woensdag 28 augustus 2013

De pijn van dysforie

Zondag kwam ik op een wolk van vrouwelijke euforie thuis. Als toefje slagroom op de taart zag ik die avond ook M. nog. Voor het eerst sinds ons hernieuwd contact was ik als Lisa bij haar. Ze zag mijn vrouwelijkheid en kon me daarin toelaten. Meer dan ik had verwacht op basis van alles wat ze er tot dan toe over gezegd had. In woorden had ze steeds de optie opengehouden, maar in haar hart was Lisa in haar leven een onmogelijkheid, zo voelde ik het (kennelijk toch onterecht) tussen de regels door. Achteraf zei ze dat ze vond dat Lisa gegroeid was. En dat is ook zo. Het afgelopen half jaar heeft zich – in de schaduw van alle turbulentie – een groeistap voltrokken. Een proces van acceptatie en een proces van rijping. Lisa is ietsje ouder geworden. Zoals ik tijdens het vrouwenweekend zei ben ik nog steeds een meisje. Maar minder vaak die dreinende peuter. En daardoor lijkt er minder strijd tussen Man-ik en Lisa. Lijken die twee kanten van mij dichter bij elkaar te komen. Niet dat de twee uitersten niet meer bestaan, maar de dikke muur die er tussen stond begint scheuren en gaten te vertonen.

Dat betekent niet dat mijn dysforie over is. Mocht ik dat al gedacht hebben, dan hielp de maandag mij daar wel aan herinneren. Ik stond op, moe omdat de euforie van de dag ervoor me te lang uit bed had gehouden. Met een gonzend hoofd en stijve spieren ging ik op de rand van het bed zitten. Ik zuchtte diep en probeerde mijn lijf te voelen om zo mijn aandacht naar het hier en nu en de dag van vandaag te sturen. Maar nog voordat de zucht uitgezucht was, borrelde de brisante golf pijn omhoog. Pijn die aan de binnenkant van mijn borstkas schurend en besluiteloos rond wervelde. Er was een golf levensenergie die bezit wilde nemen van een deel van mijn lichaam, maar tot de schokkende ontdekking kwam dat dat deel totaal ontbrak. Waar waren de borsten? Ik huilde en huilde en huilde. Tot ik uiteindelijk moe en leeg opstond; met een gevoel verminkt te zijn. Ik trok als troost een mooi kanten hempje aan van Lisa en haar zwierige harembroek. De vingers van mijn rechterhand streken over het mooie zwarte kant terwijl ik de slaapkamer uitliep.

Vijf minuten later kwam ik de slaapkamer weer binnen. Ik liep naar de stapel kleding die ik op de dekenkist had liggen en pakte mijn bh. De borstprotheses lagen er nog in. Ik deed mijn hempje uit, mijn borsten om en mijn kanten hempje er weer overheen. Mijn vingers streken opnieuw en volgden tevreden de golving van mijn borsten. Mijn borsten. Mijn borsten die ik zo mis. Ik wil borsten. Ik wil borsten! Ik wil een vrouwenlijf!!

Na het ontbijt en na het douchen kwam ik opnieuw de slaapkamer in. Ik deed de kledingkast open en trok een boxershort aan. Van Man-ik, dus. Gelukkig heeft hij mooie boxers van Björn Borg, in mooie kleuren en met mooie prints en van mooie stofjes. Geen straf om die te dragen. Ik had die dag een afspraak als Man-ik. Geen werkafspraak maar ik zou kennissen ontmoeten waarvan sommigen helemaal niets wisten van het bestaan van Lisa. Dus ik zou als Man-ik gaan. Ik pakte een broek en trok hem aan. Het voelde alsof ik twee afvoerbuizen om mijn benen had gedaan. Een stijve, rechte broek. Gelukkig wel nog met een leuk streepje erin. En toen pakte ik een t-shirt uit de kast. Een rood shirt met ronde hals. Ik pakte het vast en klopte het uit zodat het in één beweging van de opgevouwen staat ging naar een staat waarin ik het kon aantrekken. Verschrikt keek ik naar die saaie, rechte lap stof die ik tussen de duim en wijsvinger van mijn beide handen vasthield alsof het een ouderwetse vieze poepluier was. Vermoedelijk trok ik er ook een vies gezicht bij, want mijn hele lijf vulde zich met een gevoel van walging. “Getver!”, riep ik en ik smeet het shirt terug in de kast. Ik voelde dat ik boos werd. Boos op mijn lichaam. Maar nog bozer op de maatschappij waar er kennelijk regels gelden dat mannen saaie, rechte, vormloze kleding moeten dragen. Ik stapte een kastdeur naar rechts en haalde snel een mooie basic t-shirt van Lisa uit de kast. Donkerpaars, mooi getailleerd, een mooie ruime ronde v-hals en korte strakke mouwtjes. Elegant. Leuk. Dat was wat ik die dag aan wilde trekken. Dus dat was ook wat ik aantrok. Verbaasd door de onverwachte uitbarsting van mijn dysforie, en trots op mijn beslissing me niet aan de conventies te houden, liep ik de kamer uit. Op weg naar mijn afspraak. Die het t-shirt natuurlijk wel zag, maar er niets over zei. Net als mijn lange (heel lange) nagels. En mijn geëpileerde wenkbrauwen en weet ik wat nog meer. Maar als dat de manier is om de pijn van mijn dysforie te verminderen, dan moet dat maar.

zondag 25 augustus 2013

Vrouwen onder elkaar

Ik keek de kring rond. Allemaal vrouwen. Qua biologie dekten ze een heel breed spectrum af; het was duidelijk te zien hoe verschillend de testosteronniveau’s bij deze vrouwen was. Sommigen waren fysiek gezien zo mannelijk dat ik me kon voorstellen dat andere deelnemers misschien van hén dachten dat ze vrouwen in een mannenlichaam waren. Maar het viel me ook op dat hun plek op de as van fysieke mannelijkheid en vrouwelijkheid niets zei over hun energie en hun conditionering. Sommigen andere vrouwen hadden een mannelijker energie, die misschien in een gemengde groep niet zo zou opvallen als nu, maar tussen al deze variaties vrouw toch duidelijk aan het einde van het spectrum zat. Anderen voelden wel vrouwelijk aan, maar hadden toch meer mannelijk gedrag. Wat een wonderlijke diversiteit! Er was geen enkele lijn in te ontdekken. Behalve deze dan: ik hoorde hier thuis. Ik ben net zo goed een vrouw als al deze vrouwen. Wat ik tekort kom in mijn biologie, is ruimschoots gecompenseerd door mijn sterke vrouwenenergie. En hoewel mijn mannelijke conditionering me soms nog verrast, denk en doe ik heel veel als een vrouw.

Ik dacht terug aan alles wat besproken is de afgelopen dagen. Ik merkte dat ik het met geen mogelijkheid samen kon vatten of van een conclusie kon voorzien. Ondanks alle woorden die dit weekend waren gebruikt, was het vooral een uitwisseling geweest op het niveau van het onzegbare. Een intense, gevoelige en subtiele intelligentie liet ons van elkaar leren. Simpelweg omdat we samen waren in kwetsbaarheid. Ik voelde me meer vrouw dan ooit daarvoor. Ik voelde mezelf thuis, zag mezelf gespiegeld in de andere vrouwen. Ik voelde de diepe intense pijn dat ik nooit een kind zal baren. En voelde dat ik desondanks een moeder was. De moeder van S. En misschien ook wel de moeder van het gekwetste meisje in mij.

Ik keek nogmaals de kring rond. Met bibberende stem nam ik het woord: “ik wil graag zeggen dat ik ontzettend blij ben hier met jullie te zijn. Mijn vrouwelijke identiteit heeft in dit leven nog niet zoveel gelegenheid gekregen om te leren, om te doen en om te ervaren. Ik voel me dit weekend het kleine meisje dat haar grote zussen afluistert terwijl die met elkaar praten over hun ervaringen met het leven. Ik ben jullie dankbaar dat ik hier mocht zijn”. Mijn stem bibberde tot aan het eind. Ik formuleerde het allemaal mooi, maar van binnen kolkten de emoties door mijn lijf. Mijn hart bonkte niet alleen in mijn keel, maar in mijn hele lijf. Mijn emoties waren, in de intense gevoeligheid die tijdens het weekend was ontstaan, voor iedereen heel voelbaar. Ik was niet de enige die vochtige ogen kreeg.

En nu, eenmaal thuis, dringt zich toch de behoefte op een conclusie te trekken. Dus vooruit maar: ik ben een vrouw. Iedere man is ook een beetje vrouw en andersom; we hebben allemaal die twee kanten. Maar ik weet zeker dat ik meer vrouw dan man ben. En mijn zoektocht gaat over hoe ik die vrouwelijke kern – die niet overeenstemt met mijn biologie – tóch in de wereld zet.



zaterdag 24 augustus 2013

It's you!

“You are beautiful”, zei T. terwijl we op het pad tussen de groepsruimte en de slaapkamers op elkaar af kwamen lopen. “Thank you”, zei ik en ik voelde het compliment zachtjes in een kussen van verlegenheid landen. Gisteren schrok ik nog toen ik haar zag. Geen seconde had ik me afgevraagd of zij hier ook zou zijn. Deze mooie vrouw uit India bij wie ik tijdens de retraite in mei op een diep zielsniveau herkenning en veiligheid voelde. De vrouw met wie ik tijdens de dansavond, al rondzwierend samen in trance raakte. De vrouw die ik die avond zoende. Lang en lekker. En gisteren, toen ik in allerijl probeerde de vrouw in mij te laten ontspannen, kwam zij de groepsruimte binnen lopen en wekte de verlangende man in mij. En nu stond ze voor me. We keken elkaar aan en er was verwarring bij haar. De klik op zielsniveau was weer tot stand gebracht, maar op mentaal niveau was er nog geen enkele rupee, laat staan een kwartje, gevallen. Toen ik vroeg “do you recognize me?”, keek ze me glazig aan. Drie seconden duurde het nog, voordat haar oogleden zich spreidden en haar mooie bruine ogen er bijna uitvielen van verbazing: “It’s you!!”. Ja, T., ik ben het.

Er waren meer deelnemers die ik kende van de retraite in mei. En natuurlijk de mensen van Venwoude, die ik al jaren kende van alle trainingen die ik er gedaan heb. Als Man-ik, welteverstaan. Ik had me voorgenomen me niet aan hen op te dringen. Ik voelde geen schaamte, soms zelfs een beetje trots, dat ik hier nu als vrouw was. Maar ik wist dat transgender-zijn inhoudt dat je mensen uit evenwicht brengt. Omdat je over de lijntjes bent gestapt waarmee ooit rücksichtslos de gemiddelde man en gemiddelde vrouw in een hokje zijn afgekaderd. Dus ik koos de rustige benadering. Ik ging ze niet uit de weg, liet me zien, sprak met ze. Maar stormde niet op ze af. Sommigen kregen vrij snel een spoortje herkenning (“Ken ik jou? Als man? Ja, toch? Toch? Ja, ik ken jou! Ja!”), maar anderen moesten wat op weg geholpen worden. Soms via het roddelcircuit (“het is dat zij het zei, maar ik had het niet gezien”). Maar aangemoedigd door mijn ervaring met T. durfde ik ze vandaag ook zelf met de waarheid te confronteren. In mijn hoofd hield ik een soort ranglijst bij van wie het ‘t snelst doorhad. Het werd zowaar nog een leuk spelletje. En zo, met kleine stapjes, verdween mijn kramp en kwam er ruimte. Ruimte om mezelf te laten zien, ruimte om mijn gevoelens te delen met anderen en ruimte om hier helemaal te zijn. Als vrouw. Tussen andere vrouwen.

De laatste restjes opgebouwde spanning van mijn kramp kwamen er aan het eind van de middag uit tijdens een prachtig sjamanistisch Inca ritueel (despacho) om onze vrouwen-energie weer in evenwicht te krijgen. Alle gebeurtenissen in ons leven die onze vrouwelijke energie verstoord hadden, konden we aan de goden aanbieden om te zuiveren. Letterlijk genomen vond ik het nogal een raar verhaal, maar ik heb nu eenmaal moeite met elk godsconcept. Qua metafoor was het echter een prachtige manier om onze energie in beweging te krijgen. Ik genoot van het ritueel, waarbij wij al het naars dat ons als vrouw was overkomen in een setje cocablaadjes (de kintu) mochten blazen en de paqo (we bleken zowaar een opgeleide sjamaan in ons midden te hebben) het proces begeleidde en de bundel met offers voorbereidde waarin onze kintu’s verzameld zouden worden. Elk offer had zijn eigen speciale (soms ontroerende, soms ronduit grappige) betekenis, maar ze waren allemaal bedoeld om onze dankbaarheid te tonen. Dankbaarheid die je, als je de criticus in je hoofd even op pauze zet, letterlijk in je lijf kunt voelen. Heel magisch en heel vervullend. Na een tijdje van alles in mijn kintu geblazen te hebben drong het tot me door wat het grootste trauma van mijn vrouwenenergie is geweest gedurende mijn leven: mijn geboorte in een mannenlichaam. En toen ik hiervoor in mijn kintu blies welde een golf van verdriet in mij op. De tranen maakten ruimte voor een warme, geruststellende energie die mijn hele buik vulde. Ik kon me niet herinneren ooit eerder zoveel troost gevoeld te hebben. Mijn kintu ging in de bundel, de bundel ging dicht en zou later door onze groepssjamaan verbrand worden. Stiekem hoop ik dat de goden, als ze ons postpakketje ontvangen, in mijn kintu over de vergissing rondom mijn lichaam zullen lezen. En dat ze dan, na een paar seconden glazig te hebben gekeken, zullen zeggen: “Oh, Lisa, it’s you!!”.
 

Kramp

Na een korte onrustige nacht werd ik wakker. Kramp. Nog steeds. Geen op hol geslagen kuitspier maar een tot stilstand gekomen flow van binnen. Als een permanent ingehouden adem, het stress systeem in fight-flight-freeze-modus. "Shit, het is dus nog niet over". Kramp, net als gisteren, bij mijn aankomst op Venwoude voor het Vrouwenweekend; een ontmoeting met veertig andere vrouwen om ervaringen te delen over vrouw-zijn, vrouwelijke energie en vrouwelijke spiritualiteit.

Op mijn weg ernaartoe merkte ik dat mijn angst mijn gedrag ging beheersen. Heel geleidelijk ging ik langzamer rijden, alsof ik liever niet wilde aankomen. Hoe dichterbij ik kwam, hoe meer ik mijn in een leuk hakje gestoken voet van het gaspedaal optilde. Toen ik eenmaal het terrein op stuurde, reed ik nog amper stapvoets. Op deze plek waar alles draait om bewustzijn, transparantie en helderheid stapte ik uit mijn auto; mijn gezicht verbergend achter make-up en een pruik en onder mijn kleren protheses om lichaamsdelen te suggereren die er niet zijn. Het voelde als vloeken in de kerk. Maar ik wist ook dat het goed was. Het is nu eenmaal een rare paradox dat je soms dingen moet verbergen om een essentie te laten zien. Als het tegenlicht je belet een mooie portretfoto te maken, sluit je immers ook de gordijnen.
 
Maar als je ergens een deken over legt om het aan het oog te onttrekken dan valt ineens de deken zo ontzettend op, zelfs als het een mantel der liefde is. Dus ik voelde, in mijn poging er zo goed mogelijk als vrouw uit te zien, vooral de aanwezigheid van mijn mannelijkheid en wist zeker dat iedereen dat ook zou zien. In mijn hoofd had ik alle andere vrouwen oordelen en afwijzingen in de mond gelegd. Ik voelde me een bedriegster, een nep-vrouw, een belediging aan de schoonheid en de puurheid van de goddelijke vrouwelijkheid waar we dit weekend verbinding mee zouden maken. Mijn hele systeem schoot in een kramp. Ik wilde niemand tegen het hoofd stoten met mijn affronte aanwezigheid, en deed daarom mijn best niet teveel op te vallen, liever nog loste ik op tegen de achtergrond van de prachtige zonovergoten bossen op het terrein van het instituut waar we verbleven. En tegelijk wilde ik gezien worden. Als Lisa. Als vrouw. Ik wilde contact en erkenning voor wie ik ben. Die pijnlijke spagaat zorgde dat ik vastzat. Er stroomde geen leven, geen energie door mij. Ik zat vast in blinde paniek.

vrijdag 23 augustus 2013

Voorproefje

Mijn tas is gepakt. Met kleding voor vijf dagen, omdat ik een weekendje weg ga. Als het op vrouwenkleding aankomt kan ik om een of andere reden – hoe archetypisch – niet kiezen. Dus beter maar teveel mee dan te weinig. Vanmiddag ga ik naar Venwoude, de plek waar ik de afgelopen acht jaar het nodige werk heb verzet om dichterbij zelfrealisatie te komen. Ik heb gevochten tegen mijn innerlijke demonen, ik heb ze omarmd, ik heb emoties toegelaten en emoties ontladen, ik heb naar mijn verleden gekeken en naar mijn toekomst. Allemaal om meer te kunnen leven vanuit liefde, overvloed en passie in plaats van angst, ploeteren en beperking. Het zal je niet verbazen dat ergens in dat proces Lisa opstond en opnieuw ruimte claimde. En die keer was ik er eindelijk aan toe om dat toe te laten. Als ik heel eerlijk ben is sindsdien mijn leven geen aaneenschakeling van liefde, overvloed en passie. Er is juist heel veel angst, ploeteren en beperking gekomen. Het besluit de vrouw in me toe te laten was geen besluit uit luxe. Het was een besluit om het noodzakelijke mogelijk te maken: dat ik door mijn angst, door mijn geploeter en door mijn zelfopgelegde beperkingen heen breek. Hierin heb ik de afgelopen jaren flinke stappen gemaakt. Dit weekend ligt er een nieuwe stap in het verschiet.

Dit weekend is er een vrouwenweekend op Venwoude. Georganiseerd door Meike Schütt, de vrouw van Isaac Shapiro. Tijdens de retraite in mei heb ik met haar een voor mij grensverleggend gesprek gehad over mijn genderdysforie. Dus toen ze aankondigde een weekend exclusief voor vrouwen te organiseren, aarzelde ik geen moment en heb me aangemeld. Dat is alweer drie maanden geleden. Maar nu het moment daar is, vind ik het eng. Doodeng. Een weekend lang met vrouwen een spirituele uitwisseling in vrouwenenergie aangaan. Hoewel mijn angst voor afwijzing als vrouw wel wat geslonken is in de afgelopen jaren, is die nog lang niet weg. Dat kan ik nu tot in alle uithoeken van mijn lijf voelen. Mijn hoofd zegt: vorig jaar bezocht je tempels op Bali als vrouw. Daar werd je ook niet afgewezen. Daar werd je toegelaten, omarmd zelfs. Dus het zal nu ook wel goed komen. Maar toch… Op Venwoude lopen veel mensen die mij als Man-ik kennen. Mensen met wie ik als Man-ik tijdens eerdere trainingen heel intens en liefdevol contact heb gehad. En om die nu als Lisa tegemoet te treden – sommigen weten niet eens van haar bestaan – is toch wel spannend.

Gelukkig kreeg ik vanochtend een voorproefje. Om alvast te wennen. Vanochtend hoorde ik in het trappenhuis de onderbuurman praten met de buurvrouw daaronder. Op weg naar mijn afspraak bij de VU moest ik er natuurlijk langs. En hoe onwaarschijnlijk het ook is, ik was hen beiden nog niet eerder tegengekomen als Lisa. Al ruim twee jaar wandel ik met enige regelmaat als vrouw door het trappenhuis en ik was ze nog niet eerder tegengekomen. Monter liep ik de trap af. Toen ik bij hen was, keek ik ze aan en zei “Goeiemorgen”. Alsof er niks uit te leggen viel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik kon aan hun ogen zien dat ze niet verrast waren. Ze hadden me natuurlijk al lang een keer vanachter hun raam over straat zien lopen. Of ze hadden me zien instappen in Man-ik’s auto. Het was heel gewoon dat ik zo af en toe als vrouw door hun leven wandelde. 
 
Er was geen twijfel of ze me herkenden. De buurman sprak me als Man-ik aan om iets te vragen. Zonder gêne, het spel niet meespelend. Niet geïnteresseerd in hoe mijn meisjesnaam is, volkomen in beslag genomen door een vermist postpakketje dat bij de buren afgegeven had moeten zijn maar het niet was. Het was prima. Ik ben ook Man-ik. Ook als ik een rokje draag. Er is geen spel om mee te spelen. Dit is wie ik ben. Een man en een vrouw tegelijk. Een mens die het lef heeft om dit te erkennen en op onderzoek uit te gaan. Een onderzoek dat komend weekend weer een nieuwe, spannende, impuls krijgt.

woensdag 21 augustus 2013

Blijmoedig?

Mijn zoektocht is sinds een paar maanden totaal veranderd. In plaats van het gevoel te hebben een keuze te willen (moeten?) maken tussen man of vrouw, probeer ik nu een leven vorm te geven waarin ruimte is voor zowel Lisa als Man-ik. Die beslissing heeft me rust en ruimte gegeven. Maar om nou te zeggen dat ik nu elke dag blijmoedig door het leven stap… Soms voel ik me blij, soms voel ik me moedig en heel soms voel ik me blijmoedig. Maar soms voel ik dat allemaal niet. Zoals afgelopen zondagavond…

Het hele weekend had ik een sterke vrouwelijke energie gevoeld en als S. er niet was geweest was het zeker een Lisa-weekend geworden. Hoewel mijn lijf vrouwelijker bewoog dan gemiddeld, was er niet veel van Lisa te zien. Ik onderdrukte haar omdat ik dat min of meer met S. had afgesproken. Hij wilde haar niet zien. En dat hoefde niet, had ik gezegd, maar het wegdrukken van mijn verlangen was daarmee niet makkelijker geworden dan voor mijn coming-out naar hem. Misschien wel moeilijker. Dus toen ik S. naar huis had gebracht en terug naar huis reed, voelde ik me opgelucht. Ik voelde me weer vrij om te laten gebeuren wat er gebeurde. Om mijn energie, ongeacht geslacht, de vrije loop te laten. Om vrouw te zijn als ik dat wilde.

Maar toen ik thuis kwam gebeurde er niets. Ik was moe, het was al laat. Ik ging op de bank zitten en keek tv. Gewoon een vermoeide Man-ik, even cocoonen op de bank. Maar in mijn coconnetje broeide het. Ik zat niet lekker. Nog nooit was me opgevallen dat deze bank zo ongemakkelijk zat. Dus ik schuifelde wat naar een nieuwe positie. Maar dat maakte niks uit. En na een paar minuten geschuif, drong het tot me door dat het ongemak niet in de bank zat, maar in mij. En pas toen ik dat zag, voelde ik de eenzaamheid. De kilte en het verdriet. In mij. In de reflectie van het raam zag ik het vermoeide hoofd van Man-ik. Hij droeg een Lisa-shirt, dat nog wel. Maar verder was het Man-ik. Ik keek naar het mannen-decolleté dat door de vrouwelijke lijn van de V-hals van het shirt nog wel enige glans kreeg, maar toch niet compleet was. Ik miste mijn borsten. Ik stond op, liep naar de slaapkamer, koos een mooie bh uit en deed mijn borsten aan. Ze voelden eventjes koud aan, maar al snel warmde mijn lichaam ze op. Ik ging op de bank zitten, trok mijn benen schrijlings naast me op de zitting en legde mijn hand op mijn borst. Mijn hand kneep en ontspande weer meteen. Mijn hand. Op mijn borst. Mijn borst die niet echt is. Maar wel echt had moeten zijn. De eerste traan slikte ik nog in met een hikje. Maar daarna druppelde mijn verdriet over mijn gezicht.

Dit is mijn leven met genderdysforie. Soms is er blijmoedigheid over de rijkdom van twee werelden, verenigd in mij. En soms is er pijn van het compromis. In een onderhandeling kan één partij de winnaar zijn en de andere de verliezer: win-lose. In een harmonieuze onderhandeling worden de belangen van beide partijen evenwichtig behartigd. Dan is er een win-win situatie. Maar soms leidt het compromis tot het schrijnende lot van een lose-lose. De onderhandeling tussen Lisa en Man-ik is nog gaande. De conclusie over de verdeling, de samenwerking en de verbintenis is nog niet getrokken. Maar op momenten zoals deze, mijn hand koesterend op mijn borst en de tranen in mijn ogen, komt de angst voor een lose-lose compromis op. En dan hoop ik, dan bid ik, dan smeek ik om een goede uitkomst. Opdat mijn leven met genderdysforie een blijmoedig leven mag zijn…

foto bron: http://adambeeldenva1900.blogspot.nl


zondag 18 augustus 2013

Travestieten

We liepen langs de tenten, op weg naar de voorstelling. Het was inmiddels een traditie geworden dat S. en ik naar De Parade gingen. Dus ook dit jaar liepen we over het totaal platgetreden en verdorde gras van het Martin Luther King park in Amsterdam. En tussen een Aziatisch wok-kraampje en een groot terras stond zij. In een theatrale jurk met iets te grote pruik, zware make-up en iets te grote biceps stond daar een spreekstalmeesteres de bezoekers te verleiden om naar haar voorstelling te komen kijken. Maar door de microfoon met versterker was het al van verre te horen: dit was een man.

Mannen in vrouwenkleding kennen in het theater een lange geschiedenis. Tot in de 17e eeuw (en in sommige landen zelfs tot in de 19e eeuw) werden in de Westerse theatercultuur vrouwenrollen altijd door mannen gespeeld, omdat het onkies was voor vrouwen om zich op het toneel te begeven. Maar ook daarna werden vrouwenrollen door mannen gespeeld, als theatrale vorm, waarbij een extra effect bereikt werd dat met échte vrouwen nooit bereikt kon worden. Zo kent het klassieke Britse theater de pantomime dame. Laten we zeggen een Dame Edna avant-la-lettre. Om over de castrati maar te zwijgen. Tot op de dag van vandaag zien we mannen in vrouwenrollen in het theater en op tv. En vrijwel zonder uitzondering is het komisch bedoeld.

Maar S. die de spreekstalmeesteres op De Parade bekeek, wist niets van al die theatrale tradities. Hij hoorde een man en zag een vrouw. Maar twijfelde toch: “Dat is toch een man?”, vroeg hij aan mij. “Ja”, zei ik. Hij keek nog eens goed en ik voelde zijn ongemak. Ik wist dat hij het idee dat zijn vader soms vrouw is het liefst zo abstract mogelijk wilde laten, maar ik kon me niet voorstellen dat hem dat nu nog lukte. Hij haalde adem, hield die in en zei niets meer. Ik haalde adem om er iets over te zeggen, hield die in omdat ik niet goed durfde en zei ook niets meer.

’s Avonds keken we nog een film op tv: Disaster Movie. Een absurdistische film met puberale humor; bij uitstek geschikt voor mijn opgroeiende S. Hij heeft smakelijk zitten lachen. Ik heb in die film wel drie keer de platgetreden grap gezien waarin een mannelijk personage de schrik van zijn leven krijgt omdat de aantrekkelijke vrouw waar hij een oogje op heeft laten vallen in een volgend shot ineens een lelijk behaarde man in een jurk blijkt te zijn. Ongemak waar iedereen zich iets bij kan voorstellen, dus succes verzekerd.

Ik vond zoveel karikaturale travestieten op één dag wel een beetje veel voor S. voor wie de dichotome wereld van mannen en vrouwen pas onlangs ter discussie is geraakt. Ik wilde voorkomen dat hij dacht dat zijn vader er ook zo belachelijk uitzag als vrouw. Dus bij ons avondritueel, samen op mijn bed liggend kletsen (hij heeft een eenpersoons hoogslaper; niet zo handig), bracht ik die travestieten ter sprake. Ik vertelde hem dat die mannen het er expres een beetje raar uit laten zien, zodat het grappig wordt. En dat dit niks te maken heeft met het gevoel een vrouw te willen zijn. En dat veel mensen dat verschil helaas niet weten. “Als vrouw zie ik er heel normaal uit, niet zo overdreven als wat je vandaag allemaal zag”, probeerde ik hem gerust te stellen. Hij haalde adem, hield die in en zei niets meer…


vrijdag 16 augustus 2013

Veroveren

Dit blog is mijn dagboek. Als ik iets kwijt wil, iets wil ophelderen of iets wil doordenken dan schrijf ik een stukje op mijn blog, in een alles of niets benadering. Ik probeer onverbiddelijk eerlijk te zijn naar mezelf en alles te schrijven zoals ik het op dat moment voel of denk. Tijdens het schrijven duw ik daarom de wetenschap dat mijn beste vrienden, tientallen kennissen en volslagen onbekenden meelezen maar zoveel mogelijk naar de achtergrond. Meestal gaat dat vrij aardig. Maar nu lukt dat niet. Al meer dan een week wil ik schrijven over M. maar het besef dat ze meeleest remt me om dat hier op het blog te doen. Naast mijn toetsenbord ligt nu een schrijfblok met woorden gewijd aan M. en ons hernieuwde contact. Een soort schaduwdagboek. Om de gedachten te laten rijpen voordat ik ze uitspreek. En om de primaire emoties die er in mij zijn ons breekbare contact niet te laten verstoren.

Als excuus kwam de smoes in me op dat dit blog over mijn genderzoektocht gaat en niet over mijn relatie met M. Maar dat is onzin. Die relatie hoort er gewoon bij. In het verleden heb ik me daar ook nooit door laten tegenhouden. Dit blog gaat over de zoektocht naar mijn genderidentiteit. En die zoektocht is een identiteitsvraagstuk. Een poging te ontdekken wie ik ben, hoe ik in de wereld wil staan en hoe ik me tot anderen wil verhouden. Het is een genderidentiteitsvraagstuk omdat mijn geslacht en hoe ik daar uiting aan wil geven een zeer grote, centrale plek inneemt. Maar vanuit die centrale plek lopen relaties naar alle andere aspecten van identiteit. Ik durf best de hypothese te poneren dat de transgenders die na hun transitie nog steeds ongelukkig zijn zich tijdens hun proces alleen op hun gender hebben geconcentreerd en aan alle andere identiteitsvraagstukken geen aandacht hebben besteed. Dit blog gaat over mijn gender. Maar ook over mijn vaderschap. En ook over mijn gemiste moederliefde. En dus ook over mijn relatie met M.

M. en ik hebben elkaar de afgelopen twee weken al drie keer gezien. Dat is iets heel anders dan waar we sinds ons hernieuwde contact op koersten. “Af en toe een date, als friends-with-benefits, en dan zien we wel”, zoals M. het verwoordde. “In de buurt blijven om het moment niet te missen waarop we met elkaar verder kunnen”, was mijn tekst. Hoewel de verschillende uitgangspunten dus vanaf het begin al duidelijk waren, zijn we inmiddels weer dichter naar elkaar gegroeid. Ook al houdt M. flink de voet op de rem uit angst om weer in ‘het gedoe’ van onze relatie te komen. En eerlijk is eerlijk, ik ben ook alert. Ik wil ook geen herhaling van zetten. Mijn voet zweeft boven de rem. Maar ik rem niet. Ik verlang naar een relatie met M. en tegelijk lijkt het me heel onverstandig om te doen. Ik ben zo verliefd op haar dat het alle logica en ratio overstijgt. Zelfs nu nog, na alles wat we hebben meegemaakt.

Ik zie mezelf op vakantie met S. een souvenirtje kopen voor haar. Ik zie mezelf lieve berichtjes sturen. “Je moet me wel opnieuw veroveren”, zei ze een tijdje geleden. Dat ben ik aan het doen. Geloof ik. Hoewel ik dat een rare voorwaarde vond. Want hoe kan je iemand verleiden die alles, werkelijk alles, van je weet. Welk tipje moet ik verleidelijk optillen als de hele sluier al lang verdwenen is? En hoe kan je iemand veroveren die een voet op de rem heeft? En toch gebeurt het. Ik laat me leiden door de liefde die ik voel en het verlangen naar nabijheid. Ik ben haar niet aan het veroveren. Ik ben van haar aan het houden. Langzaam zie ik haar remmende voet ontspannen.

Ik snap het wel dat M. opnieuw veroverd wil worden. Ik snap het maar al te goed. Een vrouw wil zich in overgave kunnen storten, wil verleid worden, wil begeerd worden. De man in mij denkt nuchter en schrijft over een sluier die allang verdwenen is. De vrouw in mij begrijpt het verlangen helemaal en vraagt zich deemoedig af wanneer zíj zich in overgave mag storten, wanneer zíj verleid en begeerd wordt...

maandag 12 augustus 2013

Bedankt Laura

Daar stond ik, voor de spiegel. De randen waren wat aangeslagen van het douchen, maar ik kon goed zien hoe ik mezelf afdroogde. Ik zag de handdoek over een lijf heen en weer gaan. Mijn lijf. De tenen waren nog rood van het dansen en de benen weer glad van de scheerbeurt van zojuist. Dit lijf dat een man kan zijn, maar ook een vrouw. Dit lijf dat beiden in zich verenigt. Zelfs in zijn naaktheid. Ik had besloten deze naaktheid te gaan verhullen achter make-up, borsten, een pruik en vrouwenkleding. Vandaag zou een Lisa-dag worden. Het was tenslotte al zo lang geleden door de drie weken vakantie met S. en het zou, gezien de agenda, nog minimaal een week duren voor de eerstvolgende gelegenheid zich zou aandienen. Maar ik voelde me niet vrouwelijk. Ook niet mannelijk, trouwens. Ik voelde me gewoon gewoon. Een soort ongedefinieerde gender. Maar wel eentje die zich afvroeg of het niet veel comfortabeler zou zijn om geen pruik te dragen vandaag. Vooruit maar, een Lisa-dag. Er is nog zo veel te leren, te onderzoeken en te ervaren. Ook nu nog. Juist nu nog.

Laag voor laag verdween mijn gezicht achter de make-up en langzaam verscheen mijn gezicht. Mijn kale gezicht verdween en mijn opgemaakte gezicht verscheen. Ik ben ze allebei, stelde ik vast. Ik keek in de spiegel en zag Lisa. Maar ik zag ook duidelijk Man-ik. Of nee, het was niet Man-ik. Het was ik; de persoon die de vrouw en de man in mij overstijgt.

Lisa was niet supervrouwelijk vandaag. Maar ze voelde wel stevig. Met een rotsvast fundament: dit ben ik. Er hoeft niets anders te zijn dan het is. Vandaag zie ik er zo uit. Vandaag ga ik met alles wat ik heb over straat. Wat er niet is, ga ik niet veinzen. Wat er wel is, laat ik zien. En zo fietste ik naar Transvisie, voor mijn laatste gesprek met Laura. Okee, eerlijk is eerlijk, ik veinsde af en toe een beetje. Wanneer ik merkte dat mijn motoriek wat al te mannelijk was, ging ik er een beetje op letten. Maar niet meer dan een beetje. Ik voelde me geen statement. Ik hoefde niks te bewijzen. Ik voelde geen schaamte. Dit ben ik en het is oké als jullie daar raar over denken. Maar het is zoals het is.

In deze stevigheid verliep ook het gesprek met Laura. We maakten de balans op van het ruime jaar dat zij mij heeft bijgestaan op mijn pad. Laura sprak haar bewondering uit over mijn vermogen kritisch en eerlijk te zijn en focus te houden op de juiste kernvraag: “Hoe word ik gelukkig?”. Sommige transgenders focussen zich teveel op de transitie: “Hoe los ik mijn genderdysforie op?”. En dat terwijl er ook interventies denkbaar zijn die minder verstrekkend zijn en je toch helpen een gelukkig leven te leiden mét genderdysforie. Ik kon het niet minder met haar eens zijn.

Dit was ons laatste gesprek. Niet dat we geen zinvolle gesprekken meer zouden kunnen voeren, maar het voelde alsof het klaar was. En toch, toen we afscheid namen merkte ik een impuls om het contact niet los te laten. Als iets waardevol is, voelt loslaten heel tegennatuurlijk. Toch is het soms nodig om verder te komen. Voor het eerst gaf ik Laura bij het vertrek niet alleen een hand, maar ook drie zoenen. Dankjewel Laura voor alle steun, uitdaging, tegengas en erkenning die ik van je kreeg!

Mijn pad, mijn hoop, is gelukkig te leven mét mijn genderdysforie. Eerst heb ik de moeilijke hobbel genomen écht te accepteren dat ik liever een vrouw was geweest. Nu lijkt het erop dat ik toe ben aan het accepteren dat dat nu eenmaal niet zo is.

zondag 11 augustus 2013

Waar gaan we heen?

Als je uitgaat om te dansen, dan trek je je mooiste schoenen aan. Als je uitgaat om op een blote-voeten-feest te dansen dan trek je je mooiste blote voeten aan. Dus daar stond ik in een hippe zomerse witte broek, een strak gesneden shirt met diepe v-hals, een vuurrode hanger om mijn nek, matchend bij de prachtig rood gelakte teennagels. De lak was van Lisa. Maar de tenen niet. Het waren Man-ik’s tenen. Met lak, zonder verdere betekenis of lading. Gewoon omdat het mooi was. Mooi voor deze bijzondere avond.

Dansen. Hoeveel jaar geleden was dat niet? Met de gierende genderonzekerheid en bijbehorende bipolaire motoriek van de afgelopen drie jaar, was dansen een ontoegankelijk terrein geweest. Maar nu stond ik er: midden op de dansvloer van een van de chillste clubs van Amsterdam. Ik stond er en keek rond. Mijn zoektocht is niet ten einde is, mijn genderexpressie nog steeds niet duidelijk. Maar in de nieuwe stevigheid die ik had gevonden, leek dansen ineens weer een mogelijkheid te zijn.

Op de ethnic beats van DJ Iradi bewoog ik voorzichtig mijn benen. Mijn bovenlijf protesteerde tegen de zelfopgelegde evenwichtsverstoring. Ho, waar gaan we heen? Mijn benen gingen door en mijn bovenlijf had geen andere keus dan mee te bewegen. Ik voelde mijn armen in beweging komen, niet uit verzet of in een poging het evenwicht te bewaren, maar met de intentie een mooie zwaai te maken. En zo kwam met een korte hort en een stoot mijn lichaam in beweging. Ik danste. Ik danste! Zonder na te denken wie ik was en hoe ik moest bewegen, bewoog ik. Met de muziek als warme branding met golven waarop ik me kon laten meevoeren. Ik bewoog heen en weer over de vloer, mijn benen gingen heen en weer, mijn heupen, mijn armen, mijn hoofd, mijn borst. Alles bewoog. En toen uiteindelijk ook mijn lachspieren in beweging kwamen, vulde mijn gezicht zich met een brede grijns en mijn hart zich met geluk. Ik danste weer! Ik ben opgestaan uit de verstikkende onzekerheid over mijn lichaam.

Ik was hier, midden op de dansvloer, helemaal mezelf aan het zijn. Zonder te weten wie dat ook mocht wezen. Een mezelf met rode lak op zijn tenen en leuke hippe mannenkleding om zijn lijf (de vorige avond nog snel met de hand uitgewassen, omdat het grootste deel van Man-ik’s kledingkast niet voldoet aan de ‘nieuwe kleding normen’ die zich aan het uitkristalliseren zijn en ik bij gebrek aan geld daarom maar heel vaak hetzelfde t-shirt draag). Het voelde alsof ik deze avond niet alleen 1000 kilocalorieën, maar ook een paar donkere demonen aan het verbranden was.

vrijdag 9 augustus 2013

Jij hoort bij mij

Vandaag is zonder twijfel een Lisa-dag. Een dag waarop ik me heel sterk vrouw voel en heel blij wordt van de gedachte aan mooi opmaken, leuke kleding aan en dan lekker de wijde wereld in. En toch doe ik dat vandaag niet. Vandaag is S. nog bij me; ik breng hem vanmiddag naar zijn moeder; vanavond zie ik M. En beiden willen Lisa nog even niet zien. S. heeft dat twee dagen geleden gezegd en van M. hoor ik het tussen de regels door. En dus heb ik een Lisa-dag zonder Lisa. Maar er is iets raars aan de hand: er is vandaag een sterk verlangen een vrouw te zijn terwijl er desondanks geen dysforie is; geen onbehagen bij het feit dat het niet zo is.

Toen ik vanochtend onder de douche stond scheerde ik mijn hele lijf (ja, vrouw of geen vrouw, die haren zijn Lelijk!). Ik keek naar mijn lijf en zag een mannenlijf. Een duidelijk mannelijk torso en natuurlijk een piemel en dat tamelijk onsmakelijk vormgegeven scrotum. En ik voelde dankbaarheid. In de intense vrouwelijke energie die in mij de boventoon voerde, voelde ik dankbaarheid naar dit mannenlichaam. Dankbaar dat het zich zo goed laat inzetten als vrouwenlijf (douze points voor mijn taille!). Voor het eerst zag ik mijn vrouwenlichaam ín mijn mannenlichaam. Het schemerde er niet doorheen, nee, het was er onderdeel van. Een twee-eenheid zoals ik die nooit eerder had gevoeld. De golf van geluk die in mij opkwam duwde mijn tranen naar buiten.

Toen ik me aankleedde trok ik een Lisa-shirt aan, een basic vrouwenshirt. Opgeteld bij mijn vrouwenenergie maakte het mijn Man-ik verschijning in één klap androgyn. Even later liep ik met mijn schoudertas en een boodschappentas over straat. Ik voelde de vrouw in mij mijn motoriek beïnvloeden. Ik liet het gebeuren. Zonder het weg te moffelen maar ook zonder het aan te zetten. Toen ik de bakkerswinkel inliep kreeg het meisje achter de toonbank een haast iconische blik van herkenning. Ineens zag ze welke man er schuil ging achter die transvrouw die ze al een aantal keer in haar winkel had gehad. Ze kende Lisa en ze kende Man-ik. Maar nu zag ze voor het eerst dat het in beide gevallen om dezelfde persoon ging. Dat ik het allebei ben.

Lisa en Man-ik komen dichter bij elkaar. Een stapje dichter bij de integratie van de twee delen die ik ben. Ik begrijp er niks van, maar het gebeurt. Met vandaag voor het eerst een sterk vrouw-verlangen zónder dysforie. Geen strijd tussen de man en de vrouw in mij. Alsof Man-ik Lisa voor het eerst écht heeft geaccepteerd als onderdeel van zijn leven. Als ik met een glimlach mijn ogen sluit, hoor ik hem al zingen: “O Lisa, jij hoort bij mij…”.


 

woensdag 7 augustus 2013

De tweede keer

Sinds mijn biecht aan S. is Lisa niet meer ter sprake geweest. De hele verdere vakantie niet en ook niet nu we weer thuis zijn. Hij had er niets meer over gezegd of gevraagd. Hoeveel ruimte had ik nu gecreëerd voor mezelf? Het voelde nog steeds alsof Lisa een verboden onderwerp was. Alsof ik geen kleding van haar aan de waslijn mocht hangen als S. er was. Alsof ik nog steeds de vrouwelijke voorkeuren die steeds meer ruimte in Man-ik kregen, moest verbergen voor S. Soms dacht ik dat mijn coming-out naar S. niet echt gebeurd was, dat ik me ons gesprek volledig ingebeeld had in een poging mijn eigen pijn te verzachten. Maar voor het geval dat niet zo was, moest ik er nog eens met S. over praten voordat hij weer terug zou gaan naar zijn moeder. Zodat ikzelf alle vragen kon beantwoorden die in hem leefden (want dat hij ze niet stelde betekende niet dat ze er niet waren, wist ik na al die jaren wel). Zijn moeder zou hem waarschijnlijk met haar eigen angsten en dogma’s in haar antwoorden alleen maar een loyaliteitsconflict bezorgen. Nog opgeteld bij de vreselijke beelden die zijn eigen fantasie hem mogelijk zou influisteren.

Gisterenavond lagen we samen op mijn bed te kletsen; een vast onderdeel van ons naar-bed-ritueel. Op een bepaald moment bracht ik mijn biecht ter sprake: “Heb je nog gedacht over wat ik je op vakantie over mij vertelde?” “Dat je liever een vrouw was?”, antwoordde hij. “Ja, dat ik soms liever een vrouw was”, benadrukte ik om hem de geruststellende boodschap te geven dat de man in mij er ook nog was. “En omdat ik daar veel over na denk ben ik zo vaak met mijn gedachten ergens anders en ben ik zo vaak moe.”

“Van ombouwen wordt het toch niet beter?”, zei hij, zich totaal onbewust dat zijn woordkeus onder transgenders zo gevoelig ligt. Niet bij mij overigens, omdat het woord ‘ombouwen’ vanuit het puur fysieke perspectief vrij treffend aangeeft wat er bij een transitie gebeurt en ook omdat het gebruik van flink zelfrelativerende woorden de drukkende ernst van de situatie wat lucht geeft. Dat betekent naar mijn idee niet dat je transgenders niet serieus neemt. Ik nam de retorische vraag van S. in elk geval wel heel serieus, zeker omdat er ook een kern van waarheid in zat: “Soms niet, soms wel. Ik ken een paar mensen die het gedaan hebben. Maar ik voel me soms ook man, dus voor mij zou het niet beter zijn”. Hij kon nooit vermoeden welk langdurig, moeilijk en pijnlijk proces ik doorgegaan ben om tot deze haast terloops geformuleerde conclusie te komen.

“Maar je kunt toch ook gewoon denken dat je een vrouw bent?”, verzette S. zich nog verder tegen de gedachte aan zijn vader in een jurk. Weer had S. een belangrijke kern te pakken. Dat is namelijk in zekere zin wat ik nu probeerde te doen: mijn vrouwelijkheid een plek geven in mijn leven als Man-ik. Maar helaas is de kracht van mijn kinderlijke fantasie in de loop der jaren zoveel afgenomen dat inbeelden niet voldoende is. Manifesteren als vrouw is nodig. Ik wilde dat hij dat goed begreep, omdat ik daarmee de ruimte zou krijgen wat te ontspannen in mijn pogingen het voor hem verborgen te houden. “Ik vertelde je toch dat ik me soms ook als vrouw verkleed?”, onderstreepte ik de realiteit nog maar even. Ik zag dat hij schrok van die gedachte en ook dat hij het zich weer herinnerde uit ons vorige gesprek. “Dat hoef ik niet te zien hoor”, concludeerde hij. Ik bewonderde zijn eerlijkheid en stelde hem gerust: “Nee hoor, dat hoeft ook niet”. En zo voelde het ook. Het levert me al veel op als ik niet meer panisch hoef te doen over een bh aan de waslijn, een restje nagellak op mijn nagel, een jas van Lisa aan de kapstok. Het is daarvoor niet nodig om Lisa bij S. door de strot te duwen.

Toch was zijn nieuwsgierigheid geprikkeld: “Maar heb je dan ook een jurk aan?” “Ja.” “Heb je die hier dan in de kast?” “Ja.” Achter zijn verschrikte blik vermoedde ik allerlei vragen die onuitgesproken bleven: maar waarom heb ik dat nooit gezien en hoe lang doet hij dit nu al en… en…? Hij hield het op: “Maar je gaat zo toch niet naar je werk?” “Nee, niet naar mijn werk.” “Je blijft dan de hele dag binnen?” “Nee, ik ga ook naar buiten.” “Maar dan kijken de mensen toch raar?” “Nou, sommigen zien het niet eens”. Hij leek het zich niet te kunnen voorstellen dat een man in een jurk er als een vrouw uit zou kunnen zien. Ik vertelde hem van mensen die ik ken die er heel mooi en vrouwelijk uitzagen. En dat er ook mensen zijn bij wie de mannelijke trekken er in bouw, motoriek en stemgebruik heel duidelijk doorheen blijven schijnen. Ik sprak bewust over anderen, daarbij de kans negerend om op te scheppen over mijn eigen vrouwelijke figuur, want het leek me voor S. prettiger geen concreet beeld te hoeven vormen van zijn vader als vrouw.

Ik kan er alleen maar naar raden welke gedachtensprongen hij toen maakte, maar hierop stelde hij vol afgrijzen de vraag: “Als ze iemand gaan ombouwen, snijden ze dan de piemel eraf en boren ze dan een gat?”. Mijn globale beschrijving van de operatie gaf gelukkig enige geruststelling dat zo’n proces volgens keurignette medische ingrepen verliep en niet aan de hand van de Middeleeuwse praktijken die hij zich kennelijk had ingebeeld.

Toen zijn vragen opdroogden vertelde ik hem nog dat mijn verlangen er ook al was toen ik nog met zijn moeder was en dat zij ook wist dat ik er nu weer mee bezig was. Ik wilde voorkomen dat hij zich eenzaam zou gaan voelen met dit ‘grote geheim’.

Nadat ons gesprek enige tijd nog de nodige koetjes en kalfjes had behandeld, ging S. naar bed en ik ging in de woonkamer op mijn meditatiekussen zitten. Ik sloot mijn ogen en concentreerde me op de sensaties in mijn binnenwereld. Ik voelde me geheeld en compleet, alsof ik naar een legpuzzel keek waar ik nergens een ontbrekend of verkeerd puzzelstukje kon zien. Het hele plaatje was keurig zichtbaar: een mens die soms een man is en soms een vrouw. Een grote dankbaarheid vulde mij. Dankbaarheid voor de moed en het vertrouwen dat ik had om mezelf zo bloot te geven aan S. En dankbaarheid aan S. voor de moed en het vertrouwen dat hij had om naar me te luisteren en al zijn vragen te stellen. Geen vraag was raar, geen antwoord ongepast. Ik ben trots op mijn grote kanjer! Lieve S., je bent een wonderschoon en bijzonder mooi kind…

maandag 5 augustus 2013

Groetjes

Het stond er echt: “Groetjes, Man-ik”. Gelukkig had ik nog niet verstuurd. Hoewel een Lisa-mail ondertekenen met Man-ik geen pijnlijke, ongecontroleerde coming-out zou zijn geweest. Niet iedereen die Lisa kent weet haar ‘aangeboren’ naam, maar iedereen snapt wel dat er zo’n aangeboren naam moet zijn. Een werkmail ondertekenen met “Groetjes, Lisa” was een lastiger verhaal geweest. Mail behandelen is geen lichte zaak als je twee identiteiten hebt. Hoewel een vergissing al vaker was voorgekomen (en gelukkig altijd opgemerkt voordat ik de Verzenden-knop indrukte) leek het deze keer geen vergissing maar een aan mijzelf gerichte verborgen boodschap. Alsof het klopte dat ik deze mail als Man-ik ondertekende.

Backspace hielp me terug in de tijd en mijn gevoel negerend typte ik nu Lisa’s naam bij de ondertekening. Zo hoorde het tenslotte. Terwijl ik naar het hypnotiserende knipperende streepje aan het eind van de regel staarde, dacht ik na. Waarom leek Man-ik’s naam hier ineens beter op zijn plaats? De afgelopen maanden, sinds de stilte-retraite en sinds de sessies met een healer, is er in mijn binnenwereld van alles aan het verschuiven. Maar dit had ik niet zien aankomen.

De mail was gericht aan de organisatie van Vier het Leven, waar ik sinds begin dit jaar vrijwilligerswerk doe. Als Lisa zoals je wellicht weet. Om haar leven inhoud te geven. En nu moest ik een mailtje sturen om mijn beschikbaarheid in het rooster voor het komende half jaar aan te geven. Toen ik de data in mijn agenda op beschikbaarheid checkte, bekroop een gevoel van weerstand mij. Ik zag er tegenop. Niet tegen het werk op zich, maar om het als Lisa te doen. Omdat Lisa mij tot nu toe had belemmerd in het contact met de senioren die ik naar het theater begeleidde. Telkens voelde ik me onecht; een belediging haast richting de senioren. Dat wilde ik niet meer. De gedachte kwam in me op om voortaan dit werk als Man-ik te gaan doen. Een gendertransitie dus, maar een heel andere dan ik me een jaar geleden had voorgesteld rond deze tijd te zullen doen.

Wat gebeurt er toch? Wie is die Lisa toch? Ik begrijp werkelijk niks meer van haar, laat staan dat ik een idee heb welke rol ze in mijn leven moet spelen. Ze was zo wezenlijk, zo echt. Ooit voelde ze voor mij zo kloppend, zo juist. Ik kon haar lichaam letterlijk voelen, ik zag haar als ik in de spiegel keek dwars door Man-ik heen, ik voelde me thuisgekomen als ik in een leuk rokje en op hakjes door de straat liep. En nu? Nu wordt Lisa met de dag vager. Conceptueel haast. Ze voelt vertrouwd, als een onderdeel van mij, maar een onderdeel uit... tja, het verleden? Een gekoesterde herinnering die voor altijd de richting van mijn leven zal beïnvloeden.

Ik schrik van mijn eigen gedachten en ontwaak. Voor mij knippert nog steeds die cursor, wachtend op mijn volgende stap. Ik beweeg de muis en klik op ‘Verzenden’: de mail gaat de buitenwereld in; ondertekend als Lisa. Ik voel opluchting. In mij leeft nog steeds een deel dat uitkijkt naar de volgende Lisa-dag. Ik kan het voelen. Lisa bestaat nog. De afscheidsgroet onder de mail was een ‘tot ziens’ en geen ‘vaarwel’. Maar de gedachte om in mijn vrijwilligerswerk te transformeren van vrouw naar man is er ook nog. In deze totale desoriënterende staat van verwarring besluit ik daar nog maar even geen beslissing over te nemen.

Groetjes,
Lisa