maandag 31 december 2012

De lange weg naar huis

Eergisteren schreef ik nog dat terugkijken lastig is als je midden in de emotie van het moment zit. Eigenlijk is het dus een rare gewoonte om aan het eind van het jaar al terug te kijken naar de maanden die achter je liggen. Je staat waarschijnlijk nog met minimaal één been in de emotie van het moment. Deze blogpost beschouw ik dan ook niet als een oudejaarsconference, waarin ik het hele afgelopen jaar een duidelijk perspectief geef. Ik blik terug omdat er de afgelopen dagen twee dingen gebeurd zijn waardoor ik niet anders kan dan de balans opmaken.

Gisteren was ik met mijn zus. Ik vertelde haar al een paar maanden geleden over mijn verlangen en dit was eigenlijk pas de tweede keer dat we er over spraken. In haar hectische leven is het moeilijk om een moment te vinden waarop er geen partner of één van haar zes (!) kinderen meeluisteren. Ze had nagedacht over mijn pad. Ze wilde heel graag dat het mij het geluk zou brengen waar ik naar op zoek ben. En tegelijk was ze kritisch. Ze weet dat ik zo slim ben dat als ik dit echt wil, dat ik de psychologen allemaal kan doen geloven dat ik genderdysforie heb, zelfs als dat niet zo is. Ze heeft gelijk; dat zou ik inderdaad kunnen. Maar dit is geen spelletje. Dit is bloedserieus. Ik ben in elk geval slim genoeg om te weten dat de waarheid alleen aan het licht komt als ik kwetsbaar durf te zijn. Dus dat ben ik geweest in de gesprekken met de psychologen die mij bijstaan. En zij bevestigden mij (aanvankelijk tot mijn eigen schrik) dat ik in het verkeerde lichaam zit. Mijn zus zei ook nog dat ze wil voorkomen dat straks, als alles achter de rug is, ik er achter kom dat ik me toch vergist heb. Tja, dat is mijn eigen grootste angst. Ik had hem net weer een beetje onder controle, maar door haar opmerking laaide hij weer even op. Maar toen kwam er verzet in mij: nee, ik laat me niks meer aanpraten! Niet door mezelf en niet door anderen. Ik ben op de goede weg! Dat kon ik weer heel duidelijk voelen door wat er de dag daarvoor was gebeurd.

De dag daarvoor ontmoette ik Persia West. Ze was in Nederland voor een lezing over haar ervaringen in het ontrafelen van de geheimen van het leven en haar genderidentiteit. Ze schreef er een mooi boek over (The Choice) met filosofische en spirituele levenslessen gekleurd door haar eigen gender-transitieproces. Persia vertelde zoals ze schrijft: vlot, aansprekend, down-to-earth en met typisch Engelse ironie en zelfspot. Heerlijk als spiritualiteit zo aards wordt neergezet. Haar aandachtige en open aanwezigheid bij de lezing was inspirerend voor me. Er is één zin in haar boek die me bijzonder raakte: “I now feel that what I used to consider to be cursed – my ethereal nature and the gender of my heart – is now a blessing, and I wouldn’t have life any other way. The long road back home was worth the trouble”. De lange weg naar huis was het waard.

Ik sta ook op zo’n lange weg. Als ik achterom kijk dan zie ik een jaar achter me liggen waarin ik grote stappen heb gemaakt. Het jaar waarin ik aarzelend een blog ben begonnen dat inmiddels duizend pageviews per maand haalt en lotgenoten troost en inspireert. Het jaar waarin ik mezelf écht als vrouw heb durven laten zien. Het jaar waarin ik mezelf heb aangemeld bij de VU. Dit jaar begon met een totaal gebrek aan richting. Ik wist niet wat ik met mezelf aanmoest en hoever ik mocht bestaan in het leven van Man-ik. Maar het is totaal omgedraaid. Ik ben vrouw en ik ga helemaal vrouw worden. 2013 wordt het jaar van mijn grote coming-out. Het jaar waarin ik volledig als vrouw zal gaan leven. Het jaar waarin ik bij de VU eindelijk met de diagnostische fase mag beginnen. Belangrijke stappen op mijn lange weg naar huis.


zaterdag 29 december 2012

Quantumlogica

Lisa-dag. Het is een raar woord. Want dat ik een vrouw ben, dat ik Lisa ben, betekent toch dat het altijd een Lisa-dag is? Ik ben toch elke dag ik? Ik besta toch niet af en toe wel en af en toe niet? Maar hoe zit dat dan met Man-ik? Die bestaat toch ook? Ik zie hem regelmatig in de spiegel. Anderen zien hem regelmatig werken, theater maken, klussen, papa zijn. Hij bestaat en ik besta. Allebei altijd. Dit is een staaltje quantumlogica dat ik nog erg lastig vind.

Graag zou ik de antwoorden op de grote vragen vinden. De grote vragen waar ik mee worstel. En waar ik dit blog mee volschrijf. Als ik mijn eigen blog lees dan bekruipt me soms het gevoel dat ik volkomen geschift ben. Een radeloze twijfelaar op jacht naar niet bestaande antwoorden; Don Quichot eat your hart out. Maar ik hoor zo vaak van andere transgenders dat mijn blog zo herkenbaar is. Dus kennelijk is mijn conditie ‘normaal’. Dit is hoe het bij anderen ook gaat. Een geruststelling met een wrange smaak. Want stiekem hoopt mijn filosofische hart dat er achter al die angsten en pijn van het moment een logische lijn zit. Een samenhangend verhaal. Een verhaal met antwoorden op de vraag wie ik ben.

Als je terugkijkt zie je altijd beter wat de betekenis, de reden, het nut is geweest van bepaalde gebeurtenissen. Terugkijkend zie je de samenhang. Een samenhang die je, als je de lijn doortrekt naar de toekomst, een logische koers geeft. Waar je dan met vertrouwen wel (of niet) voor kunt kiezen. Vandaag voel ik dat mijn idee dat ik een vrouw ben klopt. Maar mijn angst en mijn pijn staan me nu nog teveel in de weg om terugkijkend de samenhang te zien. En dus hobbel ik maar verder. Voor mijn gevoel koersloos. “Laat de controle los en heb vertrouwen”, zegt mijn innerlijke boeddha. Maar aan de buitenkant ben ik een meisje in paniek. Ik ben die boeddha en ik ben dat meisje in paniek. En ze zijn er allebei altijd. Het zal wel weer quantumlogica zijn…

vrijdag 28 december 2012

Sportvrouw van het jaar

Een dip-dag. Dat was het vandaag. Ik had onrustig geslapen, werd vroeg wakker en stond na drie kwartier zelfmedelijden moe op. Het was dat ik naar de ontharingssalon moest, want anders was ik blijven liggen. Ik werd niet eens blij van de behandeling. Terwijl ik zo’n hekel heb aan mijn baard. Maar ja, de laatste dagen ben ik emotioneel verdoofd. Ik doe mijn ding, plichtsgetrouw. Omdat ik weet dat ik anders wegzak in totale lethargie. Dingen doen helpt. Dus dat ik de afgelopen dagen geklust heb bij M. was niet alleen voor haar nuttig…

Maar vandaag wilde ik niks doen. Ik voelde me vandaag geen vrouw. Ik voelde vandaag geen blijdschap over het pad dat ik bewandel. Ik voelde het allemaal niet. Ook niet nadat ik vanmiddag drie uur spelletjes heb gespeeld op Facebook (gek: suffe spelletjes spelen heeft me nog nooit geholpen me beter te voelen en toch was ik weer teleurgesteld dat het niet hielp…). En toen kwam ineens een sprankje discipline. Een sprankje motivatie. “In beweging komen!”, riep een strenge stem in mij. Ja okee, okee, ik ga al… Computer uit, en Man-ik’s hardloopkleren aan. Want sporten helpt. “Waarom niet als vrouw?”, bemoeide die stem zich weer. Jeetje, maar ik kan toch niet gaan hardlopen met mijn pruik en borstprothesen? Zit ik straks met zo’n zweterige stinkende pruik? Zo’n natte hond op je hoofd… Pffff, okee, okee, alleen de borsten dan. Als test.

Na drie keer voor de spiegel vastgesteld te hebben dat je de borsten niet zo heel erg kon zien onder Man-ik's wijde windjack (want half vrouw vind ik eigenlijk ook maar niks), ging ik naar buiten. En ik rende. En bij elke pas wiegden mijn borsten heen en weer. Wat een fijn gevoel! Ik voel mijn borsten bewegen! Heen en weer, bij elke stap. Ik ben een vrouw! En ik kan nu al rennen als vrouw. Rennen met prothesen, zonder dat ze eruit vliegen… Pfff, wat een opluchting… Nog even en ik word blij. En fanatiek. En voordat je het weet ben ik dan sportvrouw van het jaar…

donderdag 27 december 2012

Verhalen maken

Emoties. Ze borrelen op. Gewoon wanneer ze willen. Vaak sluimerend. Soms in-your-face. En meestal is niet in één klap duidelijk waarover ze gaan. Zoals nu: “Okee, okee, ik ben moe. Ik wil opgeven. Ik voel me alleen. Ik voel me weerloos. Dat is neerslachtigheid. Duidelijk. Nou ja, duidelijk... Het is helemaal niet duidelijk! Waarom voel ik dit? Wat wil dat gevoel mij zeggen?” Je ziet het; als zo’n gevoel opkomt, dan start in mij Het Nadenken. Altijd. Dus nu ook. Om te proberen het gevoel betekenis te geven. Zodat ik weet wat ik moet doen of juist niet moet doen. Nadenken… eigenlijk is fantaseren is een beter woord. Want fact-checking is lastig bij gevoelens. Je kunt ze niet in een reageerbuisje stoppen, langs een liniaal leggen of opzoeken in je Binas om ze te identificeren. Je kunt hun betekenis alleen maar indirect herleiden. Via je fantasie. Verhalen maken, en dan voelen welke het beste klopt. Verhalen maken…

“Er was eens, nog niet zo lang geleden, een gevoel. Niet zomaar een gevoel, maar Een Somber Gevoel. Een Gevoel Van Opgeven. Dit gevoel kwam zomaar ineens op. Nou ja, zomaar. Dit gevoel was al een eerder opgekomen. En ook bij dezelfde vrouw. Vrouw? Ja vrouw. Ze is geboren in een mannenlichaam, maar ze is een vrouw. Tenminste, dat zegt ze zelf….”

En dan komt er altijd wel verklaring naar boven die me doet twijfelen. Zoals nu. Die verklaringen klinken natuurlijk best reëel; ik ben niet gek. Als ik iets fantaseer, als ik iets pieker, dan snijdt het wel hout natuurlijk. Piekeren is sowieso een tamelijk nutteloze bezigheid en als je dan ook nog onzin zou piekeren dan ben je helemaal dom bezig. Ik zou je alle verklaringen die nu in mijn hoofd rondzingen kunnen opsommen, maar dat doe ik niet. Je hebt ze vast allemaal al eens een keertje voorbij zien komen op dit blog (dat is nog zo’n belangrijke vuistregel van piekeren: vooral veel in herhaling vallen!). En de essentie is: ik ben bang. Doodsbang.

Wat moet ik nu doen? Ik weet het niet. Ik weet het werkelijk niet. Ik weet niet wat de rest van mijn leven allemaal voor me in petto heeft. Ik weet niet wat het volgend jaar allemaal voor me in petto heeft. Ik weet eerlijk gezegd niet eens wat de dag van morgen voor me in petto heeft. Het enige dat ik kan doen is loslaten. De gedachte loslaten dat ik iets moet doen. Misschien mag ik gewoon eventjes ontspannen en meedeinen in dit complexe proces. En vertrouwen hebben. Vertrouwen dat hoe het ook afloopt en welke pijnlijke hobbels ik allemaal ga tegenkomen, ik altijd liefde zal ontvangen. Ik krijg nu al zoveel liefde en steun uit mijn omgeving voor dit proces. En de afgelopen feestdagen hebben S. en M. me weer zoveel liefde gegeven. Onvoorwaardelijke liefde. Ik vertrouw erop dat hun liefde lang bij mij blijft. En dat er hoe dan ook altijd wel iemand zal zijn, die een arm om mijn schouder zal slaan als ik die nodig heb. En misschien, heel misschien leer ik in dit proces ook nog hoe ik mezelf de liefde kan geven die ik nodig heb…

zaterdag 22 december 2012

Hokje afbreken

“Welterusten”, zei hij terwijl hij mij omhelsde. Zijn lange dunne arm rolde zich om mijn nek, mijn kin gleed over zijn schouder. En terwijl mijn gezicht zich in zijn kussen begroef, huilde ik. Onhoorbaar en zonder schokken. Met nog net ingehouden tranen. Maar ik wist dat ik de tranen niet lang meer kon uitstellen. “Ik hou van jou”, fluisterde ik in zijn oor. “Ik ook van jou”, fluisterde hij terug. Ik kuste hem op zijn mond en klom van zijn hoogslaper af. Terwijl ik me omdraaide, zei hij nogmaals welterusten. Ik liep zijn kamer uit, liep naar mijn eigen slaapkamer, sloot de deur en ging op de rand van mijn bed zitten. En ik huilde…

Voordat S. naar bed ging had ik hem nog voorgelezen. Vast ritueel. Ook als je elf jaar bent is het fijn als papa je nog voorleest. En daar zat ik met een spannend fantasy-boek uit de bibliotheek op schoot. En ik keek naar hem. Mijn grote jongen, zich koesterend in mijn aandacht en in gedachten reizend in het land waar het verhaal uit het boek zich afspeelde. Hij keek naar mij en zag Man-ik, zijn papa. En diep verscholen in Man-ik keek ik ook naar hem. En ik voelde me ellendig. Ellendig over wat ik hem ga aandoen.

S. zijn wereld wordt elke dag groter. En S. probeert alle nieuwe ervaringen een plek te geven in het bekende. Om het allemaal nog een beetje te begrijpen. Zeker voor een tiener is dit proces haast niet bij te benen. Daarom klampt S. zich nu vast aan duidelijke hokjes: dit is goed en dit is fout; dit is stijl (het nieuwe cool), en dit niet; dit is mannelijk en dit is vrouwelijk. Met name die laatste scheidslijn heeft zijn bijzondere interesse. Omdat hij nu aan het ontdekken is wat het eigenlijk inhoud om een man te zijn. Wat er van hem verwacht wordt.
 
En juist op het moment dat hij het zo nodig heeft om de wereld in heldere hokjes te verdelen ga ik hem in verwarring brengen… Al mijn gedrag, al mijn voorkeuren, al mijn meningen die hij jarenlang geobserveerd heeft en waarvan hij onbewust aannam dat ik daarin een mannelijk voorbeeld was, ga ik in een nieuw perspectief zetten. Ik ga zijn hokje afbreken. Tot op de grond. En hem in totale vertwijfeling brengen.

Dit besef drong weer tot me door toen ik S. zojuist welterusten knuffelde. En het deed me pijn. En ja, ik hoorde ook de stem die zei dat ik S. hiermee een fundamentele wijsheid ga meegeven. Dat je voor jezelf mag kiezen; dat je mag zijn zoals je wilt zijn. Dat is ook waar, die les is er ook. En met die gedachte verzacht ik mijn pijn; elke keer als hij opkomt. Maar hij blijft opkomen. En telkens doet het pijn…

vrijdag 21 december 2012

Transitie of nieuw begin

In september schreef ik al eens over hoe vertrouwde sociale omstandigheden (bijvoorbeeld je vroegere gezin) je nogal kunnen vasthouden in specifiek gedrag. Gedrag dat je ooit in die sociale situatie had ontwikkeld en waar je niet meer los van komt. Ook al ben je inmiddels dat gedrag eigenlijk al ontgroeid. Denk daar maar eens aan wanneer je over een paar dagen weer met je familie aan de kerstdis zit. Observeer en zie: iedereen speelt de rol die hij vroeger ook speelde. Alsof er geen decennia persoonlijke groei hebben plaatsgevonden. Dat rollenpatroon doorbreken is heel erg lastig. Je stapt in die bepaalde situatie en hop: daar ratelt je systeem automatisch het bijbehorende programma af. Jaja, we zijn allemaal lekker authentiek met elkaar, zeg… Het is allemaal conditionering.

Dat ervaarde ik de laatste dagen ook weer. Dinsdagavond repetitie voor het theater. Ik stapte daar binnen en klik: het programma van de energieke, creatieve en betrokken theaterman ratelde. Eergisteren en gisteren klussen bij M. Ik trok Man-ik’s klusbroek (onder de verfvlekken) aan en klik: het programma van de handy-man die stoer en doortastend klust ratelde. Vanochtend haalde ik S. op. Ik stapte bij mijn ex binnen en klik: het programma van de ‘alles-onder-controle-ik-heb-jou-niet-nodig-ik-ben-allang-over-jou-heen’-man ratelde. Ik knuffelde S. en klik: daar was het programma van de liefdevolle papa.

En wat me zo frustreerde: al die programma’s zijn mannelijk. Allemaal ontwikkeld door Man-ik. En toen ik ze deed, voelde ik Man-ik. En zag ik Man-ik. En daar werd dit twijfelkontje heel nerveus van. Ik deed Man-ik, ik voelde Man-ik, ik zag Man-ik. Ben ik dan niet toch Man-ik? Gelukkig herinnerde een continue rommelende onvrede onder in mijn lichaam mij aan het feit dat er iets niet klopte aan dat idyllische Man-ik schilderijtje: “Hallo, Lisa, wakker worden! Dit is allemaal conditionering!”. Natuurlijk voelde het vertrouwd, na al die jaren oefening! Nu snap ik ineens waarom sommige transvrouwen er tijdens de transitie voor kiezen om hun oude leven zoveel mogelijk af te sluiten. Om alles achter zich te laten. Op die manier omzeil je de frustratie van het vastzitten in oude patronen. Op die manier omzeil je de terugkerende confrontatie met je mannelijke conditionering.

Maar ik wil niets afsluiten. Dit proces is meer een transitie dan een nieuw begin. Maar dat vraagt wel iets van me. Dat vraagt dat ik de komende tijd al die rollenpatronen, stuk voor stuk, één voor één zal moeten gaan vervrouwelijken. Ik zal ze moeten gaan uitvoeren als vrouw en dan gaan zien welke accentverschuivingen optreden. En me die dan weer eigen maken. Mezelf opnieuw conditioneren in vrouwelijke rollenpatronen… “Het komt goed”, zeg ik nu maar tegen mezelf. Maar eng vind ik dit wel…

dinsdag 18 december 2012

Voluit vrouw... in de kast

Vandaag voel ik me voluit vrouw! Heerlijk! Dat was de afgelopen dagen wel anders. Onzeker over wie ik was en waar ik heen ging, voelde ik me somber. Wilde ik het liefst geen contact met andere mensen. Ik had er zaterdag al last van op het feestje van B. En het was dat ik voor de kerstbrunch van de Vrouwengroep zondag een gewéldige galajurk had geleend van M., anders was ik misschien wel niet gegaan. Maar een kans om zo’n mooie jurk te dragen mocht ik niet laten gaan, toch? En misschien hielp het me juist wel ergens overheen. En inderdaad. Het was het fijn daar te zijn. Bijpraten met Chantal, Hannah, Paris, Esther en de anderen. Het voelde weer even alsof ik helemaal mocht zijn zoals ik was. 

Maar gisteren kwam de somberte weer terug. De hele dag thuis gebleven, hard gewerkt aan honderd-en-een regeldingetjes. ’s Avonds niet willen slapen, in de hoop dat er nog iets gebeurde dat de dag goed zou maken. Maar nee. Weer niet. Net als al die andere keren dat ik dat hoopte. Als je in je uppie achter Facebook hangt omdat je depri bent, wordt het meestal niet beter…

Maar vandaag voel ik me vrouw. Voel ik me zeker over mijn pad en voel ik me mooi! Yes!! Maar helaas… vanavond repetitie. Voor mijn laatste mannenrol in het theater. Nu voel ik me voluit vrouw en nu moet ik de kast in. Getver! Morgen en overmorgen ga ik klussen bij M. thuis. Nou ja, ik… Man-ik gaat het doen. Wat moet je met lange nagels, borsten en een pruik als je gaat hakken, stuken, schuren en verven… Dus al mijn vrouwelijke versierselen mogen de kast in. Getver!! En daarna ga ik S. ophalen voor een weekendje samen. Een mannenweekendje dus. Getver!!! Nu voel ik me na dagen weer eens helemaal vrouw en nu moet ik de kast in voor bijna een week! Getver!!!! Ik haat dit dubbelleven!

maandag 17 december 2012

Begroeten 2.0 Female Edition

Een paar dagen geleden had ik afgesproken met S., een goede vriend van me (ik realiseer me dat al die initialen misschien verwarrend zijn, zeker omdat er meerdere S.’en, L.’en en M.’en in mijn leven zijn). S. wist van mijn bestaan, maar had me nog nooit ontmoet. Dat voelde voor mij bijna als een schande, want S. is een heel goede vriend met wie ik veel deel. Maar er was altijd een aarzeling. Op onze actieve vakanties doorstonden we ontberingen (het verhaal van de bedwantsen op Corsica is inmiddels klassiek!), dronken we bier en keken (en praatten) we veel over vrouwen. En dan niet op een metafysische manier, zal ik maar zeggen… Hoe kun je zo’n vriendschap nu met een vrouw hebben? Dat kon ik me niet voorstellen. Uit angst de vriendschap te verliezen stelde ik het moment van de kennismaking telkens uit.

Tot afgelopen donderdag dus. Ik belde aan, de deur ging open. S. keek maar een fractie van een seconde langer dan normaal en liet me binnen. Hij hielp me uit mijn jas en hing die op. Wat galant! Dat deed hij met mijn Man-ik-jas nou nooit!! Kennelijk zag hij me als vrouw (of wilde hij me graag zo zien) en als vanzelf draaide er in zijn hoofd een sociaal programma af waarbij de heer de dame uit haar jas helpt. Grappig… Die acceptatie van mij als vrouw kwam later die avond tot een hoogtepunt. S. zei: “Als je binnenkort wat afleiding wilt, dan moet je me gewoon bellen. Voor mij geen probleem om met jou op stap te gaan”. En toen realiseerde ik me ineens dat hij hiermee een diep niveau van acceptatie liet zien. Hij schaamt zich niet om met mij gezien te worden… Wauw, wat fijn!

Twee dagen later, het verjaardagsfeestje van B., de goede kennis over wie ik eerder schreef. M. en ik belden aan, hij deed de deur open. M. stapte binnen en ze zoenden ter begroeting. Ik stapte binnen en hij zoende me ter begroeting. Heel normaal. Ehhh, normaal? B. en ik hebben nog nooit gezoend ter begroeting. Een hug, een stoere mannenknuffel, dat wel. Een zoen? Nee. En nu dus drie. Ik was een vrouw, hij zag een vrouw en net als bij S. een paar dagen geleden speelde er in B.’s hoofd een sociaal programma af dat in onze relatie niet eerder aan de orde was… Ik had de beslissing welk sociaal programma ik moest afdraaien uitgesteld om eerst B. een beetje te peilen, maar ik kon gelukkig nog op tijd in mijn hoofd de nieuwste versie van het sociale programma 'Begroeten' opstarten: Begroeten 2.0 Female Edition.

Ik vond het spannend, al die mensen op B.’s feest. Wat zouden ze wel niet van mij denken? Maar niemand deed raar, ik heb maar een paar stiekeme blikken gezien. Kennelijk draaide er in ieders hoofd het goede sociale programma. Toch bleef ik het eerste deel van de avond een beetje stil in mijn hoekje zitten. Ik vond het heel intimiderend, zoveel mensen. Als je je al druk maakt om wat één iemand misschien van je zal vinden, dan is een hele kamer vol met iemanden een beetje teveel van het goede. Maar het werd nog spannender.

Even later kwamen twee mensen binnen die ik kende, Y. en A. Beiden heb ik ontmoet tijdens trainingen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Hoewel we sindsdien geen contact hebben gehouden, hebben we elkaar destijds wel uitgebreider dan vluchtig ontmoet. Een van hen, A., kwam zich heel netjes aan iedereen voorstellen die ze niet kende. En zo stapte ze me op mij af. Heel even schoot een klassieke zin uit ‘Allo ‘Allo door mijn hoofd: “It is I, LeClerc”. In gedachten zag ik me, bij gebrek aan bril, mijn pruik optillen en met Frans accent zeggen: “It is I, Man-ik”. Maar nee. Ik was daar niet als Man-ik. Ik was daar als mezelf. Dus ik beantwoordde haar uitgestoken hand en zei: “Ik ben Lisa”. “Ik ben A.”, zei ze en met een beleefd knikje liep ze naar de volgende gast. Ik ging weer zitten. Ze had me niet herkend. Ze had me werkelijk niet herkend! Pas na meer dan een uur kwam de Man-ik aap uit mijn mouw. Of eigenlijk was het M. die hem eruit haalde. Zij kwam in gesprek met Y. en A. en vertelde het. A. heeft me een halve minuut met grote ogen van ongeloof aan zitten staren. “Ik zie het nóg niet”, zei ze steeds. Het sociaal programma zat nog stevig in het zadel...
 
 

woensdag 12 december 2012

Moeilijk

Ik heb een theatergroep. Tenminste, Man-ik heeft een theatergroep. Samen met een regisseuse heeft hij een aantal jaar geleden een theatergroep opgericht. Samen hebben ze al een paar mooie producties gemaakt. Zij regisseerde, Man-ik schreef de scripts en speelde. Een mooie tweede carrière noemde Man-ik het wel eens, want de hypotheek betaal je er niet van. Op dit moment is Man-ik gast-acteur bij een ander theatergezelschap en staat zijn eigen theatergroep even op een lager pitje. Maar het werd tijd om plannen te maken voor de toekomst. Wat willen we met de theatergroep? Daar ging het vanavond over toen ik (vermomd als Man-ik) bij N. (de regisseuse) thuis was. Pot thee op tafel en kijken naar de toekomst.

Tja, de toekomst. De toekomst is van mij, niet van Man-ik. Dit voorjaar speelt Man-ik zijn laatste mannenrol in het theater. Dus moest N. vanavond ingewijd worden in het geheim van mijn bestaan. Dat ging met de deur in huis…“Ik word een vrouw”, zei ik. Feitelijk niet juist, want ik ben het al. Maar voor de verstaander wel een beter te begrijpen boodschap. Nou ja, beter te begrijpen: N. heeft ongeveer tien seconden lang Man-ik aangestaard met grote ogen en open mond. En toen lachte ze. En ik lachte van de zenuwen mee. “Je maakt een grapje… ehhh… je maakt geen grapje”, drong het tot haar door. En toen volgde allerlei (tamelijk praktisch georiënteerde) vragen om uiteindelijk uit te komen bij acceptatie en het besef dat ik “het wel heel moeilijk gehad moet hebben in mijn leven”.

Tja. Moeilijk. Het ís mogelijk om als man te leven. Toen ik het eenmaal onder de knie had, heb ik het er best een lange tijd goed van afgebracht. Het zag er voor de buitenwereld geloofwaardig uit. En er waren veel periodes dat ik zo overtuigend was dat ik zelf ook geloofde dat het klopte. Dat ik altijd die innerlijke onvrede met me mee droeg weet ik toen aan allerlei factoren buiten mezelf. De omgeving moest veranderen, dan zou ik gelukkig zijn. Ik heb mijn omgeving beïnvloed, aangepast, veranderd. Maar het hielp niet. Sterker nog, door mijn drang alles zo te regelen dat ik me even wat minder ongelukkig kon voelen zakte ik regelmatig door mijn hoeven. Met op een bepaald moment een heel vette burn-out en een zelfmoordpoging tot gevolg. Ja N., ik heb het moeilijk gehad...

Blij met N.’s acceptatie fietste ik naar huis. Mijn blijdschap werd groter toen ik bij thuiskomst M. aan de telefoon had en we weer in contact konden komen over hoe moeilijk dit proces is voor ons beiden. Vanmiddag was er nog geschreeuwd, werden verwijten gemaakt, werd er niet geluisterd en waren we beiden boos en gefrustreerd. We hadden ruzie. Vette ruzie. En nu, ’s avonds laat aan de telefoon, was er verdriet en angst. En waren we samen in dat verdriet. Samen in die angst. Zonder iets op te kunnen lossen. Maar we waren weer samen… :-)

Mijn psycholoog heeft het wel eens over het belang van goede communicatie tussen partners als een van de partners een transgender is en in transitie gaat. Hij noemt dat ‘de praatfunctie’. Ik weet niet of M. en ik een goede praatfunctie hebben. We oefenen en we leren telkens weer wat bij en het gaat steeds beter. Maar ik denk dat we het vooral redden omdat we heel goed zijn in het goedmaken na een ruzie. Telkens vinden we weer de liefde die we voor elkaar voelen. Diezelfde liefde die ons soms gevangen houdt in deze relatie die ons, naast ontzettend veel plezier en geluk, ook zoveel pijn geeft. Liefde kan wreed zijn. Liefde is moeilijk. En desondanks, als ik mijn ogen sluit en ik denk aan M. dan word ik blij. Heel blij. Lieve M., ik hou van jou.

dinsdag 11 december 2012

Contactpersoon

De twee primaire levensbehoeften van een vrouw zijn kletsen en shoppen. Althans zo leek het vandaag toen ik met L. was. We hebben gekletst, thee gedronken en nog een trui (zij) en schoenen (ik) gescoord. L. is hartsvriendin en al meer dan twintig jaar in mijn leven. Zij kent Man-ik heel goed. En nu leert ze mij kennen; de vrouw die altijd in Man-ik verscholen zat. L. heeft me al een flink aantal keer ontmoet en is inmiddels behoorlijk aan mijn vrouwelijke identiteit gewend geraakt. Dat bleek vandaag heel duidelijk tijdens onze lunch in het café van het Amsterdams Museum. Ze maakte een foto van me met haar telefoon: “Voor in mijn contactpersonenlijst. Dan haal ik Man-ik eruit”. Ehhh… Man-ik eruit? Ik schrok van de voortvarendheid. En tegelijk voelde ik me volledig geaccepteerd en dat vond ik geweldig. En toen drong de symboliek van die mijlpaal ten volle tot me door. Dat ik voor haar niet langer Man-ik was die probeert om vrouw te worden. Maar dat ik Lisa was die een mannelijke erfenis heeft.

Dit pad naar vrouw-zijn is niet eendimensionaal. Ik kan niet eenvoudig zeggen ‘hoe ver’ ik ben in mijn coming-out: in de ene relatie ben ik nog volkomen verborgen; in de andere relatie ben ik ter sprake geweest; in de volgende relatie besta ik echt. Maar vandaag werd me wel duidelijk ‘hoe ver’ ik ben in mijn relatie met L.: ik besta in volle glorie. L. heeft me geaccepteerd. Ze heeft een vriendschap met mij; niet met Man-ik. Man-ik is een uitzondering; een tijdelijke situatie. Ik heet Lisa in haar telefoon! Wauw!

En dan zeggen de medici dat genderdysforie lastig exact te diagnosticeren is. Dat er geen objectief meetbare 'markers' zijn. Nou ik weet er wel een. Ik zie de vraag al voor me op de diagnostische vragenlijst van de VU:
“Bij hoeveel procent van uw vrienden staat u met de naam van uw wensgeslacht in de contactpersonenlijst van hun telefoon?
  1. minder dan 1%
  2. tussen de 1% en de 10%
  3. tussen de 10% en de 25%
  4. meer dan 25%”
 

zondag 9 december 2012

Golfbeweging

Emoties. Stereotiep iets vrouwelijks. Maar zeker ook iets waar ik ‘als man’ al veel ervaring mee had. En ruimschoots aanwezig in mijn proces van man naar vrouw. En ik ben natuurlijk niet de enige.

Gisteren was ik bij de startersgroep van Transvisie Zorg. Daar kwamen die emoties ook ter sprake. En vooral het wisselen van emoties; een niet aflatende golfbeweging van “Ja, ik ga het doen en wel nu!” tot “Nee, ik word toch nooit gelukkig…”. En alles wat daar tussen zit. Herkenbaar voor zo goed als iedereen in de groep. Zijn wij transgenders dan zulke emotioneel instabiele types? Dat we zelfs zonder hormonen al labiel zijn? Ik denk het niet. Ik denk niet dat we gemiddeld instabieler zijn dan andere mensen. Ik denk wel dat we gemiddeld genomen een veel ingrijpender ontwikkelproces doormaken dan andere mensen. Veel, veel, veel ingrijpender. Een ontwikkelproces met veel tegenstrijdige kanten. Dus dat daar heftige en tegenstrijdige emoties bij komen kijken lijkt me logisch.

In dit blog heb ik al heel vaak geschreven over mijn eigen golfbeweging. Schommelend tussen mijn verlangen en mijn tegenstemmen zwalk ik door dit proces. Toen ik eenmaal mijn tegenstemmen helder kon zien (in augustus, weet je nog?) dacht ik dat ik een beslissing kon nemen over mijn verlangen als ik al mijn tegenstemmen kritisch onderzocht had. Minder gewicht op de tegenstemmen zou de balans dan door laten slaan naar een “Ja ik wil!”.

Is dat nu wat er gebeurd is? Zijn mijn tegenstemmen ontzenuwd? Nou nee. Op rationeel niveau kan ik veel ervan wel relativeren. Maar op gevoelsniveau lijkt de angst die in die tegenstemmen zit helemaal niet minder geworden. Sta ik stil dan? Nee, integendeel. Omdat ik mezelf heb toegestaan mijn verlangen de ruimte te geven is het gegroeid. Mijn verlangen is enorm gegroeid. Het is niet langer samengeperst in een donker hoekje van mijn ziel. Mijn verlangen heeft de vleugels gespreid en staat nu te stralen in het zonlicht. De afgelopen week ben ik me bewust geworden van hoe groot dit verlangen inmiddels is. En hoe sterk dit verlangen mij nu heeft gemaakt. Zo sterk dat ik de angsten van mijn tegenstemmen nu kan dragen.

Ga ik vanaf nu in een rechte lijn naar mijn bestemming? Geen golfbeweging meer? Tja, dat zou mooi zijn. Maar ik ken mezelf. Ik ben een twijfelkont. De tegenstemmen zullen me vast nog wel weer in hun greep krijgen. Maar nu even niet. Nu ben ik blij en krachtig. Ik ben een vrouw!!
Foto: Ondulatie - Michel Ramuz

vrijdag 7 december 2012

Schoondochter

Ik schreef net over mijn nieuwe kapsel. Maar het verhaal is nog niet klaar. Toen ik gisterenmiddag met mijn nieuwe pruik bij Mariposa wegging, voelde ik me trots en onzeker. Voor de gein had M. mijn oude pruik opgezet. Dat was eerst grappig, toen voelde het als een soort ontheiliging (die pruik, dat ben ik!) en daarna was het okee. Zo liepen we samen naar mijn auto, vrolijk over onze nieuwe looks… In de euforie van het moment stelde ik voor om onze nieuwe looks te gaan showen bij M.’s moeder, ja goed geraden: Man-ik’s schoonmoeder. Ze wist al van mijn bestaan, maar had me nog nooit gezien. Een drempel die ik nog niet had durven nemen, maar met die blije euforische stofjes in mijn hersenen bleek dat best makkelijk.

Nou ja, makkelijk… Doodnerveus en bang voor afwijzing (daar is-tie weer!) ging ik naar binnen. We kusten elkaar ter begroeting. Ze keek naar me en zei iets als “Eindelijk zie ik je dan”. En meteen ging het gesprek al weer over andere dingen dan over mij. Om vervolgens toch weer snel bij “Jij kunt zo’n rokje prima hebben met zulke mooie benen” uit te komen. En zo liep het de rest van de tijd. Het gesprek ging over allerlei koetjes en kalfjes en dan ineens weer even over mij. Tja, je kunt het natuurlijk niet negeren als je schoonzoon ineens een rokje draagt. Tijdens het eten bleef M.’s moeder wat langer stilstaan bij mijn proces. Ze was lief voor me. Heel lief. Ze vertelde dat ze wel even moest slikken, maar dat ze het accepteerde dat ik haar schoondochter ga worden: “Je blijft toch dezelfde persoon van binnen”. En tja, dan houd ik het niet droog natuurlijk. Ik moest huilen. Eerst stilletjes, maar dat hield ik niet lang vol. Zeker niet omdat M.’s moeder uit mijn eerste tranen concludeerde: “Jij hebt veel pijn gehad”. Toen gingen de sluizen helemaal open. Want ja: ik heb veel pijn gehad. En mijn schoonmoeder zag dat. En voor ik het wist had M’s. moeder me vastgepakt en ik huilde mijn tranen op haar borst. Mijn schoonmoeder zag me in wie ik werkelijk was: een vrouw die veel pijn gehad heeft. Ze zag me, erkende mijn pijn en accepteerde me. Erkenning… Eindelijk.

Nu ik dit zo opschrijf realiseer ik me iets belangrijks. Over erkenning. Ik ben er al mijn hele leven koortsachtig naar op zoek. Ik heb ontzettend veel energie gestopt in pogingen om erkenning te krijgen. Om gezien te worden. Om applaus te krijgen. Ik heb zo hard gewerkt en ben in zo ontzettend veel verschillende dingen succesvol geweest. Ik heb applaus gekregen, complimentjes, aanzien en respect. Maar nu zie ik waarom al dat applaus, al die complimentjes en al dat respect telkens in een bodemloze put bleken te verdwijnen. Nu zie ik waarom het nooit genoeg was. Ik kreeg de verkeerde erkenning. Ik kreeg erkenning voor de dingen die ik als man presteerde. Terwijl ik erkenning nodig had voor de vrouw die ik ben. Het gaat niet om de prestaties. Het gaat om wie ik ben. Een vrouw. Een vrouw die gezien wil worden. Een vrouw die gisterenavond erkend werd als schoondochter.

Mijn nieuwe steil

Wat doe je met een wankele, nog in ontwikkeling zijnde identiteit? Natuurlijk ga je dan die paar vaste ankerpunten die er zijn eens flink veranderen… Zoals mijn lange bruine krullen bijvoorbeeld. Twee jaar geleden kocht ik ze. Leuke speelse bruine krullen tot op mijn schouders. Zette ik mijn pruik op, dan was ik er. Lisa had krullen. Voor mij een vaststaand gegeven en voor mijn omgeving inmiddels een feit. Maar ja, de pruik die ik had was geen blijvertje. De kwaliteit was gezien de zeer schappelijke prijs wel okee, maar per saldo was de pruik toch vooral knullig in plaats van krullig. Toen er nog weinig Lisa-tijd in Man-ik’s leven was, ging het nog wel. Maar nu ik er zo vaak ben, verslijt ik deze pruik al in een maand. En dan wordt dat vrouw-zijn uiteindelijk toch een dure hobby. En dat was het vanwege de kleding en schoenen en make-up toch al…

Dus ik wilde nieuw haar. Het liefst mooie bruine krullen tot op de schouders. Maar dan van een hoge kwaliteit, zodat ik er mooier uit zag en er lekker lang mee zou kunnen doen. Dus ik gisterenmiddag met M. naar Mariposa. Pruiken passen. En ja, bruin was inderdaad mijn kleur. Maar kwam het haar tot op de schouders? Met mooie krullen? Eh, nee. Het kan bijna niet steiler. En net voorbij de kaaklijn bleek ook prima. Ik kon het niet geloven. Deze pruik past helemaal bij mij. Maar deze pruik is zo anders dan wat ik in mijn hoofd had… Tja, verwachtingen en de fysieke realiteit lopen wel eens behoorlijk uiteen. Dat hoef je iemand met genderdysforie niet uit te leggen… En ook met de pruik geldt: kun je je verwachting loslaten of niet? Ten aanzien van mijn geslacht is me dat in al die jaren niet gelukt. Met een nieuw kapsel zal het vast makkelijker zijn. Of zoals normale mensen plegen te zeggen: “Je moet er even aan wennen”.

Maar vanochtend keek ik in de spiegel. Twijfel, twijfel… Maakt deze pruik me niet te oud? En te streng? Tja, misschien past dit wel beter bij mijn echte leeftijd dan mijn blije krullen. Maar nu zie je mijn mannennek beter, is dat wel slim?? Ik zie dat dit kapsel bij me past én tegelijk blijft daar die twijfel. Ik ben nu het vaste anker van mijn blije krullen kwijt. En ik heb al genoeg om me onzeker over te voelen… Mijn nieuwe stijl is steil. De mevrouwen van Mariposa waren enthousiast. M. ook. Ik ook, maar toch… Ik moet er even aan wennen...


donderdag 6 december 2012

Stap voor stap

Voordat een atleet zijn sprong, sprint, worp of wat dan ook uitvoert, visualiseert hij deze. Concentrerend bij de startstreep ziet hij voor zich hoe die sprong, sprint of worp eruit gaat zien. Zo oefent hij in gedachten en maakt hij in zijn lichaam alles wakker om te kunnen doen wat er moet gebeuren. Zo gaat het nu ook met mij. Ik sta wiebelend bij de startstreep van een brede coming out. En in gedachten oefen ik alles wat ik daarin ga tegenkomen. Maar dat slaat me soms lam. Het is teveel. 
 
Sinds deze week probeer ik te leven vanuit het principe: Lisa, tenzij… Dus elke dag is een Lisa-dag tenzij er een goede reden is om het niet te doen. Mijn werk en mijn ouderschap zijn nog twee levensgebieden waar ik nog undercover als Man-ik leef. De coming-out in die twee gebieden ga ik voorbereiden in overleg met de psycholoog. Maar in alle andere levensgebieden vind ik dat ik meer risico kan nemen. Daar wil ik proberen nu al Lisa te zijn. Een stoer voornemen. En zoals dat gaat met voornemens: het is pas echt als het echt is… Het klonk zo goed in mijn hoofd, maar nu ik het écht probeer, voel ik hoe moeilijk dit is. Man-ik was overal: samenzijn met M., sporten, boodschappen doen, vrienden en kennissen ontmoeten, repeteren met de theatergroep, het afval op straat zetten, naar de bibliotheek gaan, naar de garage met de auto, overleg met de hypotheekadviseur… Ga ik inderdaad al die gebieden van Man-ik overnemen? Per direct? Pffff…. Wat eng. En praktisch gezien lastig. Want Man-ik is pas weg als Man-ik overal weg is. En tot die tijd: schipperen… De auto naar de garage brengen en dan gaan werken? Klusje voor Man-ik. De volgende dag de auto ophalen als Lisa? Wat zullen ze wel niet denken? Is dat niet extreem verwarrend voor iedereen en voor mij in het bijzonder?

Ja dat is het. En toch moet ik voort. Stap voor stap. Het is de enige manier. Telkens een stap zetten en dealen met de angsten en problemen die ontstaan. En daarin op mezelf durven vertrouwen. En hopelijk op die manier ervaren dat het lukt. En met dat groeiend zelfvertrouwen weer de volgende stap ingaan.

Natuurlijk zal het wel eens misgaan. Zal ik weerstand ontmoeten en afwijzing. Dat is mijn grootste angst en die remt me. Maar weet je wat het rare is? Ik blijk de kans op afwijzing structureel schromelijk te overschatten. Iedereen is zo lief voor me. Zoals ook B., een goede kennis van Man-ik. B. wist al van mijn bestaan, maar hij had me nog nooit ontmoet. B. zat nog in het Man-ik domein met voorkennis over het Lisa domein, zal ik maar zeggen. En B. mailde aan Man-ik: “ik vier dan-en-dan mijn verjaardag, kom je ook?”. Ja leuk, dacht ik. Maar toen herinnerde ik me mijn ‘Lisa-tenzij’-voornemen… O jee… Eerlijk is eerlijk, dit is geen ‘tenzij…’. Als ik mijn voornemen serieus neem, als ik mezelf serieus neem, dan moet ik als Lisa gaan. Ooooh, wat eng. Wat zal hij van me vinden? Wil hij me wel als Lisa zien? Wil hij wel dit-en-dat of wil hij zus-en-zo? En daar ging mijn hoofd weer. Totdat een ander stemmetje aan de rem trok: Ja maar wacht even, IK wil het toch? IK met hoofdletters! Dit gaat in de eerste plaats om mij. Ik mag voor mezelf kiezen…

Ik mailde terug: “Ik zou graag als Lisa komen. Ik realiseer me dat jouw feestje misschien een gek moment is voor jou om mij voor het eerst als vrouw te zien. Wat zou jij hierin willen?”. Nou ja zo to-the-point was het mailtje niet, ik was heel voorzichtig, met allerlei inleidende zinnen erbij enzo. Lekker mijn eigenste sub-assertieve zelf zal ik maar zeggen… Zijn reactie? “Wat mij betreft ben je sowieso van harte welkom, in welke hoedanigheid dan ook. Mooie stap hoor!”.

Ik was uit mijn evenwicht gebracht, ontroerd en opgelucht. Wéér geen afwijzing. Wanneer komt-ie nou? Ik koesterde me in de liefde die ik van B. kreeg. En tegelijk realiseerde ik me dat het nu echt menens aan het worden is met mijn leven als vrouw. Een leven dat ik stap voor stap concreet aan het maken ben…

maandag 3 december 2012

Got to begin again...

Tegenstemmen. Ik heb het er al vaak over gehad. Twijfel ik of ik vrouw ben? Nee, dat niet. Twijfel ik of ik als vrouw wil leven? Soms. Dat gebeurt op momenten dat ik geconfronteerd wordt met iets uit mijn mannen-leven dat ik niet kwijt wil. Niet dat de beslissing om als vrouw te leven betekent dat ik alles van mijn mannen-leven overboord moet gooien. Maar sommige dingen zullen niet eenvoudig een plek vinden in mijn vrouw-zijn. Zoals zingen.

Vanavond pakte ik, om tegen beter weten in mijn weemoed te voeden, mijn map met liedteksten. Deze had ik al een jaar niet meer aangeraakt. Ik bladerde erin en dacht aan hoe ik nu zou klinken, na een jaar zonder oefening. Ik zette de laptop aan, vond de liedjes in mijn mp3 verzameling en ik zong. Liedjes van Robbie Williams, Coldplay, Extreme, Acda & De Munnik, Billy Joel… Allemaal mannen… In de weerspiegeling van de ramen van mijn woonkamer zag ik een vrouw. Haar mond ging heen en weer en ze maakte bewegingen met haar armen om haar zang te ondersteunen. Maar ik hoorde een man. Een mannenstem zong deze liedjes. De mannenstem die altijd plezier had in het zingen. De mannenstem waar M. altijd zo van genoot. De mannenstem die ooit droomde zich vanaf een podium te laten horen.

Toen dacht ik aan Merel Moistra, die in het theater staat en daar zonder terughoudendheid zingt. Ze noemt zichzelf met een knipoog een alt. Dat inspireert me. Telkens als ik haar zie, denk ik: “Ooit sta ik ook op een podium en zing ik een liedje. Als vrouw. Als op en top vrouw!”. Heel even voelde ik dat het kon. Dat het mogelijk was dat ik mijn stem train zodat ik niet alleen als vrouw kon praten, maar ook als vrouw kon zingen. En toen zag ik die enorme berg die ik moet verzetten om dat te bereiken. Als ik het al kon bereiken. Ik moest helemaal opnieuw beginnen. En daar zag ik enorm tegenop.

En terwijl Billy Joel op de piano het intro van zijn liedje speelde, en de bijbehorende tekst uit mijn herinnering omhoog kwam, moest ik huilen…

Well so here I am at the end of the road
where do I go from here?
I always figured it would be like this
still nothing seems to be quite clear

All the words have been spoken and the prophecy fulfilled
but I just can’t decide where to go
Yes, it’s been quite a day and I should go to sleep
but tomorrow I will wake up and I’ll know

that I’ve got to begin again
though I don’t know how to start
Yes, I’ve got to begin again
and it’s hard


Billy Joel – Got to begin again