zaterdag 15 februari 2014

Regenboogvlag

Samen keken we in de krant, S. en ik. Het was heerlijk om weer samen te zijn. Het voelde alsof we elkaar al heel lang niet meer hadden gezien, maar het was gewoon twee weken geleden, zoals altijd. Het zal wel door mijn avontuur in Londen komen, dat het veel langer leek. Ik had hem gemist en ik genoot van het knusse samenzijn op deze ochtend. “Hee, dat is een vlag voor homo’s, toch?”, zei hij ineens, terwijl hij wijst op een regenboogvlag op een foto van een anti-Poetin manifestatie. Geen idee waar hij die kennis had opgepikt, maar hij had gelijk. Min of meer. En ik legde hem uit dat de kleuren van de regenboogvlag symbool zijn voor de diversiteit van mensen en dat de vlag niet alleen voor homo’s staat, maar ook voor lesbo’s en bi’s. En toen moest ik eerst een brok wegslikken: “…en voor transgenders”. “Wat is transgender?”, vroeg hij. “Dat je het gevoel hebt van het andere geslacht te zijn dan je lijf eigenlijk is”, doceerde ik, waarna ik hem een semantische analyse van het woord gaf. En vervolgens, voor zover het niet al duidelijk voor hem was, voegde ik er aan toe: “Dat is datgene waar ik al een tijdje op aan het puzzelen ben. Weet je nog dat ik je daar vorig jaar over vertelde?”. Hij knikte, amper zichtbaar uit angst daarmee een ongemakkelijke confrontatie met de realiteit over zich af te roepen. Ik ademde diep in en uit om moed te verzamelen door te pakken. “Heb je daar nog wel eens over nagedacht?”, vroeg ik. “Nee”, antwoordde hij, geheel tegenstrijdig direct gevolgd door de vraag: “Ben je steeds vaker vrouw?”. Ik hoorde in zijn stem het ongemak van een doordringend besef. Op de een of andere manier werd ik daar heel kalm en helder van. “Dat wisselt”, antwoordde ik eerlijk, “maar wel altijd meerdere dagen per week”.

Vervolgens vertelde ik dat ik als vrouw naar Engeland was en hoe de paspoort­controle verliep. Ik vertelde het feitelijk en met een luchtige toon alsof het vanzelfsprekend was dat zijn vader als vrouw naar Engeland reisde. En dat was het eigenlijk ook. Hij veroordeelde me niet, hij vond me niet raar (nauwelijks raarder dan een donut eten), maar hij vond het vooral vreemd dat niemand bij al die controlepunten op Schiphol er iets over had gezegd. Toen zei ik dat ik dat op straat ook zelden ervaar. De impuls welde in mij op om een foto van mezelf als Lisa te laten zien, maar mijn angst won het. Ik wilde de luchtige toon van ons gesprek niet verpesten door te snel te gaan. Gelukkig was Just be Kind – het laatste boek van Persia West – in de buurt. Ik pakte het en liet het portret van Persia op de achterflap zien. “Je kunt het wel zien”, zei hij. “Ja, een beetje”, gaf ik toe, “maar dat is ook omdat je het weet”.

De werkelijkheid drong verder door in S. toen ik vertelde dat Persia mij alleen als vrouw kende. Dat B. van de Albert Heijn hier om de hoek mij wel herkent als Lisa (omdat haar man in een vergelijkbaar proces zit en we elkaar bij Transvisie al een aantal keer ontmoet hebben), maar me nooit groet als ik als Man-ik boodschappen ga doen. En dat ik mijn vrijwilligerswerk voor Vier het Leven ook als vrouw doe. Vervolgens vertelde ik hem dat ik er als vrouw ook écht vrouwelijk uit zie. Dat ik nep-borsten heb omdat het een raar gezicht is om een jurk te dragen zonder borsten. Het beeld van overtollig, flubberend textiel op borsthoogte deed hem glimlachen en hij vroeg: “Maar plak je die borsten dan gewoon op?”. “Nou, ze plakken wel een beetje, maar ik draag gewoon een bh”, probeerde ik het zo nuchter mogelijk concreet te maken. “Maar Persia heeft wel échte borsten”, zei ik nog. En vervolgens spraken we over hormoonbehandeling en operaties, zonder de concrete vraag te behandelen of ik dat ook zou gaan doen (hé, één stap tegelijk ja!). Hij bleef het steevast ‘ombouwen’ noemen en dat was voor mij okee. Het paste bij de luchtige toon van ons gesprek en het laatste wat ik wilde was om mijn situatie voor hem te problematiseren. Al het moeilijke, zware gedoe bewaar ik wel voor mezelf. Ik wilde hem meenemen in mijn wereld zonder dat hij het gevoel zou krijgen dat zijn beeld van hoe hij mij kende daar niet meer in zou passen. Ik wilde mijn proces geen bedreiging laten zijn voor hem. En de nuchtere manier waarop ons gesprek liep, en de abrupte manier waarop S. ineens van onderwerp veranderde, gaf me vertrouwen. Vertrouwen dat we er over kunnen praten en dat we als we willen het ook kunnen loslaten om ons weer over te geven aan alles wat onze relatie mooi maakt. De relatie waar niet gender maar liefde het primaire gegeven is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten