maandag 23 december 2013

Fijne vriendin

E. lacht naar me. Ik kijk in haar donkere ogen die bijna overstraald worden door haar brede witte lach. Wanneer onze wangen elkaar raken ruik ik haar en de herinneringen aan zes, zeven jaar geleden komen boven. Herinneringen aan het plezier van samen op hetzelfde project werken. Herinneringen aan de dates die er op volgden. Herinneringen aan die avond in Leiden waar we samen aan de waterkant knuffelden. Herinneringen aan het zoenen. Herinneringen aan de dramatische timing waarin we lonkten en verlangden maar niet op hetzelfde moment voor elkaar durfden te kiezen. Om de pijn van het onvervulde verlangen niet te voeden hielden we sindsdien afstand. We zagen elkaar nog maar heel af en toe en bleven dan keurig binnen de grenzen die de ontstane context inmiddels oplegde: allebei in een relatie.

Een paar weken geleden trad ze met haar zangkoor op in de Dominicuskerk in Amsterdam. Dat had ze al eerder gedaan, maar deze keer was ik er voor het eerst bij. Ze straalde toen ze me zag en ik straalde waarschijnlijk even hard mee. Er was zoveel gebeurd in de jaren dat we ons op veilige afstand van elkaar door het leven bewogen. Zoveel gebeurd sinds de laatste keer dat we elkaar zagen, zo’n anderhalf jaar geleden. Maar we werden nog steeds blij van elkaar. We voelden allebei de wens weer wat meer in elkaars leven te komen en spraken af elkaar snel (en onder vier ogen) weer te zien.

De aanloop naar die ontmoeting was onrustig. Er waren verlangens van de viriele man in mij die verder wilde gaan waar we zes, zeven jaar geleden waren gestopt. Zowel mijn hoofd als mijn broek vulden zich met Man-ik fantasieën over hoe het zou zijn samen met haar. Ze was nu weer single, dus wat dat betreft waren er geen belemmeringen. Maar ja… er waren genoeg andere belemmeringen. Met M. zo dichtbij mijn hart voelde het niet alsof ik single was en tegelijk vond ik dat de ‘vage status’ die we nu hebben me niet in een vacuüm mocht houden. M. liet zich er niet door weerhouden, wist ik. Waarom kon ik dan niet opportunistisch zijn en E. versieren? Nou, het antwoord was simpel. Mijn integriteit belemmerde dat.

In mijn hart klopte het niet als ik E. met alleen mijn Man-ik identiteit zou ontmoeten. Dat zou voelen alsof ik haar bedroog, alsof ik niet echt was. Ik verlangde ernaar om helemaal met E. in contact te zijn, met alles wat ik heb en wie ik ben. Schaamte en opportunisme weerhielden me er bij onze ontmoeting vorig jaar er nog van om openhartig te zijn over Lisa. Nu wist ik, voelde ik, dat ik niet anders kon dan het haar te vertellen. Ik wilde écht contact met E. en dat zou alleen kunnen door Lisa mee te nemen.

We zitten in het restaurant tegenover elkaar en praten honderduit. Niet over koetjes en kalfjes, maar over de grote gebeurtenissen in het afgelopen jaar van haar leven. Het eten verschijnt en al pratend laten we het hapje voor hapje weer verdwijnen. De wijn kolkt in onze glazen wanneer we proosten. En zo glijdt de avond voorbij tot het moment daar is. Het moment waarop ik E. vertel over Lisa. Haar schok duurt maar heel even. “Ik had het nooit gedacht, maar ik voel dat het klopt”, zegt ze. En: “Cool dat je dit doet!”. Ik vertel over mijn proces. We lachen en we huilen (nou ja, ik huil; E. streelt mijn hand).

Wanneer ik ’s avonds laat thuis op mijn bank neerplof voel ik me erkend en gezien. En ik voel opluchting. Opluchting dat ik mezelf helemaal aan E. heb laten zien. Dat ik niks heb achtergehouden, uit opportunisme voor mijn mannelijke verlangens. Door mijn openheid heb ik mijn kansen op een seksdate verspeeld. Door mijn openheid heb ik – nog voor dat daar in mijn leven ruimte voor is – eventuele toekomstige kansen op een relatie met E. verspeeld. De pijn van dat besef kan ik goed voelen. Maar ik heb er de steun en de liefde van een fijne vriendin voor in de plaats gekregen.

vrijdag 20 december 2013

Paspoort M / V

Op de kop af op de dag dat de Eerste Kamer akkoord ging met de nieuwe transgenderwet haalde ik een paar dagen geleden mijn nieuwe paspoort op. Gewoon omdat mijn oude paspoort op het punt van verlopen stond. Gewoon onder het oude regime, want de nieuwe wet gaat pas per 1 juli 2014 in. In de aanloop had ik er niet teveel aandacht aan gegeven: gewoon een administratief formaliteitje voor een document dat ik toch niet al te vaak gebruik en als ik het nodig heb, dan kan dat prima in mijn bijpassende mannelijke identiteit. Vorige week, bij het laten maken van de verplichte pasfoto, merkte ik dat het me eigenlijk niet interesseerde of ik er mooi op stond of niet. Ondanks mijn nonchalance voelde ik ergens onder water ook wel aan dat ik dit paspoort misschien wel niet de volle vijf jaar zal uitdragen.

Een formaliteitje dus. Gewoon even paspoort ophalen en wegwezen. Ik had een afspraak gemaakt, dus ik zou nog geen vijf minuten in het stadskantoor aanwezig zijn. “Wilt u even controleren of de gegevens kloppen?”, vroeg de vriendelijke jongedame achter de balie. “Natuurlijk”, zei ik monter en ik opende het document. De foto. O ja, dat ben ik. Naam…klopt. BurgerServiceNummer…klopt (en nee, het is geen autistische stoornis dat ik dat negencijferige administratieve nummer uit mijn hoofd ken; ik ben gewoon gezegend met een onwijs makkelijk te onthouden nummer. Gun een transgender nou ook eens een gemakje!). Geboortedatum…klopt. Bijna wilde ik het document al dichtslaan toen mijn oog viel op die ene rubriek: ‘Geslacht / sex / sexe’. Het antwoord op deze vraag was er in twee dikke hoofdletters onder gedrukt: M / M. Heel even deed het pijn aan mijn ogen. Heel even wilde ik tegen de ambtenaar zeggen dat er toch een foutje in stond. Maar direct realiseerde ik me dat het klopte. Voor de buitenwereld betekent die M gewoon ‘Man’, in weerwil van mijn innerlijke pijn. Maar om het er nu met die tweede M zo flink in te wrijven vond ik wat al te agressief. Ik moest even slikken. M / M. Hoewel ik direct vermoedde dat die tweede M de wat redundante afkorting van ‘Male’ moest zijn, gezien het feit dat ook de tot drie letters afgekorte maandaanduiding van mijn geboortedatum twee keer gemeld werd. Ook daar was de afkorting in het Engels identiek aan die in het Nederlands, zoals dat voor de meeste maanden geldt. Wat een gekke doublures, waarom zou je het er in twee talen opzetten als het exact hetzelfde is? Je zet toch ook niet twee keer ‘STOP’ op een stopbord?

Hoe dan ook, mijn blik was even gevangen door die treiterende M / M. Ik wist: een V / F zou nu nog te vroeg voor me zijn. Zo ver ben ik niet in het proces. Maar wat had ik het leuk gevonden als speciaal voor mij, voor deze twijfelende vrouw die ook nog man is, iemand ‘M / V’ in mijn paspoort had laten drukken! Het zou een treffend identiteitsbewijs zijn voor de fase waarin ik nu leef! Helaas ben ik net te laat om nog een amendementje in te dienen voor de transgenderwet…

dinsdag 17 december 2013

Vruchtbare onvruchtbaarheid

“Ik ga in het genderteam jouw situatie bespreken en voorstellen om in het kader van de diagnostiek Androcur voor te schrijven”, zegt mijn psycholoog tegen me. Ik voel een grote opluchting. Geen verrassing, want ik had subtiel en geduldig al mijn beïnvloedingsvaardigheden aangewend om hem tot deze conclusie te laten komen. Maar de gedachte dat ik deze belangrijke stap kan gaan zetten geeft me rust. Eindelijk gaat er weer eens wat gebeuren. In het hoofd van mijn VU psycholoog heeft de zaak niet stilgelegen, want in oktober was hij nog heel aarzelend over testosterononderdrukking als diagnostisch instrument. En nu ziet hij ook dat het mij een grote hulp kan zijn voor het vinden van het antwoord op de vraag: wat wil ik nou? De vraag of ik genderdysforie heb zijn we geruisloos gepasseerd; daaraan twijfelt niemand.

Als laatste zetje vertelde ik mijn VU-psycholoog dat ik goed had nagedacht over de consequenties van Androcur. De mogelijk (subtiele) vervrouwelijking van het lichaam die kan optreden zou voor mij een welkome bijwerking zijn, maar die komt maar zeer zelden voor. Voor een vrouwelijke vetverdeling over het lichaam moet je toch echt aan de oestrogenen, daarover maak ik me geen illusies (hoewel de fantasie toch soms een loopje met me neemt). Nee, als het om Androcur gaat is er een heel serieuze andere bijwerking om rekening mee te houden. Eentje die in een groot deel van de gevallen optreed: je wordt er onvruchtbaar van. Na een paar maanden gebruik van Androcur wordt de tijdelijke onvruchtbaarheid vrijwel altijd een permanente. Dus is het wel iets om even bij stil te staan. Dat heb ik gedaan.
  • Ik heb al een kind. Hoewel dit klinkt als de grappige uitspraak “ik heb al een boek”, is het niet zo bedoeld. De enorme verdieping die een kind aan je leven geeft heb ik gelukkig al mogen ervaren. Verantwoordelijkheid ‘beyond doubt’ en onvoorwaardelijke liefde die twee kanten op stroomt. Fantastisch! En natuurlijk zou een tweede kind dit gevoel verdiepen. Elk kind is anders. Maar ik weet wat het is om een ouder te zijn. Een bijzondere rol die mijn leven heeft verdiept en die ik koester. S. heeft mijn leven een kwaliteit gegeven die ik niet had willen missen.
  • In de tijd dat M. bij mij woonde, woonde haar toen tweejarige zoontje ook bij mij. Voor hem zorgde ik vanuit hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als ik voor S. voel. Een kwetsbaar wezen om niet alleen bescherming maar ook inspiratie aan te geven. Dat was opnieuw een bijzondere ervaring. Ook voor hem voelde (en voel) ik liefde. Dus dat kan ik in de toekomst opnieuw voor een kind van iemand anders voelen.
  • Gezien de fase waar ik nu in zit ligt het totaal niet voor de hand dat ik binnen vijf jaar een kind zou krijgen al zou ik willen. Ongeacht de genderkeuze die ik ga maken. Een belangrijke voorwaarde voor het krijgen van een kind is dat je je eigen emotionele leven (en liefst ook praktische leven) op orde hebt. En dat je een stabiele partnerrelatie hebt. Daar is op dit moment allemaal geen sprake van bij mij. En als ik na mijn 45e nog een kind op deze wereld zou brengen, dan ben ik tot aan mijn pensioen een actief verzorgende ouder. Daar zit ik eerlijk gezegd niet op te wachten.
  • En als ik onverhoopt later toch verdriet krijg dat ik geen kind meer kan verwekken, dan geloof ik dat ik dat verdriet kan dragen. Die pijn verbleekt naar mijn gevoel nogal bij de pijn die ik nu te dragen heb.
Mijn VU-psycholoog opperde nog de mogelijkheid om zaad in te vriezen ‘voor het geval dat’. Maar dat hoeft voor mij niet. Heerlijk om als twijfelkontje eens iets zeker te weten. Ik kies voor onvruchtbaarheid. Heel bewust. Omdat het me meer zicht gaat geven op mijn gendergevoel. En op de keuze die ik te maken heb. Tenminste, dat hoop ik. Ik hoop dat het gebruik van Androcur voor mij vruchtbaar zal zijn. Misschien wel de eerste vruchtbare onvruchtbaarheid in de medische geschiedenis.
 
 

zaterdag 14 december 2013

Acceptatie en de kaars

Mijn genderstrijd is moeilijk. Het verlangen is helder, maar ik kom niet tot een beslissing. Natuurlijk spelen daar allerlei irreële en reële angsten een rol bij. Ik heb over al die angsten al eens geschreven: verlies van S., verlies van vrienden, mijn haar, mijn stem, mijn libido, moeizame sociale acceptatie, verlies van inkomen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dwars daar doorheen loopt een fundamentele twijfel die misschien nog wel veel bepalender is voor mijn proces. Een twijfel die te maken heeft met spirituele kernwaarden die belangrijk voor mij zijn.

Op mijn pad van persoonlijke en spirituele groei is me één ding vooral ontzettend duidelijk geworden: de grootste pijn komt niet van weerstand die je buiten je ervaart. De grootste pijn komt van je innerlijke weerstand. De belangrijkste spirituele opgave is acceptatie. Als je eenmaal de kracht van acceptatie hebt gevoeld, dan weet je dat je het meest belangrijke instrument tot innerlijke vrede in handen hebt. Maar deze spirituele opdracht wordt al snel een holle tegeltjeswijsheid die niet zou misstaan op de Happinez scheurkalender: je voelt dat er een diepe wijsheid in verscholen zit en tegelijk is het een lege huls. Alles staat of valt met het eigen onderzoek dat je er naar verricht.

Spiritueel gezien is acceptatie het tegenovergestelde van ‘fixen’: bij acceptatie verhoud je jezelf tot de realiteit en bij fixen probeer je die realiteit juist naar je hand te zetten. Dit onderscheid raakt het hart van mijn zoektocht. Ik heb al meerdere keren van spirituele vrienden de goedbedoelde tip gekregen te accepteren dat ik nu eenmaal een vrouw in een mannenlichaam ben. Klinkt goed. En dat is ook wat ik probeer. Daarom loop ik twee sporen tegelijk: ik zoek nog steeds een weg om mijn genderdysforie te dragen en tegelijk neem ik stappen om het op te lossen.

Acceptatie ligt heel dicht bij ontkenning. Acceptatie van het feit dat ik een vrouw in een mannenlichaam ben is moeilijk omdat er een ontkenning van een verlangen in opgesloten ligt. Want vergelijk het maar eens: wat zeg je tegen een vrouw die stelselmatig door haar man in elkaar geslagen wordt? Accepteer het leven maar zoals het is? Of adviseer je haar de situatie te fixen door te gaan scheiden? Dat laatste zou in elk geval recht doen aan haar verlangen naar veiligheid en lichamelijke integriteit. Acceptatie van de situatie zou dit verlangen flink geweld aan doen. En de moeilijkheid is natuurlijk dat de beslissing om te scheiden juist weer geweld zou doen aan andere waarden die voor die vrouw misschien belangrijk zijn: trouw en volharding. En zie: het dilemma is geboren. Een dilemma dat voor buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is.

Om het nog simpeler te maken doe je het volgende gedachten-experiment maar eens: stel je voor dat je je linkerhand vlak boven een grote brandende kaars houdt. Je voelt de hitte in je hand branden. En al na twee seconden doet het pijn, vreselijk pijn. Wat doe je? Accepteer je de situatie of ga je fixen door je hand terug te trekken? Ik denk dat het antwoord helder is.

Ik kan in de beslissing vrouw te worden het element van ‘fixen’ wel zien. Waarom ga je zulke verstrekkende maatregelen nemen waarbij je leven echt niet op alle fronten makkelijker zal worden? Loop je niet weg voor de realiteit? Deze gedachte kan ik volgen als de genderdysforie een uiting is van een onderliggend probleem. Dan moet je dat probleem aanpakken door de kaars uit te blazen. Dan kan je hand blijven waar hij is. Maar ondanks al mijn gesprekken met psychologen, ondanks alle sessies met rebalancers, healers en spirituele leiders, ondanks al mijn kritisch zelfonderzoek is nog niet gebleken dat mijn genderdysforie een coping-mechanisme is. Ik kan de kaars dus niet uitblazen, die zal blijven branden. De beslissing vrouw te worden zou een ultieme acceptatie van deze realiteit zijn: het is zo, dus verzet je maar niet meer. De kaars is te heet, dus trek je hand maar terug. Maar dat zou in strijd zijn met innerlijke waarden die belangrijk voor me zijn: volharding, harmonie en erkenning. Het wrange is dat ik juist in die waarden wel coping-mechanismen kan zien die te maken hebben met de onveilige hechting die ik als kind heb ervaren.

De conclusie lijkt dus onontkoombaar simpel: ik moet mijn genderhand gewoon terugtrekken van de dysforie-kaars. Toch ligt het nog niet zo simpel voor mij (ja, zo ken ik mezelf weer). Mijn uit coping geboren waarden zijn er nog, ook al heb ik ze ontmaskerd. ‘Just by knowing’ is hier niet voldoende voor verlichting. Dus zoek ik een middenweg. En die bestaat, in elk geval in theorie. Want is er niet de mogelijkheid om je hand iets hoger te brengen? Iets verder van de vlam? Het blijft pijn doen, maar minder. Het hoeft niet gefixt. Misschien is dit de genuanceerde dimensie waarbij acceptatie geen ontkenning van verlangen is. Spiritueel gezien is dit een heldere opdracht. Op het aardse niveau van alle dag voelt het als een onmogelijke taak.

donderdag 12 december 2013

Non-dualiteit

Voordat ik aan dit proces begon zag ik mezelf als redelijk stabiel. Wel gevoelig, maar niet de emotionele dweil die ik nu ben. Er hoeft nu maar iets te gebeuren of ik verlies het vertrouwen in een goede afloop. En dan komt er uit het niets ineens weer een grote opluchting in mij boven. Sombere dagen wisselen zich af met een grote onrust die me belet in slaap te vallen. De beweeglijkheid van de AEX verbleekt bij mijn emotionele volatiliteit van dit moment. Ik ben het levende bewijs dat persoonlijkheidskenmerken door de jaren heen kunnen veranderen: een Big Five persoonlijkheidstest zou bij mij nu een heel andere uitslag geven dan tien jaar geleden.

Ik zie mezelf werken aan de ontwikkeling van mijn vrouwelijke identiteit. Ik zie mezelf voorbereidingen treffen voor een volledige transformatie van man naar vrouw. En tegelijk zie ik mezelf werken aan het helen van trauma’s van onveilige hechting als kind en het ontladen van de zielepijn die ik met me mee draag, in de hoop dat ik daarmee een mogelijke psychologische oorsprong van mijn genderdysforie wegneem. Acceptatie van mijn transgender-zijn door er naar te leven en tegelijk juist door het proberen te los te laten.

Mijn beide psychologen zien mij niet als bipolair. Maar dat bij mij niet altijd alles in het midden samenvalt is hen ook wel duidelijk. Spiritueel gezien zou je met enig optimisme kunnen zeggen dat ik non-dualiteit sterk belichaam: niet of-of maar en-en. Ik ben man en vrouw tegelijk. Emoties stromen in allerlei toonaarden tegelijk door me heen. En mijn leven ontvouwt zich niet in één richting, maar vloeit ongrijpbaar alle kanten tegelijk op. Ik ben gespleten en ongedeeld tegelijk. Ik ben ik.

woensdag 11 december 2013

Geschift

Mayonaise is net een liedje van Marco Borsato. De meeste mensen vinden het wel te pruimen en op zijn tijd is het best lekker. Maar als je er teveel van neemt, dan word je misselijk. En net als bij die liedjes is het recept van mayonaise vrij eenvoudig, maar kan het in de uitvoering toch danig misgaan. Neem een schone schaal en klop daarin eierdooiers los. Voeg mosterd, azijn, peper en zout toe en klop alles goed door elkaar. Okee, tot zover is het tamelijk risicoloos. Maar dan de laatste stap: voeg heel langzaam de olie erbij terwijl je flink blijft doorkloppen. Als je te snel olie schenkt of als de temperatuursverschillen tussen de ingrediënten te groot zijn, dan gaat de zaak schiften. In plaats van mayonaise krijg je dan een plas olie waar vlokken ei in drijven. Daar haalt ook Marco zijn neus voor op.

De afgelopen maanden probeerde ik gendermayonaise te maken: een basis van Man-ik waar ik druppeltje voor druppeltje Lisa aan toevoegde om te kijken of er een smakelijke androgyne middenweg te vinden was. Dat leek even goed te gaan: Man-ik droeg kleding van Lisa en kocht speciaal voor zichzelf shirts bij de vrouwenafdeling, met een mooie ronde hals die bij Lisa haar brede schouders onwenselijk zouden accentueren, maar Man-ik juist elegantie (sommigen zouden zeggen: nichterigheid) brachten. Maar de laatste twee weken lijkt het alsof er iets niet klopte met de temperatuur of de snelheid: Man-ik en Lisa zijn geschift. Ze zijn weer de twee gescheiden entiteiten die ze lang waren. Man-ik is mannelijker geworden met minder Lisa erin en Lisa is weer haar vrouwelijke zoekende zelfje.

Het voelt als een stap achteruit. Ik hoopte in het androgyne midden een uitweg te vinden voor mijn dysforie, maar het voelt nu alsof dat geen haalbare weg is. Aan de andere kant, ik heb in dit proces al vaker het gevoel gehad dat ik op plekken kwam waar ik al geweest was. Zo gaat dat bij groei en zelfrealisatie: je moet telkens opnieuw over dezelfde paadjes van je ziel lopen om te voorkomen dat ze weer overwoekerd raken door de jungle van de trauma’s. En pas als je zo vaak over het paadje hebt gelopen dat deze te breed is geworden om nog snel overwoekerd te raken, dan pas komt er rust. Het is moeilijk te zien als je gefrustreerd met je kapmes door de jungle ploetert, maar je gaat wel steeds sneller over die paadjes. De begroeiing is toch minder dik dan de eerste keer dat je er kwam. Maar het voelt heel frustrerend, om geschift van te worden.

woensdag 4 december 2013

Bad Hair Day

Een van de grote zorgen die ik heb als ik me voorstel als vrouw door het leven te gaan, is mijn haar. Mijn mannenhaar heeft te lijden gehad onder een paar decennia testosteron-bombardementen. De frontlinie heeft zich uit zelfbehoud een flink aantal centimeters moeten terugtrekken. En omdat voorin in het midden een klein groepje dapper stand houdt, zijn er nu twee kale plekken ontstaan, die ik met een mengeling van zelfspot en afgrijzen soms ‘parkeervakken’ noem. En hoewel in de echte wereld chemische wapens moreel zeer verwerpelijk gevonden worden, wordt in de oorlog op het mannenhoofd geen enkel middel geschuwd. Testosteron, of preciezer gezegd dihydrotestosteron (DHT), werkt prima als ontbladeringsmiddel voor het mannenhoofd. En dit mannenlichaam heeft, vanwege de natuurlijke overdaad aan testosteron, de afgelopen jaren voldoende DHT tot zijn beschikking gehad.

Mijn zorgen lijken misschien ijdelheid, maar dat is het niet. Ik ken geen vrouwen met zulke grote inhammen als ik (en dan heb ik het nog niet eens over de kalende plek op mijn kruin). En als je als ‘tweedekansvrouw’ door je omgeving gezien wilt worden als vrouw, dan helpt het als je zoveel mogelijk signalen op groen weet te zetten. Dus net zo logisch als het is om je baardharen weg te laseren en borsten te kweken (of te suggereren met protheses) is het logisch om een normale haarlijn te hebben. En ik weet, er zijn vrouwen die ook een wat teruggetrokken haarlijn hebben, bij een enkeling zie je zelfs kleine parkeervakjes. Maar in hun geval is dat het enige signaal dat niet overduidelijk vrouwelijk is. Voor een ‘tweedekansvrouw’ ligt dat anders. Die draagt een fysieke erfenis van vele mannelijke signalen met zich mee (de stem, de breedte van de nek en de schouders, de kaaklijn, de grootte van de handen). Elk signaaltje minder helpt de sociale erkenning als vrouw flink vooruit. En daarmee het innerlijk geluk. Want anders zou je verhuizen van ‘gevangen in een verkeerd lichaam’ naar ‘gevangen in sociale uitsluiting’. Okee, een nieuwe gevangenis is wellicht aardig voor de afwisseling, maar toch niet echt het hogere doel dat ik voor ogen heb.

“Je kunt toch een pruik dragen?”, hoor ik soms goedbedoelend suggereren. Ja dat kan en dat doe ik ook. Maar ik wil niet de rest van mijn leven mezelf beperkt voelen door mijn pruik. Hoe goed hij ook zit: je kunt niet even lekker je handen door je haar halen. Je moest eens weten hoe vaak ik dat als Man-ik doe… En sporten met een pruik? Nog los van de angst de pruik te verliezen is het qua ventilatie ook niet ideaal. En ik weet, er zijn transvrouwen die zo weinig mannenhaar over hadden dat ze niet anders kunnen dan met een pruik leven. Maar echt opbeurend zijn de verhalen dat ze zichzelf niet in de spiegel durven bekijken zonder hun pruik nu ook weer niet. Voor mij is een haartransplantatie een must. In september dacht ik nog een goed idee te hebben met stamcel-technologie; inmiddels weet ik dat het inderdaad een goed idee was, want het bestaat. Wel prijzig; sparen dus…

Om alvast een beetje in de stemming te komen besloot ik vandaag mijn eerste pruikloze Lisa-dag te nemen. Mijn Man-ik haar had ik de laatste maanden lang laten groeien en in de Man-ik spiegel zag het er vaak al behoorlijk omvangrijk uit. Soms lukte het zelfs om de parkeervakken te maskeren met de langere plukken die ernaast groeiden. Een mooie basis voor de pruikloze Lisa-dag van vandaag. Ik hoefde de deur niet uit, dus ik dacht: ik waag het er op... Volumizing mousse vanuit de wortels naar de puntjes ingemasseerd… goed warrig gemodelleerd zodat er meer volume zou ontstaan… de parkeervakken overdekt… en tja… het gaf een indruk van hoe het zou kunnen zijn. Zeker aan de zijkant van mijn hoofd zag ik een glimps van hoe mijn vrouwelijke ‘natural look’ er uit zou kunnen zien. Dat gaf vertrouwen. Maar van de voorkant… tja wat zal ik zeggen…? “Een bemoedigende poging” is niet echt geloofwaardig bij dit magere resultaat. Toch maar eens een intake doen bij de haartransplanteur.

dinsdag 3 december 2013

Levenskunst

Gespannen beent hij heen en weer door zijn atelier. Vijf passen brengen hem van de linkerkant naar de rechterkant van zijn schilderij. Grootser dan dit heeft hij er nog nooit een gemaakt. Het is bijna klaar. Nog wat extra detaillering in de manchet van Banning Cocq en misschien maakt hij nog wel een klein zelfportretje tussen de figuren op de achterste rij om het helemaal af te maken. Nou ja, af... Hij weet, een schilderij is nooit écht af. En nu hij er zo naar kijkt, bekruipt hem een ongemakkelijk gevoel. Er is iets mis met dit schilderij. Er klopt iets niet. Of hij het nu van links of van rechts bekijkt, hij krijgt geen greep op wat er mis is. Zenuwachtig loopt hij heen en weer door zijn atelier. Zijn intuïtie vergist zich nooit. Dit is niet het portret dat het schuttersgilde hoopte te krijgen. Maar wat moet er dan anders?

Hij doet iets wat hij nooit eerder gedaan heeft als het om de schilderkunst gaat: hij vraagt zijn vrouw Saskia om raad. Ze komt in zijn atelier; een zeldzaam moment. Ze kijkt naar het immense schilderij en zegt: “Mooi. Levendig. Ik zie niet wat er mis is”. Hmm, daar had hij ook niet zo veel aan. “Maar als het je niet bevalt dan begin je toch gewoon opnieuw?”, zegt Saskia wanneer ze merkt dat haar eerste reactie niet goed valt.

Opnieuw? Al bijna drie jaar werkt hij aan dit doek. Groots en prestigieus, passend bij een schilder van het statuur dat hij graag wil zijn. Van elke figuur op dit schilderij kent hij elke rimpel, elk haartje. Het is alsof hij zelfs in hun zielen keek toen hij ze met olieverf op dit doek vastlegde. Dagen heeft hij gepeinsd over de opstelling: geen statisch portret, maar een beeld met actie en beweging erin. Elke hand, elk gezicht, ja zelfs de hond rechtsonder vertelt een verhaal. Maanden dwaalt hij al rond in dit schilderij om hier en daar kleine maar essentiële verbeteringen aan te brengen. Dit schilderij dat hij meer nog dan alle andere werken als zijn kindje beschouwt. Nee, sterker nog: dit schilderij is hij zélf! Dit doek weerspiegelt zijn leven, zijn succes en zijn lijden. Hij creëerde zichzelf, toen hij dit ambitieuze schuttersportret creëerde. Dit doek is hij: Rembrandt van Rijn. En nu zegt zijn Saskia nonchalant dat hij maar gewoon opnieuw moet beginnen? Wat een domme ongevoeligheid! Alsof je een veertigjarige man vertelt dat hij vanaf morgen als vrouw door het leven moet en dat hij alles wie hij dacht te zijn opnieuw moet zien te worden. Opnieuw door alle barensweeën en groeistuipen vol pijn en onzekerheid heen die hem gemaakt hadden tot wat hij was. Ha! Wat een krankzinnig voorstel!


zondag 1 december 2013

Een rijk gedekte tafel

De laatste twee weken gebeurt het vaak. Als ik mijn ogen sluit en diep ademhaal dan denk ik aan hem terug. Steeds weer. Steeds weer denk ik aan die lachende man. Die lieve, vriendelijke man. Die best aantrekkelijke man. Die man die energiek in het leven staat. Die zo vaak vrienden ziet. Die regelmatig uitgaat. Die plezier heeft in zijn werk. Die succesvol een carrièreswitch maakt. Die elke week een flink stuk hardloopt en twee uur Chi Kung training volgt om lichaam en geest in conditie te houden. Die elke dag aandachtig start met een Chi Kung sessie van een half uur. Die man die zijn acteer­ambities vormgeeft in zijn theatergroep en via castingbureau’s. Die man die zoveel plezier beleeft aan zingen, al dan niet zichzelf begeleidend achter de piano. De man die reist, met vrienden en met zijn zoon. Een man om naar te verlangen. Een man om naar terug te verlangen. Die man was ik, zo’n vier jaar geleden.

En toen kwam die kriebel, zo’n drie jaar geleden. Een kriebel die ik niet kon negeren. Was mijn leven echt zo perfect, of blufte ik mezelf over mijn problemen heen? Alsof een pessimistisch schaduwtje mijn ziel kwam verduisteren: “Het kan toch niet waar zijn dat je gelukkig bent? Waar zit het addertje?”. Er waren herinneringen aan een tijd dat ik mezelf een vrouwennaam had gegeven. Herinneringen aan foute jurken, slechte pruiken en zware make-up. Herinneringen aan vrouwelijk proberen te zijn met de gordijnen dicht. Maar dat lag achter me. Toch? Een vraag van vier letters. Het lijkt iets van niks. Maar met die vraag trok ik mijn hele leven omver, als een slechte goochelaar die plots een tafelkleed van een rijk gedekte tafel aftrekt. Het servies van mijn leven begon te rammelen. Er begonnen glazen te wiebelen, bordjes te schuiven. Een kaars viel om, een glas rinkelde omver. De rest wiebelt en wankelt sindsdien. En soms valt er – na lang aarzelen eindelijk uitgewiebeld – alsnog iets om.

En nu kijk ik naar de tafel en zie ik een ravage… Mijn theatergroep is op sterven na dood. De castingbureau’s bellen me niet meer. Zingen? Durf ik niet meer omdat ik bij elke noot een mannenstem hoor en dan wanhopig wordt bij de gedachte een vrouw te zullen zijn met zo’n stem. Chi Kung? Ik probeer het nog vaak, maar het brengt me geen rust meer. Mijn hardloopschoenen liggen in de kast. Uitgaan? Nee, te moe. Ik kan het nog maar net opbrengen om nog wat te werken.

Ik weet dat het belangrijk is om los te laten. Belangrijk om ruimte te maken voor iets nieuws. Misschien is het wankelende en omgevallen servies op de tafel van mijn leven een teken van loslaten. Loslaten is een krachtige daad. Een daad waar je je sterker door gaat voelen. Dus ben ik niet aan het loslaten maar aan het opgeven, want ik ben me helemaal niet krachtiger gaan voelen. Ik ben moe. Ik ben heel erg moe van mijn zoektocht in het donker. Het donker dat intrad toen de kaars omviel die op de rijk gedekte tafel stond. Toen ik het waagde om aan het tafelkleed te trekken.

donderdag 28 november 2013

Top-dog

Ondanks het feit dat hij maar u tegen me blijft zeggen, begint mijn VU-psycholoog vertrouwd te voelen. Zo vertrouwd, dat ik denk dat ik hem wel kan peilen. Vandaag, tijdens ons vijfde gesprek, werd me duidelijk dat het beeld in zijn hoofd van dit ‘gevalletje Lisa’ wel zo’n beetje helder is geworden. Hij waagt zich nog niet aan een uitspraak die ook maar het kleinste beetje riekt naar een voorschot op een voorlopige diagnose (en dat druk ik – geloof het of niet – niet te voorzichtig uit), maar toch voelt het alsof die diagnose dichtbij is.

Hij is namelijk behoorlijk transparant in zijn vragen. Geen psychoanalytisch gegraaf naar circumstantial evidence, maar gewoon rechtstreeks een aantal hypothesen aflopend – een checklist haast – om ons al trechterend bij de eindconclusie te brengen. Mijn psycholoog is zo transparant dat ik mezelf soms moet dwingen spontaan te blijven antwoorden en niet te gaan sturen. Qua gespreksvaardigheden ben ik hier duidelijk de top-dog. Een top-teefje welteverstaan. Je zou kunnen zeggen: mooi, dan kun je hem naar elke conclusie sturen die je maar wilt. Inderdaad: dat zou ik kunnen. Maar ik zie de VU niet als lanceerplatform voor de kortste weg naar een geslachtsaanpassende operatie. Ik hoop dat ik bij de VU voor mezelf wat antwoorden krijg over mijn twijfel en de keuze die ik te maken heb. Ik wil geen overhaaste lancering met de brandstofslang nog in de raket: ik zou heel snel met een harde smak weer terug op de aarde gesmeten worden.

Vandaag probeerde mijn VU-psycholoog Man-ik en Lisa hiërarchisch te ordenen: “Wie is er nu eigenlijk dominant?”. Tja... Wie is nu in mij de top-dog: de teckel Man-ik of de poedel Lisa? Kijkend naar kwantiteit, dan is dat duidelijk: veruit het grootste deel van de tijd leef ik als Man-ik. Maar vergis je niet: die Man-ik van nu is een flink stuk vrouwelijker dan vijf jaar geleden. In mijn beleving ligt het ook anders. Ik voel me vaak vrouw; ook als ik mijn Man-ik-masker draag. Soms heb ik er zelfs binnenpretjes over. Dan loop, praat en doe ik tijdens mijn werk Man-ikkerig, maar denk ik stiekem: “Ha ha, jullie zouden eens moeten weten dat ik nu duidelijk mijn borsten voel zitten!”. Maar ja, naast die binnenpretjes zijn er ook heel veel binnenverdrietjes. Verdrietjes die de laatste twee weken veel naar buiten komen als ik alleen ben. Verdrietjes om de teckel en de poedel die er samen niet uitkomen.

woensdag 20 november 2013

Gendergewoonte

Sinds ik mijn genderzoektocht ben gestart, is het mij steeds duidelijker geworden hoe sterk we geconditioneerd zijn te denken in mannetjes en vrouwtjes. En dat gaat verder dan de gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen (waar geen enkele intrinsiek ergonomische of logische noodzaak toe is). Nee, in vrijwel álles zit een genderdistinctie die er alleen maar is omdat we gewend zijn de mannetjes en de vrouwtjes van elkaar te onderscheiden. Ook wanneer dat totaal irrelevant is.

Zo was ik vandaag als Man-ik bij een winkel in huishoudelijke spullaria, om een nieuw batterijtje te kopen. Zo’n klein priegelig batterijtje dat je amper vast kunt houden, laat staan dat je een typenummer erop kunt lezen. Ik vroeg aan de dame achter de kassa of ze dit soort batterijtjes ook verkochten. Ze bekeek het kleine metalen knoopje aandachtig en besloot de hulp in te roepen van een collega: “Anja, deze meneer is op zoek naar dit batterijtje, hebben we dat?”. Het kwam natuurlijk door mijn fixatie met mijn genderpuzzel, maar ik vond het opvallend: ‘deze meneer’. Een totaal niet ter zake doende verwijzing naar mij (het batterijtje was gewoon uniseks en was zelfs bedoeld voor Lisa’s horloge). En als ik eerlijk ben, het ergerde me ook een klein beetje. Niet dat ik de dame achter de kassa iets kwalijk nam. Het was mijn gevoeligheid die voor ergernis zorgde. Ik zie mezelf allang niet meer als man. Ik leef nog deels als man. Ik gedraag me op die momenten nog als man (niet stereotiep, want veel mensen zullen mij inmiddels als homo inschatten, denk ik, maar dat terzijde). En hier stond ik – een mens op drift geraakt tussen man-zijn en vrouw-zijn – gewoon een batterij te kopen en werd ik, bijna nodeloos kwetsend, een man genoemd.

Het is een gewoonte om gender te betrekken in onze sociale omgang. Gendergewoonte als sociaal smeermiddel. Het is precies die gewoonte, waar zoveel van doordrenkt is, die maakt dat ik het moeilijk vind om tussen twee geslachten in te zweven. Die gewoonte maakt dat ik niet als Man-ik met een panty en een rokje over straat ga als ik daar toevallig zin in heb. Die gewoonte maakt dat ik het gevoel heb dat ik alleen maar uit mijn genderdysforie kan ontsnappen door een keuze te maken naar het andere hokje. Buiten de hokjes treden maakt automatisch de sociale interactie ingewikkelder. Alsof je eenzijdig de spelregels verandert en daardoor voortdurend discussie krijgt over het gespeelde spel. Alsof je jezelf voortdurend moet uitleggen.

Het is natuurlijk mijn conditionering die me hier in de weg zit. Mijn niet aflatende streven naar harmonie. Maar ja, dat is wie ik ben. Ik ben niet de rebel, de activist, die met zijn/haar verschijning de wereld wakker schudt van onbewuste, onnodige en onwerkelijke conditioneringen. Ik ben de zachtaardige verbinder, die graag mensen in harmonie samenbrengt. De zachtaardige verbinder die er maar niet in slaagt de innerlijke verlangens en angsten te verbinden. Die er niet in slaagt de innerlijke man en de innerlijke vrouw te verbinden. Die er niet in slaagt de uiterlijke man en de uiterlijke vrouw in harmonie te laten samensmelten. Omdat de gendergewoonte zo in de weg staat.

dinsdag 19 november 2013

Ja, ik wil…niet

Het was er echt een dag voor. Geen afspraken voor mijn werk, wel een noodzaak om me aan te kleden en de deur uit te gaan (de boterhammen waren immers op). Bij uitstek een Lisa-dag dus! Dat had ik me gisteren al bedacht, dus toen ik ging slapen, wees alles er op dat ik vandaag als Lisa zou opstaan.

Het licht ging aan. Of nee, het licht van deze dag was al aan. Het sijpelde al flink tussen de gordijnen door toen ik mijn ogen open deed. Half tien… heerlijk! Ik stapte uit bed en liep naar de hoop kleding die over mijn dekenkist heen gelegd was. Ik pakte mijn joggingbroek en trok die aan. Ik keek naar de bh en de borsten die er lagen en aarzelde. “Nee, straks”, hoorde ik mezelf zeggen. Ik pakte het vormeloze verwassen shirt dat er naast lag. Op mijn pantoffels liep ik naar de keuken om ontbijt te maken. Terwijl de ketel het water op thee-temperatuur borrelde, deed ik een halfslachtige poging mijn Chi Kung ochtendritueel weer nieuw leven in te blazen. Voor een halfslachtige poging was het geslaagd, maar om nu te zeggen dat ik hiermee de discipline-dip van de laatste paar weken bezworen had…

Na het ontbijt liep ik terug naar de slaapkamer om mijn kleding klaar te leggen voor vandaag. Op de dekenkist lag een leuk rokje en een bijpassende panty die ik nog maar kort gedragen had en best nog een keer mijn mooie benen kon sieren. Ik pakte ze op en legde ze op het bed. Mijn bh en mijn borsten legde ik er bij. Ik pakte een leuk shirt met watervalhals. Altijd goed; zo’n watervalletje is echt een van mijn favorieten. Ik overzag de selectie op mijn bed. Dit zou ik vandaag gaan dragen. Toch? Maar ik twijfelde. Niet over de kleur van de panty. Niet over of ik een watervalhals wel mooi vind. Ik twijfelde over de Lisa-dag.

Ik trok mijn joggingbroek en shirt uit en keek neer op mijn naakte lichaam. Ik zag een taille en heupen. Subtiel aanwezig in dit mannenlijf, maar in mijn beleving zijn het de voorhoedespelers van mijn vrouwenlijf. Pre-hormonaal al aanwezig, dus dat kan alleen maar beter worden als mijn lijf ooit de juiste chemische aanwijzingen krijgt. Maar de fantasie werd wreed verstoord door mijn penis en mijn platte borst. Ik keek naar de kleren op het bed en keek nog eens naar mijn lijf. Er was iets dat me deed aarzelen, maar ik snapte niet goed wat. Misschien vandaag geen rokje maar een broek? Nou ja, eerst maar douchen.

Onder de hitte van de douche scheerde ik me. Eerst mijn baard die, hoe goed ik ook mijn best deed, ook in geschoren staat zichtbaar zou blijven. Baardschaduw. Raar woord eigenlijk; een baardschaduw is de enige schaduw die zichtbaar is als het object waar het van af stamt zelf onzichtbaar is. Mijn baard was afgeschoren, maar ik wist dat ik in de spiegel nog precies de contouren van mijn baard zou kunnen zien. Vervolgens schoor ik mijn lichaam. Borsthaar, buikhaar, okselhaar, benen (boven en onder) en ja ook op mijn billen en ballen. Alles mooi glad.

Ik draaide de kraan dicht en droogde me af. Tijd voor de make-up. Mijn gewoonte is om eerst de basis van mijn make-up aan te brengen (primer, beardcover, concealer, vloeibare foundation, shaper en poederfoundation), me dan aan te kleden en vervolgens de make-up af te maken: ogen, blush en lippen. Ik keek in de spiegel boven de wastafel. Mijn ogen dwaalden af van mijn baardschaduw naar de beardcover in mijn make-up tas. Van mijn wangen naar de foundation. Van mijn neus naar de shaper. Ik aarzelde. “Oké, eerst maar aankleden dan”, zei ik tegen mezelf en ik liep naar de slaapkamer. Daar lagen mijn kleren uitnodigend op het bed uitgespreid. En ineens snapte ik het. Ineens begreep ik mijn aarzeling. Er was niks mis met mijn kleding. Niks mis met net doen alsof ik nu al een vrouw ben. Maar ik wilde niet een vrouw zijn met een dikke laag make-up om haar baard te verbloemen. Ik wilde niet een vrouw zijn met een pruik op haar hoofd; de hele dag geremd om eens lekker de handen door het haar te halen. Ik wilde mezelf niet verstoppen; ik wilde mezelf zijn. Gewoon naturel; gewoon ik.

Maar de realiteit is dat die ik een mannenhoofd heeft, met een haargrens die niet gewoon een beetje is teruggetrokken, maar de hele strijd opgegeven lijkt te hebben. Zonder pruik en zonder make-up kan ik onmogelijk als vrouw over straat. En als man durf ik geen panty en een rokje te dragen, zo veel hecht ik kennelijk aan het dichotome denken in mannen en vrouwen. Of moet ik zeggen: zoveel hecht ik kennelijk aan het geaccepteerd worden door mijn omgeving. Was ik rebelser geweest, dan had ik gewoon die panty en het rokje aangetrokken en was ik lekker met mijn Man-ik hoofd en Man-ik haar naar buiten gegaan. Maar ja, dat durf ik niet. En op de een of andere manier klopt dat ook niet.

Ik deed de Lisa kastdeur open en pakte een hempje met kant en een shirt met diepe hals. Ik trok ze aan. Over mijn mannenborst. Zonder bh en zonder protheses. Ik deed de Man-ik kastdeur open, pakte een skinnyjeans en trok deze aan. De spiegel liet het me duidelijk zien: zéér androgyn. Geen Man-ik, geen Lisa. Een vaag compromis. Een compromis voor iemand die vrouw wil zijn en tegelijk zo naturel mogelijk wil blijven. Een vaag compromis voor iemand die niet kan kiezen. Iemand die niet durft te kiezen. Iemand die zich afvraagt hoe lang hij het zich nog kan permitteren om niet te kiezen. Iemand die zo vaak in verwarring leeft… Ja, ik wil…niet.

dinsdag 12 november 2013

Kaartenhuis

De groep kijkt me aan. Ik zie dertig gezichten, zestig ogen proberen mij te zien. Maar ik ben er niet. Ik vind het eng. Ik heb me diep van binnen teruggetrokken en laat mijn automatische piloot het woord doen. Allemaal keurig en beleefd, natuurlijk. Functioneel. Maar niet uit het hart. Want het hart zit eventjes op slot. De groep hoort me een welkomstwoord doen. De groep hoort me de sprekers introduceren. Ik zie mezelf op mijn briefje kijken want ik heb geen idee meer hoe ze heten en wat hun achtergrond is. Alsof ik dat gisteren niet drie keer goed heb doorgelezen en samengevat op dit spiekbriefje. Al sinds de middelbare school weet ik dat als je veel aandacht besteed aan je spiekbriefje dat je hem niet meer nodig hebt omdat je de inhoud gewoon hebt onthouden. Maar deze keer gaat die regel niet op. Ik heb geen idee meer waar ik mee bezig ben.

Met bravoure als de motor van mijn automatische piloot bluf ik me door dit seminar. Door mij georganiseerd, samengesteld en gecoördineerd. Al maanden bezig met de voorbereidingen, met alle sprekers uitgebreid voorgesproken. De afbakening en de samenhang van de presentaties goed doordacht en doorgenomen. Het staat als een huis. Maar op deze dag voelt dat huis niet zo stevig aan. Althans niet voor mij, want de deelnemers lijken het vooralsnog prima te vinden. Maar het huis mist een fundament. Het fundament in mij.

Sinds Lisa en Man-ik samen in mijn leven zijn, is mijn onzekerheid gegroeid. Of eigenlijk moet ik zeggen: mijn zekerheid geslonken. Mijn onzekerheid is weer terug op het niveau van vroeger. Toen ik nog een kind was. Ik ben emotioneel instabiel, twijfel regelmatig ernstig aan mijn kwaliteiten, vind het eng om gezien te worden en ben rete-onzeker. Reacties van anderen voelen weer vaker als een aanval, als kritiek. Ik hoor me mezelf verdedigen voordat er überhaupt geschoten is. Ik ben terug bij af, lijkt het. Of, meer psychologisch geformuleerd: ik zit in regressie, en vet ook (hoewel ‘vet’ dan weer geen term uit de psychologie is). Ik ben teruggevallen in gedrag uit mijn kindertijd. Gelukkig kan ik mijn plas nog ophouden…

Aan de ene kant voelt die regressie goed, alsof de videoband wordt teruggespoeld naar het punt waarop de plot van het verhaal nog een andere wending kan nemen. Het punt waarop ik mijn leven, zonder ballast, opnieuw mag vormgeven. Als iemand me kan garanderen dat het daar op uit draait, dan bijt ik mijn tanden nog even op elkaar en hobbel ik door in mijn onzekerheid. Maar de andere kant is dat ik bang ben voor wat er komen gaat. Bang voor wat ik over me af heb geroepen door mezelf de vraag te stellen of ik niet liever als vrouw zou willen leven. Natuurlijk: als je gaat morrelen aan de tafel waar je het kaartenhuis van je leven op gebouwd hebt, dan valt er wel eens een kaartje om. Maar soms als ik mijn ogen sluit zie ik in gedachten het hele kaartenhuis instorten.

De groep kijkt nog steeds naar me, terwijl ik de volgende spreker aankondig. Ik kijk opzij, kijk de spreker aan en terwijl mijn mond geluid voortbrengt en mijn arm een uitnodigend gebaar maakt, ben ik dankbaar. Dankbaar voor mijn automatische piloot die me door deze dag heen loodst. Deze dag waarop ik liever een heel jong meisje was geweest. Een meisje met een heel leven voor zich. Zonder geschiedenis. Zonder een tegen wil en dank in opgebouwd bestaan als man. Een meisje dat huppelend en dansend de wereld ontdekt.

Ik ben gestopt met praten. De spreker heeft het woord genomen en ik loop opzij. Terwijl ik op mijn stoel op de eerste rij plaatsneem, wordt het stil. Stil in mij. Ik hoor het ruisen van het bloed in mijn oor en even denk ik dat het de wind is. De wind die mijn toch al wankele kaartenhuis komt tarten. Gelukkig is het de wind niet. Mijn kaartenhuis staat nog overeind. Lichtelijk geschonden, te midden van vele kaarten waarvan ik niet kan zien of ze ooit onderdeel uitmaakten van dit kaartenhuis of dat het nieuwe kaarten zijn die ik er nog aan toe moet voegen.

PS: dank aan de automatische piloot: de deelnemers aan dit seminar waren zeer tevreden, bleek uit de evaluatieformulieren!

dinsdag 5 november 2013

Ik ben bang

Onze lippen gleden over elkaar. Wanneer ze zich sloten ruiste onze adem door onze neus, maar meestal hijgden we onze adem langs onze tongen naar buiten. We zoenden zoals we al vaak gedaan hadden als man en vrouw. Maar nu waren we geen man en vrouw. Nu waren we twee vrouwen; de fysieke aantrekking ging dwars door alle grenzen van de geslachten heen. Ik kon me niet herinneren ooit eerder als Lisa zo voluit met haar gezoend te hebben.

Haar hand gleed over mijn lichaam; net als mijn hand over de hare. Haar vingers streelden mijn hals en gleden naar beneden over mijn borsten. Ze kneep in mijn borst. Mijn lichaam sidderde. “Zullen we naar boven gaan?”, zei een van ons maar het had net zo goed de ander kunnen zijn. We stonden op. Terwijl zij in de kamer de lichten uitdeed en daarna haar slapende kind checkte, maakte ik me in de slaapkamer snel klaar voor de nacht en het zinnelijke spel waarmee we die zouden inluiden. Ik deed mijn pruik af en haalde mijn make-up van mijn gezicht. Toen ik me uitkleedde kwam ze binnenlopen, zelf ook al half ontkleed. Ik had net mijn bh achter op mijn rug losgemaakt en met mijn handen hield ik de bh en mijn borsten nog even op hun plek. Een diepe zucht liet horen dat ik me voorbereidde op het loslaten van mijn vrouwelijke trots. Op het moment dat ik mijn handen in beweging wilden zetten, voelde ik haar handen op de mijne. Haar lippen kusten me, teder en zacht. Ik kuste terug en voelde haar handen over mijn armen naar mijn rug glijden. Ik voelde de band van de bh weer strakker worden toen ze de haakjes achter mijn rug weer vastmaakte. Ze pakte mijn hand en trok me naar het bed.

We zoenden, streelden en kronkelden van genot. Toen ze haar hand tussen mijn benen stak, kreunde ik. Ik voelde hoe haar vingers bij mij binnendrongen en om mijn vagina beter te kunnen ontspannen sloeg ik mijn benen om haar heen. De ene na de andere zindering van verlangen en diep genot kolkte door mijn lijf. Mijn hartslag, mijn ademhaling en zelfs de snelheid waarmee de elektrische stroompjes door mijn zenuwstelsel gierden: alles ging steeds sneller en sneller om te eindigen in een intense golf van vrede, verbondenheid en ontspanning. We zuchtten allebei diep en gleden in de veiligheid van een innige omhelzing.

Daar lagen we, luisterend naar de seks-echo die nog door onze bloedbaan rondging. Er kwamen zachte geluidjes van tevredenheid uit mijn mond die langzaam steeds harder werden en zich transformeerden tot snikjes. Mijn lichaam schokte en ik voelde mijn hart zich omhoog stuwen richting mijn keel. De snikjes werden groter en ik voelde het warme traanvocht over mijn wangen lopen. Ik huilde. Van angst. Ik voelde me bang. Doodsbang voor het proces waar ik in zit. Doodsbang voor de keuze die ik ergens diep in mij allang gemaakt heb. De keuze die onontkoombaar lijkt. Hoe kan je grootste verlangen tegelijk je grootste schrikbeeld zijn? “Ik ben bang”, hoorde ik mezelf tegen M. zeggen. En alsof die conclusie werkelijker werd door het uit te spreken, huilde ik nog harder. Daar, op het bed van onze passie, in de innige omhelzing van onze liefde, huilde ik om misschien wel de diepste angst in mij. De angst om de controle los te laten.

donderdag 24 oktober 2013

Dysforie-swap

De laatste paar weken heb ik er weer veel last van. Dysforie. Normaal komt het en gaat het in periodes. Hoewel het nooit écht gaat. Altijd is er een zweem van onbehagen. Die in sommige periodes aanzwelt tot explosieve proporties. Zoals nu. Een periode van groot onbehagen over mijn geslacht. Genderdysforie, zoals dat dan heet.

Gek woord eigenlijk, dysforie. Op het eerste gehoor lijkt het een of andere nare hoestende infectieziekte. Maar nee, dysforie betekent gewoon dat je er niet blij van wordt. Inderdaad, precies het tegenovergestelde van euforie. Hoe zou het zijn om gendereuforie te hebben? De hele dag maar jubelend over straat rennen omdat je zo blij bent dat je een meisje bent? Bestaan daar ook klinieken voor? Tja. Als genderdysfoor vraag je je toch wel eens af of er, aan de andere kant voorbij de genderonverschillige meerderheid, ook pathologische blijerikken zouden rondlopen die ook niet meer weten waar ze met zichzelf heen moeten. Hoe dan ook, ik moet het doen met mijn dysforie.

In mijn vorige blogpost maakte ik een soort balans op. Dat is niet zonder risico, want daardoor kunnen nieuwe gedachten opkomen, die je vervolgens nog meer vastgrijpen dan de gedachten die je op een rijtje wilde zetten. Zoals deze: is de enorme piek in dysforie van nu eigenlijk wel genderdysforie? Ik ben tijdens mijn zoektocht zo veel dichterbij mijn verlangen gekomen om vrouw te zijn. Ik heb weerstand overwonnen, coming-outs gehad, erkenning gekregen en een naam, een stijl en een bijbaan. Ik heb nieuwe vrienden en vriendinnen gekregen en ik ben er geen enkele kwijtgeraakt. Ik leef een deel van mijn tijd als Lisa en Man-ik is stiekempjes aan ook al wat androgyner geworden. Er is dus gemiddeld genomen véél meer vrouw in mijn leven dan jaren geleden. Strikt genomen zou de genderdysforie dus ook wat lager moeten zijn.

Toch ervaar ik juist in deze periode een toename in dysforie. Natuurlijk kan het zijn omdat ik er zo mee bezig ben. Alles wat je aandacht geeft groeit immers.  Maar er speelt ook iets anders mee. Volgens mij heb ik last van een dysforie-swap. Dat is geen officiële psychopathologische term, maar gewoon mijn manier om te zeggen dat ik denk dat ik misschien wel de ene dysforie voor de andere aan het verruilen ben. Mijn onbehagen van nu heeft misschien niet zozeer met de spanning tussen mijn biologische geslacht en mijn gevoelde geslacht te maken, maar met iets anders. Met een andere spanning. Een hoogspanning tussen mijn behoedzaamheid en mijn ongeduld. Ik ben een vat vol tegenstrijdigheden met een kort lontje. Ik wil graag vooruit. Ik wil graag de conclusie van mijn onderzoek kunnen leven. Ik wil graag vrouw zijn. Maar ik handel zo tergend behoedzaam. Ik wil niks forceren. Mezelf niet overschreeuwen. Niemand onnodig kwetsen. Alles goed onderzoeken en doorvoelen voordat ik besluit verder te kijken en verder te gaan. “Ooohhh, schiet op!”, roept het ongeduldige meisje in mij. “Doe maar voorzichtig”, roept het bange jongetje in mij. Een spanning om gek van te worden!

woensdag 23 oktober 2013

Welterusten

Het is pikkedonker buiten. In huis schijnt alleen het licht van het computerscherm. Ik kan niet slapen. Niet vanwege een gebrek aan vermoeidheid. Integendeel: ik ben kapot. Ik ben grieperig, snotverkouden, heb brandende ogen en verkrampte schouders. Ziek en morgen weer een drukke werkdag voor de boeg; alle reden om goed te slapen, zou je zeggen.

Maar in mij komt het maar niet tot rust. Een woelige, kolkende brij van verlangens, onlusten en emoties. Ik voel me intens verdrietig over mijn lot, ook al weet ik dat het doorgaans niet beter wordt als ik medelijden met mezelf heb. Maar getverderrie was een moeilijk proces is dit. Ik wil vrouw zijn. En ik durf niet. En dus draai ik in rondjes. Rondjes die me duizelig maken. Rondjes die me wakker houden wanneer ik mijn nachtrust het hardst nodig heb.

Gisterenavond op een donker en tochtig parkeerterrein (ach ja, grieperig was ik toch al) biechtte ik Lisa op aan een trainingsactrice die ik af en toe inhuur voor mijn trainingen. Nadat ze over de eerste schrik heen was vroeg ze me het hemd van het lijf. “Wat ben je al ver gekomen!”, concludeerde ze na enige tijd. O ja? Zo voelt het niet, zeker niet op nachten als deze wanneer ik te onrustig ben om de slaap toe te kunnen laten. Of ontneemt de traagheid van alle kleine stapjes die ik al heb gezet me het zicht op het grotere geheel?

In augustus vorig jaar schreef ik een soort tussenbalans op dit blog: de puzzel met tien stukjes. Als ik daar nu met mijn door griep vertroebelde ogen naar kijk dan zie ik dat geen enkele van de negen bezwaren is weggenomen. Maar als ik wat langer kijk dan zie ik dat ik toch veel vooruitgang heb geboekt in het afgelopen jaar:
  • de angst om vrienden kwijt te raken heeft zich nog geen enkele keer als terecht bewezen
  • de eerste stap naar S. hebben we overleefd
  • mijn schaamte is enorm veel kleiner geworden (nee hij is niet helemaal weg)
  • mijn bereidheid in mijn gezonde lichaam in te grijpen is flink gegroeid: ik laser mijn baard, ik slik Finasteride en ik hunker naar testosteron­onderdrukkers
Ik mag trots zijn op mezelf. Trots op het overwinnen van mijn angsten. Trots op mijn doorzettingsvermogen. Trots hoe ver ik al gekomen ben. Nu maar even niet meer denken aan wat er allemaal nog voor me ligt. Welterusten.

zondag 20 oktober 2013

Testosteronder

“We gebruiken het niet als diagnostisch instrument”, zei mijn VU-psycholoog. In ons vorige gesprek had hij me gevraagd hoe het voor me zou zijn om een tijd testosterononderdrukkers te slikken, zodat mijn mannelijke libido me niet voortdurend het zicht zou ontnemen op mijn gendergevoel. Het idee had me sindsdien niet meer losgelaten dus begon ik er dit gesprek opnieuw over. Maar kennelijk had ik zijn suggestie de vorige keer onterecht als een kleine opening geïnterpreteerd. Want nu schermt de psycholoog toch echt met de voorwaarde dat je voor testosteronblokkers in de zogeheten Real Life Test gaat: je gaat daadwerkelijk fulltime leven in het gewenste geslacht. Een gekke catch-22 in mijn geval: om te ontdekken of ik werkelijk de stap naar fulltime vrouw zou willen maken, zou ik graag mijn testosteron onderdrukken. Maar om dat te kunnen doen moet ik de stap naar fulltime vrouw dus al maken. In elk geval tijdelijk. En tijdelijk is hier minimaal een half jaar, omdat het nadat je testosterononderdrukkers bent gaan slikken even duurt voordat de rook van het mannelijke libido is opgetrokken en je een helder zicht hebt gekregen.

Tja. Dan toch maar illegaal en onder eigen verantwoordelijkheid? Ik kan ze zo op internet kopen. Niet spotgoedkoop, maar nog wel te betalen. Maar liever laat ik me begeleiden door een arts en krijg ik de tabletten vergoed door de ziektekosten­verzekeraar. Mijn VU-psycholoog ziet me liever ook niet zelf doktertje spelen, dus toen ik die optie suggereerde, werd hij al iets minder rigide in het protocol.

In mijn angst een verkeerde beslissing te nemen en mijn verlangen om toch niet in het huidige vage tussengebied te blijven hangen, wil ik graag verder onderzoeken. Verder experimenteren. En mijn intuïtie zegt me dat het daarvoor heel fijn is om mijn testosteron er onder te krijgen. Gek genoeg voelt de bijwerking van permanente onvruchtbaarheid niet eens als een groot probleem. Het is kennelijk een minder groot probleem dan minimaal een half jaar als vrouw te moeten leven nog voordat ik besloten heb dat te willen doen. En het misschien te moeten terugdraaien als het toch allemaal wat tegenvalt. Mijn grote angst voor mijn coming-out in mijn werkzame leven en het daadwerkelijk van rol wisselen naar S. toe, zorgt ervoor dat ik elke tussenstap die dat moment kan uitstellen, graag wil nemen. Ik krijg mijn testosteron er wel onder, met of zonder hulp van de VU. We gaan het zien. Wie weet wat er straks aan het eind van de diagnosefase mogelijk is. Bij de VU. Of bij mij…

vrijdag 18 oktober 2013

Deo volente

Pssshhht! Met een langgerekt subtiel gesputter gaf hij de geest. Op. Eindelijk. Met het oog op de crisis en het milieu durfde ik hem niet halfvol weg te gooien, maar eigenlijk gebruikte ik hem al weinig meer. Gisteren, ter afsluiting van de laatste dag dat S. zijn herfstvakantie bij mij vierde, spoot ik het laatste restje deo uit de spuitbus. Ik bekeek het object nog eens goed: zwart met zilver gekleurd met een groen biesje langs een gebogen geometrisch figuur dat denk ik stoerheid en snelheid moest uitstralen, in de hoop mannen aan te sporen deze deo te kopen. Dit was duidelijk een mannendeodorant. Het verschil met die andere deo op mijn badkamerplankje was groot: een witte spuitbus met roze dop en een afbeelding van groene blaadjes en een opengesneden granaatappel. Een vrouwendeodorant. Mijn deodorant.
 
Voor de wereldorde was het een stap van verwaarloosbare betekenis. Voor de praktijk van mijn leven was het eigenlijk ook niet zo’n grote stap. Maar de symbolische waarde was wel groot. Na zo’n dertig jaar mannendeo gebruikt te hebben (mijn eerste jaren rook ik van nature schoon en puur zoals alle kinderen doen), besloot ik kort geleden nooit meer een mannendeo te kopen. De Lisa-deo die al een tijdje in mijn badkamer aanwezig was, werd verheven tot de standaard. En nu verdween mijn laatste spuitbus mannendeo leeg in de prullenbak.

Het was niet zo dat ik tegelijk met de deodorant het laatste restje mannelijkheid uit mezelf had gespoten. Het was een van de vele kleine stapjes in mijn zoektocht, voetje voor voetje, naar mijn vrouwelijkheid. Tot ik ooit het punt bereik dat er ófwel genoeg vrouwelijkheid in mijn identiteit zit ófwel ik niet nog meer mannelijkheid wil opgeven. En hopelijk vallen die twee punten samen, deo volente.

woensdag 16 oktober 2013

Min of Meer

Tijdens mijn zoektocht naar mezelf zoek ik bewust steeds contact met andere mensen die zich niet in hun biologische lijf en/of het maatschappelijke genderhokje thuis voelen. Het helpt me om mezelf te kunnen plaatsen: ben ik zo als hij/zij of niet? En omdat ik nu mezelf probeer ‘ergens tussen de genders’ te definiëren ben ik ook op zoek naar rolmodellen op dat vlak. Zo kwam het dat ik aan het lezen ben in het boek “Man of Vrouw min of meer” van Tim de Jong. In dat boek vertellen verschillende transgenders, tussengenders, hij/zij’s of hoe ze zichzelf ook noemen over hun keuze om zich ‘ergens tussen de genders’ te definiëren.

Zo las ik over Bernadette die zegt genezen te zijn van haar genderdysforie, zonder haar lichaam of sociale rol aan te passen. Als ik naar haar foto kijk en lees hoe ze nu leeft zie ik een redelijk gangbare vrouw. Maar toch: ze weigert zich te conformeren aan genderstereotypen en wil op formulieren ook geen geslacht invullen. Zelfs haar vliegtickets boekt ze genderneutraal. Ik zou haar ‘wars van gender’ noemen maar je kunt er ook makkelijk een activistische inslag in herkennen. Die overigens bij enkele andere geïnterviewden in het boek ook terugkomt. Nee, activistisch ben ik geloof ik niet, daar ben ik veel te veel een pleaser voor... ;-)

Waar ik me in herken zijn de verhalen (van bijvoorbeeld René) over mensen die zeggen dat hun werk, relatie of sociale omgeving voor hen een reden is niet volledig te transformeren naar het andere geslacht. Het leven ‘ertussenin’ als compromis, dus. Daar schreef ik laatst ook al over. Kort door de bocht zou ik mijn getalm allemaal kunnen afdoen als angst om te verliezen. En ja, die angst is groot, maar ik mag toch wel zeggen: veel minder groot dan een tijdje geleden. Die angst is dus kennelijk overbrugbaar. Maar toch neem ik de grote stap niet. Volg ik liever de geleidelijke weg en zet ik telkens een klein stapje? Om uiteindelijk ook gewoon uit te komen bij volledige transformatie? Is mijn zoektocht naar ‘het midden’ niet gewoon uitstelgedrag? Tja, wie zal het zeggen.

Ik weet niet of het zijn angst was die hem destijds weerhield, maar feit is dat de Yvo uit het boek na het interview (het boek is inmiddels al bijna vijftien jaar oud) alsnog de volledige transformatie heeft gedaan. Misschien blijkt later ook voor mij de zoektocht naar ‘het midden’ een tussenstap. Wie het weet mag het zeggen...


donderdag 10 oktober 2013

Spiegeltje, spiegeltje

In mijn hoofd hoorde ik het begin van een bekend sprookje. Maar de tekst nam al snel een nieuwe, ongewone wending. Een wending die overigens net zo verontrustend was als in de oorspronkelijke versie. Want ik hoorde: “Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wat is er nú weer aan de hand?”.

Ik keek in de spiegel. Een handeling die voor mij niet zo alledaags is als voor de meeste andere mensen. Niet dat ik het nooit doe, maar het is voor mij nooit een neutrale, gedachtenloze controle op onfatsoenlijk piekend haar, check op toegenomen vetopslag op ongewenste plekken of taxatie van de mate van ouderdomsontspanning van de huid. Mijn lichaam neem ik waar door mijn genderbril, ik kan niet anders. Ik heb er decennia over gedaan om mijn mannenlichaam te kunnen zien als onderdeel van mij. Maar die verworvenheid is niet permanent: het ene moment zie ik mezelf als ik naar dat mannenlichaam kijk, het andere moment zie ik een lichaam dat ik niet ken; alsof ik het nooit eerder heb gezien. Een gedachte die me meestal opzadelt met het eenzame gevoel geen eigen lijf te hebben. Dat is een vreemd soort ontheemd gevoel: als een zwerver zwalkend door het leven op zoek naar onderdak in een lichaam dat ik het mijne kan noemen.
 
Soms zie ik in de spiegel een lichaam dat ik wel degelijk ken, maar liever niet wil zien; dan lijkt het wel alsof mijn oogspieren defect zijn en ik fysiek niet meer in staat ben om naar het gebied onder mijn middel te kijken. En sinds een aantal jaar, sinds ik de Lisa in mij echt de ruimte heb gegeven, zie ik regelmatig een vrouwenlichaam als ik in de spiegel kijk. Dan weet ik zeker dat ik borsten zie en dat er geen piemel voor mijn benen bungelt. Dan kijk ik tegen een mooie venusheuvel en het begin van mijn schaamlippen aan. Het gebeurt dan wel eens dat Man-ik over mijn schouder mee kijkt naar mijn mooie vrouwenlichaam en dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot mij. Het is een heel verwarrende ervaring om op je eigen lichaam te geilen zonder dat het narcistisch is, als je begrijpt wat ik bedoel. 

Maar vanochtend was het anders. Ik keek naar het lichaam dat zich in de spiegel aan de wand aan me toonde en ik zag een mannenlijf. Ik wist dat ik het niet zelf was; dit was niet mijn lichaam. Maar in plaats van me zoals gebruikelijk daarbij ontheemd te voelen, voelde ik me juist heel erg thuis. Thuis in mijn eigen vrouwenlichaam. Wat ik hier voor me zag was niet mijn reflectie, maar een aantrekkelijk mannenlijf dat ik via een of ander tijdelijk gat in mijn muur kon zien. Een slanke man met een strakke buik, een breed bovenlijf en alles mooi glad geschoren. Daar wilde ik wel even aanzitten! Hmmm, wat een lekkere vent staat daar voor me! Ik raakte opgewonden. De vrouw die ik ben raakte opgewonden van het mannenlijf dat ze zag. Het mannenlijf waarvan mijn hoofd zei dat het ’t mijne was, maar waarin mijn gevoel een potentiële bedpartner zag. Het begrip ‘unisex’ begon ineens een heel andere betekenis te krijgen…

woensdag 9 oktober 2013

Multiple choice

Ik reed in mijn auto door de stad. In mijn achterhoofd gonsde nog de herinnering aan twee dagen geleden. Als gastvrouw van Vier het Leven belde ik mijn gasten van deze avond op om het tijdstip door te geven waarop ik ze zou komen ophalen om ze naar het Concertgebouw te brengen. Bellen als Lisa is een moeilijke stap voor me; om niet te zeggen een verzoeking. Met alleen maar mijn stem mezelf als vrouw presenteren vind ik heel moeilijk. Ik hoor mijn mannelijkheid er voortdurend doorheen brommen. Ook als ik er echt even voor ga zitten, me verbindt met mijn vrouwelijkheid en heel sterk op mijn intonatie en toon let: “Dag, ik ben Lisa van Vier het Leven”. Maar al die concentratie haalt niks uit. Nou ja, wel iets: het haalt me weg van mijn authentieke zelf. Mijn lichaam gaat op slot van de stress en mijn adem wordt oppervlakkig. Eén voordeeltje heeft die stress wel: mijn stem gaat er automatisch een toon van omhoog. Misschien is het daarom dat ik soms doe alsof ik tevreden kan zijn over hoe het klinkt. Dat gevoel had ik twee dagen geleden ook. Maar deze avond bleek niets minder waar.

Ik belde aan bij mijn eerste gast. Even later kwam ze via de lift naar de hal en daar stond ik klaar om haar te begroeten. Ik was gekleed in elegant rokje en had me netjes opgemaakt voor een avondje uit. Nog voor ze mijn uitgestoken hand pakte, zei ze: “O, ik dacht dat u een man was!”. In een milliseconde speelde zich de volgende multiple choice-vraag in mijn hoofd af:
“Opgave 1: Kies het juiste antwoord bij de volgende stelling: O, ik dacht dat u een man was!
a. Ja dat was ik ook, lang lang geleden
b. Ja dat ben ik stiekem nog steeds hoor, kijkt u maar eens onder mijn pruik
c. Nee hoor, ik ben het maar
d. Nou gelukkig kunt u wel zién dat ik een vrouw ben
e. Ja, dat hoor ik wel vaker”


In diezelfde milliseconde evalueerde ik alle antwoordmogelijkheden en de consequentie die ze zouden hebben op het verloop van de avond, om uiteindelijk uit te komen bij optie e. “Ja, dat hoor ik wel vaker”, hoorde ik mezelf monter met mijn wannabe-vrouwenstem zeggen. Ik keek mijn gast aan om te zien of ik het juiste antwoord gegeven had. Geen reactie van betekenis. Pffff, ik heb het weer gered.

Bij de tweede gast kreeg ik opnieuw een kans, want zij maakte precies dezelfde opmerking. Ik koos voor dezelfde, veilig gebleken optie: “Ja, dat hoor ik wel vaker”. En weer bleek dit afdoende om mijn gast te verleiden aan mijn arm mee naar de auto te lopen. De hoop dat ik door de telefoon best vrouwelijk kan klinken liet ik in een spoor van verkruimelde illusie achter me.

Gelukkig kon ik gisterenavond deze multiple choice-vraag snel en adequaat beantwoorden. Was dat ook maar het geval geweest met die ene multiple choice-vraag op mijn Reïncarnatie Aanvraag Formulier: “In welk geslacht wilt u graag geboren worden?” Het lukte me toen kennelijk niet om eenduidig één hokje aan te kruisen…

maandag 7 oktober 2013

Overgave

Ik voel de hand mijn huid aanraken. Zachtjes streelt de hand de ronding van mijn borst. Even raakt een vinger mijn tepel aan. Ik sluit mijn ogen en geef me over aan de aanraking van deze hand. Deze mannenhand. Zijn tweede hand glijdt via mijn buik naar beneden. Ik spreid mijn benen om hem toegang te geven. De hand glijdt door, via mijn lies naar mijn vagina. Ik voel de vinger de rand van mijn vagina betasten. Een vleug van genot rimpelt door mijn lichaam. Ik hijg, terwijl de vinger over het randje van mijn vagina een klein stukje naar binnen glijdt. Heen en weer gaat de vinger, net als mijn ademhaling steeds een beetje sneller. Dan laat de man mijn borst los en voor ik me kan afvragen waarom, voel ik de warmte van zijn lippen op mijn kut. Hij kust me. Likt me. Ik hoor een lange, zwoele kreun die net zo goed van hem als van mij kan zijn. Ik kan het verschil niet meer horen. Mijn hele bekken siddert. Mijn hartslag bonkt in mijn bekkenbodem en het lijkt wel alsof ik op die pulserende beweging de man wil grijpen. Maar zijn hoofd gaat weg en de seksuele spanning zweeft even in het luchtledige. Op het moment dat die spanning futloos dreigt neer te dwarrelen voel ik hem weer. Hard en warm. Liefdevol maar stevig. Zijn pik schuift langzaam in me. Een lange diepe kreun, een grom haast. Dit ben ik, ik voel de grom laag in mijn borst. Mijn ogen draaien rond in het zwart achter mijn oogleden. Diep van binnen in mijn onderbuik voel ik de rand van zijn eikel langs mijn binnenkant glijden. Heen en weer. Ik til mijn benen op en sla ze om zijn middel heen. Met mijn hielen duw ik op zijn billen. Heen en weer. Hij mag niet ontsnappen. Heen en weer. Hij mag nooit meer stoppen. Heen en weer. Hij hijgt, net als ik. Heen en weer. Hij moet… oh, hij… oh… Een warme golf, licht prikkelend, wolkt zich met een zacht resonerend geluid door me heen. Mijn bekkenbodem trekt zich samen, mijn hele onderbuik gaat mee. Ik houd mijn adem in terwijl mijn hele lijf begint te sidderen. Ik voel mijn borsten heen en weer wiebelen op de beweging. Ik voel de knoop in mijn geblokkeerde longen langzaam omhoog glijden. Eenmaal bij mijn keel aangekomen glijdt de spanning met een lange zucht mijn lichaam uit. Mijn onderrug ontspant zich, mijn armen vallen levenloos op het bed. Ik zucht nog wat en merk dat het gehijg langzaam minder wordt. Hij ontspant ook en komt op me liggen. Ik richt mijn armen op en omhels hem. Terwijl ik met mijn handen zijn rug streel, voel ik zijn pik nog in me. Ik ben gelukkig, ik ben zo gelukkig. Langzaam komt er weer beweging in hem. Hij richt zijn borst op, beweegt zijn bekken, en heel langzaam schuift hij zijn pik uit me. Ik voel de rand van de eikel bij wijze van afscheid de rand van mijn vagina strelen. Dag, heerlijke vrouw! Dag, heerlijke man! Ik zucht lang en diep.

Wanneer ik mijn ogen opendoe, zie ik M. Ze heeft haar bovenlijf opgericht. Ze zit tussen mijn benen, die ik nog steeds min of meer om haar heen geslagen heb. Ze haalt haar rechterhand tussen ons uit en strekt haar vingers, alsof er een kramp uit verdreven moet worden. Op mijn onderbuik ligt een piemel. Mijn piemel. Vormloos, schijnbaar onaangeroerd door wat zich zojuist heeft afgespeeld. Wel een beetje opgezwollen, maar erg indrukwekkend is het niet. Klaarkomen als vrouw is niet verbonden met een zaadlozing van mijn mannelijk geslachtsdeel, zo dringt de realiteit tot me door. De realiteit van mijn vrouwelijke seksualiteit, gekooid en geketend door dit mannenlijf. Dit mannenlijf dat soms moeite heeft met normale mannelijke seksualiteit en dan graag vlucht in kinky fantasie. Omdat het even niet weet hoe het normaal opgewonden kan worden. Dit mannenlijf dat nu weer heeft ervaren dat het alleen maar zijn ogen dicht hoeft te doen, bij een partner met de bereidheid mij als vrouw te behandelen, om helemaal vrij in heerlijke seks te glijden. Een natuurlijke, vrouwelijke overgave aan seks. Overgave die zonder leren en metalen attributen afgedwongen wordt. Overgave aan de vrijheid om vrouw te zijn.
 

zondag 22 september 2013

Hem zijn haar

De afgelopen week was een duidelijke vrouwenweek. Nee, de officiële internationale vrouwendag is pas over een half jaar (op 8 maart 2014 om precies te zijn). Maar in mij was de afgelopen week veel vrouwelijkheid. Alle dagen hadden best Lisa-dagen kunnen zijn. Maar helaas, ik heb de hele week hard gewerkt. Nou ja, helaas… het is natuurlijk fijn dat ik na een ruim jaar met een crisis in het kwadraat (economische crisis x persoonlijke crisis) eindelijk weer eens flink geld aan het verdienen ben. Zodat de bodem van mijn schatkistje weer wat onzichtbaarder wordt. Maar dat betekende ook dat er deze week weinig ruimte was voor Lisa om zich te laten zien. Met de nodige onvrede als gevolg.

Die dagen dat ik niet ’s ochtends vroeg een werkafspraak had, deed ik direct nadat ik uit bed opstond mijn borsten om. Zo voelde mijn lichaam compleet. Ik trok er dan Lisa haar ochtendkloffie bij aan, maar helemaal opmaken en mijn pruik opzetten deed ik dan niet. Teveel werk voor die korte tijd dat ik het zou dragen. Het zou er toch weer af moeten als ik later als Man-ik naar buiten ging voor een werk-afspraak.

Maar ja, dat gold natuurlijk ook voor mijn borsten. En hoewel dat veel minder werk is, is het emotioneel eigenlijk ook een grote stap. Een pijnlijke stap. Niet omdat de zelfklevende laag zijn taak iets te serieus opvat, maar omdat het emotioneel voelt als een amputatie. Twee amputaties. Wanneer ik mijn borsten afdoe, heb ik het idee een glimp te voelen van wat een vrouw doormaakt die vanwege borstkanker haar borst moet laten weghalen. Het doet pijn. Het maakt me lelijk. Het haalt een essentieel onderdeel weg van mijn fysieke vrouw-zijn. Gek eigenlijk dat je wel hoort praten over ‘ontmannen’ als het gaat over castratie (van de kat meestal), maar nooit hoort praten over ‘ontvrouwen’ bij een borstamputatie. Zoals ik het beleef mag je dat best zo noemen.

De hele week heb ik veel troost gevonden bij mijn borsten. Ook al zijn ze van siliconen en zitten ze aan de buitenkant opgeplakt, als ik ze eventjes droeg kregen ze de temperatuur van mijn lichaam en de zachtheid van mijn eigen weefsel. ’s Avonds op de bank (ja dan had ik ze weer aan) legde ik er vaak een hand op. Ik voelde tevredenheid. Een soort thuiskomen. Op de achtergrond (en soms op de voorgrond) sluimerde het verdriet van de wetenschap dat ze niet echt zijn. En dat ik een hele grote stap moet zetten om ze echt te krijgen. Een stap die ik niet durf te zetten, maar die toch blijft lonken. Alsof er voortdurend een grote groep vrouwen voor me staat die naar me wenkt en fluistert: “Kom. Kom Lisa. Je hoort bij ons”.

Soms vraag ik me af (en ik weet het antwoord eigenlijk wel) of ik sneller voor volledige transformatie naar vrouw gekozen zou hebben als ik dit proces twintig jaar geleden gedaan zou hebben. Toen ik nog geen kind had. Toen ik nog geen carrière had. Toen ik nog een flinke bos haar op mijn hoofd had. Tja, mijn haar… Niet dat ik kaal ben, gelukkig niet. Maar bovenop is het haar erg dun. Aan de voorkant zijn er twee riante parkeervakken aangelegd en mijn kruin begint – om maar in de metafoor te blijven – langzaam maar zeker een helikopterlandingsplaats te worden. Zonder pruik durf ik mezelf geen Lisa te noemen, of althans niet als Lisa op straat te verschijnen. Ik denk de laatste tijd weer vaak aan transplantatie. Maar ja, als het testosteron door mijn lijf blijft gieren, dan blijft het bestaande haar uitvallen. Totdat er op mijn achterhoofd niks meer te oogsten is voor nieuwe aanplant in de kale plekken. Zouden ze al hoofdhaar kunnen kweken uit stamcellen? Dat lijkt me een doorbraak in de stamcelwetenschap; eentje die commercieel wel eens zo succesvol zou kunnen zijn dat alle andere toepassingen van stamcel-technologie ermee betaald zouden kunnen worden. Want reken maar dat er heel veel ijdele mannen op deze wereld graag hun haardos zouden willen laten herstellen. En wij transvrouwen profiteren hier dan fijn van mee. Voorlopig doe ik het maar met Finasteride...

Vanochtend stond ik op en weer deed ik mijn borsten om en trok ik Lisa-kleren aan. Het werd vandaag geen Lisa-dag omdat ik in de middag als Man-ik zou gaan shoppen voor een meer androgyn uiterlijk. Dus ik deed geen make-up op en liet mijn pruik op de standaard staan. Maar toen ik langs de spiegel liep, zag ik Lisa. Lisa die naar de kapper was geweest. Mijn gezicht oogde heel zacht en rond. Vrouwelijk. Het haar van Man-ik, dat hij de laatste weken al voorbij de gebruikelijke lengte liet groeien, was door het gedraai vannacht op mijn kussen in een vrouwelijke coupe terecht gekomen. De dunne plukjes bedekten de parkeerplaatsen, het haar viel zijwaarts langs mijn gezicht. Met mijn handen modelleerde ik het verder. Een beetje zoals het model van mijn pruik, maar dan helaas wat dunner en korter. En toen zag ik het. Toen zag ik Lisa met korter haar. Met vrouwelijk haar. En ineens kon ik de mogelijkheid zien van een Lisa zonder pruik. Gewoon met het haar van Man-ik. Met hem z’n haar. Hij mag het dan niet meer laten knippen, natuurlijk!

vrijdag 20 september 2013

Hinken op twee geslachten

Vandaag realiseerde ik me iets. Nu gebeurt dat wel vaker, maar deze keer ging het om iets belangrijks. Het onderzoek naar mijn gender is weer in een nieuwe fase gekomen. Of het nu komt door de grote stap die ik maakte in de acceptatie van het feit dat ik genderdysfoor ben of door mijn coming-out naar S. weet ik niet. Of het samenhangt met het verlangen van de laatste paar weken even niet zoveel met mijn gender bezig te zijn weet ik ook niet. Ik heb geen keuze gemaakt tussen man of vrouw. Geen afscheid genomen van Lisa of Man-ik. Officieel beschouw ik mezelf nog als simultaan hermafrodiet. In normaal Nederlands zou je kunnen zeggen: ik hink nog steeds op twee geslachten. En toch zijn Man-ik en Lisa dichter bij elkaar gekomen. Niet zo zeer in expressie: Lisa houdt nog steeds van rokjes, hakjes en kleur en Man-ik is ondanks de wens meer androgyn te worden daar nog niet echt in opgeschoten.

Maar vandaag, in gesprek met mijn psycholoog hoorde ik mezelf ineens zeggen: “Er is minder strijd tussen Lisa en Man-ik. Er is meer verbondenheid. Verbondenheid in het niet weten. Het niet weten waar het heen gaat met mijn gender”. Ik schrok er zelf van. Lisa en Man-ik verbonden? Ja het klopt. Ooit stonden ze lijnrecht tegenover elkaar. Twee wederzijds uitgesloten identiteiten. Een strijd op leven en dood. Toen kwamen Lisa en Man-ik naast elkaar te staan. Toen kwam er vrede. En nu hoor ik mezelf zeggen dat er meer is dan een neutraal staakt-het-vuren. Er is verbondenheid. Een diep besef van een gemeenschappelijk lot. Het lot op twee geslachten te hinken. En geen idee te hebben hoe lang dat nog moet doorgaan.

De psycholoog van de VU vroeg me laatst hypothetisch, in het kader van het diagnostisch onderzoek, hoe ik het zou vinden om anti-androgenen (testosteron-onderdrukkers) te slikken. Grappig dat hij het ter sprake bracht, want die gedachte was bij mij de afgelopen paar weken ook al een paar keer langsgekomen. Ik had er dus ook al wat over nagedacht. Testosteron-onderdrukkers lijken me een fijne, welkome pauze. Een pauze in mannelijkheid. Niet om Man-ik weg te drukken, maar om mijn libido op pauze te zetten. Zodat ik beter kan voelen wat er in mij te voelen is. Zodat ik de subtiele symfonie van mijn hart beter kan horen, zonder dat mijn testosteron-gedreven hoge libido er voortdurend als een heavy metal plaat doorheen dendert. Seksualiteit hangt natuurlijk wel samen met je genderidentiteit, maar het is een apart onderdeel. Het is niet de kern van je gender. En ik denk dat ik mijn gender veel beter te zien krijg als mijn seksualiteit me niet voortdurend voor de voeten loopt. Misschien zie ik dan glashelder hoe het zit, met die man en die vrouw in mij. Misschien zie ik dan welk pad ik te volgen heb. Want ik word bang bij de gedachte eeuwig te moeten blijven hinken op twee geslachten.

zaterdag 14 september 2013

Laat maar...

Het is 14 september. En dit is mijn derde blogpost van deze maand. En dat terwijl de maand al zo ongeveer half voorbij is. Al extrapolerend kom ik dan uit op 6 blogposts deze maand. Een trendbreuk. En een flinke ook.

Misschien komt het omdat ik de afgelopen twee weken mijn zoektocht niet echt blijmoedig heb doorstaan. Ik baalde. Stevig. Mijn emoties wilden heftig heen en weer gaan, maar iets in mij duwde het weg. Met mijn tanden op elkaar ploeterde ik door de dag, hopend dat een betere dag snel zou volgen. Als een soort achtergrondruis zweemde een groot gevoel van onbehagen, maar dat wilde ik met alle macht niet voelen. F*ck it met dat hele gedoe rondom mijn gender! Ik wilde gewoon gewoon zijn en niet meer de hele dag bezig zijn mezelf te observeren en te zien dat het niet was hoe ik wilde dat het was. Dus vertellen wat er in me omgaat was wel het laatste waar ik zin in had. Laat maar zitten, dat stomme blog… Gelukkig had ik (eindelijk weer) een hoop werk om in te vluchten…

Het was niet dat ik Lisa ontkende, nee er waren ook Lisa-dagen. Dat waren trouwens dagen waarin ik me helemaal niet zo vrouwelijk voelde. Ik voelde me meer – tja hoe zal ik het zeggen – gewoon. Ik was een vrouw, maar de vrouwelijkheid gierde niet door mijn lijf. Het verlangen om me übervrouwelijk te kleden (rokje, panty en serieuze hakken) was ook niet zo heel sterk. Ik wilde een vrouw zijn met gewoon een spijkerbroek aan. Dus dat was ik ook: gewoon.

Het fijne was dat mijn omgeving behoorlijk meehielp me gewoon te laten voelen. Zo zou ik een avond naar het theater gaan met S., een goede vriend. Hij had me wel al een keer eerder als Lisa gezien, maar ik voelde me bij hem altijd toch meer op mijn gemak als Man-ik. Als vrouw voelde het alsof ik de dynamiek van onze relatie helemaal op zijn kop zette. Wat ik misschien ook wel deed. Maar voor S. bleek het heel gewoon om mee te kleuren in die nieuwe dynamiek.

We hadden afgesproken elkaar ruim voor de voorstelling te ontmoeten in het theatercafé. Nog even wat drinken en kletsen voor we ons in het donker van de theaterzaal zouden begeven. Vanaf mijn strategisch gekozen plekje zag ik S. binnenkomen in het café. Hij keek zoekend rond (hoe zag Lisa er ook weer uit?) en toen zijn blik bij mij aankwam, ging ik staan. Hij kwam op me af, boog zich naar voren en gaf me een zoen op mijn linkerwang. Toen naar rechts en weer terug naar links. Drie zoenen. Heel gewoon: een vriend die een vriendin begroet. En zo voelde het ook: gewoon. Ik voelde me vrouw én bevriend met S. Maar ik realiseerde me dat ik ook overdonderd was. Overdonderd door de natuurlijke manier waarop S. fysiek contact met mij als vrouw maakte. Onze mannelijke relatie was altijd zeer platonisch. Hoewel Man-ik vrij makkelijk andere mannen met wie hij vertrouwd is aanraakt of een knuffel geeft, voelde dat met S. altijd wat ongemakkelijk. Pas sinds een jaar is S. daarin aan het ontspannen; vermoedelijk door de heftige gebeurtenis die toen in zijn leven optrad. Onze eerste mannelijke hug die ik toen aan hem gaf herinner ik me nog goed: zijn lijf voelde stijf en gespannen. Hij wilde deze verdieping in ons contact wel, maar het was duidelijk ver buiten zijn comfortzone.

Van een grens aan de comfortzone was in het theatercafé niks te merken. S. zoende Lisa alsof hij nooit anders gedaan had. Het is grappig om te zien hoe fundamenteel we geconditioneerd zijn in sociale codes: een vrouw zoen je ter begroeting; een man niet. S. was altijd al iemand die wist ‘hoe het hoort’, dus toen hij mij als vrouw zag, was het logisch dat hij me zoende. Maar desondanks voelde het nergens geforceerd; het voelde ontspannen en écht. Net als toen ik later zijn onderarm pakte om zijn aandacht te trekken. Man-ik zou hem, als er al sprake was geweest van aanraking, een tikje tegen de bovenarm gegeven hebben. Maar voor Lisa, in dit ontspannen contact met S., was het heel normaal om zijn onderarm even vast te pakken. Alsof onze jarenlange vriendschap altijd al een man-vrouw-vriendschap was geweest. En wie weet, misschien was het dat stiekem ook wel een beetje. Misschien voelde het daarom zo gewoon nu we als vriend en vriendin in het theater waren. Of misschien is mijn genderonzekerheid nu zo gewoon geworden dat alle sociale veranderingen die ermee gepaard gaan ook al heel gewoon zijn. Misschien zelfs wel zo gewoon dat het haast niet de moeite lijkt er iets op mijn blog over te schrijven. Laat maar...

maandag 9 september 2013

Burka

De inhoud van het Man-ik-deel van mijn kledingkast helpt niet echt bij het onderzoeken van een androgyne koers. De enorme hoeveelheid shop-momenten van de afgelopen paar jaar hebben alleen aan de rechterkant van de kledingkast iets opgeleverd: jurkjes, hempjes, rokjes en meer van dat moois. En niet te vergeten: veel (heel veel) schoenen. Waar Lisa er nog steeds te weinig van heeft overigens, maar dat terzijde… Wat ik bedoel te zeggen: de linkerhelft bevat totaal verouderde kleding van Man-ik. Het past natuurlijk niet bij de nieuwe Man-ik die ik probeer vorm te geven, maar zelfs voor de oude Man-ik zijn veel van de kledingstukken al hopeloos uit de mode. Sommige kledingstukken heb ik dan ook al tien jaar (of meer). Ik had nooit veel plezier in het kleding-shoppen in het mannensegment. Het resultaat viel toch altijd tegen. Saai, onpersoonlijk en onelegant. Wat ik ook aantrok, ik voelde me onzichtbaar gemaakt alsof ik een burka droeg.

Er is iets raars aan de hand met mannenkleding. Die lijkt er op gericht te zijn zo weinig mogelijk te laten zien van het mannenlichaam. T-shirts, hemden, broeken; alles sluit zo hoog mogelijk (nek) en is zo lang mogelijk (mouw of pijp). Zodat je maar niks te zien krijgt van de man ín deze kleding. Zelfs de suggestie van een mannenlichaam moet kennelijk vermeden worden, want de meeste mannenkleding is recht en vormloos. Tel daarbij op dat de meeste mannenkleding van saai, stug katoen is gemaakt en het is duidelijk: mannen moeten zo amorf en aseksueel mogelijk over straat gaan. En vooral zo weinig mogelijk opvallen en zo veel mogelijk op elkaar lijken. Een mannenkledingstuk van een mooi stretchy, licht glimmend en zacht stofje is een zeldzaamheid. Een printje met iets ánders dan een paar onduidelijke, stoer bedoelde Engelstalige kreten in ARMY letters is als de spreekwoordelijke speld in de hooiberg: haast niet te vinden. Of het moet een print zijn met een grappig bedoeld portret van een stripfiguur, een game-held (ANGRY word ik er van!), een besturingssyteem of een uit de mottenballen gehaalde terrorist (Tjee, daar heb je Ché)… Het enige stofvullende patroon dat je ooit in mannenkleding tegenkomt is het streepje. Keurig parallelle streepjes die overal even dik zijn en even ver uit elkaar staan. En als je écht eens uit de band wilt springen dan neem je streepjes die haaks op elkaar staan. Ook wel bekend als het ruitje. Jak!

Natuurlijk overdrijf ik hier wat. Maar tot mijn grote verdriet veel minder dan me lief is. Sla er maar eens een willekeurige folder of website van een mainstream kledingzaak op na: veel kleur, variatie en combinatiemogelijkheden bij de vrouwenkleding. En eenheidsworst bij de mannenkleding: allemaal burka’s op een rij. En het cliché zegt dan dat mannen nou eenmaal comfortabel boven mooi en elegant verkiezen: “Het moet gewoon lekker zitten”. Wat een onzin! Ik weet uit ervaring: een fladderend rokje zit écht veel – heel veel – comfortabeler dan een stugge hoge spijkerbroek. Geen wonder dat het in sommige subculturen hip is om je spijkerbroek ongeveer halverwege je kont te dragen…
 
Gelukkig is er langzaam een kleine kentering gaande. Ik zag laatst in een mainstream winkel écht stretchy shirts met een v-hals zodat de mooie vormen van het mannelijk torso ook eens getoond kunnen worden zónder Coca-Cola Light Break. En wat te denken van de originele (voor het conservatieve mannenmodesegment dan) en kleurrijke herenschoenen van Floris van Bommel. Wauw! Helaas nog niet echt mainstream, dus ben je als man veroordeeld tot prijzen uit het hogere segment. Maar het begin is er. Glimpjes hoop op een toekomst waarin mannen zich ook fantasierijk en elegant kunnen kleden zonder meteen een onbedoeld gay-statement te zijn. Maar toch, toen ik laatst samen met M. aan het shoppen was – op zoek naar mooie elegante mannenkleding – bleef mijn blik toch het langst hangen bij de jurkjes, tuniekjes en hempjes die aan de andere kant van de winkel hingen... Ik geef het nog niet op. Maar misschien komt de androgyne Man-ik toch dichter bij het vrouwelijke eind van het spectrum uit dan ik dacht…