woensdag 28 november 2012

Moe, moe, moe

Het eerste dat ik me bewust werd, was mijn gewoel. Langzaam registreerde mijn hoofd wat meer. Ik draaide en draaide zonder de juiste draai te vinden. Eindeloos probeerde ik een nieuwe draai, maar telkens bleek het niet de mijne te zijn. Hoeveel draaien heeft mijn lichaam in petto? En wanneer vind ik nu eindelijk eens míjn draai? Zodat ik weer verder kan slapen… Want dat was weer mooi mislukt; dat verder slapen. Nou ja, het was tenslotte ook al weer 5 uur… Tijd om op te staan…. :-(

Zo ging het vanochtend. Maar liefst vier hele uren geslapen. Dit was wel een diepterecord van de laatste weken. Meestal haalde ik de zes uur wel. Soms zeven. Maar waar bleef nou die magische acht? De keren dat ik de acht heb gehaald in de laatste maand zijn op één hand te tellen. En ik wil zo graag. Want ik ben zo moe.

Maar zo vaak wordt ik te vroeg wakker met onrust en onvrede in mij. En weet ik niet wat te doen. Me erover opwinden helpt niet, maar gaat zo makkelijk als je uitgeput bent. Ontspanningsoefeningen helpen niet, als ik opgefokt ben omdat het slapen weer niet gelukt is. De stress uit mijn lijf bewegen lukt niet, omdat ik te moe ben om me te bewegen. En zo spiraal ik dan hopeloos naar beneden.

Zoals vanochtend. Na gedraai en gewoel en pogingen tot ontspanning gaf ik me gewonnen. Ik kon niet slapen. En omdat klaarwakker in bed liggen mokken ook niet echt bijdraagt aan een betere wereld, ging ik me maar nuttig maken. De was opvouwen. Strijken. Mijn Lisa kleren wegwerken, omdat S. vrijdag komt. Lisa kleren…. hmmmm…. eerst toch nog maar even die mooie galajurk passen die ik alvast geleend heb voor de Kerstbrunch van de Vrouwengroep… Wauuuww!! Ik zag er super uit!!! Behalve die wallen onder mijn ogen dan…
 
En zo stond ik ’s ochtends voor zonsopkomst (zelfs nog voor de bouwvakkers aan het werk waren gegaan aan de overkant van de straat) in een prachtige galajurk mijn wasgoed op te vouwen en blouses te strijken… En ik voelde me mooi en gelukkig. En ik zou nog gelukkiger zijn met een zorgeloze nachtrust. Vannacht een nieuwe poging. Welterusten!

maandag 26 november 2012

Retro-emotioneel

Het schijnt zo te zijn dat je emoties door de hormoonbehandeling nogal in beweging komen. Uit eigen ervaring weet ik het niet, want zoals het er nu naar uitziet gaat het nog een ruime anderhalf jaar duren voordat ik aan de hormoonbehandeling mag beginnen… :-(

Maar ik vraag me wel af hoe heftig het dan gaat worden. De laatste maanden zijn mijn emoties behoorlijk ongeleide projectielen geworden. Alsof alles wat zich ooit maar ergens onder de oppervlakte had genesteld, of ergens door een poging tot acceptatie diep in slaap was geraakt, zich nu aan het roeren is. Spontane huilbuien komen inmiddels zo vaak voor dat ik me afvraag of ik ze nog wel spontaan mag noemen. Een verrassing zijn ze in elk geval al lang niet meer. Ik huil zomaar. Meestal ook maar heel kort. Maar ik voel me dan wel intens verdrietig. Soms voel ik het verdriet dat het kleine meisje in mij al die jaren gevoeld heeft omdat ze opgesloten zat. Soms voel ik mijn ouder-verdriet over de mogelijke pijn van S. wanneer hij over mijn proces te weten komt. Soms voel ik verdriet dat ik helemaal niet kan plaatsen. Gewoon verdriet. En zoals dat gaat met al het lijden: het heeft allemaal niets met het hier en nu te maken, maar met het verleden of de toekomst. Maar omdat je nu eenmaal niet in het verleden of in de toekomst kunt handelen, moet er kennelijk nu gehuild worden wat ik in het verleden verzaakt heb, of waarvan ik bang ben dat ik daar in de toekomst niet aan toe kom.

En het verleden roert zich op alle mogelijke manieren. Retro is in; kennelijk ook in mijn persoonlijkheid. Oude gevoeligheden uit mijn kindertijd zijn weer helemaal terug. Alle ergernis en gekwetstheid die ik als opgroeiend kind en jonge volwassene ervaarde over mijn vader, mijn moeder, mijn zussen, ervaar ik nu weer. Niemand kan me op dit moment zo hard kwetsen als mijn moeder. Alle onzekerheden die ik over mezelf ontwikkelde, voel ik weer. Alle mildheid en acceptatie die ik daarop in de loop der jaren had bereikt, lijken nu weer eventjes weg. Alsof ik het allemaal niet enkel als man moest accepteren, maar dat hele proces nu ook als vrouw mag gaan doen. Maar dan in een leven dat inmiddels is opgebouwd uit relaties en activiteiten die juist gebaseerd zijn op de afwezigheid van die onzekerheden en die angsten. Lekker dan!

zondag 25 november 2012

O kom er eens kijken...

Ik schreef al een paar keer hoe ontzettend veel steun en erkenning ik krijg van M. Nou om je een voorbeeld te geven: gisteren vond ik een letter in mijn Man-ik schoen…

Met daarbij een gedicht, met onder meer de regels:
“De Sint heeft laatst over jou gehoord,
dat iets jouw leven flink heeft verstoord.
Want jij hebt nu eindelijk erkend,
dat je eigenlijk een meisje bent.

Dus zet jij nu een mannen- of een vrouwenschoen,
Sint weet nu dat hij er een “L” in moet doen.
En ook al is de Sint reeds behoorlijk bejaard,
Hij ziet nog graag sexy hakken bij de haard.”


Okee, okee, dit komt niet van M. maar van de Sint. Maar toch viel ik huilend M. in de armen…

vrijdag 23 november 2012

Ik mis jou

Langzaam maar gestaag ben ik meer en meer vrouw aan het worden. Niet alleen uiterlijk (met de toenemende hoeveelheid Lisa-tijd), maar juist ook van binnen. Ik verander en alles in mij verandert mee. Man-ik is de laatste tijd steeds vrouwelijker geworden. Als je jezelf toestaat de aangeleerde dogma's van hoe een man zich moet gedragen los te laten, dan komt er ruimte. Ruimte die opgevuld wordt door een vrouw. Door mij. Het lastige is dat ik, tot het moment van mijn volledige coming-out, ervoor moet waken dat Man-ik niet te vrouwelijk wordt. Ik moet voorlopig nog wel passabel blijven als man. Dit vraagt voortdurende alertheid; doodvermoeiend!

Deze gekke tussenfase is niet alleen voor mij moeilijk. Ook voor M. Hoe knap en moedig ze ook hierin staat, het gaat voor haar echt niet vanzelf. Dat bleek gisteren weer.

Toen ik gisterenmiddag bij haar kwam voelde ik haar somberheid. Ze hield me op afstand; geen knuffel, alleen een vluchtige obligate kus. Op tafel stonden fotolijstjes. Fotolijstjes met nieuwe foto's. Foto's van Man-ik. Foto's van M. en Man-ik; mooie romantische foto's van ons samen. De foto's stonden in een halve cirkel op tafel en in het middelpunt van de cirkel zat M. haar ding te doen achter de laptop. Druk bezig. Geen aandacht voor mij. Ik had wat van mijn nieuwste Kalverstraat-aanwinsten aangetrokken, maar ze gunde ze nauwelijks een blik. Even later kwam er wel iets meer contact, maar er bleef iets tussen ons in hangen. M. was de hele dag afstandelijk en prikkelbaar. Door mij, dacht ik voortdurend. Maar omdat het mij makkelijk af gaat om die gedachte te krijgen, durfde ik die intuïtie niet te vertrouwen.

's Avonds kwam het er uit. M.'s prikkelbaarheid kwam op een hoogtepunt en ik gaf nogal bot aan dat ik er genoeg van had. Toen werd M. boos. Ze schreeuwde trut! naar me en liep huilend weg. Naar boven. Mijn hoofd draaide op volle toeren:
Blijf zitten, laat haar alleen. Ze wil alleen zijn want ze loopt weg...
Ze zei 'trut' tegen me. Wauw, wat een erkenning!
Hehe, eindelijk komt de ontlading...
“Ach, mijn meisje, kom hier dan hou ik je vast...
Ja, ik was wel een beetje een bitch met mijn gemene opmerking...

Mijn gedachten werden onderbroken door het geluid van boven. Ik hoorde M. huilen. Ze huilde diepe lange halen van verdriet. Dit was een diepe pijn. Ze huilde en huilde. Hard en eindeloos. Het deed me pijn om haar zo te horen. Omdat ik van haar hou en haar iets anders gun dan dit verdriet. En mijn intuïtie had me al de hele dag willen vertellen dat ik de aanleiding was voor haar verdriet. Maakte dat me schuldig? Nee. Voelde ik me verantwoordelijk? Tja. Eerlijk gezegd wel een beetje.

Ik ging naar boven, pakte haar vast en troostend gaf ik haar al mijn liefde. Toen ze wat kalmer geworden was zei ze: ik voel me fysiek niet zo op mijn gemak bij jou als wanneer je Man-ik bent. Er zit letterlijk iets tussen. Je make-up, je pruik, je borsten. Ik durf je niet te kussen vanwege je lippenstift; als ik je knuffel voel ik die siliconen.... Toen keek ze me aan. Haar ogen, rood en dik, glommen toen ze zei: ik mis Man-ik... Ik mis jou.... En ze huilde... Ik voelde de pijn van het verlies van Man-ik en mijn onmacht dit hele proces anders te doen. Ik omhelsde haar en zij omhelsde terug. Over alle drempels heen hielden we elkaar stevig vast. En we huilden. We huilden samen. Onze tranen spoelden alle sluiers weg die over onze liefde heen waren gevallen. We huilden en hielden van elkaar. Onze liefde is zo sterk. Deze keer zegevierde onze liefde. Maar de volgende keer...?

dinsdag 20 november 2012

Processie van Echternach

Drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Zo behoor je de processie van Echternach te lopen. Schrik niet, ik zit niet in Luxemburg op dit moment, aangezien het geen Pinksteren is en ik net terug ben van vakantie en nu dus even thuis moet blijven van mijn bankrekening. Maar mijn proces naar vrouw-zijn lijkt soms erg op deze processie. Vandaag ervaarde ik twee stappen achteruit.

Ik ging naar buiten. Winkelen. Om meer winter-proof kleding te kopen. Ik keek nog even in de spiegel die bij de voordeur hangt: tip-top in orde. Ik zag er prima uit. Ik pakte de voordeurknop en verstijfde. Ik verstijfde. Hoe lang was dat geleden? “Kom op meid”, zei ik tegen mezelf en ik ging naar buiten. Mijn hart klopte in mijn keel. Met bibberende handen pakte ik mijn fiets en ging de straat op. Het voelde alsof iedereen me aanstaarde, alsof iedereen keek. Ik voelde me stom, lelijk en raar.

Ik raakte in paniek. “Hoe kan dit nou? Hoe vaak heb ik dit nu al gedaan? Waarom maak ik me zo druk?” Wat niet echt bijdroeg aan de feestvreugde was dat ik me ineens afvroeg: “Wat nou als ik straks ná mijn operatie ook zulke dagen heb? Dan kan ik niet meer vluchten in mijn mannenrol. Dan wordt het nog een sociale fobie als ik niet uitkijk…”. En toen nam de paniek alleen maar toe. Ik wilde naar huis. Me verstoppen. Maar ik mocht het niet van mezelf. Ik vond dat ik mijn angst moest confronteren. Om hem te transformeren van gedachten in mijn hoofd naar ervaringen in het echte leven. En waar kun je dan het beste heengaan met een opkomende sociale fobie? Inderdaad: de Kalverstraat!

En daar liep ik, tussen drommen winkelende mensen. Ik dwong mezelf rechtop te lopen: borsten naar voren, hoofd rechtop. “Ontspannen…”, zei ik voortdurend tegen mezelf. “Ontspannen…” Ik dwong mezelf mensen aan te kijken, zeker degenen die mij aanstaarden. Pfff, dat viel nog niet mee. Maar het lukte! Als beloning mocht ik een kledingwinkel in. Maar toen werd het nog moeilijker. 'Op mijn gemak' rondneuzen in de rekken, contact met het personeel, pashokje in en uit… Pfff... Maar uiteindelijk geslaagd! Met mooie kleren én een succeservaring. Ik heb de Kalverstraat overleefd!



maandag 19 november 2012

Gestrekt been (met venijnig naaldhakje)

Mick van Trotsenburg was gisteren op de koffie bij de Vrouwengroep van Transvisie. Voor wie het niet weet: Mick is de directeur van het genderteam van het VUmc. Hij was er om al onze vragen te beantwoorden over de hormoonbehandeling bij het VU. Nuttig en leerzaam. En confronterend soms. Bijwerkingen: leverproblemen, botontkalking, bloedstollingsproblemen, depressies, chronische vermoeidheid, verlies van libido. Om maar wat te noemen. Wakkert dat mijn twijfel aan? Nee, eigenlijk niet. Gelukkig niet. Maar het doet me wel weer ten volle realiseren dat ik hier met iets groots bezig ben. Iets dat je niet serieus genoeg kunt nemen. De kalmte en zorgvuldigheid waarmee Mick onze vragen beantwoordde, gaf me het gevoel bij de VU in goede handen te zijn.

Dat gevoel werd niet unaniem gedeeld. Er waren vrouwen aanwezig die nogal kritisch waren over al die controles en waarborgen die de VU in het behandelproces heeft ingebouwd. Het zou transgenders nodeloos pathologiseren en het proces vertragen. Mick bleef kalm uitleggen dat die waarborgen belangrijk zijn omdat het genderteam geen onnodige complicaties op zijn geweten wil hebben. Vanwege beroepsethiek natuurlijk. En volgens mij ook vanwege de strategische risico’s. Ook het genderteam moet immers (net als de transgenders zelf) tegen de stroom inroeien. Er is een tegenstroom in de politiek, bij de zorgverzekeraars en binnen de VU zelf. Ik zie Mick als iemand die daarin recht overeind blijft staan, gedreven door zijn overtuiging dat transgenders geen keuze hebben en vanuit medisch-ethisch oogpunt geholpen móeten worden. En mijn interpretatie is dat hij graag wil voorkomen dat door onzorgvuldig handelen van zijn team tegenstanders een stok krijgen om mee te slaan. En dat is in ons aller belang, lijkt me.

Toegegeven, het voelt een beetje naar dat het soms lijkt alsof we niet om de VU heen kunnen. Een beetje meer concurrentie zou de professionele dialoog tussen behandelaars stimuleren en daar kan de zorg alleen maar beter van worden. Is het genderteam van de VU een monopolist die toetreding van andere spelers op de markt frustreert? Die indruk heb ik niet.

De verhitte discussie die gisterenmiddag ontstond deed me iets realiseren. Iets dat ik me ook realiseerde nadat ik op internet reacties las op de uitzending van ‘Debat op 2’ van eergisterenavond. Iets dat me ook al eerder was opgevallen: sommige transgenders zijn behoorlijk verongelijkt. Ze communiceren met gestrekt been, met een venijnig naaldhakje aan de voet. Alsof ze in een permanente staat van verdediging zijn en denken dat de aanval de beste verdediging is. Okee, de meeste transgenders hebben nogal wat te verduren gehad in hun leven: onbegrip, pesterijen, afwijzing, isolement. Om depressief van te worden en dat zijn veel transgenders dan ook wel eens geweest. Maar dat is nog geen reden om iedereen op voorhand te benaderen alsof ze tegen je zijn. Als je dan zo gevoelig bent voor discriminatie en vooroordelen, zorg er dan wel voor dat je zelf open en onbevooroordeeld blijft.

Ik herken het ongeduld. Ik herken de behoefte aan erkenning van wie je bent. Ik herken het gevoel van wanhoop over de complexiteit van dit proces. Maar blijf zien dat er velen, velen zijn die je steunen. Gun iedereen daarin de vrijheid om dat te doen op een manier die het beste bij hem of haar past. Ik gun Mick zijn ‘voorzichtige’ benadering. Op veel manieren voelt die goed voor mij. Mijn enige frustratie is dat er in het proces nogal wat wachttijd zit. Niet om medisch/psychisch-inhoudelijke redenen, maar om logistieke redenen: capaciteitsgebrek. Als de zorgverzekeraars wat minder voorzichtig zouden zijn met geld en de professionals wat minder voorzichtig zouden zijn met zich te specialiseren op genderdysforie, dan mag Mick met zijn team wat mij betreft lekker voorzichtig blijven…

donderdag 15 november 2012

Ik wil jou (2x)

Een tijdje geleden vertelde ik over mijn sollicitatie als vrijwilligster. Eergisteren was het moment daar: het kennismakingsgesprek. Tijdens ons telefoongesprek was de aap (of moet ik zeggen apin) al uit de mouw gekomen, dus die drempel hoefden we niet meer te nemen. Maar desondanks zag ik er als een berg tegenop. Was het kennismakingsgesprek nu écht bedoeld om kennis te maken of was het alleen maar om te checken of ik er wel mee door kon, als vrouw? Het voelde als een examen en een vleeskeuring tegelijk. Niet dat ik me beledigd voelde, ik kon me de voorzichtigheid van de coördinator van het vrijwilligerswerk heel goed voorstellen. Maar toch…

En zo stond ik te tutten voor de spiegel. Wankelend tussen “Oooh, je blijft die vervelende baardschaduw zien. Ze gaat me vast afwijzen” en “F*ck it, ze moeten me maar nemen zoals ik ben!”. Allemaal zorgen om niks. Ik schudde haar hand, stelde me voor en we gingen zitten. Na zo ongeveer een halve minuut smalltalk kwam ze terzake: “Okee, ik zal je even uitleggen hoe jouw werk er straks uit gaat zien”. Huh? Waar is nu de slag om de arm, de twijfel, de kritische vraag over mijn vrouw-zijn? Volledig geaccepteerd. Helemaal welkom zoals ik ben, ook in deze baardschaduw-fase… Ik wist niet wat me overkwam. Hulde aan stichting Vier het Leven!

Vandaag was ik onderweg met de auto. Ik moest tanken… slang erin, volgooien en betalen. Een routine die ik als man al honderdduizend keer heb uitgevoerd en die als vrouw tóch echt even wennen is. Bukken om de LPG-slang aan te koppelen op hakken en met een rokje aan gaat toch echt anders dan met jeans en sneakers…
 
Maar toen gebeurde het: ik had betaald en ging in mijn auto zitten om weg te rijden. Ik stak de sleutel in het contact en ik hoorde getik. Geen getik uit de motor, maar getik op het raampje naast me. Ik keek en zag een man staan, eind twintig begin dertig, en hij gebaarde mijn raampje naar beneden. Hij zei: “ik stond zojuist achter je bij de kassa en ik vroeg me af of je een keer wat met me zou willen drinken…”.

Paf. Eén droge paf. Zo klinkt het als je met stomheid geslagen wordt. Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn hoofd ging aan de slag:
“Jeetje deze jongeman heeft wel een heel rare fetish. Het is toch duidelijk hoe mijn vork in mijn steel zit? Gatver, wat een viespeuk!”
“Nee helemaal niet. Vind ik mezelf vies? Nee toch? Waarom is het dan vies als iemand zich tot mij aangetrokken voelt?”
“Hij heeft in elk geval wel lef dat hij het zo recht voor zijn raap vraagt!’
“Ja allemaal leuk en aardig, maar ik wil niet gezien worden als een rariteit!”
“Maar ben je dan een rariteit? Je zit in een tussenfase tussen man en vrouw. Dat is geen rariteit, maar een noodzakelijke fase.”
“Ja maar…”


Dwars door die drukte in mijn hoofd heen stamelde ik naar hem: “Dapper dat je het vraagt, maar nee dank je ik heb geen interesse”. “Mag ik dan je telefoonnummer?”, drong hij aan. “Nee hoor, sorry”, volhardde ik. Hij droop af, ik deed mijn raampje weer dicht en reed weg. Ik haalde diep adem en keek naar beneden, naar mijn lichaam. Het was alsof ik ineens zag wat hij had gezien. Een mooie vrouw. En ik voelde me gevleid. Fetish of niet, hij vond mij aantrekkelijk. Wat een vet compliment!! De glimlach op mijn gezicht was haast breder dan de snelweg waar ik op in voegde.

zaterdag 10 november 2012

Dubbelleven

Het is grauw en koud in Nederland. Mijn lichaam is zich rot geschrokken en vraagt zich af waar de Balinese zon gebleven is. Ik moet aan het werk. Gisteren heb ik direct na thuiskomst de wasmachine gevuld: bh’s, strings, rokjes, jurkjes, hempjes en shirtjes. Dat alles hangt hier nu aan het droogrek. Een overduidelijk bewijs van mijn vrouwelijke bestaan. Een bestaan waar S. niks van af weet. En S. komt vandaag, dus ik moet snel de was opvouwen en opbergen in de kast.

En ik word verscheurd. Ik hunker er naar om hem weer te zien, om hem te knuffelen, om samen te zijn. En ik walg er van dat ik daarvoor weer moet doen alsof ik een man ben. Ik walg er van dat ik een rol moet gaan spelen. Een rol waar ik me decennialang in bekwaamd heb, maar die me steeds meer met afgrijzen vervult. En ik voel me een leugenaar. Ik heb vandaag nog geen woord tegen S. gezegd of verzwegen en ik voel me nu al een leugenaar. Hoe lang houd ik dit dubbelleven nog vol? Ik wordt er doodmoe van om telkens om te schakelen. Om voortdurend op mijn hoede te zijn om uitlekken te voorkomen. Om steeds mezelf te verbergen en niet te delen wat me zo bezighoudt.

Ik kijk naar buiten. Het is nog steeds grauw en grijs. Ik zie op straat vrouwen lopen. En ik ben jaloers. Ik ben jaloers op die vrouwen. Op hun rokjes en dikke panty’s. Op hun enkellaarsjes. Op het geluid dat die maken terwijl ze voorbij komen lopen. Ik wil vrouw zijn, helemaal. En ik wil het nu! Mag het nu…?

vrijdag 9 november 2012

Souvenirs uit Bali

Het is nacht. Door het raampje van het vliegtuig zie ik de sterrenhemel. We zijn op weg naar huis, de poolster wijst ons de weg. Achter (en ver beneden) ons ligt Bali. In mijn hart en in mijn rugzak draag ik souvenirs met me mee. Souvenirs aan drie weken Bali. Drie weken waarin heel veel Lisa-tijd was. Meer dan een derde van de tijd was ik helemaal vrouw; dat is meer dan in mijn normale leven. Ik heb twee coming-outs gehad, eentje vrijwillig (in de groep) en eentje ongepland (de ex-collega). Ik heb getwijfeld, gehuild en ben bang geweest. Ik ben de weg naar mijn vrouwelijkheid kwijtgeraakt en heb haar weer teruggevonden. Ik ben mijn relatie met M. kwijtgeraakt en heb ook die weer teruggevonden. En ik heb mezelf teruggevonden. Deze reis heeft mijn verlangen helemaal vrouw te zijn nog verder aangewakkerd.

Ik ben geïnspireerd geraakt door de bijna allesoverheersende aandacht en toewijding die Balinezen hebben voor schoonheid, expressie en rituelen. Zij hebben mij geleerd dat er geen inhoud kan zijn zonder vorm. Hun spiritualiteit bestaat dankzij de aanwezigheid van aandacht voor hun goden, in offertjes die meer dan eens per dag gebracht worden, in ceremonies die vaker gehouden worden dan goed is voor de ontwikkeling van de materiële welvaart van het land. En zo is het ook met mijn proces; met mijn verlangen. Ik ben vrouw. Een vrouw die zich gaat manifesteren, materialiseren, in schoonheid, expressie en rituelen. Ik kan alleen bestaan als ik vorm geef aan wie ik ben. Geen inhoud zonder vorm. Geen vrouw zonder vrouwelijke expressie.

Als ik thuis ben ga ik een tempel oprichten in mijn huis, net als alle Balinezen hebben. Geen tempel voor een collectieve spirituele beleving. Maar een tempel als expressie voor mijn eigen pad. Als basis voor rituelen om mijn verlangen te vieren. Als plek om de belangrijkste god te eren die er bestaat: de god in mij. Deze god is een godin. Een godin die moeilijke stappen gaat zetten. Een godin die alleen kan bestaan bij de gratie van schoonheid, expressie en rituelen. De schoonheid van het vrouwelijke lichaam dat ze zal creëren. De expressie van haar vrouwelijkheid in al haar relaties. De rituelen die haar telkens weer zullen herinneren aan de koers, ook bij de tegenslagen en moeilijkheden die ze zal ontmoeten.

Deze godin ben ik. De tempel is mijn spiegel. Om me moed te geven dit hele proces aan te gaan en alle moeilijkheden te aanvaarden. Om uiteindelijk deze godin op aarde te brengen.

En terwijl ik door het raampje de duisternis in tuur, zie ik weer die heldere stip die ons de weg wijst en ik stel me voor dat het Venus is.

woensdag 7 november 2012

Seksuele energie… maar welke?

Vanochtend was ik weer om zeven uur wakker. Net als thuis heb ik hier een bouwplaats om de hoek en een school tegenover. Hier beginnen de kinderen al om zeven uur!

In ons bed hing een seksuele spanning. M. en ik wilden vrijen. Je zou denken: zo gezegd zo gedaan. Nou… nee. Want wie was ik? Een zachte vrouw die knuffelseks wilde? Een viriele man met een erectie die hij wilde gebruiken? Ik schommelde heen en weer en wist niet goed wat te doen. Wat wilde M.? Moeilijk te peilen. De knuffelseks werd beantwoord. Okee, knuffelseks dus.

Totdat M. zich ineens omdraaide. Kramp in haar buik. Die ging niet weg. Maar haar zin in seks wel; ik mocht haar niet meer aanraken. Ze trok zich in zichzelf terug. Duidelijk boos, maar waarover? “Heeft het met mij te maken? Ja natuurlijk heeft het met mij te maken”, vulde ik in. Ik durfde het haar niet te vragen.

Na een half uur tegen een boos gezicht aangekeken te hebben, was ik er klaar mee. Met gemok schieten we niks op. Ik zei: “Ik zou graag willen dat je zegt wat je dwarszit”. En toen kwam het: haar verlangen naar stevige mannelijke seks strandde in mijn geknuffel (oeps, had ik toch verkeerd geïnterpreteerd). En haar frustratie groeide door haar angst straks helemaal geen makkelijke seks meer met mij te kunnen hebben. Dat deed haar vreselijk pijn.

Het besef dat ze pijn heeft door de situatie waar we in zitten, maakte mij verdrietig. We huilden samen. Om onze onmacht dit probleem weg te nemen. Om ons gebrek aan vaste grond. Om de moordende onzekerheid over onze toekomst. Het lijkt soms aantrekkelijker te stoppen met onze relatie, dan doen we elkaar geen pijn meer. Er is alleen één beletsel: we zijn te gek op elkaar!! Onze uitdaging blijft communiceren; te zeggen wat we van de ander willen. De ander kan dan besluiten of-tie dat kan geven.

Na het huilen kusten en knuffelden we elkaar. En de seksuele energie ontvlamde weer. En ik gaf M. stevige mannelijke seks. Niet omdat ik het voor mezelf wilde, maar omdat zij het graag wilde en ik het haar kon geven. Het mannenlijf van mij werkt immers prima. Ik gaf haar wat ik te geven had. Maar het deed me verdriet. Verdriet om de rol die ik nam, maar eigenlijk niet wilde. Deed ik mezelf hier geweld aan of is dit vrouwelijke opofferingsbereidheid? Of is dat niet gewoon hetzelfde?

Door mijn tranen aarzelde M., maar ik zei: “ik wil het jou graag geven”. En zo vrijden we, mannelijk en stevig. Zoals ze wilde. Niet wat ik graag zelf wilde, maar ik wilde het haar geven. En ik kon het haar geven. Nu nog wel…

dinsdag 6 november 2012

Ach mens, ga toch koken!

Het enige recht van een vrouw is het aanrecht. Flauwe grap. Typische mannenhumor. Maar als het dan een Balinees aanrecht is en we Balinees mogen koken, dan graag! Vandaag deden M. en ik een workshop Balinees koken met Nyoman van Green Kitchen.

Nyoman haalde ons op bij het hotel. Ik stelde me voor: “Lisa”, en hij schudde mijn hand. Geen spoortje ongemakkelijkheid, aarzeling, herkenning of wat dan ook bij hem. Dat was anders op de markt waar Nyoman ons mee naar toe nam om inkopen te doen. Daar werd ik veel aangestaard en regelmatig ronduit toegelachen (“…uitgelachen?” dacht het onzekere meisje in mij steeds…). Balinezen zijn ongegeneerd. Schaamteloos lachen ze me in mijn gezicht toe (“uit?”). Schaamteloos staren ze me minutenlang aan. En zonder aarzeling geven ze me complimentjes over hoe mooi ik ben (“voor een man in een jurk”, hoorde ik er dan in mijn hoofd soms bij). Veel Balinezen doen trouwens net alsof ze niet zien dat ik een vrouw in een mannenlijf ben. Maar dan wel steelse blikken werpen omdat ze hun ogen niet geloven.

Zo ook Nyoman. Tijdens ons directe contact deed hij alsof zijn neus bloedde, maar als ik in zijn keuken bezig was met groente snijden of kokos raspen en hij M. aan het instrueren was, dan keek hij. Dan staarde hij net als de andere Balinezen. Als ik terugkeek, hadden we even oogcontact voor hij uit beleefdheid wegkeek. Het ging eigenlijk bijna net zoals het in Nederland altijd gaat, alleen kijken de Balinezen langer en openlijker en voel ik geen oordeel in hun blik of reactie. Balinezen zijn zo in balans dat ze door mij niet uit balans gebracht worden.

Mijn vrouwelijkheid kreeg gedurende de dag telkens een boost. Of het nu M. was die in de gesprekken met Nyoman steevast naar mij verwees met “she”, of de taxichauffeurs die me later die dag op straat nariepen met “hey lady, taxi?”, ik werd er blij van!

’s Avonds laat gingen M. en ik nog zwemmen in het zwembad van ons hotelletje. Een herhaling van het badpakken-succes van een paar dagen geleden! Heerlijk om mijn mooie vrouwenlijf te zien in het water. Sierlijk, rond. Mijn lijf. Het lijf dat ik wil hebben! Pfff, ik ben zo bang voor alles wat ik nog het hoofd moet bieden voor het zover is!

maandag 5 november 2012

Scootermeisjes

De dagen in Ubud zijn Lisa-dagen. Zo was het gepland. Dus ook deze dag. Maar toen Man-ik zich ging douchen en scheren was hij man. Toen hij zijn geslachtsdeel afplakte was hij man. Toen hij mijn borsten omdeed was hij man. Toen hij uiteindelijk met M. ging ontbijten was hij man. Een man in een jurk.

Hij voelde zich de hele dag ongemakkelijk: waar was Lisa nou? Pech gehad Man-ik! Eigen schuld. Je wilde mij er toch niet bij hebben gisteren? Dan kun je nu wel krokodillentranen huilen bij M., maar je hebt het verdiend!

Was ik de hele dag zo hardvochtig? Nee. Soms was ik er wel. Héél eventjes. Niet te lang, want ik wilde een punt maken. Maar sommige momenten waren te mooi om voorbij te laten gaan. Zoals het rijden op een scooter! Geen roze, zoals in mijn dromen, maar brandweerrood is ook mooi. Soms piepte ik even helemaal in Man-ik’s lijf en dan voelde ik me vrij: rondtoeren door de rijstvelden van Bali, op een scooter met M. achterop… genieten!
 
Man-ik was nederig naar me, schuldbewust. Hij zag er de ironie wel van in dat hij vandaag door de zon verbrand was en nu op zijn borst en rug rode plekken heeft, waarin je duidelijk een decolleté en bh-bandjes ziet. Dat kan hij thuis niet echt aan S. uitleggen over een paar dagen. Dat wordt met de deur dicht douchen tot het is weggetrokken… :-)

Okee, misschien is Man-ik hiermee genoeg gestraft. We zullen zien, morgen…

zondag 4 november 2012

Onderdrukking

Moet ik Lisa-dagen inplannen of van mijn gevoel laten afhangen? Een centraal dilemma in mijn dubbelleven. Vandaag werd ik volledig in mijn vrouwelijkheid wakker; mijn hele lijf was vrouw. Maar dit was een reisdag. We zouden in een propvol Balinees busje zonder airco van Pandang Bai naar Ubud reizen. Dat geklots, schouder aan schouder met Balinese reizigers, en het gesjouw met een rugzak van 17 kilo zag ik niet zitten met een verzengende 40 graden en een hete pruik op mijn hoofd. Het was praktischer om gewoon als Man-ik te gaan. Maar het voelde niet goed. Ik wilde vrouw zijn!!

Om praktische redenen schikte ik me. Er lagen drie dagen in Ubud in het verschiet waarin ik helemaal vrouw zou kunnen zijn. Nu even pas op de plaats maken klonk natuurlijk allemaal heel reëel, maar toch voelde het oneerlijk. Ik voelde me vrouw, waarom mag ik dat dan niet laten zien?

’s Middags, eenmaal in Ubud aangekomen, werd de innerlijke onrust te groot. Het was de ontevreden Man-ik die ik zo goed ken: zwijgzaam, chagrijnig, prikkelbaar: er wrong iets van binnen. Iets dat er uit wilde. Iets dat hij niet onder ogen wilde zien. Van alle mogelijkheden die hij had, koos hij voor verdoving.  Met seks. Met kinky seks alsof Man-ik hard aangepakt moest worden. En hij kreeg kinky seks. M. pakte Man-ik hard aan.

Weg onrust, weg prikkelbaarheid. Eindelijk stil van binnen. Maar ook: weg Lisa. Ik voelde me aan de kant gezet, mijn mond gesnoerd. Bruut opzij geschoven zoals Man-ik dat jaren gedaan had. Waar was nou onze afspraak? Ons onderzoek? Dit was weer de oude Man-ik die het niet aangaat met mij. Die mij wegstopt. Onderdrukt! Ik ben boos!! Ik zal je krijgen, Man-ik!!!