zondag 31 maart 2013

Negatief

Ik kijk naar S. Hij zit op een schommel. Een knalgele peuterschommel. Zijn grote Nijntje knuffel zit bij hem. Het past maar net, of eigenlijk net niet. En ik huil. Ik huil om dit beeld uit het verleden. Beelden die in mijn herinnering terugkomen, nu ik deze foto op mijn computer zie. Vanavond ben ik een deel van mijn archief met fotonegatieven aan het inscannen. Ik scan en ik zie een stuk van mijn leven aan mij voorbij trekken. Het was 2003, S. was nog jong. Ik zie hem in de tuin van het huis waar ik toen met hem en zijn moeder woonde. Ik zie ons op vakantie. Ik zie ons Sinterklaas toejuichen. Ik zie ons verjaardagskado’s uitpakken. Een gelukkig gezinnetje. Tja, zo lijkt het; het jaar daarna zouden S. z'n moeder en ik gaan scheiden.

En toen, tussen de schattige foto’s van hoe S. dapper probeert zelf zijn eten naar binnen te werken en hoe hij juicht naar de zeepbellen die mama voor hem blies, was zij daar ineens. Ze was nog niet echt iemand. Ze had wel een naam, maar dat was een loze kreet zonder inhoud. Eigenlijk was het gewoon Man-ik in een jurk. En nog een lelijke ook. Dit was travestie. Dit was geen vrouw. Dit was geen Lisa, o god nee. Met een beetje goede wil was het misschien een barenswee voor de geboorte die pas bijna acht jaar later zou gaan plaatsvinden. De geboorte van Lisa. Het was in elk geval een barenswee voor de echtscheiding.

Ik kijk naar herinneringen uit mijn leven. Mijn leven vol met brokken. En ik voel weemoed. Weemoed naar een leven dat ik ooit dacht te hebben. Een leven waarin de dingen gewoon vanzelf gingen; waarin ik niet zo hoefde te ploeteren. Er waren veel gelukkige momenten. Heel veel zelfs; je zou kunnen spreken van gelukkige perioden. Maar altijd was er die dreiging. De dreiging van de pijn wanneer je je gevoel toelaat. De pijn die ik nu weer zo nadrukkelijk voel. Of het de pijn is van een beschadigde jeugd, het ontbreken van een veilige hechting als kind, de pijn van een verkeerd lichaam of de simpelweg de pijn van het geboren worden weet ik niet. Maar ik zit er midden in en ik hoop dat ik deze pijn eindelijk mag ontladen. Elke dag zoek ik die ontlading met mijn ademmeditatie. Maar nog veel vaker zoekt die pijn mij op, op onverwachte momenten. En dan huil ik. Zo ongeveer drie keer per dag huil ik. Al wekenlang.

En nu zit ik hier, te midden van ontelbaar veel negatieven; gescand en ongescand. En ik vraag me af of ik de puzzel van mijn leven ooit af krijg. Ik begin me in elk geval te beseffen dat ik daar meer tijd voor nodig heb dan tot juni. Juni, wanneer ik M. weer zie (eindelijk!). Wanneer we de balans opmaken om te kijken of we samen de draad weer op kunnen pakken. Ik wil daar zo graag klaar voor zijn. Maar ik ben bang dat me dat niet gaat lukken. Ik ben bang dat M. dan verder gaat. Zonder mij. Ik ben bang dat… bang dat… bang dat… ik ben overal bang voor… Ik zit midden in grote angst. Om moedeloos van te worden. Dit is KUT!

zaterdag 30 maart 2013

Spaanse ogen

Vandaag kwam ik maar moeilijk op gang. Natuurlijk was ik laat wakker, want ik ging weer veel te laat naar bed. Maar ik stelde alles uit. Eerst het ontbijt, toen mijn dagelijkse (nou ja, bijna dan) ademmeditatie – waarover ik een andere keer misschien nog wel vertel – en toen het aankleden. Mijn vrouwelijke en mannelijke energie wisselden de hele ochtend zo snel dat ik gewoon niet wist waarmee ik me moest aankleden. Het werd een rokje. De lente diende zich vandaag dan toch eindelijk voorzichtig aan en ik had zin om te wandelen en te voelen hoe de wind met mijn rokje speelt. Maar mijn mannelijke energie was nog sterk, zo bleek na het opmaken. Mijn ‘feminine touch’ was ver weg. Ik zag er niet uit; ik leek wel een travestiet. Met wat ingrepen hier en daar probeerde ik het nog een beetje te redden. Het moest maar zo, hup Lisa, naar buiten!

En daar liep ik. En mijn hoofd pendelde door het inmiddels wel vertrouwde gedachtenlandschap. In het park wist ik zeker dat ik man moest blijven. “En als ik dan vrouwenkleren wilde dragen dan deed ik dat toch gewoon? Lekker puh, schijt aan iedereen.” Langs het kanaal besloot ik toch echt verder te gaan als vrouw. “Ik heb supermooie benen onder dit rokje, dat is toch zonde om weer te verstoppen in een saaie mannenbroek?” In het oude dorpje dat grenst aan mijn stad fantaseerde ik over M. Dat we hier samen liepen, twee mooie vrouwen, lachend, hand in hand. En toen ik bij de sportvelden was, voelde ik me weer een lompe kerel in vrouwenkleren. En ik voelde de lente. Niet buiten, want ondanks de zon was het toch nog best fris. Nee, ik voelde de lente van binnen. Mijn libido roerde zich weer. Zoals hij de afgelopen dagen veel deed. Ik verlangde naar seks. Seks met M. Als vrouw, als man, allebei. Daarmee kwam ook weer mijn fantasie naar boven om als Lisa seks met een man te hebben. Die fantasie had ik de laatste maanden vaker. Eerder deze maand schreef ik er ook al over. Mijn pogingen om deze fantasie via een seksdating-site te onderzoeken waren tot nu toe gestrand in afgrijzen, afkeer en paniek. Aan mijn kant, welteverstaan. En ik dacht terug aan het moment dat ik sjans had bij een tankstation (weet je nog?). Wat zou er gebeurd zijn als ik wel mijn telefoonnummer had gegeven? “Waarschijnlijk niks”, zei een nuchtere stem in mij. “Je was toen nog met M., trouwe hond die je daar bent…”

Ik was bijna thuis. Gelukkig, want inmiddels waren mijn handen wel behoorlijk koud geworden. Ik hoefde alleen nog maar langs de ringdijk. En daar kwam ik tientallen wandelaars en fietsers tegen. Velen van hen keken mij aan. En ik had me voorgenomen om niet weg te kijken, maar open te staan voor hun blikken en de mensen recht in de ogen aan te kijken. Zo ook bij deze fietser, die langzaam op me af kwam fietsen. Hij keek, en ik keek terug. Ik keek in de mooie diepbruine ogen van een Spanjaard. En toen hij mij genaderd was, keek ik weer vooruit en hij fietste door. Ah, daar was het bruggetje al, bijna thuis...

En terwijl ik monter doorstapte, hoorde ik achter mij het subtiele geratel van een fiets waar even niet op getrapt wordt. Voordat het geluid goed en wel tot me doordrong, hoorde ik een stem naast me: “Goeiemiddag, ik zag je lopen. Je bent mooi”. Verschrikt en met een geruststellend intuïtief besef dat ik niks te vrezen had keek ik opzij. En ik keek weer in die mooie ogen van de Spanjaard. Inderdaad, ik had het goed gezien: prachtige diepbruine ogen. De Spanjaard zelf zag er ook wel goed uit. Hij had een vriendelijke lach en sprak me heel respectvol aan. “Je ziet er mooi uit. Wil je misschien met mij een kop koffie gaan drinken of zo?”  Ik voelde me ineens supersexy en de mooiste vrouw op deze aarde. Maar naar buiten bleef ik koel. Ik nam het complimentje beleefd aan; en ik bedankte beleefd voor de eer. “Nee, dank je.” “Misschien een andere keer dan?” Hij bleef aardig en aandringen. “Nee hoor dankjewel”, hield ik lief lachend de boot af. We keken elkaar nog even indringend aan en toen zei hij: “Okee, jammer. Fijne dag nog en misschien tot ziens!” “Ja wie weet tot ziens”, zei ik en liep door. Hij keerde zijn fiets, keek me nog één keer aan en vervolgde zijn weg.

Ik stak de brug over en sloeg mezelf voor mijn kop. Figuurlijk dan; in werkelijkheid keek ik over mijn schouder. De Spanjaard was doorgefietst en al ver weg. “Muts, daar komt je fantasie op een presenteerblaadje. Een mooie man die met je flirt, die je versiert en die misschien wel meer wil. Een man die jou helemaal op en top vrouw laat voelen. En je laat hem gáán?!” Tja. Ik liet hem gaan. Ik kon het niet. Ik voelde geen afkeer van hem, geen paniek, geen afgrijzen. Het ging tenslotte ook alleen nog maar over koffie, zou je kunnen zeggen. Maar ik wist ook waarom ik deze boot uit Spanje afhield. In mijn hart is geen ruimte voor amoureuze ontdekkingstochten. Mijn hart is bij M. Nog steeds. En zolang dat zo blijft, zal het moeilijk zijn mijn seksualiteit als Lisa te onderzoeken. Behalve dan met M... mijn M.

donderdag 28 maart 2013

Ja goed hoor

“Hoe gaat het?” Of nog erger: “Alles goed?”  Het is me vandaag tientallen keren gevraagd. Vandaag was ik op een afscheidsreceptie van de directeur van het bedrijf waar ik een flink aantal jaar gewerkt heb. Het was een verkapte reünie, want ik zag er heel veel oud-collega’s. Een leuk weerzien met velen. Maar die cliché openingsvragen heb ik altijd lastig gevonden. Ik weet inmiddels dat ik het niet te letterlijk moet nemen als iemand me vraagt of mijn leven op werkelijk alle gebieden rimpelloos verloopt (écht álles goed?). Maar vandaag vond ik die afgezaagde (hoewel niet minder gemeende) openingsvragen extra lastig. Het liefste wilde ik met een cynische ondertoon en quasi nonchalante blik in mijn ogen zeggen: “Nou, ik heb haast geen werk en dus geen inkomen, ik ben mijn grote liefde kwijt, ik weet niet of ik de rest van mijn leven als man of als vrouw moet doorbrengen en ik kan daarin maar geen keuze maken. Dus het gaat best wel redelijk. En jij?”  Maar ja. Dat zeg je niet. Dus bleef het bij: “Ja goed hoor, dank je”. Of als de band met de ex-collega in kwestie wat persoonlijker was: “Nou, redelijk. Alleen is mijn relatie onlangs verbroken”. Dat laatste leverde soms betrokken reacties op. En soms luchtige dooddoeners waarmee de vragensteller probeerde te maskeren dat hij spijt had er naar gevraagd te hebben: “ach ja, er zijn in de stad nog voldoende mooie single vrouwen over, dus dat komt wel goed”. Tja. Zie je het profiel op de datingsite al voor je? “Lichtelijk depressieve man/vrouw zoekt een mooie single vrouw om bij uit te huilen. Toekomst ongewis”. Kan niet meer missen, lijkt me. Succes gegarandeerd… Maar het was niet vanwege deze ongemakkelijke reacties dat het beter was geweest als ik niet telkens M. ter sprake had gebracht... ik werd er namelijk niet vrolijker van. Van binnen dan. Want een sociaal wenselijke rol spelen kan ik als transgender natuurlijk prima...
 
Na afloop van de receptie reed ik naar huis, mijn buik vol van borrelhapjes en spa, mijn hoofd vol van verhalen en beloftes binnenkort te bellen om wat verder bij te kletsen. En mijn hart vol van pijn om M. De afscheidsreceptie was vlak bij M.’s huis. Ging ik rechtsaf, dan was ik binnen tien minuten bij haar. Ging ik linksaf, dan was ik de rest van de avond alleen… Ik verlangde, ik hunkerde naar haar… maar ik ging linksaf. Eenmaal op de snelweg vertroebelden de nummerborden van mijn voorliggers door de tranen in mijn ogen. Ik mis haar. God, wat mis ik haar.

Vorig jaar op Bali, na de ruzie die we daar kregen, heb ik tegen M. gezegd dat voor mij de vraag wie ik ben belangrijker is dan de vraag mét wie ik ben. Heel wijs. En heel terecht, waarschijnlijk. Maar nu ik haar kwijt ben, en er alleen een kans is haar terug te krijgen als ik afzie van de transitie naar vrouw, lopen die twee vragen onbarmhartig door elkaar. Het lukt me niet om me goed te concentreren op de vraag wie ik ben. Want ik verlang zo naar haar. De vraag mét wie ik ben is misschien toch belangrijker dan ik dacht. En zeker op dagen als vandaag, wanneer het gemis en de leegte zo groot zijn.

En nu zit ik op de bank. Ik heb net mijn nagels gelakt. Voor het eerst sinds maanden heb ik mijn nagels gelakt. De komende dagen zijn voor Lisa, dus het kon. Het ziet er een beetje gek uit, zo’n Man-ik met gelakte nagels, maar ik dacht dat ik er van zou opvrolijken. Nou nee dus. Het confronteert me nog meer met de godsonmogelijke keuze die voor me ligt. Die nog steeds voor me ligt. En die geen millimeter dichterbij lijkt te komen.

woensdag 27 maart 2013

Volwassen

Ik liep de trap op. Een beetje gespannen. Natuurlijk, ik kende de mensen waar ik naar toe ging. Maar de meesten kenden mij niet. Nou ja, Man-ik wel, maar Lisa niet. Ik ging voor het eerst als Lisa naar een intervisie-bijeenkomst. Deze groep mensen komt elke twee maanden een avond bij elkaar om te delen en te bespreken wat ze tegenkomt op het levenspad. De vorige bijeenkomst vertelde ik de aanwezigen over Lisa en ze moedigden me aan om eens als Lisa te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar spannend was het wel. Het was toch weer alsof ik iets deed dat eigenlijk niet mocht. In mijn hoofd zit een diep geworteld 'Nee'. Een in gewapend beton gegoten overtuiging dat dit 'niet hoort'. En deze overtuiging bespringt me te pas en te onpas. Zoals deze avond. Het voelde alsof ik heel ondeugend was en alsof ik de mensen die ik ging ontmoeten onderdeel van deze samenzwering moest maken: ssssst, niet verder vertellen!

Gastheer E. deed de deur open. Hij keek blij verrast, hoewel hij wist van mijn komst. “Even kijken hoor”, zei hij. Natuurlijk. Ik ben het gewend inmiddels en eigenlijk vind ik die aandacht ook wel fijn. Wanneer neemt iemand nou eens de tijd om je echt helemaal te zien? Na de knuffel met E. die volgde, stapte ik de woonkamer binnen. Ik zag allemaal bekende gezichten. Waaronder een paar gezichten die er de vorige keer niet bij waren geweest. Zij wisten niet van mijn komst. En terwijl ik aan de ene kant van de kamer de mensen begroette, hoorde ik achter mij gesmoes: “Ik zie het echt niet. Wie is het?”. De rebel in mij genoot. Leuk om mensen op het verkeerde been te zetten. Maar ja, ik was hier niet als rebel. Ik was hier als vrouw. Ik was hier kwetsbaar. Ik toonde een diep verlangen.

Ik voelde geen angst voor afwijzing. Op de een of andere manier wist ik dat deze mensen mij zouden accepteren. Ook al was het voor sommigen (en ja, heel voorspelbaar inmiddels: vooral de mannen) even wennen. Maar ik voelde me welkom. Welkom in een bedding van compassie die drie jaar geleden is ontstaan. Drie jaar geleden. Een keerpunt in mijn leven. Twee belangrijke gebeurtenissen vonden plaats: ik kreeg een relatie met M. en ik deed een intense training voor mijn persoonlijke ontwikkeling. De training waarin ik de mensen leerde kennen waar ik deze avond mee zou doorbrengen. In deze training zouden we in het reine gaan komen met het verleden en vanuit onze kern ons leven een nieuwe impuls geven. Lief en leed deelden we op die indrukwekkende reis. Een reis waarop ik langzaam maar zeker het deksel op de put waarin ik mijn vrouw-verlangen begraven dacht te hebben opentrok. Een kiertje was het maar. Het verlangen werd voelbaar. Voor mij. Maar voor velen bleef het onzichtbaar. Ik schaamde me kapot. Ik voelde het verlangen en werd bang. Pijn uit het verleden kwam boven. Ik, als klein kind die de wereld niet begreep. Ik, als puber die zichzelf niet begreep. Ik, die zijn rol als partner en zijn rol als vader van S. niet begreep. De vrouw in mij had me zoveel ongeluk gebracht. Maar deze training deed me realiseren dat het ontkennen van deze vrouw me ook geen geluk bracht. En nu het kiertje er was, duwde deze vrouw het deksel van de put verder open. Ze wilde eruit.

M. was de eerste tegen wie ik het durfde te vertellen. Eerst nog voorzichtig. Ik wist niet wat ik aan moest met dit verlangen. Ik wist niet wat ik ermee wilde. Maar het moest ruimte krijgen. En die kreeg het ook, mede dankzij de steun van M. Maar het kreeg langzaamaan steeds meer ruimte. Meer dan onze relatie op dat moment kon hebben. Ik ging zoveel twijfelen aan wie ik was en waar ik heen wilde, dat ik bezweek en onze relatie - toch al ongelooflijk onder druk door het proces waar M. zelf in zat - uiteindelijk meenam in mijn val.

En nu zat ik in E's woonkamer. Voor de vierde keer pas sinds het begin van deze bijeenkomsten; mijn proces en mijn relatie met M. slokten me zo op dat het er vaak niet van kwam. Maar nu was ik er, te midden van een groep fijne mensen. En voor het eerst als Lisa. En we spraken over wat ons bezighield. In een sfeer van hartscontact en compassie. Veilig en rijk. Ik ging op in de groep en in het contact van het gesprek. Na twee uur deelde J. hoe hij, door mij te ontmoeten, zich ineens genderbewust was geworden. En hoe hij zich realiseerde hoeveel dingen die we in het dagelijkse leven zo gewoon vinden, doorspekt zijn van gender. Ik kon het alleen maar hem eens zijn. Alles ademt gender. Twee scherp van elkaar gescheiden hokjes als basis om de wereld om ons heen te begrijpen. En ik tart die hokjes. En breng mensen daardoor uit evenwicht. En vooral mezelf.

Maar doordat J. dit zei, besefte ik me ineens dat ik die avond helemaal niet zo genderbewust was geweest. Ik deed actief mee aan het gesprek. Niet als Lisa of als Man-ik. Maar in mijn eigen genderonafhankelijke ik. Wat fijn! Want de laatste anderhalfjaar was ik me zo ongeveer elke seconde genderbewust geweest. En de sporadische momenten waarop gender geen rol speelde in hoe ik beleefde wat ik meemaakte, was ik meestal Man-ik. En nu was ik Lisa en ik was me niet bewust van mijn gender. Ik was er gewoon. Wat heerlijk! Even later, bij het afscheid nemen, kreeg ik van J. een stevige knuffel en een kus. Op mijn mond. Ik voelde liefde en erkenning...

Op de fiets terug naar huis koesterde ik de herinnering dat ik als volwassen vrouw, niet bewust van mijn vrouw-zijn, gewoon onderdeel was van de groep. Tot nu toe was ik als Lisa me vaak juist heel bewust van mijn gender. Bewust van wat ik aan het doen was. En bewust van mijn onzekerheid. Een klein bang meisje dat zich niet op haar gemak voelde. Zo was het ook vaak als ik Lisa was bij M. Ik was dan vaak een onzeker, stil, passief meisje. Zo genderbewust dat de spontaniteit ver te zoeken was. Misschien was dit de reden dat M. Lisa zo anders ervaarde dan Man-ik, de man op wie ze verliefd geworden was. In plaats van een sterke, actieve en geaarde man had ze een meisje gekregen dat onzeker was en daartegen aan het vechten was. Haar rol in de relatie draaide 180 graden om. Niet langer kon zij in haar vertrouwde rol van steun-vragende partner blijven staan. Nee, Lisa's onzekerheid en afhankelijkheid duwde haar in de rol van sterke, zelfstandige partner. Een rol waartegen al haar patronen zich met kracht verzetten.

Onbewust door het verkeer van de stad laverend vulde bijna mijn hele rit zich met deze gedachten. En nu was ik bijna thuis en ik miste M. Ik wilde zo graag de volwassen Lisa aan haar laten zien. De Lisa die ik zal zijn als ik wat verder ben in het proces van identiteitsontwikkeling. De Lisa die waarschijnlijk meer op Man-ik lijkt dan tot nu toe het geval was. De Lisa die samen met M. gelukkig wordt. Maar het pijnlijke besef dat die toekomst onmogelijk was geworden, liet me het laatste deel van mijn reis afleggen met tranen in mijn ogen.

vrijdag 22 maart 2013

In bed met M.

Mijn tenen plukken aan de rand van het matras. Ik lig op mijn buik in bed. Mijn ellebogen drukken twee kuilen in het laken; de kreukels vormen sterren. Op mijn kussen ligt een boek. En ik lees. Aandachtig slaat mijn hand een bladzijde om. En alsof die handeling mijn wereld iets groter maakt dan de woorden van het verhaal in het boek, word ik me bewust van haar. Ik voel dat ze naar me kijkt.

Op haar zij ligt ze, haar hand onder haar hoofd op het kussen. Ze kijkt naar me en een liefdevolle glimlach krult haar volle lippen. Ik voel het. Zonder te kijken voel ik haar liefde. Ik probeer mijn tevreden glimlach binnen te houden om de betovering van het moment niet te verstoren. En terwijl ik net doe alsof ik verder lees, voel ik het dekbed bewegen. En haar vingers glijden over mijn blote rug. Haar streling doet me het verhaal in het boek helemaal vergeten. Mijn lichaam vult zich met mijn liefde voor haar en ik sluit mijn ogen.

Ik sla het boek dicht, open mijn ogen en kijk opzij. Daar, naast mij in bed, ligt een kussen. Een opgeklopt bol kussen, onbeslapen. Het dekbed ligt glad en roerloos op het lege deel van het matras. Het deel waar M. zojuist lag, heel even. Om mijn hoop aan te wakkeren en mijn nachtrust te stelen. Lieve M., ik mis je. Ik hou van jou.

donderdag 21 maart 2013

Ik loop in cirkels

Hoe houd je een blog interessant met telkens dezelfde verhalen? Geen idee. Maar toch is dat wat ik de laatste maanden aan het doen ben. Ik loop in cirkels. Ik ervaar dezelfde tegenstrijdige verlangens keer op keer. Ik stel mezelf dezelfde vragen keer op keer. En zonder antwoorden loop ik rondjes. Telkens hetzelfde pad. En soms lijkt het pad door mijn schuifelende voeten zo diep uitgeslepen dat ik omringd wordt door duisternis. Uit wanhoop vraag ik me dan af of ik er ooit nog uit kom. Of ik ooit een antwoord vind. Of ik ooit dichter bij mezelf kom, of daar juist alleen maar verder vandaan raak. Of is er iets anders aan de hand? Loop ik het labyrint van Chartres?

Het labyrint van Chartres is een krachtig symbool, in steen uitgevoerd in de vloer van de kathedraal in deze Franse stad. Het staat symbool voor transformatie. Een doolhof met maar één weg: een in cirkelbogen zigzaggend pad dat langzaam naar de roos in het midden leidt. Deze roos staat symbool voor verlichting. De wandeling erheen is een spirituele reis naar je binnenste, waarbij je offers brengt. Ofwel door het pad op je knieën af te leggen, ofwel door zeven jongens en zeven meisjes te offeren aan de Minotaurus die in de Griekse oerversie van dit labyrint zou huizen. Of - zoals ik aan het doen ben - door telkens opnieuw je identiteit en je toekomst ter discussie te stellen. 

Het labyrint leid je door vier kwadranten. En net als je het idee begint te krijgen dat je weet in welk kwadrant je bent, steekt het pad over naar een volgend kwadrant. En zo gaat het door tot je opnieuw in het kwadrant bent waar je al eerder was. Dit is precies hoe mijn pad er nu uit ziet. Soms weet ik zeker dat ik vrouw wil worden; en dan ineens lijkt dat wel het stomste wat ik kan doen. Soms is Lisa een vlucht en soms mijn bestemming. Ik word gek van die heen-en-weer beweging; het wisselt soms wel drie keer per dag.

Misschien loop ik het labyrint in plaats van steeds dezelfde cirkel. Dat is een opbeurende gedachte. Maar hoelang nog? Hoe lang moet ik nog lopen voordat mijn transformatie bereikt wordt? Hoeveel cirkelbogen zitten er in mijn labyrint?

woensdag 20 maart 2013

Kind van de zon

“Als je gedreven wordt door verlangen, dan redeneer je niet”, zei Dimitri. Ineens was ik er uit. Deze ene zin, uitgesproken door de kunstschilder uit het verhaal, stuwde mijn aandacht naar mijn eigen zoekproces en doorbrak de mooie schijnwerkelijkheid. Ik zat weer gewoon in de zaal van de Stadsschouwburg en werd mij bewust van de mensen om mij heen. Zij bleven gewoon verder kijken naar ‘Kinderen van de zon’, Gorki’s klassieker in een prachtige uitvoering van Toneelgroep Amsterdam. Ik niet. Ik herhaalde de zin in gedachten: “Als je gedreven wordt door verlangen, dan redeneer je niet”. Ik redeneer me suf; is mijn verlangen vrouw te worden dan niet groot genoeg?

Nee, ik weet het zeker: Gorki had geen genderdysforie in gedachten toen hij deze zin schreef. Sterker nog, ik denk dat die zin een wat simpele weergave is van elke werkelijkheid. Als er maar één verlangen in je leeft, dan is het simpel. Maar zo is het niet. Ik verlang ernaar om een vrouw te zijn. Dat verlangen is groot. Maar ik verlang ook naar de liefde van S. En ik verlang naar de liefde van mijn vrienden. En ik verlang naar de liefde van M. en ik verlang ernaar ooit nog de relatie met haar voort te zetten. Als je verschillende verlangens hebt, en ze drijven je elk een andere kant uit, dan moet je wel redeneren.

Natuurlijk is mijn verlangen naar de liefde van S. gewoon vermomde angst. Angst hem kwijt te raken. Natuurlijk is mijn verlangen naar M. vermomde angst nooit meer zo’n passionele en liefdevolle relatie te hebben. Zeker. Maar elk verlangen is vermomde angst. Tegenstrijdige verlangens zijn tegenstrijdige angsten. Mijn verlangen vrouw te zijn is ook vermomde angst. De angst om mezelf de rest van mijn leven onvervuld te voelen. Wat is nu het ware verlangen?

In het toneelstuk stelt Gorki het menselijk onvermogen om onze potentie te verwezenlijken centraal. En ook onze neiging ons terug te trekken in het volharden in wat we aan het doen waren. Zonder ons te durven beseffen dat we allemaal kinderen van de zon zijn: allemaal onderdeel van iets groters, allemaal in staat meer te stralen dan we nu doen, allemaal in staat meer te zijn dan ons geploeter. Als we maar durven. Angst en verlangen. Het is makkelijk een keuze te maken als je het onderscheid kent. Of zoals Jelena het in het stuk zegt: “…een schip midden op de grenzeloze oceaan; voor op de plecht staan sterke krachtige mannen, bereid om op weg naar hun doel rustig te vergaan”.


afbeelding: Liduine Jansen

dinsdag 19 maart 2013

Over de muur

Ik leef twee levens. Tegelijk. Nou ja, tegelijk kan niet. Simultaan. En dat betekent dat ik voortdurend moet omschakelen. Van man naar vrouw, van vrouw naar man. En soms betekent omschakelen dat ik mijn leven als vrouw helemaal moet verbergen. Bijvoorbeeld wanneer S. bij mij is. Een bh’tje aan de waslijn roept vragen op, zeker nu ik geen relatie met M. meer heb. Ik ben niet alleen mijn grote liefde kwijt, maar ook mijn alibi voor vrouwenkleding aan de waslijn. En zo kan ik nog wel meer voorbeelden opnoemen van het schakelen tussen mijn twee levens. Doodvermoeiend.

De afgelopen week was ik Man-ik. En Man-ik maakt theater. En dus mocht ik een aantal keer gestalte geven aan Jago, de bad-guy uit Shakespeare’s Othello. Hoewel mijn medespelers op de hoogte zijn van Lisa, ben ik in hun gezelschap altijd Man-ik. Omschakelen van de zachtaardige Man-ik naar de manipulatieve en gemene Jago is al een hele stap. Maar van Lisa naar Jago is haast niet te doen; nog los van de praktische hobbels.

Dit betekende dus dat ik een aantal dagen achter elkaar Man-ik was. En ik genoot ervan. Ik genoot ervan! Heerlijk spelen, samenzijn met de andere spelers. Even geen gepieker over wie ik ben. Het script was duidelijk: ik ben Jago. En Jago ontstaat vanuit Man-ik. Het staat in de credits: Jago wordt gespeeld door Man-ik. Niet door Lisa. Heerlijk als alles zo duidelijk is!

En toen kwam the day after; de dag na de voorlopig laatste speeldag (over twee weken mogen we weer!). The day after was zwart. Het beruchte zwarte gat na een reeks voorstellingen. Maar voor mij was het een dubbele dip. Ik stond met tegenzin op, in dezelfde mannelijkheid als waarin ik de dagen daarvoor had doorgebracht. Maar die dag moest een Lisa-dag zijn. Ik zou naar de Vrouwengroep gaan. Ik keek er naar uit om de meiden weer eens te spreken. Maar tegelijk voelde ik weerstand. En schaamte. Waarom kon ik niet de mannelijke euforie van de afgelopen dagen bij me houden? Voor de rest van mijn leven? Ik had me stoer gevoeld, aantrekkelijk en geliefd. Ik had me man gevoeld en het was goed. Voor even was het goed. Een herinnering aan al die andere momenten in mijn leven dat ik tevreden was met mijn man-zijn, want eerlijk is eerlijk: die zijn er genoeg geweest. Maar nu werd ik weer geconfronteerd met mijn vrouw-zijn. Met mijn verlangen en inmiddels ook mijn gewoonte om vrouw te zijn. Ik wilde niet. Deze dag wilde ik niet. Het omschakelen van Man-ik naar Lisa deed pijn. Ik haatte het!

Heel even overwoog ik om als Man-ik naar de Vrouwengroep te gaan. Nee, dat kon niet. Dat mocht niet. Het heet toch niet voor niks Vrouwengroep? Ik voelde schaamte. Schaamte om mijn onvermogen gewoon mezelf te zijn. Schaamte omdat ik niet weet wie ik ben. En omdat ik in twee werelden leef, die zo scherp gescheiden zijn. Maar ja, niemand van mijn trans-vriendinnen had mij ooit als man gezien. Zouden ze me accepteren als man? Na twee uur getreuzel, gejank en gedoe gingen uiteindelijk toch de borsten voor, de hakjes aan en de pruik op. Ik ging. Als Lisa.

Die middag drong het ineens tot me door dat de muur die ik tussen mijn twee levens had gezet, ook een muur in mijzelf was geworden. Een muur waar ik telkens overheen moet klimmen om in mijn andere leven te komen. Een muur die het omschakelen zo lastig maakt. Een muur die het moeilijk maakt Man-ik en Lisa ooit samen te laten smelten. Een muur die me belemmert in het maken van een keuze. En het is nog een gekke muur ook, want aan één kant is hij een beetje doorzichtig. Mijn Lisa-leven schijnt immers al door aan de Man-ik kant. Vele vrienden en vriendinnen weten van Lisa en mijn dierbaarsten hebben haar ook al ontmoet. Waarom was het deze dag dan zo moeilijk om Man-ik in het leven van Lisa te introduceren? Om Man-ik te laten zien aan mijn lieve trans-vriendinnen? En toen besloot ik mijn liefste trans-vriendinnen uit te nodigen voor de volgende voorstelling van Othello. Zij mochten Jago zien; zij mochten Man-ik zien. Dat is ook wie ik ben. En als ik mezelf als vrouw inhoud wil geven, dan kan ik Man-ik niet ontkennen. Ik moet een poort maken in deze muur. Zodat mijn twee ikken samen kunnen vallen.

dinsdag 12 maart 2013

Maxim

Ken je dat? Heb je net een nieuwe auto gekocht, lang gewikt en gewogen en toch maar voor die rode gekozen omdat dat een kleur is die je niet vaak ziet. En dan rijd je over de snelweg en ja hoor…. je ziet een rode auto. En nog een. En nog een. Het stikt ervan. Waarom is je nooit eerder opgevallen dat zoveel mensen in een rode auto rijden? Hier zijn psychologisch mechanismes aan de gang: selective perception en selective retention. Je waarneming versterkt je predispositie. Of in normaal Nederlands: je ziet alleen je voorkeur.

Zo werkt het natuurlijk ook met trends in de media. Neem het transgender-thema. Het lijkt wel aan een opmars bezig. Het is hip. Je kunt geen krant openslaan of tv programma kijken of er wordt gesproken over transgenders. Debatten, SCP onderzoeken, onverwachte coming-outs, drama-series. Overal kom je transgenders tegen. Nog even en de voor de hipsters verplichte gbf (gay best friend) wordt vervangen door de tbf (trans best friend) als modeaccessoire. Of gooit mijn eigen selective perception mij zand in de ogen? Wil ik het graag zien omdat ik er mijn eigen proces mee legitimeer (zie je nou wel, ik ben niet gek; zij zijn ook zo)? Ik sprak er laatst met een bevriende transgender kenner/lobbyist over en die beaamde dat het thema inderdaad salonfähig begint te worden. En dat is goed. Transgenders hebben vrijwel allemaal een moeizame innerlijke zoektocht achter de rug voordat ze zich daadwerkelijk gaan manifesteren zoals ze zich voelen. En daarna worden ze geconfronteerd met een omgeving vol vooroordelen, onbegrip, onhandigheid en ongemak. Een moeilijk leven. Kennis en gewenning bij niet-transgenders helpt om het leven van transgenders makkelijker te maken.

Veel aandacht van de media kreeg het onlangs verschenen boekje van Maxim Februari. Maxim was voor zijn transitie al een bekend schrijver/columnist en de aankondiging dat Marjolijn voortaan Maxim zou gaan heten deed vorig jaar al stof opwaaien. Maxim schreef “De Maakbare Man – notities over transseksualiteit”. Een zeer vermakelijk, herkenbaar en intelligent geschreven boekje over allerlei aspecten van transgender-zijn. Het gaat niet over de rauwe en complexe emoties die gepaard gaan met transseksualiteit. Het gaat niet over de precieze beleving en fysieke details van de auteur. Als je transgender-zijn van binnenuit wilt beleven ben je op mijn blog op het betere adres. Maxim schrijft juist van buiten observerend, verwonderend en nuchter. Precies zoals je van een filosoof mag verwachten. Niet intens, maar analytisch. En Maxim schrijft luchtig, helder en met ironie. Toen ik de 120 pagina’s van het boek gisterenavond in één ruk uitlas, was er één passage die mij erg raakte. De passage geeft naar mijn idee treffend weer welke stap in mijn proces ik nu aan het maken ben; ik schreef er gisteren al over. Mijn eigen ervaring toont aan dat het lineaire proces dat Maxim suggereert in de praktijk meer organisch, cyclisch verloopt. Maar dat maakt de tekst niet minder van toepassing.

“Eigenlijk begint de overgang van de ene geslachtsrol naar de andere met het afleggen van de dwang iets te zijn wat je niet bent. Dat heeft met lichamelijke veranderingen nog niets te maken; pas als je jezelf hebt ontslagen van een verplichting kun je de vraag stellen in welke richting je wilt bewegen, en wat je daarvoor nodig denkt te hebben. Dan komen de besluiten over je uiterlijk, over eventuele medische ingrepen. Maar het beginpunt van alles is de innerlijke overtuiging van je eigen identiteit – en de beslissing daarnaar te leven”.

maandag 11 maart 2013

Het verkeerde spoor

Kedeng-kedeng, kedeng-kedeng… Kilometers spoor schieten onder me door. Het landschap schuift voorbij en toch verandert het niet. Telkens zie ik dezelfde dingen aan me voorbij trekken: gras, sloten, bomen, fabriekjes, kantoren en af en toe een station. Ik ben telkens verrast door wat er komt, maar als ik beter kijk dan zie ik dat ik het al eerder gezien heb. Het lijkt wel alsof ik rondjes rijd.

In mijn hoofd zijn alle afwegingen, vragen, perspectieven, mogelijkheden en beperkingen het landschap van mijn innerlijke reis. Bij elke nieuwe gedachte, bij elke nieuwe vraag, bekruipt me even het gevoel dat ik vooruit ga. Dat ik iets nieuws zie. Maar als ik het nog eens beter bekijk, dan weet ik dat ik hier al eerder geweest ben. Ik rijd rondjes in mijn hoofd.

Ik ben heel druk bezig een oplossing te vinden voor mijn onbehagen; voor mijn idee, mijn verlangen, mijn wens een vrouw te zijn. En die oplossing schuift voortdurend van: “Ja, ik wil helemaal vrouw zijn”, via “Ik wil parttime vrouw zijn, want ik wil zowel M. als Lisa behouden”, tot “Ik wil gewoon man zijn, en Lisa moet ik sublimeren in iets hanteerbaarders”. En ik slaag er niet in om langer dan één uur te geloven in de haalbaarheid van welke optie dan ook uit dit spectrum. Telkens verwerp ik het weer. Telkens ben ik nog niet toe aan een keuze. En telkens ga ik mezelf opnieuw alle vragen stellen die ik kan bedenken, in de hoop die ene vraag te vinden die ik nog niet eerder had bedacht en die voor eens en voor altijd een doorbraak zal brengen. Tevergeefs…

Vanochtend viel het kwartje: ik kan niet kiezen uit deze opties. Niet omdat er iets mis is met de opties. Of omdat er iets mis is met mijn vermogen om de consequenties in te schatten. Het plaatje is helder. Helder genoeg voor dit moment. De reden dat ik er niet uit kan kiezen is omdat ik nog steeds niet heb geaccepteerd dat ik een keuze móet maken. Dat ik niet gewoon kan doorleven alsof ik géén genderdysforie heb. Ik draag dit met me mee. En daar moet ik mee leven. Er leeft een vrouw in mij en dat zal ze waarschijnlijk tot aan mijn dood blijven doen. Het is aan mij een keuze te gaan maken hoe ik uiting wil geven aan deze vrouw. Geen keuze uit luxe. Bittere noodzaak. En met al mijn gepieker (“Waar komt dit vandaan?”, “Is Lisa niet gewoon een coping-mechanisme, een vlucht?”, “Heb ik misschien twee zielen in mijn lichaam?”) ontken ik de realiteit. Mijn hoofd snapt dat ik genderdysforie heb. Maar in mijn hart is nog steeds verzet. Ik wil er niet aan. Ik hoop, nee ik eis dat er een andere uitweg is.

Ik zit op het verkeerde spoor. Dit spoor laat me rondjes rijden. Langs bekend terrein. Ik moet de wissel omgooien. Ik moet naar een andere bestemming koersen. De bestemming van totale acceptatie. Acceptatie dat ik genderdysforie heb. Acceptatie dat ik het gevoel heb een vrouw te zijn en dat ik daar mee moet leren leven. Als vrouw, als man, als beide of als iets daartussen.
 
Acceptatie is geen beslissing. Het is een proces. Ik voel in mij nog steeds de sterke drang om te snappen waar het vandaan komt. Om zeker te weten dat er geen andere optie is. Kennelijk ben ik nog niet toe aan acceptatie. Dat kan ik niet forceren. Maar ik kan wel mijn best doen om me de komende tijd te richten op die acceptatie. Niet op het onderzoek, maar op de acceptatie. Ik wil de wissel omgooien. Ik zal de wissel omgooien. Kedeng-kedeng…

donderdag 7 maart 2013

Trance-vrouw

Jaren geleden heb ik kennisgemaakt met het fenomeen ademmeditatie. Niet dat je bij een normale meditatie je adem moet inhouden, maar een ademmeditatie is iets speciaals. Met een specifieke ademtechniek breng je jezelf in een lichte trance. Niet voor de kick maar om door je krachtige mind heen te breken en in je onbewuste te komen. Zodat je daar contact kunt maken met diepere verlangens, angsten, pijn en andere gezellige dingen. Op dit moment zijn verlangens, angsten en pijn ook in mijn bewustzijn al flink voorhanden. Alle reden dus om eens een flinke voorjaarsschoonmaak te houden. Daarom nam ik me kort na het verlies van M. voor om die meditatie dagelijks te gaan doen. Dat lukt niet elke dag natuurlijk, maar ik weet wat er gebeurt als ik met een lagere ambitie start… En nu wil ik graag delen wat er vanochtend met me gebeurde tijdens de ademmeditatie. Waarom? Geen idee. Wat het betekent? Geen idee. Normaal geef ik nogal snel betekenis aan dingen. Daarom zwalk ik ook zo heen en weer in dit proces. Deze keer heb ik me kunnen inhouden en heb ik Freud’s Traumdeutung in de kast laten staan.

Daar zit ik, op mijn kussentje, in lotushouding. De stem op de CD begeleidt me. Ik adem en adem. En adem en adem. Ik zweef. Ik voel mezelf uit mijn lichaam deinen en ik zweef. Een draaikolk. Waarheen? Nergens vaste grond onder mijn voeten… Ik spartel en spartel…. Bam! Vaste grond. Ik sta, nee ik zit. Nee, ik lig. Ik lig hulpeloos en voel twee handen om mijn nek. Steeds strakker. Ik krijg geen lucht meer… Mama! Mama? Papa? Wat doen jullie? Nee! Nee! NEE! Ik duw de handen weg. NEE! Ik ben volwassen en ik schreeuw nee. Mijn armen strekken zich uit, over het bedje heen waar de baby ligt. De baby is veilig. En ik huil. Mijn armen zakken. Ik leg mijn handen in mijn kruis. Doe ik dit echt? Ja, ik zit weer gewoon hier, op mijn kussentje. Mijn handen schuiven door mijn lotushouding heen naar mijn bekkenbodem. En dan raken ze mijn lichaam… en ik schok. Heftig. Mijn lijf schokt en stuitert alsof ik onder stroom sta. Stuiptrekkingen onder in mijn buik. En nog meer stuiptrekkingen. De weeën gaan steeds sneller, ik krijg haast geen lucht. En op het moment dat ik bang ben te stikken, word ik geboren. En ik huil. Een warme gloed op mijn buik verraad de navelstreng tussen mij en mijn moeder. Ik zie een blauw licht door de navelstreng lopen. Van mijn buik naar boven. Lisa? Ben jij dat? Zaten we samen…? Lisa? Je moet verder, Lisa. Echt. Hoe kan ik je helpen? Hoe breng ik jou verder? Ik zeg het hardop: “Ik wil je helpen”. En op dat moment wordt mijn bekkenbodem groot. Het voelt als zeker een halve meter. Ik huil. Ik voel mijn bekkenbodem zoals ik die nog nooit gevoeld heb. En ik schrik van de grote vagina die daar tussen mijn benen zit. “Ik leef! Ik leef!”. Roep ik dat? Lisa? Ik? Wie riep dit nou? Wie ben ik nou? Ik huil. En ineens flitsen palmbomen langs me heen. Een heerlijk briesje laat mijn haren wuiven. Ik rijd op op een scooter een tropisch eiland richting de ondergaande zon. Achterop zit M. Ze heeft haar armen om mijn middel geslagen. M., ik en de scooter, het eiland en de zon zijn samengesmolten in één brok geluk. Daar rijden we, alletwee in een wapperend zomerjurkje.

dinsdag 5 maart 2013

Rafelranden

Het lenteweer zoog mij vandaag naar buiten. Stevige stappers aan en wandelen. Ik liep langs het kanaal, via de sluizen naar Noord. Een mooie wandeling, langs de rafelranden van de stad. Kleine industrie, autoslopers, werfjes, ateliers van bonkige kunstenaars die metaal slijpen en lassen, afgewisseld met mooie stukjes ongepolijste natuur en schilderachtige straatjes met dijkhuisjes. Een potpourri van sferen waar de planningsdrift en regeltjesdrang van de stad nog geen vat op leek te hebben gekregen.

Hier zwierf ik doorheen en ik genoot van de zon en de simpele en losse levenshouding die deze rafelranden uitstraalden. Maar ook mijn genieten had een rafeltje. De afgelopen jaren genoot ik meestal samen met M. Als we nog bij elkaar waren geweest had ze naast me gelopen en hadden we gekletst, gelachen, gekust en hadden onze handen, in elkaar gevouwen, tussen ons in geschommeld. En nu liep ik hier alleen. Ik genoot. Maar met een brok in mijn keel.

En net als de rafelranden van de stad voortdurend veranderden, soms geleidelijk, soms abrupt, zo veranderde ook mijn stemming. Mijn gedachten zwierven langs de rafelranden van mijn eigen leven. Lisa, M., mijn gemiste moederliefde, en zo kon ik er nog wel een paar bedenken. Losse eindjes waar ik maar geen samenhang in kon zien. Losse eindjes waarvan ik niet wist wat ik er mee moet: afknippen of juist doorontwikkelen. De afdeling Planologie van Mijn Leven, kantoorhoudend in mijn hoofd, kreeg er ook nu weer geen vat op.

Misschien moet het ook zo gaan. Net als de rafelranden van de stad zich autonoom ontwikkelen, zullen mijn eigen rafelranden uiteindelijk ook wel ergens in blijken te passen. Ze zullen uiteindelijk betekenis krijgen en een functie hebben. Hoewel je die vaak pas achteraf kunt zien. Hoe lang duurt het nog voordat ik daar ben? Over drie maanden zie ik M. weer. Dan wil ze graag weten wat ik met Lisa wil en of we samen verder kunnen of niet. Mijn bankrekening wil ook graag dat ik deze navelstaarderij stop en weer eens serieus aan het werk ga. De schatkist heeft een bodem; ik kan hem inmiddels zien. En ik wil graag weer voluit in het leven staan. Vanuit mijn hart samenzijn met S., vanuit mijn hart theater maken en mensen ontroeren. Geduld, geduld… Maar ja, hoe doe je dat met een rafelig hart?

zondag 3 maart 2013

Midlifecrisis

“Heb je niet gewoon een midlifecrisis?”, vroeg onlangs iemand aan me. Ja, natuurlijk heb ik een midlifecrisis. Ik ga nu door een periode, zo ongeveer halverwege mijn leven, waarin ik sterke twijfels heb over de persoon die ik in dit leven geworden ben, en twijfel over waar de rest van mijn leven uit zou moeten bestaan. Dat is wat een midlifecrisis is. Alleen het interessante is, dat ik niet uit verveling een motor ben gaan kopen in een poging mijn viriliteit te bevestigen (om maar eens het groteske cliché aan te roepen). Mijn crisis heeft me gedreven naar de vrouw in mij. De vrouw die me zo levensecht doet voelen dat ik haar ben. Dat ik een vrouw ben die in het verkeerde lichaam zit. 
 
En tegelijk blijft daar die twijfel. En nu roei ik dubbel tegen de stroom in. Eerst roeide ik als transgender tegen de maatschappelijke stroom in, geholpen door de euforie dat mijn vrouw-verlangens er eindelijk mochten zijn en dat ik die daadwerkelijk tot realiteit mocht en kon maken. En nu roei ik weer tegen die sterke stroom in en vraag ik me af of ik wel het goede aan het doen was.

De man parkeert zijn midlifecrisis-motor na een paar jaar meestal in de schuur, om hem er hoogstens nog maar een paar keer per jaar ‘for old times sake’ uit te halen. Hoe zit dat dan met Lisa? Is zij mijn endogene midlifecrisis-vriendin? En haal ik haar over een tijdje nog maar een paar keer per jaar uit de kast ‘for old times sake’? Lekker shoppen met vriendinnen, dan een high-tea en daarna samen met de meiden met mijn in een panty gehulde benen opgekruld op de bank een tearjerker kijken? Of is zij werkelijk mijn bestemming en is de tegenbeweging waar ik nu in zit een laatste oprisping van verzet voordat ik me neerleg bij een realiteit die ik al zo vaak eerder in mijn leven heb genegeerd of weggeduwd? Wie het weet, mag het zeggen.

Ik weet alleen dat ik de keuze alleen kan maken als ik het gevoel heb dat ik de alternatieven ook écht serieus heb onderzocht. En eerlijk is eerlijk… de afgelopen twee jaar was er geen sprake van kritisch onderzoek naar Lisa. Ze was een self-fulfilling prophecy geworden. En ik ben me gaan realiseren dat ik door alle steun en acceptatie uit mijn omgeving steeds sterker in Lisa ben gaan geloven, ik ben mezelf steeds meer als vrouw gaan zien. En daarmee ben ik alle andere opties uit het oog verloren. En toen met het voortschrijden van de tijd de vrijblijvendheid van het onderzoek af ging, geholpen door het verlies van M., ben ik wakker geworden. Niet dat ik me heb vergist: Lisa is reëel, ze bestaat in mij en moet een plek in mijn leven krijgen. Maar moet totale transformatie de ultieme consequentie zijn?

De komende maanden ga ik me concentreren op de vraag op welke andere manieren ik mijn vrouwelijkheid kan uiten. Moet ik wel een keuze maken tussen man of vrouw? Kan ik ook androgyn bestaan? Kan ik me met mannenkleding ook zo expressief kleden als ik als Lisa doe? Zonder dat ik meteen een gay fashion-statement wordt? Hoe zit het met mijn seksualiteit als vrouw? Mijn verlangen ‘genomen te worden’, waar ik gisteren al over schreef? Allemaal vragen. Relevante vragen. Een midlifecrisis duurt meestal maar een paar jaar. Ik ben nu al ongeveer drie jaar op zoek. Geen tijd te verliezen dus! Aan de slag!

zaterdag 2 maart 2013

Lieve gekke Lisa

Met mijn neus in de spiegel keek ik naar mijn wenkbrauwen. Een oerwoud was het geworden. Drie weken lang niet netjes gehouden. En nu zag ik hoe groot de wildernis ooit was toen ik nog mannelijke wenkbrauwen had. Ik was het vergeten. Maar nu zag ik een glimp van de woestenij die mijn natuur aanricht op mijn gezicht. Dit was nog maar het resultaat van drie weken. Het moest weg. Het oerwoud moest gekapt. Omdat ik het lelijk vond? Ja, mijn beharing en ik hebben het nooit goed met elkaar kunnen vinden. Maar het moest er vooral af omdat Lisa zou komen.

Dat was gisterenavond. Na een woelige, onrustige nacht werd ik vanochtend wakker. Lisa-dag. Een bijeenkomst van de Startersgroep van Transvisie. Daar moest ik als Lisa heen. Vond ikzelf. Natuurlijk is er helemaal geen regel die dat zegt. Natuurlijk zou ik welkom zijn als Man-ik. Een manifestatie van de fase waarin ik nu zit. Verzet, weerstand tegen Lisa. Maar ik wilde me er overheen zetten. Ik wilde ervaren hoe het zou zijn om weer als Lisa naar buiten te treden.

Het verzet was groot. Mijn creativiteit om het moment van aankleden uit te stellen was dat ook. Maar uiteindelijk stond ik onder de douche. En ik scheerde me. Ik scheerde mijn lip en mijn kaken, mijn handen, mijn bovenarmen en mijn borst. Ik scheerde mijn buik en mijn onderrug (geen idee waarom de natuur het nodig vond mij ook daar een toefje haar te geven). En ik scheerde mijn benen; bepaald geen sinecure na drie weken. En tot slot scheerde ik ook het gebied tússen mijn benen (als je je afvraagt waarom ik dat deed en een sterke maag hebt, dan adviseer ik je om maar eens te Googlen op het woord ‘tucking’). En tijdens het scheren voelde ik Lisa wakker worden. Daar was ze. En daar ging ze weer. En daar kwam ze weer. En ze ging. Eindeloos golfde het heen en weer. “Ik haat dit. Ik HAAT dit!”, schreeuwde ik. Ik wilde niet twee mensen zijn. Ik wilde niet heen en weer schommelen tussen iemand die ik ben en iemand anders die ik ook ben. Even overwoog ik Lisa weer in de kast te stoppen en vandaag toch als Man-ik naar de Startersgroep te gaan. Of om zelfs maar helemaal niet te gaan. Maar ja…

Werktuiglijk droogde ik me af, ging voor de spiegel staan en pakte mijn vrouwendeo. Ik pakte mijn make-up tas en begon aan Het Ritueel. Na drie weken nog steeds vertrouwd, hoewel geen automatisme meer. Dagcreme, primer, beardcover, concealer, foundation, shaper en poeder. Naar de slaapkamer. Tucken (gevoelig na drie weken respijt), aankleden, pruik op. Terug naar de badkamer voor de finishing touch: wenkbrauwpoeder, oogpotlood, oogschaduw, mascara, blush en lippenstift.

Ik keek in de spiegel en ik zag Lisa. Zo zag ze er uit, inderdaad. Ik was het nog niet vergeten. Het voelde vertrouwd. En tegelijkertijd vroeg ik me af wat ik aan het doen was. “Waarom wil ik dit? Waarom wil ik dit?”, bleef ik maar tegen mezelf in de spiegel zeggen. Diep vanbinnen kwam er een nogal plastisch antwoord. “Ik wil genomen worden. Genomen door een man”. Die golf seksuele energie van Lisa overviel me. En ik ging er in op. Ja, ik wil genomen worden door een man. Een man die me helemaal vrouw laat voelen.

Die sensatie maakte me overmoedig. Voor ik het wist zat ik op de fiets. Niet op weg naar seks, nee zo overmoedig was ik nou ook weer niet. Niet langer gehinderd door aarzeling was ik onderweg naar de Startersgroep. En hoewel de Startergroep bijna ontbonden wordt, voelde ik vanmiddag dat mijn vertwijfeling van dit moment klopt; dat ik niet toe ben aan de volgende stap. De stap die veel lotgenoten zo makkelijk lijken te nemen. Ja inderdaad, zij stellen zich niet alle vragen die ik mezelf stel. Ben ik nou zo kritisch? Ben ik nou zo'n schijtluis? Pfff.

Nu ben ik thuis. Lisa's jas hangt aan de kapstok. Voor het eerst sinds drie weken zijn er weer spullen van Lisa zichtbaar in mijn huis. En ik schrijf aan mijn blog. En terwijl ik dat doe, kijk ik af en toe naar mijn weerspiegeling in de ruit van mijn kamer. Ik kijk en ik zie Lisa. O, Lisa, lieve gekke Lisa, wat moet ik toch met jou?