voor je gemaakt heeft. Precies zo’n subtiele, tintelende, nauwelijks waarneembare beweging dwarrelde door mijn twee mannelijke borstspieren. De spieren in mijn lijf waren zo gewend om borsten te dragen dat het even duurde voor ze doorhadden dat dat niet meer nodig was. Alsof ze na zes weken eindelijk het gips van je been afhalen en je het gevoel hebt dat je been vanzelf opstijgt. Maar dit voelde niet als een verlossing. Dit was een verlies. Mijn borsten. Weer geamputeerd.

Het is niet zo dat ik walg van mijn mannenlichaam, van Man-ik’s lijf. Nu niet althans. Dat was wel zo tijdens mijn pubertijd. Toen walgde ik ervan. Dat gekke ding deed niet wat ik wilde en was niet wat ik hoopte. Ik werd er wanhopig van. Zo wanhopig dat ik dat stomme lijf het liefst met een heel scherp voorwerp wilde dwingen om te doen wat ik wil. Maar dat zou niet helpen, wist ik inmiddels uit ervaring. Het stomme lijf bleef gewoon zijn eigen ingeprogrammeerde ding doen. Buiten die puberjaren was ik meestal onverschillig; dat lichaam was een apparaat om mijn hoofd van A naar B te brengen. Niks meer, niks minder. Niet teveel aandacht aan geven.

Daar is wel iets in veranderd. Inmiddels heb ik geleerd om van dit lichaam te houden. Niet als iets van mezelf, niet als een persoon, maar meer als een huisdier. Een huisdier waar je goed voor zorgt, die je wast, die je voedt, die je gezond probeert te houden. Om als beloning wat gezelschap te krijgen. Dit lichaam, Man-ik’s lijf, ben ik niet. Het is niet mijn lijf. Maar het hoort bij mij. Ik ben er aan gewend dat het bij me is. Desondanks wil ik het veranderen. Niet uit ondankbaarheid, niet omdat het niet okee zou zijn. Voor een mannenlijf is het een prima exemplaar. Ziet er goed uit, ondanks de vele kilometers. Is zowel qua lak als motorisch in prima staat. Het probleem is dat ik liever een vrouwenlijf zou willen. En aangezien ruilen niet kan, moet ik dit exemplaar maar naar mijn hand gaan zetten. En met liefde en zorg begeleiden naar het vrouw-zijn.

Dat klinkt allemaal vastberaden, net als mijn post van gisteren. “Is er dan geen twijfel meer?”, zul je misschien denken. “Waar is die eeuwige draaikont van een Lisa gebleven?” Nou die draaikont is er nog, hoor. En ik noem die draaikont natuurlijk liever Man-ik. Híj is het die aarzelt, híj heeft veel te verliezen. Maar na vijf Lisa-dagen weet ik dat ik op de goede weg zit. Op de weg naar vrouw-zijn. Die voortdurende twijfel heeft me de afgelopen maanden laten tollen op mijn benen, waardoor ik vaak zo duizelig was dat ik niet kon zien welke richting ik uit keek en niet in staat was om dan ook maar één stap te zetten. Dodelijk vermoeiend en om gek van te worden. Niet alleen voor mij, maar ook voor M.
 
Door zo te twijfelen stond ik met één been buiten deze hele zoektocht. Alles wat ik niet wilde zien kon ik van me af laten glijden door snel op andere gedachten te komen: “nee ik ga het toch niet doen”. Handig, want dan dringt er nooit iets echt tot je door. Blijft het tot op zekere hoogte vrijblijvend. Een academische bespiegeling. Maar vrouw-worden is niet vrijblijvend. Mijn verlangens zijn niet academisch. Ik moet de gevolgen van deze beslissing écht tot me laten doordringen. Ik mag niet voortdurend tussen mijn eigen vingers door glippen.
 
“Ja, ik wil”, heb ik met mezelf afgesproken. Heb ik met M. afgesproken. En heb ik met Man-ik afgesproken. Dit is mijn positie. Een vastberaden houding richting vrouw-zijn. De komende drie maanden zal ik met deze houding, met dit doel, op mijn pad zijn. En stap voor stap alles nemen zoals het komt. En alle toekomstbeelden, problematisch en prachtig, écht tot me laten doordringen. En ze met M. bespreken alsof het een onontkoombare realiteit is. Ik heb met mezelf, M. en Man-ik afgesproken dat ik pas na het eind van dit jaar alles wat ik heb ervaren en ontdekt op een rijtje mag zetten. Dan mag de twijfel weer alle ruimte innemen. En mag ik op mijn beslissing terugkomen. Maar niet nu. Nu wil ik het idee om écht vrouw te worden helemaal tot me laten doordringen. Met alle consequenties van dien. Ik word vrouw! Eh, dat was ik al... Ik word een vrouw in een vrouwenlichaam!
 

woensdag 19 september 2012

Mijn vierdaagse – 5: En ze zag dat het goed was…

De wereld van een transgender gaat niet over geijkte paden. Niks is wat je verwacht. Dus zo kon het gebeuren dat de Lisa-vierdaagse een vijfde dag bleek te hebben. Vandaag is er ook nog steeds alle ruimte voor mij. Vanavond ga ik naar een theatervoorstelling van Merel Moistra, cabaretière en transvrouw. Een voorstelling over faalangst en moed. Dat eerste is ruimschoots voorhanden bij Man-ik’s zoektocht naar ruimte om helemaal en definitief in mij te transformeren. Moed om daadwerkelijk de stap te zetten is er ook. Maar vaak veel te weinig om ook écht te kunnen voelen: “Ja, ik ga het doen!”

Vanochtend werd ik wakker met M. naast me. Na de intense avond gisteren voelden we veel verbondenheid, veel liefde. We kropen tegen elkaar aan en knuffelden. Ik streelde haar gezicht, haar nek, haar rug. Met mijn vingers met mooi gelakte nagels gleed ik sierlijk over haar huid. Als een romantische dans gingen mijn vingers over haar lichaam. En ze begon terug te strelen. En langzaam ging het liefdevol over in vrijen. Het is een rare gewaarwording om als vrouw te vrijen vanuit een mannenlichaam. De erectie is er, of je nu wilt of niet – fysiologisch functioneert Man-ik’s lijf helemaal prima. En op een bepaald moment was het dan ook logisch dat ik Man-ik’s erectie bij M. naar binnen stak en heen en weer bewoog. Ik probeerde me voor te stellen dat bij elke beweging de piemel niet aan mij vastzat, maar juist bij míj naar binnen ging. Heen en weer. En soms kon ik dat ook echt voelen. Maar vaak niet. Vaak zat die piemel duidelijk aan mijn lijf vast en penetreerde ik M… Het klopte niet. Ja, die piemel die klopte enorm hard; op het ritme van mijn verhoogde hartslag. Maar het hoorde niet zo. Dit was niet goed. M. merkte het en ze zei: “Voor mij hoeft het niet persé hoor. Weet je zeker dat je het wil?”. Nee, dat wist ik helemaal niet zeker. Sterker nog, ik wist zeker dat ik dit niet wilde. Op mijn vijfde dag op een rij als vrouw, voelde ik dat ik dit niet wilde. Ik wilde deze rol niet.

M. duwde mij met mijn rug op het bed en ze pakte mijn borst. Die was er niet, ook niet van siliconen, maar toch pakte ze mijn borst. Ik voelde duidelijk hoe haar hand zich eromheen vouwde. Ik voelde de ronding van mijn borst. En toen ze mijn tepel aanraakte sidderde ik. Ik ben mooi en ik leef. Helemaal. Toen stak M. haar vinger in mij. In mijn vagina. Het was zalig. Ik voelde dat ik leefde in de diepste basis in mijn lichaam. En M. bewoog haar vinger in mij en haar hand op mijn borst. En ik werd gek van genot. Met heftige schokken en diepe zuchten kwam ik klaar. Ik. Niet Man-ik’s lijf. Daar gebeurde niks, behalve dan dat de erectie wegzakte.

En daar lag ik, op bed. Uithijgend en nagenietend van deze heerlijke seks. M. lag tegen me aan. Op de ochtend van de vijfde dag, mijn vijfde dag als vrouw, maakte ik een balans op. Een balans met angst en onzekerheid, met negen Grote Bezwaren, met verdriet om de pijn die ik S. aan ga doen. En een balans met ook verlangen, met contact met wie ik ben, met positiever in het leven staan. Een balans met een lichaam dat bij mij past, al vijf dagen lang. Ook al zijn de bruine krullen van kunststofvezel, zijn de borsten nep en moet er een baard weggepoederd worden, dit is mijn lichaam. Na alle gesprekken dit weekend met de andere vrouwen, na de voorlichtingsavond van gisteren, na alle intieme gesprekken met M. en na deze geweldige seks, is het mij duidelijk: dit is wie ik ben. Ik moet het doen. Het is goed. Ik ga vrouw worden. Ik kan niet anders.



dinsdag 18 september 2012

Mijn vierdaagse – 4: Dit is M.


Een enorme collegezaal. Alle stoelen bezet. Mensen op de trappen. Welke overzeese goeroe spreekt hier? Niks overzee. Niks goeroe. Het was de voorlichtingsavond van het gendercentrum van de VU. Jeminee wat een hoop mensen!! Dat had ik niet verwacht. M. ook niet, geloof ik. M. was met me mee naar de voorlichtingsavond. Voor haar was het de eerste keer dat ze in de transgenderwereld stapte, buiten dat prille internetcontact dat ze sinds kort had met andere partners. Ik wilde M. zo graag voorstellen aan de vrouwen die ik inmiddels ken van de Startersgroep en de Vrouwengroep, mijn nieuwe vriendinnen. Maar waar waren ze nou in deze enorme mensenmassa aan transgenders, partners en belangstellenden? “Lisa!”, hoorde ik iemand roepen. En ik reageerde. Niet in een reflex zoals ik gedaan zou hebben als iemand “Man-ik” had geroepen. Ik reageerde trager. Bewuster: hé, dit is mijn naam. Lisa is mijn naam. Iemand roept Lisa. Iemand roept mij! En ik draaide me om en vlak achter mij zag ik Esther. Ik zoende haar, draaide naar M. en zei tegen Esther: “Dit is M.”. En toen zag ik Jennifer. En later ook nog Chantal, Mart, Jasmijn en Hanna. En telkens zei ik weer: “Dit is M.”. Het is fijn dat ze mijn nieuwe vriendinnen nu kent. Dat ze andere transgenders heeft ontmoet. En nog belangrijker: partners van andere transgenders. De avond was alleen daarom al geslaagd.

Het programma van de voorlichting was goed. Vrijwel allemaal prima sprekers met heldere en relevante verhalen, over het behandelpad bij de VU, over hormonen, over operaties en de psychologische begeleiding. In grote lijnen hoorde ik niks nieuws, maar er waren wel veel interessante details. Na de constructie van de neovagina, (zoals mijn kutje straks officieel heet), heb ik 80% kans op succesvolle orgasmen. Wat een mooie score! Dat is net zoveel als bij biologische vrouwen! Het viel me trouwens op dat de twee artsen, een endocrinoloog en een gynaecoloog allebei humor hadden. Dat had ik nog nooit gezien, een arts met humor. En nu zag ik er ineens twee! Het was een gekke avond.

Na afloop vroeg ik aan M. wat het met haar deed om het hele proces te horen waar ik waarschijnlijk doorheen zal gaan. En toen kwam het eruit. Alle angsten, pijn en onzekerheden die ze al die tijd gevoeld heeft. Sommige dingen had ze me al eens verteld. Andere dingen waren nieuw voor me. En soms moeilijk om te horen. Maar ik ben blij dat ze deze dingen zei: “Ik voel me nu al gepasseerd bij de gedachte dat de gynaecoloog na de operatie je vagina gaat bekijken en betasten, nog voordat ik dat kan doen. Zoiets intiems, dat wil ik met jou samen beleven”. “En deze lastige tussenfase: je bent nog geen echte vrouw, je draagt een pruik en nepborsten. En een dikke laag make-up. Die stinkt. Niet fijn om mee te knuffelen en te kussen”. “Mijn positie en rol in onze relatie is flink aan het schuiven nu je in dit proces bent gestapt. Je bent niet alleen meer de sterke Man-ik die er voor mij kan zijn, maar ook de bange Lisa. En de bange Man-ik. En de vastberaden Lisa. Je bent ineens zoveel”. “En hoe zit het eigenlijk met onze relatie straks? Een lesbische relatie, maar wil ik dat eigenlijk wel? En de seks? Seks met een vrouw lonkte altijd al, maar wie weet valt het me wel enorm tegen. En ben je eigenlijk wel mijn type? Ben je de vrouw op wie ik af zou stappen in de kroeg als ik op zoek zou zijn naar een vriendin? Vermoedelijk niet”… Au. Het deed me pijn. Maar nog sterker voelde ik haar pijn. Haar pijn die ík veroorzaak. En die ik niet kan wegnemen. Het spijt me, M… Ik ben bij je. Ik steun je. Net zoals jij bij mij bent. En mij steunt. Ik hou van jou.

 

maandag 17 september 2012

Mijn vierdaagse – 3: De baard


Een gaatje. Dat heb ik vandaag. Niet in mijn tand (gelukkig), en ook niet in mijn hand (alhoewel…), maar in mijn agenda. Dit weekend had ik twee Lisa-afspraken en morgen ook een. Vandaag was een gewone dag. Maar wel een dag waarop Man-ik geen afspraken buiten de deur had. Een beetje thuiswerken, dat was alles. Een perfecte dag om een bruggetje te maken tussen het Lisa-weekend en mijn afspraak morgenavond (Informatieavond van de VU).

Dus gisterenavond voor het slapengaan wel de make-up eraf, maar niet de nagellak! Hoera! Hij zit al drie dagen prachtig! Ik had zelfs mijn borsten aangehouden in bed, gewoon omdat het fijn is om borsten te hebben. En ik heb fijn geslapen (gelukkig ben ik geen buikslaper!). Maar vanochtend kwam het. Ik stond voor de spiegel en probeerde me weer glad te scheren. Die rare baard van Man-ik hoort niet bij mij! Maar hoe zeer ik ook mijn best deed, de blauwe zweem van de baardschaduw lachte me uit: “Je bent een man! Je ben een man!”. Dit gejen negerend ging ik aan de slag met cover en foundation en poeder en van alles en nog wat. Maar ja, de zweem liet zich niet vermurwen. Okee, hij was niet meer zo heel zichtbaar. Maar hij was er nog. Zelfs onder die dikke laag make-up zag ik de schaduw nog. Ik haat die baard! Ik wil gewoon naturel vrouw kunnen zijn, zonder die dikke laag make-up! Ik wil kunnen knuffelen zonder dat ik afgeef! Die baard moet weg!! Sinds kort ben ik zelf mijn baard aan het laseren. Maar ja die thuislasers zijn niet zo krachtig en ik ben ongeduldig. Misschien toch maar eens een schoonheidssalon bellen. Die baard moet weg!! Ik ben toch zeker Sinterklaas niet!

zondag 16 september 2012

Mijn vierdaagse – 2: De duikplank

De tweede dag van mijn vierdaagse leek erg op de eerste. Althans, als ik door mijn met zwarte mascara opgepimpte oogharen kijk. Ik ging, zelfde tijd, zelfde plaats, naar het kantoor van Transvisie. Niet voor de Startersgroep, maar voor de Vrouwengroep. Een informele ontmoeting van transvrouwen, gefaciliteerd door Transvisie, maar zonder begeleiding of therapeutisch doel. Gewoon kletsen, ervaringen uitwisselen met vrouwen die precies snappen wat het is om in een mannenlijf geboren te worden. Het is fijn om je angsten te delen met mensen die ze ook hebben gehad. Of om je opgelucht te voelen omdat je de tegenslagen van de ander gelukkig helemaal niet herkent (laten we eerlijk zijn: dat is fijn, toch? Of ben ik nou zo’n harteloos kreng?)…
 
En dan hoorde ik de verhalen van vrouwen die al helemaal, voor het volle pond en exclusief, als vrouw leven. En ik voelde me een ploeteraar. Altijd maar schipperen tussen het leven van Man-ik, met verplichtingen, verwachtingen en verleidingen en het leven van mij, met verlangens naar meer. Toen ik aan een van de dames vertelde over hoe moeilijk ik het vind om terug te schakelen naar Man-ik, kwam het beeld terug van vorige week. En niet alleen het beeld, ook de pijn. Nadat ik een fijne Lisa-ochtend had met M., moest Man-ik op pad om S. op te halen. Nietsvermoedend van de verlangens van zijn vader, verheugde S. zich erop weer een weekend samen te zijn. En Man-ik deed dat ook. En zo zat Man-ik daar, op de rand van het bed, verlangend naar een weekend met zijn zoon. En ik zat daar ook, in datzelfde lijf, op datzelfde bed, maar met een ander verlangen. Het verlangen om mijn borsten te mogen houden. Maar Man-ik was onverbiddelijk. De BH ging los, en Man-ik legde hem op zijn schoot. Hij haalde mijn borsten van zijn lijf en legde ze op zijn schoot. En ik huilde. Ik huilde. Ik huilde. De pijn. De pijn van de amputatie van mijn borsten. Telkens komt weer die amputatie. En telkens moet ik verdwijnen. Ik wil het niet meer. Ik wil blijven. “Mag ik alsjeblieft blijven?”.
 
Met afgunst en bewondering hoorde ik vandaag weer de verhalen van de full-time vrouwen. Ik wil ook! Maar waarom aarzel ik zo? Om gek van te worden. Hoewel ik weet dat net als met andere grote beslissingen in het leven, het straks zo zal zijn dat ik na dit uitzichtloos aarzelen ineens merk dat ik klaar ben. Klaar voor de grote sprong. Zo noemde een van de meiden het toen ze vertelde over haar droom. In haar droom klauterde ze de trap op naar de hoogste duikplank. En liep ze stap voor stap naar het puntje van de duikplank. Eenmaal daar aangekomen durfde ze niet te springen. Toen ze achterom keek zag ze dat er allerlei mensen achter haar stonden. Ze kon niet meer terug. De weg terug was geblokkeerd door de mensen die achter haar stonden. Ze sprong. Eindelijk sprong ze. Ze had er 65 jaar voor moeten worden, maar nu sprong ze dan eindelijk!
 
Haar droom inspireerde me enorm. Ik ben trots en blij dat ik op mijn leeftijd ook al op die duikplank sta. Okee, Man-ik moest blijkbaar eerst half kaal worden, maar ik heb in elk geval nog een half leven voor me. En daar sta ik dan, op het puntje van de duikplank en ik durf niet naar beneden te kijken. En ik durf niet achterom te kijken. Ik weet dat er mensen achter me staan. En het voelt alsof de weg terug al geblokkeerd is. Maar ik sta hier, mijn ogen stijf dichtgeknepen, bibberend van angst. Angst voor de sprong. Angst voor mijn zoontje, daar beneden aan de rand van het zwembad. Hij weet niets van mijn sprong. Helemaal niets. En ik vraag mezelf af: “Wat doe ik hem aan?”. En ik hoor het antwoord van de andere vrouwen uit de groep: “verwijt jezelf niks, je hebt toch geen keuze? Jij hebt er niet voor gekozen vrouw te zijn in een mannenlijf?”
 
Dat is waar. Ik heb er niet voor gekozen vrouw te zijn zonder de bijbehorende fysieke versierselen te krijgen. Daar had ik geen keuze. Dat is me overkomen. Het enige wat ik gedaan heb, is dat ik dat ontdekt heb. En in mijn leven heb ik al op verschillende momenten, onbewust of weloverwogen, de keuze gemaakt mijn vrouw-zijn te negeren. Om de harmonie met mijn omgeving te bewaren. Met grof geweld aan mezelf tot gevolg. En hoewel het niet voelt alsof ik mijn vrouw-zijn nu nog kan negeren, heb ik nog een vage hoop op een oplossing waarbij ik S. geen pijn hoef te doen. Deze duikplank is een vreselijk dilemma van een vader die zijn zoon wil beschermen tegen de pijn die hij hem zelf aandoet. Natuurlijk is er een keuze. Er is altijd een keuze. Ik kan kiezen niet te springen. Of kiezen om nú nog niet te springen. Uitstellen tot hij ouder is en de pijn beter kan dragen. Heb ik dat voor hem over? Ja. Ja dat heb ik voor hem over. Kan ik dat? Ik betwijfel het. Ik zou kapot gaan aan de innerlijke onrust. De innerlijke pijn. Ik ben een vader en een vrouw. Ik hou van mijn zoon en ik wil nu eindelijk ook eens een keertje van mezelf gaan houden. Ik bid tot iedereen die het maar wil horen dat mijn zoontje ook achter mij op de duikplank mag komen te staan. Dan kan ik eindelijk springen.

zaterdag 15 september 2012

Mijn vierdaagse - 1: Acrobatiek

Vier dagen achter elkaar helemaal als vrouw leven, zou dat kunnen? Nooit eerder had Man-ik zoveel ruimte in zijn agenda vrij gemaakt voor mij. Maar ja, dit was dan ook een uitgelezen kans: drie Lisa-events in vier dagen tijd! Hoera voor mij! Nou ja, vanochtend juichten we nog, maar hoe zal dit gaan?

Vandaag was in elk geval een spannend begin. De eerste bijeenkomst van de Startersgroep van Transvisie Zorg! Dit is een groep vrouwen die allemaal in een mannenlijf geboren zijn. En allemaal op de wachtlijst staan van de VU. Net als ik. En dat bleek niet de enige overeenkomst! Wat was het fijn om mensen te ontmoeten die mij écht begrijpen en die soms met dezelfde angsten worstelen als ik of daar soms juist weer heel manmoedig (blink blink) mee omgaan.

Maar nu ga ik te snel: eerst moest ik er nog heen fietsen. Jas aan, tas mee en hop: de deur uit, de straat op......mijn hemel, wat gebeurde er nu? Was de angst ooit al zo heftig? De zenuwen gierden me door de keel, knikkende knieën, knikkende ellebogen, alles wat maar knikken kon, knikte mee... in een totale staat van paniek fietste ik zelfs compleet de verkeerde kant op. De enige manier om het nog te redden, was om me vrijwel volledig af te sluiten voor de wereld om me heen. Ik trok me terug in mijn schulp en gluurde stiekem over het randje naar buiten om in elk geval nog het verkeer te kunnen zien. Het laatste wat ik wilde was om in 'deze staat' (zo hoorde ik het me tegen mezelf zeggen) een ongeluk te krijgen. Ik zag mezelf al op straat liggen, gewond en niet in staat me te verdedigen of te vluchten. Mijn pruik tijdens mijn val weggeslingerd. En dan allemaal mensen om me heen: "Jeetje het is een man. Hihihi moet je hier kijken, een travestiet!" En dan die hulpverleners de kluts kwijt omdat ze mijn hartslag niet konden meten door mijn siliconenborsten heen... En ik daar maar hulpeloos liggen... Gelukkig gebeurde dat niet. Nee, ik fietste. Ik fietste zo hard ik kon. Ik wilde daar niet zijn. Ik wilde niets voelen, niets horen, niets tot me door laten dringen. Ik had me compleet afgesloten. Het voelde alsof ik in een heel kleine doos zat opgesloten waar geen geluid in doordrong. Met alleen een klein beeldschermpje erin waar af en toe flarden van troebele beelden van stadsverkeer op tezien waren. Ik had de sensatie van verplaatsing. Maar dit gebeurde me niet echt. Ik deed dit niet zelf. Ik was er niet. Ik had me zo verheugd op deze Lisa-dag en nu was ik er niet eens zelf bij. Pffff, zo'n heftige ervaring van dissociatie had ik al lang niet meer gehad. Ik dacht dat ik er inmiddels wel een beetje aan gewend was om mezelf in het openbaar te tonen. Maar nu voelde het alsof ik het voor het eerst deed, tot op het bot onzeker.

Pas een uur later, tijdens de bijeenkomst van de Startersgroep begreep ik wat er aan het gebeuren is. Toen ik eventjes afdwaalde viel het ineens binnen: ik realiseerde me dat de afgelopen maanden Man-ik in zijn mannenleven zich steeds vaker ook onzeker had gevoeld. Ook in situaties waar hij veel ervaring mee heeft; over dingen waar hij zich al jáááren niet onzeker over gevoeld heeft. Het proces, de zoektocht waar dit blog over gaat, begon er ooit mee dat Man-ik mijn bestaan erkende. Ik bestond. In hem. Naast hem. En langzaam is steeds duidelijker geworden dat vrouw-zijn niet iets is voor erbij, maar een wezenlijk onderdeel van het antwoord op Man-ik's vraag: "Wie ben ik?". Op het moment dat Man-ik's man-zijn eenmaal ter discussie stond, ging alles schuiven wat op dat man-zijn gebaseerd was. Als bij een acrobaten-act met zes acrobaten op een aantal wiebelige stoelen. En dan de onderste stoel een ietsiepietse verschuiven, gewoon een beetje morrelen aan de basis. Reken maar dat die acrobaten onzeker worden. Dus is het niet raar als acrobaatje Man-ik en acrobaatje Lisa allebei een beetje aan het wiebelen zijn.
 

woensdag 12 september 2012

Een normaal broertje

In deze post ga ik Man-ik eens niet scherp afscheiden van mij. Die splitsing is soms handig omdat het helpt om te kijken naar wat zich nu allemaal in mij afspeelt. Maar het voelt nu niet goed. Dit blog gaat over mij. En ik ben ik. Man en vrouw. Van binnen in verwarring, van buiten op de meeste dagen (op wat kleine details na) nog gewoon een man. In elk geval voor mijn zusje. Zij kent mij alleen als broertje. Maar daar kwam vandaag verandering in.

Ik had pas geleden al aangekondigd dat ik iets belangrijks wilde vertellen en daarom kwam ik langs. Om te wandelen en te praten. En recht voor zijn raap als mijn zus is zei ze toen we nét de straat uit waren: "Vertel, wat heb je op je hart?". En die directheid werkte aanstekelijk: "Ik sta op de wachtlijst bij het gendercentrum van de VU. Omdat ik denk dat ik eigenlijk een vrouw ben". Stil. Haar adem stokte even, de vogels kwetterden niet meer, zelfs de wind ging liggen. Het voelde alsof ik weer lucht moest blazen in dit stille moment, dat ik mijn zus, de vogels en de wind moest reanimeren. Dus ik vertelde over hoe oud mijn verlangen is, hoe ik me daarin altijd afgewezen heb gevoeld en hoe ik nu eindelijk eens echt ruimte heb gemaakt om dit te onderzoeken. Met misschien wel de ultieme transformatie tot gevolg.

"Je bent en blijft mijn broertje", zei ze. Een gekke tekst met die mengeling van acceptatie en ontkenning. Ik wist niet zo goed of ik daar blij mee moest zijn. Gelukkig werd ze duidelijker: "Ik wil dat jij gelukkig wordt, je bent altijd zo met jezelf aan het vechten". Pfff, ze steunt me. Niet dat ik bang was dat ze me zou afwijzen, maar ik voelde wel een onbestemde angst voor een beerput: dat er allemaal oude shit uit het verleden omhoog zou komen als de deksel er eenmaal af was. En tegelijk wilde ik dat stiekem ook. Ik wilde aanwijzingen. Bewijzen dat mijn verlangen inderdaad zo oud is als ik denk, dat het er altijd al ingezeten had. Nou .... dat kwam ook. Zusje (wat overigens een koosnaampje is, want ze is wel een paar jaar ouder dan ik) vertelde dat mijn ouders vroeger af en toe tegen elkaar zeiden (waar zij kennelijk wel bij was en ik niet): "Het zal ons niks verbazen als Man-ik later homo blijkt te zijn". Eerst begreep zusje niet wat ze daar mee bedoelden, maar later begon ze ook te zien hoeveel vrouwelijke kanten ik had. In het wereldbeeld van mijn ouders is een jongen met vrouwelijke kanten verwijfd en dus homo.

Ik was geschokt. Heftig geschokt. Waarom hebben ze me nooit verteld hoe ik overkwam? Wat zij in me zagen? Waarom mocht ik zelf niet zien dat ik anders was? Nou ja, ze hebben het me wel verteld, maar alleen afwijzend: ik liep niet mannelijk genoeg, ik mocht geen make-up op, geen oorbellen in. Dus probeerde ik normaal te zijn. Heel normaal. Maar doe dat maar eens als 'normaal' iets is wat kennelijk niet aan je kleeft. Ik werkte hard. Ik werkte hard om te voldoen aan hoe het hoorde. Maar mijn impliciete kinderlijke vraag "is het zo goed?" werd nooit bevestigend beantwoord. Misschien wel omdat iedereen kennelijk nog steeds die vrouw in mij bleef zien, geïnterpreteerd als homoseksualiteit. En eerlijk is eerlijk, ik zag die vrouw ook. Maar liet dat niet toe. Stopte het weg. Niet goed. NIET goed! Maar wat ik ook deed, een normaal broertje werd ik nooit.

Het is heel bevreemdend om dit te moeten horen, na al die jaren. Misschien ken je de volgende situatie: je bent op een druk feest met vrienden en bekenden. Op het eind van de avond zegt een goede vriend tegen je: "Weet je dat je een snotje aan je neus hebt hangen?" En jij denkt alleen maar: "O mijn god, hoe lang al? Hoeveel mensen hebben dit gezien? Waarom heeft niemand me dit eerder gezegd? Wat een afgang!" Hoe zou het zijn als je dan ook nog een vlek op je shirt blijkt te hebben, je gulp open staat, er een vogelpoepje in je haar zit en je hondenpoep onder je schoenen hebt? Hoe zou dat zijn? Voel je dat al een beetje? Vermenigvuldig dit gevoel dan eens met 1000 en misschien kom je dan in de buurt bij hoe ik me nu voel.

Maar het belangrijkste is: mijn zusje steunt me. Daar ben ik heel blij mee. Ik ben blij dat ik haar broertje ben. Een normaal broertje? Nee, dat niet. Ik ben een vrouw.

zaterdag 8 september 2012

Tussenvorm

Vanochtend werden Man-ik en M. samen wakker. Fijn! Maar Man-ik voelde zich incompleet. Leeg. Hij miste borsten. Mijn borsten! Hij aarzelde om het tegen M. te zeggen. Zoveel ongedwongen momenten samen in bed knuffelend hebben ze niet. Moest hij dat dan gaan 'verpesten' met mijn borsten? Maar M. en hij hadden afgesproken eerlijk te zijn. Eerlijk over mij, eerlijk over het verlangen en eerlijk over de grenzen van M. Pfff, eerlijkheid valt nog niet mee... Dus kroop hij maar tegen haar aan. Zuchtend, als uitlaatklep voor zijn onrust en zijn aarzeling. Maar ja dat loste ook niks op. Uiteindelijk had Man-ik voldoende moed bij elkaar gezucht, en hij zei: "ik zou zo graag mijn borsten omdoen". "Ha! Zíjn borsten? Míjn borsten!", dacht ik nog. Maar M. reageerde niet zo kritisch; ze reageerde fantastisch, liefdevol. En even later lag Man-ik daar, naakt tegen M. aan, met een sport-BH aan, met zijn borsten er in. Mijn borsten! M. streelde hem, en hij ontspande. De leegte was opgevuld. Met mijn borsten.

En nu hebben ze inmiddels ontbeten, op het balkon in de zon. Man-ik met borsten, een leuk hempje aan, maar verder gewoon zijn eigen flodderbroek en met ongeschoren kaken. Een tussenvorm. Ik was het niet, hoewel het soms wel voelde alsof ik er helemaal was. Man-ik was het ook niet, want die heeft geen borsten. Het was een tussenvorm, een blend. Twee niet egaal gemengde kleuren op een palet. Gek genoeg was dit voor Man-ik en M. niet raar, hoewel het de eerste keer was dat ze op deze manier samen waren. M. zei nog: "Het is al zo gewoon geworden dat jij borsten hebt, dat het me eigenlijk niet opvalt dat je er verder niet vrouwelijk uitziet". Als Man-ik zich vrouw voelt, dan is hij kennelijk vrouw. Dan is hij mij. Dan ben ik er. Met of zonder baard. Met of zonder weggemoffelde piemel.

En nu douchen, aankleden en naar buiten, boodschappen doen. Nog genoeg te doen voordat S. komt om een weekend bij zijn papa te zijn. Aankleden dus. Maar hoe? Een lekker zomers jurkje aan? Het weer is er naar. Maar dan moet ik me helemaal optutten, want ik ga niet naar buiten als tussenvorm. Dat nooit! Ik ben een vrouw. En Man-ik is een man. Het voelt alsof er geen andere opties zijn. Op straat bestaat geen ongemengde verf. Daar moet je in een hokje passen. Man of vrouw. Kan ik er uitzien als man en me vrouw voelen? Lisa zonder borsten en met een baard? Of is dat Man-ik? En komt dan weer die leegte? Pfff, dit is vreselijk!

donderdag 6 september 2012

Vrijblijvendheid en vriendschap

Pasgeleden ging Man-ik wandelen met een goede vriend. Toen durfde Man-ik hem niet over mij te vertellen, weet je nog? Vandaag lukte dat wel. Met deze vriend heeft Man-ik heftige wandeltochten in de bergen ondernomen, mooie reizen naar uithoeken van deze wereld gemaakt. Samen roddelend over mooie vrouwen die ze onderweg tegenkwamen - daar moet ik Man-ik nog eens streng op aanspreken ;-). Samen bier drinkend in het youthhostel. Samen bikkelend tijdens de koortsige dagen van een door infecties belaste wandeltocht door de bergen. Een goede vriend met wie Man-ik heel openhartige gesprekken heeft gevoerd. Maar niet over mij dus. En dat werd hoog tijd! Misschien aarzelde Man-ik, omdat er een mooie vriendschap te verliezen is. Maar het klopte al een tijdje niet meer om mij voor hem geheim te houden. Immers, jezelf verbergen is ook een vorm van de vriendschap verliezen. 

Deze vriend, S., reageerde totaal verrast, en hij was geraakt. Zijn ogen glinsterden. Zijn eerste reactie was: "ik kan me er niks bij voorstellen, maar ik zie dat het voor jou echt een fundamentele zoektocht is". Hij kon Man-ik's verhaal horen; hij kon de betekenis tot zich door laten dringen, hij kon mij ontvangen. Hij was ook ontroerd doordat Man-ik het met hem deelde. Zoiets intiems, zoiets persoonlijks, met zoveel schaamte omgeven, toch delen. Dan laat je iemand wel heel dichtbij komen. Een compliment voor de vriendschap. En dat raakte S.

Man-ik vertelde over hoe klein de twijfel over zijn verlangen op dit moment geworden is. En hoe groot de angst is gebleven om het daadwerkelijk te doen. Ik hoorde Man-ik wel tien keer zeggen: "ik weet niet of ik dit durf door te zetten". Het is misschien fijn als een verlangen vrijblijvend is; als je er niet iets mee hóeft te doen. Maar dat punt zijn we volgens mij allang voorbij: ik kan niet meer weggedrukt worden. Dat nu ook S. er van af weet is in zekere zin een stok achter de deur. Nu sta ik sterker ten opzichte van Man-ik's angsten. Het wereldkundig maken van een verlangen duwt het lot immers in de goede richting (lees "De Creatiespiraal" van Martinus Knoope er maar eens op na). Misschien voelde Man-ik daarom troost toen S. zei: "Als je over een jaar besluit er toch van af te zien, dan mag dat. Ik zal je er niet aan houden". Maar nog troostender was wat hij toen zei: "Voor mij en voor onze vriendschap maakt het niks uit of je een man of een vrouw bent". En dat raakte Man-ik. En het raakte mij. Een compliment voor de vriendschap.

maandag 3 september 2012

Curiosum

Wat een curieus woord: curiosum. Ik las het op een blog van Fading Gender, een lotgenoot die al wat verder in het proces is dan ik. Daniëlle schrijft daar over de positieve reacties uit haar omgeving. De verbazing sijpelt tussen de regels door: waar zijn nu die negatieve reacties, waar is nu die afwijzing? En toen kwam dat woord: curiosum. Ze is zich bewust van het feit dat ze een curiosum is.

Inderdaad. Puur statistisch gezien geen speld tussen te krijgen: zij is een curiosum. En ik ook. En wat doen mensen als iets raar is (raar is volgens mij straattaal voor curieus)? Mensen reageren op twee manieren: nieuwsgierig ('Nooit eerder gezien. Interessant! Eens kijken wat het precies allemaal inhoudt...') of juist afwijzend ('Nooit eerder gezien. Dat kan niet goed zijn. Daar wil ik niks mee te maken hebben!').

Van de mensen in Man-ik's omgeving die van mijn bestaan afweten krijg ik veel steun, veel betrokkenheid. Ik word geaccepteerd. Mijn verlangen wordt gezien, misschien soms zelfs wel begrepen. Maar doen ze dat nu omdat ik een curiosum ben? Gaat hun opstelling veranderen als het nieuwtje er van af is? Als het minder curieus is geworden ('ja nou weten we het wel Man-ik, wanneer ga je weer normaal doen?'). Nee dat geloof ik niet. Hun betrokkenheid stroomt rechtstreeks uit de liefde die ze voor me voelen. Buiten deze kleine intieme cirkel van goede vrienden zal ik vast zo af en toe een curiosum gevonden gaan worden. Daar zal ik vast contacten verliezen. Maar op dit moment besta ik nog niet bij Man-ik's collega's, oud-schoolgenoten en andere kennissen. Dus probeer ik mijn angst om mensen kwijt te raken maar zoveel mogelijk te negeren. In de tussentijd ben ik ontzettend dankbaar naar M. En naar L.& M., A., Y., R.& H. en L. Dankbaar voor hun begrip. Hun steun. Hun geduld. Hun liefde. Zij geven mij het gevoel geen curiosum te zijn, maar een mens om van te houden.

zaterdag 1 september 2012

Man met Lange Nagels

Ooit was Man-ik een nagelbijter. En fanatiek ook. Dat doet hij al een jaar of tien niet meer. Maar zo lang als zijn nagels sinds een jaartje of twee zijn, waren ze nooit eerder. Want het zijn namelijk mijn nagels. Man-ik heeft mooi geëpileerde wenkbrauwen: zo dun kan nog nèt voor een man of eigenlijk nèt niet. En mooie lange nagels, die zijn handen optisch gezien wat slanker maken. Zodat ik er ook nog mee voor de dag durf te komen. Mooie lange nagels die eigenlijk ook nèt niet kunnen voor een man. Of misschien wel helemaal niet kunnen, want ze zijn stiekem de laatste maanden nog een ietsiepietsie langer geworden. Soms ziet Man-ik mensen in zijn omgeving er heel even naar kijken, maar ze leveren nooit opmerkingen, aarzelingen of gefronste gezichten op.

Gisterenavond was er wel een frons, bij S. Man-ik's zoon, heb ik hem tot nu toe genoemd. Ook mijn zoon, natuurlijk. Ook al kent hij mij niet. Maar mijn nagels inmiddels dus wel. Nooit eerder had hij ze bewust gezien. Nooit eerder was het tot hem doorgedrongen dat ze wel erg lang zijn. Kinderen zijn heerlijk normloos. Als ze niet al te rebels zijn, dan is hun norm gewoon jouw norm. Zoals jij bent, dat is normaal. Tot ze ontwaken en zichzelf en hun naasten gaan vergelijken met hun omgeving. Vanaf 8 jaar, staat in de boekjes. Tot aan hun pubertijd, waarin ze experimenterenderwijs hun eigen identiteit 'kiezen'. Helaas is S. de 8 jaar al voorbij, dus een vader die eigenlijk een vrouw wil zijn is niet vanzelfsprekend snel 'normaal'. En dus beginnen ook de lange nagels op te vallen.

Gisteren waren Man-ik en S. samen aan het lezen in een boek over seksualiteit en de ontwikkelingen die S. te wachten staan in zijn aarzelend begonnen pubertijd. En ze spraken natuurlijk over de toch nog wel stereotiepe man/vrouw beschrijvingen in het best nog wel moderne boek. En Man-ik probeerde die stereotiepen te nuanceren met allerlei voorbeelden uit S. zijn omgeving. En S. begreep het. Hij begreep dat er grijs zit tussen het zwart/wit onderscheid. Of beter gezegd: dat er lichtpaars zit tussen roze en blauw. Een belangrijke les. En toen keek hij naar Man-ik's handen. Hij keek en hij zag. Hij zag Lange Nagels. Zijn ogen gingen, heel subtiel, een klein beetje verder open. Een voorzichtig begin van een verbaasde blik. Die niet doorzette. Duidelijk geregistreerd dat er lichtpaars was, in plaats van blauw. En vermoedelijk direct genegeerd, of (en de wens is de vader van deze gedachte) direct geaccepteerd. In elk geval: de blik zette niet door. De ogen kwamen met een subtiele ontspanning weer op plaats rust. Heel even dacht Man-ik: zal ik? Zal ik het vertellen? Zal ik Lisa bekend maken? Mijn verlangen? Maar nee. Beter van niet. Eerst wat beter weten wat ik met dit verlangen wil gaan doen. En dan advies van professionals vragen over hoe S. daarin te begeleiden. En pas dan vertellen. Maar ja, wanneer?