zondag 6 april 2014

Seniorensjans

“Je hebt een mooi sprekend gezicht”, zei de oude heer. Van onder zijn geruite pet keek hij me serieus aan. Geen priemende ogen, geen guitige ogen, geen lege ogen. Hij meende het echt en hij had geen bijbedoelingen. Ik voelde dat ik bloosde. “Dankjewel!”. Het echt in je hart ontvangen van een complimentje is een hele kunst; ik oefen er al mijn hele leven op en het lukt inmiddels enigszins. Maar het is extra lastig als het een complimentje is voor iets waar ik zelf erg onzeker over ben. Zoals mijn gezicht. Niet echt een ideaal vrouwengezicht.

“Ik zou best wel eens een portret van je willen maken”, vervolgde hij. Een tikje uitdagend wiebelde ik op mijn stoel, rechtte ik mijn rug zodat mijn boezem mooi uit kwam, legde ik mijn handen bevallig in mijn schoot, en zei ik: “nou, ik zit er klaar voor hoor!”. Toen werd de oude man toch een tikje zenuwachtig. Alsof hij door zijn eigen flapuit-opmerking nog niet helemaal overrompeld was, maar mijn reactie nét dat laatste zetje gaf.

Natuurlijk, hier kon hij het niet. Ik was niet in zijn atelier. Ik was in de foyer van het Concertgebouw. En deze heer was mijn gast. Als gastvrouw van Vier het Leven begeleidde ik hem bij het bezoek aan het Zondagochtendconcert. Maar eerlijk gezegd leek het er meer op dat hij mij begeleidde: hij haalde voor mij een programma­boekje, ik mocht hem absoluut niet uit zijn jas helpen (terwijl ik later zag dat hij zich er wel door twee oudere dames weer in liet helpen), hij stond er op dat hij mij uit (en later weer in) mijn jas hielp en aan het eind van de ochtend gaf hij me ter afscheid een hoofse handkus. Ik geef toe: de man was een tikje pathetisch. Maar leuk was het wel! Ik genoot er van.

De man was niet mijn type en ongeveer twee keer zou oud als ik. Ik voelde me op geen enkele manier aangetrokken tot hem. Maar ik sprak hém kennelijk wel aan; de andere dames (niet alleen de gasten, maar ook de andere vrijwilligster die ik zelf juist weer erg leuk vond) behandelde hij niet met zoveel aandacht. Mij wel. Op de een of andere manier had ik zijn hoffelijkheid en zijn mannelijkheid wakker geschud. Hij genoot er zichtbaar van om die rol weer te kunnen spelen. Misschien miste hij het sinds zijn eigen vrouw was opgenomen in een verpleeghuis. Of misschien voelde hij juist daardoor de ruimte om weer eens wat te vlinderen. Nou ja, vlinderen… zoals een 83-jarige met een deugdzame opvoeding dat dan doet.

Vandaag had ik sjans en ik genoot er van. Het is oppervlakkig. Het is vorm en geen inhoud. Je moet er je hoofd ook niet door op hol laten slaan. Maar het leven wordt er wel leuker van als we elkaar zo af en toe op deze manier wat extra aandacht geven. Heel even ga je er van zweven. Heel even word je wat blijer van binnen. Het kost niks om het te geven en je krijgt er een dankbare glimlach voor terug. Sjansen – en zeker seniorensjansen – dat zouden meer mensen moeten doen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten