zaterdag 27 juli 2013

Een rare donut

De opwelling kwam zoals het een opwelling betaamt: ineens en onverwacht.“Lieve S., ik moet je iets belangrijks vertellen. Soms ben ik chagrijnig, net als de laatste dagen. Dat komt omdat ik me soms verdrietig voel omdat ik soms liever een vrouw was geweest dan een man. Daarom verkleed ik me soms als een vrouw. En daarom heb ik ook die tas. Stilte. S. keek me aan. Hij keek me echt aan, niet met die half-afwezige pre-puberale blik van hem, maar met ogen waarin hij volledig aanwezig was. Hij hoorde me. Ik voelde dat hij doorhad dat het menens was. Ik hoorde hem in gedachten zich afvragen over er nu ineens een jurk uit de vakantiekoffer zou komen. Dat zou voor hem te snel zijn, zo voelde het. Nou ja, die jurk was er toch niet. Wel een hempje van Lisa; effen zwart. Bijna unisex. Geen spaghetti-bandjes maar wel een laag decolleté, zowel voor als achter. Het was het hempje dat ik nu droeg en waar ik de mensen hier op straat al naar had zien kijken. Even overwoog ik hem daar op te wijzen en ook op mijn lange nagels die hem al lang een keer waren opgevallen maar inmiddels gewoon geworden waren. Maar nee, dit was genoeg. Niet meer vertellen dan hij wil weten. De eerste trede.

Toch wilde ik graag meer reactie dan enkel die blik en de subtiele signalen op gevoelsniveau. Die waren voor mij onvoldoende, misschien juist wel omdat je dergelijke signalen zo snel verkeerd verstaat. Dus ik vroeg: “Vind je het raar?”. S. dacht na, evalueerde en zei: “Nee”. Een politiek correct antwoord, pleasend als kinderen naar hun ouders zijn? Misschien, maar het voelde oprecht. Hoewel, helemaal alledaags was mijn biecht toch ook weer niet, zo bleek uit zijn nuance: “Nee, niet raar. Wel raarder dan iemand die een donut eet, maar niet raar”, zei hij...

Ik heb het verteld. Het voelt als een grote opluchting en tegelijkertijd vraag ik me af of het niet egoïstisch was. Wat kan hij er mee? Maar nee, het voelt goed. Laat die eeuwige twijfelkont die ik ben, die altijd alles ook nog eens van de andere kant wil bekijken, nu maar even zwijgen. Okee, S. kan helemaal niks met wat ik vertelde. Er verandert concreet ook niks; er zit zoals ik al zei helemaal geen jurk in de koffer. Maar ik heb me aan hem laten zien, ik heb me gedeeld en die vrijheid maakt ons contact opener, eerlijker en maakt mij meer ontspannen. Hoewel hij nu iets van mij weet dat mogelijk (ongetwijfeld?) verwarrend voor hem is, heeft hij wel meer “mij” gekregen. Minder façade; meer compleet en echt.

Misschien verdwijnt de wetenschap dat zijn vader soms liever een vrouw was geweest bij S. vanzelf weer naar de achtergrond, zolang hij Lisa niet écht te zien krijgt. We zullen zien. Misschien gebeurt dat wel omdat het inderdaad niet zo’n big deal is. Het is tenslotte maar nét iets raarder dan iemand die een donut eet.

vrijdag 26 juli 2013

Bordkartonnen papa

Ik kijk uit over groene heuvels, begroeid als een harige mannenkin, maar dan met haren van eik, den, beuk, spar en esdoorn. Een mooie natuurlijke omgeving voor mijn vakantie met S. Maar ik kan er niet van genieten. Al dagen voel ik me moe en ben ik afwezig, prikkelbaar en chagrijnig. Ik voel me schuldig naar S.; zo is een vakantie met papa natuurlijk niet leuk. Hij slaat zich er doorheen, probeert me te ontzien en is erg op zichzelf. Hoewel dat laatste mijn gevoel alleen maar erger maakt, want ik voel me eenzaam en wil juist contact. Maar het lukt me niet. Er zit me iets dwars; mijn vrouwelijkheid zit me dwars.

Wanneer ik Lisa in mij opzoek, dan vind ik haar makkelijk. Maar ze weigert om aan de oppervlakte te komen. Ze blijft diep in mij verstopt zitten; in elkaar gehurkt in een hoekje. Ze is bang voor S. Ergens in mij leeft het in rots gebeitelde idee dat het beter is als hij niets van Lisa weet. Maar ik weet ook dat Lisa verstoppen ook betekent dat ik een deel van mij verstop. Ik speel de rol van voorbeeldige model-papa. Een rol die volledig in de mist loopt vanwege mijn frustratie niet mezelf te kunnen zijn. Ik ben een bordkartonnen papa die op het eerste gezicht wel okee lijkt te zijn, maar als je goed kijkt zie je dat het alleen maar een leuk geschilderde voorkant is, zonder inhoud. Aan de achterkant zie je het houten frame dat het bordkarton omhoog houdt.

Ik mis M. Ik zou het liefste even bij haar uithuilen, als een klein kind bij zijn moeder. Maar deze kwetsbaarheid wordt flink overschaduwd door de onrust in mijn hoofd en mijn verlangen door M. onderworpen te worden. Al dagenlang denk ik aan kinky spelletjes met haar en de opwinding die dat oplevert moet ik steeds ontladen. Omdat ik hier met S. nergens privé ben, ontlaad ik me onder de douche. Dat is de enige plek waar ik wat privacy heb. Ik ben nog nooit zo schoon geweest…

Gisterenavond was het weer zo ver. S. en ik zaten tv te kijken. Althans, hij keek en ik zat er naast. De drukte in mijn hoofd maakte dat ik er eigenlijk helemaal niet bij was. Maar sterker nog dan de drukte in mijn hoofd, was in mijn onderbuik de onrust van het rommelende libido. Ik voelde me afwezig. Ik was niet in mijn lijf, ik was niet in mijn hoofd. Ik was overal en nergens tegelijk. Als het me al lukte om even te vertragen en even écht te voelen wat er in mij was, dan voelde ik pijn. Een pijn die me weer snel deed vluchten in de mist in mijn hoofd. Weg! Weg! Weg die mist, die roes! Ik wil hier zijn! Ik wil contact met S.! Ik wil ontspannen! Ik wil M.! Ik wil dat ze me pijn doet! Ik wil dat ze me heel erg pijn doet! Ik wil…. Aaargh!! Ik ga douchen!

De ontlading kwam. En in tegenstelling tot alle keren de dagen hiervoor, kwam er nu rust. De frustratie ging weg. Écht weg. Even voelde ik geen frustratie meer om dat ik me niet kan delen met S. En in die rust zag ik hoe een fundamenteel en diep ingesleten overlevingsmechanisme een deel van mij koste wat kost verborgen wil houden. Omdat ik ooit met het tonen van dat deel bijna de liefde verspeelde van de mensen van wie ik afhankelijk was. En nu brengt dat overlevingsmechanisme me steeds opnieuw pijn. De pijn van afgesloten zijn. De pijn van eenzaam zijn. Precies die pijn die het overlevingsmechanisme nu juist ooit moest voorkomen. De cynische werking van de mind: ik zwijg over Lisa om S. niet kwijt te raken, maar daardoor creëer ik zoveel afstand dat ik hem feitelijk al kwijt ben…

Ik wil dit niet meer. Ik wil openheid. Openheid over Lisa. Openheid over zo’n belangrijk onderdeel van mij. Ik ben niet langer afhankelijk van mijn ouders; ik sta op eigen benen. Ik heb dat overlevingsmechanisme niet meer nodig. En hoewel ik weet dat er meer nodig is dan enkel dit besluit, neem ik me hier en nu voor om Lisa te openbaren aan S. Ik moet het hem vertellen. Dan krijg ik rust en ruimte in me, kan ik aanwezig zijn en écht contact hebben met hem. Mijn psycholoog had gelijk: ik moet een eerste stap zetten richting een coming-out naar S. Toen hij me dat destijds suggereerde vond ik dat nog niet nodig: “zo zwaar drukt dat geheim nu ook weer niet op me”. Maar nu zie ik dat hij gelijk had. Het aan S. vertellen is de volgende stap in mijn proces. Ik moet het hem vertellen. Maar ik ben ook bang om het te doen. Het enige dat me daar overheen helpt is het lef om een opwelling te volgen en het gewoon te doen. Voel ik die opwelling nu? Ach, hij is al weer voorbij. Een andere keer maar. Dit is niet het moment…

woensdag 17 juli 2013

Knapperd

Op het terras zat ik, met mijn benen over elkaar, mijn hoofd licht voorover gebogen en mijn blik gericht op mijn boezem, glunderend te genieten van de aanblik van twee mooie, zachtjes tegen elkaar aan geschurkte, ronde, licht bezweette bolletjes ijs. Naast mij zat vriendin N. die mij deze avond voor het eerst als Lisa zag. Ze wist van mijn bestaan en zou me al eerder ontmoet hebben. Maar toen had ik Geen Zin. N. at van haar ijs terwijl ik tegen haar praatte. Mijn blik dwaalde wat af, zoekend naar woorden die ik alleen binnen in mij zou kunnen vinden, maar die op de een of andere manier toch sneller gevonden zouden worden als ik net deed alsof mijn ogen ze van de straat zouden kunnen plukken. En toen zag ik hem. Langs slenterend met een zielig ogende, lege plastic zak onder zijn arm. Zijn blik kabbelde een beetje heen en weer en draaide mijn kant op. Ja hij was het echt, ik had het goed gezien. Het was mijn oude stapmaatje M. Al maanden probeerde ik met hem een afspraak te prikken om bij te praten omdat ik hem over mijn proces wilde vertellen. Maar telkens pasten de agenda’s niet op elkaar en verdween het voornemen weer naar de achtergrond. En nu kwam hij hier aanlopen. Maar nu was ik Lisa. Een instinctieve beweging van mijn hoofd draaide mij naar de anonimiteit terwijl ik N. aankeek. Ik voelde M. voorbij lopen. N. keek op en ik zag dat zij hem aarzelend herkende (ik heb N. en M. gelijktijdig leren kennen bij een theatercursus en zij kennen elkaar dus ook). N. keek vertwijfeld en haalde adem. Nog voordat ze kon vragen: “Hé, is dat niet …?” zei ik: “Ja, dat is M.”. Maar M. was doorgelopen, richting supermarkt.

M. en ik hebben niet veel contact meer, maar er was een tijd dat we regelmatig samen gingen stappen. Naar een EK voetbal kijken in een bruine (eh, oranje) kroeg. Jointjes roken tijdens Lowlands. Tot diep in de nacht dansen op een pilletje. Tot diep in de nacht dansen zonder pilletje, wat in mijn ervaring net zo goed gaat zolang je maar water drinkt in plaats van bier. Er is zelfs een nieuwjaarsdag geweest, na een memorabele nieuwjaarsnacht, waarop M. en ik in één bed, met een vrouw tussen ons in, wakker zijn geworden. Met M. deed ik mannendingen. Met hem heb ik mijn mannelijkheid verder onderzocht dan ik ooit daarvoor gedaan had. Ik heb plezier gehad. Ik heb kameraadschap ervaren. Ik heb genoten. En het ging voorbij. Het was kennelijk toch niet zo mijn ding, dat mannennachtleven.

Die wereld van het mannennachtleven stond zo ver af van de mooie vrouw die ik me voelde op deze avond met N. op het terras bij de ijssalon. De eerste golf van paniek, aangedreven door mijn angst voor afwijzing, ebde wat weg. Langzaam drong het besef tot me door dat het lot je soms nét dat ene zetje geeft dat je nodig hebt. N. vroeg attent: “Zal ik hem zo aanspreken, als hij weer langs komt?”. Doodeng natuurlijk, maar nederig boog ik mijn hoofd voor de kracht van het lot en zei ja.

Een volle boodschappentas later kwam M. weer langs. Hij zag N., groette haar en keek naar mij. Beleefd als hij is stelde hij zich voor aan deze onbekende vrouw. “Lisa”, zei ik. Hij raakte met N. in gesprek aan de hand van wederzijdse hoe-is-het-met-jou’s. Af en toe keek hij naar mij, maar hij liet zich niet afleiden. Totdat zijn natuurlijke en soepele neiging om contact te maken zijn aandacht op mij deed richten. “En hoe is het met jou?”, vroeg hij aan mij in een poging die arme trans-vriendin van N. in het gesprek te betrekken. Ik zag en voelde dat hij me niet herkende. “Ja goed hoor”, antwoordde ik. En hij keek me aan. En hij keek me nog steeds aan. Tot hij het uiteindelijk zag. “Jeetje, jij bent het! Jeetje, is dit een grap of zo? Ja ik had wel gezien dat je een gast was maar dat jij het bent!!”. Tja. Zo klinkt totale overdondering bij M. Flabbergasted zoals de Engelsen zo mooi zeggen.
 
Daarna hoorde ik mezelf vrij kalm en helder vertellen over mijn proces. Heel kort en to the point. De management summary zou ik het kunnen noemen nu ik toch al met Engelse woorden aan het strooien ben geraakt. Daarna kon het gesprek met meer ontspanning verder en het werd gezellig. Hoewel M. wel af en toe stokte en met verbazing naar me keek. Het bleef moeilijk te geloven. Die coole dude met wie hij al die nachtelijke avonturen had beleefd, nu op naaldhakken? Om hem even te laten voelen dat die dude nog ergens in mij zit, stak ik mijn hand schuin omhoog uit en toen hij dat ook deed greep ik zijn hand en balden onze vuisten samen tot een stevige mannengroet. Waarna ik het haar uit mijn gezicht veegde en mijn benen weer over elkaar kruiste. Back to Lisa.

Bij het afscheid zoenden M. en N. Heel bewust van de implicaties ging ik ook klaar staan. Maar die stap was nog even te ver voor M. Ik kreeg een ferme hand en we spraken af elkaar binnenkort écht te gaan zien, want er was zoveel bij te praten. Vroeger keek ik altijd met enige jalousie naar zijn flair in de omgang met vrouwen. Zijn flair en zijn goede looks, want het was (en is) een aantrekkelijke man. Misschien was het niet alleen die lerende, oefenende Man-ik die graag bij M. was. Misschien was het ook wel de latente Lisa die zich stiekem, heel stiekem, misschien wel tot hem aangetrokken voelde. Wat een knapperd. En wat aandoenlijk dat deze knapperd nu toch even in verlegenheid was gebracht.

maandag 15 juli 2013

Had kunnen zijn

Deze dag had een Lisa-dag kunnen zijn. Of, nu ik dit zo schrijf, het had misschien wel een Lisa-dag móeten zijn. Maar het is een Man-ik dag. Toen de waas van de onrustige nacht vanochtend langzaam optrok, voelde ik mijn lijf. Ik voelde het maar snapte het niet. Dat klinkt gek, dat geef ik toe, maar ik snapte geen snars van mijn lijf. Het voelde alsof het niet van mij was. Alsof het niet mijn zenuwstelsel was dat het aanstuurde. Een out-of-body ervaring waarbij ik niet keek naar een medisch team dat mijn lichaam probeerde te reanimeren, maar waarbij ik naar mijn lichaam keek dat geheel autonoom opstond, ging ontbijten en ging douchen. Met mij als toeschouwer aan de zijlijn. 

Vroeger kreeg ik van mijn omgeving regelmatig de kritiek dat ik in mijn hoofd leefde. (Wat ze vaak labelden als ‘rationeel’, maar dat is echt iets heel anders, maar dat terzijde.) Sinds een jaar of tien sta ik mezelf toe te voelen. Ik voel mijn emoties en daardoor ook mijn lichaam. Of was het juist andersom? Hoe dan ook: mijn lichaams­bewustzijn is groot; ik kan de kleinste sensaties die zich erin afspelen heel precies waarnemen. En ook de grote sensaties natuurlijk, inclusief de sensatie van een lichaam dat niet klopt. Een niet te missen sensatie. Een onbehagen over mijn lijf met een verlangen naar iets anders. Een niet vervuld verlangen dat pijn doet. Pijn van wie ik had kunnen zijn, maar niet ben. Onlosmakelijk vastgeklonken aan mijn lijf, dat soms pijn doet als knellende schoenen, dan niet alleen aan mijn voeten, maar overal. Het is niet raar dat je liever in je hoofd leeft als in je lichaam leven je pijn doet. Je hoofd is een goede plek om aan die pijn te ontsnappen. Alleen is de prijs hoog.

Een paar jaar geleden begon ik die pijn te gebruiken als motor op mijn pad naar transformatie. Vrouw worden was, leek me, een tweede goede plek om aan de pijn te ontsnappen. Maar die prijs is ook hoog. Sinds een paar maanden probeer ik de pijn van mijn verkeerde lichaam niet meer te ontvluchten, maar helemaal toe te laten. De pijn is niet permanent aanwezig. En ook niet altijd even hevig. Maar hij is er elke dag. Meerdere malen. Het is die pijn die me vandaag steeds opnieuw laat twijfelen over mijn keuze. Mijn keuze om vandaag Man-ik te zijn.

Ik sta nu op het pad om te leren leven met deze pijn. Het lukt me soms om te accepteren dat ik liever een vrouw was, maar dat niet ben. Dan voel ik troost bij de gedachte dat ik Lisa kan zijn als ik dat wil. En dat ik altijd nog voor volledige transformatie kan kiezen. Dat fall-back scenario, dat vangnet, geeft me nu rust, hoewel ik me realiseer dat alle opties open houden op de lange termijn waarschijnlijk juist onrust veroorzaakt. We zullen zien.

Het feit dat Lisa nu meer door Man-ik heen schijnt geeft me erkenning. Omdat een deel van datgene dat mij vrouw maakt, ook aanwezig wordt in mijn mannelijke verschijningsvorm, lijkt er minder behoefte om me volledig als vrouw te manifesteren. Hoewel de twijfel blijft. Net als vandaag. Voortdurend de vraag: “zal ik niet toch…?”. Ik wil het graag en tegelijk probeer ik dat verlangen een plek te geven in de erkenning van Lisa in Man-ik.

Die androgyne Man-ik is wennen. Ik ben als Lisa inmiddels gewend geraakt aan de net-iets-langer-dan-normale-blikken van andere mensen, omdat je in je verschijning, in je gedrag, in je motoriek nèt niet helemaal overtuigend past in het genderhokje met het bordje ‘Vrouw’. Nu ervaar ik diezelfde blikken ook als Man-ik. Het automatisch indeel-mechanisme in mensen hun hoofd begint nu foutmeldingen te geven. De mensen ontwaken en worden bewust. En omdat het bewustzijn nu eenmaal vele malen trager werkt dan het onbewuste, kijken ze langer. En proberen ze de puzzel te maken of ik nu een man of een vrouw ben. De conclusie is volgens mij overduidelijk ‘Man’, want zo vrouwelijk is Man-ik nu ook niet geworden. Maar toch. Ze zien Man-ik lopen en vangen veel signalen op van de vrouw die ik had kunnen zijn. De vrouw die ik had móeten zijn.

dinsdag 9 juli 2013

Linkerhand weet niet wat de rechter doet

Het gezegde stamt uit de Bijbel. Waarschijnlijk dus al van daarvoor, maar het is in elk geval in de Bijbel opgetekend. Door Mattheüs, of door een van zijn ghostwriters want die apostelen hadden het veel te druk om zelf achter de tekstverwerker te kruipen. Hoe dan ook, in Mattheüs 6:3 staat te lezen “…, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet”. Hier is de uitdrukking bedoeld om onderscheid te maken tussen ijdelheid en godsvruchtige motieven. En het goede zit kennelijk achter die handelingen die onzichtbaar zijn. Zo onzichtbaar dat zelfs de linkerhand er niets van weet.

Die gespletenheid zit ook in mij. Soms voel ik me zo volledig man dat ik met verbazing kan kijken naar de naaldhakjes die in mijn slaapkamer getuigen van de Lisa-dag die vooraf ging. Of ik voel me zo vrouwelijk dat ik het niet geloof als ik in de spiegel kijk en toch écht een piemel zie hangen. Twee extremen die de laatste maanden langzaam iets vaker samenvallen in een verwarrend tussengebied.

Gisteren kwam ik toevallig een feitje tegen dat mijn verwarring nog groter maakte. Het feitje van de 2D:4D-verhouding. Nee, dit heeft niets te maken met een bioscoopbeleving waar je een brilletje voor moet dragen. 2D:4D staat voor de verhouding tussen je wijsvinger en je ringvinger. ‘Digitus’ betekent ‘vinger’ in het Latijn en het gaat hier dus over je tweede en je vierde vinger. Er is veel onderzoek gedaan naar deze verhouding. Wat vast staat is dat embryonale blootstelling aan testosteron zorgt voor een langere ringvinger. Ook dat die langere ringvinger een aardige voorspeller is voor iemand zijn sportieve capaciteiten. Vrouwen met langere ringvingers hebben vaker stereotypische mannenberoepen, zijn vaker agressief en vaker verslaafd (twee typisch mannelijke eigenschappen) dan vrouwen met kortere ringvingers. Lesbiennes die zichzelf als mannelijk zien, hebben ook inderdaad vaker een langere ringvinger. En zo kun je wel doorgaan. Een causaal verband is moeilijk vast te stellen, maar de correlatie is er in elk geval wel.

En als ik zo’n feitje lees, dan kan ik niet anders dan naar mijn eigen handen kijken. Dus dat deed ik. Ik strekte mijn linkerhand, draaide de palm naar me toe en keek. Ik keek naar een vrouwenhand. De ringvinger was duidelijk korter dan de wijsvinger. “Aha!”, riep het deel van mijn brein dat graag objectieve bewijzen zoekt voor mijn genderdysforie. Zelfgenoegzaam keek ik toen naar mijn andere hand en tot mijn schrik zag ik een mannenhand. Hier was de ringvinger duidelijk langer dan de wijsvinger en het verschil was nog groter dan links. Een duidelijke mannenhand rechts en een duidelijke vrouwenhand links. Een fysiek bewijs van mijn gender-dualisme, van de gespletenheid zoals ik die ervaar. Voor mij is het spreekwoord ‘de linkerhand weet niet wat de rechterhand doet’, nu voor altijd synoniem met ‘de vrouw in mij weet niet wat de man in mij doet’.

zaterdag 6 juli 2013

Je lijkt wel een vrouw!

Ik vertelde eerder deze week al dat ik vriendin R. bij ha gestaan met de overdracht van haar huis (als Lisa) en het klussen (als Man-ik). Vandaag belde ze me omdat een deel van haar verhuistroepen was afgehaakt en of ik kon komen helpen uitladen. Kon ik met het naar boven sjouwen van kasten, bedden en een wasmachine mijn mannelijkheid helemaal de ruimte geven, zei ze met een knipoog. Hoewel ik duidelijk een andere man aan het worden ben, weet ik nog steeds heel goed hoe ‘male-bonding’ werkt. Het was dus gezellig met D. en G., de andere mannen (of moet ik zeggen: de ‘echte’ mannen) in het gezelschap. Er was niets te zien van Lisa of de androgyne Man-ik, op een klein ‘ach-nee-nou-breekt-mijn-nagel’-incidentje na.

Een mooi moment kwam toen vriendin R. de bestellingen opnam voor de roti die we wilden laten bezorgen. “Met kip, kipfilet of vegetarisch?” De mannen D. en G. namen kipfilet en ik kip (met botjes dus). “Met aardappel of gemalen witte erwten?” De mannen D. en G. gingen voor de aardappel en ik de witte erwten. En op de vraag “Met sambal of zonder?” was ik de enige die “sambal” antwoordde. En toen flapte G. eruit: “Jeetje, je neemt steeds wat anders dan wij! Je lijkt wel een vrouw!” G. wist niet hoe dicht hij bij de waarheid zat. Ik keek naar R. En zij keek naar mij. We keken elkaar recht aan en glimlachten. Heel subtiel. In gedachten hoorde ik ons tegen elkaar zeggen: “Hij moest eens weten!”. Haha, best leuk om een geheimpje te hebben. Fijn ook om dat weer eens zo te ervaren. Blijft nog wel het raadsel waarom G. dit gedrag nu typisch vrouwelijk vindt...

vrijdag 5 juli 2013

Hyperdepiep

Het was overduidelijk spannend. Als vrienden er naar vroegen de afgelopen twee weken, deed ik er vaak nuchter over: ik ga het wel zien. Maar het stress-niveau nam toe in mij, de nachten werden steeds onrustiger. Met als climax de korte, onrustige nacht waarmee de dag van vandaag begon. Gisterenavond had ik een barbecue met ex-collega’s, waar ik me als Man-ik aardig doorheen hyperde. Jeetje wat was ik druk. Natuurlijk kon ik daarna niet inslapen, ik moest eerst mezelf terugvinden. Eindeloos Ruzzle spelen bleek daar niet de beste oplossing voor… :-(

Vanochtend was het dan eindelijk zover. Het grote moment waarvoor ik onbewust de afgelopen twee weken heel wat slaap opofferde: mijn eerste Diagnostische Gesprek bij de VU. Iets later dan gepland vanwege mijn depressie reed ik vanochtend de parkeergarage naast het foeilelijke ziekenhuisgebouw in. Ik zag er goed uit. Okee, een beetje opvallend met mijn rode naaldhakjes, rode panty in hotpants en zomers regenboogshirtje. Opvallend, om niet te zeggen: hyper. Kennelijk hyperde ik vandaag als Lisa door waar Man-ik gisteren gestopt was.

Hyperde ik uit blijdschap over mijn eerste gesprek bij de VU? Nou, in mijn ervaring hyper je vooral als je iets eng vindt. Als je niet jezelf durft te zijn. Was ik dan niet mezelf vanochtend, bij de VU? Tja, voor mij is “mezelf” inmiddels misschien wel het meest onduidelijke begrip dat er is. Dus wie was ik? Ik was een onzekere vrouw die dat graag wilde maskeren met stevigheid en assertiviteit. Zo van: mij maken jullie niks. Ik ben daarin volgens mij nét niet doorgeschoten in arrogantie. Nét niet. Ik weet heel goed wat ik moet doen om aardig gevonden te worden. Mijn hele leven al geoefend. Dus ik was aardig tegen de psycholoog. En hij tegen mij.

Het eerste gesprek was een verkenning. Dus we zapten door mijn leven zodat de psycholoog een eerste indruk kreeg van mijn genderdysforie en de plek die het in mijn leven had en heeft. En ik praatte honderduit. Ik schakelde tussen alle gespreksniveau’s die maar denkbaar zijn in de communicatietheorie. Ik schakelde naar beleving, naar reflectie, naar gevoel, naar ratio, naar inhoud, naar proces, naar mezelf en naar de psycholoog. Ik schakelde wat af. Op alle niveau’s was ik me bewust van wat ik zei, hoe de psycholoog het hoorde en welke interpretatie hij er aan gaf. Om daar vervolgens dan weer op aan te vullen of bij te sturen als ik dacht dat dat nodig was. Met dezelfde kordaatheid waarmee ik op mijn naaldhakjes van de parkeergarage naar de genderpoli van het VU was gestapt, stapte ik nu door het gesprek. Nou ja, beter gezegd: ik hyperde door het gesprek.

Ik wilde indruk maken. Laten zien dat ik al heel wat zelfonderzoek achter de rug heb. Laten zien dat ik behoorlijk goed weet hoe mentale processen verlopen. Laten zien dat ik intelligent, kritisch en onafhankelijk ben in mijn denken. Ja, ja, Lisa. Dat is vast allemaal waar. Maar je komt daar niet voor niks. Je hebt ze nodig. Met al je gehyper stuiter je vol ongeduld naar een antwoord op de vraag: wat moet ik doen met mijn genderdysforie? De Grote Vraag. En hyperdepiep hoera: vandaag is een nieuwe fase aangebroken in de zoektocht naar het antwoord.

woensdag 3 juli 2013

Echo

Leven met twee identiteiten leidt onvermijdelijk tot switchen. Meestal is mijn dag ofwel helemaal voor Lisa ofwel helemaal voor Man-ik. Dan switch ik niet. Dan val ik in slaap als de een en wordt ik wakker als de ander. Soms begin ik de dag als man en switch ik later naar vrouw, wanneer de sociale contexten waar ik me op zo’n dag in begeef het me onmogelijk te maken de hele dag vrouw te zijn (of juist man te blijven). Simpelweg omdat ik niet in al mijn sociale contexten dezelfde identiteit of beide identiteiten heb geopenbaard (dat is een stap die ik me ook moeilijk kan voorstellen, maar dat terzijde). Als ik van man naar vrouw ga, blijft soms de man nog even hangen. Dan ploeter ik me een uurtje lang door het leven als ‘een man in een jurk’, totdat de man in mij zijn aanwezigheid heeft losgelaten en de vrouw in mij voluit aan bod komt. Andersom komt weinig voor, omdat ik het meestal niet zo leuk vind om halverwege de dag mijn vrouwelijke identiteit los te laten. Dus plan ik het meestal zo dat een ‘van-Lisa-naar-Man-ik-dag’ niet voorkomt. Maar dat kon eergisteren niet. Eergisteren was een van die zeldzame dagen die ik als Lisa begon en als Man-ik eindigde. Althans, uiterlijk.

’s Ochtends had ik met vriendin R. afgesproken aanwezig te zijn bij de overdracht van haar nieuwe huis. Ik kwam als Lisa, want direct daarna had ik een Lisa-afspraak bij Transvisie. R. wilde graag met mij overleggen over de klussen die nog gedaan moesten worden in het huis. Tot mijn eigen verbazing voelde het voor mij heel natuurlijk om als vrouw aangesproken te worden op mijn mannelijke ervaring (ik ben denk ik een van de weinige vrouwen die kan metselen, tegels zetten, stukadoren, schilderen en elektra, waterleiding en vloerverwarming aanleggen). Gedurende het overleg bood ik aan na mijn afspraak bij Transvisie terug te komen om een begin te maken met de eerste klussen. Omdat mijn switch naar Man-ik toch in de planning zat vanwege een afspraak die avond, leek het mij handiger om als Man-ik terug te komen. Handig, want dan zou mijn dure pruik niet vies worden. En de hakken die ik die dag aan had waren nou ook niet bepaald Arbo-technisch verantwoorde veiligheidsschoenen. Dus zo geschiedde.

Vriendin R. deed open. Ze had Lisa zien vertrekken en zag nu Man-ik terugkeren. Ik kon me niet herinneren dat iemand anders dan M. deze switch ooit had meegemaakt. R. keek even, knuffelde en ik kwam binnen. Als Man-ik, met een vormeloze klusbroek en stevige schoenen. Maar net zoals de man in mij soms nog echoot als ik naar Lisa switch, echode de vrouw in mij nu in Man-ik. R. zei ook dat ze de neiging had me gewoon met Lisa aan te spreken. En gek genoeg vond ik dat niet eens een rare gedachte. Je bent de identiteit die jouw omgeving je geeft. En zij zag nog steeds een vrouw in mij. Misschien wakkerde dat mijn vrouwelijkheid aan. Of misschien was het toch mijn eigen vrouwelijkheid die als een echo via haar terugkaatste. Hoe dan ook, ik ging me nog vrouwelijker voelen. 

Later op de dag kwamen twee vriendinnen van R. langs. Ze stelden zich aan me voor en toen ik mezelf “Man-ik” hoorde zeggen, voelde het alsof ik loog. Alsof het niet mijn eigen naam was die ik uitsprak, maar een pseudoniem, behorende bij mijn dekmantel. Een slechte dekmantel, want ook nu echode Lisa kennelijk door Man-ik heen.

Die avond had ik een bijeenkomst van deelnemers van de retraite. We komen regelmatig bij elkaar om met meditatie en aanwezigheid in het hier en nu de innerlijke vrede van de retraite op te roepen en te versterken. Als een soort hartslag die periodiek zuurstofrijk bloed moet rondpompen om te voorkomen dat het organisme sterft. Als onderdeel van de oefening in aanwezigheid zoeken we dan om beurten oogcontact met alle andere aanwezigen. Deze avond zei iemand tegen mij: “Je hebt zo’n mooie blik in je ogen. Zo zacht. Zo… vrouwelijk... als ik dat mag zeggen”. Tja. Ik had die dag duidelijk ‘Lisa’ op mijn voorhoofd geschreven staan. De vrouw van die ochtend echode de rest van de dag dwars door die arme Man-ik heen.