maandag 31 maart 2014

Minder! minder! minder!

Ik slaap de laatste nachten niet zo best. Het past bij de natuurlijke golfbeweging van het leven (of de soms ontregelende golfbeweging van míjn leven). Misschien heeft het te maken met het darmonderzoek dat ik vandaag moet ondergaan. “Niks aan de hand”, heb ik mezelf steeds voorgehouden (in weerwil van de ongeruste blikken van mijn huisarts over het bloed bij mijn ontlasting). Maar misschien houdt het me onbewust toch uit mijn slaap.

‘Darmonderzoek? Hoort dat bij hormoonbehandeling?’, hoor ik je zeggen. Nee hoor. Transgenders hebben ook gewoon andere kwaaltjes hoor. En bij mij is dat het bloed dat ik sinds een jaar zo af en toe bij mijn ontlasting heb. Mogelijk een teken van ernstige problemen, maar daar ga ik niet van uit omdat ik verder geen symptomen van ernstige problemen heb. Maar, zoals ik al zei: misschien houdt het me onbewust toch uit mijn slaap. En ik weet dat als ik moe ben, dat mijn emotionele stabiliteit minder is. Dat mijn weerbaarheid om om te gaan met tegenslagen minder is. En dat mijn oordeelsvermogen (en mijn vermogen om goed te voelen wat ik wil) ook minder is. Eigenlijk leef ik voor spek en bonen als ik zo moe ben. Dan sta ik een beetje aan de zijlijn van mijn leven commentaar te leveren op hoe het anders zou moeten.

Dus daarom zal het wel niet zo belangrijk zijn wat ik nu ga schrijven. Misschien zelfs wel ronduit waanzinnig, versterkt door het delirium van al bijna 24 uur niks gegeten te hebben en de kunstmatig opgewekte diarree om mijn darmen mooi schoon te krijgen voor het onderzoek. Maar goed, voor den draad ermee. Mijn aanloop was nog nooit zo lang in een blogpost, geloof ik.

Het gaat over een gevoel dat ik vandaag heel sterk heb. Gisteren ook al. En ik heb het eerlijk gezegd de laatste weken ook al vaker gehad. Op zo’n dag als vandaag kijk ik in de spiegel of ik zie toevallig mijn reflectie in een ruit en dan kijk ik naar mijn gezicht. En ineens sta ik dan in een broeierig zaaltje waar er een vijftigtal mensen over mijn schouder mee kijkt naar mijn spiegelbeeld. En dan hoor ik mezelf vragen: “Moet dit gezicht meer of minder mannelijk?”. En de in mijn nek hijgende meute roept dan unisono: “minder! minder! minder!”. En voor ik het besef, hoor ik mezelf roepen: “Dan gaan we dat regelen!”. Dan woelt mijn hand even door mijn haar dat inmiddels al heerlijk lang is en bijna op één lengte. Bijna op de lengte van de pruik die ik gebruik als ik me als Lisa manifesteer. Op die inhammen na dan. Terwijl ik dan tevergeefs met mijn vingers mijn lokken over die kale plekken drapeer, neem ik me voor om een haartransplantatie te laten doen. Om een vrouwelijke haarlijn te krijgen. Een haarlijn die mijn gezicht vrouwelijker zal maken. Dat voornemen heb ik natuurlijk al veel eerder en vaker gemaakt. Maar dat was voor Lisa; natuurlijk wilde ik voor haar een vrouwelijker gezicht. Maar nu voel ik dat ik het ook wil voor Man-ik. Ongeacht mijn keuze om wel of niet full-time vrouw te worden. Ik ben ik. En daar hoort een vrouwelijke haarlijn bij. Ik beloof dat ik mijn vrouwelijke lokken nooit zal blonderen......

dinsdag 25 maart 2014

Alles is goed

In het verleden belemmerde het werk van Man-ik mij vrij vaak om mezelf als Lisa te manifesteren. Daar heb ik regelmatig mijn beklag over gedaan op dit blog. Ik durfde mezelf nog niet als vrouw te laten zien in de werkomgeving van Man-ik. En dus mocht ik op die dagen niet zijn wie ik wilde zijn. Omdat het werk nu eenmaal voor het meisje ging.

Vandaag was ook een werkdag. En nu was ik opnieuw ontevreden. Maar niet omdat ik Man-ik moest blijven, maar juist omdat ik Lisa moest worden. Vandaag was namelijk een vrijwilligerswerkdag. Deze avond zou ik weer gastvrouw zijn voor Vier het Leven. Maar ik had er geen zin in. Dat lag niet aan de voorstelling die we zouden bezoeken (Karin Bloemen rocks!) maar ik wilde mezelf niet verliezen in het masker van Lisa dat de laatste maanden steeds ongemakkelijker was gaan zitten.

Overdag werkte ik thuis – gewoon als Man-ik in zijn androgyne huiskloffie – aan offertes en een visiestatement voor een opdrachtgever. Maar aan het eind van de middag kwam het moment dat ik me echt moest gaan omkleden. Toen het moment daar was, bleek de aarzeling van eerder deze dag verdwenen. Geen verzet, maar ook geen verlangen. Het moest gewoon, dus deed ik het. De neutrale, geaarde en kalme staat van de afgelopen weken bepaalde ook nu mijn gevoelswereld. Of het nu komt door de afwezigheid van testosteron of door de helende werking die mijn verblijf bij Persia West op me maakte weet ik niet. Maar de laatste weken kan ik loslaten. Eindelijk loslaten. De jachtige fysieke verlangens die als een voortdurende ruis door mijn leven klonken, zijn verdwenen. Er is nog fysieke opwinding, er is nog libido. Maar ik kan het net zo makkelijk weer voorbij laten gaan. Loslaten. Alle ideeën van hoe mijn toekomst moet zijn (Lisa! Nee, Man-ik! Nee, toch Lisa!) kan ik loslaten. Alle ideeën van hoe ik me als man hoor te gedragen kan ik loslaten. Alle ideeën van hoe ik vrouw moet zijn kan ik loslaten. Alles is goed.

Toen ik onder de douche vandaan kwam en mijn gezicht in de spiegel bekeek, zag ik tot mijn vreugde dat de jennerige baardschaduw zich vandaag koest hield. Het verhogen van de flitssterkte bij mijn vorige IPL behandeling leek vruchten (of moet ik zeggen: haren) af te hebben geworpen. En ik zag dat de huid in mijn gezicht fijner was geworden. Minder poriën, minder talg. Testosteron, wat heb je me al die jaren aangedaan? Het was duidelijk: mooie huid, geen baardschaduw: hier was geen dikke laag make-up meer nodig. Heerlijk! Toen ik nog eens keek zag ik dat mijn wangen wat ingevallen waren. Dit benadrukte mijn jukbeenderen (waar ik als vrouw al regelmatig voor gecomplimenteerd was), maar ik zag ook een hoekig kaakbeen. Duidelijk een mannelijkere kaak dan voorheen. Het verlies aan spiermassa (twee kilo inmiddels) door de testosteronblokkers begon zich kennelijk ook in mijn gezicht af te tekenen. Maar het was goed. You win some, you lose some. Over een kwartier zou ik Lisa zijn. Op mijn manier. Op de manier van vandaag. Het was zoals het was. Alles was goed.

Mezelf verbazend over mijn relaxte houding, maakte ik mezelf op en kleedde me aan. Er was geen stress over of ik er wel vrouwelijk genoeg uitzag. Geen jachtig gevoel dat er eerst dingen anders moesten worden dan ze waren. Geen ontevredenheid die mijn aandacht in de toekomst en het verleden duwde. Ik was gewoon hier. Als Lisa.

En zo voelde ik me de hele avond. Ik bewoog en sprak ontspannen. Als Lisa. Met de vrouwelijkheid die me aangeboren is en met de nieuwe gewoontes die me inmiddels vertrouwd zijn. Zonder innerlijke kramp dat het niet klopte wat ik deed. Dat ik er nog niet mooi uitzag en dat er eerst van alles moest gebeuren voordat ik er mocht zijn. Dat ik geen echte vrouw was. Pfff, geen echte vrouw? Ha! Ik ben een natural woman! Met flair en plezier bewoog ik me als vrouw door deze avond. Zo ontspannen was ik nog niet eerder als gastvrouw. Er hoefde niks anders. Alles was goed.

Ik ben een vrouw. Ik heb een mannenlichaam. Ik ben een man. Het is allemaal waar. En het is ook allemaal tegelijk waar. Met de praktische beperking dat ik het niet allemaal tegelijk kan manifesteren. Maar ik kan Lisa laten zien als ik wil en ik kan Man-ik laten zien als ik wil. Lisa is niet weg als Man-ik er is en Man-ik is niet weg als Lisa er is. Wat dit voor de toekomst betekent weet ik niet. Er is geen toekomst. Er is alleen hier en nu. En hier en nu is alles goed.

zondag 23 maart 2014

Overgang

Ik word wakker van het kleffe beddengoed dat als natte lappen om mijn lijf geplakt zit. In de roes van het grensgebied tussen slapen en waken realiseer ik me dat ik enorm zweet. Voor de zoveelste keer deze week word ik drijfnat wakker. Mijn lijf is in de overgang, dat is duidelijk. Of het door de testosteronblokkers komt weet ik niet, maar dat ligt wel voor de hand. Mijn amper wakkere geest neemt zich voor om de bijsluiter daar maar eens op na te lezen.

Ik sla het dekbed weg en ga op de andere helft van mijn bed liggen. Mijn lijf hunkert. Niet naar een droog plekje om te liggen, maar naar seks. Ik voel mijn vrouwenlichaam heel sterk en ik wil een warme, harde, natte pik in me. Nog een beetje slaapdronken breng ik mijn hand naar mijn kruis en ik schrik van dat slappe stukje vlees dat daar hangt. O ja, mijn eigen piemel, da’s waar ook. Ik kreun mopperig de teleurstellingen weg dat ik geen vrouw ben en dat er geen warme, harde, natte pik in de buurt is om me te verwennen. Ik draai onrustig in mijn bed en probeer te ontspannen. Ik adem diep, leg mijn handen op mijn tweede chakra, sluit mijn ogen en probeer Lisa voor me te zien. ‘Lisa, jij bent onderdeel van mij’, zeg ik in gedachten tegen haar. De innerlijke rust en de afwezigheid van dwangmatigheid van de afgelopen tijd lijken in één klap ver weg. Een pompend verlangen bonkt in mijn keel. Vandaag moet een Lisa-dag worden. Ik wil het! Maar mijn langzaam ontwakende mind denkt dat het geen goed idee is. Stiekem zijn we immers al een paar weken in een experiment beland om te kijken of ik Lisa in mij kan dragen zonder die nadrukkelijke manifestatie. En daarnaast kán het vandaag simpelweg niet. Vandaag ga ik op verjaardagsvisite naar mijn zus en daar zie ik mijn moeder ook. En die weet niks van mijn zoektocht. De afgelopen paar jaar stond ik al een paar keer op het punt om het haar te vertellen, maar telkens verschoof er weer iets in mij waardoor mijn richting of mijn vertrouwen veranderde. Telkens zag ik er dan van af. Ik kan haar alleen een duidelijke boodschap geven waar ik zelf volledig achter sta. Mijn moeder kan niet omgaan met twijfel of nuance en een genuanceerde en van twijfel doordrenkte boodschap zou de botte, egocentrische reactie die ze hoogstwaarschijnlijk zou geven (‘ach wee, wat heb ik toch fout gedaan’) alleen maar verergeren. Ik wil mezelf die kwelling besparen.

Met een teleurgestelde en mopperende Lisa in mij sta ik op uit bed. Ik ga naar de wc, drink een glas water en ga op de vertrouwde plek in het midden van mijn woonkamer staan om mijn Chi Kung oefeningen te doen. Ik begin mijn enkels één voor één los te draaien, zodat ik een beter contact met de aarde kan hebben. En dan doe ik de eerste ‘opwarm’-oefening, om geblokkeerde energie uit mijn benen en bekken los te maken. Met mijn benen gesloten, knieën gebogen, handen op mijn bovenbenen, half zittend in het niks draai ik cirkels met mijn knieën. Ik voel stijfheid in mijn onderrug. Ik voel spanning in mijn bekkenbodem. Ik voel een opgeblazen gevoel ter hoogte van mijn tweede chakra. En dan stuwt er ineens een bal van energie omhoog. Als ik niet beter zou weten, dan zou ik denken dat ik moest braken. Maar er komt geen maaginhoud omhoog. Er komt pijn en emotie. Ik huil als een gewonde beer. Een diep rochelend gebrom komt er uit mijn bekken omhoog. Ik huil zo heftig dat ik mijn evenwicht bijna verlies. Ik stop met mijn bewegingen en laat me voorover op de grond vallen. En zo, voorovergebogen, huil ik mijn innerlijke pijn weg. Eenmaal uitgesnotterd kan ik mijn Chi Kung weer oppakken en ik maak mijn oefen-cyclus af. Na de heftige emoties van het begin komen er alleen nog maar diepe zuchten van ontspanning en wanneer mijn oefeningen klaar zijn voel ik me rustig, opgewekt en aanwezig. Ik voel mijn vrouwelijkheid sterk, ook mijn vrouwenlichaam is voelbaar aanwezig. Maar ik voel dat dit alles onderdeel is van mij en dat het niet uitgeleefd hoeft te worden in een manifestatie als Lisa. Ik heb mezelf weer bijeengeraapt. Het is goed zo.

Na het ontbijt check ik mailtjes op mijn telefoon en ik zie dat Fading Gender weer een post op haar blog heeft gedaan. Ik volg dat blog al een tijdje en herinner me de vorige blogpost waarin ze schreef dat ze deze week ‘de operatie’ zou krijgen. Snel klik ik haar blog open en lees haar bericht. Het is een vrij zakelijk en rommelig (vermoedelijk door de restanten van de narcose) verslag van haar operatie. Niet persé een tranentrekker. Maar terwijl ik haar verslag lees voel ik de pijn van onvervuld verlangen. Ik voel zelfs een zweem van jalousie. Niet dat ik Daniëlle haar geluk misgun. Maar het confronteert me met Lisa, die in mij leeft en die ook een operatie wil. Die ook een echte vagina wil. Die helemaal vrouw wil zijn. En zo is er van de rust en tevredenheid die ik eerder deze ochtend met hard werken had hersteld niets meer over en ten diepste realiseer ik me dat mijn innerlijk welzijn ontzettend wankel is. Tranen van verdriet en wanhoop rollen over mijn wangen bij de gedachte dat dit misschien wel altijd zo zal blijven.

zaterdag 22 maart 2014

Paniekaanval

Sinds een paar weken gaat het beter met me. En niet omdat ik toevallig in een opwaartse beweging zit van de golfbeweging waar ik al tijden in heen en weer schommel. Nee, dit is een andere nieuwe golf. Ik voel me rustig, positiever, meer aanwezig. Meer gericht op de wereld om me heen in plaats van op mijn innerlijke pijn en mijn zoekproces. Minder gejaagd en neergedrukt door de angst geen fundament te voelen. Nee, fundament is er: ik voel mezelf weer, mijn grotere ik. Die accepterend alle ruimte geeft aan Lisa en tegelijk niet snapt waarom de drang om vrouw te zijn niet meer zo voelbaar is. Het dwangmatige moeten is weg en ik begrijp er niks van. Maar het is wel fijn.

Niet dat ik Lisa de laatste paar weken niet heb gevoeld. Nee, ze is juist sterk aanwezig. Maar veel meer als deel van het grotere geheel in plaats van een afgescheiden identiteit die zich ten koste van anderen moet manifesteren. Sterker nog, van de drie Lisa-dagen die er de afgelopen maand geweest zijn (een diepte-record!) verliep de laatste zelfs ronduit dramatisch. Het is dat ik later die dag alsnog als Lisa de deur uit moest omdat ik ingeroosterd was voor mijn vrijwilligerswerk, anders had ik het niet eens als Lisa-dag kunnen meetellen.

De afgelopen maand zag ik in de spiegel juist heel vaak Lisa. Een zachtere mooiere huid, een mooiere slag in mijn haar (dat inmiddels lekker lang is), minder mannelijke vormen in mijn gezicht en lijf. Allemaal subtiele cosmetische veranderingen (door het gebruik van de testosteronblokkers) waar ik blij van werd. Maar die Lisa was een Lisa zonder make-up, zonder pruik, zonder borsten. Wel vaak met vrouwelijke tops, hempjes en mooie vrouwelijke broeken, maar zonder rokjes of hakjes. De buitenwereld zag een manifestatie van de androgyne Man-ik waar ik vorig jaar ook al mee experimenteerde. Het was zoals het voelde en het voelde goed. De labels man en vrouw waren minder belangrijk en daarmee ook de labels Man-ik en Lisa.

Daarmee was de dysforie niet ineens als sneeuw voor de vroeg ontluikende lentezon verdwenen. Nee de dysforie stak af en toe gewoon nog de kop op. Maar veel minder vaak dan de laatste twee jaar het geval was geweest. Er waren een paar dagen waarop de dysforie meer dan een enkele oprisping was. Die dagen voelde ik een duidelijke drang, een verlangen om me helemaal als vrouw te manifesteren. Maar ik deed het niet. Hoewel het in de meeste gevallen wel gewoon had gekund. Ik twijfelde, aarzelde, maar de borsten bleven in de kast en de make-up in de toilettas. In plaats daarvan sloot ik mijn ogen en zag weer voor me hoe Man-ik en Lisa elkaar omhelsden. Het was goed zo.

Vertwijfeld en verheugd over mijn nieuwe staat van zijn, leefde ik de afgelopen maand gelukkiger dan ik me sinds lang gevoeld had. Wantrouwend vroeg ik me wel af en toe af hoe lang dit goed kon blijven gaan. Dat had ik beter niet kunnen doen...

Vandaag was een gekke dag. Na mijn emotionele en onrustige nacht had ik een beetje gewerkt, uitgebreid de krant gelezen en wat geluierd tot het echt tijd was om boodschappen te gaan doen. Daar ging ik, androgyn gekleed als gewoonlijk, de straat op. Ik ging naar de Turkse buurtsuper, de natuurwinkel en de Albert Heijn. Aanwezig en met innerlijke vrede. Vriendelijk tegen de mensen om me heen. Vriendelijk tegen mezelf. Die vriendelijkheid voor mezelf had ik ook wel nodig, want de hele dag kwamen er Lisa-oprispingen die ik dan weer liefdevol kon laten afvloeien. Mijn vrouwelijkheid was vandaag sterk aanwezig, maar daar hoefde ik niks bijzonders mee. Ik kon haar gewoon via Man-ik laten zien. Zoals ik de laatste tijd zo vaak deed. Het was goed zo.

Bij het verlaten van de Albert Heijn waren mijn boodschappentassen inmiddels behoorlijk gevuld en zwaar. Ik haalde mijn fiets van het slot, deed het pak wc-papier op het bagagerek aan mijn stuur en stapte op. En zoals ik al honderd keer eerder gedaan had, wilde ik de andere twee tassen met een ferme zwaai achter mijn rug op de bagagedrager zetten, zodat ik met één hand aan het stuur en één hand de tassen achter mijn rug vasthoudend naar huis kon fietsen. Maar toen ik zwaaide leken de tassen wel met lood gevuld. Ze kwamen nog wel van de grond, maar ze haalden bij lange na niet de hoogte van mijn bagagedrager. Ik probeerde het nog een keer en nog een keer. Zelfs met maar één tas lukte het me niet. Ik dacht meteen aan mijn door de testosteronblokkers afgenomen spiermassa. Al twee kilo spierweefsel is er weg en nu merkte ik voor het eerst dat ik daardoor echt kracht heb verloren. Met een zucht hing ik één van de tassen aan het stuur. Met twee handen kon hem net hoog genoeg optillen om hem aan het stuur te krijgen. De andere tas ging aan de andere kant van het stuur. Ik stapte op en ik fietste richting mijn huis. Zo ging het ook.

Maar tevreden was ik niet. Bij elke meter die ik fietste werd ik van binnen onrustiger. Ik voelde het pas herwonnen fundament steeds verder onder me vandaan schuiven. Ik voelde mijn hele innerlijke stevigheid als een kaartenhuis instorten. Ik werd bang. Schichtig keek ik om me heen of er gevaar was. Ik zag geen gevaar maar voelde me toch doodsbang. Ik wilde naar huis. Zo snel mogelijk. Ik voelde hoe mijn ademhaling het opgelopen tempo van mijn hartslag probeerde bij te houden. Mijn lijf bibberde. Mijn blik vernauwde zich tot het smalle pad dat mij tussen het drukke verkeer door naar huis zou voeren. Ik voelde me verdrietig. Heel verdrietig en bang. Ik moest op mijn lip bijten om niet ter plekke in hartverscheurend huilen uit te barsten. Ik wilde naar huis. Naar huis. Nu! NU! NU!!!

Toen ik eindelijk mijn voordeur achter me sloot, zette ik bibberend mijn boodschappentassen in de keuken en ademde uit. En toen brak ik. Toen huilde ik. Hartverscheurend en minutenlang. En terwijl de tranen over mijn wangen liepen, probeerde ik te ontspannen. Diep te ademen, zodat het verdriet ook echt uit mijn lijf kon wegvloeien. Ik probeerde me weer voor te stellen hoe Man-ik en Lisa elkaar omhelsden, dat werkte de afgelopen maand altijd goed als ik me even minder lekker voelde. Maar nu niet. Nu kon ik Man-ik en Lisa niet zien. Nu zag ik alleen maar pijn. Pijn en angst. Was die rust van de afgelopen weken niet gewoon een sadistische truuk van het lot om mij eerst het zoete gevoel te geven dat ik mijn genderdysforie misschien wel een plek zou kunnen geven zonder voor de ultieme consequentie te hoeven gaan, om vervolgens die laatste Rolo hardhandig onder luid hoongelach weg te trekken en op te eten? Wanneer houdt dit op?

De M. van Masochisme

“En zo blijft de hoop en het verlangen in mij levend tot het moment dat je me ineens vertelt dat je een relatie met iemand anders hebt. En ik in pijn en verdriet achterblijf.” In de ontspannen sfeer van onze dag samen in de sauna, legde ik mijn dilemma op tafel. Mijn dilemma met M. Ik vind het fijn dat we nog contact hebben, omdat ik haar niet kwijt wil. Omdat ik nog steeds hoop en droom van een gelukkig leven met haar. Over een tijdje. Noem het opportunisme omdat ik bij haar de diepe eenzaamheid van mijn genderzoektocht af en toe kan laten verdwijnen. Of noem het echte liefde omdat ik ondanks alle tegenslagen die we hebben gehad, ondanks alle pijn die we elkaar gedaan hebben en ondanks dat het niet evident is dat het ooit echt gaat werken tussen ons, mijn hart toch in haar ritme blijft kloppen. Of noem het masochisme dat ik al zo lang een situatie in stand houd die me telkens weer pijn oplevert.

Ik verwoordde het aardig naar M.: het masochistische karakter van de situatie, mijn liefde voor haar én mijn vermoeden dat ze al een relatie met iemand anders had. Want hoewel je het zou kunnen uitleggen als een hypothetisch voorbeeld (een veilig excuus indien nodig), koos ik er in mijn formulering heel bewust voor om te refereren aan een eventuele nieuwe relatie van haar. Mijn intuïtie schreeuwde namelijk al een paar weken dat het niet klopte. Dat M. een relatie had met iemand anders. Maar omdat ik mijn intuïtie maar nooit vertrouw, durfde ik er niet rechtuit naar te vragen. Dus hoopte ik op deze manier voor haar een makkelijke opening te creëren om het zelf op te biechten. Slinks? Subassertief? Misschien. Maar wel in de roos. Mijn intuïtie klopte en mijn formulering werkte. M. reageerde meteen, opgelucht dat ze zelf dit moeilijke onderwerp niet hoefde aan te snijden: “Ik heb op dit moment een soort van dingetje met iemand”. En toen kwam er ook nog een naam. Een naam die ik de afgelopen weken al een paar keer in subtiele signalen voorbij had zien komen, maar die ik om het voor M. niet te confronterend te maken maar niet in mijn formulering had opgenomen. M.’s ‘soort van dingetje’ bleek een relatie te zijn. Ik wist het. Waarom twijfel ik toch zo vaak aan mijn intuïtie? Omdat het werkt op basis van subtiele onbenoembare signalen? Moet het echt altijd eerst geanalyseerd kunnen worden in mijn hoofd? Waarom vertrouw ik er niet gewoon op dat mijn intuïtie in haar ondoorgrondelijke wegen de waarheid vindt?

Maar het was niet die fundamentele vraag die gisteren (gezien het tijdstip waarop ik dit tijdens deze onrustige nacht schrijf moet ik het eigenlijk over eergisteren hebben) in de sauna in mij op kwam. Wat ik voelde na M.’s antwoord was een rare mengeling van intense pijn en verdriet in mijn hart, een eureka-euforie (‘zie je wel!’) en het zelfbevestigende masochistische gevoel waar de drama-queen in mij zo van houdt (‘fijn! slachtoffer!’). Ondanks deze verwarrende cocktail van emoties bleef ik in contact met M. en spraken we over de situatie. De tranen liepen wel af en toe over mijn wangen. Juist het feit dat ik alles van mezelf aan M. durf te laten zien maakt onze band zo sterk. Een band die zij trouwens ook nog steeds ervaart, want ze vertelde dat ze niet verder komt in die relatie omdat ze het gevoel heeft dat hij tweede keus is. Ze kan zich niet volledig aan hem geven omdat haar hart nog steeds bij mij ligt. Een fijne, romantische opmerking die mijn hoop natuurlijk enorm aanwakkerde. Maar die de realiteit van de situatie natuurlijk niet veranderde. Misschien juist wel bevestigde.

En zo zit ik nog steeds met mijn dilemma. Blijf ik investeren in contact met M. in de hoop op een wonder of laat ik haar los zodat zij mij kan loslaten en verder kan komen in de relatie die haar geeft wat ze op dit moment nodig denkt te hebben? De wonder-optie is een optie die mij op dit moment veel pijn en verdriet oplevert en is tamelijk uitzichtloos. Weegt dat op tegen het fijne gevoel een ‘significant other’ te hebben bij wie ik op een diep niveau steun en troost kan halen in de moeilijke tijd waar ik in zit? Of kan ik niet beter het contact helemaal verbreken en mijn intense liefde voor haar laten groeien naar de abstractie van de herinnering? Iets dat altijd aanwezig is en zal blijven, maar niet meer zo aan de oppervlakte. Niet meer zo bepalend voor mijn gemoed. Omdat “het slijt”, zoals je dat populair zou zeggen. Een pijnlijke en eeuwig verdrietige keuze, maar alleen op korte termijn heftig.

Dit dilemma heeft nog een derde optie (waarmee het formeel natuurlijk geen dilemma meer is, maar dat ter zijde). De derde optie is om tegen M. te zeggen dat ik weer een relatie met haar wil. Weg met de pijnlijke vaagheid, en commitment aan elkaar in een echte relatie. Een relatie waar ik echter volgens mij nog niet klaar voor ben. Omdat ik, ondanks de recente ontwikkelingen, nog niet klaar ben met de keuze voor mijn gender. Een relatie waar zij volgens mij (en haarzelf) nog niet klaar voor is. Zij zoekt nu nog de afhankelijkheid van een man die voor haar zorgt. Een man die huisje, boompje, beestje met haar speelt. Ze weet inmiddels heel goed (en durfde dat in de sauna ook aan me toe te geven) dat die behoefte niet voortkomt uit hartsverlangen of uit haar visie op relaties, maar uit angst en opportunisme. Omdat ze denkt dat ze het nodig heeft om haar in haar heftige innerlijke borderline proces nog enigszins overeind te houden. En eerlijk gezegd, denk ik dat ook. Ze is gebaat bij die structuur en de alomtegenwoordige beschikbaarheid van een man die telkens weer de airbag is voor haar emoties. Het is juist die dynamiek (en mijn onvermogen daarin mezelf te beschermen) waar onze relatie telkens op stuk liep. Mijn genderzoektocht is niet de reden dat we uit elkaar zijn. Dat was slechts een (flink) complicerende factor. Onze relatie liep telkens stuk op M.’s heftige borderline dynamiek en het feit dat ik een vruchtbare bodem bood voor dit vergiftigende spel. Ik ben een schoolvoorbeeld van een borderline-partner: ik cijferde mezelf weg om haar te helpen tot ik zo in de knel kwam dat ik niets anders kon dan vluchten. En dat was dan het moment waarop ze me weer verleidde en de cyclus opnieuw begon.

Ze is gegroeid, zei ze nog. En dat geloof ik. Ik heb haar tijdens onze relatie richting gegeven en steun in haar proces en ze heeft keihard aan zichzelf gewerkt. Ze is gegroeid. Dat zag ik in onze relatie gebeuren en ik zie ook hoeveel verder ze nu is. Ze is er bijna klaar voor, zegt ze zelf. Geloof ik dat?

En ben ik er bijna klaar voor? Ben ik gegroeid? Mijn genderproces is nog niet aanbeland op een punt waarop ik vanuit een stabiel vertrouwen in mezelf mijn leven weer kan vormgeven. Hoewel het nu niet zo voelt kan het nog alle kanten op. Ik sta nog lang niet in de kracht van wie ik ben. En zonder die stevigheid ben ik geen partij voor borderline. Ook al weet M. er nu veel beter mee om te gaan, de symptomen gaan nooit helemaal weg. We waren al begonnen daar mee te leren omgaan, maar dat vraagt gewoon teveel energie en discipline. Energie is nog steeds schaars in mij omdat zoveel opgeslokt wordt door mijn genderproces. En discipline is wankel omdat ik zo weinig energie heb en emotioneel nog niet stabiel ben (geen discipline, geen energie en emotioneel instabiel? Ha, als ik niet beter zou weten dan zou ik nog gaan denken dat ík borderline heb).

Een relatie tussen M. en mij? Ik ben er nog niet klaar voor. En zij is er nog niet klaar voor. Zij denkt dat het niet lang meer duurt. En ik? Geloof ik dat ook? Ik twijfel. Onze ‘vage status’ zou zo maar nog tien jaar kunnen voortduren. Ik wil niet tien jaar in deze pijn en onzekerheid leven.

We staan in het centrum van elkaars hart maar aan de zijlijn van elkaars leven. De enige manier om het nu voor mij te laten werken is om ofwel in het centrum van elkaars leven te komen, ofwel aan de zijlijn van elkaars hart. Dus: of we beginnen opnieuw in onze relatie of we nemen afscheid. Gezien alles wat ik hierboven schreef is het niet logisch om nu in een relatie te stappen. Maar mijn hart verzet zich heftig tegen loslaten.



maandag 17 maart 2014

Ad Libidum

Het wordt vaak gezegd: de beleving van seksualiteit is hoofdzakelijk een psychologische aangelegenheid. De fysieke chemie speelt natuurlijk wel een rol, maar die zou van ondergeschikt belang zijn. Het interessante van mijn experiment van dit moment is dat ik die stelling eens lijfelijk kan testen nu ik een voor seksualiteit belangrijk deel van mijn fysieke chemie heb uitgeschakeld met Androcur. De psychologen en artsen van het VU voorspelden me dat daarmee mijn libido uitgeschakeld zou zijn. Maar eigenlijk klopt dat niet. Het ligt veel genuanceerder. Het mentale deel van mijn libido is namelijk nog springlevend – en met de ontluikende lente nog flink aan het toenemen ook…

Wanneer ik van achter mijn raam of over straat lopend naar andere vrouwen kijk dan voel ik regelmatig kriebels (nee, wees gerust, echt niet bij élke vrouw en soms ook wel eens bij een man trouwens). Dan kan ook zomaar de gedachte aan seks opkomen; soms zelfs met beeld en geluid. Als ik aan M. denk of aan andere aantrekkelijke vrouwen, dan voel ik fysiek verlangen. Mijn hele mentale systeem is geconditioneerd om dit te doen. Geconditioneerd door de testosteron die mijn hele leven (nou, laten we zeggen vanaf de puberteit) al door mijn lichaam stroomt. Misschien ook wel geconditioneerd door het sociale stereotiep van hoe een man naar de wereld om zich heen dient te kijken. Het zit er inmiddels ingebakken. En het doet zijn werk ook nu gewoon nog.

Maar er is een essentieel verschil met vroeger. Op het moment dat nu zo’n gedachte opkomt, blijft het rustig van binnen. Geen verhoogde hartslag, geen droge keel, geen versnelling van de ademhaling. Geen opgejaagd gevoel omdat een verlangen vervuld moet worden. Geen onrust meer die haast alleen te stillen lijkt door tegemoet te komen aan het verlangen. Geen slaaf meer van mijn chemie.

Ik heb me nooit gerealiseerd hoe groot de impact van die mannelijke chemie is. Er is nu nog steeds verlangen. Nog steeds triggert mijn systeem conform mijn seksuele voorkeuren. Dat gebeurt gewoon of ik wil of niet. Maar sinds de Androcur heb ik een keuze. Ik kan zo’n gedachte, zo’n beeld, zo’n verlangen volgen. Of niet. Net als met gedachten tijdens een meditatie kan ik de oprispingen van mijn libido zien en gewoon voorbij laten gaan. Zonder dat er een chemische onrust ontstaat die onverbiddelijk mijn aandacht opeist en een aantal uur lang (of zelfs de rest van de dag) mijn leven tegen een achtergrondruis van opwinding laat verlopen.

Mijn libido is er gewoon. Nog net zo alomtegenwoordig als voorheen. Maar ik hoef er niks meer mee. Heerlijk!

donderdag 13 maart 2014

Stropdas

Een pantalon met een subtiel streepje en een door de stomerij aangebrachte strakke vouw. Een net overhemd, een stropdas in een halve Windsor en een colbert, natuurlijk behorend bij de pantalon. Afgemaakt met goed gepoetste nette leren schoenen met leren zolen en een subtiele hak. Het uniform van de consultant. Het uniform dat ik jaren gedragen heb. Die kleding was niet alleen een omhulsel om de sociale acceptatie te vergroten in de omgeving waarin ik me toen bewoog. Die kleding maakte ook een houding, een stijl van handelen in mij los. Door me te kleden als een consultant, voelde ik me ook een consultant. En feitelijk was ik het ook want ik deed het werk van een consultant en klanten betaalden me als consultant. Dus ik was een consultant. In elk geval deels.

In mijn essentie was ik natuurlijk geen consultant; die rol was een identiteit, zoals iedereen er meerdere heeft. Als ik ’s avonds thuiskwam van mijn werk, ging niet alleen de stropdas af, maar ging het hele pak uit en trok ik een spijkerbroek en een t-shirt aan en werd een andere identiteit zichtbaar. Rolwisselingen gingen ook vóór mijn genderzoektocht dus al gepaard met verkleedpartijen. De consultant leefde in mij. Het was niet nep, ik was het echt zelf. Ik was mijn eigen unieke versie van een consultant. Die uiterlijk natuurlijk erg leek op wat de mores van het consultantschap nu eenmaal vraagt en die vanuit het innerlijk een aantal persoonlijke waarden liet zien die maakten dat het echt ik was, zichtbaar achter dat uniform. Maar met mijn essentie had het allemaal niks te maken. Het was een deelidentiteit.

De deelidentiteit van consultant heb ik achter me gelaten. Niet dat hij niet meer bestaat, maar ik praktiseer hem al een tijdje niet meer. Maar op een alumni bijeenkomst met collega’s uit die tijd is die consultant er gewoon nog. Ik kan hem zo uit de hoge hoed toveren. Zo gaat dat met deelidentiteiten. Ondanks jaren van volwassenwording vallen we vaak ook terug in patronen uit de kindertijd als we met onze familie samenzijn, zoals ik al eerder beschreef. Het is er en blijft beschikbaar. Maar je bent het niet. Je bent meer dan dat.

Je weet dat ik in mijn genderzoektocht een onderscheid maak tussen Man-ik, Lisa en mijn Grotere Ik, datgene dat alles overstijgt, wat ik ook wel eens mijn innerlijke Boeddha noem. Die Grotere Ik beschouw ik als mijn essentie. Dat is wie ik werkelijk ben. Die Grotere Ik is genderloos en kijkt meewarig naar de strijd tussen de Man-ik- en Lisa-identiteiten. Een strijd die niet over de essentie gaat, maar die voor het leven van alledag wel degelijk relevant is. We leven namelijk niet als essentie, maar als identiteit. Met een beetje mazzel is die identiteit een goede afspiegeling van die essentie, maar ook dat is velen niet van nature gegeven. De laatste jaren is mijn bewustzijn op mijn Grotere Ik flink gegroeid. Zoals ik onlangs al schreef is daardoor mijn hechting aan mijn Man-ik identiteit afgenomen en kon de jarenlang onderdrukte Lisa ferm en duidelijk opstaan. Een lang onderdrukt verlangen mocht – en ging – geleefd worden.

Die Lisa identiteit was natuurlijk ook niet mijn essentie. Hoewel ik soms mijn best deed dat te negeren, wist ik dat altijd al. Door mijn reis naar Brighton is dat me op een dieper niveau nog duidelijker geworden. Lisa is een identiteit en niet mijn essentie. Net als die consultant. Natuurlijk, mijn Lisa identiteit is ferm gegrondvest op een verlangen een ander geslacht te hebben, gedreven door een onvermogen me echt te verbinden met mijn mannenlijf, mijn mannenkleren en mijn mannelijke sociale rol. Dat is dusdanig fundamenteel dat de vergelijking met de rol van consultant misschien een affront lijkt. Maar het neemt niet weg dat Lisa, net als die consultant en net als die oude Man-ik, gewoon een identiteit is. Een identiteit waarvan ik mezelf toesta daarvoor te kiezen, net als ik me ooit toestond consultant te zijn. Ik mag Lisa zijn. Ik mag en kan – vanuit mijn Grote Ik alles overziend – besluiten dat Lisa mijn belangrijkste identiteit is. Ik mag en kan besluiten te transformeren tot full-time vrouw.

Maar er is iets geks aan de hand. Misschien komt het doordat mijn inzichten uit Brighton intussen dieper doorgewerkt hebben of door de gezapigheid van een gecastreerde kater die ik door de Androcur aan het krijgen ben, of misschien wel door allebei een beetje. Maar de laatste dagen begint me te dagen wat er sinds een paar weken is veranderd. Op een of andere manier lijkt mijn hechting aan mijn Lisa identiteit wat afgenomen. Net als jaren geleden mijn hechting aan mijn Man-ik identiteit afnam, lijkt het erop dat Lisa minder belangrijk is geworden. Ik voel het verlangen, dat is er nog in alle hevigheid. Maar tegelijk voel ik mijn Grotere Ik, mijn essentie die me zegt dat het goed is. Ik mag en kan volledig voor Lisa kiezen, maar op de een of andere manier lijkt de noodzaak iets minder groot te zijn geworden. Nu is een keuze pas echt een keuze als er geen innerlijke dwang in zit, maar toch. Mijn hoofd is in totale verwarring, omdat het lijkt alsof alles wéér aan het schuiven is. “Denken is van gedachten veranderen”, schreef Connie Palmen ooit. Zou analoog daaraan dan gelden: ‘verder komen is van richting veranderen’? Als dat zo is, dan ben ik goed bezig…

maandag 10 maart 2014

Aah, wat lief!

Dit weekend was M. hier. Eindelijk. Op wat vluchtige bezoekjes na op momenten dat S. hier ook was, hebben we elkaar de laatste weken niet zo veel gezien. Dat paste wel bij hoe ons contact voelde de laatste maand: erg afstandelijk. Ze had sinds onze breuk regelmatig dates met mannen, ook na onze hereniging naar de ‘vage status’ van nu. Dat voelde altijd onschuldig: ik was immers minder beschikbaar omdat we onszelf inhielden om te voorkomen dat we ons weer compleet in elkaar zouden verliezen en zij heeft nu eenmaal een hoog libido dat bevredigd moet worden. Maar de laatste tijd voelde het anders. Er kwam een naam voorbij. En diezelfde naam kwam later weer voorbij. En ik voelde iets bij de manier waarop ze probeerde die naam zo neutraal mogelijk uit te spreken. Onaanwijsbaar, maar scherp geregistreerd door mijn hoge gevoeligheid. Mijn hoofd ging daar natuurlijk direct verhalen over maken die me verdrietig maakten. Ook de toon van de berichtjes die ze me appte veranderde iets; het was subtiel en niet goed te benoemen. Mijn kritische hoofd dacht daarom dat ik het me misschien allemaal inbeeldde. Ik wist inmiddels wel dat mijn kritische hoofd geen held was in het vertrouwen van mijn intuïtie. De plotselinge vrijwel algehele afwezigheid van hartjes en kusjes in de berichtjes overtuigde mijn kritische hoofd: objectief waarneembaar. Dit beeldde ik me niet in. Ze was afstand aan het nemen.

Toen M. hier zaterdagmiddag aankwam was ons contact oppervlakkig. Geen van ons beiden opende zich om werkelijk verbinding te maken. Koetjes, kalfjes, alles kwam voorbij in de eerste uren van ons samenzijn. Tot ik – op een bankje in de prille voorjaarszon – met één vraag de oppervlakkigheid wegvaagde: “Ik heb het gevoel dat je de laatste weken meer afstand houdt. Klopt dat?”. Ja, het klopte. Ze probeerde afstand te nemen omdat het tussen ons toch nergens toe leidt. Terwijl ze me dat vertelde pakte ze mijn hand en ik pakte de hare ook. Ik voelde hoe groot mijn liefde voor haar is, nog steeds. Ik voelde hoe groot bij ons beiden het verdriet is dat het niet lukte tussen ons. Zij is op zoek naar een relatie die structuur, stabiliteit en richting biedt, omdat dat haar in haar eigen proces misschien zal helpen. En dat zijn precies drie dingen die ik op dit moment niet voorhanden heb. Niet voor mezelf en daarom ook niet voor haar. Allemaal door deze stomme – vervloekte – zoektocht naar mijn identiteit. “Ik heb je niks te bieden”, zei ik met een zucht en we omhelsden elkaar. Tranen vloeiden en toen we uitgesnotterd waren kusten en knuffelden we elkaar.
Urenlang – zo leek het – zaten we met onze voorhoofden tegen elkaar gedrukt en onze lichamen in elkaar gestrengeld (voor zover dat mogelijk was op een gemeentelijk bankje in het groen). “Aah, wat lief!”, hoorde ik voorbijfietsende meisjes tegen elkaar zeggen. Ja meisjes, dit is echte liefde. Onverwoestbaar aanwezig zelfs na alles wat we samen hebben meegemaakt. We hebben samen zo veel pijn overwonnen dat het bitter is dat we niet samen kunnen oogsten. Het is bitter dat het allemaal niet voldoende was om bij elkaar te kunnen blijven. In een relatie. In een toekomst. En terwijl ik haar gun dat ze haar geluk vind bij een man die haar de basis biedt die ze zoekt, huil ik van binnen eeuwige tranen en voel ik de romantische hoop dat we ooit samen zullen zijn om onze liefde voor elkaar elke dag weer opnieuw als een wonder te mogen beleven.

zondag 9 maart 2014

Brokjesdag

Het felle licht en de geluiden op straat verraden het al: vandaag is rokjesdag! Dit ongewoon vroege lenteweer lokt vrouwen die het aandurven de straat op in een rokje en met blote benen. Het treft, want ik heb prachtige benen, leuke rokjes én geen Man-ik afspraken vandaag! Dus laat die rokjesdag maar komen. Zou je denken. Maar terwijl ik uit bed stap voel ik een bui hangen. Niet meteorologisch – nee, deze dag kan qua weer niet stuk – maar emotioneel.

Terwijl ik onder de douche sta onderzoek ik mijn gevoel: voel ik me vrouwelijk? Nee. Voel ik me mannelijk? Mwa, niet heel erg. Wil ik vandaag Lisa zijn? Mijn hart springt niet op bij deze vraag, maar ach, waarom ook niet? Het is tenslotte rokjesdag. Dus ik pak mijn scheermes en haal de haren van mijn gezicht. Ik kom onder de douche vandaan, droog me af en kijk in de spiegel. Klopt het nog? Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik maskeer mijn mannengezicht met make-up, althans de basislaag. Of eigenlijk zijn het meerdere lagen; je krijgt een baardschaduw en een mannelijke grove huid er niet zomaar onder hoor. Na de basislaag ga ik me aankleden, om daarna mijn ogen en mond op te maken. Vraag me niet hoe die volgorde er ooit is ingesleten, maar zo gaat het prima.

Ik loop de slaapkamer in en open de kledingkast. Ik kijk, en heb werkelijk geen idee wat ik aan moet trekken. Nu is dat voor mij heel gewoon, maar deze keer komt het niet voort uit een verlangen àlles wel te willen dragen. Werktuiglijk kies ik een jurkje. Ik doe mijn bh aan, mijn borsten, ik moffel mijn mannelijkheid tussen mijn benen en ik trek een slipje en het jurkje aan. Ik zet mijn pruik op en loop terug naar de badkamer om in de spiegel te kijken. Ik kijk en schrik van mijn doodse blik. En ik schrik van waar die doodse blik naar kijkt. Een man in een jurk. Ik kijk nog eens goed. Nee, het ziet er prima uit. Op zich zou ik als Lisa zo prima over straat kunnen. Ware het niet dat ze leeg is. Een omhulsel. Dit is niet wie ik vandaag ben. Het klopt niet.
Ik trek alles weer uit en smijt het de slaapkamer in. En terwijl ik in de badkamer voorovergebogen boven de wastafel mijn make-up van mijn gezicht was, huil ik tranen van eenzaamheid. Of het nu door de testosteron-blokkers komt of door een dieper proces van heelwording door mijn reisje naar Engeland weet ik niet. Maar ik voel Lisa niet meer. Ik had dit gevoel vrijdag ook al, maar vandaag is het heel heftig. Ik ben niet de man die ik ooit dacht te zijn. Maar mag ik nu ook al niet meer de vrouw zijn die ik dacht daarvoor in de plaats te stellen? Een intens gevoel van wanhoop maakt zich van mij meester terwijl ik diep, lang en hard huil. Wat een mooie rokjesdag had kunnen worden, is nu in duizenden brokstukjes uiteengespat. Brokjesdag…

zaterdag 8 maart 2014

Machinerie

Mijn naakte lichaam warmt zich aan het hare, terwijl mijn hand zachtjes over haar rug streelt. Een intieme omhelzing zoals we die al lang niet meer gehad hadden. Haar hoofd knikt naar beneden en ik voel haar ademhaling op mijn borst. Ik kijk naar haar en zie dat ze haar tong uitsteekt. Maar in plaats van een ‘lekker pûh’, brengt ze haar tong naar mijn tepel en likt eraan. Een subtiele rilling met de gekke combinatie van ontspanning en opwinding gaat door mijn lijf. Mijn tepels zijn altijd zeer krachtige startknoppen geweest om de seks-machinerie in mijn lijf in te schakelen. Een lichte aanraking was altijd voldoende om het hele lichaam paraat te krijgen; meestal zo goed als meteen. En nu, onder invloed van Androcur, blijkt het allemaal nog steeds prima te werken. Ik voel mijn geslachtsdeel zijn positie innemen, zij het iets minder snel dan ik gewend was.

Terwijl ik geniet van de seks, observeer ik mezelf (laat dit een waarschuwing zijn voor iedereen die overweegt zijn bewustzijn te gaan ontwikkelen: het kan nooit meer uit!). Ik merk dat mijn lichaam zich nog prima laat verdoven met de zachte, zoete smaak van de endorfine, oxytocine, prolactine en andere –ine’s die mijn lijf aanmaakt. Het is ook duidelijk dat er één gebruikelijk ingrediënt wat onder­vertegenwoordigd is: de testosteron. Het opgejaagde, dierlijke, monomane gevoel dat seks vaak met zich meebrengt ontbreekt nu. Het is heerlijk om mezelf niet meer met allerlei mind-games in het gareel te hoeven houden om te voorkomen dat de seks binnen twee minuten is afgelopen. Ik geniet er van. Maar na een tijdje realiseer ik me dat ik juist andere mind-games moet gaan inzetten om er voor te zorgen dat er überhaupt nog een apotheose komt. Een gekke gewaarwording. Eentje die me doet terugdenken aan vroeger, hoe ik me als puber en als twintiger geen raad wetend met mijn lijf ook mentaal moest oppeppen om tot prestaties te kunnen komen. En hoe ik me tijdens mijn jaren als dertiger – in weerwil van grote angst en onzekerheid – dan eindelijk een weg had gebaand naar ontspannen seks, en uitgroeide tot die viriele man waar ik nu in mijn transgenderproces zoveel last van heb. En dan zijn we nu weer terug bij af: de seks gaat niet meer vanzelf. Maar gelukkig weet ik hoe ik daar mee om moet gaan, dankzij mijn ervaringen als puber. Gelukkig is er nu geen schaamte voor mijn lichaam en voor mijn geslachtsdeel meer. Gelukkig weet ik nu dat het komt door een pilletje. Een pilletje dat mijn mannelijke seks-machinerie moet ontmantelen, maar daar nog niet helemaal in is geslaagd.

En wanneer ik weer naast M. ga liggen en mijn arm om haar heen sla, dommel ik in. Dat stukje van de hormoon-machinerie werkt in elk geval ook nog steeds goed.

woensdag 5 maart 2014

Na tien dagen

Het gaat inmiddels gedachtenloos: voor het tandenpoetsen slik ik mijn Androcur (anti-testosteron-pil). Dat doe ik inmiddels al tien dagen: de eerste strip was gisterenavond leeg. Toen ik het lege stukje plastic in de vuilnisbak gooide, vroeg ik me af wat er veranderd was in deze tien dagen.

Om maar met de intieme deur in huis te vallen: mijn libido was de afgelopen week behoorlijk hoog. Van een instant uitschakeling van seksuele lust was dus absoluut geen sprake. Maar door de pillen werd die geilheid wel nog vervelender dan het normaal al was, want ik kon duidelijk moeilijker een erectie krijgen en moeilijker klaarkomen. Een interessante, licht sadistische werking van deze pillen als je het mij vraagt. De aanhouder wint, gelukkig ook in dit geval.

Inmiddels is mijn libido weer gekalmeerd. Het is niet te zeggen welke invloed de pillen hierop hebben, want ik ken mijn mannelijke hormoonhuishouding inmiddels ook als een cyclus: het libido komt, neemt grote hoogten aan, en zwakt dan weer af tot proporties die beter te combineren zijn met een leven als beschaafd mens. Ik vermoed dat het gewoon stom toeval was dat de piek van mijn cyclus vorige week samenviel met de start van mijn Androcur-kuur. De komende maanden zullen uitwijzen of mijn libido zich inderdaad chemisch laat temperen.

Ik startte dit Androcur-experiment om de man in mij chemisch uit te schakelen, zodat ik de vrouw in mij beter kon voelen. Maar aan die doelstelling is de afgelopen tien dagen zeker niet voldaan; ik voelde me helemaal niet vrouwelijk. Ook niet mannelijk overigens, maar meer een soort van ongedefinieerd. Lekker rustig is dat! Dit rustige gevoel voelt niet echt als een aansporing om door te gaan met mijn proces. Kan ik niet gewoon de rest van mijn leven Androcur slikken? Ach ja, dat gekke hoofd van mij blijft maar vragen stellen. In elk geval is het nu nog vééél te vroeg voor antwoorden. Pas over vier à vijf maanden kan ik een balans opmaken en definitieve conclusies trekken. Tot die tijd moet ik me er maar niet teveel mee bezig houden.

dinsdag 4 maart 2014

Driestemmig

Het is voorjaarsvakantie en dat betekent dat S. bij mij is. Een van de weinige momenten in het jaar dat we meer dan tweeëneenhalve dag samen zijn. Het is heerlijk om dieper in onze wederzijdse liefde te zakken dan mogelijk is in een weekend. Meestal heeft zo’n langere periode samen ook een keerzijde: ik mis dan Lisa. Ik kan haar er immers niet laten zijn als S. er is. Eerst was dat omdat S. niets wist van haar bestaan en mijn zoektocht. En nu is dat omdat hij heeft aangegeven haar niet te willen zien. Hij wil liever het onschuldige beeld van zijn vader zoveel mogelijk intact laten. Maar of dat nog lang vol te houden is? Nu het geheim geen geheim meer is, houd ik minder regie op het tegenhouden van kleine signalen. Hij heeft mijn nieuwe naam echt al een aantal keer voorbij zien komen. Als hij terloops over mijn schouder meekijkt als ik mijn mail bekijk, dan ziet hij in Outlook duidelijk een Lisa-account staan. En toen hij een paar dagen geleden een pakketje bij de deur in ontvangst nam omdat ik onder de douche stond, moet hij duidelijk de adressering gezien hebben: Lisa.

Pas geleden hadden we een mooi gesprek over mijn proces. Hij stelde vragen en ik gaf antwoord en stuurde een beetje richting de volgende vraag. Samen maakten we Lisa een stuk concreter voor hem. Toen besloot ik om een foto van Persia West te gebruiken om hem te laten zien hoe een transgender er uit ziet (alsof we allemaal hetzelfde zijn, haha, maar je begrijpt wat ik bedoel). Voor een foto van mezelf vond ik het toen nog te vroeg. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet.

Maar deze week, nu we weer zo intens van elkaar genieten, komt telkens een stem in mij op. Het is de stem van Bas, mijn psycholoog, die bij ons vorige gesprek er weer op aandrong dat het toch echt tijd werd om S. een foto te laten zien. Ik begrijp waarom hij dat zegt en hij heeft me in het verleden erg geholpen door me een duwtje in de rug te geven (met het vertrouwen dat dat goed zal gaan). Ik neem hem dan ook serieus. Maar ik voel ook druk. De druk om resultaten te laten zien, wanneer ik hem vrijdag weer spreek. De druk om te voldoen aan zijn verwachting. Als secundair transgender (met ook een ontwikkelde identiteit die past bij mijn biologie) is het mijn tweede natuur geworden om te voldoen aan verwachtingen van mijn omgeving en het blijkt lastig om die impuls om te buigen. Maar wat wil ik zelf? Naast de stem van Bas hoor ik nog een stem: de stem van mijn angst die het liefste wil dat alles blijft zoals het is. De stem die net als S. liever het onschuldige beeld zoveel mogelijk intact wil laten.

En er is nog een derde stem. Gedrieën tetteren die stemmen naar hartenlust door elkaar. Als de drie tenoren samen zingend en tegelijk – uit ijdelheid – strijdend om zoveel mogelijk individuele aandacht. Die derde stem is van mijn grote ik, mijn geweten, mijn hart. Natuurlijk is het een goed idee om te doen wat je hart je ingeeft, dus zou ik naar die derde stem moeten luisteren. Het punt is alleen dat die derde stem niet zo duidelijk is.

Deze week met S. is fijn. Ik voel me echt zijn vader en ik voel me gelukkig. Op momenten als deze voel ik haast geen genderdysforie: ik kan ook geluk ervaren als man. En eerlijk gezegd waren er ook weinig momenten dat ik pijn voelde omdat ik niet Lisa kon zijn. Dat doet de twijfel over mijn proces en mijn keuze meestal wel sterk oplaaien. Nu lukt het me deze week vrij aardig om in het hier en nu te blijven en te genieten met S., dus blijft die twijfel ook eventjes achterwege. Die twijfel gaat immers over de toekomst en daar ben ik nu eventjes niet mee bezig. Maar daarmee is de reden om S. een foto van Lisa te laten zien ook volledig weggevallen. We zijn in het hier en nu en genieten van elkaar. Is dit struisvogelpolitiek? Of is dit mijn hart volgen?

zondag 2 maart 2014

Authentiek

Soms neem ik afstand van alle beslommeringen van mijn zoektocht en kijk ik naar mezelf. “Wie is Lisa eigenlijk?”, vraag ik mezelf dan wel eens af. Wat voor vrouw is ze? Wat is haar persoonlijkheid? Ze is kwetsbaar, gevoelig, aarzelend en onzeker. Als een klein meisje. En zo noem ik haar dan ook vaak. Het gekke is, dat dit kleine meisje al heel lang bestaat. Ik was haar al toen ik nog een klein jongetje was. Ik was toen namelijk ook kwetsbaar, gevoelig, aarzelend en onzeker. Destijds plakte mijn omgeving daar labels op die hen het gevoel gaf dat ze me begrepen: ik was ‘verlegen’, ik was ‘een stil water met diepe gronden’, ik had ‘een rijke fantasie’. Maar in werkelijkheid was ik een onbeschreven blad – klaar om gevormd te worden door het leven – dat wat langer blanco bleef omdat het niet beschreven wilde worden met een leven in het verkeerde geslacht. En dat onbeschreven blad ben ik nu weer. Klaar om gevormd te worden door het leven. Met als verschil dat ik nu veel ervaring en wijsheid met me mee draag die ik bewust kan gebruiken om het Lisa-blad te vullen. Kort gezegd kan ik Lisa maken hoe ik haar wil hebben.

Is dat nep? Nee hoor. Althans niet nepper dan die zogenaamde ‘authentieke’ Man-ik die ik lange tijd was. Die Man-ik was gewoon slechts een construct van ideeën, waarden, attitudes en gedragingen die anderen me hebben voorgedaan, opgelegd, ‘gewoon’ hebben laten vinden en soms zelfs met emotionele chantage door mijn strot hebben geduwd toen ik nog te kwetsbaar was me ertegen te verweren. Mijn Man-ik-identiteit was een samenraapsel van omgevingsinvloeden die in mijn aangeboren biotoop zich tot een bepaalde neiging, een bepaalde stijl vormden. Dit noemen we ook wel ‘opvoeding’, soms wel generaties lang doorgegeven. Een van de onthutsende inzichten van mijn genderzoektocht is de ontdekking dat er weinig ‘intrinsiek eigens’ is aan een identiteit. Het is voor het grootste deel ontleend aan anderen. En het is vrijwel allemaal in één klap niet langer vanzelfsprekend als je overweegt in het andere geslacht te gaan leven.

Het is tegenwoordig mode om te werken aan zelfrealisatie. Authentiek zijn, jezelf zijn, wordt gezien als hoogste goed. In de praktijk wordt het naar mijn idee vaak gebruikt als excuus om geen verantwoordelijkheid te willen nemen voor onbewuste conditioneringen: ‘Ik ben lekker mezelf en zo ben ik nu eenmaal’. Maar juist omdat die zogenaamde authenticiteit niet van jezelf is, moet je verantwoordelijkheid nemen voor wat die zogenaamde authenticiteit teweeg brengt in de wereld. Als een ouder die verantwoordelijkheid neemt voor een kind dat snoep steelt, andere kinderen slaat of een bal door de ruit van de buren trapt. Hoewel het ook mode lijkt om je daar als ouder niet langer druk om te maken.

Ons zogenaamde authentieke zelf is een construct. En een construct kun je herconstrueren. Alleen blijkt dat een stuk lastiger als je al een half leven hebt geleefd dan wanneer je nog een onbeschreven blad bent en je in de meest ontvankelijke eerste zeven jaar van je leven bent. Op latere leeftijd vraagt het discipline en toewijding. En vooral toestemming. Toestemming aan jezelf. Toestemming om je eigen identiteit bewust te construeren. Dat is niet nep; dat is een natuurlijk proces. Alleen dan zonder onbewuste en onwenselijke invloed van mensen uit de omgeving die hun eigen pijn, frustraties en rare gewoonten onbewust aan je opdringen.

Het Lisa-blad is nog behoorlijk onbeschreven. Mijn vrouwelijke identiteit is pril en volop in beweging. Maar als je goed kijkt is het blad waarop ik het verhaal van Lisa schrijf niet ongebruikt. Het verhaal van Man-ik staat er ook op; aan de achterkant. De doorgedrukte inkt is zichtbaar. Het blad van Lisa is dus niet blanco. Er is mannelijke historie die ervaringen en inzichten bevat waar Lisa van kan profiteren. Maar ook veroorzaakt de doorgedrukte inkt van het verleden ruis in het Lisa-verhaal. En hoe meer ik schrijf aan het Lisa-verhaal, hoe meer de schaduw van Man-ik naar de achtergrond verdwijnt, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Mijn taak is het om in beweging te blijven. Om vooral ook nieuwe ervaringen op te doen waar Lisa uit mag groeien. Nieuwe ervaringen die mengen met oude inzichten. En zo creëer ik mezelf. Een zogenaamde authentieke zelf die net zo weinig authentiek is als alle andere identiteiten op deze wereld. Met dit verschil: ik weet het.

Misschien vraag je je af (deze vraag werd me onlangs zelfs min of meer letterlijk gesteld): “Waarom maak je dan geen Man-ik II als je toch alles zelf kunt creëren? Waarom kies je voor een pad met zulke verstrekkende gevolgen?”. Weet je, tien jaar geleden ontwaakte ik. Toen startte mijn proces van bewuste persoonlijke ontwikkeling en zoals dat meestal gaat startte het met een persoonlijke crisis. Sindsdien heb ik met veel aandacht en toewijding Man-ik geherdefinieerd door bewuste keuzes te maken in gedrag omdat ik me steeds bewuster werd van allerlei (voorheen onbewuste) nare patronen in mijn gedrag en in mijn denken. Voor een deel was ik daarin succesvol en voor een deel bleef het vechten tegen de bierkaai. Een hond verliest nu eenmaal niet snel zijn streken. Het verleden is sterk. In het afgelopen decennium hielp ik Man-ik II in het zadel en dat was een verrijking en een verdieping van mijn leven. En het was juist tijdens dit proces, tijdens de regeringsperiode van Man-ik II, dat een diep verlangen in al haar helderheid opstond, veel helderder dan het ooit daarvoor was geweest: Lisa. Een diep verlangen om vrouw te zijn. De eerste vrouwelijke premier van mijn land. En net als een echte politicus is Lisa I misschien niet helemaal authentiek, maar er zit net als bij echte politici wel een mens achter. En dat mens dat is mijn ware zelf. Een innerlijke Boeddha die Lisa I en Man-ik II ontstijgt. Wie heeft er authenticiteit nodig als er een ware zelf is?