donderdag 13 maart 2014

Stropdas

Een pantalon met een subtiel streepje en een door de stomerij aangebrachte strakke vouw. Een net overhemd, een stropdas in een halve Windsor en een colbert, natuurlijk behorend bij de pantalon. Afgemaakt met goed gepoetste nette leren schoenen met leren zolen en een subtiele hak. Het uniform van de consultant. Het uniform dat ik jaren gedragen heb. Die kleding was niet alleen een omhulsel om de sociale acceptatie te vergroten in de omgeving waarin ik me toen bewoog. Die kleding maakte ook een houding, een stijl van handelen in mij los. Door me te kleden als een consultant, voelde ik me ook een consultant. En feitelijk was ik het ook want ik deed het werk van een consultant en klanten betaalden me als consultant. Dus ik was een consultant. In elk geval deels.

In mijn essentie was ik natuurlijk geen consultant; die rol was een identiteit, zoals iedereen er meerdere heeft. Als ik ’s avonds thuiskwam van mijn werk, ging niet alleen de stropdas af, maar ging het hele pak uit en trok ik een spijkerbroek en een t-shirt aan en werd een andere identiteit zichtbaar. Rolwisselingen gingen ook vóór mijn genderzoektocht dus al gepaard met verkleedpartijen. De consultant leefde in mij. Het was niet nep, ik was het echt zelf. Ik was mijn eigen unieke versie van een consultant. Die uiterlijk natuurlijk erg leek op wat de mores van het consultantschap nu eenmaal vraagt en die vanuit het innerlijk een aantal persoonlijke waarden liet zien die maakten dat het echt ik was, zichtbaar achter dat uniform. Maar met mijn essentie had het allemaal niks te maken. Het was een deelidentiteit.

De deelidentiteit van consultant heb ik achter me gelaten. Niet dat hij niet meer bestaat, maar ik praktiseer hem al een tijdje niet meer. Maar op een alumni bijeenkomst met collega’s uit die tijd is die consultant er gewoon nog. Ik kan hem zo uit de hoge hoed toveren. Zo gaat dat met deelidentiteiten. Ondanks jaren van volwassenwording vallen we vaak ook terug in patronen uit de kindertijd als we met onze familie samenzijn, zoals ik al eerder beschreef. Het is er en blijft beschikbaar. Maar je bent het niet. Je bent meer dan dat.

Je weet dat ik in mijn genderzoektocht een onderscheid maak tussen Man-ik, Lisa en mijn Grotere Ik, datgene dat alles overstijgt, wat ik ook wel eens mijn innerlijke Boeddha noem. Die Grotere Ik beschouw ik als mijn essentie. Dat is wie ik werkelijk ben. Die Grotere Ik is genderloos en kijkt meewarig naar de strijd tussen de Man-ik- en Lisa-identiteiten. Een strijd die niet over de essentie gaat, maar die voor het leven van alledag wel degelijk relevant is. We leven namelijk niet als essentie, maar als identiteit. Met een beetje mazzel is die identiteit een goede afspiegeling van die essentie, maar ook dat is velen niet van nature gegeven. De laatste jaren is mijn bewustzijn op mijn Grotere Ik flink gegroeid. Zoals ik onlangs al schreef is daardoor mijn hechting aan mijn Man-ik identiteit afgenomen en kon de jarenlang onderdrukte Lisa ferm en duidelijk opstaan. Een lang onderdrukt verlangen mocht – en ging – geleefd worden.

Die Lisa identiteit was natuurlijk ook niet mijn essentie. Hoewel ik soms mijn best deed dat te negeren, wist ik dat altijd al. Door mijn reis naar Brighton is dat me op een dieper niveau nog duidelijker geworden. Lisa is een identiteit en niet mijn essentie. Net als die consultant. Natuurlijk, mijn Lisa identiteit is ferm gegrondvest op een verlangen een ander geslacht te hebben, gedreven door een onvermogen me echt te verbinden met mijn mannenlijf, mijn mannenkleren en mijn mannelijke sociale rol. Dat is dusdanig fundamenteel dat de vergelijking met de rol van consultant misschien een affront lijkt. Maar het neemt niet weg dat Lisa, net als die consultant en net als die oude Man-ik, gewoon een identiteit is. Een identiteit waarvan ik mezelf toesta daarvoor te kiezen, net als ik me ooit toestond consultant te zijn. Ik mag Lisa zijn. Ik mag en kan – vanuit mijn Grote Ik alles overziend – besluiten dat Lisa mijn belangrijkste identiteit is. Ik mag en kan besluiten te transformeren tot full-time vrouw.

Maar er is iets geks aan de hand. Misschien komt het doordat mijn inzichten uit Brighton intussen dieper doorgewerkt hebben of door de gezapigheid van een gecastreerde kater die ik door de Androcur aan het krijgen ben, of misschien wel door allebei een beetje. Maar de laatste dagen begint me te dagen wat er sinds een paar weken is veranderd. Op een of andere manier lijkt mijn hechting aan mijn Lisa identiteit wat afgenomen. Net als jaren geleden mijn hechting aan mijn Man-ik identiteit afnam, lijkt het erop dat Lisa minder belangrijk is geworden. Ik voel het verlangen, dat is er nog in alle hevigheid. Maar tegelijk voel ik mijn Grotere Ik, mijn essentie die me zegt dat het goed is. Ik mag en kan volledig voor Lisa kiezen, maar op de een of andere manier lijkt de noodzaak iets minder groot te zijn geworden. Nu is een keuze pas echt een keuze als er geen innerlijke dwang in zit, maar toch. Mijn hoofd is in totale verwarring, omdat het lijkt alsof alles wéér aan het schuiven is. “Denken is van gedachten veranderen”, schreef Connie Palmen ooit. Zou analoog daaraan dan gelden: ‘verder komen is van richting veranderen’? Als dat zo is, dan ben ik goed bezig…

3 opmerkingen:

  1. Dus als ik het goed begrijp zit er een soort hierarchie in jouw bewustzijn: bovenaan zit Die Grotere Ik, en daaronder dartelen 2 identiteiten die er samen niet helemaal uitkomen. Maar wie was nu eigenlijk de Ik die in de vorige post "ik heb je niks te bieden" tegen M. zei?

    De vraag is: de capaciteit om lief te hebben, is dat een attribuut van je essentie of van één of andere wispelturige identiteit? Zelf heb ik ooit ook eens een liefde bewust niet verder laten ontwikkelen vanwege een vermeend conflict met de gewenste ontplooiing van Vrouw-ik. Die kan inmiddels aardig haar gang gaan, maar nu zit Die Grotere Ik weer te zeuren dat -ie iets mist. Welke Ik is hier nu eigenlijk de baas?

    Je beeldspraak is in ieder geval verhelderend om het eindeloze conflict inzichtelijk te maken. Dank daarvoor. Groetjes, Petra

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Lieve Petra, dat is een goede vraag die je stelt. Mijn essentie, die Grotere Ik, is de bron van de liefde. Volgens sommige spirituele stromingen bestaat die essentie enkel uit liefde, maar dat is maar hoe je er naar wilt kijken. Mijn Grotere Ik heeft M. heel veel te bieden. En volgens mij is de sterke connectie die M. en ik voelen ook in de eerste plaats een connectie tussen onze Grotere Ikken.

    Maar zoals ik al schreef, in het dagelijkse leven heb je te maken met identiteiten. Dat zijn als het ware een soort gegevensdragers die onze Grotere Ikken zichtbaar en hanteerbaar maken in de omgeving waarin we ons bewegen. Dat is inderdaad echt een ander echelon dan de Grotere Ik.

    Het was dan ook de Man-ik identiteit die tegen M. "ik heb je niks te bieden" zei. Omdat het nu eenmaal die Man-ik identiteit is waar ze aan gehecht is en waar ze verwachtingen van heeft. Op het niveau van de Grotere Ikken spelen verwachtingen geen rol.

    Dit hele genderzoekproces is niet alleen ontzettend verwarrend en complex, maar het is me ook duidelijk aan het worden dat het mij een grote spirituele verdieping geeft doordat ik de essentie van ons bestaan steeds beter ga begrijpen. Ik ben blij dat ik daarin ook voor jou helderheid kan geven.

    Liefs,
    Lisa

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Precies, dat genderzoekproces is "slechts" een hulpmiddel in een veel groter essentiezoekproces. "Ga jij eerst jezelf maar vinden", zei M. ooit, en zie hoe je haar wijze raad hebt opgevolgd. Ik gun jullie een genereuze uitwisseling van Grotere Ik vibraties.
    P.

    BeantwoordenVerwijderen