maandag 28 april 2014

Welkom Lisa!

We lopen samen door het centrum, S. en ik. Op zoek naar een coole zonnebril voor S. Want met het ietwat kinderlijke modelletje dat hij nu heeft wil hij zich niet op het strand vertonen waar we deze week heen vliegen. De imago-gevoeligheid van de puber is duidelijk in hem ontwaakt. En gelukkig ook de assertiviteit om daar voor te gaan staan. Dus wandelen we naar de zonnebrillenwinkels. Onderweg komen we langs een reclameposter die mijn aandacht trekt. De kinderlijke blijdschap om mijn eigen naam te zien jubelt door mijn buik: ‘Welkom Lisa!’. Geen idee welke Lisa hier bedoeld wordt en waar ze welkom toe geheten wordt, maar voor mezelf kan ik het er alleen maar mee eens zijn. Lisa is welkom, zo ontzettend welkom in mijn leven. Mijn innerlijk verzet is weg. Het verzet waar ik de afgelopen paar jaar zo vaak last van had. Een strijd tussen Man-ik en Lisa, tussen het oude en het nieuwe, tussen externe normen en gevoel, tussen de stem van mijn vader en mijn verlangen. Lisa is welkom. Ik omarm haar. Ik omarm mezelf.

Ik stop om een foto te maken. Nu ziet S. de poster ook en hij lacht om het kleine meisje in mij dat blij wordt haar eigen naam te zien. “Het is wel grappig om je eigen naam te kunnen kiezen”, zeg ik tegen hem en ik denk aan het mooie gesprek dat we een dag eerder hadden in de auto onderweg naar M. en haar zoontje om samen Koningsdag te vieren; met het gezinnetje dat we toch echt zijn al lijkt het soms tegen wil en dank. De rit van ons huis naar dat van M. bracht ons langs de VU en terwijl we daar langsreden, maakte ik een opmerking over het genderteam en hoe blij ik ben dat er artsen bestaan die mensen zoals ik willen helpen. S. vroeg zich af wat ik daar nu deed en ik vertelde hem van de gesprekken en van het tot nu toe niet zo succesvolle experiment met testosterononderdrukkers. Hij luisterde geïnteresseerd terwijl ik sprak over de technische kant van testosteron, over mijn beleving en over mijn verlangen vrouwelijker te worden dan ik nu ben, zonder nu al te kiezen voor volledige transformatie. Ineens realiseerde ik me hoe bizar ons gesprek was. Hoeveel jongens praten met hun vader over vrouw zijn? Toen ik dat benoemde, antwoordde hij: “het is niet raar hoor. Alleen anders. Net als homoseksualiteit: niet raar, maar anders”. Ontroerd vroeg ik me in een flits af wie hem tot zo’n wijs mens had opgevoed, tot ik me besefte dat ik dat zelf geweest moet zijn door hem in mijn proces mee te nemen. Mijn liefde voor hem culmineerde in het maximaal haalbare fysieke contact wanneer je met 100 kilometer per uur over de snelweg raast: ik legde mijn hand op zijn bovenbeen.

De herinnering aan dit moment een dag eerder sterkt me terwijl ik de foto maak. De vrouw in mij mag er zijn en ik hoef S. daarin niet verder te ontzien dan hij zelf aangeeft. Eén grens is voor hem helder: hij wil me nog niet als Lisa zien. Maar mijn vrouwennaam, mijn vrouwenkleren en mijn verlangen kan hij best onder ogen komen.

Even later staan we in de zonnebrillenwinkel. Samen bekijken we het assortiment op zoek naar de ultieme coole bril die past bij wat S. wil uitstralen en die qua formaat ook klopt. Veel brillen zijn toch nog een maatje te groot voor S. zijn puberhoofd. Hij zit in dat gekke tussengebied waarin je te groot bent om kind te zijn en te klein voor een volwassene. Het assortiment brillen maakt dat zeer concreet zichtbaar. Terwijl we de rekken afstruinen zie ik een leuke vrouwelijke bril. Ik kijk, aarzel heel even, pak toch de zonnebril uit het rek, zet hem op en ga naast S. voor de spiegel staan om het resultaat te bewonderen. Hmm, ziet er goed uit! Gaat best, ook al heb ik vandaag geen Lisa-dag. Gelukkig is het Man-ik haar inmiddels zodanig gegroeid dat het (op de inhammen na dan) best voor een vrouwenkapsel kan doorgaan. S. ziet het ook. “Leuk”, zegt hij. En voor ik het weet, pakt hij een sierlijke bril met kleine steentjes in het montuur uit het rek en geeft hem aan mij: “Is dit niet wat?”. Ik neem de bril van hem aan, zet hem op en bekijk hem in de spiegel. “Ja, leuk!”, zeg ik. Achter het donkere glas, onzichtbaar voor S. en voor omstanders, glinsteren mijn ogen van ontroering. Het is alsof S. net tegen me zei: “Welkom Lisa!”.

vrijdag 25 april 2014

Ex aequo

Vandaag is de dag van de grote draai. Vandaag ga ik S. ophalen om samen twee weken van zijn meivakantie te genieten. Ik kijk er enorm naar uit mijn lieve jongen weer in mijn armen te sluiten. Mijn aandacht en energie zal de komende tijd dus vooral bij hem liggen. Dat is heel wat anders dan de afgelopen week. De afgelopen week ging mijn aandacht naar mijn exen.

Dinsdag ging ik naar M. Na de intense surrealistische anderhalve week dat ze bij mij verbleef toen haar moeder in het ziekenhuis lag, was dit het eerste moment dat we elkaar weer zagen in ons normale doen. Voor zover er bij ons van een ‘normale doen’ sprake is overigens. Het was heerlijk om opnieuw onze grenzeloze liefde te ervaren. Een liefde die zo onvoorwaardelijk is dat het eigenlijk niet anders kan dan dat we ons leven samen delen. Mijn wens om dat samen opnieuw aan te gaan had ik eerder al uitgesproken. Maar gezien de situatie (mijn proces met onzekere gender-uitkomst, haar borderline-proces met vallen en opstaan en haar relatie met een ander) was op dat verzoek geen eenvoudig en direct antwoord gekomen. Dat had ik ook niet verwacht: zoiets is een proces van richting bepalen, durven loslaten en er voor gaan. Daar is tijd voor nodig. M. bleek haar richting inmiddels al bepaald te hebben: “Als je tegen me zegt: ‘spring!’ dan spring ik en dan ga ik het aan; tegen alle ratio in. Maar ik heb het gevoel dat ik eerst nog iets af te maken heb in het proces waar ik nu in zit”. Ik denk dat ze daar gelijk in heeft en ik vind het bijzonder dat ze dat op die manier kan zien. Duidelijk een teken dat ze gegroeid is. En duidelijk een opdracht voor mij om het geduld op te brengen dat groeiproces niet voortijdig te frustreren. M. is nu haar autonomie aan het ontwikkelen. En die autonomie zal echt verschil maken om onze relatie deze keer wel te laten slagen. Dus geef ik haar de ruimte. Maar dat betekent dat ik pijn te dragen heb. De onzekerheid of mijn diepe verlangen met haar te zijn ook wel écht waarheid wordt én het feit dat ze nu een relatie met een ander heeft, doen me pijn. Die pijn kan en wil ik niet eindeloos dragen en dus zal ik ervoor moeten zorgen dat het niet eindeloos duurt. In dit soort lastige kwesties heeft M. de hardnekkige neiging om het probleem maar voor zich uit te schuiven en te blijven hangen aan de oppervlakte van het moment. Een neiging die velen bij zichzelf zullen herkennen overigens. Het is aan mij om haar af en toe de verdieping in te brengen om verder in het proces te komen. Anders blijven we voor eeuwig exen die er niet in slagen zich ook écht ex te voelen. “Het voelt alsof ik al een relatie met je heb”, zei M. dinsdag nog. Mijn hart deed een vreugdedansje.

Mijn hart kwam woensdag opnieuw in beroering, ook door een ex. Woensdag zag ik G. Een paar jaar voordat ik M. ontmoette had ik met haar een relatie. Omdat onze breakup met het nodige verdriet en verwijt gepaard was gegaan, hadden we elkaar al een jaar of vijf niet meer gezien of gesproken. Facebook bracht ons weer bij elkaar en dat leidde tot onze ontmoeting deze week. Ik belde aan bij haar huis, ze deed open, we keken in elkaars ogen en we begonnen allebei te stralen. En dat gestraal ging de rest van de avond door. Als een boom in winterslaap was onze sterke connectie dan wel jarenlang onzichtbaar gebleven, maar nu knalden de frisgroene blaadjes uit hun knoppen om de boom na jaren weer in haar volle glorie te laten stralen. De kracht van onze connectie en ons vermogen om ons diep in elkaars hart te verbinden maakte me blij en ontroerde me. En het deed me aan iemand denken. Aan M.

In zekere zin lijken de connecties die ik met G. en M. heb op elkaar. De overgave, de eerlijkheid, de intensiteit zijn hetzelfde. De Latijnse term ex aequo is hier in letterlijke zin zeker van toepassing. Maar in de figuurlijke betekenis niet: er is geen ex aequo uitslag. Om te beginnen was er al helemaal geen sprake van een competitie en daarnaast is het voor mij duidelijk dat mijn hart, mijn verlangen en mijn toekomst bij M. ligt. Heerlijk om eens een keer géén dilemma te hebben! Maar mijn grote hart kan de bijzondere connectie met G. prima aan. Ik ben blij dat ze weer in mijn leven is en ik hoop dat onze ontwaakte boom nog lang haar prachtige bladerenkrans mag dragen.

donderdag 24 april 2014

Falen

Terwijl de deur naar de berging achter me in het slot valt, kijk ik naar de treden die voor me oprijzen. De trap naar mijn appartement. Sinds mijn kortademigheid een steeds onneembaardere vesting. Maar er leek, een week nadat ik gestopt ben met het slikken van de mogelijke veroorzaker van die kortademigheid, de afgelopen dagen een subtiel herstel in te treden. En mijn trappenhuis is de plek bij uitstek om dat vermoeden te checken. Ook vandaag weer: ik kijk omhoog naar de treden. Erg veel zijn het er niet: 42 stuks, comfortabel verdeeld in etappes van 7. Ik begin te lopen. Eén, twee, drie, vier… Het eerste stuk gaat natuurlijk prima. Maar ik ben nog niet bij de vijftien of ik hijg al weer. Gestaag loop ik door. Dertig. Veertig. Eén, twee… ja ik ben er. Hijgend stap ik op mijn deurmat. Kortademig. Nog steeds. Maar het gaat echt al veel beter dan een week geleden. Mijn ademhaling is versneld en zit hoog in mijn borst, maar ik hoef niet meer te rusten voordat ik mijn deur open doe. Ik loop mijn huis binnen en ga in één moeite door met het opbergen van het net vers gekochte brood van de bakker, het doornemen van de post en hier en daar een beetje opruimen. Ik hoef niet eerst te zitten, of leunend tegen het keukenblad weer op adem te komen. Het gaat beter met mijn kortademigheid. Veel beter. Verdorie!

Mijn bange vermoeden lijkt uit te komen: mijn kortademigheid komt van de Androcur; het verlossende middel dat mijn lichaam vrijwaarde van de voortdurende jachtige onrust van de testosteron. Het middel dat ook de haargroei op mijn lijf, de haaruitval op mijn hoofd en de erg geprononceerde spieren aanpakte. Het middel dat me minder mannelijk deed voelen en me gelukkiger maakte. Het middel dat voor mij een cruciale stap was in het vinden van rust in mijn genderdysforie. De testosteron tast mijn kwaliteit van leven zozeer aan dat ik de afgelopen week zelfs hoopte dat die kortademigheid van hartfalen kwam en ik gewoon weer Androcur zou kunnen gaan slikken. Hartfalen komt in mijn familie voor; zowel mijn vader als mijn oom zijn er aan overleden. Bij hartfalen is er onherstelbaar krachtsverlies van de hartspier. Het allerbelangrijkste symptoom is… jawel: kortademigheid. Dus de afgelopen week hoopte ik stiekem dat mijn probleem niet van de Androcur kwam maar van hartfalen. Testosteron zag ik als een ergere kwaal dan een hartprobleem.

Maar toen ik nog eens goed op internet de oorzaken (aanleg, roken, ongezond eten, weinig beweging of een hartinfarct) én behandeling (pappen en nathouden, niet meer te redden) van hartfalen las, trok ik toch iets bij. In mijn geval zijn er geen life-style verbeteringen mogelijk en dan is zonder harttransplantatie de levensverwachting bij hartfalen één tot vier jaar. Dat feit deed me wel ontwaken uit mijn fantasie. Als de trade-off tussen kwaliteit en kwantiteit van leven zo scherp ligt, dan is testosteron in je lijf duidelijk niet je slechtste optie. Ik heb nog zoveel te geven en te leren in dit leven; ik ben nog lang niet klaar. En eerlijk is eerlijk: ik heb het natuurlijk ook decennialang mét testosteron gedaan. Niet dat ik dat nu zo’n doorslaand succes vond (zeker nu ik weet hoe het ook kan zijn), maar het is te doen. Toch blijf ik dromen en verlangen naar een list: een mogelijkheid om de testosteron uit mijn lijf te krijgen zonder kortademigheid. Daar heb ik wel ideeën over, maar heb ik ook geduld om te wachten tot mijn volgende gesprek met de endocrinoloog…? Nog maar een maand… :-(

dinsdag 22 april 2014

Geen weg terug

Depressie. Het is een beruchte bijwerking van Androcur, de testosteronblokker die hoort bij de hormoonbehandeling van transvrouwen. Ik vreesde dan ook het ergste toen ik ruim twee maanden geleden deze pillen begon te slikken. De afgelopen jaren is depressie nooit ver bij mij vandaan geweest en ook in eerdere periodes in mijn leven bleek mijn lage drempel voor neerslachtigheid al. Het kon niet anders dan dat de Androcur mij zo diep in de put zou storten, dat ik zou moeten stoppen met de behandeling.

Niets bleek minder waar. Ik werd juist rustig, opgewekt en energiek. Al binnen een paar dagen. Mijn hele gestel ontspande en haalde opgelucht adem toen de testosteron in mijn lichaam onschadelijk werd gemaakt. Het voelde alsof ik de uitweg in mijn dysforie had gevonden. Zozeer zelfs dat ik me op sommige momenten kon voorstellen dat ik misschien niet eens een stap verder hoefde te gaan in het proces van hormoonbehandeling. Ik had rust. De man in mij was alleen nog in conditionering aanwezig. Maar daar zou ik liefdevol en met geduld mee aan de slag gaan nu de terreur van de mannelijke chemie was gedoofd. Maar helaas, het lot beschikte anders.

Ook al bleef depressie achterwege, de Androcur had namelijk wel degelijk een nare bijwerking. Omdat mijn kortademigheid zo heftig werd dat ik niet eens meer zonder duizelig te worden de trappen naar mijn eigen huis kon oplopen, besloten de endocrinoloog van de VU en ik om, in elk geval tijdelijk, te stoppen met de Androcur. Om te zien of het verschil zou maken of dat de kortademigheid misschien ergens anders vandaan kwam.

Na vier dagen zonder pillen is de seksuele onrust terug, zoals ik eerder al schreef. Of de kortademigheid minder wordt, kan ik eigenlijk niet goed beoordelen, want sinds ik gestopt ben met Androcur ben ik overwegend zo lusteloos, neerslachtig en passief dat er geen beweging in mij is te krijgen. Er is haast niks om kortademig van te worden. Welkom terug, depressie.

Okee, ik hoef nu niet meteen aan de antidepressiva, zo erg is het nu ook allemaal weer niet. Maar het is overduidelijk: testosteron maakt me ongelukkig. Het geeft me onrust, haalt me uit contact met mezelf en mijn gevoel en dooft mijn blijheid. Misschien heb ik nu wel de belangrijkste oorzaak van mijn genderdysforie te pakken. Belangrijker nog dan mijn sociale rol, mijn kleding en mijn lichaam. Misschien is mijn wens een vrouw te zijn voor een belangrijk deel een wens geen man te zijn. De testosteron moet eruit!

Er zijn lange periodes in mijn leven geweest waarin ik niet actief en bewust bezig was met mijn genderdysforie. Ik besteedde er geen aandacht aan en deed mijn ding. Alle onrust en ontevredenheid die ik ervaarde pakte ik aan met hard werken, whisky drinken, mopperen op mijn vrouw en het hebben van seks. Met dit alles (behalve de seks) ben ik inmiddels gestopt. Er is geen weg terug. Ik kan mijn verlangen niet meer overschreeuwen met werkdruk, alcohol of de schuld aan anderen geven. Ik kan mijn verlangen een vrouw te zijn niet meer negeren en dat zal ik ook niet doen. Ik ben Lisa, tot aan mijn dood. En nu ik heb geproefd van een leven zonder testosteron is ook daar geen weg terug. Ik kan mijn lichaam, mijn gevoel, mijn geest niet meer blootstellen aan de chemische terreur van het verkeerde geslachtshormoon. De testosteron moet eruit!

Ik moet geduld hebben. Eerst moet deze testperiode aantonen dat de kortademigheid inderdaad van de Androcur kwam. Dus ik moet weer actief worden om te kijken of mijn grenzen weer wat aan het herstellen zijn. En als dat duidelijk zo is, dan ga ik weer Androcur slikken om te kijken of de kortademigheid weer terugkomt of dat het misschien een tijdelijk fenomeen was. Eind mei bespreek ik mijn bevindingen met de endocrinoloog. Er zijn niet veel opties. Er is geen alternatief middel voor Androcur dat even goed werkt. Dus mocht de kortademigheid een gevolg zijn van de cyproteronacetaat in Androcur, dan is het enige alternatief om me te laten castreren; als de kortademigheid tenminste geen direct gevolg is van een gebrek aan testosteron. Maar ik weet niet of de VU me daarin wil ondersteunen. Ik volg niet het standaard pad van een transgender en het is duidelijk dat de VU daar moeite mee heeft. Ze zijn niet principieel tegen, maar hun hele werkwijze is gericht op één behandeling: volledige geslachtsaanpassing volgens een vast protocol. Maar met de toediening van Androcur als diagnostisch instrument zijn ze in mijn geval al van het vaste protocol afgeweken. Ik hoop dat dat voor hen ook betekent dat er geen weg terug meer is.

maandag 21 april 2014

Feromonen

Ik ruik mezelf. Nee, het is geen tien dagen geleden dat ik een douche heb gezien. Ik heb me gisteren nog fris gewassen. Maar toch ruik ik nu, bij het ontwaken, mijn lichaam. Ik ruik niet de muffe lucht die soms na een nacht onder je dekbed vandaan walmt en je het bed uit jaagt (of erger nog: die je zo bedwelmt dat je meteen nog een uur onder zeil gaat). Nee het is iets anders. Ik ruik Man-ik. Of beter gezegd: Man-ik’s feromonen. Sinds drie dagen gebruik ik geen Androcur meer. Nog los van de mentale klap die me dat heeft opgeleverd, merk ik direct een ander gevolg: mijn lichaam begint weer mannelijke seks-signalen uit te sturen. Het lijkt wel alsof er een wolk met feromonen om me heen hangt. Als ik mijn ogen tot spleetjes knijp, dan is het zelfs net of ik het kan zien.

Toen mijn lichaam door de Androcur gedwongen werd te stoppen met testosteron aanmaken (nou ja, technisch gezien werd de testosteron voorzien van een eiwit waardoor het niet meer opgenomen kon worden door alle cellen in mijn lichaam die er normaal gesproken op zouden reageren) merkte ik hoe groot de impact van dit mannelijk geslachtshormoon altijd was op mijn gemoed. Ik voelde me eindelijk rustig. Maar ik werd er helaas ook kortademig van.

Nu ik bij wijze van test geen Androcur meer slik, komt mijn libido terug in haar oude vorm. Het gemak waarmee ik de afgelopen twee maanden elke seksuele oprisping kon loslaten is aan het verdwijnen. De jachtige achtergrondruis van het behoeftige mannenlichaam is weer aan het terugkeren. Meer nog dan ik me al realiseerde toen ik de Androcur gebruikte, realiseer ik me nu hoe groot de impact van dit mannelijke libido is. Het is niet zo dat ik de afgelopen dagen niet doorkwam zonder eerst mijn lijf te bevredigen (hoewel dat in het verleden wel eens voor kwam trouwens). Maar de voortdurend bonkende aanwezigheid van het dierlijke instinct ramt de rust uit mijn lijf en leden zoals de pneumatische boor van mijn klussende buurman de stilte uit mijn huis jaagt.

Als het zo was dat ik enkel de seksuele prikkels weer minder goed kon loslaten, dan was het allemaal nog wel te doen. Maar tot overmaat van ramp is mijn mannen­lichaam nu ook weer de geursignalen gaan uitzenden om de kans op seks te vergroten. Ik was me nooit zo sterk bewust van die signalen als nu. Ik kan ze duidelijk onderscheiden van alle andere geuren om me heen, inclusief de andere geuren van mijn lichaam. Deze geursignalen zijn door de evolutie zo gemaakt dat vrouwen er sterk op reageren. Nou, ik ruik ze en ik reageer erop. De vrouw in mij reageert: ze wil seks. En ze besmet daarmee de man in mij die, opgejaagd door het testosteron, daardoor nóg meer feromonen gaat afscheiden. De hele dag door; er is geen ontsnappen aan. Probeer dat maar eens los te laten… Adem in, adem uit en laat lossss…. Pfff… Ik puf me suf maar het is zinloos. Alsof je een alcoholist een hengel op zijn rug bindt die de hele dag een lekkere fles wijn voor zijn ogen laat dansen. Lisa ruikt voortdurend de seksuele beschikbaarheid van Man-ik. Een niet te consumeren beschikbaarheid omdat het lot ons samen heeft geklonken in één lichaam. Het lot besloot ook nog om dat lichaam slecht te laten reageren op de Androcur. En daardoor word ik nu weer elke seconde van de dag geconfronteerd met de effecten van een geslachtshormoon dat niet de mijne had moeten zijn, maar wel door mijn lichaam stroomt. Net zoals voorheen; zo was het altijd al. Maar het schrijnt nu pijnlijk met de zoete herinnering aan hoe het kort geleden eventjes was en met de gedachte aan hoe het de rest van mijn leven had kunnen zijn.

zondag 20 april 2014

Het hart

Het was meteen duidelijk. Ze belde me op een ochtend, anderhalve week geleden, ik nam op en ze zei: “dag liefje”. Het zat hem niet in die twee woorden zelf. Maar in de toon, haar ademhaling en haar energie – die ik op 100 kilometer afstand nog steeds kan voelen als ik me daar voor openstel – hoorde ik duidelijk: “Er is een probleem en ik heb je steun en troost nodig”. Ik was blij dat ze me belde, want dat bevestigde hoeveel ik nog steeds voor haar beteken. Instinctief was ik echter ook verbaasd. Ze had toch een relatie met een ander? Waarom belt ze mij? Voelt ze zich minder veilig, minder gesteund in die relatie met die ander? Natuurlijk, er konden praktische redenen zijn waarom die ander haar niet kon steunen, maar toch. Ik zou ruimte maken als mijn vriendin me echt nodig had. Net zoals ik deze dag voor M. zou gaan doen.

“Mijn moeder is opgenomen in het ziekenhuis. Ze heeft een hartinfarct gehad. Ze ligt in het VU. Ik ga daar nu heen, maar ik ben net wakker, moet me nog aankleden en dan anderhalf uur met de trein dus dat duurt nog wel even”. Ze vroeg het me niet, maar haar behoefte was duidelijk: “Wil jij ook naar de VU komen?” was de vraag die ze niet uit hoefde te spreken. En toevallig was ik ook al onderweg, want ik had deze dag een afspraak met de psycholoog van het genderteam. Dat vertelde ik M. “… en na die afspraak kom ik meteen naar je moeder”. Ze reageerde opgelucht. Opgelucht dat ze me het niet hoefde te vragen en opgelucht dat ik er voor haar zou zijn. “Dankjewel, liefste”, was alles wat ze zei. Meer hoefde ook niet. Want ook na alles wat er tussen ons gebeurd is, na een ruim jaar uit elkaar te zijn, nadat M. een relatie met een ander is begonnen, voelden we nog steeds die diepe band die ons voor altijd bindt.

Later meldde ik me bij de afdeling Cardiologie. “Ik ben familie”, zei ik om lastige vragen te vermijden. De verpleegkundige ging me voor. Hij moest gedacht hebben dat ik het was die hij vanochtend had gebeld met het slechte nieuws, want toen hij de kamer in liep zei hij tegen mijn ex-schoonmoeder: “hier is je dochter”. Ze draaide zich om in bed, keek me aan, moest minder dan één seconde schakelen en zei toen verrast: “hee, Lisa!”. We kusten en terwijl ik haar hand vasthield vertelde ze me hoe ze deze ochtend met vreselijke pijn op de borst wakker werd, en later met gillende sirenes van huis naar de VU was gebracht. Ze was nu gedotterd en het ging gelukkig weer beter.

Toen M. kwam was ze zichtbaar verrast mij als Lisa te zien; die mogelijkheid was niet in haar opgekomen. Maar binnen een minuut, nadat ze haar moeder had geknuffeld, pakte ze me beet en liefkoosde ze me. Ik voelde me geaccepteerd en dat was fijn. De laatste twee jaar had ik als Lisa in ons contact regelmatig afstandelijkheid ervaren, alsof ze Lisa verweet dat die de relatie zo ingewikkeld had gemaakt dat die er aan ten onder was gegaan. En eerlijk is eerlijk: makkelijker heeft Lisa het natuurlijk niet gemaakt. Maar deze dag was dat allemaal niet aan de orde. De rest van de dag hebben we samen in het ziekenhuis doorgebracht en het was fijn om samen te zijn. Onze liefde stroomde met grote golven en ik genoot van haar. En zij van mij. Ook al was ik de vrouw waar ze niet voor gevallen zou zijn als die zich niet eerst als man aan haar had gepresenteerd.

Om dicht bij haar moeder te blijven, bleef M. in de stad. Ze kon in het huis van haar moeder slapen, maar ze wilde liever bij mij zijn. En ik wilde dat ook. En dus bleef M. bij mij tot haar moeder weer thuis was en voor zichzelf kon zorgen. Dat bleek tot gisteren te zijn. De afgelopen anderhalve week waren hemels. De liefde, het afgelopen jaar onderdrukt in een poging ‘over elkaar heen te komen’, vlamde op als een haardvuur op een koude winteravond. Die liefde bleek – zoals al talloze keren in het verleden was gebleken – ook nu nog onverwoestbaar. Het is overduidelijk: M. is mijn vrouw en ik ben haar man/vrouw, of ‘mouw’ zoals ze het deze week noemde. We zijn voor elkaar geschapen. Maar om een of andere reden heeft die schepper ons er wat complexe, explosieve omstandigheden bij gegeven die het ons haast onmogelijk maakt onze liefde daadwerkelijk vorm te geven in een relatie. Maar deze anderhalve week werd ook duidelijk dat M. gegroeid is in haar vermogen om te gaan met haar borderline. En ik ben gegroeid in mijn vermogen mijn genderdysforie te accepteren en er op een ‘insluitende’ manier mee om te gaan. Niet of-of, maar alles een plek geven in mijn nieuwe richting. Niet gefixeerd op een eindresultaat maar stap voor stap voelen wat er nodig is. En in die aanpak is er veel meer ruimte voor M. om mee te gaan in het proces. Deze anderhalve week voelde ik niet alleen sterk mijn verlangen naar haar, maar zag ik ook de mogelijkheid dat het ons ging lukken een werkende relatie op te bouwen. De communicatie tussen ons verliep geweldig, ondanks de onzekere en stressvolle tijd voor M. en ondanks de heftige en verwarrende emoties die ons samenzijn opriep. Er was geen sprake van het typische borderline aantrekken-afstoten-gedrag bij M. Ik deed mijn best zo helder en direct mogelijk mijn wensen en grenzen aan te geven; mijn subassertieve streven naar harmonie om haar liefde veilig te stellen trotserend. Dat alles samen met mijn bespiegelingen van de afgelopen tijd maakte dat ik haar vroeg of ze het nog één keer met mij wilde proberen. Omdat ik mijn leven met haar wil delen. Omdat ik van haar hou. Haar reactie was duidelijk: ze wil het ook graag. Omdat ze van me houdt. Maar er is ook aarzeling. Omdat ze een relatie met een ander heeft. En omdat het verleden geen doorslaand succes is gebleken.

En nu is ze thuis en mis ik haar. Niet omdat ik geen seconde zonder haar kan. Nee, na anderhalve week is het ook fijn om weer mijn eigen structuur terug te hebben. Als je leeft in de gedachte dat iemand maar een paar dagen bij je blijft en keer op keer schuift die grens op dan ben je er op een bepaald moment ook echt aan toe weer even alleen te zijn. Maar nu dat eenmaal zo ver is, krijgen de rust en stilte geen kans. Ik ben bang. Bang dat M. besluit haar geluk bij die ander te blijven zoeken, ondanks dat ze moeite heeft zich helemaal voor hem open te stellen omdat ik nog midden in haar hart zit. Als ik me in haar situatie verplaats en rationeel kijk naar wat er aan de hand is, dan zou ik ook niet weten waarom ze zou kiezen om het met mij opnieuw te gaan proberen. Mijn toekomst en de vorm waarin ik mijn gender wil leven, blijven onzeker. Dat is een direct gevolg van de stap-voor-stap-benadering die ik gekozen heb. Haar ‘mouw’ kan ook nog best uiteindelijk een vrouw blijken te worden. En dan spelen er natuurlijk nog allerlei ‘gewone’ factoren die onze relatie belasten. We wonen op lange afstand van elkaar en hebben allebei geen ruimte om dat op korte termijn te veranderen, om maar wat te noemen. Waar begint ze aan?

Ook bij mij is er twijfel. Twijfel in mijn hoofd, niet in mijn hart. Zijn de verbeteringen in communicatie en de groei die ik bij M. en mij zie wel echt of wil ik ze graag zien? Gaat een relatie met M. mijn genderzoektocht niet ongewenst beïnvloeden omdat ik in mijn keuzes toch meer met haar wensen rekening ga houden dan met de mijne? Waar begin ik aan? Mijn hart weet het antwoord op die vraag wel: ik begin aan een nieuwe poging om de rest van mijn leven te delen met de vrouw van wie ik grenzeloos veel hou.

Beslissingen over de liefde neem je natuurlijk niet met je hoofd. Maar wanneer je er niet in slaagt de beslissing van je hart met een beetje samenhangend verhaal te onderbouwen, dan wordt het moeilijker om er voor te kiezen. Je innerlijke criticus en de mensen uit je omgeving verklaren je voor gek en je moet sterk in je schoenen staan wil je hun terugkerende kritiek kunnen trotseren. Ik hoop en bid dat M. naar haar hart luistert en dat ze het in haar hoofd kloppend krijgt. En dan hoop ik dat ze voor ons kiest.

donderdag 17 april 2014

Hijgen

Driehonderd meter zal het geweest zijn. Net voorbij de speeltuin aan de rand van het park. Al jaren de plek waar mijn ademhaling zich doorgaans versnelde om mijn lijf van voldoende zuurstof te voorzien tijdens mijn wekelijkse uurtje hardlopen. Maar gisteren was het de plek waar ik moest stoppen met rennen omdat mijn ademhaling mij niet meer bij kon houden. Niet dat ik zo snel liep. Nee, sinds anderhalve maand ben ik kortademig en het lijkt wel alsof het steeds erger wordt. Vorige week kon ik nog twee keer zo ver rennen voor ik moest opgeven.

Ik hijg als ik de trappen naar mijn huis op heb gelopen. Ik hijg als ik twee zware boodschappentassen van de winkel bij mij om de hoek naar mijn huis draag. Ik hijg zelfs al als ik mijn dekbed in een schone overtrek wil stoppen. Ik ken mezelf niet meer terug en ik vertrouw mijn eigen lijf niet meer. Als mijn conditie en mijn kracht naar het niveau van een gemiddelde vrouw gedaald zouden zijn, dan had ik dat begrepen zo zonder testosteron in mijn lijf. Maar mijn conditie en mijn kracht zijn gedaald naar het niveau van een gemiddelde vrouw van 84 jaar. En dat terwijl ik nog niet half zo oud ben.

Het begon allemaal met de Androcur. De felbegeerde testosteronblokkers kunnen kortademigheid veroorzaken als bijwerking, zo wist ik uit de bijsluiter en het Pharmacotherapeutisch Kompas. En ik had deze klacht al vanaf de derde dag dat ik de pillen gebruikte. Vandaag sprak ik hierover met een endocrinoloog van de VU. Eigenlijk wilden ze bij de VU dat ik met mijn klachten naar de huisarts ging, maar dat weigerde ik. Mijn klachten waren ontstaan door een middel dat ik van hen voorgeschreven had gekregen en het hoorde wat mij betreft gewoon bij hun zorgplicht. Maar kennelijk vinden ze het interessanter om te spelen met hormonen om van een man een vrouw te maken dan om klachten van kortademigheid te behandelen. Kortademigheid? Tsss, wat gewoontjes…

De eerste resultaten van het bloedonderzoek en een standaard controle van bloeddruk, hartritme en longen wezen niet uit dat er iets bijzonders aan de hand was. Mijn kortademigheid kon alleen in verband gebracht worden met de Androcur. Dat de Androcur bij mij niet de standaard werking heeft, deed wel een wenkbrauw fronsen (“u krijgt nog steeds erecties en u kunt nog klaarkomen?”. “Ja, het functioneert nog prima”) maar prikkelde toch onvoldoende de nieuwsgierigheid tot nader onderzoek. De conclusie van de endo-crinoloog was simpel en volkomen logisch: de snelste en eenvoudigste manier om te ontdekken of de Androcur de kortademigheid veroorzaakt, is om er mee te stoppen. Geen speld tussen te krijgen. Volkomen logisch. Het voelde ook voor mij als de enige logische stap.

Maar eenmaal thuisgekomen verdween de logica achter een wolk van emoties. Stoppen met Androcur? Na lange tijd voelde ik eindelijk weer een richting, een perspectief in mijn zoektocht. Ik voelde me sinds twee maanden aanzienlijk beter dan de anderhalf jaar daarvoor. En hoewel ik – zoals ik eerder al schreef – niet weet of die bliss veroorzaakt wordt door de pillen of door de mentale stappen die ik heb doorgemaakt, wil ik mijn pillen niet kwijt. Het opgeven van mijn pillen voelt alsof ik ruw wordt teruggesmeten in de uitzichtloze periode van eindeloos rondjes draaien en niet verder komen. Net nu ik weer vooruitging, mag ik weer een stapje terugdoen. En dat doet pijn. Heel erg pijn.

Die pijn voelde ik heel sterk toen ik met dit onheilsadvies van de VU thuiskwam. Het onmachtige gevoel vast te zitten welde in mij op en ik kon niet anders dan heel hard huilen. Harder dan je zou verwachten van iemand die van nature al een huilebalk is. Harder ook dan je zou verwachten van iemand die in de overgang is zoals ik (ook een effect van de Androcur). Ik huilde de diepe pijn die hoort bij het verdriet om een in de kiem gesmoorde ontluikende toekomst.

maandag 14 april 2014

Salami

Een deel van mijn geld verdien ik met het geven van trainingen in het bedrijfsleven en bij de overheid. In die trainingen help ik medewerkers zich te ontwikkelen op het gebied van leiderschap, communicatie en samenwerking. Onderhandelen is een van de vaardigheden waar ik mensen soms in train. Naast de praktische kant (Hoe bereid je een onderhandeling voor? Hoe bouw je een onderhandelingsgesprek op?) sta ik ook stil bij de ethische kant (Ga je voor win-win of niet? Hoe transparant wil je zijn?). Allemaal interessant voor de deelnemers, maar die spitsen pas echt hun oren als ik de ‘dirty tricks’ met ze bespreek: hoe ga je om met smerige trucjes die gesprekspartners kunnen inzetten om je te bewegen verder te toe te geven dan je zou willen? De deelnemers willen zich daar tegen kunnen wapenen, want zelf zouden ze die natuurlijk nooit willen toepassen. Ja ja.

Eén veelgebruikte dirty trick is de salami-tactiek. Je kunt vooraf zoveel salami eten dat je zó erg uit je mond stinkt dat je onderhandelingspartner het gesprek het liefst zo snel mogelijk afrondt. Maar dat wordt niet bedoeld met deze term. Bij de salami-tactiek vraag je je onderhandelingspartner telkens een hele kleine concessie die hij in alle redelijkheid natuurlijk niet kan weigeren. Maar omdat de concessies telkens heel klein lijken – telkens maar één plakje van de worst – is het moeilijk om op tijd door te hebben dat je zo ongeveer de hele worst hebt weggegeven.

Dit weekend realiseerde ik me dat ik onbewust deze tactiek aan het toepassen ben met S. We zijn dan wel niet aan het onderhandelen, maar ik probeer salami-gewijs wel een grens op te schuiven. Stukje bij beetje krijgt S. steeds meer te zien van Lisa. Dat zit hem in kleine dingen, zoals een Lisa-jas en een Lisa-sjaal aan de kapstok, Lisa kleren openlijk aan het wasrek of een Lisa-tas aan de eettafelstoel als S. hier is. En soms zit het in nog minder zichtbare dingen.

Dit weekend had ik een stoppelbaardje; ik had mij al een paar dagen niet meer geschoren. Dat was niks bijzonders, gezien mijn hekel aan scheren. S. heeft mijn kaak in onze weekends daarom ook vaker ongeschoren dan glad gezien denk ik. Maar deze keer viel hem ineens iets op: “Hee, je hebt daar een donker plekje in je baard”. Hij wees naar de rechterkant van mijn kin. “Heb je daar meer haar gekregen of zo?”. Ik was verbaasd. Niet dat hem dit opviel, maar dat hem nu pas voor het eerst iets opviel aan mijn baardgroei. De afgelopen anderhalf jaar is die steeds dunner geworden door de laser-behandelingen. Het plekje op de rechterkant van mijn kin is het laatste hardnekkige stukje. Op alle andere plekken (en zeker aan de zijkanten van mijn gezicht) is de baard fors uitgedund. De geleidelijke overgang had hij nooit opgemerkt. Die ene boom op de savanne is nu eenmaal zichtbaarder dan een kleiner wordend bos.

Met kleine stapjes is mijn baard uitgedund tot het niveau van nu. Het niveau waarop het S. eindelijk opviel dat er iets veranderd was. Net zoals hij veel andere geleidelijke veranderingen niet opmerkte. Niet dat hij er blind voor was, maar omdat hij er geleidelijk in meegroeide. Omdat de kern van mijn ouderschap – mijn onvoorwaardelijke liefde voor hem – al die tijd onveranderd bleef, sloeg hij niet zoveel acht op al die oppervlakkige veranderingen aan mijn uiterlijk en mijn huis. Een kind kan heel goed het verschil maken tussen wat essentie en wat bijzaak is. Ik ben trots op hem.

woensdag 9 april 2014

In transitie

De laatste maanden is er meer beweging in mijn proces dan het hele jaar ervoor. Ik ben me fundamenteel anders gaan verhouden tot mijn genderzoektocht. Ik sta anders in het proces dan eerst. Ik ben me ook fundamenteel anders gaan verhouden tot mijn gender zelf. Eindelijk. Zelfs voor iemand die dysforie ervaart blijkt het enige tijd te kosten voordat het dichotome man/vrouw-denken losgelaten kan worden. Mijn nieuwe positie en pad geven me rust, speelsheid, ruimte en positiviteit. Ik heb mijn ‘groove’ weer terug, zoals laatst iemand me zei. Niet dat ik mijn dagen enkel in pure blijheid slijt. Nee, er zijn nog heel vaak nare angsten en emoties en ze zijn soms pittig ook! Maar ik gebruik die pijn niet meer als mijn kompas. Alleen de positieve emoties mogen mijn koers beïnvloeden.

Met zoveel beweging in mijn systeem is de conclusie duidelijk: ik ben in transitie. In transitie ten aanzien van mijn gender: ik ben vrouw en man tegelijk… weg met het dichotome hokjesdenken! (okee, stiekem ben ik wel duidelijk meer vrouw dan man, maar toch.) Ik ben in transitie ten aanzien van de manier waarop ik die gender aan de buitenwereld toon: er komt steeds meer vrouwelijkheid in Man-ik en steeds meer echtheid in Lisa. Ik ben in transitie ten aanzien van de schaamte en het streven andere mensen niet te laten schrikken: het is wat het is en ik kan het niet mooier maken dus als ik visite krijg van ‘niet ingewijden’ dan haal ik mijn vrouwenjassen en sjaals niet meer van de kapstok.

Omdat ik lange tijd onbewust dacht dat ik eerst een keuze moest maken voordat ik dingen kon veranderen, remde ik mezelf in mijn groei. Nu ik dat heb losgelaten is ook mijn essentie, mijn diepere fundamentele ik, mijn innerlijke boeddha in transitie. Of laat ik zeggen: tot bloei aan het komen. Ik weet niet of een essentie in transitie kan, maar die filosofische vraag is iets voor later. Want het is duidelijk: ik groei en ontwikkel me en kom dichter bij wie ik ben. En dat laatste bedoel ik dus nadrukkelijk genderoverstijgend.

Zelfs mijn huis is in transitie. De aanstekelijke kracht van het nieuwe elan in mijn proces heeft ook voor veranderingen in mijn huis gezorgd. Of, zoals Man-ik mij na roept, misschien zijn het gewoon lentekriebels (aargh, mannen!). Maar feit is dat ik de afgelopen week nieuwe kleurrijke en ronde kussentjes gekocht heb voor op mijn bank. En een aaibare hocker ter vervanging van die lelijke, zakelijke, mannelijke salontafel die ik had (Ja, Man-ik: op een hocker kun je geen kop thee zetten zonder dat hij omvalt. Maar het houten dienblad erop maakt het wel een stabiel geheel. Onpraktisch? Dat is van secundair belang, maar dat begrijpen jullie mannen toch niet). Feit is ook dat er nu een leuk mandje bij het toilet staat om de reserve wc-rollen in op te bergen (natuurlijk, Man-ik: de wc-rollen zijn door de fabriek al in een zak gedaan dus je hebt helemaal geen mandje nodig. Maar het staat zo leuk!). En het is ook een feit dat er her en der nieuw elegant serviesgoed in mijn keukenkast is verschenen, dat er bloemen in mijn huis staan en planten op mijn balkon zijn gekomen. Al die veranderingen in mijn huis zijn niet gedreven door de behoefte te experimenteren. Ze zijn niet bedoeld als statement. Ik heb het gewoon gedaan omdat ik er ontzettend blij van word!

Als ik geld zou hebben zou ik nog veel meer ingrepen in mijn huis doen. Maar helaas gaat het met mijn inkomsten nog steeds niet top. Maar wie weet gaat dat de komende maanden ook beter, want zelfs mijn bedrijf gaat in transitie! Een nieuwe naam, een nieuw logo en een nieuwe uitstraling. Frisser, speelser en... vrouwelijker! Dat laatste heb ik als expliciete ontwerpeis meegegeven aan de ontwerper die nu voor mij aan het werk is. Een ontwerpeis die hij zonder met zijn ogen te knipperen aannam. Kennelijk klopte het voor hem helemaal.

Het is duidelijk: mijn leven is in transitie. Joepie!

maandag 7 april 2014

Een pad... eindelijk!

Afgelopen weekend kreeg ik een rondleiding van een IVN-gids door mijn eigen park. Ze loodste mij en een ruim tiental andere geïnteresseerden over de vele kronkel­paadjes in dit mooie park aan het eind van mijn straat. Ik kom hier al jaren meerdere keren per week. Dit was dus een gekke hernieuwde kennismaking. Het was heel leuk om zoveel te leren over de historie van het park en over de planten en dieren die er leven.

Ik ben er inmiddels aan gewend: mijn genderzoektocht kleurt altijd mijn aandacht. Dus ook tijdens deze rondleiding. Toen de gids het had over tweehuizige planten (planten/bomen die in afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke varianten voorkomen) projecteerde ik dat concept op mezelf. En ik concludeerde dat ik tijdens mijn zoektocht altijd had geredeneerd vanuit die tweehuizigheid: ik dichtte mezelf onbewust een tweehuizige gender toe. Ik was vrouw, maar soms ook man. Als ik de een was kon ik niet de ander zijn. Ze konden onmogelijk tegelijk bestaan.

Tot een maand of twee geleden er een keerpunt optrad. Mijn reis naar Londen, mijn ontmoeting met Persia West, de start van de Androcur: wat precies de draai in gang zette weet ik niet. Maar sinds die tijd zie ik mezelf als eenhuizig: er komen op mij zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen voor. Ik ben vrouw en man tegelijk. Deze verschuiving noemde ik eerder op dit blog al mijn innerlijke heelwording. En dat is het volgens mij ook. Het proces van mijn innerlijke heelwording is nu echt begonnen.

Aanvankelijk vond ik die verandering verwarrend; die eenhuizigheid gaf nog veel minder richting aan mijn proces dan mijn zwabber-status van daarvoor. Met zwabberen veranderde ik steeds van richting, maar kon ik wel bewegen. Nu had ik het gevoel gekregen dat ik helemaal richtingloos was en stilstond. Maar dat gevoel veranderde tijdens deze rondleiding totaal.

Ook mijn gedachten kronkelden spelenderwijs door hun eigen landschap. Ze proefden het nieuw verworven concept van eenhuizigheid nog eens goed. En tijdens dat proeven kwam er plots een lichtflits en brandde ineens een helder pad op mijn netvlies. Dit pad was radicaal anders dan alle paden die ik tot nu toe had afgewogen in mijn genderzoektocht. Dit pad liet zich niet definiëren in termen van een bestemming. Dit pad was geen keuze tussen man of vrouw. Ook geen de facto keuze om op twee geslachten te blijven hinken bij gebrek aan een beslissing. Het pad dat ik zag was fundamenteel anders. Ik realiseerde me ineens wat het steeds zo moeilijk maakte om simpelweg te kiezen voor transitie. Die keuze richtte zich namelijk op een abstractie. Natuurlijk, ik leefde parttime als vrouw. Ik had bewust allerlei ervaringen opgezocht om zo goed mogelijk te voelen wat het inhoud om een vrouw te zijn. Maar daarmee werd de optie om volledig vrouw te worden toch niet voldoende concreet. Ik had de grens van wat je kunt concretiseren door ervaringen op te zoeken allang bereikt, zonder dat ik het wilde zien. Ik stond stil. De keuze om vrouw te worden leidde mij naar een te abstracte, te ongewisse toekomst. Ik vond de impact van die keuze veel te groot om zomaar in het diepe te springen. We hebben het immers niet over een nieuwe baan. We hebben het niet over emigreren. We hebben het over je piemel er af laten snijden.

Maar toen ik in gedachten het nieuwe heldere pad voor me zag was het voor mij ineens duidelijk waaróm ik nooit gewoon kon besluiten vrouw te worden. Ik neem beslissingen niet met mijn hoofd. Die machinerie is er alleen maar om beslissingen te onderbouwen (lees: goed te praten) die ik op basis van mijn gevoel neem. Ik weet dat het zo werkt, ook al doe ik soms mijn best mezelf iets anders wijs te maken. Dus ook de beslissing om vrouw te worden, kan ik alleen maar met mijn gevoel nemen. Maar abstracties over de toekomst bevatten geen gevoel. Althans geen oprecht, eigen gevoel. Toekomstbeelden in je hoofd triggeren overtuigingen, angsten en fantasieën. En die kleurrijke verzameling onwaarheden roept heftige gevoelens op. Tegenstrijdige, complexe en veranderlijke gevoelens die meer te maken hebben met eerdere ervaringen die je projecteert op die toekomst dan met de toekomst zelf.

Er is maar één manier om betrouwbaar naar je gevoel te luisteren. Er is maar één plek waar het stil genoeg is om dat ene unieke gevoel te horen dat op dat moment belangrijk is. Dat is in het nu. Hier en nu. De enige manier waarop ik mijn gevoelskompas dus kan gebruiken voor mijn genderzoektocht, is om een pad te kiezen dat me niet uit het nu haalt. Een pad te kiezen dat geen bestemming heeft. Het was dit pad dat zich aan mij openbaarde.

Mijn gevoel is helder: ik wil vrouwelijker zijn. Daar twijfel ik niet aan. Ik kies er niet voor om vrouw te worden. Ik kies er voor om maatregelen te nemen die me vrouwelijker maken. Niet eenmalig. Niet als een project. Niet op basis van een ‘programma van eisen’ gebaseerd op een idee van hoe het zou moeten zijn. Maar als een proces. Elke dag opnieuw. Elke dag stel ik mezelf de vraag: ‘ben ik vrouwelijk genoeg?’ en dan luister ik naar mijn gevoel. En zolang ik voel dat ik nog niet voldoende in de ‘vrouwelijke’ richting ben opgeschoven, beweeg ik nog wat meer. Totdat ik voel dat het ver genoeg is. Totdat ik voel dat de balans tussen mijn mannelijkheid en mijn vrouwelijkheid goed is. Misschien blijk ik dan volledig vrouw te zijn. Misschien niet.

Ik heb het volgens mij al eens eerder op dit blog gezegd: spirituele en filosofische wijsheden zijn platitudes tot het moment dat je in je eigen pijnlijke zoektocht de diepere betekenis ervan hebt doorgrond op een ander niveau dan in je hoofd. Dat is wat mij nu is overkomen. Vandaag is het me ten diepste doorgedrongen dat het enige begaanbare pad een pad zonder bestemming is. Een pad dat alleen bestaat uit die ene steen waar ik nu op sta. De steen van het hier en nu. En in het vertrouwen dat de volgende steen opdoemt zodra ik de volgende stap zet, voel ik in het hier en nu waarheen ik moet gaan. Elke dag opnieuw. Elke dag een stapje vrouwelijker. Totdat het goed is.

zondag 6 april 2014

Seniorensjans

“Je hebt een mooi sprekend gezicht”, zei de oude heer. Van onder zijn geruite pet keek hij me serieus aan. Geen priemende ogen, geen guitige ogen, geen lege ogen. Hij meende het echt en hij had geen bijbedoelingen. Ik voelde dat ik bloosde. “Dankjewel!”. Het echt in je hart ontvangen van een complimentje is een hele kunst; ik oefen er al mijn hele leven op en het lukt inmiddels enigszins. Maar het is extra lastig als het een complimentje is voor iets waar ik zelf erg onzeker over ben. Zoals mijn gezicht. Niet echt een ideaal vrouwengezicht.

“Ik zou best wel eens een portret van je willen maken”, vervolgde hij. Een tikje uitdagend wiebelde ik op mijn stoel, rechtte ik mijn rug zodat mijn boezem mooi uit kwam, legde ik mijn handen bevallig in mijn schoot, en zei ik: “nou, ik zit er klaar voor hoor!”. Toen werd de oude man toch een tikje zenuwachtig. Alsof hij door zijn eigen flapuit-opmerking nog niet helemaal overrompeld was, maar mijn reactie nét dat laatste zetje gaf.

Natuurlijk, hier kon hij het niet. Ik was niet in zijn atelier. Ik was in de foyer van het Concertgebouw. En deze heer was mijn gast. Als gastvrouw van Vier het Leven begeleidde ik hem bij het bezoek aan het Zondagochtendconcert. Maar eerlijk gezegd leek het er meer op dat hij mij begeleidde: hij haalde voor mij een programma­boekje, ik mocht hem absoluut niet uit zijn jas helpen (terwijl ik later zag dat hij zich er wel door twee oudere dames weer in liet helpen), hij stond er op dat hij mij uit (en later weer in) mijn jas hielp en aan het eind van de ochtend gaf hij me ter afscheid een hoofse handkus. Ik geef toe: de man was een tikje pathetisch. Maar leuk was het wel! Ik genoot er van.

De man was niet mijn type en ongeveer twee keer zou oud als ik. Ik voelde me op geen enkele manier aangetrokken tot hem. Maar ik sprak hém kennelijk wel aan; de andere dames (niet alleen de gasten, maar ook de andere vrijwilligster die ik zelf juist weer erg leuk vond) behandelde hij niet met zoveel aandacht. Mij wel. Op de een of andere manier had ik zijn hoffelijkheid en zijn mannelijkheid wakker geschud. Hij genoot er zichtbaar van om die rol weer te kunnen spelen. Misschien miste hij het sinds zijn eigen vrouw was opgenomen in een verpleeghuis. Of misschien voelde hij juist daardoor de ruimte om weer eens wat te vlinderen. Nou ja, vlinderen… zoals een 83-jarige met een deugdzame opvoeding dat dan doet.

Vandaag had ik sjans en ik genoot er van. Het is oppervlakkig. Het is vorm en geen inhoud. Je moet er je hoofd ook niet door op hol laten slaan. Maar het leven wordt er wel leuker van als we elkaar zo af en toe op deze manier wat extra aandacht geven. Heel even ga je er van zweven. Heel even word je wat blijer van binnen. Het kost niks om het te geven en je krijgt er een dankbare glimlach voor terug. Sjansen – en zeker seniorensjansen – dat zouden meer mensen moeten doen!

vrijdag 4 april 2014

Steeds vrouwelijker

“Je bent dit proces steeds vrouwelijker gaan doen”, zei Bas, mijn psycholoog. Het is onvermijdelijk de stereotypen mannelijk en vrouwelijk te gebruiken wanneer je over genderdysforie praat. En net zozeer als die stereotypen op een realiteit gebaseerd zijn, wringen ze en doen ze de genuanceerde waarheid geweld aan. Maar zonder de termen ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ wordt genderdysforie ineens een algemene dysforie en dat zou de zaak er waarschijnlijk nog ingewikkelder op maken.

“Je pakt het steeds exploratiever aan en je bent steeds minder gericht op een uitkomst, een conclusie. En je bent steeds beter in staat om de ongemakkelijke emoties te dragen. Zonder ze te willen oplossen”. Ik herkende Bas zijn beschrijving van mijn proces. En ik begreep ook zijn met stereotypen verweven toelichting (hou je vast, deze stereotypen wringen aan alle kanten, maar zijn tegelijk zeer herkenbaar): mannen willen oplossen en vrouwen willen onderzoeken; mannen willen emoties liefst zo snel mogelijk en in één klap (soms letterlijk) kwijt zijn en vrouwen kunnen emoties er laten zijn zonder dat er iets mee moet; mannen redeneren het liefst nuchter en komen zo snel mogelijk tot een conclusie terwijl vrouwen liever luisteren naar de complexe finesses van hun gevoel en veel tijd nodig hebben voor beslissingen.

Als je het zo bekijkt, klopt het: ik ben mijn zoektocht inderdaad op een steeds vrouwelijker manier aan het doen. Zoals ik steeds vaker dingen in mijn leven op een vrouwelijker manier aan het doen ben. Ontegenzeggelijk heeft de vrouw die ik ben ook vorm gekregen in mijn manier van denken en handelen als man. De mannelijke conditioneringen ben ik steeds verder van me af aan het schudden. Het is precies deze ontwikkeling die de kern uitmaakt van het proces om mijn genderidentiteitsstoornis een plek te geven. Genderdysforie gaat niet alleen over een geslachtsoperatie. Gaat niet alleen over vrouwelijke kleding en mooie nagellak. Natuurlijk, dat is allemaal erg belangrijk! En als je gedurende je hele leven weerstand hebt kunnen bieden aan de stereotype mannelijke conditioneringen die je omgeving je op heeft willen leggen, dan zijn die operatie en die nieuwe garderobe waarschijnlijk de enige maatregelen die je hoeft te treffen om je dysforie op te lossen. Dan pas je de buitenkant aan de binnenkant aan en klaar (waarmee ik niet wil zeggen dat dat een makkelijk proces is, maar de beslissing om het aan te gaan is dan relatief eenvoudig). Maar als je – net als ik – jezelf gedurende je leven hebt laten vollopen met sociaal wenselijke conditioneringen die wringen bij wie je werkelijk bent, dan is het wat minder eenvoudig. Dan is er niet alleen een verlangen te vervullen, maar moet je ook iets loslaten dat inmiddels nét zo’n wezenlijk onderdeel van je is geworden als datgene waar het mee wringt. In zo’n geval heb je vooral heel veel innerlijk werk te verrichten om de dysforie op te lossen. Dan is de genderzoektocht vooral een proces van innerlijke heelwording.

Sommige lotgenoten doen dit innerlijke werk pas na de transitie. Soms simpelweg omdat het te ingewikkeld is om in zo’n gender-vacuüm te leven. Dan beter maar snel de knoop hakken en dealen met de consequenties. Wat een mannelijke benadering, zeg! ;-)

Dat is niet mijn weg. Ik probeer eerst mijn vrouwelijke kern een plek te geven in allebei mijn identiteiten: in Man-ik net zo goed als in Lisa. Door deze twee identiteiten dichter bij elkaar te brengen, wordt mijn dysforie vanzelf al minder. Maar ja, of mijn dysforie daarmee zo klein wordt, dat ik geen transitie meer nodig zal blijken te hebben? Wie zal het zeggen? Ik niet. Ik houd me niet bezig met een oplossing. Ik draag de complexe emoties die dit met zich mee brengt. En ik onderzoek en exploreer. Precies zoals vrouwen doen. Dat had Bas goed gezien.