zondag 30 juni 2013

Tas

Daar zaten we, op het gras in de zon in het park. Voetbal mee. Frisbee mee. En in de tas iets te drinken en de laatste stukjes van de brownie die ik gisteren had gebakken. De tas. Niet zomaar een tas, maar een ‘fusion’ tas, een tas waarmee je de grenzen van de genders kunt overschrijden. Opnieuw een stapje naar een Man-ik met vrouwelijke accenten. Een mooie schoudertas in blauw en oranje. Kleuren die goed passen bij Lisa’s kleurenwaaier en Man-ik’s eetkamertafelstoelen, een treffend kado van M. Dus nu zaten we, Man-ik en S., in het park uit te blazen van een nauwelijks vermoeiend ultrakort potje voetbal. S. is niet zo’n voetballer. Minder nog dan zijn vader.

“Hij is eigenlijk best wel vrouwelijk”, zei S., nog eens goed naar de tas kijkend. Hij had de tas gisteren al gezien en toen was hij nog gewoon “mooi”. “Ja, dat is hij ook”, antwoordde ik, “maar ik heb geen zin meer om daar rekening mee te houden”. “Hij is mooi”, herhaalde S. zijn eerdere conclusie. “Inderdaad”, zei ik met trots. Trots op S. hoe hij, duidelijk bewust van de sociale norm, zijn eigen smaak durfde uit te spreken. Trots op mezelf omdat ik deze tas durfde te dragen. En trots op hoe ik zonder omhaal, zonder ontwijken, gewoon eerlijk tegen S. zei hoe ik tegen een man met een vrouwen-tas aankeek. En terwijl de trots door mij heen borrelde keek ik naar mijn benen, uitgestrekt in het gras. Mijn benen in Lisa’s broek. Al het hele weekend ziet S. zijn vaders benen in een vrouwenbroek, zonder enig zichtbaar teken dat hij dit ook als zodanig waarneemt. De afgelopen twee jaar en zeker de afgelopen maanden heeft S. steeds meer te zien gekregen van zijn vaders femininiteit. Eerst in het huis (bloemen op de muur, de opbergdozen en de tafel) en sinds kort dus ook in zijn vaders kleding. Gevoelig als S. is, moet hij dat gezien en gemerkt hebben. Maar omdat hij zo nog weinig zelfbewust is, heeft hij er nooit een opmerking over gemaakt. Niet tegen mij en ik heb er van mijn ex ook nooit iets over terug gehoord. Zoveel impliciete signalen moeten iets doen, zou je denken. En dan de (nog steeds tamelijk subtiele) opmerking van vandaag: “…geen zin meer om daar rekening mee te houden…”.

Die opmerking rolde spontaan uit mijn mond. Niet onbewust, maar spontaan: ik zag mezelf mijn lippen bewegen om de woorden te vormen en ik voelde geen behoefte om in te grijpen om de woorden in te slikken. De waarheid mocht gezegd worden, zeker omdat die verwees naar het belangrijkste proces van mijn leven: lieve S., je vader is gestopt met rekening houden met hoe het hoort, qua mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Maar ja, wat zeg ik daar nu mee? Wat hoort een elfjarige hierin? Op bewust niveau niet zo heel veel. Hoogstens (en dat lijkt me al een fantastisch resultaat) dat je je eigen wensen mag volgen, ook als die tegen de sociale mores ingaan. Mijn opmerking was dan ook niet bedoeld als biecht, als opening om mijn verhaal aan hem te vertellen. Niet bedoeld als eerste trede, zoals mijn psycholoog dat ooit noemde. Nee, de opmerking had voor mijzelf waarschijnlijk meer betekenis dan voor S. Ik hoorde in de opmerking namelijk mijn eigen ontspanning om te durven zijn wie ik ben, om mezelf te laten zien hoe ik dat wil. Niet dat deze tas nu bij uitstek verbeeldt wie ik ben, het schuift en schommelt allemaal nog veel te veel in mij om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Eerlijk gezegd geloof ik ook niet dat het grote, reële verlangen om een vrouw te zijn, zich zo makkelijk laat sublimeren in een blauw-oranje tas. Maar deze tas zou je wel kunnen zien als een symbool van mijn nieuwe fase: het experiment met de androgyne Man-ik. De androgyne Man-ik die open is naar S. over zijn tas.

donderdag 27 juni 2013

Uncharted territory

Op mijn ontdekkingstocht heb ik voet gezet op nieuwe kusten, nieuw land. Land dat ik al mijn hele leven kon zien en waar ik ontzettend nieuwsgierig naar was. Omdat ik dacht dat ik daar gelukkiger zou zijn. Dat ik daar meer thuis zou zijn. Maar het was ‘uncharted territory’ zoals dat in het Engels zo mooi heet. Er waren wel eerder mensen geweest. Er schenen zelfs ook mensen te wonen. Maar ik kende ze niet. En niemand kon me precies vertellen hoe ik daar moest komen. Maar ik kwam er. Ik heb voet gezet op het strand van het beloofde land. Maar ik kon me er niet zomaar vrijblijvend vestigen. Ik moest mezelf, bij wijze van permanente verblijfsvergunning, een nieuwe genderidentiteit geven. Nu was dat precies waarom ik de reis had ondernomen; geen probleem dus. Op proef kreeg ik een toeristenvisum. En toen ontdekte ik dat het beloofde land ook zo zijn beperkingen had. En bovenal ontdekte ik dat ik heimwee had. Het thuisland had ook zo zijn fijne kanten. Kanten die ik niet kwijt wilde raken. En voor ik goed en wel mijn eerste reis had volbracht, startte ik een nieuwe reis. Mijn bestemming wijzigde.

Nu zit ik in de nare overgangsfase van die paradigmaverschuiving. Verwarring. Pijn. Ontkenning soms. Ik weet niet meer wie ik ben en waar ik heen ga. Het is nog maar een half jaar geleden dat de verhouding Lisa-tijd en Man-ik-tijd richting de 50%/50% ging. Tegenwoordig is de Lisa-tijd teruggelopen tot zo’n 20%. Het gaat niet meer van harte. Er is nog steeds verlangen om helemaal vrouw te zijn. Op die momenten voelt het heel reëel dat mijn piemel er af moet en dat ik borsten wil hebben. Maar op andere momenten voelt dat juist gek, om niet te zeggen onvoorstelbaar. Dan voelt het juist heel reëel dat ik mijn piemel heb en dan wil ik hem gebruiken en in parate toestand in een vrouw steken.

Maar de meeste tijd hang ik daar ergens tussenin. En daar is geen neutraal middengebied, maar een soort dysforie in het kwadraat. Ik voel me niet blij met het idee vrouw te worden en ik voel me niet blij met het idee man te blijven. Een paar dagen geleden was dit gevoel heel sterk. Het zou een Lisa-dag zijn, zo voelde het de avond ervoor. De dag kwam en Lisa kwam. Er waren fijne momenten. Momenten dat alles klopte en ik helemaal gelukkig was met wie ik was en hoe ik er uit zag. Een operatie was soms ineens weer een reële optie. Maar gaandeweg de dag begon het gevoel te overheersen dat het niet klopte. Ik wilde toch liever man zijn. Ik was genderdysfoor met mijn nieuwe, uit genderdysforie verworven identiteit. Eerst ging de pruik af. Daarna de make-up. En twee uurtjes later was er van Lisa geen spoor meer. Alle vrouwenkleding was stap voor stap vervangen door kleding van Man-ik. De Lisa-dag werd weer een Man-ik dag. Maar helaas werd ook de ene dysforie gewoon weer door de andere vervangen. Van dit soort verwarring slaap ik al twee weken slecht.

Vandaag is er ook verwarring. Richtingloosheid. En onduidelijkheid. Maar gelukkig, sinds weken, even geen dysforie. Ik hang tussen vrouw en man in en heb daar in mijn kleding uiting aan gegeven. Uit Lisa’s kledingkast draag ik sokken, een broek, een hempje en mijn (min of meer unisex) sneakers waar ik eerder over schreef. Uit Man-ik’s kledingkast draag ik een boxershort en een overhemd (wel mooi getailleerd!). Geen borsten, geen make-up, geen pruik. Een androgyne Man-ik zou je kunnen zeggen. Vandaag voelt het veilig in dit ‘uncharted territory’. Sinds lange tijd lig ik niet bibberend van angst in het vooronder. Nee, ik sta op de plecht van het schip en tuur verwachtingsvol naar de horizon.

donderdag 20 juni 2013

Quantumidentiteit

(of: collapse of the wave function)

Mijn lichaam weet niet meer hoe het moet bewegen. Heel verwarrend. Nu ik net eenmaal een beetje gewend was aan de vrouw in mij, is alles weer gaan schuiven. De van jongs af aan geconditioneerde mannelijke motoriek was al een tijdje geleden optioneel geworden. Maar door mijn pad naar volledige transformatie los te laten, zijn ineens meer zaken optioneel geworden dan me lief is. Mijn vrouwelijke motoriek – hoewel nog heel pril op mijn schaal van evolutie, toch al behoorlijk ontwikkeld – begint weg te zweven nog voordat ze zich goed en wel in al mijn spieren en neuronen heeft genesteld. Er gaat nu werkelijk niks meer vanzelf als ik beweeg. Als een defecte robot die voortdurend schakelt tussen de programma’s man en vrouw zwabber ik door de straten. Nog verergerd door wisselende momenten van sterke geaardheid en vrede en momenten van opgefokte stress en onzekerheid. Mijn lijf beweegt in vier richtingen tegelijk. Als een puber die tijdens zijn groeispurt angstvallig probeert zijn vervreemde lichaam een houding te geven, schutter ik dit lijf door de dag.

Tegelijk man en vrouw, vredig en gestresst. Vier eigenschappen tegelijk, waarvan sommigen elkaar echt keihard uitsluiten. Een onmogelijkheid die toch bestaat. Net de quantummechanica. Net Schrödingers kat, die tegelijk dood en levend is. Deze onbepaaldheid gold volgens Schrödinger niet alleen voor subatomaire deeltjes, maar ook voor macroscopische systemen zoals een kat. Of een mens met een genderidentiteitsstoornis. De kat heeft maar één eenduidige staat waarin hij zich bevindt als je de doos openmaakt waar hij in zit: dood óf levend. Meten is niet alleen weten, maar meten is ook bepalen. Door te meten geef je het quantummechanisch systeem een eenduidige, deterministische staat die voldoet aan de regels van de normale mechanica; de meting start de collapse of the wave function, zoals dat in de theorie heet. Een mooie titel voor een boek of een punksong. Of een blogpost… :-)
 
Zo’n collapse gebeurt ook als ik mezelf observeer wanneer ik wiebelend tussen vier richtingen over straat wankel. Wanneer ik kijk, dan zie ik glashelder een vredige man. En wanneer ik direct daarna opnieuw kijk, dan zie ik een onzekere vrouw. Daarna weer een vredige vrouw. En dan een onzekere androgyn. En dan…. nou ja, je begrijpt het: ik zie telkens weer iets anders. Hoe snel achter elkaar ik ook kijk, het lukt me de laatste weken niet meer om twee keer achter elkaar hetzelfde te zien.

Mijn quantumidentiteit heeft alle denkbare toestanden in zich. Misschien is mijn essentie, mijn innerlijke God, die ik zo sterk ervaarde tijdens de retraite wel een soort innerlijk quantumniveau, waarin alles samenkomt. Maar zodra zich vanuit dat niveau – vanuit mijn quantumidentiteit – iets manifesteert in mijn alledaagse materiële wereld komt de collapse. En dan voel ik me incompleet. Afgesloten van al die andere posities in mijn quantumsysteem. En dan krijg ik het gevoel alsof mijn kat net is doodgegaan. Omdat ik keek. Maar ja, wat heb je aan een kat als je er nooit naar mag kijken?

zaterdag 15 juni 2013

Queer

“Is dat nou een man of niet?”, zei de een. “Ja”, zei de ander, met een afkeurende ondertoon. En terwijl ik rustig deze groep mannen voorbij liep, mijn zwierige rokje om mijn benen heen dartelend, dacht ik aan de workshop van Diane Torr die ik zojuist had bijgewoond. Ik was in Utrecht, op de tweede dag van het DIEP Festival over gender en seksualiteit. Diane was naar Nederland gekomen om ons – en ik citeer – ‘een andere verhouding tot gender en identiteit bij te brengen die niet gebaseerd is op de gendertweedeling’. Haar insteek sprak me wel aan: ze ontkende de tweedeling niet, maar ze gebruikte de dichotome stereotypen als bronnen om naar hartelust en naar eigen believen uit te putten. En grappig om te zien hoe alle deelnemers op compleet eigen wijze de stereotypen toepasten in hun interpretatie van de realiteit. Dat bleek goed uit de discussie die ontstond over de stoere Action Man met supergespierd en ontbloot bovenlijf die iemand had meegenomen. Was het mannelijk of vrouwelijk? Mannelijk, want het straalt kracht uit en dominantie. Vrouwelijk, want het is een pop om mee te spelen. Mannelijk, want het is een man en daar kan jouw mannelijkheid zich mee identificeren. Vrouwelijk, omdat het figuurtje een grote toewijding aan het uiterlijk en het lichaam uitstraalt. Mannelijk, want je kunt deze pop helemaal buigen en naar je hand zetten, in tegenstelling tot de gewrichtsloze Barbie waar meisjes geacht worden mee te spelen. Vrouwelijk, want het lichaam heeft van die ronde vormen. En zo ging het door… De grenzen tussen de ooit stevig in mij geconditioneerde stereotypen van mannelijk en vrouwelijk waren de afgelopen jaren al behoorlijk vervaagd geraakt, maar deze middag werd alles nog eens flink door elkaar geschud. Gender is een sociaal construct, dat bleek maar weer.

Ik was op het festival als Lisa. Een identiteit die behoorlijk goed past binnen het binaire genderdenken van onze maatschappij. Hoewel de ontkenning van de biologie die er onder ligt zichtbaar is, begrijpt iedereen dat Lisa graag als vrouw aangesproken wil worden. Maar deze dag zag ik tussen de deelnemers een aantal mensen bij wie dat niet zo duidelijk was. Deze mensen lieten duidelijk kenmerken van beide geslachten zien en pasten dus nadrukkelijk niet in één van beide gangbare hokjes. Queer dus. Net als in de prachtige film She Mail Snails, die we gisterenavond samen bekeken en bespraken met Vreer, zelf queer en fanatiek activist tegen de transfobie in onze maatschappij.

De afgelopen maanden zette ik al voorzichtige stapjes om in mijn kleding te experimenteren met het doorbreken van rigide, vaste, seksegebonden codes. Heel klein, soms zelfs haast belachelijk onbetekenend als je het van buitenaf bekijkt. Maar evengoed wel van betekenis voor mij en mijn proces. Sindsdien heb ik vaker als Man-ik kleding van Lisa gedragen. Soms een broek, soms een basic shirt, soms mooie sneakers met gouden mini-studs. Kleding die ik als vrouw bij mij vind passen en die nog net voldoende tegen unisex aanschurken om ze als Man-ik ook te kunnen dragen.

Als ik voor mijn kledingkast sta, dan zie ik in het rechterdeel allerhande mooie, kleurrijke, getailleerde en gevarieerde kleding. Dit deel van de kast is van Lisa. In het linkerdeel vind ik de doorsnee, kleurloze, rechte en saaie kleding van Man-ik. Kleding die al minimaal vier jaar oud is omdat ik al jaren niks meer voor Man-ik heb gekocht. Kleding die soms al wel meer dan tien jaar oud is en dus écht compleet uit de mode. Kleding die ik kocht in een tijd dat ik nog sterk vast zat in ingeramde conventies en ingesleten gewoontes van hoe ik er als man uit moest zien. Dit ben ik allang niet meer. En toch zijn dit de kleren waar ik het als Man-ik mee moet doen. Mijn ideeën over wat ik mooi vind om te dragen zijn flink ontwikkeld. En mijn durf om het ook daadwerkelijk te doen flink gegroeid. Het wordt tijd dat Man-ik zichzelf opnieuw gaat uitvinden, qua kleding. Ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik niet ineens een ultieme queer zal worden, met uitgesproken vrouwelijke en uitgesproken mannelijke kenmerken in een voor de omgeving compleet verwarrende mix. Maar er is veel meer mogelijk dan wat ik nu benut. Tijd om flink te shoppen. Helaas bevind ik me nu in een financiële crisis, waardoor ik me het shoppen niet kan permitteren. Maar zodra ik weer meer werk (en dus geld) heb, ga ik shoppen. Shoppen met de meiden zoals ik al eerder gedaan heb. Maar dan voor Man-ik en niet voor Lisa. Op zoek naar een nieuwe manier om mezelf te uiten. Om expressie te geven aan hoe ik me voel. Expressie van wie ik ben. Expressie van wat ik mooi vind.

maandag 10 juni 2013

Schaamte

Wat een project ben ik gestart… Niet alleen nam ik een gordiaans onderzoek op naar alle complexe gevoelens en verlangens in mij, ik besloot ook nog eens de hele wereld (nou ja, potentieel dan) er deelgenoot van te maken. Alsof het al niet moeilijk genoeg is om onverbiddelijk eerlijk tegen jezelf te zijn, laat ik ook nog eens meer dan honderd mensen meelezen met mijn gedachten. Meer dan honderd, dat is mijn schatting op basis van de bezoekersaantallen van dit blog en de aanname dat de meeste lezers zo ongeveer elke blogpost lezen. Omdat ze bekenden van me zijn en willen weten wat er allemaal in me omgaat. Of omdat ze onbekenden zijn die nieuwsgierig zijn hoe deze soap afloopt. Of, en daar was het me om begonnen, omdat het lotgenoten zijn die alle steun/spiegels/ervaring kunnen gebruiken in hun eigen zoektocht.

Als ik mijn blog zelf teruglees, wat ik zo af en toe doe, dan schrik ik ervan hoe schaamteloos eerlijk ik ben. Nou ja, schaamteloos… tijdens het schrijven misschien, maar als ik het teruglees is er wel degelijk schaamte. Mijn hemel, ben ik dit? Ik dacht dat ik een overwegend verstandig weldenkend zelfredzaam mens (m/v) was, maar als de beerput open is ziet het er allemaal erg onsmakelijk uit, blijkt nu. Wat een overspannen, over-emotionele piekeraar ben ik. Die allemaal verhalen maakt van alle gevoelens en emoties, in een krampachtige poging een oplossing te vinden voor het onbehagen. Dat is vooral wat ik de laatste maanden zie als ik heel eerlijk ben. En dan voel ik schaamte. En dan ben ik bang voor de schaamte die nog komen gaat.
 
Dit weekend heb ik de VU gemaild met het verzoek mijn uitgestelde diagnose nu dan toch te gaan beginnen. Sinds ik de gedachte heb losgelaten dat ik helemaal vrouw moet worden buitelen de theorieën (en de bewijzen ervoor) als uitgehongerde bedwantsen (dit is een metafoor voor een zeer zeer zeer groot ongemak, geloof me, been there, done that, lang leve de berghutten op Corsica) over me heen. Er is nu van alles mogelijk. En om orde te scheppen in de chaos heb ik hoop gevestigd op de diagnostische instrumenten van de VU. Maar ja, wat als het genderteam straks concludeert dat er bij mij sprake is van een waan, een psychose? Of nog erger: ‘gewoon’ een gekke parafilie (een fetish dus). Hoe eerlijk durf ik dan te zijn naar mezelf en naar jullie lezers van dit blog? Vrienden en bekenden en volslagen onbekenden die ik een rad voor ogen heb gedraaid? Durf ik dat dan toe te geven? Ik schaam me nu op voorhand al.

En toch is eerlijkheid het enige juiste. Hoe moeilijk en confronterend het ook is en zal zijn. Ook al zorgt die eerlijkheid er ook voor dat ik steeds weer dieper en verder graaf op zoek naar de waarheid. De waarheid die in mij verscholen is en die zich hoop ik toch snel een keertje openbaart. Het spreekwoord ‘eerlijk duurt het langst’ heeft in mijn zoektocht zijn ware betekenis laten zien. Ik hoop dat mijn eerlijkheid het van mijn schaamte wint. Ik wil geen leven en geen identiteit opbouwen op schaamte.

tekening door: Mateusz Wichary

zondag 9 juni 2013

Dubbele dip

Onze economie zit in een recessie. Geen gewone dip, maar een dubbele dip want na een eerste voorzichtig herstel zijn we vorig jaar opnieuw neerwaarts gegaan. Zo lijkt het ook met mij te gaan. Na een flinke crisis die zich negen maanden geleden langzaam inzette en eind januari een bijna dodelijk dieptepunt bereikte, kroop ik de afgelopen maanden langzaam omhoog tot ik een paar weken geleden een hoogtepunt bereikte in mijn innerlijke rust, mijn energie en mijn motivatie. Ik had even alle identificatie losgelaten met alles waardoor ik me zo in de knel voelde. Ik kon weer vrijuit ademhalen, eindelijk had ik het gevoel dat ik echt kon dragen wat het leven voor mij in petto had en dan nog energie over hebben om van het leven te genieten.

Maar toen kwam de tweede dip. Voor het eerst sinds het dieptepunt in januari is de trend in mijn gemoedstoestand nu duidelijk negatief. Het schommelde al eerder neerwaarts, maar nu mag ik de dalende beweging geen schommeling meer noemen, maar een dalende lijn. Het voelt alsof ik wegglijd. Ik zie het gebeuren. Ik zie de bananenschil (of erger nog: de afgrond) op me af komen en wat ik ook probeer, mijn val blijft me naderen. Ik ploeter door een laag modder waar ik bijna in verdwijn. Als het me even lukt om me uit de smurrie op te richten en ik het idee krijg dat ik meer ben dan al die ballast die ik met me mee draag, dan trekt een of ander donker moeraswezen me weer naar beneden. Mijn schaduw houdt me gevangen. Mijn ballast drukt me naar beneden.

Wat is er veranderd? Waarom heeft de stijgende lijn zich niet voortgezet? Tja, er zijn drie heel duidelijke oorzaken volgens mij:
  1. De onbeantwoorde wat-nu-vraag: ik schreef al eerder dat met het wegvallen van de koers naar volledige transformatie er een vraag opgekomen is die om een antwoord schreeuwt: wat nu? Wat is het alternatief? Natuurlijk kan die vraag even onbeantwoord blijven. Natuurlijk kan ik vanzelf een nieuwe richting laten ontstaan. In de komende maanden. In de komende jaren? Maar al die tijd leef ik dan wel met het ontregelende gevoel dat ik iets heel belangrijks negeer. Iets dat voortdurend aan me trekt. Alsof je elke dag naar je werk gaat met het knagende gevoel dat je eigenlijk je huur nog moet betalen, je de yoghurt niet terug in de koelkast hebt gezet, je het gas nog hebt laten branden, je afvraagt of je de voordeur eigenlijk wel dicht hebt gedaan en je vergeten bent je zesjarige kind uit bed te halen en naar school te brengen. En tot overmaat van ramp ben je ook nog vergeten je tanden te poetsen en wasemt er een rottende lucht uit je mond. En er is niks, helemaal niks dat je er aan kunt doen. Dit gevoel en dan honderd keer erger. En dan zeggen mensen tegen je: maar je hoeft er nu toch niet perse iets mee? Je kunt het toch ook nog wat tijd geven? Ja, in theorie kan dat. Maar zie het maar eens vol te houden.
  2. Verlangen naar M.: natuurlijk was het voor mijn herstel niet slim om haar te gaan zien. Sinds onze ontmoeting vorige week denk ik de hele dag aan haar en word ik heen en weer geslingerd. Soms voel ik me krachtig. Dan voel ik me autonoom en dan heb ik het gevoel dat ik een relatie en samenwonen met haar prima zou kunnen dragen. Maar vaker voel ik een gekmakend verlangen naar haar die hand in hand gaat met een snijdende angst voor herhaling van alle ellende die we in onze relatie hebben gehad. Natuurlijk, de mensen hebben gelijk als ze zeggen dat M. niet de enige is op deze wereld. Natuurlijk kan ik nog een andere levenspartner vinden. Er is altijd een nieuwe kans. Maar als je niet uitkijkt hop je door je leven tot het moment dat het voorbij is en je je realiseert dat je met het steeds weer wachten op die nieuwe kans al je kansen voorbij hebt laten gaan. En de kans met M. wil ik grijpen omdat ik om duizend redenen hartstikke gek op haar ben. Maar helaas zijn er ook een tiental redenen waarom het zo verdomde moeilijk is tussen ons. En ik word heel verdrietig van het stemmetje in mij dat al een week piept dat die tiental redenen ons geluk voor altijd in de weg zullen blijven staan.
  3. De lege schatkist: Het leven van een freelancer is onzeker, zeker in economisch slecht weer. Langzaam maar zeker zag ik de afgelopen twee jaar mijn inkomsten dalen tot ze sinds een jaar het punt bereikten waarop mijn reserves meer bijdroegen aan mijn huishoudpot dan mijn inkomsten deden. Daar waren die reserves deels natuurlijk gewoon voor bedoeld. Maar wanneer je door alle perikelen in je leven niet de energie hebt om eens flink de schouders er onder te zetten blijft inkomensherstel veel langer uit dan goed voor je is. Sinds deze maand staan mijn reserves op een peil waar ik me echt ongemakkelijk bij voel. Okee, ik hoef niet de rest van de maand soep te eten bij het Leger des Heils. Er is nog wel wat geld. Maar mijn banksaldo is door de bodem van de comfort-zone geschoten. Ik maak me nu echt ongerust en wanneer ik niet aan M. denk, denk ik aan mijn banksaldo.
Dit zijn drie duidelijke oorzaken voor mijn tweede dip. Die nog versterkt worden door mijn angst dat mijn tweede dip minimaal zo diep zal zijn als mijn eerste. En ik weet niet hoe ik het moet stuiten. Alsof een hogere macht mij er per se doorheen wil laten gaan. In veel spirituele overleveringen hoor je dat iemand het keerpunt richting verlichting vaak pas bereikt na een grote, diepe crisis waarin hij alles is kwijtgeraakt waaraan hij hechtte. Vanuit dat perspectief bezien ben ik op dit moment goed bezig.


Epiloog: de smeulende vulkaan die is te lezen uit deze blogpost is zojuist tot uitbarsting gekomen. Onderweg terug naar huis, nadat ik S. weer bij zijn moeder had gebracht, voelde ik me slecht over mijn gebrek aan aandacht, mijn gebrek aan aanwezigheid, mijn gebrek aan echt contact met S. dit weekend. Ik voelde me een slechte vader. Dat je van zo’n gedachte niet beter wordt, bewees ik meteen. Ik had het nog niet gedacht of een vloedgolf van verdriet braakte zich (bijna letterlijk) uit mijn lichaam. De tranen bleven stromen, bijna een kwartier lang. Alle pijn over S. en over alle onderwerpen waar ik in deze blogpost over schreef, kwam er uit. Een grote ontlading. Nu is er opluchting. Geen rust, eerder een onrust om stappen te maken. Drie goede ideeën om aan werk te komen borrelden op. Actie, actie, actie! Nu moet ik weer uitkijken dat ik niet te hard ga rennen om de confrontatie met mijn wonden maar te vermijden. Gentle noticing, ja Isaac, ik probeer het…

woensdag 5 juni 2013

Wisselvallig

Ik zit in het park. De zon verwarmt mijn lijf. Mijn t-shirt ligt naast me op de bank. Op mijn gladgeschoren borst parelt zweet subtiel in het felle zonlicht. Na de intense start vanochtend en de lange douchebeurt die daar op volgde, was ik naar mijn slaapkamer gelopen. De Lisa-kleren die daar klaar lagen had ik opgeruimd. Ik had besloten dat het vandaag toch gewoon een Man-ik dag zou worden. Hoewel, bij het uitzoeken van Man-ik-kleding ging mijn hand toch naar de kastdeur van Lisa. Voor ik het wist had ik het t-shirt dat de hand uit die kast had gepakt, aangetrokken. Een basic paars shirt met een v-hals. Duidelijk niet uniseks, met de korte strakke mouwtjes en de sierlijk gebogen zoom van de v-hals. Maar ook weer niet écht overduidelijk vrouwenkleding.

Dat t-shirt ligt nu naast me, terwijl ik in het park in de zon zit te piekeren. Piekeren over een belangrijke vraag. Ik mag dan heel stoer hebben besloten dat mijn pad me niet naar een volledige transformatie tot vrouw gaat brengen, maar sinds een paar dagen dringt de paniek tot me door dat ik in het geheel geen antwoord heb op de vraag: Maar Wat Dan? Nog geen splintertje richting, nog geen korreltje oplossing, nog geen zuchtje doel. Ik sta met lege handen. Het enige dat ik weet is dat er een vrouw in mij leeft. En ik heb geen idee wat ik met haar aan moet. Ik ben terug bij af, lijkt het. Is deze nieuwe realiteit werkelijk een stap vooruit? Gaat zich vanaf hier werkelijk een nieuwe oplossing openbaren?

Ineens wordt ik me bewust van hoe ik zit. Mijn benen over elkaar geslagen, mijn ellebogen in mijn heupen, mijn handen op mijn schoot. “Dag, Lisa”, zeg ik tegen mezelf. En nadat we een tijdje zo samen in de zon hebben gezeten, sta ik op en ik loop met haar naar huis, naar mijn slaapkamer. Daar open ik de kastdeur en haal er een jurkje uit. Daarna een bh en de borsten, een string en leuke sandalen. Ik trek alles aan, werk mijn baardschaduw weg en maak mijn ogen subtiel op. Terwijl ik heen en weer loop tussen badkamer en slaapkamer voel ik mijn borsten heen en weer wiegen. En dat geeft een groot gevoel van troost. Alsof niet ik mijn borsten wieg, maar mijn borsten mij wiegen. Een klein angstig mensje, schuilend in haar eigen boezem. Een surrealistisch en verwarrend droste-effect.

Ik kijk in de spiegel en zie die wiegende borsten onder het leuke topje dat ik aan heb. Mooie borsten. Maar dat is dan ook het enige waar ik blij van word. Ik zie een topje dat niet bij het rokje past en zeker niet bij de schoenen. Ik loop naar de kledingkast en trek iets anders aan. Teruggekomen bij de spiegel zie ik dat het geen vooruitgang is en ik loop terug. En nog een keer. En nog een keer. Wat ik ook aantrek, het ziet er niet uit. Ik zie er niet uit. En ineens snap ik dat het niet aan de kleren ligt. Hoezeer ik ook mijn best doe, ik zie in de spiegel een man in vrouwenkleren. Ik zie een mannenhoofd met een pruik. Ik zie geen Lisa. Ja, het zijn haar kleren, haar mooie borsten en haar bruine haar dat het gezicht omlijst. Maar het is het gezicht van een man. Een man die zich herinnert hoe het voelde om een vrouw te zijn, maar die die gevoelens vandaag niet synchroon krijgt met de realiteit. Na wekenlang wisselvalligheid is het buiten nu eindelijk stabiel zomerweer. Maar in mijn gevoel is het nu precies andersom…
 

Ochtendseks

Het is zomers. Een knalblauwe hemel. Een warme zon. Al vanaf dat ik vanochtend mijn gordijnen openschoof en de energie in mijn straat voelde sidderen en de mensen verwachtingsvol luchtig gekleed op weg naar school, werk, park of wat dan ook zag lopen. Vandaag zou een Lisa-dag worden. Lisa klopte al een paar dagen op de innerlijke deur die het leven van Man-ik en haar gescheiden houdt. Met recht van spreken, want de laatste Lisa-dag was al weer anderhalve week geleden. En met werkafspraken en een weekend met S. in het verschiet zou het zeker nog een halve week duren voor de volgende gelegenheid zich aandiende. Een flink gedaalde Lisa-frequentie in vergelijking tot een tijdje geleden.

Tijdens het ontbijt was er niets waaraan je deze Lisa-dag kon herkennen, of het moest het hempje zijn waarin ik op mijn balkon in de zon zat te ontbijten. Maar ja, die had Man-ik inmiddels ook al eens aangehad. Na het ontbijt werd Lisa zichtbaarder. Ik koos de kleren uit die ik aan wilde trekken en legde deze op het bed. Ik pakte een string, een bh en mijn borsten. Ik keek naar alle attributen die op het bed lagen. Sierlijke uiterlijke tekenen van een vrouw en confronterende tekenen van de kunstmatige weg die het mannenlijf moest afleggen om die vrouw te zijn. Ondanks dat, zag ik een mooie vrouw in die verzameling kleding. En ik voelde haar ook ineens. Ik voelde mijn borsten, mijn ronde heupen, mijn vagina. Een gierende behoefte aan seks vlamde op en drukte alle lucht uit mijn longen. Ik kon haast niet meer ademen. Ik kon maar aan één ding denken. En voor ik het wist was er in mijn gedachten een man. Een man die mijn borsten betastte. Die me in mijn nek zoende. Die zijn piemel in me stak en heen en weer bewoog. Eerst traag en dan langzaam sneller en sneller. Voorzichtig laverend tussen het verbreken van de magie van de fantasie en het verlangen mijn lichaam zo snel mogelijk tot haar climax te brengen, speelde ik met mijn eigen lichaam. Zorgvuldig het scrotum vermijdend zocht ik naar het zachte plekje in mijn bekkenbodem - het plekje waar mijn vagina zou zijn – en ik duwde mijn vinger er zo hard mogelijk op. Het weefsel gaf mee en het topje van mijn vinger verdween achter de rand van mijn bekken. Heen en weer. Eerst traag en dan langzaam sneller en sneller. Mijn lijf hunkerde naar meer, naar harder, naar echte penetratie. Het risico trotserend dat het mijn illusie zou verbreken, pakte ik mijn piemel. In mijn hoofd probeerde ik het gevoel van de bewegende hand om mijn piemel te verplaatsen naar de plek waar de vinger van mijn andere hand mijn denkbeeldige vagina vingerde. Alsof het niet mijn eigen piemel was, maar die van een ander. En alsof die niet heen en weer bewoog in mijn hand, maar in mijn kut. Tot het moment dat een dikke warme gloed door alle aderen in mijn lichaam stroomde en mijn lijf zich met een diepe zucht ontspande.

Ik deed mijn ogen open en stond op. Naast mij, op het bed, lagen de kleren klaar voor een Lisa dag. Ik keek er naar en kon me ineens niet meer voorstellen dat ik die aan zou trekken. Ik voelde weerstand tegen het gedoe met nep-tieten en een pruik. Het woord ‘parafilie’ flitste een paar keer voorbij. Nogal een kort-door-de-bocht-beschuldiging waar ik me ongemakkelijk bij voelde. Schaamte en ontkenning. Ik word toch immers bijna nooit seksueel opgewonden van Lisa-kleren? En trouwens, is het zo raar om seksuele opwinding te voelen voor een hoedanigheid waarin je jezelf wél mooi en aantrekkelijk vindt? Pfff… In de hoop dat een hele lange warme douche zou helpen liep ik naar de badkamer en draaide de kraan open. En ik kon het niet nalaten mezelf helemaal glad te scheren. Mijn kaken, mijn benen, mijn decolleté. Je wist nooit wat deze dag nog zou brengen…

zondag 2 juni 2013

Mmmmm...

Na een week innerlijke onrust en een paar woelige, of beter: woelende nachten was de dag daar. De dag dat M. en ik elkaar zouden gaan zien, drie maanden na ons laatste contact. In die maanden heb ik gevoeld dat ik het zonder haar ook red. Maar het gevoel haar niet los te willen laten overheerste. En de angst in herhaling te vallen en elkaar opnieuw veel pijn aan te doen ook.

Ik stond op en bereidde me voor op onze ontmoeting. Ik wilde er aantrekkelijk uitzien en fysiek gezien op alles voorbereid zijn. Dus ik scheerde mijn lichaam - alle intieme en minder intieme zones werden voorbereid op een potentiële openbaar­making. Daaroverheen deed ik een shirt met een lage v-hals, een hippe broek en Lisa’s nieuwe hippe sneakers (met gouden studs), die nog net unisex genoeg waren voor Man-ik. Ik zag er goed uit, al zeg ik het zelf. Geschikt als sekspartner. Ja, ik hunkerde naar haar lichaam; al de hele week. En tegelijkertijd moest ik rekening houden met een koude kermis.

Want waar kon ik op rekenen? Deze ontmoeting zou de laatste kunnen zijn; een definitief afscheid. “Sorry Man-ik, maar ik ben inmiddels aan het daten met een ander.” Of een nieuw begin: “Het spijt me van alles wat er is gebeurd. Ik wil nog een kans. Ik wil met je verder.” Of iets daartussen in. Ik moest met alles rekening houden. En tegelijkertijd moest ik uitgaan van wat ikzelf wilde. Wat wilde ik? Mijn ideaalplaatje is een relatie met M. zonder gezeik en gedoe. Er was zoveel moois tussen ons, maar helaas ook een chemie waarin we iets bij elkaar zochten wat we alleen in onszelf kunnen vinden en waarbij we het de ander kwalijk namen dat hij het niet leverde. Twee gedeukte mensjes die verzachting zochten bij elkaar. Ik wilde verder met haar en tegelijkertijd wist ik niet hoe. Ik wist alleen dat ik nog een eigen zoektocht af te maken had en dat dat mijn hoogste prioriteit was.

We zagen elkaar in haar stad. Om twee uur voor het oude stadhuis. Iets na tweeën liep ik over het plein richting het statige gebouw uit de Renaissance. Daar zat M. op een bankje. Ik kon aan haar kleding zien dat de kans op een koude kermis niet groot was. We zouden waarschijnlijk seks met elkaar gaan hebben, zoveel straalde haar kledingkeuze wel uit. Een heel verschil met onze vorige ontmoeting in februari. Een korte kus op de wang (het blijft vreemd om onze vertrouwdheid met elkaar om tactische redenen niet te manifesteren). Gevolg door een knuffel (ah, toch wel). Een lange knuffel (wat fijn om haar te voelen, mmmmm….).

We spraken over haar proces. Waar ze nu staat, wat ze doet, wat haar prioriteiten zijn. En we spraken over mijn proces. Het ene moment kreeg ik het idee dat ze ergens in de afgelopen maanden gestopt was mijn blog te lezen. Het andere moment dacht ik dat ze allang wist wat ik haar vertelde. Ik heb het niet gecheckt. En dus weet ik ook niet of ze deze woorden zal lezen of niet. Het is zoals het is. Ik heb niks te verbergen.

We zijn eerlijk naar elkaar geweest. De overeenkomst is dat we allebei heel graag nog moeite willen doen en het risico willen lopen opnieuw gekwetst te worden. We willen met elkaar een toekomst in. En we willen allebei voorkomen dat we in herhaling vallen. We moeten alert blijven en beginnen met kleine, vrijblijvende stapjes. Elkaar af en toe zien. Plezier hebben samen. En praten over wensen, verwachtingen en angsten. Dit echt en eerlijk met elkaar delen. M. gaf aan dat ze zich iets steviger voelde en dat ze zich beter durfde uit te spreken. Ze kwam inderdaad steviger over. Ze sprak zich inderdaad duidelijker uit dan ze meestal deed toen we nog een relatie hadden. En zo werden verschillen die we altijd al voelden ineens bespreekbaarder dan ze ooit waren. Een fijne eerste oefening in nader tot elkaar komen.

Maar ja, naast al dit moois zijn er nog steeds twee complexe persoonlijke processen aan de gang die veel van onze aandacht en onze energie vragen. En er zijn fundamentele verschillen in onze uitgangspunten voor een relatie. De enige kans om daarmee om te gaan is ze eerst uit te spreken en ze te erkennen. Maar dat betekent ook een confrontatie met de angst elkaar te verliezen of jezelf in de relatie te verliezen. Een confrontatie met dat grote grijze gebied tussen autonomie en de behoefte samen te smelten. De twee pijlers van elke relatie. Een verraderlijk contrast, zeg maar gerust conflict tussen ik en wij. Het conflict dat er altijd is, in elke relatie. Een conflict dat nog moeilijker te hanteren is als je zelf niet stevig staat zoals wij. Daar zaten we: twee wankele gedeukte mensjes, in liefde elkaars hand vasthoudend. Zoekend naar mogelijkheden, ondanks alle problemen. Eerste stapjes verkennend naar een nieuwe toekomst. Met meer helderheid over wat we zelf wilden en waar we zelf stonden. Maar nog steeds doodsbang.

Onze liefde voor elkaar was sterk genoeg om te praten over mogelijkheden en niet over problemen. Onze liefde voor onszelf was sterk genoeg om standpunten in te nemen. Verschillen zichtbaar te maken. Onze liefde voor elkaars lichaam was groot genoeg om die te consumeren. Niet ter plekke, op dat bankje, maar later in M.’s huis.

Toen ik ’s avonds laat naar huis ging, moest ik ontwaken. Ontwaken uit de vertrouwdheid waar we samen in terecht waren gekomen. Heerlijk gevreeën, uren gekletst, samen gegeten, thee gedronken. Alsof we niet al vier maanden uit elkaar waren. De gedachte aan blijven slapen was natuurlijk langsgekomen. Al een paar keer de afgelopen week en nog een paar keer op deze dag zelf. Maar toen we na de thee samen in de keuken stonden en knuffelden ontwaakte ik. De realiteit klopte op de deur van mijn gezonde verstand. We namen afscheid, zonder enig idee hoe we nu verder zouden gaan. We wisten allebei dat we elkaar nog gingen zien. Hoe en wanneer precies bleef onbesproken.

Onderweg naar huis in de auto kwam er een golf van verdriet over me heen. Geen verdriet over vandaag. Maar verdriet over de moeilijke dingen die we samen hebben meegemaakt. Een ontlading van oude pijn. En daarmee kwam ook het besef dat onze liefde nog steeds overeind staat. Niet klein te krijgen, lijkt het. En toch voelde ik na de huilbui geen euforie. Geen naïeve jubelstemming omdat alles weer goed is. Ik voelde een diep besef van onze verschillen en een diep besef dat ik daarin voor mezelf mag kiezen. Stelling mag nemen en grenzen mag aangeven. Ook als dat betekent dat M. en ik daardoor nooit meer een relatie zullen hebben. Misschien voelde ik dit omdat ik de laatste maanden meer stevigheid in mezelf heb gevonden. Misschien voelde ik dit omdat M. vanuit haar gevonden stevigheid minder een claim op mij legde. Hoe dan ook, we gaan nu voorzichtig, stap voor stap, puzzelen met wat er mogelijk is. Met ons. Met dit gekke stel gedeukte mensjes dat tegen wil en dank, tegen de klippen op, misschien zelfs wel tegen beter weten in, niets liever wil dan bij elkaar zijn. Deze nieuwe kans op een toekomst met M. voelt fijn…. Mmmmm…..