woensdag 30 januari 2013

Opgeven

Het is te veel. Kan ik dit nog wel aan? Mijn hoofd bonst van de gekmakende donder van gedachten. Mijn hart klapt uit elkaar van het verdriet. Ik voel me ellendig. Tot in het diepst van mijn wezen wil ik graag vastgehouden worden. Maar er is niemand. Ik mis M. en tegelijkertijd ben ik bang om aan haar te denken. Ik ben bang dat ik daarmee de pijn alleen maar groter maak.

Hier lig ik dan. Huilend in mijn bed. Net nu het tijd is om eruit te komen ben ik er weer in gaan liggen. Ik ben al de halve nacht op. Te veel onrust, teveel verdriet. Van waar ik nu ben kan ik me moeilijk voorstellen dat het nog goed komt. Natuurlijk komt het goed, werpt iets in mij tegen. Maar ja. Ik voel het even niet. Ik heb me volledig laten zien, ik heb me volledig gegeven in mijn relatie met M. En ik heb een harde klap gekregen. Net als eerder in mijn leven. Mezelf zijn is heel risicovol. Mensen toelaten is heel risicovol. Kennelijk is het niet de bedoeling je zo bloot te geven. “Ik wil wel eerlijk zijn in alles, maar niet eenzaam zijn”, zongen Acda & De Munnik ooit. Tja.

Niet dat M. mij moedwillig heeft gekwetst. Nee, ze heeft een goed hart. Maar ze heeft een bijzonder agressieve manier van communiceren waar ik niet mee overweg kan. Zeker niet omdat ze zo dichtbij was. En zo is het eerder gegaan: als ik me open stel komt de shit van de ander keihard bij mij binnen. Dat is heel moeilijk om mee om te gaan. Maar het dieperliggende probleem lijkt wel te zijn dat als ik me helemaal voor iemand open dat dan ook mijn eigen shit naar boven komt. En die is nog veel ingewikkelder. Dan kom ik in de grote pijn van afwijzing. Pijn van mezelf een vreemde voelen. Pijn van niet weten wie ik ben. En soms, zoals nu, komen dan ook gedachten op van opgeven. Van niet meer weten of ik dit nog wel aan kan en of ik dat eigenlijk nog wel wil proberen. Godverdomme, ik ga toch niet suïcidaal worden? Maar ik weet het echt even allemaal niet meer. Ik ben godverdomme toch een man? Kijk maar naar dit lijf! Waarom voelt het dan zo fijn om vrouw te zijn? Dat gevoel maakt alles telkens kapot! Waarom moet ik dit dragen? Dit is te veel, het is te moeilijk.

Als ik zo in het donker sta als nu, dan denk ik aan mijn vader. Hij is nu al bijna tien jaar dood. Hij heeft 35 jaar lang antidepressiva geslikt. Om iets te onderdrukken wat hij anders niet kon hanteren. Niemand weet wat het was, zelfs mijn moeder niet. Het idee om mezelf voor de rest van mijn leven te verdoven met pillen lijkt ineens aantrekkelijk. Net als mijn vader deed. En god, wie weet, misschien deed hij het wel om dezelfde reden. De vloek van de familie, van generatie op generatie doorgegeven. Tja, en dan komt S. in beeld. Als het een vloek is, dan moet ik hem doorbreken. Voor S. Maar hoe? Vrouw worden? Is dat de oplossing? Volgens mij maak ik mijn leven dan alleen maar ingewikkelder. En het is maar de vraag of ik het nog kan opbrengen om het hele proces door te gaan. Ik weet het allemaal niet meer. Overmorgen heb ik een gesprek met mijn ex, de moeder van S. Ik had me voorgenomen haar te vertellen over mijn pad naar vrouw-zijn. Maar nu? Wat ga ik zeggen? Ik weet het niet. Misschien is dat wat ik haar moet zeggen.

Even blijven zitten waar je zit. Voor het bootje zorgen. Dat is wat mijn psycholoog twee weken geleden zei. Natuurlijk. Ik ben nu zo fucked-up dat ik geen enkele beslissing moet nemen. Geen enkele grote stap moet nemen. Het verbreken van de relatie met M. was natuurlijk al een grove schending van dat advies. En het is daardoor natuurlijk alleen maar erger geworden. Ik blijf zitten. Ik probeer het. Maar godverdomme wat is het moeilijk…

maandag 28 januari 2013

Help!

Het afgelopen weekend was pittig. Het was fijn om S. weer bij me te hebben. En heel verdrietig om hem te vertellen over de break-up met M. Zeker omdat er zoveel pijn was. Ik moest me vermannen (tja…) om S. niet met mijn verdriet op te zadelen. Hij heeft me wel een beetje zien huilen, maar om zijn vader compleet radeloos te zien…. nah, beter van niet… Maar zo voelde ik me wel af en toe. Vanochtend klapte ik bijna uit elkaar. Ik twijfelde aan alles. Niet alleen aan mijn beslissing met M. te breken, maar ook aan mijn pad om vrouw te worden. Ik kon niet meer voelen wat waar was. Ik kon niet meer voelen waar ik stond en wat ik wilde. Het voelde alsof ik het niet meer kon dragen. Help! HELP!

En daar was Laura van Transvisie. Precies op het goede moment. Met vooruitziende blik hadden we voor vanochtend een afspraak gepland. Ja Laura, inderdaad: de pijn die ik voelde was niet alleen de pijn van het verlies van mijn relatie met M. De pijn ging over alleen zijn, afgewezen worden, er niet mogen zijn. Pijn van vroeger. Getver! En ja, natuurlijk moet ik die pijn beleven, ik weet het. Zo staat het in de boekjes. Maar welke sadist heeft die boekjes geschreven? Had hij niet beter kunnen schrijven: “Ingeval van ondraaglijke emotionele pijn, neme men minimaal 100 gram chocolade. Indien dat onvoldoende werkt, neme men nogmaals dezelfde dosis”.

Pfff, wat een achtbaan. En ik had er al eentje, weet je nog? Kennelijk is het mogelijk om in twee achtbanen tegelijk te zitten. Walibi, eat your heart out! Twee achtbanen die overigens nogal op elkaar lijken. Ik ben zo gehecht geraakt aan alle mooie dingen in mijn relatie met M., die wil ik niet loslaten. Ik ben bang voor de leegte die dat oplevert. Net als dat ik alle verworvenheden van Man-ik niet wil loslaten. Bang voor de leegte. En tegelijkertijd wil ik een diep gevoelde onvrede oplossen. Mijn gevoel niet mezelf te kunnen zijn in mijn lichaam. En mijn gevoel niet mezelf te mogen zijn in mijn relatie. En in allebei de gevallen heb ik een stap gezet die me in het ‘schemergebied tussen wel en niet’ heeft gebracht. Ik ben nog geen vrouw en ik weet niet of ik Man-ik wel kan loslaten. Ik ben nog niet los van M. en ik weet niet of ik niet liever bij haar wil blijven. Tegen beter weten in wellicht, maar ja, dat is altijd nog beter dan echt een stap verder te komen. Doodeng! Mezelf emotioneel ontvlechten van M. om vervolgens echt alleen te zijn? Doorgaan om vrouw te worden en dan gemedicaliseerd verder leven en met een beetje pech altijd een pruik dragen en overal en altijd aangestaard worden? Nou.... ik blijf nog liever even hangen waar ik hang... En zo denderen de achtbanen door. Met onder het geraas, nauwelijks hoorbaar, de pijn van het jonge kind, afgewezen door beide ouders in wie het was en wat het wilde. Maar Laura hoorde het. En ik wist dat het bestond - het was niet voor het eerst dat ik dat tere gebied inging - ik was het alleen even vergeten. Maar vanochtend kwam het besef precies op tijd.

PS: het schrijven aan een blog is een raar proces. Ik had me voorgenomen iets heel anders te schrijven. Misschien schrijf ik later nog over mijn seks-frustratie van de afgelopen dagen. Ik was en ben ontzettend geil, iets wat ik al maanden had gemist. En hoe cynisch is het lot: nu is er niemand in de buurt om het met mij te beleven…

zondag 27 januari 2013

Pijn

Een week. Zoveel tijd had ik kennelijk nodig om in de tweede fase van verliesverwerking te komen. Het begon vorige week zaterdag met opluchting. Toen M. en ik onze relatie verbraken, was er een bron van pijn en stress weggenomen. Dat gaf me een gevoel van vrijheid en ruimte. Ik voelde me rustig en kalm. Mijn essentie werd geraakt door het verlies en ik werd kalm en mijn emoties vielen weg. Verdriet was er wel, maar kwam alleen maar mondjesmaat aan de oppervlakte. Het gaf mij het gevoel dat ik een goede beslissing had genomen.

Nu zijn we een week verder. De verdoving van de shock ebt weg. Er is pijn. Meer pijn dan opluchting nu. De pijn dringt zich aan me op. Ik mis M. Ik voel leegte in mij. Leegte die voorheen opgevuld werd door haar. In die kille leegte starten voortdurend verhalen: “ik vind nooit meer iemand van wie ik zoveel houd, ik blijf de rest van mijn leven alleen, zij is een vreselijk mens om mee samen te leven, ik ben een vreselijk mens om mee samen te leven, ik heb de verkeerde beslissing genomen, wat als we nu eens zouden proberen om…”.

Al die verhalen probeer ik los te laten. Ik probeer er niet op in te gaan. Er is niet veel voor nodig om ze heel serieus te nemen en terug te komen op mijn beslissing. Maar ja, dan neem ik mijn beslissing om met de relatie te stoppen niet serieus. Deze verhalen zijn niet geschreven door een objectieve pen van waarheid. Ze zijn gemaakt door de pijn die ik voel. Mijn hele systeem wil die pijn kwijt en bedenkt daarom verhalen die me aanzetten iets te doen om de pijn weg te nemen. En natuurlijk: als ik M. weer in mijn armen zou nemen en haar lijf tegen het mijne zou voelen en “ik hou van je” tegen haar zou zeggen dan zou alles weer even helemaal goed zijn. Dan zou ik geen pijn voelen, maar onze liefde. Maar is dat een oplossing voor de problemen in onze relatie? Pijn en liefde liggen heel dicht bij elkaar. De pijn die ik voel is mijn liefde voor haar. En die pijn is groot, net als de liefde. Mijn systeem koestert die pijn, want die houdt mijn band met M. in stand. Die doet me in elke vezel voelen dat ik een deel uitmaak van haar en zij van mij. Dit gevoel moet helen. De diepe verbinding zal losser worden. Zonder ooit echt helemaal te verdwijnen, denk ik. Die verbinding zal langzaam maar zeker veranderen in een liefde zonder afhankelijkheid, een liefde zonder verlangen, een liefde zonder teleurstelling.

Ik weet hoe dit proces werkt. Het komt goed. Op de een of andere manier zal het goed komen. In zekere zin is het nu al goed. Maar mijn gevoel zegt me nu iets heel anders. Mijn emoties tarten me. Ik kan dit dragen, dat weet ik. Maar ik zou nu zo graag als een klein meisje bij iemand op schoot kruipen. En dat diegene me dan over mijn bol aait en in mijn oor fluistert: “het is goed, mijn kind. Alle monsters zijn onder je bed uit gejaagd en zullen niet meer terugkomen. Je hoeft niet meer bang te zijn. Je hoeft niet meer wakker te blijven. Slaap zacht, lieverd. Slaap zacht”.

vrijdag 25 januari 2013

10.000 uur

Oefenen, oefenen, oefenen. Als je iets goed wilt kunnen moet je oefenen. Ik zeg het tegen mijn zoontje als hij, na twee uurtjes tokkelen op de gitaar, teleurgesteld is dat hij nog geen liedje kan spelen. Mijn ouders zeiden het ook al tegen mij. Het is platgetreden terrein. Als je een beetje handig bent, dan kun je dat platgetreden terrein nog platter maken met een beetje handige marketing en een aansprekende vorm. Of beter gezegd: aansprekende norm. Malcolm Gladwell deed dat in zijn boek The Outliers. Daarin schrijft hij dat succesvolle mensen gemeen hebben dat ze minimaal 10.000 uur hebben geoefend in datgene waarin ze nu uitblinken. Die tijd is volgens zijn onderzoek van doorslaggevender invloed dan het aangeboren talent. Ik denk overigens niet dat die oefentijd dé belangrijkste factor is voor publiekelijk succes (er zijn vast veel onbekende, niet doorgebroken talenten die het uren-criterium ruimschoots hebben gehaald) en dat is niet het enige dat af te dingen is op het onderzoek van Malcolm Gladwell. Maar toch. Ik moest er aan denken toen ik vandaag over straat liep.

Vandaag voelde ik me niet extreem vrouwelijk. Mijn lijf stapte met mannelijke motoriek uit bed, ontbeet met mannelijke motoriek en kleedde zich met mannelijke motoriek aan. Geen wonder dus dat ik me ongemakkelijk voelde toen ik vanochtend over straat liep. Ik was een vrouw met een duidelijke mannelijke motoriek. Ik voelde het. En ik zag het aan de blikken van de mensen in de stad. En iedere keer als ik me dat bewust werd, concentreerde ik me op mijn vrouwelijke motoriek. En ja hoor, daar kwam-ie. Tevreden struinde ik dan verder en mijn gedachten gingen weer naar iets anders. En daar kwam de mannelijke motoriek dan weer. En zo ging het door en door en door…

Die vrouwelijke motoriek is in mij. Bij vlagen ben ik er zeer goed in en gaat het helemaal vanzelf, maar soms vraagt het opperste concentratie. Het is nog geen tweede natuur. Zeker niet. Daarvoor moet ik oefenen, oefenen en oefenen. 10.000 uur, volgens Malcolm Gladwell. Nou, ik heb de tel niet bijgehouden, maar ik ben nog niet aan de 1.000 uur denk ik. Volhouden, meisje, volhouden…

donderdag 24 januari 2013

Discretie of desinteresse?

Boodschappen bij mijn eigen Albert Heijn om de hoek heb ik inmiddels al een aantal keer als Lisa gedaan. Hoewel Man-ik er al heel vaak is geweest en nu ook nog af en toe daar rondloopt, is er nog niemand van het personeel geweest die enige blijk van herkenning heeft gegeven. “Hee mevrouw, was u hier gisteren niet als meneer?” Of andersom. Is hier de grootstedelijke desinteresse aan het werk, of een zeer professionele vorm van discretie? Ik denk het eerste; in deze supermarkt werken vooral pubers die zich niet zo druk maken om klantenbinding. Maar bij mijn eigen bakkertje om de hoek weten ze wie ik ben. Althans, wie Man-ik is. Vandaag was ik daar voor het eerst als Lisa: “Een Rooie Sien, een Toscaans Donker en een waldkorn-stokbrood graag” (welke gezjeesde copywriter verzint er trouwens die namen voor broden?). Het meisje keek me eventjes iets langer aan dan normaal maar deed verder gewoon haar werk. Discreet. En zo ging het ook bij de apotheek, waar ik mijn Minoxidil lotion ging ophalen (mijn tweede wapen in de strijd tegen de mannelijke haaruitval). Discreet. Ik vroeg me af of ze mij nu herkenden. Goed, ik neem aan dat ze wel zagen dat er een vrouw in een mannenlijf voor hen stond. Maar of ze hun mannelijke trouwe klant in mij herkenden?

Afgelopen zaterdag had ik ook al zo’n ervaring met discretie. De avond nadat ik de relatie met M. verbrak ging ik naar L. en M., twee van mijn beste vrienden. Nou ja L. was er niet, die was met haar broer op stap. Ik heb al eens geschreven dat ik L. al bijna 25 jaar ken. Haar broer ken ook ongeveer zo lang, alleen zie ik die zelden; incidenteel op een verjaardag. Maar goed, ik zat daar dus op de bank en laafde me aan de thee en de chocolade en de vriendschap van M., toen L. thuiskwam. We hoorden de voordeur en haar stem. En de stem van haar broer. - Ojee. Haar broer. En zijn vrouw. Okee, die zijn er dus bij. Rustig blijven, Lisa, je had dit al een beetje voorvoeld, toch? Niks aan de hand. Wees jezelf, het komt goed. -  De kamerdeur zwaaide open en daar was L., verrast en blij me te zien. En daar waren haar broer en zijn vrouw. Ze zagen mij, ik zag geen herkenning. Ik stond op en stelde me voor. “Ik ben Lisa”, zei ik monter en ik kreeg twee namen te horen die ik allang kende. Ik voelde me ondeugend, alsof ik een geheimpje had. Nou ja, dat had ik natuurlijk ook… We gingen allemaal zitten en keuvelden met elkaar. En voortdurend vroeg ik me af: “Hebben ze het nou niet door of zijn ze zo discreet?”.

Nou, ik twijfelde niet dat ze zagen dat ik een vrouw in een mannenlijf was. Ik zag regelmatig van die verholen blikken die met ze een ruk afwendden als ik hen aankeek. Ik had wel lol in dat spelletje eigenlijk. Het was een soort tikkertje: “Tikkie, gezien!”. Maar er werd niets over gezegd. Niets. Ik kon niet inschatten wat ze nu precies dachten. L. en M. ook niet, bleek na afloop. Maar de volgende dag werd het duidelijk. L.’s broer belde haar op: “Zeg, die Lisa van gisteren, kan het zijn dat ik die al eens eerder heb ontmoet? Maar dan in een andere hoedanigheid? En begint zijn naam dan met…”. Opvallend omzichtig zat hij te vissen. Maar hij had het goed. Hij had het toch gezien, maar niks gezegd. Grappig. Vreemd ook eigenlijk. Natuurlijk was het wel fijn dat we gewoon samen waren zonder dat het over mij en mijn proces ging. Ik was daar gewoon Lisa. Niet Man-ik met een indrukwekkend life-changing story. Maar gewoon Lisa, op visite bij haar vrienden. Maar achteraf voelde die discretie toch ook een beetje als desinteresse. Die twee zijn natuurlijk uitersten van een continuüm; het is niet discretie óf desinteresse, maar vaak een beetje van beide. Kennelijk was L.’s broer ook weer niet zo nieuwsgierig dat hij over al zijn beleefdheid heen stapte en het me gewoon op de man af (eh, vrouw af?) vroeg. Misschien kan ik in het vervolg zelf de angel er uit trekken, zodat iedereen weer opgelucht kan ademen. Maar dit levert leukere verhalen op...

dinsdag 22 januari 2013

Drama of inspiratie?

Ik ben rustig. Kalm van binnen. Ik zou mezelf niet ‘zen’ willen noemen, niet eens ‘mindfull’. Er zijn gedachten. Afgezaagde grijsgedraaide gedachten, die soms door hun nieuwe context oorspronkelijk lijken, maar eigenlijk altijd volgens vertrouwde patronen verlopen. Die gedachten wakkeren emoties van angst en boosheid aan. En er zijn emoties van pijn en verdriet die op hun beurt weer heel veel gedachten aanwakkeren. En toch is het nu anders dan het de afgelopen paar maanden was. Dat waren maanden van uitputting, ploeteren en drama. Dat was het: drama.

Nu zie ik, voel ik en ervaar ik dezelfde gedachten en dezelfde emoties. Maar er is één essentieel verschil: ik ga er niet in mee. Als ik de gedachten serieus zou nemen, dan ga ik doordenken en een verhaal maken. Een dramatisch verhaal waarin ik zielig ben. Een verhaal waardoor ik ervan overtuigd raak dat de werkelijkheid anders moet zijn dan hij is. En dan ga ik duwen. En trekken. Met als resultaat dat de werkelijkheid soms verandert (hoera!). Maar meestal niet. Meestal leidt het tot frustratie en een gevoel van eenzaamheid. Een in het hart snijdend drama.

Ik duwde en trok ook in de relatie met M. En daarmee veranderde ik soms iets. Daarmee inspireerde of forceerde ik haar soms dingen op haar pad anders te doen. Maar meestal niet. Meestal voelde ik me gefrustreerd en eenzaam in mijn verhalen. En viel het me zwaar mijn drama te moeten dragen. Het drama van M.’s proces. En het drama van mijn eigen proces.

Nu de relatie voorbij is, is het drama nog steeds dichtbij. Ik kan het voelen, zien en ruiken. Als ik mijn handen de verkeerde kant op uitsteek, dan heb ik het te pakken. Natuurlijk is er eenzaamheid. Maar die eenzaamheid is nu makkelijker te dragen. Eenzaamheid is schrijnender als je niet alleen bent. Ik wil graag wakker blijven. Kalm en helder zoals nu. Zodat ik niet opnieuw het drama in ga. Als het nodig is zijn mijn vrienden er voor me. Voor een knuffel, een kop thee, een opbeurend mailtje. Ik ervaar liefde. Van hen, voor mij. En ik ervaar ook liefde van iemand van wie ik dat niet vaak heb gehad. Liefde van mezelf. Tenminste, ik denk dat dat liefde is. Er is geen zelfverwijt. Er is geen spijt. Er is geen drama. Er is een kalmte. Een geruststellende hand op mijn eigen schouder die zegt dat het goed is. Dat is liefde, denk ik.

Misschien is dit wat mijn psycholoog vorige week bedoelde. Hij zei: “je zit in een bootje midden op zee. En het stormt hard. Heel hard. In een storm weet je niet welke kant je op gaat. Koers proberen te houden is zinloos. Het put je uit en je bereikt er niets mee. In een storm moet je hozen en je bootje in conditie houden. De storm gaat altijd liggen. Het is zaak om het tot dat moment vol te houden. En als de lucht opklaart blijk je vaak dichter bij je bestemming te zijn dan je voor mogelijk had gehouden”. Hij formuleerde het misschien iets minder spiritueel dan ik nu doe, maar dit was zijn boodschap. En het was voor mij geen nieuwe boodschap. Maar hij kwam op het goede moment en in een vorm die ik makkelijk kon horen. Deze boodschap omvat een keuze: ga je de kracht van het bootje tarten door koers proberen te houden? Ga je tevergeefs duwen en trekken? Of ga je hozen en meebewegen met wat er gebeurt, klaar om een stap te zetten als die zich aandient? Dat is de keuze, of zoals Persia West het formuleert: The Choice. Ik kies ervoor om niet langer te hechten aan het drama. Ik kies voor de inspiratie.

Deze tekst is mijn anker, mijn psalm, mijn mantra. Een ‘reminder to myself’. Het drama zal zich vast nog wel eens meester van mij maken. En dan is er deze tekst, om zelf terug te lezen. En dan is er het vel papier dat nu op een centrale plek in mijn huis hangt. Op dat vel papier staan drie woorden: “Drama of inspiratie?”. En dan is er vast ook wel een vriend of vriendin of een lezer van dit blog die me vastpakt en mijn mantra in mijn oor fluistert: “Drama of inspiratie?”
 

maandag 21 januari 2013

Hectometerpaaltje

Een bijeenkomst van de Vrouwengroep van Transvisie is altijd weer een mooie gelegenheid om mijn nieuwe vriendinnen weer te zien. Om te horen wat hen bezighoudt, om steun en troost te geven en om steun en troost te krijgen. Deze keer werd ik liefdevol ontvangen door Esther en Hannah die mijn vorige blogpost hadden gelezen en zich zorgen maakten. Dankjewel meiden!

Vaak ga ik bij de Vrouwengroep weg met het gevoel dat ik weer veel vrouwen niet heb gesproken. De ruimte bij Transvisie is niet echt een ideale ontmoetingsplek, met een joekel van een vergadertafel in het midden en stoelen er om heen. De tafel is te groot om met je overbuurman te kunnen praten en de zaal is te klein om even makkelijk om de tafel heen te lopen zonder over stoelen (met vrouwen erin) heen te moeten klimmen. Misschien moet ik de volgende keer maar eens vroeg komen en opperen de ruimte even wat anders in te delen. Ik ben nog niet aan de hormonen, dus ik ben nog sterk genoeg om die tafeldelen op te tillen. Denk ik… Een staande borrel met een paar zitjes (zonder tafel) nodigt veel meer uit tot contact.

Om mijn kring van contacten te vergroten had ik me deze keer voorgenomen om het gesprek op te zoeken met vrouwen die ik nog niet eerder echt had gesproken. En hoera, dat lukte! Ik had Willemijn er al vaak gezien, maar veel meer dan een korte uitwisseling van beleefdheid was er tussen ons niet geweest. Maar dat hebben we nu goed gemaakt. Willemijn ziet er fantastisch uit en het deed me veel goeds dat ze me geruststelde over mijn eigen passabiliteit. De prijsindicatie van een neus- en kincorrectie die ze me en passant gaf, deed me namelijk wel een beetje schrikken…

En ik ontmoette Frederique. Zij was voor de eerste keer bij de groep. Ze straalde veel onzekerheid uit, maar was moedig genoeg om gewoon aan te schuiven bij Chantal en mij en zich in het gesprek te mengen. Chantal en ik vertelden haar vanuit onze eigen ervaringen wat ze kan verwachten van deze puzzel waar ze nu aan begonnen is. Ik realiseerde me dat onze verhalen niet allemaal geruststellend waren. Ik zag hoe Frederique probeerde alles op zich in te laten werken. Het was veel. Heel veel informatie en heel veel indrukken voor een vrouw die haar positie en oriëntatie eventjes niet zo goed meer weet. Ik keek naar haar en het was alsof ik mezelf zag. Ik zag mezelf, zo’n anderhalf jaar geleden. Met enorme grote bergen angst en onzekerheid. Met enorm veel vragen, op zoek naar verklaringen voor het onbehaaglijke gevoel: wat ben ik nou? wie ben ik nou? waarom voel ik dit? waar ga ik heen? wat ga ik verliezen? En ik voelde compassie met de Lisa van anderhalf jaar geleden. En diezelfde compassie voelde ik voor Frederique. Er wacht haar een spannende reis. Een moeilijke reis. Een reis naar haar eigen beloofde land. Een reis naar zichzelf. Ik ben al een flink stuk op weg. Dat realiseerde ik me gisteren toen ik het hectometerpaaltje kon zien dat zich naast mijn pad bevond. Dankzij Frederique werd dat paaltje voor me zichtbaar.

zaterdag 19 januari 2013

Uit

Mijn relatie met M. is voorbij. Het is gek om daar over te schrijven. Ik weet dat ze het zal lezen. Niet dat ik allerlei beledigende dingen over haar zou willen schrijven. Maar ik weet dat ze zich gekwetst zal voelen als ze dit leest. En ik wil haar niet kwetsen, want ze is me heel dierbaar.

Onze relatie stroomde al een tijdje niet meer zoals hij dat lang wel deed. De laatste weken merkte ik zelfs dat ik me er niet meer voluit aan kon geven. Dat merkte M. ook. Op seksueel gebied ging het moeizaam. Mijn lage libido was alleen de laatste twee weken te wijten aan de Finasteride die ik ben gaan slikken om mijn kaalheid te stoppen. Maar daarvoor was het al niet zo best. Ik wist niet meer zo goed wie ik was, seksueel gezien. Vrijen was steeds vaker verwarrend in plaats van fijn. Natuurlijk was het fysiek vaak wel bevredigend (dit mannenlijf functioneert nog prima), maar emotioneel niet.

Ook merkte ik de laatste weken dat ik moe was. Uitgeput. Moe van alle deining in mijn leven. Mijn eigen proces heeft alles in mij op zijn kop gezet. Rondslingerend in die draaikolk van emoties en onzekerheid wilde ik niets liever dan vaste grond onder mijn voeten. Maar in mijn relatie vond ik die niet. Ondanks dat M. zich daar zo voor inspande; ze steunde me zo goed en kwaad als het ging. Maar naast alle steun was er altijd een tegenkracht. Een destructieve kracht. Ik schreef al eens eerder iets ontwijkends over het proces waar M. in zit. Ik wil er nu nog steeds niet veel over zeggen. Het is niet aan mij om haar verhaal te vertellen. Maar haar proces heeft vanaf het begin van onze relatie gezorgd voor een vergiftigende dynamiek tussen ons. Mijn onvermogen om heldere grenzen aan te geven en voor mezelf op te komen was een katalysator voor haar neiging om alles in haar omgeving als vijandig te zien, zodat haar positie als slachtoffer onaangetast kan blijven. En omdat ik zo dichtbij was gekomen was ik natuurlijk de ergste vijand. En was ik keer op keer haar boksbal. Een schril en pijnlijk contrast met de geweldig mooie momenten die we ook hadden. Hoge pieken van eindeloos stromende liefde, creativiteit, ontzettend flauwe meligheid en contact op een diepte waar woorden niet kunnen komen. We hadden een relatie met twee gezichten. En ik, worstelend met de twee gezichten in mijzelf, vond onvoldoende veiligheid en ruimte om mezelf te zijn in die relatie.

Begrijp me goed, mijn twee gezichten mochten er van M. zijn. Allebei. Okee, ze had een duidelijke voorkeur, maar toch. Ze deed haar uiterste best om mee te komen in mijn proces; om mee te groeien van een heteroseksuele relatie met een man naar een lesbische relatie met een vrouw. Ik vond en vind het indrukwekkend hoe ze daarin telkens weer opnieuw probeerde overeind te blijven staan. Knap, zelfs voor iemand die zich niet zo druk maakt (of zelfs niet eens door lijkt te hebben) ‘hoe het hoort’. Los van dogma’s was ze voor mij vaak een inspiratiebron. Ze heeft me laten ervaren dat ook ik ‘buiten de lijntjes mag kleuren’. Een waardevolle les. Misschien wel een cruciale les in mijn proces. Toen ik me uitsprak over mijn verlangen had ze me met een afwijzende reactie weer terug in mijn schulp kunnen jagen en me mijn vrouwelijkheid weer doen begraven. Maar ze wees me niet af. De ruimte die ze me gaf was zo ontzettend belangrijk. Daarin school haar liefde, haar grootsheid. En daarvoor zal ik haar eeuwig dankbaar blijven.

Lieve M., ik zal je nooit vergeten. Ik hou van je.


donderdag 17 januari 2013

Volg je gevoel

“Dapper. Moedig”. Zomaar wat reacties die ik krijg als ik mensen vertel over mijn pad. “Volg je gevoel”, is er ook zo eentje. Aanmoedigingen om vooral door te gaan. Door te gaan op mijn pad naar vrouw-zijn. Maar of mijn gevoel volgen nu echt een goed idee is? Ik betwijfel het. Want dan ga ik zwabberen.

Mijn gevoel zegt me namelijk niet alleen dat ik een vrouw ben. Mijn gevoel zorgt ook steeds voor gedoe. Mijn gevoel maakt me midden in de nacht wakker, na vier uurtjes onrustige slaap. Mijn gevoel maakt me onzeker over mijn pad en over wie ik ben. Mijn gevoel zorgt ervoor dat ik al weken niet meer echt heb kunnen ontspannen; mijn ademhaling is hoog - je zou het een permanente lichte staat van paniek kunnen noemen. Mijn gevoel duwt mijn vrouwelijkheid weg om ruimte te maken voor een chagrijnige Man-ik die zijn plek niet wil afstaan. Een Man-ik die zich klote voelt en niet meer weet wat hij moet doen. En die dat vervolgens uitlegt als een duidelijk teken dat vrouw-zijn niet het werkelijke pad is. Dat het allemaal neerkomt op een diepe behoefte aan erkenning door zijn moeder. Zomaar twee citaten van zijn moeder: (1) “Het was beter geweest als je niet geboren was”; (2) “toen je in mijn buik zat wist ik zeker dat je een meisje was”. Tja. Psychologie van de koude grond is eenvoudig. Vooral als je alle andere signalen negeert. Het zijn natuurlijk niet ‘zomaar’ twee citaten. Het zijn precies die citaten die Man-ik’s stelling ondersteunen dat vrouw-zijn geen goed idee is. Selectieve perceptie. En dat kan ik dan weer zien, waardoor ik Man-ik zijn kritiek niet serieus neem. Al eens geprobeerd met de kalkoen een goed gesprek te voeren over kerst? Je snapt wat ik bedoel.

Intussen ben ik knettergek aan het worden. Ik wil vrouw zijn en Man-ik wil het niet. En intussen moeten we dit meningsverschilletje oplossen zonder aan elkaar te kunnen ontsnappen, zonder even afstand te kunnen nemen. We zitten immers aan elkaar geklonken in dit lichaam. This body is not big enough for the both of us. Maar ja, wie vertrekt er? Ik heb veertig jaar lang (op enkele rebellerende oprispingen na) ondergedoken gezeten. Nu is het mijn beurt. Maar Man-ik wil zijn beurt niet afstaan.

Ik heb begrip getoond voor Man-ik. Ik heb hem ruimte gegeven voor zijn verdriet. Ik heb hem bedankt voor alles wat hij gedaan heeft. Ik heb hem gesommeerd op te rotten. Ik heb hem gestraft voor dat hij er is. Maar niks hielp. De impasse is er nog. Man-ik is er nog.

Intussen ga ik door op mijn pad. Ik laat me niet afremmen. Maar of het daar nu beter van wordt? Ik weet het niet. Volg je gevoel. Tja, goede raad. Maar de raad zegt niet welk van de twee gevoelens ik nu moet volgen…

woensdag 16 januari 2013

You win

Eens in de zoveel maanden lunch ik met een ex-collega van mij. Een ex-collega die daarna een opdrachtgever van mij werd. En ergens daartussenin zijn we bevriend geraakt. Soms lijkt het alsof hij nog gewoon een zakenrelatie is, maar dat is stiekem allang niet meer zo. We zien elkaar alleen tijdens onze lunchafspraken. En dan pakken we het gesprek op waar we de vorige keer zijn gebleven. Binnen twee minuten zijn we weer persoonlijk, open en kwetsbaar. Deze keer had hij me kort vooraf al gemaild met de mededeling dat zijn schoonvader net was overleden en dat hij het daar best moeilijk mee had. En dat hij daar moeilijk woorden voor kon vinden en dat het fijn was als ik dat alvast wist.

Daar zaten we dan. In de Bakkerswinkel in Zoetermeer, een favoriete locatie voor onze lunchafspraak. Hij sprak uitgebreid over het verlies van zijn schoonvader en hoe hem dat de werkelijke betekenis van verbinding had laten invoelen terwijl hij dat daarvoor alleen in zijn hoofd kon begrijpen. En toen zei ik dat ik al geruime tijd iets invoelde dat ik juist in mijn hoofd nog steeds niet helemaal kon begrijpen. En toen vertelde ik hem over mijn vrouw-zijn. Daarover had ik hem ondanks alle openheid nooit eerder durven vertellen (had ik al wel eens iets geschreven over mijn schaamte? ;-) ). Tja, de totaal verbijsterde stilte die volgde heb ik inmiddels al vaker gezien. Hij had het niet verwacht, maar kon het op een of andere subtiele manier toch wel plaatsen, zei hij. Zijn uitleg daarbij was heel persoonlijk, heel aandoenlijk en heel echt. Te persoonlijk om hier te herhalen, maar het raakte me. Ik voelde dat hij mij kon zien in wie ik was en dat het voor hem niets uitmaakte. In ons contact was mijn vrouwelijkheid er – impliciet en subtiel – eigenlijk altijd al geweest.
 
En toen zij hij: “You win”. Daar moest ik wel om lachen. Tja, deze keer had ik een verhaal dat groter was dan zijn verhaal. Ik weet inmiddels dat er geen rangorde is aan te brengen in persoonlijke verhalen. Dat het niet de feiten zijn maar de persoonlijke beleving is die bepaalt of een gebeurtenis groot is of niet. Maar de vorige keren dat we elkaar zagen luisterde ik vooral, gaf ik steun en stelde ik vragen. Deze keer was het duidelijk zijn beurt. De rest van de lunch hadden we het hoofdzakelijk over mijn proces. Mijn ex-collega is slim en snel en hij had heel snel de kern te pakken. Hij stelde allemaal zeer relevante vragen. En dat gaf mij veel bevestiging, steun en vertrouwen. Vertrouwen in een goede afloop in mijn coming out naar S. met name. En het vertrouwen dat ik de goede keuze maak. Dat ik me niet vergis. Dat ik me mijn vrouw-zijn niet zomaar inbeeld.
 
Het waren niet zozeer zijn vragen, maar mijn eigen antwoorden die me veel duidelijkheid gaven. Zo gaat dat vaak met persoonlijke gesprekken. Toen we spraken over de kans dat ik S. door mijn vrouw-zijn ga verliezen, werd ik zeer emotioneel. Ik voelde de diepe pijn van een scherp voorwerp dat met zagende bewegingen onze hartsverbinding probeert door te snijden. Een grote, diepe pijn die mijn moederhart haast niet kon verdragen. En toen ineens realiseerde ik me iets heel belangrijks. Iets waarmee ik al mijn kritische aarzelingen over mijn verlangen kan doen verdwijnen. In elk geval voor even. Ik zei tegen mijn ex-collega: “Kennelijk zorgt deze diepe pijn over S. die ik vaker gevoeld heb er niet voor dat ik mijn verlangen maar aan de wilgen hang. Kennelijk wil ik dit risico niet koste wat kost vermijden. Kennelijk is mijn verlangen zo groot”.
 
Zijn korte stilte was veelbetekenend. De stilte van een kwartje dat valt. De stilte van een pretentieloos, fundamenteel inzicht. Ik zag hem denken: ja, dit is zo. Ik weet zeker dat hij dat dacht, want hij zei nog: “Ja, dat is zo”. En hij vertelde me hoe hij gelooft in de buigzaamheid van kinderen, en de kracht van de liefdesband van kinderen en hun ouders en dat S. mij niet zal kwijtraken als ik vrouw word omdat ik in mijn kern gewoon blijf wie ik ben. Hij gelooft mij in mijn verlangen en is er van overtuigd dat S. mij ook zal geloven. Hij gelooft in een goede afloop. Hij was overtuigend naar mij. Een geruststelling die ik nog even met me mee ga dragen. He wins.
 

maandag 14 januari 2013

Even wennen

Dit weekend ging ik met M. op visite bij L. en M. (ja nog een M., lekker handig die initialen!). Met M. (die van L. dus) ben ik bevriend sinds L. een relatie met hem kreeg (ruim vijftien jaar geleden). M. en ik kunnen het goed vinden. We hebben samen op rotsen geklommen en in bergen gewandeld. Al sinds ik mijn vrouw-zijn openbaarde aan L. heb ik het gevoel gehad dat dit voor M. ‘even wennen’ was. Niet omdat L. daar iets over zei, maar misschien juist omdat ze er niets over zei. Het heeft dan ook een tijdje geduurd voordat ik er met hem zelf over sprak. En dat is inmiddels al weer máánden geleden. Mijn vrouwelijke intuïtie zei: hij vindt het moeilijk. Dus stelde ik het moment om mezelf daadwerkelijk als vrouw aan hem te tonen maar uit. En uit. En uit… Te lang eigenlijk om recht te doen aan onze vriendschap. Maar ja, je weet het inmiddels: ik ben doodsbang voor afwijzing...

Tot afgelopen weekend. We zouden langsgaan. “Als twee vrouwen”, zoals mijn liefje hen zo keurig aankondigde door de telefoon. Toen we van de auto naar het huis van L. en M. liepen, voelde ik mij steeds in mijn mannelijke rol glijden. De mannelijke rol zoals die was geconditioneerd in vijftien jaar vriendschap tussen M. en mij. Bij elke relatie hoort een specifiek gevoel, specifiek taalgebruik en zelfs specifieke motoriek. Sinds ik dit dubbelleven leid, ben ik me daar heel erg bewust van geworden. We zijn niet altijd hetzelfde. Je mag zelf de danspasjes bepalen, maar je omgeving bepaalt de muziek. En terwijl we de voordeur van L. en M. naderden, hoorde ik de muziek die bij M. hoort. En kwamen mijn danspasjes boven. En voelde ik mijn vrouwelijkheid verdwijnen. “Ik ben Lisa en ik ben een mooie vrouw”, zei ik nog tegen mezelf. Dat hielp. Even. Heel even.

We belden aan en M. deed open. Hij zoende eerst mijn liefje en daarna keek hij mij aan… en zoende mij ook. Leuk! Dat had ik niet verwacht. Toen we even later met zijn vieren in de keuken stonden, keek hij naar me en hij zei dat hij het fijn vond dat ik ook broeken had. Ik wist het! Ik had die avond heel bewust een broek aangetrokken en mijn make-up heel subtiel gehouden. Om de overgang voor hem niet te groot te maken. Dat was dus een slimme keuze. En toen klonk daar weer die muziek. De muziek van de vriendschap tussen M. en Man-ik. En werd ik door de kracht van de conditionering weer op de dansvloer geduwd om de danspasjes te dansen die daar bij horen. Er was veel Man-ik in mij aanwezig, die avond.

Zo gaat het nu eenmaal, weet ik inmiddels. Als ik bij vrienden ben, dan rollen vaak de oude aangeleerde danspasjes spontaan uit mijn voeten; voor elke relatie een unieke dans. Dat frustreert me dan, omdat het me weghoudt van mijn vrouwelijkheid. En tegelijk realiseer ik me dat ik door die pasjes voor hen nog wel herkenbaar blijf als de persoon met wie ze een vriendschap hebben. Dat ik niet in één klap iemand anders ben. Ik begrijp wel waarom sommige transvrouwen er voor kiezen (of soms helaas door de omgeving door gedwongen worden) om oude relaties achter zich te laten en echt opnieuw te beginnen. Een schone lei. Nieuwe muziek met nieuwe danspasjes. Vrouwelijke danspasjes. Met minder frustratie over de hardnekkigheid van de mannelijke conditionering. Maar ja. Mijn vrienden zijn me dierbaar. En ik wil heel graag al die relaties transformeren; ze langzaam vullen met vrouwelijke danspasjes. Maar dat vergt geduld. En begrip. En hopelijk komt de gewenning dan vanzelf. 

M. noemde me aan het begin van de avond bij mijn mannen-naam. Hij zei erbij: “sorry, maar ik kan die andere naam nog niet uit mijn mond krijgen”. Eerlijk van hem. En moedig om dat gewoon te zeggen. Natuurlijk voelde het kleine meisje in mij zich meteen miskend. Maar gelukkig was er ook een volwassen vrouw die begrip kon hebben voor M. Het ís ook gek, laten we eerlijk zijn. Ben je vijftien jaar bevriend met Man-ik, moet je ineens Lisa gaan zeggen. Terwijl de persoon die je voor je ziet niet wezenlijk anders is, ondanks dat hij er ineens duidelijk als een zij uit ziet. Zeker als ze ook nog regelmatig de voor iedereen zo vertrouwde Man-ik danspasjes doet. Het moet gewoon even wennen…

donderdag 10 januari 2013

Regieaanwijzing

Soms gebeurt er veel op mijn pad naar vrouw-zijn, soms lijkt het stil te staan, althans voor mijn gevoel. Voor een blog-meisje is dat geen fijne situatie. Het voelt als spijbelen (of erger) wanneer er een gapend gat dreigt te ontstaan tussen mijn blogposts (jeetje, al een week niks geschreven!) omdat er niets nieuws is gebeurd om over te schrijven. Ik wil namelijk niet telkens opnieuw schrijven over mijn voortdurende gepieker en geaarzel, dat heb ik al zo vaak gedaan…

Maar soms gebeuren er in een paar dagen weer zoveel dingen dat ik het niet allemaal geblogd krijg. Een goede blogpost heeft een duidelijk onderwerp en soms zie ik onvoldoende samenhang tussen de verschillende gebeurtenissen om het allemaal samen te laten vallen. Dan laat ik veel weg. Schrijven is immers schrappen. (Nou ja, de inefficiëntie van eerst schrijven en dan weer schrappen past niet bij het snelle internet-tijdperk. Het nieuwe (2.0) adagium zou volgens mij moeten zijn: schrijven is niet schrijven. Maar dat terzijde. Had ik het zojuist niet over samenhang? Focussen, Lisa!)

Deze week is zo’n week vol gebeurtenissen. Ik zou kunnen schrijven over mijn fijne ontmoetingen met Merel en Esther. Twee transvrouwen die me, elk op hun eigen manier, het vertrouwen geven dat de transitie naar vrouw-zijn écht mogelijk is. Ik zou kunnen schrijven over de emotionele en verwarrende ervaring met het vrijen met M. Of over de hobbel die ik heb genomen om een gesprek te plannen met mijn ex, de moeder van S., waarin ik haar ga vertellen over mijn pad. Maar dat doe ik niet. Ik wil het hebben over een onverwachte coming-out.

Ik schreef al eerder over mijn theateractiviteiten, nou ja die van Man-ik dus eigenlijk. Hij is eventjes niet actief in zijn eigen theatergroep, maar repeteert nu als gastspeler met een enthousiaste groep theatermakers voor een eigentijdse versie van het verhaal van Othello. Man-ik mag Jago leven inblazen, een leuke rol. Toch woedde er in mij de laatste weken vaak een innerlijke strijd om naar de repetities te gaan. Het is een heerlijke afleiding van mijn hele proces maar toch was er weerstand om mezelf weer als man te presenteren en wat mij zo bezighoudt zo diep te verbergen. Ik had met mezelf afgesproken dat wanneer in april deze productie achter de rug is ik het de groep zou vertellen. Ik wilde ons groepsproces niet verstoren door alle aandacht naar mezelf te trekken.

Maar goed, het lot beschikte anders. En dat is soms maar goed ook. Eergisteren stond ik, als Man-ik, bij de deur van onze repetitieruimte te praten met L., de regisseur. Zij vroeg hoe mijn feestdagen waren geweest en ik reageerde mat en ik zag dat haar dat opviel. Ik hoorde het zelf ook (jeetje wat klonk ik somber) en iets prikkelde mij om het toe te lichten. Was het een verlangen om gezien te worden in mijn pijn? Was het ‘t besef dat het grote hart van L. mij veiligheid kon geven? Ik weet het niet. Maar ineens flapte ik er uit: “Ik ga door een moeilijke periode…ik ga vrouw worden. Ik had het pas na afloop willen vertellen”. L. reageerde verrast en betrokken. En doortastend als ze is zei ze: “dan stoppen we straks iets eerder met de repetitie, dan kun je het de groep vertellen”. De paniek denderde bij me binnen… nee, dat bedoelde ik niet! Straks, na de hele productie! O jee, shit! Dit moet ik even rechtzetten. Ik haalde adem om te reageren en ineens dacht ik: waarom? Misschien moet het gewoon zo zijn. Misschien moet ik nu even de controle loslaten en het proces zich laten ontvouwen zoals het zich aandient. L. is er klaar voor. Waarom kan ik er dan ook niet klaar voor zijn? Ik ademde mijn adem weer uit en liet het erbij.

Vlak voor het einde van de repetitie, we waren precies klaar met een scene, zei L. ineens hardop tegen mij: “Misschien is dit een mooi moment?”. O jee, daar was de paniek weer. Ik sputterde nog tegen, maar ja de groep was nieuwsgierig geworden en L. pakte door. Dus ik dan ook maar. Nou ja, eerst moest ik mezelf nog een volle minuut meester tonen in ontwijkende inleidende zinnen. Maar uiteindelijk zei ik: “Dit is de laatste mannelijke rol die ik in het theater zal spelen. Ik ga vrouw worden”. Stilte. Heel kort maar. En toen een gestaag groeiende golf aan steun, begrip en troost die uiteindelijk uitmondde in een groepsknuffel met tien man. En ik liet die liefde, die energie door me heen stromen. Vol opluchting. Ik voelde me gezien. Ik voelde me weer helemaal aanwezig. Niet langer verborgen, niet langer op mijn hoede voor ontdekking. Ik was er helemaal. Dank je wel theatervrienden voor jullie liefde. Dank je wel L. voor je doortastende duwtje in mijn rug. Dat is zonder enige twijfel de regieaanwijzing die ik me het langst zal blijven herinneren…


dinsdag 8 januari 2013

Symboliek

De transitie naar vrouw is een langdurig en hobbelig pad. Aangezien ‘geduld’ niet een van de kenmerken is die op mijn grafsteen gebeiteld zal worden, moet ik mijn best doen om in de traagheid nog vooruitgang te zien. Soms bereik ik een grote doorbraak waar ik nog weken op kan teren. En soms lijkt er helemaal niets te gebeuren. Om dan de moed niet te verliezen is het slim ogenschijnlijk triviale gebeurtenissen maar een mooie symbolische betekenis toe te kennen. Zoals wat er gebeurde op de allereerste dag van dit nieuwe jaar.

Incognito als Man-ik en samen met S., M. en N. (op het eerste gezicht een normaal gezinnetje) waren we op nieuwjaarsbezoek geweest bij mijn zus. Ik had de hele dag Man-ik’s favoriete Timberland sneakers gedragen. Die draagt hij als hij niet aan het werk is ongeveer 90% van de tijd. Eenmaal weer thuisgekomen wilde ik de sneakers verruilen voor knusse pantoffels. En toen zag ik het. De Scheur. Vijf centimeter lang. Een scheur in de zool van de sneaker. De schoen leek nog waterdicht, maar het had er alle schijn van dat dat niet lang meer zou standhouden. Ik kon Man-ik’s teleurstelling voelen: shit, nee, niet mijn Timberlands! En tegelijk realiseerde ik me dat achter dit klein leed een belangrijk besef schuilging…: er komen geen nieuwe Timberlands. Of Diesels. Of Replays. Het is overduidelijk: de tijd raakt op voor Man-ik’s schoenen. Net zoals de tijd voor hemzelf op begint te raken. Het einde is in zicht. Het nieuwe begin wacht. De scheur in de zool van de sneaker is als een scheur in een eierschaal. Achter die scheur wacht nieuw leven dat popelt om zich langzaam en onhandig naar buiten te wriemelen. Het ei is al een tijdje geleden gelegd. Het uitbroeden is bijna klaar. Nu is het wachten tot het uitkomt.

maandag 7 januari 2013

Hier sta ik

Vannacht heb ik lang in bed gelegen. Ruim negen uur. Heerlijk, zou je zeggen. Nou nee. Mijn hele lijf was één en al onrust. Mijn hoofd suisde van vermoeidheid en over elkaar heen rollende gedachten, te vluchtig om vast te houden en te luidruchtig om te negeren. Met die woelige momenten knoopte ik hazeslaapje aan hazeslaapje en ik stond doodmoe op. En dat terwijl ik gisterenavond heerlijk rustig was van binnen. Ik had een intense meditatie gedaan en die bracht opluchting, ontspanning, ruimte en rust. Althans, totdat ik in bed ging liggen… Vanochtend drong tot me door wat me wakker hield: de innerlijke strijd tussen Man-ik en mij. Man-ik weigert een stapje opzij te doen. Hij voelt zich door mij verstoten. Veertig jaar lang heeft hij keihard gewerkt om rust te vinden in zichzelf. En het is niet gelukt. Van alles heeft hij geprobeerd: opstandigheid als puber, carrière maken als twintiger, een gezinnetje stichten en daarna spiritualiteit en zelfontwikkeling als dertiger. Het hielp allemaal niks; het bracht hem niet op zijn bestemming. Man-ik heeft geploeterd, keihard geploeterd en gefaald. En nu krijgt hij stank voor dank door deze dame die het wel eens eventjes zal overnemen. Girl power prima, maar je moet niet overdrijven, zou Man-ik zeggen. Het is wel duidelijk dat hier een teleurgestelde en verdrietige man aan de rem aan het trekken is.

Wals ik over Man-ik heen? Ga ik te snel? Ben ik mezelf aan het overschreeuwen? Wijst de onrust van Man-ik niet op een dieperliggend probleem? Is vrouw worden toch het verkeerde pad? Neem ik mijn angsten wel serieus? Al dit soort vragen komen op en maken me langzaamaan wanhopig. Het lijkt wel alsof ik niet vooruit kom. Laura van Transvisie maakte het voor mij vandaag glashelder: “Iemand die diep van binnen weet dat hij zichzelf aan het overschreeuwen is die gaat niet mediteren om een diepere waarheid in zichzelf aan te boren. Die stelt zichzelf niet al die kritische vragen. Die schreeuwt totdat hij heeft gekregen wat hij wil”. Ik moet toegeven: dat is een ijzersterk argument. Ik hoef niet op zoek naar een speld want ik kan zo wel zien dat die er niet tussen te krijgen is. Dit proces drijft niet op argumenten maar door Laura’s stelling was mijn hoofd eventjes tot bedaren gebracht. En kon mijn hoofd ook zien wat mijn hart allang wist: ik ben een vrouw.

Ik doe dit niet lichtzinnig. Ik ben niet opeens wakker geworden met het idee een vrouw te willen worden. Ik heb als man al zovaak geprobeerd om mezelf te vinden en altijd zweefde daar mijn vrouw-zijn tussendoor. En altijd heb ik dat genegeerd. Tot nu. Hoe hard ik ook pieker, hoe vaak ik de vraag ook stel aan de experts en ervaringsdeskundigen om me heen, ik kan niet om de conclusie heen dat de natuur een foutje heeft gemaakt. Het is niet mijn schuld om in het verkeerde lichaam te zitten. Het is geen vrije keuze, geen luxe. Ik heb serieus geprobeerd mijn onvrede anders op te lossen, dat hoef ik mezelf nooit te verwijten. Maar het is niet anders. Ik ben een vrouw.

Luther sprak ooit (bij zijn verdediging van zijn hervormingsleer in 1521) woorden die hier ook van toepassing zijn. Hoewel ik zijn voorstel tot hervorming van het christendom niet onderschrijf (hoe kun je nu 15 eeuwen evolutie van een godsdienst van tafel vegen en - ‘Sola Scriptura’ - een verouderd boek tot letterlijke waarheid verklaren), moest ik vandaag aan zijn woorden denken. “Hier sta ik, ik kan niet anders”.