zondag 23 februari 2014

The pill of no return

Krak. Met een droog geluid barst de strip open en glijdt de witte pil naar buiten. Ik laat het schijfje chemicaliën over mijn vingers glijden en kijk er naar. ‘CY 50’ staat er op. Dat is vast geheimtaal voor Cyproteronacetaat 50 mg. En dat is weer geheimtaal voor testosterononderdrukkers. En dat is iets waar ik al een tijdje naar uit kijk. Maar toen ik afgelopen week van de endocrinoloog van het VU het recept voor de tabletten mee kreeg, schrok ik toch. Dit ging wel heel makkelijk.

De arts-assistent van dienst deed alleen een korte anamnese, hoorde daarin geen contra-indicaties, schreef het receptje uit en schoof het naar mijn kant van de tafel, samen met een formuliertje voor bloedonderzoek (de nulmeting). Als ik haar zelf niet had verteld dat ik de testosterononderdrukkers krijg in het kader van de diagnosefase dan had ik ook al meteen vrouwelijke hormonen meegekregen. Multidisciplinair werken blijkt voor ziekenhuizen toch heel lastig of misschien had deze arts-assistent (een van de geneugten van een academisch ziekenhuis) net nut van het lezen van een patiëntendossier nog wat onderschat… “Ga jij zo’n transgender maar even hormonen geven”, was misschien wel de instructie die ze van haar begeleider had gekregen. Het ging allemaal zo snel, dat ik bijna te overdonderd was om vragen te stellen. Gelukkig voor haar had ze na het consult met mij wel weer wat goedgemaakt op haar uitgelopen planning.

Thuisgekomen las ik de bijsluiter en toen voelde ik me toch erg ongemakkelijk. Met de informatie op internet werd het er natuurlijk niet beter op. In het Farmacotherapeutisch kompas las ik allerlei voorzorgen die de arts-assistent niet in acht had genomen. Had ze niet eerst mijn bloed moeten onderzoeken en pas daarna de tabletten moeten voorschrijven in plaats van andersom? En is de voorgeschreven dosis niet veel te laag? Of gaan we die nog opbouwen? Maar de vervolgafspraak is pas over drie maanden… Allemaal vragen die een telefonisch consult de komende week wel zullen gaan verhelderen.

Maar mijn ergste aarzeling komt niet voort uit deze medisch-technische aspecten. Mijn ergste aarzeling is dat ik na het nemen van de eerste pil misschien niet meer terug kan. Misschien is de beslissing dan al wel onomkeerbaar. Okee, stiekem weet ik ook wel dat die weg terug er eigenlijk allang niet meer is. De beslissing is allang genomen. Alleen confronteert elke actie die ik neem om dichter bij het einddoel te komen me met angst en onzekerheid, waardoor ik telkens in de weerstand kom.

Ik kijk opnieuw naar de pil in mijn hand. Het is een dingetje van niks. Paracetamol is lastiger door te slikken. Maar het tabletje voelt loodzwaar, alsof de 50 milligram werkzame stof 50 kilogram weegt. Het is mijn hoofd die met me aan de haal gaat, ik weet het. Deze pil staat symbool voor een magische en ongrijpbare ingreep in mijn fysieke lichaam. Op het laseren van mijn baardharen na is het de eerste échte technische ingreep in dit lichaam dat me zo vertrouwd en tegelijk zo’n last is. “Het is ter diagnose; niet ter behandeling”, sus ik mijn tobberige gedachtenfabriek. Maar terwijl ik de pil op mijn tong leg, een flinke slok water neem en de pil onvoelbaar in de koele vochtstroom doorslik voel ik diep van binnen dat de behandeling nu is begonnen. Eindelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten