donderdag 28 november 2013

Top-dog

Ondanks het feit dat hij maar u tegen me blijft zeggen, begint mijn VU-psycholoog vertrouwd te voelen. Zo vertrouwd, dat ik denk dat ik hem wel kan peilen. Vandaag, tijdens ons vijfde gesprek, werd me duidelijk dat het beeld in zijn hoofd van dit ‘gevalletje Lisa’ wel zo’n beetje helder is geworden. Hij waagt zich nog niet aan een uitspraak die ook maar het kleinste beetje riekt naar een voorschot op een voorlopige diagnose (en dat druk ik – geloof het of niet – niet te voorzichtig uit), maar toch voelt het alsof die diagnose dichtbij is.

Hij is namelijk behoorlijk transparant in zijn vragen. Geen psychoanalytisch gegraaf naar circumstantial evidence, maar gewoon rechtstreeks een aantal hypothesen aflopend – een checklist haast – om ons al trechterend bij de eindconclusie te brengen. Mijn psycholoog is zo transparant dat ik mezelf soms moet dwingen spontaan te blijven antwoorden en niet te gaan sturen. Qua gespreksvaardigheden ben ik hier duidelijk de top-dog. Een top-teefje welteverstaan. Je zou kunnen zeggen: mooi, dan kun je hem naar elke conclusie sturen die je maar wilt. Inderdaad: dat zou ik kunnen. Maar ik zie de VU niet als lanceerplatform voor de kortste weg naar een geslachtsaanpassende operatie. Ik hoop dat ik bij de VU voor mezelf wat antwoorden krijg over mijn twijfel en de keuze die ik te maken heb. Ik wil geen overhaaste lancering met de brandstofslang nog in de raket: ik zou heel snel met een harde smak weer terug op de aarde gesmeten worden.

Vandaag probeerde mijn VU-psycholoog Man-ik en Lisa hiërarchisch te ordenen: “Wie is er nu eigenlijk dominant?”. Tja... Wie is nu in mij de top-dog: de teckel Man-ik of de poedel Lisa? Kijkend naar kwantiteit, dan is dat duidelijk: veruit het grootste deel van de tijd leef ik als Man-ik. Maar vergis je niet: die Man-ik van nu is een flink stuk vrouwelijker dan vijf jaar geleden. In mijn beleving ligt het ook anders. Ik voel me vaak vrouw; ook als ik mijn Man-ik-masker draag. Soms heb ik er zelfs binnenpretjes over. Dan loop, praat en doe ik tijdens mijn werk Man-ikkerig, maar denk ik stiekem: “Ha ha, jullie zouden eens moeten weten dat ik nu duidelijk mijn borsten voel zitten!”. Maar ja, naast die binnenpretjes zijn er ook heel veel binnenverdrietjes. Verdrietjes die de laatste twee weken veel naar buiten komen als ik alleen ben. Verdrietjes om de teckel en de poedel die er samen niet uitkomen.

woensdag 20 november 2013

Gendergewoonte

Sinds ik mijn genderzoektocht ben gestart, is het mij steeds duidelijker geworden hoe sterk we geconditioneerd zijn te denken in mannetjes en vrouwtjes. En dat gaat verder dan de gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen (waar geen enkele intrinsiek ergonomische of logische noodzaak toe is). Nee, in vrijwel álles zit een genderdistinctie die er alleen maar is omdat we gewend zijn de mannetjes en de vrouwtjes van elkaar te onderscheiden. Ook wanneer dat totaal irrelevant is.

Zo was ik vandaag als Man-ik bij een winkel in huishoudelijke spullaria, om een nieuw batterijtje te kopen. Zo’n klein priegelig batterijtje dat je amper vast kunt houden, laat staan dat je een typenummer erop kunt lezen. Ik vroeg aan de dame achter de kassa of ze dit soort batterijtjes ook verkochten. Ze bekeek het kleine metalen knoopje aandachtig en besloot de hulp in te roepen van een collega: “Anja, deze meneer is op zoek naar dit batterijtje, hebben we dat?”. Het kwam natuurlijk door mijn fixatie met mijn genderpuzzel, maar ik vond het opvallend: ‘deze meneer’. Een totaal niet ter zake doende verwijzing naar mij (het batterijtje was gewoon uniseks en was zelfs bedoeld voor Lisa’s horloge). En als ik eerlijk ben, het ergerde me ook een klein beetje. Niet dat ik de dame achter de kassa iets kwalijk nam. Het was mijn gevoeligheid die voor ergernis zorgde. Ik zie mezelf allang niet meer als man. Ik leef nog deels als man. Ik gedraag me op die momenten nog als man (niet stereotiep, want veel mensen zullen mij inmiddels als homo inschatten, denk ik, maar dat terzijde). En hier stond ik – een mens op drift geraakt tussen man-zijn en vrouw-zijn – gewoon een batterij te kopen en werd ik, bijna nodeloos kwetsend, een man genoemd.

Het is een gewoonte om gender te betrekken in onze sociale omgang. Gendergewoonte als sociaal smeermiddel. Het is precies die gewoonte, waar zoveel van doordrenkt is, die maakt dat ik het moeilijk vind om tussen twee geslachten in te zweven. Die gewoonte maakt dat ik niet als Man-ik met een panty en een rokje over straat ga als ik daar toevallig zin in heb. Die gewoonte maakt dat ik het gevoel heb dat ik alleen maar uit mijn genderdysforie kan ontsnappen door een keuze te maken naar het andere hokje. Buiten de hokjes treden maakt automatisch de sociale interactie ingewikkelder. Alsof je eenzijdig de spelregels verandert en daardoor voortdurend discussie krijgt over het gespeelde spel. Alsof je jezelf voortdurend moet uitleggen.

Het is natuurlijk mijn conditionering die me hier in de weg zit. Mijn niet aflatende streven naar harmonie. Maar ja, dat is wie ik ben. Ik ben niet de rebel, de activist, die met zijn/haar verschijning de wereld wakker schudt van onbewuste, onnodige en onwerkelijke conditioneringen. Ik ben de zachtaardige verbinder, die graag mensen in harmonie samenbrengt. De zachtaardige verbinder die er maar niet in slaagt de innerlijke verlangens en angsten te verbinden. Die er niet in slaagt de innerlijke man en de innerlijke vrouw te verbinden. Die er niet in slaagt de uiterlijke man en de uiterlijke vrouw in harmonie te laten samensmelten. Omdat de gendergewoonte zo in de weg staat.

dinsdag 19 november 2013

Ja, ik wil…niet

Het was er echt een dag voor. Geen afspraken voor mijn werk, wel een noodzaak om me aan te kleden en de deur uit te gaan (de boterhammen waren immers op). Bij uitstek een Lisa-dag dus! Dat had ik me gisteren al bedacht, dus toen ik ging slapen, wees alles er op dat ik vandaag als Lisa zou opstaan.

Het licht ging aan. Of nee, het licht van deze dag was al aan. Het sijpelde al flink tussen de gordijnen door toen ik mijn ogen open deed. Half tien… heerlijk! Ik stapte uit bed en liep naar de hoop kleding die over mijn dekenkist heen gelegd was. Ik pakte mijn joggingbroek en trok die aan. Ik keek naar de bh en de borsten die er lagen en aarzelde. “Nee, straks”, hoorde ik mezelf zeggen. Ik pakte het vormeloze verwassen shirt dat er naast lag. Op mijn pantoffels liep ik naar de keuken om ontbijt te maken. Terwijl de ketel het water op thee-temperatuur borrelde, deed ik een halfslachtige poging mijn Chi Kung ochtendritueel weer nieuw leven in te blazen. Voor een halfslachtige poging was het geslaagd, maar om nu te zeggen dat ik hiermee de discipline-dip van de laatste paar weken bezworen had…

Na het ontbijt liep ik terug naar de slaapkamer om mijn kleding klaar te leggen voor vandaag. Op de dekenkist lag een leuk rokje en een bijpassende panty die ik nog maar kort gedragen had en best nog een keer mijn mooie benen kon sieren. Ik pakte ze op en legde ze op het bed. Mijn bh en mijn borsten legde ik er bij. Ik pakte een leuk shirt met watervalhals. Altijd goed; zo’n watervalletje is echt een van mijn favorieten. Ik overzag de selectie op mijn bed. Dit zou ik vandaag gaan dragen. Toch? Maar ik twijfelde. Niet over de kleur van de panty. Niet over of ik een watervalhals wel mooi vind. Ik twijfelde over de Lisa-dag.

Ik trok mijn joggingbroek en shirt uit en keek neer op mijn naakte lichaam. Ik zag een taille en heupen. Subtiel aanwezig in dit mannenlijf, maar in mijn beleving zijn het de voorhoedespelers van mijn vrouwenlijf. Pre-hormonaal al aanwezig, dus dat kan alleen maar beter worden als mijn lijf ooit de juiste chemische aanwijzingen krijgt. Maar de fantasie werd wreed verstoord door mijn penis en mijn platte borst. Ik keek naar de kleren op het bed en keek nog eens naar mijn lijf. Er was iets dat me deed aarzelen, maar ik snapte niet goed wat. Misschien vandaag geen rokje maar een broek? Nou ja, eerst maar douchen.

Onder de hitte van de douche scheerde ik me. Eerst mijn baard die, hoe goed ik ook mijn best deed, ook in geschoren staat zichtbaar zou blijven. Baardschaduw. Raar woord eigenlijk; een baardschaduw is de enige schaduw die zichtbaar is als het object waar het van af stamt zelf onzichtbaar is. Mijn baard was afgeschoren, maar ik wist dat ik in de spiegel nog precies de contouren van mijn baard zou kunnen zien. Vervolgens schoor ik mijn lichaam. Borsthaar, buikhaar, okselhaar, benen (boven en onder) en ja ook op mijn billen en ballen. Alles mooi glad.

Ik draaide de kraan dicht en droogde me af. Tijd voor de make-up. Mijn gewoonte is om eerst de basis van mijn make-up aan te brengen (primer, beardcover, concealer, vloeibare foundation, shaper en poederfoundation), me dan aan te kleden en vervolgens de make-up af te maken: ogen, blush en lippen. Ik keek in de spiegel boven de wastafel. Mijn ogen dwaalden af van mijn baardschaduw naar de beardcover in mijn make-up tas. Van mijn wangen naar de foundation. Van mijn neus naar de shaper. Ik aarzelde. “Oké, eerst maar aankleden dan”, zei ik tegen mezelf en ik liep naar de slaapkamer. Daar lagen mijn kleren uitnodigend op het bed uitgespreid. En ineens snapte ik het. Ineens begreep ik mijn aarzeling. Er was niks mis met mijn kleding. Niks mis met net doen alsof ik nu al een vrouw ben. Maar ik wilde niet een vrouw zijn met een dikke laag make-up om haar baard te verbloemen. Ik wilde niet een vrouw zijn met een pruik op haar hoofd; de hele dag geremd om eens lekker de handen door het haar te halen. Ik wilde mezelf niet verstoppen; ik wilde mezelf zijn. Gewoon naturel; gewoon ik.

Maar de realiteit is dat die ik een mannenhoofd heeft, met een haargrens die niet gewoon een beetje is teruggetrokken, maar de hele strijd opgegeven lijkt te hebben. Zonder pruik en zonder make-up kan ik onmogelijk als vrouw over straat. En als man durf ik geen panty en een rokje te dragen, zo veel hecht ik kennelijk aan het dichotome denken in mannen en vrouwen. Of moet ik zeggen: zoveel hecht ik kennelijk aan het geaccepteerd worden door mijn omgeving. Was ik rebelser geweest, dan had ik gewoon die panty en het rokje aangetrokken en was ik lekker met mijn Man-ik hoofd en Man-ik haar naar buiten gegaan. Maar ja, dat durf ik niet. En op de een of andere manier klopt dat ook niet.

Ik deed de Lisa kastdeur open en pakte een hempje met kant en een shirt met diepe hals. Ik trok ze aan. Over mijn mannenborst. Zonder bh en zonder protheses. Ik deed de Man-ik kastdeur open, pakte een skinnyjeans en trok deze aan. De spiegel liet het me duidelijk zien: zéér androgyn. Geen Man-ik, geen Lisa. Een vaag compromis. Een compromis voor iemand die vrouw wil zijn en tegelijk zo naturel mogelijk wil blijven. Een vaag compromis voor iemand die niet kan kiezen. Iemand die niet durft te kiezen. Iemand die zich afvraagt hoe lang hij het zich nog kan permitteren om niet te kiezen. Iemand die zo vaak in verwarring leeft… Ja, ik wil…niet.

dinsdag 12 november 2013

Kaartenhuis

De groep kijkt me aan. Ik zie dertig gezichten, zestig ogen proberen mij te zien. Maar ik ben er niet. Ik vind het eng. Ik heb me diep van binnen teruggetrokken en laat mijn automatische piloot het woord doen. Allemaal keurig en beleefd, natuurlijk. Functioneel. Maar niet uit het hart. Want het hart zit eventjes op slot. De groep hoort me een welkomstwoord doen. De groep hoort me de sprekers introduceren. Ik zie mezelf op mijn briefje kijken want ik heb geen idee meer hoe ze heten en wat hun achtergrond is. Alsof ik dat gisteren niet drie keer goed heb doorgelezen en samengevat op dit spiekbriefje. Al sinds de middelbare school weet ik dat als je veel aandacht besteed aan je spiekbriefje dat je hem niet meer nodig hebt omdat je de inhoud gewoon hebt onthouden. Maar deze keer gaat die regel niet op. Ik heb geen idee meer waar ik mee bezig ben.

Met bravoure als de motor van mijn automatische piloot bluf ik me door dit seminar. Door mij georganiseerd, samengesteld en gecoördineerd. Al maanden bezig met de voorbereidingen, met alle sprekers uitgebreid voorgesproken. De afbakening en de samenhang van de presentaties goed doordacht en doorgenomen. Het staat als een huis. Maar op deze dag voelt dat huis niet zo stevig aan. Althans niet voor mij, want de deelnemers lijken het vooralsnog prima te vinden. Maar het huis mist een fundament. Het fundament in mij.

Sinds Lisa en Man-ik samen in mijn leven zijn, is mijn onzekerheid gegroeid. Of eigenlijk moet ik zeggen: mijn zekerheid geslonken. Mijn onzekerheid is weer terug op het niveau van vroeger. Toen ik nog een kind was. Ik ben emotioneel instabiel, twijfel regelmatig ernstig aan mijn kwaliteiten, vind het eng om gezien te worden en ben rete-onzeker. Reacties van anderen voelen weer vaker als een aanval, als kritiek. Ik hoor me mezelf verdedigen voordat er überhaupt geschoten is. Ik ben terug bij af, lijkt het. Of, meer psychologisch geformuleerd: ik zit in regressie, en vet ook (hoewel ‘vet’ dan weer geen term uit de psychologie is). Ik ben teruggevallen in gedrag uit mijn kindertijd. Gelukkig kan ik mijn plas nog ophouden…

Aan de ene kant voelt die regressie goed, alsof de videoband wordt teruggespoeld naar het punt waarop de plot van het verhaal nog een andere wending kan nemen. Het punt waarop ik mijn leven, zonder ballast, opnieuw mag vormgeven. Als iemand me kan garanderen dat het daar op uit draait, dan bijt ik mijn tanden nog even op elkaar en hobbel ik door in mijn onzekerheid. Maar de andere kant is dat ik bang ben voor wat er komen gaat. Bang voor wat ik over me af heb geroepen door mezelf de vraag te stellen of ik niet liever als vrouw zou willen leven. Natuurlijk: als je gaat morrelen aan de tafel waar je het kaartenhuis van je leven op gebouwd hebt, dan valt er wel eens een kaartje om. Maar soms als ik mijn ogen sluit zie ik in gedachten het hele kaartenhuis instorten.

De groep kijkt nog steeds naar me, terwijl ik de volgende spreker aankondig. Ik kijk opzij, kijk de spreker aan en terwijl mijn mond geluid voortbrengt en mijn arm een uitnodigend gebaar maakt, ben ik dankbaar. Dankbaar voor mijn automatische piloot die me door deze dag heen loodst. Deze dag waarop ik liever een heel jong meisje was geweest. Een meisje met een heel leven voor zich. Zonder geschiedenis. Zonder een tegen wil en dank in opgebouwd bestaan als man. Een meisje dat huppelend en dansend de wereld ontdekt.

Ik ben gestopt met praten. De spreker heeft het woord genomen en ik loop opzij. Terwijl ik op mijn stoel op de eerste rij plaatsneem, wordt het stil. Stil in mij. Ik hoor het ruisen van het bloed in mijn oor en even denk ik dat het de wind is. De wind die mijn toch al wankele kaartenhuis komt tarten. Gelukkig is het de wind niet. Mijn kaartenhuis staat nog overeind. Lichtelijk geschonden, te midden van vele kaarten waarvan ik niet kan zien of ze ooit onderdeel uitmaakten van dit kaartenhuis of dat het nieuwe kaarten zijn die ik er nog aan toe moet voegen.

PS: dank aan de automatische piloot: de deelnemers aan dit seminar waren zeer tevreden, bleek uit de evaluatieformulieren!

dinsdag 5 november 2013

Ik ben bang

Onze lippen gleden over elkaar. Wanneer ze zich sloten ruiste onze adem door onze neus, maar meestal hijgden we onze adem langs onze tongen naar buiten. We zoenden zoals we al vaak gedaan hadden als man en vrouw. Maar nu waren we geen man en vrouw. Nu waren we twee vrouwen; de fysieke aantrekking ging dwars door alle grenzen van de geslachten heen. Ik kon me niet herinneren ooit eerder als Lisa zo voluit met haar gezoend te hebben.

Haar hand gleed over mijn lichaam; net als mijn hand over de hare. Haar vingers streelden mijn hals en gleden naar beneden over mijn borsten. Ze kneep in mijn borst. Mijn lichaam sidderde. “Zullen we naar boven gaan?”, zei een van ons maar het had net zo goed de ander kunnen zijn. We stonden op. Terwijl zij in de kamer de lichten uitdeed en daarna haar slapende kind checkte, maakte ik me in de slaapkamer snel klaar voor de nacht en het zinnelijke spel waarmee we die zouden inluiden. Ik deed mijn pruik af en haalde mijn make-up van mijn gezicht. Toen ik me uitkleedde kwam ze binnenlopen, zelf ook al half ontkleed. Ik had net mijn bh achter op mijn rug losgemaakt en met mijn handen hield ik de bh en mijn borsten nog even op hun plek. Een diepe zucht liet horen dat ik me voorbereidde op het loslaten van mijn vrouwelijke trots. Op het moment dat ik mijn handen in beweging wilden zetten, voelde ik haar handen op de mijne. Haar lippen kusten me, teder en zacht. Ik kuste terug en voelde haar handen over mijn armen naar mijn rug glijden. Ik voelde de band van de bh weer strakker worden toen ze de haakjes achter mijn rug weer vastmaakte. Ze pakte mijn hand en trok me naar het bed.

We zoenden, streelden en kronkelden van genot. Toen ze haar hand tussen mijn benen stak, kreunde ik. Ik voelde hoe haar vingers bij mij binnendrongen en om mijn vagina beter te kunnen ontspannen sloeg ik mijn benen om haar heen. De ene na de andere zindering van verlangen en diep genot kolkte door mijn lijf. Mijn hartslag, mijn ademhaling en zelfs de snelheid waarmee de elektrische stroompjes door mijn zenuwstelsel gierden: alles ging steeds sneller en sneller om te eindigen in een intense golf van vrede, verbondenheid en ontspanning. We zuchtten allebei diep en gleden in de veiligheid van een innige omhelzing.

Daar lagen we, luisterend naar de seks-echo die nog door onze bloedbaan rondging. Er kwamen zachte geluidjes van tevredenheid uit mijn mond die langzaam steeds harder werden en zich transformeerden tot snikjes. Mijn lichaam schokte en ik voelde mijn hart zich omhoog stuwen richting mijn keel. De snikjes werden groter en ik voelde het warme traanvocht over mijn wangen lopen. Ik huilde. Van angst. Ik voelde me bang. Doodsbang voor het proces waar ik in zit. Doodsbang voor de keuze die ik ergens diep in mij allang gemaakt heb. De keuze die onontkoombaar lijkt. Hoe kan je grootste verlangen tegelijk je grootste schrikbeeld zijn? “Ik ben bang”, hoorde ik mezelf tegen M. zeggen. En alsof die conclusie werkelijker werd door het uit te spreken, huilde ik nog harder. Daar, op het bed van onze passie, in de innige omhelzing van onze liefde, huilde ik om misschien wel de diepste angst in mij. De angst om de controle los te laten.