donderdag 24 oktober 2013

Dysforie-swap

De laatste paar weken heb ik er weer veel last van. Dysforie. Normaal komt het en gaat het in periodes. Hoewel het nooit écht gaat. Altijd is er een zweem van onbehagen. Die in sommige periodes aanzwelt tot explosieve proporties. Zoals nu. Een periode van groot onbehagen over mijn geslacht. Genderdysforie, zoals dat dan heet.

Gek woord eigenlijk, dysforie. Op het eerste gehoor lijkt het een of andere nare hoestende infectieziekte. Maar nee, dysforie betekent gewoon dat je er niet blij van wordt. Inderdaad, precies het tegenovergestelde van euforie. Hoe zou het zijn om gendereuforie te hebben? De hele dag maar jubelend over straat rennen omdat je zo blij bent dat je een meisje bent? Bestaan daar ook klinieken voor? Tja. Als genderdysfoor vraag je je toch wel eens af of er, aan de andere kant voorbij de genderonverschillige meerderheid, ook pathologische blijerikken zouden rondlopen die ook niet meer weten waar ze met zichzelf heen moeten. Hoe dan ook, ik moet het doen met mijn dysforie.

In mijn vorige blogpost maakte ik een soort balans op. Dat is niet zonder risico, want daardoor kunnen nieuwe gedachten opkomen, die je vervolgens nog meer vastgrijpen dan de gedachten die je op een rijtje wilde zetten. Zoals deze: is de enorme piek in dysforie van nu eigenlijk wel genderdysforie? Ik ben tijdens mijn zoektocht zo veel dichterbij mijn verlangen gekomen om vrouw te zijn. Ik heb weerstand overwonnen, coming-outs gehad, erkenning gekregen en een naam, een stijl en een bijbaan. Ik heb nieuwe vrienden en vriendinnen gekregen en ik ben er geen enkele kwijtgeraakt. Ik leef een deel van mijn tijd als Lisa en Man-ik is stiekempjes aan ook al wat androgyner geworden. Er is dus gemiddeld genomen véél meer vrouw in mijn leven dan jaren geleden. Strikt genomen zou de genderdysforie dus ook wat lager moeten zijn.

Toch ervaar ik juist in deze periode een toename in dysforie. Natuurlijk kan het zijn omdat ik er zo mee bezig ben. Alles wat je aandacht geeft groeit immers.  Maar er speelt ook iets anders mee. Volgens mij heb ik last van een dysforie-swap. Dat is geen officiële psychopathologische term, maar gewoon mijn manier om te zeggen dat ik denk dat ik misschien wel de ene dysforie voor de andere aan het verruilen ben. Mijn onbehagen van nu heeft misschien niet zozeer met de spanning tussen mijn biologische geslacht en mijn gevoelde geslacht te maken, maar met iets anders. Met een andere spanning. Een hoogspanning tussen mijn behoedzaamheid en mijn ongeduld. Ik ben een vat vol tegenstrijdigheden met een kort lontje. Ik wil graag vooruit. Ik wil graag de conclusie van mijn onderzoek kunnen leven. Ik wil graag vrouw zijn. Maar ik handel zo tergend behoedzaam. Ik wil niks forceren. Mezelf niet overschreeuwen. Niemand onnodig kwetsen. Alles goed onderzoeken en doorvoelen voordat ik besluit verder te kijken en verder te gaan. “Ooohhh, schiet op!”, roept het ongeduldige meisje in mij. “Doe maar voorzichtig”, roept het bange jongetje in mij. Een spanning om gek van te worden!

woensdag 23 oktober 2013

Welterusten

Het is pikkedonker buiten. In huis schijnt alleen het licht van het computerscherm. Ik kan niet slapen. Niet vanwege een gebrek aan vermoeidheid. Integendeel: ik ben kapot. Ik ben grieperig, snotverkouden, heb brandende ogen en verkrampte schouders. Ziek en morgen weer een drukke werkdag voor de boeg; alle reden om goed te slapen, zou je zeggen.

Maar in mij komt het maar niet tot rust. Een woelige, kolkende brij van verlangens, onlusten en emoties. Ik voel me intens verdrietig over mijn lot, ook al weet ik dat het doorgaans niet beter wordt als ik medelijden met mezelf heb. Maar getverderrie was een moeilijk proces is dit. Ik wil vrouw zijn. En ik durf niet. En dus draai ik in rondjes. Rondjes die me duizelig maken. Rondjes die me wakker houden wanneer ik mijn nachtrust het hardst nodig heb.

Gisterenavond op een donker en tochtig parkeerterrein (ach ja, grieperig was ik toch al) biechtte ik Lisa op aan een trainingsactrice die ik af en toe inhuur voor mijn trainingen. Nadat ze over de eerste schrik heen was vroeg ze me het hemd van het lijf. “Wat ben je al ver gekomen!”, concludeerde ze na enige tijd. O ja? Zo voelt het niet, zeker niet op nachten als deze wanneer ik te onrustig ben om de slaap toe te kunnen laten. Of ontneemt de traagheid van alle kleine stapjes die ik al heb gezet me het zicht op het grotere geheel?

In augustus vorig jaar schreef ik een soort tussenbalans op dit blog: de puzzel met tien stukjes. Als ik daar nu met mijn door griep vertroebelde ogen naar kijk dan zie ik dat geen enkele van de negen bezwaren is weggenomen. Maar als ik wat langer kijk dan zie ik dat ik toch veel vooruitgang heb geboekt in het afgelopen jaar:
  • de angst om vrienden kwijt te raken heeft zich nog geen enkele keer als terecht bewezen
  • de eerste stap naar S. hebben we overleefd
  • mijn schaamte is enorm veel kleiner geworden (nee hij is niet helemaal weg)
  • mijn bereidheid in mijn gezonde lichaam in te grijpen is flink gegroeid: ik laser mijn baard, ik slik Finasteride en ik hunker naar testosteron­onderdrukkers
Ik mag trots zijn op mezelf. Trots op het overwinnen van mijn angsten. Trots op mijn doorzettingsvermogen. Trots hoe ver ik al gekomen ben. Nu maar even niet meer denken aan wat er allemaal nog voor me ligt. Welterusten.

zondag 20 oktober 2013

Testosteronder

“We gebruiken het niet als diagnostisch instrument”, zei mijn VU-psycholoog. In ons vorige gesprek had hij me gevraagd hoe het voor me zou zijn om een tijd testosterononderdrukkers te slikken, zodat mijn mannelijke libido me niet voortdurend het zicht zou ontnemen op mijn gendergevoel. Het idee had me sindsdien niet meer losgelaten dus begon ik er dit gesprek opnieuw over. Maar kennelijk had ik zijn suggestie de vorige keer onterecht als een kleine opening geïnterpreteerd. Want nu schermt de psycholoog toch echt met de voorwaarde dat je voor testosteronblokkers in de zogeheten Real Life Test gaat: je gaat daadwerkelijk fulltime leven in het gewenste geslacht. Een gekke catch-22 in mijn geval: om te ontdekken of ik werkelijk de stap naar fulltime vrouw zou willen maken, zou ik graag mijn testosteron onderdrukken. Maar om dat te kunnen doen moet ik de stap naar fulltime vrouw dus al maken. In elk geval tijdelijk. En tijdelijk is hier minimaal een half jaar, omdat het nadat je testosterononderdrukkers bent gaan slikken even duurt voordat de rook van het mannelijke libido is opgetrokken en je een helder zicht hebt gekregen.

Tja. Dan toch maar illegaal en onder eigen verantwoordelijkheid? Ik kan ze zo op internet kopen. Niet spotgoedkoop, maar nog wel te betalen. Maar liever laat ik me begeleiden door een arts en krijg ik de tabletten vergoed door de ziektekosten­verzekeraar. Mijn VU-psycholoog ziet me liever ook niet zelf doktertje spelen, dus toen ik die optie suggereerde, werd hij al iets minder rigide in het protocol.

In mijn angst een verkeerde beslissing te nemen en mijn verlangen om toch niet in het huidige vage tussengebied te blijven hangen, wil ik graag verder onderzoeken. Verder experimenteren. En mijn intuïtie zegt me dat het daarvoor heel fijn is om mijn testosteron er onder te krijgen. Gek genoeg voelt de bijwerking van permanente onvruchtbaarheid niet eens als een groot probleem. Het is kennelijk een minder groot probleem dan minimaal een half jaar als vrouw te moeten leven nog voordat ik besloten heb dat te willen doen. En het misschien te moeten terugdraaien als het toch allemaal wat tegenvalt. Mijn grote angst voor mijn coming-out in mijn werkzame leven en het daadwerkelijk van rol wisselen naar S. toe, zorgt ervoor dat ik elke tussenstap die dat moment kan uitstellen, graag wil nemen. Ik krijg mijn testosteron er wel onder, met of zonder hulp van de VU. We gaan het zien. Wie weet wat er straks aan het eind van de diagnosefase mogelijk is. Bij de VU. Of bij mij…

vrijdag 18 oktober 2013

Deo volente

Pssshhht! Met een langgerekt subtiel gesputter gaf hij de geest. Op. Eindelijk. Met het oog op de crisis en het milieu durfde ik hem niet halfvol weg te gooien, maar eigenlijk gebruikte ik hem al weinig meer. Gisteren, ter afsluiting van de laatste dag dat S. zijn herfstvakantie bij mij vierde, spoot ik het laatste restje deo uit de spuitbus. Ik bekeek het object nog eens goed: zwart met zilver gekleurd met een groen biesje langs een gebogen geometrisch figuur dat denk ik stoerheid en snelheid moest uitstralen, in de hoop mannen aan te sporen deze deo te kopen. Dit was duidelijk een mannendeodorant. Het verschil met die andere deo op mijn badkamerplankje was groot: een witte spuitbus met roze dop en een afbeelding van groene blaadjes en een opengesneden granaatappel. Een vrouwendeodorant. Mijn deodorant.
 
Voor de wereldorde was het een stap van verwaarloosbare betekenis. Voor de praktijk van mijn leven was het eigenlijk ook niet zo’n grote stap. Maar de symbolische waarde was wel groot. Na zo’n dertig jaar mannendeo gebruikt te hebben (mijn eerste jaren rook ik van nature schoon en puur zoals alle kinderen doen), besloot ik kort geleden nooit meer een mannendeo te kopen. De Lisa-deo die al een tijdje in mijn badkamer aanwezig was, werd verheven tot de standaard. En nu verdween mijn laatste spuitbus mannendeo leeg in de prullenbak.

Het was niet zo dat ik tegelijk met de deodorant het laatste restje mannelijkheid uit mezelf had gespoten. Het was een van de vele kleine stapjes in mijn zoektocht, voetje voor voetje, naar mijn vrouwelijkheid. Tot ik ooit het punt bereik dat er ófwel genoeg vrouwelijkheid in mijn identiteit zit ófwel ik niet nog meer mannelijkheid wil opgeven. En hopelijk vallen die twee punten samen, deo volente.

woensdag 16 oktober 2013

Min of Meer

Tijdens mijn zoektocht naar mezelf zoek ik bewust steeds contact met andere mensen die zich niet in hun biologische lijf en/of het maatschappelijke genderhokje thuis voelen. Het helpt me om mezelf te kunnen plaatsen: ben ik zo als hij/zij of niet? En omdat ik nu mezelf probeer ‘ergens tussen de genders’ te definiëren ben ik ook op zoek naar rolmodellen op dat vlak. Zo kwam het dat ik aan het lezen ben in het boek “Man of Vrouw min of meer” van Tim de Jong. In dat boek vertellen verschillende transgenders, tussengenders, hij/zij’s of hoe ze zichzelf ook noemen over hun keuze om zich ‘ergens tussen de genders’ te definiëren.

Zo las ik over Bernadette die zegt genezen te zijn van haar genderdysforie, zonder haar lichaam of sociale rol aan te passen. Als ik naar haar foto kijk en lees hoe ze nu leeft zie ik een redelijk gangbare vrouw. Maar toch: ze weigert zich te conformeren aan genderstereotypen en wil op formulieren ook geen geslacht invullen. Zelfs haar vliegtickets boekt ze genderneutraal. Ik zou haar ‘wars van gender’ noemen maar je kunt er ook makkelijk een activistische inslag in herkennen. Die overigens bij enkele andere geïnterviewden in het boek ook terugkomt. Nee, activistisch ben ik geloof ik niet, daar ben ik veel te veel een pleaser voor... ;-)

Waar ik me in herken zijn de verhalen (van bijvoorbeeld René) over mensen die zeggen dat hun werk, relatie of sociale omgeving voor hen een reden is niet volledig te transformeren naar het andere geslacht. Het leven ‘ertussenin’ als compromis, dus. Daar schreef ik laatst ook al over. Kort door de bocht zou ik mijn getalm allemaal kunnen afdoen als angst om te verliezen. En ja, die angst is groot, maar ik mag toch wel zeggen: veel minder groot dan een tijdje geleden. Die angst is dus kennelijk overbrugbaar. Maar toch neem ik de grote stap niet. Volg ik liever de geleidelijke weg en zet ik telkens een klein stapje? Om uiteindelijk ook gewoon uit te komen bij volledige transformatie? Is mijn zoektocht naar ‘het midden’ niet gewoon uitstelgedrag? Tja, wie zal het zeggen.

Ik weet niet of het zijn angst was die hem destijds weerhield, maar feit is dat de Yvo uit het boek na het interview (het boek is inmiddels al bijna vijftien jaar oud) alsnog de volledige transformatie heeft gedaan. Misschien blijkt later ook voor mij de zoektocht naar ‘het midden’ een tussenstap. Wie het weet mag het zeggen...


donderdag 10 oktober 2013

Spiegeltje, spiegeltje

In mijn hoofd hoorde ik het begin van een bekend sprookje. Maar de tekst nam al snel een nieuwe, ongewone wending. Een wending die overigens net zo verontrustend was als in de oorspronkelijke versie. Want ik hoorde: “Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wat is er nú weer aan de hand?”.

Ik keek in de spiegel. Een handeling die voor mij niet zo alledaags is als voor de meeste andere mensen. Niet dat ik het nooit doe, maar het is voor mij nooit een neutrale, gedachtenloze controle op onfatsoenlijk piekend haar, check op toegenomen vetopslag op ongewenste plekken of taxatie van de mate van ouderdomsontspanning van de huid. Mijn lichaam neem ik waar door mijn genderbril, ik kan niet anders. Ik heb er decennia over gedaan om mijn mannenlichaam te kunnen zien als onderdeel van mij. Maar die verworvenheid is niet permanent: het ene moment zie ik mezelf als ik naar dat mannenlichaam kijk, het andere moment zie ik een lichaam dat ik niet ken; alsof ik het nooit eerder heb gezien. Een gedachte die me meestal opzadelt met het eenzame gevoel geen eigen lijf te hebben. Dat is een vreemd soort ontheemd gevoel: als een zwerver zwalkend door het leven op zoek naar onderdak in een lichaam dat ik het mijne kan noemen.
 
Soms zie ik in de spiegel een lichaam dat ik wel degelijk ken, maar liever niet wil zien; dan lijkt het wel alsof mijn oogspieren defect zijn en ik fysiek niet meer in staat ben om naar het gebied onder mijn middel te kijken. En sinds een aantal jaar, sinds ik de Lisa in mij echt de ruimte heb gegeven, zie ik regelmatig een vrouwenlichaam als ik in de spiegel kijk. Dan weet ik zeker dat ik borsten zie en dat er geen piemel voor mijn benen bungelt. Dan kijk ik tegen een mooie venusheuvel en het begin van mijn schaamlippen aan. Het gebeurt dan wel eens dat Man-ik over mijn schouder mee kijkt naar mijn mooie vrouwenlichaam en dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot mij. Het is een heel verwarrende ervaring om op je eigen lichaam te geilen zonder dat het narcistisch is, als je begrijpt wat ik bedoel. 

Maar vanochtend was het anders. Ik keek naar het lichaam dat zich in de spiegel aan de wand aan me toonde en ik zag een mannenlijf. Ik wist dat ik het niet zelf was; dit was niet mijn lichaam. Maar in plaats van me zoals gebruikelijk daarbij ontheemd te voelen, voelde ik me juist heel erg thuis. Thuis in mijn eigen vrouwenlichaam. Wat ik hier voor me zag was niet mijn reflectie, maar een aantrekkelijk mannenlijf dat ik via een of ander tijdelijk gat in mijn muur kon zien. Een slanke man met een strakke buik, een breed bovenlijf en alles mooi glad geschoren. Daar wilde ik wel even aanzitten! Hmmm, wat een lekkere vent staat daar voor me! Ik raakte opgewonden. De vrouw die ik ben raakte opgewonden van het mannenlijf dat ze zag. Het mannenlijf waarvan mijn hoofd zei dat het ’t mijne was, maar waarin mijn gevoel een potentiële bedpartner zag. Het begrip ‘unisex’ begon ineens een heel andere betekenis te krijgen…

woensdag 9 oktober 2013

Multiple choice

Ik reed in mijn auto door de stad. In mijn achterhoofd gonsde nog de herinnering aan twee dagen geleden. Als gastvrouw van Vier het Leven belde ik mijn gasten van deze avond op om het tijdstip door te geven waarop ik ze zou komen ophalen om ze naar het Concertgebouw te brengen. Bellen als Lisa is een moeilijke stap voor me; om niet te zeggen een verzoeking. Met alleen maar mijn stem mezelf als vrouw presenteren vind ik heel moeilijk. Ik hoor mijn mannelijkheid er voortdurend doorheen brommen. Ook als ik er echt even voor ga zitten, me verbindt met mijn vrouwelijkheid en heel sterk op mijn intonatie en toon let: “Dag, ik ben Lisa van Vier het Leven”. Maar al die concentratie haalt niks uit. Nou ja, wel iets: het haalt me weg van mijn authentieke zelf. Mijn lichaam gaat op slot van de stress en mijn adem wordt oppervlakkig. Eén voordeeltje heeft die stress wel: mijn stem gaat er automatisch een toon van omhoog. Misschien is het daarom dat ik soms doe alsof ik tevreden kan zijn over hoe het klinkt. Dat gevoel had ik twee dagen geleden ook. Maar deze avond bleek niets minder waar.

Ik belde aan bij mijn eerste gast. Even later kwam ze via de lift naar de hal en daar stond ik klaar om haar te begroeten. Ik was gekleed in elegant rokje en had me netjes opgemaakt voor een avondje uit. Nog voor ze mijn uitgestoken hand pakte, zei ze: “O, ik dacht dat u een man was!”. In een milliseconde speelde zich de volgende multiple choice-vraag in mijn hoofd af:
“Opgave 1: Kies het juiste antwoord bij de volgende stelling: O, ik dacht dat u een man was!
a. Ja dat was ik ook, lang lang geleden
b. Ja dat ben ik stiekem nog steeds hoor, kijkt u maar eens onder mijn pruik
c. Nee hoor, ik ben het maar
d. Nou gelukkig kunt u wel zién dat ik een vrouw ben
e. Ja, dat hoor ik wel vaker”


In diezelfde milliseconde evalueerde ik alle antwoordmogelijkheden en de consequentie die ze zouden hebben op het verloop van de avond, om uiteindelijk uit te komen bij optie e. “Ja, dat hoor ik wel vaker”, hoorde ik mezelf monter met mijn wannabe-vrouwenstem zeggen. Ik keek mijn gast aan om te zien of ik het juiste antwoord gegeven had. Geen reactie van betekenis. Pffff, ik heb het weer gered.

Bij de tweede gast kreeg ik opnieuw een kans, want zij maakte precies dezelfde opmerking. Ik koos voor dezelfde, veilig gebleken optie: “Ja, dat hoor ik wel vaker”. En weer bleek dit afdoende om mijn gast te verleiden aan mijn arm mee naar de auto te lopen. De hoop dat ik door de telefoon best vrouwelijk kan klinken liet ik in een spoor van verkruimelde illusie achter me.

Gelukkig kon ik gisterenavond deze multiple choice-vraag snel en adequaat beantwoorden. Was dat ook maar het geval geweest met die ene multiple choice-vraag op mijn Reïncarnatie Aanvraag Formulier: “In welk geslacht wilt u graag geboren worden?” Het lukte me toen kennelijk niet om eenduidig één hokje aan te kruisen…

maandag 7 oktober 2013

Overgave

Ik voel de hand mijn huid aanraken. Zachtjes streelt de hand de ronding van mijn borst. Even raakt een vinger mijn tepel aan. Ik sluit mijn ogen en geef me over aan de aanraking van deze hand. Deze mannenhand. Zijn tweede hand glijdt via mijn buik naar beneden. Ik spreid mijn benen om hem toegang te geven. De hand glijdt door, via mijn lies naar mijn vagina. Ik voel de vinger de rand van mijn vagina betasten. Een vleug van genot rimpelt door mijn lichaam. Ik hijg, terwijl de vinger over het randje van mijn vagina een klein stukje naar binnen glijdt. Heen en weer gaat de vinger, net als mijn ademhaling steeds een beetje sneller. Dan laat de man mijn borst los en voor ik me kan afvragen waarom, voel ik de warmte van zijn lippen op mijn kut. Hij kust me. Likt me. Ik hoor een lange, zwoele kreun die net zo goed van hem als van mij kan zijn. Ik kan het verschil niet meer horen. Mijn hele bekken siddert. Mijn hartslag bonkt in mijn bekkenbodem en het lijkt wel alsof ik op die pulserende beweging de man wil grijpen. Maar zijn hoofd gaat weg en de seksuele spanning zweeft even in het luchtledige. Op het moment dat die spanning futloos dreigt neer te dwarrelen voel ik hem weer. Hard en warm. Liefdevol maar stevig. Zijn pik schuift langzaam in me. Een lange diepe kreun, een grom haast. Dit ben ik, ik voel de grom laag in mijn borst. Mijn ogen draaien rond in het zwart achter mijn oogleden. Diep van binnen in mijn onderbuik voel ik de rand van zijn eikel langs mijn binnenkant glijden. Heen en weer. Ik til mijn benen op en sla ze om zijn middel heen. Met mijn hielen duw ik op zijn billen. Heen en weer. Hij mag niet ontsnappen. Heen en weer. Hij mag nooit meer stoppen. Heen en weer. Hij hijgt, net als ik. Heen en weer. Hij moet… oh, hij… oh… Een warme golf, licht prikkelend, wolkt zich met een zacht resonerend geluid door me heen. Mijn bekkenbodem trekt zich samen, mijn hele onderbuik gaat mee. Ik houd mijn adem in terwijl mijn hele lijf begint te sidderen. Ik voel mijn borsten heen en weer wiebelen op de beweging. Ik voel de knoop in mijn geblokkeerde longen langzaam omhoog glijden. Eenmaal bij mijn keel aangekomen glijdt de spanning met een lange zucht mijn lichaam uit. Mijn onderrug ontspant zich, mijn armen vallen levenloos op het bed. Ik zucht nog wat en merk dat het gehijg langzaam minder wordt. Hij ontspant ook en komt op me liggen. Ik richt mijn armen op en omhels hem. Terwijl ik met mijn handen zijn rug streel, voel ik zijn pik nog in me. Ik ben gelukkig, ik ben zo gelukkig. Langzaam komt er weer beweging in hem. Hij richt zijn borst op, beweegt zijn bekken, en heel langzaam schuift hij zijn pik uit me. Ik voel de rand van de eikel bij wijze van afscheid de rand van mijn vagina strelen. Dag, heerlijke vrouw! Dag, heerlijke man! Ik zucht lang en diep.

Wanneer ik mijn ogen opendoe, zie ik M. Ze heeft haar bovenlijf opgericht. Ze zit tussen mijn benen, die ik nog steeds min of meer om haar heen geslagen heb. Ze haalt haar rechterhand tussen ons uit en strekt haar vingers, alsof er een kramp uit verdreven moet worden. Op mijn onderbuik ligt een piemel. Mijn piemel. Vormloos, schijnbaar onaangeroerd door wat zich zojuist heeft afgespeeld. Wel een beetje opgezwollen, maar erg indrukwekkend is het niet. Klaarkomen als vrouw is niet verbonden met een zaadlozing van mijn mannelijk geslachtsdeel, zo dringt de realiteit tot me door. De realiteit van mijn vrouwelijke seksualiteit, gekooid en geketend door dit mannenlijf. Dit mannenlijf dat soms moeite heeft met normale mannelijke seksualiteit en dan graag vlucht in kinky fantasie. Omdat het even niet weet hoe het normaal opgewonden kan worden. Dit mannenlijf dat nu weer heeft ervaren dat het alleen maar zijn ogen dicht hoeft te doen, bij een partner met de bereidheid mij als vrouw te behandelen, om helemaal vrij in heerlijke seks te glijden. Een natuurlijke, vrouwelijke overgave aan seks. Overgave die zonder leren en metalen attributen afgedwongen wordt. Overgave aan de vrijheid om vrouw te zijn.