dinsdag 30 april 2013

Van vrouw naar man

Vandaag is de grote dag. Ons staatshoofd verandert. Onze koningin wordt een koning. Van vrouw naar man. Een transformatie zonder medische ingrepen, zonder resocialisatie in een nieuwe rol. En het lijkt wel alsof die opkomst van mannelijke energie ook mij beïnvloedt. De laatste weken voel ik me minder Lisa. Is er vaker Geen Zin. Niet dat het verlangen minder is geworden, maar de drang om het te praktiseren wel. Ben ik nu ook van vrouw naar man aan het transformeren? Of overwoekert mijn hoge libido al mijn gevoelens? Of is dit een normale fase in de ontwikkeling van mijn genderidentiteit?

Een kind van vijf wil heel graag iets anders zijn dan hij is. Een prinses, een stoere ridder of Josje van K3. Of Lisa. Als een kind een jaar of tien is, dan wil hij het liefst zo normaal mogelijk zijn. Onderdeel uitmaken van de groep. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Misschien is dat de fase waar ik nu in zit. Ik wil gewoon Man-ik zijn. De persoon die ik mezelf altijd voorhield te zijn en die behoorlijk maatschappelijk geaccepteerd is. De persoon die, juist op een dag als deze, het terloopse, gezellige en knusse van de relatie met M. mist. De persoon die graag een relatie wil met haar en als man naast haar wil staan. De persoon die zo gewoon mogelijk wil zijn. Tegen beter weten in, maar toch…

Als een kind zo ongeveer vijftien jaar is, dan begint zich een eigen identiteit te vormen. Subculturen zijn belangrijk, maar opgaan in de massa niet. Een eigen kleur en een eigen identiteit. Als logisch resultaat van alle voorgaande fasen. Hoe ziet mijn puberfase eruit? En welke jongvolwassen identiteit komt daar dan uit? Een man? Een vrouw? Ik moet geduld hebben. Misschien tot Koningsdag 2014. Gelukkig duurt dat nog geen jaar. Dat is overbrugbaar. Maar het voelt als een zware pelgrimstocht. Was ik maar een stoere ridder, dan zou ik geharnast en te paard die afstand snel afleggen. Of Josje van K3, die zou met haar charme al liftend snel een stoere ridder te paard weten te charteren…

maandag 29 april 2013

Lisa en Libido

De rondingen deinen heen en weer en hypnotiseren mij. Twee mooie ronde billen, glimmend zwart verpakt in lycra bewegen voor mij uit. Heen en weer. Heen en weer. Een dierlijk verlangen roert zich in mijn onderbuik. Ik wil haar. Ik wil seks met deze vrouw. Ik wil die billen vastgrijpen en deze vrouw overal aanraken en mijn seksuele energie in haar ontladen. Ik ben geil. En niet zo’n beetje ook. En alsof het zo moet zijn zie ik overal waar ik kijk joggende vrouwen lopen. In strakke pakjes die naar me jennen: “pak me dan als je durft”. Natuurlijk durf ik niet. In gedachten zie ik bij elk glimmend achterwerk M. voor me. En ik verlang ernaar haar billen vast te grijpen en mijn seksuele energie in haar en met haar te ontladen. Lente en Libido. In het woordenboek liggen ze dicht bij elkaar. In mij ook.
 
Wanneer mijn hoofd mijn seksuele energie niet meer kan bijbenen, zoals vandaag, verlang ik natuurlijk naar M. Ik verlang heel veel naar M. Sinds ze contact met mij zocht, denk ik tientallen keren per dag aan haar. En fantaseer ik dat we weer samen zijn. Soms raak ik dan in paniek vanwege de complexe levenspaden die we allebei te lopen hebben. En soms wil ik dan niets liever dan mijn ogen sluiten en haar in mijn armen nemen.

Niet alleen Lente en Libido liggen dicht bij elkaar. Dit lijkt tegenwoordig ook steeds meer voor Lisa en Libido te gelden. Steeds vaker lopen die twee verlangens in mij door elkaar of beter nog: ze wisselen elkaar voortdurend af. Misschien is mijn hoge libido deze periode zo alomtegenwoordig dat het zich overal mee afwisselt en niet alleen met mijn verlangen een vrouw te zijn. Ik weet het niet. Misschien verlang ik naar seks met vrouwen omdat een seksuele versmelting me de vrouwelijke energie van een ander laat voelen. Als surrogaat voor mijn eigen vrouwelijke energie; vandaag opnieuw onbereikbaar omdat S. bij mij is. Of misschien is het omgekeerd en wil ik vrouw zijn omdat je niet dichter bij vrouwenenergie kunt komen dan door die zelf helemaal te belichamen. Dan zou mijn fysieke verlangen naar vrouwen me dus doen geloven er zelf een te zijn. En dan schuift genderdysforie misschien toch op naar een of andere parafilie. Ik zal de DSM er nog eens op nalezen.

Mijn perspectief wijzigt. Het perspectief bepaalt het pad. Een wijzigend perspectief betekent dus ook een wijzigend pad. Ik ga al een tijdje niet meer in een rechte lijn naar transformatie tot vrouw. En ook al zijn velen onder de indruk van mijn moed werkelijk alle kritische vragen te onderzoeken; ik word er moedeloos van. Zit ik nu op het juiste spoor? Wanneer komen er antwoorden in plaats van vragen? Om gek van te worden. En op momenten als vandaag, wanneer mijn libido me als een junk door de dag heen laat zwerven, vraag ik me af hoelang ik deze allesverterende onzekerheid nog kan dragen…

zondag 28 april 2013

Driedagenbaard

Eergisteren was ik bij een coach. Naast mijn in genderdysforie gespecialiseerde psycholoog en de gesprekken die ik heb bij Transvisie vond ik het kennelijk nodig om nóg een zielepeuteraar in de arm te nemen. Nooit zal men mij kunnen verwijten dat ik het allemaal maar gelaten over me heen heb laten komen. Niet dat ik het daar om doe, trouwens. Nee, ik doe het omdat ik dit cruciale en allesbepalende zoekproces niet te eenzijdig wil benaderen. Ik vind mijn psycholoog een zeer intelligente en empatische man die een goed overzicht heeft in de problematiek van genderdysforie en identiteitsontwikkeling. Hij is een grote steun voor me. Telkens als ik in de heftigheid van emoties het overzicht verlies, trekt hij me er uit en stelt hij mij gerust. Ik ben een fan. Maar zijn kijk op de zaak is: ik heb genderdysforie en heb hulp nodig bij de bijbehorende identiteitsontwikkelingsachterstand. Een kijk die naar mijn idee wel klopt, maar niet compleet is. Met Laura van Transvisie praat ik ook. Zij kijkt nadrukkelijker naar de pijn van de afwijzing die ik als kind heb ervaren vanwege mijn genderdysforie. Een goede aanvulling. Maar nog steeds niet het hele verhaal.

Mijn zoektocht naar mijn vrouw-zijn is genderdysforie. Keurig volgens het boekje (hier een toegankelijke vertaling). Bij genderdysforie is er onbehagen. Onbehagen over je geslacht in fysieke zin (je lijf) en/of in hoe zich dat uit in het sociaal verkeer (je rol). Maar of dat onbehagen draaglijk is of niet is volgens mij geen enkelvoudige afweging. Het is een balans. Iedereen draagt wel ontevredenheid in zich. De meeste mensen kunnen dat relativeren omdat hun levensbalans in evenwicht is. Nu wil ik niet beweren dat genderdysforie eenvoudig relativeerbaar is. Nee, daar is het onbehagen te fundamenteel voor en de pijn die het in je leven oplevert te groot. Het is niet eenvoudig om dat in balans te krijgen. Hoe super moet de rest van je leven dan wel niet zijn? Maar toch... Er zijn mensen met genderdysforie die besluiten geen operatie te laten doen. Die besluiten hun verlangen heimelijk te leven met de gordijnen dicht. Of die besluiten het helemaal te onderdrukken en een uitlaatklep te zoeken om zich af te reageren; de energie moet er tenslotte toch uit. Deze mensen zijn onzichtbaar. Ik heb ze in mijn zoektocht dus ook nog nooit ontmoet. Als je in de wereld van genderdysforie stapt kom je alleen lotgenoten tegen die er uiting aan geven. De rest is onvindbaar. Maar dat betekent niet dat ze niet bestaan. Waarschijnlijk zijn het er veel meer dan de zichtbare transgenders. Uiting geven aan je verlangen is geen criterium voor genderdysforie, het gaat erom of je het verlangen hebt of niet. Voor de bureaucraten onder ons: de crux zit hem in criterium D van de DSM IV: “The disturbance causes clinically significant distress or impairment in social, occupational, or other important areas of functioning”. Die mensen die er in slagen om hun onbehagen in balans te krijgen met alles wat er in hun leven wél goed is, voldoen dus formeel niet meer aan de criteria. Maar dat maakt volgens mij hun verlangen nog niet anders. Ze kiezen alleen voor een andere weg. Een weg die niet persé makkelijker is, denk ik overigens. Want hoe krijg je steun en erkenning voor je lot als je geen coming-out hebt?

De DSM criteria reppen er niet over, maar genderdysforie komt volgens mij nooit alleen. Je identiteit is nooit volwassen geworden omdat je omgeving de verkeerde identiteit is gaan opvoeden. Je hebt daardoor als kind afwijzing gevoeld op je werkelijke identiteit en het gevoel er niet te mogen zijn heeft zich vaak diep in je systeem genesteld.

Dit is ook bij mij het geval. Oppervlakkig ben ik geslaagd, al zeg ik het zelf…: ik ben zelfredzaam, sociaal, actief en gezond. Maar vanbinnen is er veel pijn en moet ik knokken om overeind te blijven. De enorme afwijzing die ik van mijn ouders heb gevoeld heeft littekens achtergelaten. Flinke littekens.

De coach bij wie ik was (ja daar begon ik mee, weet je nog?) is gespecialiseerd in het opruimen van oude ballast waarmee je opgezadeld bent. Ballast van je ouders, maar ook van anderen (je ex, je schooljuf, je zus…). En eergisteren heb ik flink opgeruimd, het leek wel een voorjaarsschoonmaak. Ik heb ballast van zowel mijn moeder als mijn vader aan hen teruggegeven: “Dit is wat jullie van mij wilden maar zo ben ik niet dus hier heb je het terug”. Weer een klein stapje om werkelijk vrij te worden in wie ik ben. En na de sessie voelde ik me vrij, aanwezig en sterk. Een heerlijk gevoel.

Een gevoel dat er gisteren ook nog was. Ik liep over straat en overal zag ik vrouwen met rokjes, gekleurde panty’s en hakjes. Ja, het is lente. Ik keek en voelde weer die gekke mix van het verlangen die vrouwen te zijn en ook zulke kleren te dragen en het verlangen die vrouwen vast te grijpen en seks met ze te hebben. Het eerste was niet aan de orde, want ik had een Man-ik dag. S. was bij mij. Het tweede was ook niet aan de orde omdat mijn fatsoen me weerhield (meer nog dan de dreiging van gevangenisstraf geloof ik). Maar ik raakte niet verstrikt in deze onbevredigbare verlangens. Ik voelde me sterk en glimlachte naar die luidruchtige gevoelens in mij.

’s Avonds keek ik in de spiegel. Ik keek en ik zag Man-ik. Best een knappe man, viel me op. Een man die zich al een paar dagen niet had geschoren. De driedagenbaard gaf hem een ruig, viriel tintje. Maar de driedagenbaard had kale plekken. Het laseren van mijn baard was begonnen vruchten af te werpen. En hoewel Man-ik een hekel heeft aan scheren en Lisa de baardschaduw ronduit haat, begon ik spijt te krijgen. Spijt van het laseren. Er is nog genoeg baard over (tot frustratie van de vrouw in mij), maar een mooie egale ruige driedagenbaard zal ik nooit meer hebben. En twijfel viel over me heen. Wat als ik mijn genderdysforie in balans krijg met de rest van mijn leven? Wat als ik geen vrouw word? Dan ben ik een man met een rare baard... Over een week heb ik mijn volgende afspraak bij de laser-salon. Moet ik die wel door laten gaan? Ik twijfel. Twijfel is vertrouwd voor mij. Maar deze aanleiding voelt nog wat onwennig.

donderdag 25 april 2013

Dobbelsteen

Avondeten op mijn balkon, het kan weer! Terwijl ik eet van mijn Mexicaans fantasiegerecht met zelfgemaakte guacemole kijk ik voor me uit. Aan de andere kant van mijn balkon (als ik mijn been strek, kan ik er nét niet bij) hangt mijn wasgoed. Althans, ik weet dat het van mij is. Ik heb het vanochtend uit mijn wasmand gehaald en in mijn wasmachine gestopt. En ik heb die kleding eerder deze week zélf in die wasmand gestopt. En toch voelt die kleding als vreemd. Een roze broek, roze hempje, een bruin shirt met bloemetjes, een zwart hempje met kant, pantykousjes. Ben ik dat? Het voelt als kleding van een vreemde. Ik kan me er niet mee identificeren. En toch weet ik dat ik die kleding écht heb gedragen. Meer dan eens.

Wat is dat eigenlijk, identificeren? Het lijkt iets te maken te hebben met identiteit, jeweetwel: datgene waar ik zo hard naar op zoek ben. Maar maakt identificatie je identiteit? Ik heb lang gedacht van wel. Ik heb me inmiddels al vaak en intens geïdentificeerd met die vrouwenkleding. Met die vrouwenmaniertjes. Met die vrouwenvoorkeuren. Het is allemaal onderdeel van mij. Allemaal écht, voor zover ik überhaupt nog weet wat dat is. Maar is dat alles dan mijn identiteit?

Ik weet nog dat ik me ooit vaak en intens identificeerde met een pak en een stropdas. Ik was een consultant. Daar hoorden allerlei maniertjes bij. Manieren van kijken en denken. En manieren van doen. Om van de leaseauto nog maar te zwijgen. Ik dacht toen écht dat ik een consultant was. Maar omdat die tijd inmiddels achter me ligt en ik me er niet meer mee identificeer, voelt het aan als een rol. Ik wás geen consultant; ik dééd consultant.

Ik identificeer me wel nog vaak met de theatermaker. Als ik speel of op een andere manier met theater bezig ben, dan voelt het alsof het helemaal klopt. Dit ben ik! Dit wil ik doen! Dan is Lisa ver weg, zoals ik al eerder schreef. Maar ja, ik vermoed inmiddels wel dat ik dan geen theatermaker bén, maar theatermaker dóe. En zo kan ik een heel rijtje maken: theatermaker, consultant, vader, Lisa. Niets daarvan is mijn identiteit. Het zijn rollen. Rollen die me kennelijk zoveel duidelijkheid geven dat ik er aan hecht te denken dat ik die rollen bén. Bij gebrek aan gevoel van identiteit moet je toch wat. Maar daardoor verschuift voortdurend mijn idee van wie ik ben en loop ik als een bedelaar achter de feiten aan, hopend op een aalmoes die mij gaat redden van mijn ondergang.

Misschien ben ik niet één van deze rollen, maar ben ik ze allemaal tegelijk. Hoewel ik ze niet allemaal tegelijk kan praktiseren. Net een dobbelsteen. Die heeft vele kanten (okee, een doorsnee dobbelsteen maar zes maar er zijn er met veel meer kanten). Al die kanten zijn onderdeel van diezelfde dobbelsteen. En toch, hoe je de dobbelsteen ook werpt, als hij is uitgerold zie je altijd maar een paar kanten. Er blijven er altijd heel veel voor het oog verborgen. En het is onmogelijk een perspectief te kiezen waarbij je alles kunt zien. Misschien moet ik leren leven met het idee dat de dobbelsteen mijn identiteit is. En misschien durf ik dan ook elke dag een andere rol op te gooien. Zonder mijn identiteit te verliezen. Zonder mijn hoofd te verliezen. Zonder mezelf te verliezen. Dit ben ik. Een dobbelsteen met wat gekke kanten.

maandag 22 april 2013

Vrouwenknobbel

Het voordeel van de weekendbijlage van de Volkskrant is dat je weekend lekker lang duurt. Op deze maandagochtend is het weekend voorbij, maar de krant nog niet uit. En ik lees een artikel over het Zweedse beleid om de maatschappij gender-neutraal in te richten, te beginnen bij het onderwijs. Fascinerend en gedurfd om sekseverschillen te ontkennen. Culturele sekseverschillen welteverstaan. Want de wetenschap is het er behoorlijk over eens: de meeste sekseverschillen zijn aangeleerd. Gender is vooral cultuur. De intrinsieke verschillen tussen seksen zijn klein. En hoe minder een eigenschap iets met voortplanting te maken heeft, hoe kleiner de aangeboren sekseverschillen zijn. Als het gaat over voortplanten zijn de verschillen inderdaad groot. Maar nog niet allesbepalend, want in het artikel staat, zonder nadere verklaring de opmerkelijke zin: “Geslachtskenmerken zijn haast altijd een correcte indicatie van man of vrouw”. En in mijn hoofd hoor ik de bijzin: “…behalve bij transgenders dan”. De bespiegeling die toen in mijn hoofd ontstond, en het naspeurwerk op internet, wil ik hieronder kort weergeven.

Biologische kenmerken van het geslacht zijn een tamelijk vast gegeven. Een gegeven dat transgenders ter discussie stellen. En gelukkig zijn die biologische kenmerken in geval van een verkeerde levering na afloop gelukkig nog behoorlijk succesvol aan te passen (voor transvrouwen althans). Maar voor de mensheid als geheel zijn ze niet zo veranderlijk. Al twee miljoen jaar hebben mannen een penis en vrouwen een vagina en borsten. De culturele kenmerken van het geslacht zijn echter wel veranderlijk. Eeuwenlang was roze een typische jongenskleur, en blauw een meisjeskleur. Dat is pas in de vorige eeuw in een decennium tijd omgedraaid (lees maar na). En de meeste van de gender­verschillen die we nu waarnemen in mensen hun gedrag en maatschappelijke positie komen voort uit opvoeding. Uit cultuur dus.

De bekende hersenonderzoeker Dick Swaab (‘Wij zijn ons brein’) meent dat in de hersenen eenduidig te zien is of er sprake is van een genderidentiteitsstoornis. Toen ik dat destijds las, dacht ik meteen: “laten ze mij dan maar scannen, dan weet ik of het zo is of niet”. Maar zo simpel werkt het niet. Een scan geeft geen antwoord. De hersenen van transgender-jongeren worden door de VU al jaren MRI-gescand voor onderzoeksdoeleinden. En de resultaten zijn ‘nog niet eenduidig’. Dat is wetenschappelijk jargon voor: ‘we hebben geen flauw idee’. Daarnaast speelt volgens mij nog mee dat hersenen ontzettend plastisch zijn: de bedrading in je hoofd past zich aan het gebruik aan. De wiskundeknobbel bestaat echt en hij groeit door veel aan wiskunde te doen. De talenknobbel ook. En ja, de Londense taxichauffeur heeft écht een grotere hippocampus dan de gemiddelde mens. En ja, dat komt écht doordat hij taxichauffeur is (volgens dit onderzoek). Oefening baart niet alleen kunst, oefening baart ook andere hersenen. Dus misschien zou uit een MRI-scan blijken dat ik inderdaad een vrouwelijk brein heb. Maar is mijn ‘vrouwenknobbel’ aangeboren of aangeleerd? Op basis van de onderzoeken moet ik concluderen dat ik mijn brein waarschijnlijk zelf een beetje vrouwelijker heb gemaakt. En of hij van geboorte af aan al vrouwelijk was, dat is nu niet meer vast te stellen. Maar volgens het taxichauffeur-onderzoek is aanleg ook nodig: niet iedereen kan leren navigeren als een Londense taxichauffeur. Dus het zat er bij mij vast ook al vanaf de geboorte in. En zo is de nature-nurture discussie weer terug bij af. En mijn zelfonderzoek of ik als man of als vrouw wil leven ook. 
 
Ja, ik vind vrouwenkleding vele malen leuker, fantasierijker, speelser en mooier dan mannenkleding. En ik vind mijn nagels mooi als ze lang zijn en gelakt. En ik hou meer van kletsen met vriendinnen dan sterke verhalen vertellen met vrienden. Meer van Grey’s Anatomy dan van Studio Sport. Meer van chocola dan van bier. En ik heb een hekel aan scheren en niet aan mascara. Cultureel gezien maakt dat een vrouw van mij. En neurologisch gezien waarschijnlijk inmiddels ook. Biologisch niet. Biologisch blijf ik een man. Een man die zijn lijf mooier zou vinden als het borsten had. En geen piemel. En vooral geen scrotum (het scrotum is trouwens wat mij betreft het duidelijkste bewijs tegen Intelligent Design en voor de evolutietheorie; want je kunt het met de beste wil van de wereld toch niet intelligent noemen om te bedenken testikels buiten het lichaam te bewaren in een rimpelig vormloos kwabje dat je belemmert bij het lopen en je pijnlijke fietsincidenten oplevert). Maar vertellen die verlangens mij nu mijn koers of bewijzen die alleen maar dat mijn hersenen inderdaad vrouwelijker zijn geworden? Ik begon ooit namelijk met enkel het verlangen me als vrouw te kleden. En daar is in de loop der jaren het verlangen een vrouw te zijn bij gekomen. Misschien wel door mijn eigen toedoen. Of is mijn schaamte afgenomen en ben ik eerlijker geworden naar mezelf toe? Net als de wetenschap tast ik in het duister over genderdysforie. Ik tast in het duister over mijn vrouwenknobbel.

zondag 21 april 2013

Over 33 jaar

Ik kijk in de toekomst. Naar S. Hij is 33 jaar ouder. Hij wandelt door de duinen en over het strand. En praat over zijn vader. En hoe die vader vrouw werd. En wat dat met hem deed. Het is eigenlijk niet S., die aan het woord is, maar zo voelt het een beetje. Aan het woord is Sabine van den Berg, die een boek schreef over haar ervaringen als dochter van een transvrouw. Nota bene een transvrouw die twintig jaar na de transitie tot de conclusie kwam dat ze toch liever een man wilde zijn. Ik kijk naar een aflevering van het KRO programma De Wandeling. Ik voel de frustratie en boosheid van Sabine, die zegt dat ze het een plekje heeft kunnen geven. Maar ik zie dat dat niet helemaal waar is. Ze heeft geen contact meer met haar vader. Ik begrijp haar keuze. Haar vader heeft het hele proces niet heel erg handig aangepakt als ik het zo hoor. 

Op allerlei manieren gaat de vergelijking tussen dit verhaal en mijn proces en mijn relatie met S. niet op. Maar toch. Het zal je niet verbazen dat ik moest huilen. Met in gedachten S. in mijn armen. Pffff, wat een kutproces is dit…

Get Microsoft Silverlight

zaterdag 20 april 2013

Geen Zin

De zon brandt, althans hier achter het glas. Het gordijn schoof ik zojuist open. De dag is al een flink stuk onderweg en ik ben net uit bed. Ben ik weer in een depressieve staat van passiviteit gezakt? Heb ik geen zin meer om op te staan? Nee, gelukkig niet, hoewel ik me de afgelopen week wel steeds ongemakkelijker ben gaan voelen in alle veranderingen die ik subtiel waarneem. Ik weet niet wat er met me aan het gebeuren is. Zo op het eerste gezicht is er niets veranderd: er zijn momenten waarop ik zeker weet dat ik helemaal vrouw wil worden en er zijn momenten waarop ik zeker weet dat ik dat écht niet ga doen. Tot zover de naald die maar in de plaat blijft hangen.

Maar er is iets nieuws. Er is steeds vaker Geen Zin. Geen zin in Lisa. Geen zin om mezelf op te sluiten in een onzeker meisje dat zich niet goed (en zeker niet spontaan) durft te uiten. Een meisje dat zich bewust is van haar onbekendheid met vrouwelijke sociale codes. Dat zich bewust is van haar mannelijke lijf, gemaskeerd met dikke lagen make-up, een pruik, nepborsten en een weggemoffelde piemel. Dat zich bewust is van haar mannen-stem. Dat zich bewust is van haar genderidentiteitsstoornis. Dit meisje wil heel graag vrouw zijn. Maar helaas. Dat kan niet. Het maximaal haalbare is transgender zijn. Als je even voorbij alle positivo-praat kijkt, is dat toch de onontkoombare realiteit.

De reden dat ik vandaag zo laat opstond, was omdat ik gisterenavond laat naar bed ging (ja duh). En dat kwam omdat ik erg (heel erg) laat thuis was van een gezellige avond uit met N., regisseuse van mijn theatergroep. Ze wist van Lisa, maar had haar nog nooit ontmoet. Gisterenavond zou het gebeuren. Ze vond het spannend en ik ook. Een blind date noemde ze het. Die had ik eerder gehoord, maar dat maakte het niet minder treffend omschreven. Alleen het liep anders. Lisa kwam niet. Ze had Geen Zin. Ik had geen zin. Geen zin in me ongemakkelijk voelen, geen zin in bewust bezig zijn met wie ik ben en hoe ik me gedraag.

Dus Man-ik kwam. Een experimenterende Man-ik. Althans, een experimentele dress-code voor Man-ik. Meer expressief. Okee, het was subtiel. Man-ik droeg niet ineens een rok of zo. Man-ik had zijn overhemd laag opengeknoopt, zodat daaronder zijn roze hempje zichtbaar werd. Dat roze hempje van Lisa dat zo leuk kleurde bij het paarse overhemd van Man-ik. Uit onzekerheid checkte ik vooraf nog met vriendin L.: “Kan dit of is het wel een heel erg gay-statement?”. En ze zei: “Ja, het is een gay-statement. Maar wat maakt dat uit?”. Inderdaad. Wat maakt dat uit? Dit is wat ik wil dragen. Dus dit is wat ik draag. Weg met de dichotomie. Weg met het hokjesdenken. Weg met mijn diepgewortelde impuls om aan sociale codes te voldoen. Om maar niet afgewezen te worden. Afgewezen zoals vroeger, als kind. 

Die hele gedachtenwereld was voor N. niet zichtbaar. Zij zag alleen maar een klein roze driehoekje onder mijn paarse hemd. Onschuldig. Opvallend, maar onschuldig. Ze had er niks van gezegd als ik er niet zelf over begonnen was. Een roze driehoek van een paar vierkante centimeter als moedige daad om mijn eigen mentale beperkingen te doorbreken. Uit het hokje, Man-ik! Want vast blijven zitten in je hokjes heeft Geen Zin.

vrijdag 19 april 2013

Ubuntu

Tafellaken. Servet. Hom. Kuit. Bulls. Birds. Lisa. Man-ik. Niet de een en niet de ander. Okee, vandaag was er zo op het eerste gezicht een duidelijke keuze: vandaag was een Lisa dag. In de spiegel zag ik vanochtend een vrouw met een mooi figuur, smaakvol gekleed en mooi opgemaakt. Met als enige zichtbare dissonant die vermaledijde baardschaduw. Hmmm… vermaledijde, mooi archaïsch woord, net als archaïsch trouwens. Meisje, je dwaalt af… Waar was ik? O ja, die baardschaduw. Met geen mogelijkheid weg te krijgen. Zelfs de Make-up Studio Blue 1 Compact Neutralizer moest zich gewonnen geven.

Wanneer je onder de oppervlakte keek, was de blauwe echo van de afgeschoren baardharen niet het enige dat mis was. Er waren geen echte borsten, geen echte ronde dijen en billen. En geen echt haar op mijn hoofd. Nou ja, dat zat er wel. Maar met twee van die parkeervakjes aan de voorkant. En bovenop schemert subtiel een rotonde. Niet echt geschikt voor een knappe vrouw als Lisa, dus ik droeg een pruik. Zoals altijd.

Deze bijna-vrouw was vandaag weer gastvrouw voor Vier het Leven. En ik voelde me iets minder nep dan de vorige keer. Ik had deze keer wel écht contact met de gasten. Ik vond het zowaar gezellig. Mede dankzij de opmerkelijk kwieke mevrouw Van der K. Wat een leuke vrouw, zo wil ik ook oud worden. Maar echt ontspannen mezelf zijn zat er ook deze keer niet in.

De voorstelling was sprankelend, opzwepend en uitbundig. De dansers en zangers van Ikusasa vertelden het verhaal van Township Alexander bij Johannesburg. Alle emoties van het leven werden gevierd met zang en dans. Soms ontroerend, vaak aanstekelijk energiek. Na een uurtje kon een groot deel van de zaal niet meer stil blijven zitten. Mevrouw Van der K. ook niet. En zo stonden we samen te klappen en heen en weer te wiegen op de muziek. En ik keek naar de zangers en dansers op het podium. En ik dacht aan Man-ik. Hoe hij in zijn leven na lang zoeken de durf had gevonden om zich te uiten in dans, zang en acteren. Dansen alleen als hij uitgaat. Zingen tegenwoordig ook waar anderen bij zijn (en hij denkt al aan zingen op een podium). En acteren, ja daar heb ik al vaker over geschreven. Drie manieren van zelfexpressie die Man-ik op zijn onzekerheid had moeten veroveren. Het kostte hem vijfendertig jaar. En nu stond ik ingeklemd tussen twee rijen theaterstoelen – dus gelukkig met een goed excuus – een beetje onhandig heen en weer te wiegen. In de maat klappen als vrouw lukt prima. Dat is motorisch niet heel veel anders dan hoe een man dat doet (let op de ellebogen…). Maar heen en weer wiegen… Laat staan dansen…! Jeetje, hoe doe je dat als vrouw? En ik realiseerde me dat als ik helemaal vrouw word, ik helemaal opnieuw moet beginnen. Dansen, zingen, acteren als vrouw? Pffff…. De moed zakt me in de schoenen. Heb je nóg vijfendertig jaar?

Zelfexpressie: het laten zien van wie je bent. Het gaat hand in hand met zelfrealisatie: worden wie je bent. Er zijn zoveel aspecten van Man-ik die ik echt ben en echt wil zijn. Zoveel dingen die ik niet kwijt wil. Die ik niet opnieuw wil gaan veroveren op mijn grote onzekerheid. Mijn onzekerheid is weer gereset naar de fabrieksinstellingen: als vrouw begin ik van voor af aan. Als een klein meisje dat bang is in deze grote-mensen-wereld. Mijn zelfvertrouwen als man is helaas ook een flinke stap achteruitgegaan. Geschrokken en gedesoriënteerd door de voortdurende dreiging van de vrouw in mij.

Word ik hom of kuit? Een bull of een bird? Misschien zal ik wel nooit kunnen kiezen. Misschien blijf ik wel de Man-ik die ik nu ben. De Man-ik die soms danst, soms zingt, soms acteert en soms Lisa is. En dan hoop ik dat ik dan een Man-ik ben die één is geworden met alles wat in hem leeft. Of, als ik de Afrikaanse levensfilosofie vrij mag interpreteren, een Man-ik die ubuntu is.


dinsdag 16 april 2013

Kikker in de pan

Vanochtend toen ik me aankleedde voor deze Lisa-dag voelde ik een spanning, een opwinding. Mijn ademhaling werd hoog en ik verlangde er naar me door andere mensen te laten bekijken. Was dit seksuele opwinding? Veroorzaakt door het feit dat ik Lisa werd en dat ik haar kleren aantrok? Volgens mijn penis niet in elk geval. “Fetish”, hoorde ik een stem in mijn hoofd zeggen en tot mijn verbazing kwam daarbij geen schaamde in me op. Wel het besef dat ik de afgelopen twee weken deze ervaring vaker heb gehad. Ach ja, ik weet het niet. Ik kan hier geen betekenis aan geven. Misschien is het een betekenisloze variatie. Of misschien is het een symptoom voor de subtiele ontwikkeling die in mij gaande is.

Het is een klassiek experiment: stop een kikker in een pan met heet water en hij springt er uit voordat hij gekookt wordt. Stop een kikker in een pan met koud water en warm dat water heel langzaam op en de kikker blijft zitten. Pas wanneer hij doorheeft dat het water te heet aan het worden is, is hij zo verzwakt dat hij er niet meer uit kan springen en wordt hij langzaam gekookt. Ik denk overigens dat dit een gedachtenexperiment is en dat het nooit daadwerkelijk is aangetoond. Maar toch. De metafoor is duidelijk: geleidelijke veranderingen heb je meestal pas door als het verschil met de oude situatie heel erg groot is geworden. 
 
In de ontwikkeling van mijn vrouwelijke identiteit gebeurt nu hetzelfde. Er treden veranderingen op, maar heel geleidelijk. Ik ben een kikker in een pan. En nu ben ik op het punt dat ik me gewaar wordt dat er veranderingen optreden, maar de verschillen zijn zo subtiel dat ik ze nog niet goed kan duiden. Ergens diep in mij is iets aan het verschuiven. De plek die Lisa inneemt in mijn leven is aan het veranderen. Is dit een tijdelijke verandering of een permanente? Geen idee. Is dit een terugtrekkende beweging of betreden we nieuw terrein? Ik zou het niet durven zeggen. Maar er verandert iets. Dat is zeker. Er is minder strijd, meer berusting. Lisa is er. Man-ik is er. Op Man-ik dagen is er minder frustratie dat Lisa er niet is. En iets vaker is er geen verlangen om Lisa te zijn.

Misschien kan ik mijn Lisa-verlangen niet goed voelen omdat mijn verlangens  op dit moment sterk gedomineerd worden door mijn hoge libido. Wat zeg ik? Mijn extréém hoge libido. Als een muezzin op een fallusvormige minaret tettert mijn testosteron de hele dag door dat het tijd is voor seks. Maar er is niemand hier die op haar matje naar het oosten knielt en mij haar doggy-style laat bespringen.

Hoewel dat trouwens niet veel gescheeld heeft… M. benaderde me dit weekend. Of we niet – ondanks onze afspraak tot juni geen contact te hebben – een seks-date konden hebben. Omdat haar libido al weken torenhoog is en het haar frustreert dat ze dat niet met mij kan delen. Je snapt dat die muezzin bovenop die minaret een vreugdedansje maakte. Maar ik besloot het toch niet te doen. De seks zou fantastisch zijn, maar het zou mijn verlangen naar M. alleen maar aanwakkeren. En dat zou waarschijnlijk mijn proces totaal gaan overschaduwen. En dat terwijl ik het gevoel heb dat ik juist nu een belangrijke stap aan het maken ben. Een stap in mijn proces om mezelf te vinden. Ik ben een kikker in de pan. En ik hoop dat ik lang genoeg in de pan durf te blijven zitten om de verandering echt te begrijpen. En kort genoeg om niet tot moes gekookt te worden.

zaterdag 13 april 2013

Primitieve driften

Gisteren was ik bij een coach. En aan de hand van zijn visualisatie keek ik in mijn ziel. Ik zag het gekwetste kind in mij. En de wonden die gemiste moederliefde in mij heeft achtergelaten. Ik zag de wonden heel concreet. Gaten in mijn lijf, waar splinters in zaten. Splinters die aan mijn moeder verbonden waren. Eén voor één heb ik ze er uit getrokken. En teruggegeven aan mijn moeder. Ik zei tegen haar: “Ik wil jouw afwijzingen niet meer. Ik wil jouw liefde. Liefde voor wie ik ben”. Na afloop voelde ik opluchting. Opluchting na een heftige emotionele ontlading.

Vandaag is er niets meer te merken van een ontlading. Eerder het tegenovergestelde. Vandaag voel ik drift. Primitieve seksuele drift. Ik wil seks. De zon schijnt, het is lente. Is het voortplantingsdrift of een reactie op de gebeurtenis van gisteren? Ik weet het niet. Maar ik wil seks. Met M. Heel veel seks met M. Ik wil haar lijf voelen, zien, ruiken, proeven. In een voortdurende golfbeweging van intiem naar intens en weer terug. Van zacht naar hard en weer terug. Van passief naar dominant en weer terug. Uren achter elkaar. Seks zoals ik dat alleen met haar kon hebben…!

Maar ja, wat moet je met deze verlangens als je single bent? En dan nog op een dag dat je de vader moet zijn van je kind. Zoals vandaag. Geen ruimte voor seks. Niet eens ruimte voor seks met mezelf. Of ik moet me even stiekem opsluiten in mijn slaapkamer. Maar dat durf ik niet, met S. aan de andere kant van de dunne muur.

Dwars door de gierende mannelijke driften is er vandaag een ander verlangen dat ik niet kan ontladen. Ja, je had het vast al geraden: vandaag wil ik vrouw zijn. Ik wil een Lisa-dag. Maar ja, S. is bij mij. Toen we zojuist in het centrum waren, op zoek naar een mooi wit overhemd voor S., dacht ik dat ik gek werd. Overal liepen vrouwen met rokjes en hun panty’s in alle kleuren schreeuwden om aandacht. Ik wilde ook! Ik wilde ook de wind met mijn rokje laten spelen. Ik wilde ook sexy zijn en rondparaderen. Struinend door de H&M op zoek naar een overhemd zag ik alleen maar prachtige rokjes, tops, vestjes, broeken en schoenen. Hebbe! hebbe! ...een enorme gretigheid borrelde op. Mijn keel werd droog, mijn hartslag ging omhoog, mijn blikveld vernauwde zich. Langzaam verloor ik het contact met de buitenwereld en ik verdronk bijna in mijn verlangen. Net als bij mijn seksuele drift, maar dan vanuit mijn verlangen vrouw te zijn.

Een lijf gierend van verlangen. Verlangen naar seks met M. En verlangen een vrouw te zijn. Als de ontlading tijdens de coachsessie van gisteren dit allemaal teweegbrengt, dan weet ik niet of ik de volgende sessie wel wil laten doorgaan…

donderdag 11 april 2013

Terugkerende droom

Ik zat op mijn meditatiepoefje. Het was ochtend; ik was net uit bed. Dit zou een Lisa-dag worden, maar ik was nog niet op en top aangekleed. In mijn ochtendkloffie en mét mijn borsten zat ik op het poefje. En ik ademde. En ademde. En ademde net zolang totdat mijn onderbewuste zich in mijn lijf manifesteerde. Ik voelde zware krampen in mijn onderrug. Het deed pijn. Ik kon er niet in ontspannen, mijn spieren bleven trekken. Ik moest er bijna van kotsen. Tot ineens mijn bekkenbodem zich opende; hij werd groot en breed. Mijn hele lijf ging schudden en schokken. Een paar seconden maar. En toen gebeurde het: ik baarde een zoon. Ik huilde van geluk. En terwijl mijn lijf doorschokte, voelde ik iemand op me af komen; van rechtsvoor. Ik voelde dreiging. De gewaarwording was zo echt dat ik zeker wist dat die persoon niet in deze droom aanwezig was, maar in het echte leven. Er was iemand in mijn kamer! Mijn hart bonkte dof in mijn keel en verschrikt opende ik mijn ogen en keek en zag…. niets. De kamer was nog net zoals toen ik aan deze meditatie begon. Gerustgesteld sloot ik mijn ogen. Maar het gevaar was niet geweken. Nee, daar was de man weer. Hij was nu dichtbij en greep naar mijn keel. Hij wilde me wurgen!! Ik stak mijn hand afwerend vooruit. Met een onverwachte kalmte en vastberadenheid duwde ik hem weg. Hij bleef even bij me staan, aarzelend. Maar mijn hand bleef ook en aarzelde niet. De man ging weg. Toen pakte ik de baby op uit mijn schoot en legde hem tegen mijn hart. Ik koesterde dit kind. En huilde. Zacht en gestaag huilde ik mijn tranen.

Deze droom, deze beelden uit mijn meditatie ken ik. Ik heb ze eerder gehad. In een andere vorm. Toen voelde het alsof ik zelf geboren werd in plaats van dat ik een kind baarde. En toen zag ik hoe een baby bijna gewurgd werd in plaats van ikzelf. Geboorte en doodsdreiging. In één droom. In één adem. Nu ik er over schrijf voel ik een brok in mijn keel. Mijn keel. Mijn kwetsbare keel.

zondag 7 april 2013

Spirit of Lisa

Vandaag was mijn eerste werkdag. Op zondag notabene! Het was dan ook geen gewoon werk. Vandaag was ik gastvrouw voor stichting Vier het Leven. En als gastvrouw begeleidde ik een aantal senioren bij theaterbezoek. Alweer een half jaar geleden bedacht ik dat vrijwilligerswerk een mooie manier zou zijn om Lisa haar leven inhoud te geven. Vier maanden geleden was mijn sollicitatiegesprek. Omdat toen de roosters voor de eerste maanden van dit jaar al gemaakt waren duurde het tot vandaag voordat ik voor het eerst aan de slag mocht. Het sollicitatiegesprek vond ik al spannend, maar dat bleek een voorbode voor wat komen ging.

Het begon al een paar dagen geleden. Van de organisatie kreeg ik de namen en adressen van de senioren die ik zou gaan begeleiden. Als gastvrouw moest ik ze bellen om het tijdstip door te geven waarop ik ze met de auto bij hun huis zou ophalen. Bellen... met mijn mannenstem. Een van mijn meest onzekermakende eigenschappen als vrouw. “Okee, Lisa: focus omhoog, weg uit je borst, kom op Lisa, je kunt het!” En ja, het ging. Maar ontspannen was ik niet. Drie geforceerde telefoongesprekjes later was ik doodop.

En toen werd het vandaag. De eerste gast zou ik om kwart over één ophalen. De adressen, routes en reistijden prijkten keurig op een printje in mijn tas. Niks aan het toeval overgelaten. Het ging dan ook soepeltjes. Praktisch gezien dan. Want tijdens de gesprekjes in de auto merkte ik dat ik mezelf niet kon zijn. Ik voelde me nep, terwijl ik zo graag een normale vrouw wilde zijn. Ik schaamde me. Alsof ik mijn gasten beledigde, ze niet serieus nam, omdat ik iets verborgen hield. Of juist omdat het niet te verbergen was maar niet benoemd werd. Het lukte me niet om te ontspannen in mijn vrouw-zijn. Ik was bang door de mand te vallen, betrapt te worden. Het voelde weer alsof ik iets deed dat eigenlijk niet mocht: vrouw zijn. Een in gewapend beton gegoten ‘nee’ zit nog steeds diep in mij. Misschien werkte ik vandaag daarom wel zo hard om de waarheid te maskeren. Dus lette ik op mijn stem, lette ik op mijn beweging, lette ik weer op mijn stem, dacht aan mijn baardschaduw en lette ik maar weer op mijn stem. O god, wat was ik me bewust van mijn mannenstem. Probeer maar eens een ontspannen gesprek te voeren als je bij elke klank van je stem afgrijzen voelt. Terugkijkend kan ik dan ook niet zeggen dat ik écht contact heb gehad met de drie senioren die ik begeleidde. Ik voelde me nep. Niet aanwezig. Een lege huls, een leeg poppetje dat er van buiten wel leuk uitzag, maar van binnen alleen maar een holle echoput bleek: “Het is wel mooi weer vandaag” “Ja inderdaad mooi weer” “Niet echt theaterweer” “Nee inderdaad” “De muziek in de zaal stond wel hard” “Ja dat vond ik ook”… En dat terwijl mijn gasten zo aardig waren. Ze hadden beter verdiend. En ik ook.

De voorstelling? The Spirit of Russia, een Russisch dansspektakel. Qua theater niet echt een driesterrengerecht wat mij betreft. Maar wel anderhalf uur heerlijk uit de snoepjespot snaaien! Bombastische muziek en wervelende dansprestaties gunden ons geen moment adempauze. Een theatrale Oriëntexpress denderde over ons heen. Wat een prestatie van deze dansers! En ze bleven lachen. Ook na de honderdste duizelingwekkende pirouette. Terwijl ik daar na verloop van tijd wel een beetje genoeg van begon te krijgen. Gelukkig kon ik me vermaken met de mooie kostuums! Wat een pracht! Mooie fantasievolle, kleurrijke jurkjes en jurken die de zee, de branding, het bos, de sneeuw en de bergen verbeeldden. In mij was het kleine meisje wakker geworden die graag ook al die prinsessenjurkjes aan wilde doen. Het kleine meisje dat zoveel gemist heeft. Maar ergens tussen de toendra en het hof van de tsaren werd er nog iets anders in mij wakker. Een man. Een man die naar die mooie vrouwen op het podium keek. En hij zag vrouwen in prachtige pakjes. Glimmend en strak soms. En hij zag de rondingen van die vrouwen voor zijn ogen dansen. Hij kon hun licht parelende zweet haast ruiken. En hij wilde niks liever dan die vrouwen vastpakken, en dan…. eh… nou ja. Zijn weggemoffelde geslachtsdeel werd belemmerd op zijn weg naar paraatheid. Belemmerd door een string. En die herinnerde hem aan waar hij was en hoe hij hier was. Hij was als vrouw. Een vrouw die zich vaak opgesloten voelt in haar mannenlijf. En nu voelde deze viriele man zich opgesloten in zijn vrouwenrol. Deze man en deze vrouw vielen allebei voor de prachtige kostuums. De vrouw wilde ze het liefst aantrekken. De man wilde ze het liefst uittrekken. 

zaterdag 6 april 2013

Niet zonder en niet met

“Klinkt bekend”, dacht ik. “Lisa en Man-ik kunnen niet mét elkaar en kunnen niet zonder elkaar”. Ik proefde de woorden nog eens goed die mijn psycholoog tegen me had gezegd. Dit vatte aardig samen hoe het er nu in mij aan toe ging. Man-ik verlangt ernaar om Lisa te zijn. En tegelijk zou hij het liefste willen dat Lisa van de aardbodem verdween. Zodat hij verder kan met zijn leven. En zo trekt hij haar aan en stoot hij haar af. Voor Lisa geldt hetzelfde: zij wil voluit leven en Man-ik zit haar in de weg. En tegelijk wil ze graag alles dat Man-ik heeft opgebouwd in haar leven overnemen en heeft ze hem nodig. Lisa en Man-ik hebben een bipolaire relatie. Hmmm, aan welke bipolaire relatie doet me dat toch denken?

De laatste weken heb ik steeds meer aarzelingen om over M. te schrijven. Ik schreef veel over mijn verlangen naar haar. Hartverscheurend liefdesverdriet. Maar er is meer over te zeggen en ik vind het moeilijk om daarover te schrijven. Ze leest immers mee; althans dat denk ik (ze deed het in elk geval kort na onze break-up nog). Alle woorden die ik gebruik op dit blog brengen haar gedachten in beweging. Roepen emoties op. Vragen. Maar dat alles blijft voor mij onzichtbaar omdat we hebben afgesproken een tijd geen contact te hebben. Die afspraak rekende buiten dit blog. Dat blijft voor haar een kijkvenster in mijn ziel. Terwijl ik niets weet van wat er in haar omgaat. Wanneer we elkaar in juni weer gaan zien, weet zij precies waar ik sta. Terwijl zij voor mij misschien wel een vreemde is geworden. 

Soms voel ik haar. Dan voel ik haar lijf tegen dat van mij. Haar handen op mijn borst of langs mijn rug glijdend naar mijn billen. Dat kan op de gekste momenten gebeuren. Tijdens het boodschappen doen, of tijdens het koken. Ineens is ze er dan. Zo’n sterke connectie hadden we altijd al, en hij lijkt nog niet verdwenen. Soms probeer ik via dat lijntje te voelen waar ze nu staat ten opzichte van mij. Natuurlijk voelt ze opluchting. Die voel ik ook. Onze relatie bracht ons allebei, naast liefde en plezier, ook pijn en het gevoel niet goed genoeg te zijn in de ogen van de ander. En toch bleef die connectie. Maar de laatste twee weken voel ik verwijdering. Ze is afstand aan het nemen. En natuurlijk krijg ik dan meteen angst­visioenen dat ze al aan het daten is met andere mannen. Maar die kwellende gedachte probeer ik maar van me af te zetten. En dat lukt. Soms.

Misschien zit de verwijdering die ik voel ook wel in mij. De krampachtige greep van een wanhopige man die bang is verlaten te worden is er niet meer. Het idee dat we elkaar in juni misschien nog een tweede (nou ja, tweede…) kans zouden geven, hield me lang op de been. Dat had ik nodig om niet helemaal gek te worden. Sinds kort voel ik in mezelf weer het vertrouwen dat ik het zonder haar ook red. “Natuurlijk!”, schreeuwt mijn hoofd dan tegen mijn hart, “dat zei ik toch al”. Inderdaad. Ik wist dat natuurlijk wel, maar sinds kort kan ik het af en toe gelukkig ook weer voelen. Ik kan het zelf. Zonder haar. En met dat gevoel ben ik terug bij het begin van onze relatie. Toen voelde ik in mij een stevig besef dat ik haar niet nodig had. En vanuit dat besef wilde ik toen niets liever dan elke dag opnieuw voor haar kiezen. Niet uit noodzaak. Maar omdat ik dat wilde. Die ruimte voel ik ook weer ontstaan nu de noodzaak om bij haar te zijn aan het verdwijnen is. “Ik moet bij haar zijn” vervaagt langzaam. En daarmee komt er ruimte voor “ik wil bij haar zijn”. Maar is dat dan ook wat ik wil?

Ik hou van haar en ik ben niet vergeten hoe ik er van genoot om haar mijn liefde, koestering en begeerte te geven. En hoe ik genoot als zij mij haar liefde, koestering en begeerte gaf. Is dat voldoende voor een nieuwe start? Geen idee. Maar het lijkt me goed dat de dwingende nooddrift van deze junkie aan het verdwijnen is. Pas als we zonder elkaar kunnen leven, is er een mogelijkheid om mét elkaar te leven.


dinsdag 2 april 2013

Schatgraven

Stel: ik ben aarde. Aarde om in te graven. Met je handen of met een schep. Of met zwaar bonkende en stinkende machines. Met grof geschut of met subtiliteit en een lange adem. Hoe dan ook: als je in me graaft kom je mijn aardlagen tegen. En die vertellen je iets over mijn geschiedenis. Zelfonderzoek is net geologie. Geen wonder dat we het in het dagelijks taalgebruik hebben over: “in jezelf graven”
 
Of je nu met je vingers mijn oppervlakte omwoelt, of met een boorinstallatie een gat maakt van een kilometer, je zult altijd ergens de aarde van de pleaser tegenkomen. Ongeacht de diepte waarop je kijkt. Ik doe er veel, zo niet alles voor om de pijn van mijn gemiste moederliefde te verzachten met een glimlach, een aardig woord, een knuffel of simpelweg de aanwezigheid van iemand anders. Om harmonie te ervaren. En het werkt. Althans, voor even. En dan moet ik opnieuw aan de slag: pleasen, pleasen, pleasen. Ik zet er – afhankelijk van mijn emotionele nood – regelmatig al mijn andere behoeften voor opzij. Mijn streven naar harmonie met anderen brengt me in conflict met mezelf. En dat heeft het al mijn hele leven gedaan. Daarom leek het ooit beter om te stoppen met voelen wat ik zelf wilde. Beter dan er telkens mee geconfronteerd te worden hoe ik mijn eigen wensen negeerde omdat die pijn minder erg was dan de pijn van het afgewezen kind in mij.

Je kunt een conflict oplossen door de druk van de ketel te halen, maar je kunt ook de hele ketel weggooien. Probleem ook opgelost. Denk je. Totdat je levensvragen tegenkomt die je niet kunt oplossen omdat je geen idee meer hebt wat je nu echt wil. En je hebt geen idee hoe je dat nu écht – voorbij de emotie van het moment – moet voelen. En dan herinner je tot je schrik die ketel. Die ketel met al je wensen. Die ketel die je had weggegooid. Met alle wensen die er in zaten.

Persoonlijke groei is boven jezelf uitstijgen. Dus is het, met mijn aardlagen in gedachten, logisch dat het lot mij daarvoor een uitdaging heeft gegeven waarbij ik een flink conflict moet veroorzaken. Of beter gezegd: een innerlijk conflict vervangen door een conflict met de buitenwereld. Als ik vrouw word, dan is er een innerlijk conflict verholpen. Maar dan is mijn harmonie met de buitenwereld behoorlijk onder druk gekomen. En dat wil de pleaser in mij koste wat kost voorkomen. Misschien is het niet de man in mij die me tegenhoudt om vrouw te worden, maar de pleaser in mij.

Is de pleaser dan slecht? Ik zal niet ontkennen dat ik behoorlijk last van hem heb. Maar hij zorgt er ook voor dat ik behoedzaam te werk ga. Ik stort me niet holder-de-bolder in een avontuur, mijn omgeving in totale verwarring achterlatend. Ik doe het stap voor stap, en geef mijn omgeving ruimte om mee te komen, omdat ik ze graag wil behouden. Tja, behouden...ik denk dat M. eerder knettergek werd van mijn alsmaar voortdurende aarzeling dan van mijn verlangen vrouw te worden. Ik kan haar geen ongelijk geven. Ik word er zelf ook behoorlijk gek van. Waar is die ketel nou toch? Moet ik echt nog dieper graven?