maandag 23 december 2013

Fijne vriendin

E. lacht naar me. Ik kijk in haar donkere ogen die bijna overstraald worden door haar brede witte lach. Wanneer onze wangen elkaar raken ruik ik haar en de herinneringen aan zes, zeven jaar geleden komen boven. Herinneringen aan het plezier van samen op hetzelfde project werken. Herinneringen aan de dates die er op volgden. Herinneringen aan die avond in Leiden waar we samen aan de waterkant knuffelden. Herinneringen aan het zoenen. Herinneringen aan de dramatische timing waarin we lonkten en verlangden maar niet op hetzelfde moment voor elkaar durfden te kiezen. Om de pijn van het onvervulde verlangen niet te voeden hielden we sindsdien afstand. We zagen elkaar nog maar heel af en toe en bleven dan keurig binnen de grenzen die de ontstane context inmiddels oplegde: allebei in een relatie.

Een paar weken geleden trad ze met haar zangkoor op in de Dominicuskerk in Amsterdam. Dat had ze al eerder gedaan, maar deze keer was ik er voor het eerst bij. Ze straalde toen ze me zag en ik straalde waarschijnlijk even hard mee. Er was zoveel gebeurd in de jaren dat we ons op veilige afstand van elkaar door het leven bewogen. Zoveel gebeurd sinds de laatste keer dat we elkaar zagen, zo’n anderhalf jaar geleden. Maar we werden nog steeds blij van elkaar. We voelden allebei de wens weer wat meer in elkaars leven te komen en spraken af elkaar snel (en onder vier ogen) weer te zien.

De aanloop naar die ontmoeting was onrustig. Er waren verlangens van de viriele man in mij die verder wilde gaan waar we zes, zeven jaar geleden waren gestopt. Zowel mijn hoofd als mijn broek vulden zich met Man-ik fantasieën over hoe het zou zijn samen met haar. Ze was nu weer single, dus wat dat betreft waren er geen belemmeringen. Maar ja… er waren genoeg andere belemmeringen. Met M. zo dichtbij mijn hart voelde het niet alsof ik single was en tegelijk vond ik dat de ‘vage status’ die we nu hebben me niet in een vacuüm mocht houden. M. liet zich er niet door weerhouden, wist ik. Waarom kon ik dan niet opportunistisch zijn en E. versieren? Nou, het antwoord was simpel. Mijn integriteit belemmerde dat.

In mijn hart klopte het niet als ik E. met alleen mijn Man-ik identiteit zou ontmoeten. Dat zou voelen alsof ik haar bedroog, alsof ik niet echt was. Ik verlangde ernaar om helemaal met E. in contact te zijn, met alles wat ik heb en wie ik ben. Schaamte en opportunisme weerhielden me er bij onze ontmoeting vorig jaar er nog van om openhartig te zijn over Lisa. Nu wist ik, voelde ik, dat ik niet anders kon dan het haar te vertellen. Ik wilde écht contact met E. en dat zou alleen kunnen door Lisa mee te nemen.

We zitten in het restaurant tegenover elkaar en praten honderduit. Niet over koetjes en kalfjes, maar over de grote gebeurtenissen in het afgelopen jaar van haar leven. Het eten verschijnt en al pratend laten we het hapje voor hapje weer verdwijnen. De wijn kolkt in onze glazen wanneer we proosten. En zo glijdt de avond voorbij tot het moment daar is. Het moment waarop ik E. vertel over Lisa. Haar schok duurt maar heel even. “Ik had het nooit gedacht, maar ik voel dat het klopt”, zegt ze. En: “Cool dat je dit doet!”. Ik vertel over mijn proces. We lachen en we huilen (nou ja, ik huil; E. streelt mijn hand).

Wanneer ik ’s avonds laat thuis op mijn bank neerplof voel ik me erkend en gezien. En ik voel opluchting. Opluchting dat ik mezelf helemaal aan E. heb laten zien. Dat ik niks heb achtergehouden, uit opportunisme voor mijn mannelijke verlangens. Door mijn openheid heb ik mijn kansen op een seksdate verspeeld. Door mijn openheid heb ik – nog voor dat daar in mijn leven ruimte voor is – eventuele toekomstige kansen op een relatie met E. verspeeld. De pijn van dat besef kan ik goed voelen. Maar ik heb er de steun en de liefde van een fijne vriendin voor in de plaats gekregen.

vrijdag 20 december 2013

Paspoort M / V

Op de kop af op de dag dat de Eerste Kamer akkoord ging met de nieuwe transgenderwet haalde ik een paar dagen geleden mijn nieuwe paspoort op. Gewoon omdat mijn oude paspoort op het punt van verlopen stond. Gewoon onder het oude regime, want de nieuwe wet gaat pas per 1 juli 2014 in. In de aanloop had ik er niet teveel aandacht aan gegeven: gewoon een administratief formaliteitje voor een document dat ik toch niet al te vaak gebruik en als ik het nodig heb, dan kan dat prima in mijn bijpassende mannelijke identiteit. Vorige week, bij het laten maken van de verplichte pasfoto, merkte ik dat het me eigenlijk niet interesseerde of ik er mooi op stond of niet. Ondanks mijn nonchalance voelde ik ergens onder water ook wel aan dat ik dit paspoort misschien wel niet de volle vijf jaar zal uitdragen.

Een formaliteitje dus. Gewoon even paspoort ophalen en wegwezen. Ik had een afspraak gemaakt, dus ik zou nog geen vijf minuten in het stadskantoor aanwezig zijn. “Wilt u even controleren of de gegevens kloppen?”, vroeg de vriendelijke jongedame achter de balie. “Natuurlijk”, zei ik monter en ik opende het document. De foto. O ja, dat ben ik. Naam…klopt. BurgerServiceNummer…klopt (en nee, het is geen autistische stoornis dat ik dat negencijferige administratieve nummer uit mijn hoofd ken; ik ben gewoon gezegend met een onwijs makkelijk te onthouden nummer. Gun een transgender nou ook eens een gemakje!). Geboortedatum…klopt. Bijna wilde ik het document al dichtslaan toen mijn oog viel op die ene rubriek: ‘Geslacht / sex / sexe’. Het antwoord op deze vraag was er in twee dikke hoofdletters onder gedrukt: M / M. Heel even deed het pijn aan mijn ogen. Heel even wilde ik tegen de ambtenaar zeggen dat er toch een foutje in stond. Maar direct realiseerde ik me dat het klopte. Voor de buitenwereld betekent die M gewoon ‘Man’, in weerwil van mijn innerlijke pijn. Maar om het er nu met die tweede M zo flink in te wrijven vond ik wat al te agressief. Ik moest even slikken. M / M. Hoewel ik direct vermoedde dat die tweede M de wat redundante afkorting van ‘Male’ moest zijn, gezien het feit dat ook de tot drie letters afgekorte maandaanduiding van mijn geboortedatum twee keer gemeld werd. Ook daar was de afkorting in het Engels identiek aan die in het Nederlands, zoals dat voor de meeste maanden geldt. Wat een gekke doublures, waarom zou je het er in twee talen opzetten als het exact hetzelfde is? Je zet toch ook niet twee keer ‘STOP’ op een stopbord?

Hoe dan ook, mijn blik was even gevangen door die treiterende M / M. Ik wist: een V / F zou nu nog te vroeg voor me zijn. Zo ver ben ik niet in het proces. Maar wat had ik het leuk gevonden als speciaal voor mij, voor deze twijfelende vrouw die ook nog man is, iemand ‘M / V’ in mijn paspoort had laten drukken! Het zou een treffend identiteitsbewijs zijn voor de fase waarin ik nu leef! Helaas ben ik net te laat om nog een amendementje in te dienen voor de transgenderwet…

dinsdag 17 december 2013

Vruchtbare onvruchtbaarheid

“Ik ga in het genderteam jouw situatie bespreken en voorstellen om in het kader van de diagnostiek Androcur voor te schrijven”, zegt mijn psycholoog tegen me. Ik voel een grote opluchting. Geen verrassing, want ik had subtiel en geduldig al mijn beïnvloedingsvaardigheden aangewend om hem tot deze conclusie te laten komen. Maar de gedachte dat ik deze belangrijke stap kan gaan zetten geeft me rust. Eindelijk gaat er weer eens wat gebeuren. In het hoofd van mijn VU psycholoog heeft de zaak niet stilgelegen, want in oktober was hij nog heel aarzelend over testosterononderdrukking als diagnostisch instrument. En nu ziet hij ook dat het mij een grote hulp kan zijn voor het vinden van het antwoord op de vraag: wat wil ik nou? De vraag of ik genderdysforie heb zijn we geruisloos gepasseerd; daaraan twijfelt niemand.

Als laatste zetje vertelde ik mijn VU-psycholoog dat ik goed had nagedacht over de consequenties van Androcur. De mogelijk (subtiele) vervrouwelijking van het lichaam die kan optreden zou voor mij een welkome bijwerking zijn, maar die komt maar zeer zelden voor. Voor een vrouwelijke vetverdeling over het lichaam moet je toch echt aan de oestrogenen, daarover maak ik me geen illusies (hoewel de fantasie toch soms een loopje met me neemt). Nee, als het om Androcur gaat is er een heel serieuze andere bijwerking om rekening mee te houden. Eentje die in een groot deel van de gevallen optreed: je wordt er onvruchtbaar van. Na een paar maanden gebruik van Androcur wordt de tijdelijke onvruchtbaarheid vrijwel altijd een permanente. Dus is het wel iets om even bij stil te staan. Dat heb ik gedaan.
  • Ik heb al een kind. Hoewel dit klinkt als de grappige uitspraak “ik heb al een boek”, is het niet zo bedoeld. De enorme verdieping die een kind aan je leven geeft heb ik gelukkig al mogen ervaren. Verantwoordelijkheid ‘beyond doubt’ en onvoorwaardelijke liefde die twee kanten op stroomt. Fantastisch! En natuurlijk zou een tweede kind dit gevoel verdiepen. Elk kind is anders. Maar ik weet wat het is om een ouder te zijn. Een bijzondere rol die mijn leven heeft verdiept en die ik koester. S. heeft mijn leven een kwaliteit gegeven die ik niet had willen missen.
  • In de tijd dat M. bij mij woonde, woonde haar toen tweejarige zoontje ook bij mij. Voor hem zorgde ik vanuit hetzelfde verantwoordelijkheidsgevoel als ik voor S. voel. Een kwetsbaar wezen om niet alleen bescherming maar ook inspiratie aan te geven. Dat was opnieuw een bijzondere ervaring. Ook voor hem voelde (en voel) ik liefde. Dus dat kan ik in de toekomst opnieuw voor een kind van iemand anders voelen.
  • Gezien de fase waar ik nu in zit ligt het totaal niet voor de hand dat ik binnen vijf jaar een kind zou krijgen al zou ik willen. Ongeacht de genderkeuze die ik ga maken. Een belangrijke voorwaarde voor het krijgen van een kind is dat je je eigen emotionele leven (en liefst ook praktische leven) op orde hebt. En dat je een stabiele partnerrelatie hebt. Daar is op dit moment allemaal geen sprake van bij mij. En als ik na mijn 45e nog een kind op deze wereld zou brengen, dan ben ik tot aan mijn pensioen een actief verzorgende ouder. Daar zit ik eerlijk gezegd niet op te wachten.
  • En als ik onverhoopt later toch verdriet krijg dat ik geen kind meer kan verwekken, dan geloof ik dat ik dat verdriet kan dragen. Die pijn verbleekt naar mijn gevoel nogal bij de pijn die ik nu te dragen heb.
Mijn VU-psycholoog opperde nog de mogelijkheid om zaad in te vriezen ‘voor het geval dat’. Maar dat hoeft voor mij niet. Heerlijk om als twijfelkontje eens iets zeker te weten. Ik kies voor onvruchtbaarheid. Heel bewust. Omdat het me meer zicht gaat geven op mijn gendergevoel. En op de keuze die ik te maken heb. Tenminste, dat hoop ik. Ik hoop dat het gebruik van Androcur voor mij vruchtbaar zal zijn. Misschien wel de eerste vruchtbare onvruchtbaarheid in de medische geschiedenis.
 
 

zaterdag 14 december 2013

Acceptatie en de kaars

Mijn genderstrijd is moeilijk. Het verlangen is helder, maar ik kom niet tot een beslissing. Natuurlijk spelen daar allerlei irreële en reële angsten een rol bij. Ik heb over al die angsten al eens geschreven: verlies van S., verlies van vrienden, mijn haar, mijn stem, mijn libido, moeizame sociale acceptatie, verlies van inkomen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dwars daar doorheen loopt een fundamentele twijfel die misschien nog wel veel bepalender is voor mijn proces. Een twijfel die te maken heeft met spirituele kernwaarden die belangrijk voor mij zijn.

Op mijn pad van persoonlijke en spirituele groei is me één ding vooral ontzettend duidelijk geworden: de grootste pijn komt niet van weerstand die je buiten je ervaart. De grootste pijn komt van je innerlijke weerstand. De belangrijkste spirituele opgave is acceptatie. Als je eenmaal de kracht van acceptatie hebt gevoeld, dan weet je dat je het meest belangrijke instrument tot innerlijke vrede in handen hebt. Maar deze spirituele opdracht wordt al snel een holle tegeltjeswijsheid die niet zou misstaan op de Happinez scheurkalender: je voelt dat er een diepe wijsheid in verscholen zit en tegelijk is het een lege huls. Alles staat of valt met het eigen onderzoek dat je er naar verricht.

Spiritueel gezien is acceptatie het tegenovergestelde van ‘fixen’: bij acceptatie verhoud je jezelf tot de realiteit en bij fixen probeer je die realiteit juist naar je hand te zetten. Dit onderscheid raakt het hart van mijn zoektocht. Ik heb al meerdere keren van spirituele vrienden de goedbedoelde tip gekregen te accepteren dat ik nu eenmaal een vrouw in een mannenlichaam ben. Klinkt goed. En dat is ook wat ik probeer. Daarom loop ik twee sporen tegelijk: ik zoek nog steeds een weg om mijn genderdysforie te dragen en tegelijk neem ik stappen om het op te lossen.

Acceptatie ligt heel dicht bij ontkenning. Acceptatie van het feit dat ik een vrouw in een mannenlichaam ben is moeilijk omdat er een ontkenning van een verlangen in opgesloten ligt. Want vergelijk het maar eens: wat zeg je tegen een vrouw die stelselmatig door haar man in elkaar geslagen wordt? Accepteer het leven maar zoals het is? Of adviseer je haar de situatie te fixen door te gaan scheiden? Dat laatste zou in elk geval recht doen aan haar verlangen naar veiligheid en lichamelijke integriteit. Acceptatie van de situatie zou dit verlangen flink geweld aan doen. En de moeilijkheid is natuurlijk dat de beslissing om te scheiden juist weer geweld zou doen aan andere waarden die voor die vrouw misschien belangrijk zijn: trouw en volharding. En zie: het dilemma is geboren. Een dilemma dat voor buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is.

Om het nog simpeler te maken doe je het volgende gedachten-experiment maar eens: stel je voor dat je je linkerhand vlak boven een grote brandende kaars houdt. Je voelt de hitte in je hand branden. En al na twee seconden doet het pijn, vreselijk pijn. Wat doe je? Accepteer je de situatie of ga je fixen door je hand terug te trekken? Ik denk dat het antwoord helder is.

Ik kan in de beslissing vrouw te worden het element van ‘fixen’ wel zien. Waarom ga je zulke verstrekkende maatregelen nemen waarbij je leven echt niet op alle fronten makkelijker zal worden? Loop je niet weg voor de realiteit? Deze gedachte kan ik volgen als de genderdysforie een uiting is van een onderliggend probleem. Dan moet je dat probleem aanpakken door de kaars uit te blazen. Dan kan je hand blijven waar hij is. Maar ondanks al mijn gesprekken met psychologen, ondanks alle sessies met rebalancers, healers en spirituele leiders, ondanks al mijn kritisch zelfonderzoek is nog niet gebleken dat mijn genderdysforie een coping-mechanisme is. Ik kan de kaars dus niet uitblazen, die zal blijven branden. De beslissing vrouw te worden zou een ultieme acceptatie van deze realiteit zijn: het is zo, dus verzet je maar niet meer. De kaars is te heet, dus trek je hand maar terug. Maar dat zou in strijd zijn met innerlijke waarden die belangrijk voor me zijn: volharding, harmonie en erkenning. Het wrange is dat ik juist in die waarden wel coping-mechanismen kan zien die te maken hebben met de onveilige hechting die ik als kind heb ervaren.

De conclusie lijkt dus onontkoombaar simpel: ik moet mijn genderhand gewoon terugtrekken van de dysforie-kaars. Toch ligt het nog niet zo simpel voor mij (ja, zo ken ik mezelf weer). Mijn uit coping geboren waarden zijn er nog, ook al heb ik ze ontmaskerd. ‘Just by knowing’ is hier niet voldoende voor verlichting. Dus zoek ik een middenweg. En die bestaat, in elk geval in theorie. Want is er niet de mogelijkheid om je hand iets hoger te brengen? Iets verder van de vlam? Het blijft pijn doen, maar minder. Het hoeft niet gefixt. Misschien is dit de genuanceerde dimensie waarbij acceptatie geen ontkenning van verlangen is. Spiritueel gezien is dit een heldere opdracht. Op het aardse niveau van alle dag voelt het als een onmogelijke taak.

donderdag 12 december 2013

Non-dualiteit

Voordat ik aan dit proces begon zag ik mezelf als redelijk stabiel. Wel gevoelig, maar niet de emotionele dweil die ik nu ben. Er hoeft nu maar iets te gebeuren of ik verlies het vertrouwen in een goede afloop. En dan komt er uit het niets ineens weer een grote opluchting in mij boven. Sombere dagen wisselen zich af met een grote onrust die me belet in slaap te vallen. De beweeglijkheid van de AEX verbleekt bij mijn emotionele volatiliteit van dit moment. Ik ben het levende bewijs dat persoonlijkheidskenmerken door de jaren heen kunnen veranderen: een Big Five persoonlijkheidstest zou bij mij nu een heel andere uitslag geven dan tien jaar geleden.

Ik zie mezelf werken aan de ontwikkeling van mijn vrouwelijke identiteit. Ik zie mezelf voorbereidingen treffen voor een volledige transformatie van man naar vrouw. En tegelijk zie ik mezelf werken aan het helen van trauma’s van onveilige hechting als kind en het ontladen van de zielepijn die ik met me mee draag, in de hoop dat ik daarmee een mogelijke psychologische oorsprong van mijn genderdysforie wegneem. Acceptatie van mijn transgender-zijn door er naar te leven en tegelijk juist door het proberen te los te laten.

Mijn beide psychologen zien mij niet als bipolair. Maar dat bij mij niet altijd alles in het midden samenvalt is hen ook wel duidelijk. Spiritueel gezien zou je met enig optimisme kunnen zeggen dat ik non-dualiteit sterk belichaam: niet of-of maar en-en. Ik ben man en vrouw tegelijk. Emoties stromen in allerlei toonaarden tegelijk door me heen. En mijn leven ontvouwt zich niet in één richting, maar vloeit ongrijpbaar alle kanten tegelijk op. Ik ben gespleten en ongedeeld tegelijk. Ik ben ik.

woensdag 11 december 2013

Geschift

Mayonaise is net een liedje van Marco Borsato. De meeste mensen vinden het wel te pruimen en op zijn tijd is het best lekker. Maar als je er teveel van neemt, dan word je misselijk. En net als bij die liedjes is het recept van mayonaise vrij eenvoudig, maar kan het in de uitvoering toch danig misgaan. Neem een schone schaal en klop daarin eierdooiers los. Voeg mosterd, azijn, peper en zout toe en klop alles goed door elkaar. Okee, tot zover is het tamelijk risicoloos. Maar dan de laatste stap: voeg heel langzaam de olie erbij terwijl je flink blijft doorkloppen. Als je te snel olie schenkt of als de temperatuursverschillen tussen de ingrediënten te groot zijn, dan gaat de zaak schiften. In plaats van mayonaise krijg je dan een plas olie waar vlokken ei in drijven. Daar haalt ook Marco zijn neus voor op.

De afgelopen maanden probeerde ik gendermayonaise te maken: een basis van Man-ik waar ik druppeltje voor druppeltje Lisa aan toevoegde om te kijken of er een smakelijke androgyne middenweg te vinden was. Dat leek even goed te gaan: Man-ik droeg kleding van Lisa en kocht speciaal voor zichzelf shirts bij de vrouwenafdeling, met een mooie ronde hals die bij Lisa haar brede schouders onwenselijk zouden accentueren, maar Man-ik juist elegantie (sommigen zouden zeggen: nichterigheid) brachten. Maar de laatste twee weken lijkt het alsof er iets niet klopte met de temperatuur of de snelheid: Man-ik en Lisa zijn geschift. Ze zijn weer de twee gescheiden entiteiten die ze lang waren. Man-ik is mannelijker geworden met minder Lisa erin en Lisa is weer haar vrouwelijke zoekende zelfje.

Het voelt als een stap achteruit. Ik hoopte in het androgyne midden een uitweg te vinden voor mijn dysforie, maar het voelt nu alsof dat geen haalbare weg is. Aan de andere kant, ik heb in dit proces al vaker het gevoel gehad dat ik op plekken kwam waar ik al geweest was. Zo gaat dat bij groei en zelfrealisatie: je moet telkens opnieuw over dezelfde paadjes van je ziel lopen om te voorkomen dat ze weer overwoekerd raken door de jungle van de trauma’s. En pas als je zo vaak over het paadje hebt gelopen dat deze te breed is geworden om nog snel overwoekerd te raken, dan pas komt er rust. Het is moeilijk te zien als je gefrustreerd met je kapmes door de jungle ploetert, maar je gaat wel steeds sneller over die paadjes. De begroeiing is toch minder dik dan de eerste keer dat je er kwam. Maar het voelt heel frustrerend, om geschift van te worden.

woensdag 4 december 2013

Bad Hair Day

Een van de grote zorgen die ik heb als ik me voorstel als vrouw door het leven te gaan, is mijn haar. Mijn mannenhaar heeft te lijden gehad onder een paar decennia testosteron-bombardementen. De frontlinie heeft zich uit zelfbehoud een flink aantal centimeters moeten terugtrekken. En omdat voorin in het midden een klein groepje dapper stand houdt, zijn er nu twee kale plekken ontstaan, die ik met een mengeling van zelfspot en afgrijzen soms ‘parkeervakken’ noem. En hoewel in de echte wereld chemische wapens moreel zeer verwerpelijk gevonden worden, wordt in de oorlog op het mannenhoofd geen enkel middel geschuwd. Testosteron, of preciezer gezegd dihydrotestosteron (DHT), werkt prima als ontbladeringsmiddel voor het mannenhoofd. En dit mannenlichaam heeft, vanwege de natuurlijke overdaad aan testosteron, de afgelopen jaren voldoende DHT tot zijn beschikking gehad.

Mijn zorgen lijken misschien ijdelheid, maar dat is het niet. Ik ken geen vrouwen met zulke grote inhammen als ik (en dan heb ik het nog niet eens over de kalende plek op mijn kruin). En als je als ‘tweedekansvrouw’ door je omgeving gezien wilt worden als vrouw, dan helpt het als je zoveel mogelijk signalen op groen weet te zetten. Dus net zo logisch als het is om je baardharen weg te laseren en borsten te kweken (of te suggereren met protheses) is het logisch om een normale haarlijn te hebben. En ik weet, er zijn vrouwen die ook een wat teruggetrokken haarlijn hebben, bij een enkeling zie je zelfs kleine parkeervakjes. Maar in hun geval is dat het enige signaal dat niet overduidelijk vrouwelijk is. Voor een ‘tweedekansvrouw’ ligt dat anders. Die draagt een fysieke erfenis van vele mannelijke signalen met zich mee (de stem, de breedte van de nek en de schouders, de kaaklijn, de grootte van de handen). Elk signaaltje minder helpt de sociale erkenning als vrouw flink vooruit. En daarmee het innerlijk geluk. Want anders zou je verhuizen van ‘gevangen in een verkeerd lichaam’ naar ‘gevangen in sociale uitsluiting’. Okee, een nieuwe gevangenis is wellicht aardig voor de afwisseling, maar toch niet echt het hogere doel dat ik voor ogen heb.

“Je kunt toch een pruik dragen?”, hoor ik soms goedbedoelend suggereren. Ja dat kan en dat doe ik ook. Maar ik wil niet de rest van mijn leven mezelf beperkt voelen door mijn pruik. Hoe goed hij ook zit: je kunt niet even lekker je handen door je haar halen. Je moest eens weten hoe vaak ik dat als Man-ik doe… En sporten met een pruik? Nog los van de angst de pruik te verliezen is het qua ventilatie ook niet ideaal. En ik weet, er zijn transvrouwen die zo weinig mannenhaar over hadden dat ze niet anders kunnen dan met een pruik leven. Maar echt opbeurend zijn de verhalen dat ze zichzelf niet in de spiegel durven bekijken zonder hun pruik nu ook weer niet. Voor mij is een haartransplantatie een must. In september dacht ik nog een goed idee te hebben met stamcel-technologie; inmiddels weet ik dat het inderdaad een goed idee was, want het bestaat. Wel prijzig; sparen dus…

Om alvast een beetje in de stemming te komen besloot ik vandaag mijn eerste pruikloze Lisa-dag te nemen. Mijn Man-ik haar had ik de laatste maanden lang laten groeien en in de Man-ik spiegel zag het er vaak al behoorlijk omvangrijk uit. Soms lukte het zelfs om de parkeervakken te maskeren met de langere plukken die ernaast groeiden. Een mooie basis voor de pruikloze Lisa-dag van vandaag. Ik hoefde de deur niet uit, dus ik dacht: ik waag het er op... Volumizing mousse vanuit de wortels naar de puntjes ingemasseerd… goed warrig gemodelleerd zodat er meer volume zou ontstaan… de parkeervakken overdekt… en tja… het gaf een indruk van hoe het zou kunnen zijn. Zeker aan de zijkant van mijn hoofd zag ik een glimps van hoe mijn vrouwelijke ‘natural look’ er uit zou kunnen zien. Dat gaf vertrouwen. Maar van de voorkant… tja wat zal ik zeggen…? “Een bemoedigende poging” is niet echt geloofwaardig bij dit magere resultaat. Toch maar eens een intake doen bij de haartransplanteur.

dinsdag 3 december 2013

Levenskunst

Gespannen beent hij heen en weer door zijn atelier. Vijf passen brengen hem van de linkerkant naar de rechterkant van zijn schilderij. Grootser dan dit heeft hij er nog nooit een gemaakt. Het is bijna klaar. Nog wat extra detaillering in de manchet van Banning Cocq en misschien maakt hij nog wel een klein zelfportretje tussen de figuren op de achterste rij om het helemaal af te maken. Nou ja, af... Hij weet, een schilderij is nooit écht af. En nu hij er zo naar kijkt, bekruipt hem een ongemakkelijk gevoel. Er is iets mis met dit schilderij. Er klopt iets niet. Of hij het nu van links of van rechts bekijkt, hij krijgt geen greep op wat er mis is. Zenuwachtig loopt hij heen en weer door zijn atelier. Zijn intuïtie vergist zich nooit. Dit is niet het portret dat het schuttersgilde hoopte te krijgen. Maar wat moet er dan anders?

Hij doet iets wat hij nooit eerder gedaan heeft als het om de schilderkunst gaat: hij vraagt zijn vrouw Saskia om raad. Ze komt in zijn atelier; een zeldzaam moment. Ze kijkt naar het immense schilderij en zegt: “Mooi. Levendig. Ik zie niet wat er mis is”. Hmm, daar had hij ook niet zo veel aan. “Maar als het je niet bevalt dan begin je toch gewoon opnieuw?”, zegt Saskia wanneer ze merkt dat haar eerste reactie niet goed valt.

Opnieuw? Al bijna drie jaar werkt hij aan dit doek. Groots en prestigieus, passend bij een schilder van het statuur dat hij graag wil zijn. Van elke figuur op dit schilderij kent hij elke rimpel, elk haartje. Het is alsof hij zelfs in hun zielen keek toen hij ze met olieverf op dit doek vastlegde. Dagen heeft hij gepeinsd over de opstelling: geen statisch portret, maar een beeld met actie en beweging erin. Elke hand, elk gezicht, ja zelfs de hond rechtsonder vertelt een verhaal. Maanden dwaalt hij al rond in dit schilderij om hier en daar kleine maar essentiële verbeteringen aan te brengen. Dit schilderij dat hij meer nog dan alle andere werken als zijn kindje beschouwt. Nee, sterker nog: dit schilderij is hij zélf! Dit doek weerspiegelt zijn leven, zijn succes en zijn lijden. Hij creëerde zichzelf, toen hij dit ambitieuze schuttersportret creëerde. Dit doek is hij: Rembrandt van Rijn. En nu zegt zijn Saskia nonchalant dat hij maar gewoon opnieuw moet beginnen? Wat een domme ongevoeligheid! Alsof je een veertigjarige man vertelt dat hij vanaf morgen als vrouw door het leven moet en dat hij alles wie hij dacht te zijn opnieuw moet zien te worden. Opnieuw door alle barensweeën en groeistuipen vol pijn en onzekerheid heen die hem gemaakt hadden tot wat hij was. Ha! Wat een krankzinnig voorstel!


zondag 1 december 2013

Een rijk gedekte tafel

De laatste twee weken gebeurt het vaak. Als ik mijn ogen sluit en diep ademhaal dan denk ik aan hem terug. Steeds weer. Steeds weer denk ik aan die lachende man. Die lieve, vriendelijke man. Die best aantrekkelijke man. Die man die energiek in het leven staat. Die zo vaak vrienden ziet. Die regelmatig uitgaat. Die plezier heeft in zijn werk. Die succesvol een carrièreswitch maakt. Die elke week een flink stuk hardloopt en twee uur Chi Kung training volgt om lichaam en geest in conditie te houden. Die elke dag aandachtig start met een Chi Kung sessie van een half uur. Die man die zijn acteer­ambities vormgeeft in zijn theatergroep en via castingbureau’s. Die man die zoveel plezier beleeft aan zingen, al dan niet zichzelf begeleidend achter de piano. De man die reist, met vrienden en met zijn zoon. Een man om naar te verlangen. Een man om naar terug te verlangen. Die man was ik, zo’n vier jaar geleden.

En toen kwam die kriebel, zo’n drie jaar geleden. Een kriebel die ik niet kon negeren. Was mijn leven echt zo perfect, of blufte ik mezelf over mijn problemen heen? Alsof een pessimistisch schaduwtje mijn ziel kwam verduisteren: “Het kan toch niet waar zijn dat je gelukkig bent? Waar zit het addertje?”. Er waren herinneringen aan een tijd dat ik mezelf een vrouwennaam had gegeven. Herinneringen aan foute jurken, slechte pruiken en zware make-up. Herinneringen aan vrouwelijk proberen te zijn met de gordijnen dicht. Maar dat lag achter me. Toch? Een vraag van vier letters. Het lijkt iets van niks. Maar met die vraag trok ik mijn hele leven omver, als een slechte goochelaar die plots een tafelkleed van een rijk gedekte tafel aftrekt. Het servies van mijn leven begon te rammelen. Er begonnen glazen te wiebelen, bordjes te schuiven. Een kaars viel om, een glas rinkelde omver. De rest wiebelt en wankelt sindsdien. En soms valt er – na lang aarzelen eindelijk uitgewiebeld – alsnog iets om.

En nu kijk ik naar de tafel en zie ik een ravage… Mijn theatergroep is op sterven na dood. De castingbureau’s bellen me niet meer. Zingen? Durf ik niet meer omdat ik bij elke noot een mannenstem hoor en dan wanhopig wordt bij de gedachte een vrouw te zullen zijn met zo’n stem. Chi Kung? Ik probeer het nog vaak, maar het brengt me geen rust meer. Mijn hardloopschoenen liggen in de kast. Uitgaan? Nee, te moe. Ik kan het nog maar net opbrengen om nog wat te werken.

Ik weet dat het belangrijk is om los te laten. Belangrijk om ruimte te maken voor iets nieuws. Misschien is het wankelende en omgevallen servies op de tafel van mijn leven een teken van loslaten. Loslaten is een krachtige daad. Een daad waar je je sterker door gaat voelen. Dus ben ik niet aan het loslaten maar aan het opgeven, want ik ben me helemaal niet krachtiger gaan voelen. Ik ben moe. Ik ben heel erg moe van mijn zoektocht in het donker. Het donker dat intrad toen de kaars omviel die op de rijk gedekte tafel stond. Toen ik het waagde om aan het tafelkleed te trekken.