maandag 10 maart 2014

Aah, wat lief!

Dit weekend was M. hier. Eindelijk. Op wat vluchtige bezoekjes na op momenten dat S. hier ook was, hebben we elkaar de laatste weken niet zo veel gezien. Dat paste wel bij hoe ons contact voelde de laatste maand: erg afstandelijk. Ze had sinds onze breuk regelmatig dates met mannen, ook na onze hereniging naar de ‘vage status’ van nu. Dat voelde altijd onschuldig: ik was immers minder beschikbaar omdat we onszelf inhielden om te voorkomen dat we ons weer compleet in elkaar zouden verliezen en zij heeft nu eenmaal een hoog libido dat bevredigd moet worden. Maar de laatste tijd voelde het anders. Er kwam een naam voorbij. En diezelfde naam kwam later weer voorbij. En ik voelde iets bij de manier waarop ze probeerde die naam zo neutraal mogelijk uit te spreken. Onaanwijsbaar, maar scherp geregistreerd door mijn hoge gevoeligheid. Mijn hoofd ging daar natuurlijk direct verhalen over maken die me verdrietig maakten. Ook de toon van de berichtjes die ze me appte veranderde iets; het was subtiel en niet goed te benoemen. Mijn kritische hoofd dacht daarom dat ik het me misschien allemaal inbeeldde. Ik wist inmiddels wel dat mijn kritische hoofd geen held was in het vertrouwen van mijn intuïtie. De plotselinge vrijwel algehele afwezigheid van hartjes en kusjes in de berichtjes overtuigde mijn kritische hoofd: objectief waarneembaar. Dit beeldde ik me niet in. Ze was afstand aan het nemen.

Toen M. hier zaterdagmiddag aankwam was ons contact oppervlakkig. Geen van ons beiden opende zich om werkelijk verbinding te maken. Koetjes, kalfjes, alles kwam voorbij in de eerste uren van ons samenzijn. Tot ik – op een bankje in de prille voorjaarszon – met één vraag de oppervlakkigheid wegvaagde: “Ik heb het gevoel dat je de laatste weken meer afstand houdt. Klopt dat?”. Ja, het klopte. Ze probeerde afstand te nemen omdat het tussen ons toch nergens toe leidt. Terwijl ze me dat vertelde pakte ze mijn hand en ik pakte de hare ook. Ik voelde hoe groot mijn liefde voor haar is, nog steeds. Ik voelde hoe groot bij ons beiden het verdriet is dat het niet lukte tussen ons. Zij is op zoek naar een relatie die structuur, stabiliteit en richting biedt, omdat dat haar in haar eigen proces misschien zal helpen. En dat zijn precies drie dingen die ik op dit moment niet voorhanden heb. Niet voor mezelf en daarom ook niet voor haar. Allemaal door deze stomme – vervloekte – zoektocht naar mijn identiteit. “Ik heb je niks te bieden”, zei ik met een zucht en we omhelsden elkaar. Tranen vloeiden en toen we uitgesnotterd waren kusten en knuffelden we elkaar.
Urenlang – zo leek het – zaten we met onze voorhoofden tegen elkaar gedrukt en onze lichamen in elkaar gestrengeld (voor zover dat mogelijk was op een gemeentelijk bankje in het groen). “Aah, wat lief!”, hoorde ik voorbijfietsende meisjes tegen elkaar zeggen. Ja meisjes, dit is echte liefde. Onverwoestbaar aanwezig zelfs na alles wat we samen hebben meegemaakt. We hebben samen zo veel pijn overwonnen dat het bitter is dat we niet samen kunnen oogsten. Het is bitter dat het allemaal niet voldoende was om bij elkaar te kunnen blijven. In een relatie. In een toekomst. En terwijl ik haar gun dat ze haar geluk vind bij een man die haar de basis biedt die ze zoekt, huil ik van binnen eeuwige tranen en voel ik de romantische hoop dat we ooit samen zullen zijn om onze liefde voor elkaar elke dag weer opnieuw als een wonder te mogen beleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten