zaterdag 22 maart 2014

De M. van Masochisme

“En zo blijft de hoop en het verlangen in mij levend tot het moment dat je me ineens vertelt dat je een relatie met iemand anders hebt. En ik in pijn en verdriet achterblijf.” In de ontspannen sfeer van onze dag samen in de sauna, legde ik mijn dilemma op tafel. Mijn dilemma met M. Ik vind het fijn dat we nog contact hebben, omdat ik haar niet kwijt wil. Omdat ik nog steeds hoop en droom van een gelukkig leven met haar. Over een tijdje. Noem het opportunisme omdat ik bij haar de diepe eenzaamheid van mijn genderzoektocht af en toe kan laten verdwijnen. Of noem het echte liefde omdat ik ondanks alle tegenslagen die we hebben gehad, ondanks alle pijn die we elkaar gedaan hebben en ondanks dat het niet evident is dat het ooit echt gaat werken tussen ons, mijn hart toch in haar ritme blijft kloppen. Of noem het masochisme dat ik al zo lang een situatie in stand houd die me telkens weer pijn oplevert.

Ik verwoordde het aardig naar M.: het masochistische karakter van de situatie, mijn liefde voor haar én mijn vermoeden dat ze al een relatie met iemand anders had. Want hoewel je het zou kunnen uitleggen als een hypothetisch voorbeeld (een veilig excuus indien nodig), koos ik er in mijn formulering heel bewust voor om te refereren aan een eventuele nieuwe relatie van haar. Mijn intuïtie schreeuwde namelijk al een paar weken dat het niet klopte. Dat M. een relatie had met iemand anders. Maar omdat ik mijn intuïtie maar nooit vertrouw, durfde ik er niet rechtuit naar te vragen. Dus hoopte ik op deze manier voor haar een makkelijke opening te creëren om het zelf op te biechten. Slinks? Subassertief? Misschien. Maar wel in de roos. Mijn intuïtie klopte en mijn formulering werkte. M. reageerde meteen, opgelucht dat ze zelf dit moeilijke onderwerp niet hoefde aan te snijden: “Ik heb op dit moment een soort van dingetje met iemand”. En toen kwam er ook nog een naam. Een naam die ik de afgelopen weken al een paar keer in subtiele signalen voorbij had zien komen, maar die ik om het voor M. niet te confronterend te maken maar niet in mijn formulering had opgenomen. M.’s ‘soort van dingetje’ bleek een relatie te zijn. Ik wist het. Waarom twijfel ik toch zo vaak aan mijn intuïtie? Omdat het werkt op basis van subtiele onbenoembare signalen? Moet het echt altijd eerst geanalyseerd kunnen worden in mijn hoofd? Waarom vertrouw ik er niet gewoon op dat mijn intuïtie in haar ondoorgrondelijke wegen de waarheid vindt?

Maar het was niet die fundamentele vraag die gisteren (gezien het tijdstip waarop ik dit tijdens deze onrustige nacht schrijf moet ik het eigenlijk over eergisteren hebben) in de sauna in mij op kwam. Wat ik voelde na M.’s antwoord was een rare mengeling van intense pijn en verdriet in mijn hart, een eureka-euforie (‘zie je wel!’) en het zelfbevestigende masochistische gevoel waar de drama-queen in mij zo van houdt (‘fijn! slachtoffer!’). Ondanks deze verwarrende cocktail van emoties bleef ik in contact met M. en spraken we over de situatie. De tranen liepen wel af en toe over mijn wangen. Juist het feit dat ik alles van mezelf aan M. durf te laten zien maakt onze band zo sterk. Een band die zij trouwens ook nog steeds ervaart, want ze vertelde dat ze niet verder komt in die relatie omdat ze het gevoel heeft dat hij tweede keus is. Ze kan zich niet volledig aan hem geven omdat haar hart nog steeds bij mij ligt. Een fijne, romantische opmerking die mijn hoop natuurlijk enorm aanwakkerde. Maar die de realiteit van de situatie natuurlijk niet veranderde. Misschien juist wel bevestigde.

En zo zit ik nog steeds met mijn dilemma. Blijf ik investeren in contact met M. in de hoop op een wonder of laat ik haar los zodat zij mij kan loslaten en verder kan komen in de relatie die haar geeft wat ze op dit moment nodig denkt te hebben? De wonder-optie is een optie die mij op dit moment veel pijn en verdriet oplevert en is tamelijk uitzichtloos. Weegt dat op tegen het fijne gevoel een ‘significant other’ te hebben bij wie ik op een diep niveau steun en troost kan halen in de moeilijke tijd waar ik in zit? Of kan ik niet beter het contact helemaal verbreken en mijn intense liefde voor haar laten groeien naar de abstractie van de herinnering? Iets dat altijd aanwezig is en zal blijven, maar niet meer zo aan de oppervlakte. Niet meer zo bepalend voor mijn gemoed. Omdat “het slijt”, zoals je dat populair zou zeggen. Een pijnlijke en eeuwig verdrietige keuze, maar alleen op korte termijn heftig.

Dit dilemma heeft nog een derde optie (waarmee het formeel natuurlijk geen dilemma meer is, maar dat ter zijde). De derde optie is om tegen M. te zeggen dat ik weer een relatie met haar wil. Weg met de pijnlijke vaagheid, en commitment aan elkaar in een echte relatie. Een relatie waar ik echter volgens mij nog niet klaar voor ben. Omdat ik, ondanks de recente ontwikkelingen, nog niet klaar ben met de keuze voor mijn gender. Een relatie waar zij volgens mij (en haarzelf) nog niet klaar voor is. Zij zoekt nu nog de afhankelijkheid van een man die voor haar zorgt. Een man die huisje, boompje, beestje met haar speelt. Ze weet inmiddels heel goed (en durfde dat in de sauna ook aan me toe te geven) dat die behoefte niet voortkomt uit hartsverlangen of uit haar visie op relaties, maar uit angst en opportunisme. Omdat ze denkt dat ze het nodig heeft om haar in haar heftige innerlijke borderline proces nog enigszins overeind te houden. En eerlijk gezegd, denk ik dat ook. Ze is gebaat bij die structuur en de alomtegenwoordige beschikbaarheid van een man die telkens weer de airbag is voor haar emoties. Het is juist die dynamiek (en mijn onvermogen daarin mezelf te beschermen) waar onze relatie telkens op stuk liep. Mijn genderzoektocht is niet de reden dat we uit elkaar zijn. Dat was slechts een (flink) complicerende factor. Onze relatie liep telkens stuk op M.’s heftige borderline dynamiek en het feit dat ik een vruchtbare bodem bood voor dit vergiftigende spel. Ik ben een schoolvoorbeeld van een borderline-partner: ik cijferde mezelf weg om haar te helpen tot ik zo in de knel kwam dat ik niets anders kon dan vluchten. En dat was dan het moment waarop ze me weer verleidde en de cyclus opnieuw begon.

Ze is gegroeid, zei ze nog. En dat geloof ik. Ik heb haar tijdens onze relatie richting gegeven en steun in haar proces en ze heeft keihard aan zichzelf gewerkt. Ze is gegroeid. Dat zag ik in onze relatie gebeuren en ik zie ook hoeveel verder ze nu is. Ze is er bijna klaar voor, zegt ze zelf. Geloof ik dat?

En ben ik er bijna klaar voor? Ben ik gegroeid? Mijn genderproces is nog niet aanbeland op een punt waarop ik vanuit een stabiel vertrouwen in mezelf mijn leven weer kan vormgeven. Hoewel het nu niet zo voelt kan het nog alle kanten op. Ik sta nog lang niet in de kracht van wie ik ben. En zonder die stevigheid ben ik geen partij voor borderline. Ook al weet M. er nu veel beter mee om te gaan, de symptomen gaan nooit helemaal weg. We waren al begonnen daar mee te leren omgaan, maar dat vraagt gewoon teveel energie en discipline. Energie is nog steeds schaars in mij omdat zoveel opgeslokt wordt door mijn genderproces. En discipline is wankel omdat ik zo weinig energie heb en emotioneel nog niet stabiel ben (geen discipline, geen energie en emotioneel instabiel? Ha, als ik niet beter zou weten dan zou ik nog gaan denken dat ík borderline heb).

Een relatie tussen M. en mij? Ik ben er nog niet klaar voor. En zij is er nog niet klaar voor. Zij denkt dat het niet lang meer duurt. En ik? Geloof ik dat ook? Ik twijfel. Onze ‘vage status’ zou zo maar nog tien jaar kunnen voortduren. Ik wil niet tien jaar in deze pijn en onzekerheid leven.

We staan in het centrum van elkaars hart maar aan de zijlijn van elkaars leven. De enige manier om het nu voor mij te laten werken is om ofwel in het centrum van elkaars leven te komen, ofwel aan de zijlijn van elkaars hart. Dus: of we beginnen opnieuw in onze relatie of we nemen afscheid. Gezien alles wat ik hierboven schreef is het niet logisch om nu in een relatie te stappen. Maar mijn hart verzet zich heftig tegen loslaten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten