donderdag 29 mei 2014

Op en top

Vanaf het balkonnetje kan ik nét de zee zien. Daar zal ik later deze week vast nog wel een welkome verkoeling gaan halen om de hitte in Tel Aviv te ontvluchten. Drie weken geleden wist ik nog niet dat ik hier heen zou gaan, maar een Facebook oproep, een chatcontact en een huizenruil later zit ik ineens hier, samen met M. Emoties over het verleden en verlangen naar een toekomst met haar rollen telkens over me heen. Dat zal nog wel even blijven zolang ze niet alleen met mij, maar ook met die ander een relatie heeft. In de tussentijd probeer ik alle dogma’s en labels los te laten, haar ruimte te geven voor haar beslissing en tegelijkertijd vast te houden aan wat ik voor mezelf wil. Geduld is hier het credo. Niet eindeloos, maar voorlopig nog wel.

Geduld moest ik ook gisteren hebben, bij de douane op het vliegveld. Israël toonde zich daar van haar achterdochtige kant: krappe loketjes, strenge blikken, een tone of voice waarbij elk uitgesproken woord als een scheldwoord klonk en een messcherp verhoor over wat ik hier kwam doen en met wie ik contact had. Niet echt de ideale situatie om jezelf als vrouw te manifesteren met een ‘M’ in je paspoort. En toch was dat wat ik gisteren deed. Ik vloog als Lisa. Na mijn goede ervaringen met de vlucht naar Londen, durfde ik Israël en de tussenstop in Turkije ook aan. En wonder boven wonder ging het net zo soepel als destijds. De genderdysforie-verklaring van de VU kon onbenut in mijn tas blijven.

Vandaag ben ik ook Lisa. Maar het is geen Lisa-dag. Vandaag geef ik mijn vrouwelijkheid expressie met het fysieke materiaal van Man-ik als uitgangspunt. Ik draag een hempje met spaghetti-bandjes, en een witte katoenen Chi Kung broek van Man-ik die best van Lisa had kunnen zijn. Mijn lange haren krullen speels tot onder mijn oren met in mijn inhammen de al zichtbare schaduw van belofte van mijn getransplanteerde haren. Ik zie er mooi uit. De lichte mascara op mijn wimpers maken mijn gezicht krachtiger en sprekender. En mijn expressie gender-chaotischer. Zometeen nog even mijn teennagels lakken en het plaatje is compleet. Lisa is compleet. Lisa zonder pruik, borsten en een dikke laag make-up. Maar desalniettemin Lisa. Dit is geen Man-ik met androgyne touch. Dit is ronduit Lisa. Maar dan niet als extra identiteit, maar als evolutie van mijn dagelijkse identiteit. Dit voelt veel beter en echter dan de op en top Lisa van gisteren. Die Lisa bestaat en is belangrijk voor me. Belangrijk als inspiratiebron, als referentiepunt, als voedingsbron. Een nadrukkelijke vrouwelijke expressie om mee te experimenteren. Maar ook een afsplitsing, een creatie, een concept dat weliswaar ontsproten is aan mij, maar niet gegrondvest is op mij. Een zwevende identiteit die door haar ongebondenheid nooit helemaal samen kan vallen met wie ik echt ben. Een doodlopende weg, in zekere zin. Ook al zal ik de weg van op en top Lisa nog regelmatig bewandelen, de échte groei zit in mijn met rap tempo vrouwelijker wordende dagelijkse identiteit, die ik eigenlijk geen Man-ik meer kan noemen. Dat is ook Lisa. De Lisa die ik écht ben. De Lisa die ik aan het worden ben.

Hier in Israël ga ik weer een stapje verder in mijn vrouwelijke expressie. Een nieuwe trede op de showtrap naar succes. En ach, waarom ook niet? De Israëli’s kijken me hier toch voortdurend schaamteloos lang aan. Je kunt het ergste maar gehad hebben…

zondag 25 mei 2014

Other plans

“Ach nee! Wat heb ik toch fout gedaan? Ik heb zo mijn best voor jullie gedaan!”. Ze kijkt me niet aan, is alleen maar bezig met haar eigen gedachten en haar behoefte zich te wentelen in zelfmedelijden. Ik kijk en voel me niet gehoord. Daar ben ik niet verbaast of verrast over; zo gaat het nu eenmaal altijd als ik probeer iets persoonlijks te delen met mijn moeder. Inmiddels heeft ze me daar al zo vaak mee gekwetst dat er eelt op mijn ziel is gekomen. Het raakt me niet meer. Het is jammer, maar het raakt me niet meer. Ik kan het onvermogen zien (ze heeft nooit geleerd hoe je betrokken naar andere mensen kunt zijn) en ik voel compassie voor haar.

Zo zou het gaan. Ik wist het zeker. Binnenkort zou ik naar haar toegaan om haar te vertellen van mijn genderzoektocht. De afstandelijke band die we hebben was niet de enige reden dat het daar nog niet van gekomen was. Ik wilde wachten tot het moment dat ik een helder antwoord had op de vraag of ik nu wel of niet helemaal vrouw zou gaan worden, omdat mijn moeder niet om kan gaan met nuances. Maar omdat met mijn huidige aanpak het antwoord op die vraag uitblijft en ik toch stappen vooruit wil zetten, kon ik niet anders dan het mijn moeder toch gaan vertellen. Mijn vader is tien jaar geleden overleden, dus die was op een metafysische manier al volledig op de hoogte van mijn proces.

Het ging de laatste maanden niet zo lekker met mijn moeder. Ze was depressief en eindelijk begonnen aan de rouwverwerking van het overlijden van mijn vader. Hoe slecht ze zich ook voelde, ik zag er een kans in voor haar om een stap verder te komen in haar ontwikkeling, hoewel ik me realiseerde dat ik daar niet teveel van moest verwachten. Maar ik had me, samen met mijn ene zus, ingezet om haar zo ver te krijgen dat ze met een psycholoog zou gaan praten. Een diepgewortelde angst geconfronteerd te worden met de eigen innerlijke pijn had haar altijd elk goed gesprek doen vermijden, niet alleen met een psycholoog, maar ook met haar eigen kinderen of vrienden. Maar het was er eindelijk van gekomen, ze had nu een handjevol keren gesproken met de psycholoog die aan de praktijk van haar huisarts was verbonden. Mijn verwachting over haar reactie op mijn aanstaande biecht bleef hierdoor echter onveranderd: ze zou bot en kwetsend reageren.

Maar het liep anders. “Life is what happens while you're busy making other plans”, zong John Lennon ooit. Hij bleek weer eens gelijk te hebben. Onlangs werd een van mijn neefjes acuut in het ziekenhuis opgenomen. Toen ik met S. in het ziekenhuis aankwam om hem te zien en mijn zus een hart onder de riem te steken, bleek mijn moeder er ook te zijn. Na een tijdje nam ze me mee naar de gang: “Ik moet je iets vertellen”. Ik voelde meteen dat er iets bijzonders ging gebeuren: ik voelde haar hart open staan. Totaal niet gewend aan die situatie wist ik niet wat ik kon verwachten. En toen vertelde ze me dat ze bij de psycholoog voor de tweede keer in haar leven (de eerste keer was met mijn vader geweest) had gesproken over een groot trauma uit haar jeugd. En ze vertelde het mij nu. Ik was geschokt door wat ze vertelde en tegelijk blij dat ze het vertelde. Ik kon me niet herinneren mijn moeder ooit zo open te hebben gezien. Kwetsbaar zou ik het niet willen noemen, want al haar onbewuste verdedigingsmechanismen waren in volle glorie aanwezig. Verdedigingsmechanismen die ik door wat ze vertelde ineens beter begreep. Niet als excuus, maar wel als verklaring. Ik pakte haar vast, gaf haar mijn liefde en sprak mijn bewondering uit voor haar moed het trauma nu aan te kijken. Ik kreeg maar kans voor een paar vragen, want veel wilde ze niet kwijt. Het hoefde ook niet. Dit moment, één minuut écht contact met mijn moeder, vervulde een langgekoesterde wens.

Toen ze aanstalten maakte om weer de zaal op te lopen, hield ik haar tegen. Mijn intuïtie wist dat dit het ideale moment was. Het moment waarop het hart van mijn moeder op een kiertje stond. Het moment waarop ze vrijwel voor het eerst in haar leven mij ook eens echt zou kunnen horen. “Ik wil je ook iets vertellen”, zei ik en ik vertelde over mijn proces. Haar reactie was anders dan ik me altijd had voorgesteld. Anders dan hoe ze in normale omstandigheden gereageerd zou hebben. Haar hart stond écht op een kiertje. Het was nog steeds niet de gedroomde reactie, maar toch. Op verwijtende toon vroeg ze: “Hoe weet je dat nou?” en daarmee pakte ze de lastigste vraag bij de horens. Had ze me dat twee jaar geleden gevraagd dan had ik allerlei verhalen en voorbeelden gehad om het te bewijzen. Maar op dit punt in mijn proces is mijn inzicht in mijn genderdysforie zo groot en verfijnd geworden dat ik niet verder kwam dan: “dat kan ik eigenlijk niet uitleggen. Ik voel dat het klopt”. Ze had duidelijk weerstand tegen het idee een derde dochter te krijgen. Mijn drie keer herhaalde uitleg dat ik nog niet wist of ik all-the-way zou gaan kwam – zoals ik al had voorzien – duidelijk niet aan. “Nou ik vind het niet leuk, maar ja het is jouw leven”, zei ze en ze gaf me een ingehouden tik op mijn wang. Een beteugelde behoefte haar kind een standje te geven. Het gesprek was over. Ze draaide om en liep de zaal op.

Daar stond ik in de gang van het ziekenhuis en ik proefde de reactie van mijn moeder nog eens met mijn gevoel. De reactie was fantastisch geweest: mijn moeder dook niet in de slachtofferrol en ze stelde me zelfs een paar vragen. Wauw! Ik bleef achter met het gevoel dat er zoveel niet gezegd was, niet over mijn proces en niet over haar trauma. Maar heel even, in de periferie van de ziekenhuisopname van mijn neefje, hadden mijn moeder en ik echt contact gehad. En had ze me gehoord.

zaterdag 24 mei 2014

Heelwording

Vorig jaar vatte ik mijn eerste retraite met Isaac Shapiro in één blogpost samen. Ik schreef niets op het blog tijdens de retraite. Dat was een bewuste keuze: het was immers een stilteretraite, dus wilde ik ook op het blog stil zijn. Maar dit jaar ging het anders: ik schreef met dezelfde intensiteit als waarmee mijn proces van bezinning mij bezig hield. Vele gedachten, emoties en ervaringen gingen aan mij voorbij in de afgelopen week en de enorme hausse aan blogposts boden nog steeds slechts ruimte aan een fractie daarvan.

De afgelopen maanden zijn er een paar tussenstappen geweest (zelfacceptatie van mijn situatie, het loslaten van een eindresultaat van mijn proces en het bereiken van acceptatie door S.) die in de afgelopen week samen leken te vallen in een diep innerlijk besef. Een besef dat in woorden misschien nog niet eens zoveel afwijkt van wat ik er eerder al over schreef. Maar dat op het niveau van het onzegbare, op het niveau van mijn Grote Ik, mijn Innerlijke Boeddha of mijn Essentie, een grote kalmte veroorzaakte. De kalmte van “being Awareness” zoals Isaac het zou formuleren. Ik formuleerde het vanochtend tijdens de laatste satsang van de retraite zo: “This week has made me realise at a much deeper level what a beautiful gender-richness I’m bearing. And I have absolutely no idea how I can put all of this richness into expression in my identity”. Het gesprek dat volgde zal ik me nog lang herinneren. Zacht en kwetsbaar in vol bewustzijn en met een energetische connectie die bijna zichtbaar was. De groep, Isaac, Meike en ik smolten samen in een diep besef van de pijn die het geeft om betekenis toe te kennen aan gender. Dat het feit dat je geboren wordt met een piemel of een vagina in de praktijk zo vaak bepaalt hoe je je moet bewegen, welke kleren je draagt, wat je voorkeuren zijn en wat je gedragspatronen worden. Met mijn openhartigheid tijdens de satsang raakte ik zoveel mensen zo diep in hun hart dat bij het (traditiegetrouw met een intense knuffel) afscheid nemen aan het eind van de retraite de rij wachtenden om met mij te knuffelen zelfs groter was dan de rij bij Isaac; tot groot plezier van ons beiden.

Na het foto-moment met S. diende het zich al aan, tijdens de retraite heb ik er mee geëxperimenteerd in een veilige omgeving en vanaf nu wil ik het niet meer anders: mijn dagelijkse identiteit vormgeven vanuit mijn vrouwelijkheid. En dat is een flinke stap verder dan hoe ik voorheen mijn oude mannelijke identiteit probeerde te pimpen met toefjes vrouwelijkheid. Mijn dagelijkse identiteit zal vanaf nu vrouwelijk zijn, waarbij de mannelijke historie niet ontkend zal worden, maar ook niet meer als beperking mag gelden. Ik sta mezelf toe niet meer te voldoen aan de stereotype verwachtingen van mijn omgeving. Ik sta mezelf toe mezelf vrouwelijk te kleden, vrouwelijk te bewegen en me vrouw te voelen in mijn dagelijkse identiteit. Zonder borsten, zonder haar en zonder make-up; als ik althans afga op hoe het de afgelopen week was. Met natuurlijk nog alle ruimte voor all-the-way-Lisa-dagen om mijn vrouwelijkheid te voeden, te ontwikkelen en uit te leven. All-the-way-Lisa geeft me een referentiepunt om mijn richting aan te ontlenen. Een manier om de volle potentie van vrouwelijkheid te blijven voelen door Lisa’s totale, compromisloze vrouwelijke expressie. Maar die uiterlijkheden zijn niet het belangrijkste.

Mijn nieuwe dagelijkse identiteit zal ik grondvesten op de heelwording die ik deze week heb doorgemaakt op spiritueel, emotioneel en mentaal vlak: ik ben een vrouwelijk mens en ik mag dat laten zien. En heelwording is voor mij: het voor het eerst volledig integreren van datgene wat lang afgescheiden is geweest. Dat betekent niet dat er nooit meer afgescheidenheid in mij zal zijn. Of heftige emoties over mijn verlangen en de angst die daar bij hoort. Het betekent wel dat mijn systeem vanaf nu de weg terug kan vinden naar de heelwording. Het is net als met navigeren in de echte wereld: als je er eenmaal een keer geweest bent, dan vind je de weg sneller terug.

De zes niveau's die ik zie in de ontwikkeling
van mijn genderidentiteit. De onderste, dieper
liggende niveau's zijn moeilijker te veranderen
maar hebben een grotere betekenis voor
het oplossen van de dysforie. Als alle blokken
goed uitgelijnd staan is de zoektocht afgerond.
Die heelwording bepaalt niet of ik op mijn pad naar meer vrouwelijkheid nu wel of niet meer zal uitkomen bij een volledige transitie. Alles is voor mijn gevoel nog mogelijk. Het betekent alleen dat ik een kracht heb gevonden om mijn buitenkant (het uiterlijke, fysieke en sociale vlak) vorm te gaan geven vanuit die heelheid. Geen buitenkant meer die door innerlijk trauma en innerlijke pijn gekleurd wordt. Vrij zijn in wie ik ben. En dat betekent in mijn geval dat ik me laat leiden door de authentieke aanwezigheid van een grote hoeveelheid vrouwelijke energie en de wens die tot expressie te brengen. Als ik de drie buitenste niveaus van wie ik ben (het uiterlijke, fysieke en sociale niveau) in overeenstemming weet te krijgen met de drie binnenste niveaus (spiritueel, emotioneel en mentaal niveau), dan is mijn proces voltooid. Nou ja, het proces gaat natuurlijk altijd door: als je eenmaal de knop van bewuste ontwikkeling hebt aangezet, gaat het nooit meer uit, ook niet als genderdysforie is opgelost. Het proces gaat door, maar dan zonder dat er sprake is van een zoektocht. Dan heb ik gevonden waar het om ging: totale integratie van mijn genderbeleving op alle zes niveaus van mijn persoonlijkheid.

donderdag 22 mei 2014

Terug in de retraite

Het duurde een uur of vier om weer helemaal in mijn eigen gevoeligheid en in het intense veld van verbondenheid te zakken. Maar daarna voelde mijn aanwezigheid in de retraite alsof ik niet was weggeweest. Bij het traditionele taartje in de middag raakte ik in gesprek. Nou ja, een gesprek in stilteretraite-stijl: we keken elkaar diep in de ogen, ontspanden nog dieper en werden elkaars energie gewaar. “Je bent zo mooi”, fluisterde ze. “Ik zie zo duidelijk je mannelijke en je vrouwelijke energie naast elkaar. Dat is zo bijzonder”. “Iemand noemde me al een engel”, fluisterde ik op stilteretraite-toon terug. “Ja dat is het. Dat ben je”, lachte ze en ik voelde dat ze dat niet infantiel sprookjesachtig bedoelde (en geloof me, in de wereld van de spiritualiteit kunnen mensen tamelijk naïeve beelden hebben van hoe de zaken in elkaar zitten).

Toen ik haar vertelde dat we elkaar vorig jaar bij het Vrouwenweekend hadden ontmoet geloofde ze het niet: “Je bent zo anders”. “Het klopt, ik ben ook anders, ik ben gegroeid. Verder in mijn proces. Mijn proces van binnen”. “De manier waarop jij vrouwelijkheid en mannelijkheid verbindt is zo inspirerend. Voor mij, voor de retraite, voor de wereld”, zei ze. In een flits dacht ik terug aan mijn gesprek met Meike die me hetzelfde zei en ik herinnerde de momenten waarop ik fantaseerde om dit blog ooit nog eens in boekvorm uit te geven om de wereld iets te leren over gendervrijheid. Ik voelde mijn hart gloeien toen ik zei: “Ik heb het gevoel dat het leven mij een opdracht heeft gegeven. De opdracht om de wereld te helpen losser te komen van de knellende genderpolarisatie in opvoeding, cultuur en maatschappij. Ik heb een verhaal te vertellen”.

Nu ik aan het eind van deze dag in stilte door het bos wandel om mijn mind de gelegenheid te geven alle informatie te verwerken die deze dag op zielsniveau is binnengekomen, voel ik me gedesoriënteerd. Deze hele week voelt als een aanmoediging om in mijn vrouwelijke expressie de beide genders te verbinden. Ik ben buitenaards genoemd, een engel, sacred gender. En ik voel er zelf een goddelijke boodschap bij, een levensopdracht. Maar wat betekent dat dan voor mijn leven en mijn proces? Lieve God, geef me een duidelijk teken: moet ik de wereld mooier maken door een leraar met een verhaal te worden of door een vrouw te worden? Of beide?

woensdag 21 mei 2014

Nieuwe start

Ik moest me haasten. De wekker ging vroeg, maar had nóg vroeger gemoeten. Gelukkig had ik gisterenavond al de kleren klaargelegd die ik zou aantrekken. Vrouwelijke kleren. Maar dan ook alles, inclusief Lisa’s jas en handtas. Zo ging ik de straat op: zonder pruik, zonder borsten en zonder make-up. Niet op en top Lisa, maar met mijn vrouwelijke motoriek en dito kleren kwam het er dichtbij. Zo dichtbij dat ik veel mensen op straat in verwarring bracht. Ik was niet een beetje androgyn, maar echt bijna een vrouw. De mensen op straat keken me vaker en nadrukkelijker aan dan wanneer ik volledig als vrouw over straat ging. Een “vieze travestiet” (een van de aanspreektitels waar ik wel eens mee vereerd ben) is tenminste nog een bekend hokje. Maar wat moesten ze toch aan met mijn verschijning van vandaag? Ik liet me door hun verwarring niet weerhouden en stapte de tram in die me naar de haartransplantatiekliniek zou brengen. Vandaag was de grote dag. Ik was er speciaal voor uit de retraite gestapt.

De ontvangst in de kliniek was hartelijk, de kordaatheid overrompelend. Er was geen seconde ruimte meer om de twijfel te voelen die me de halve nacht had wakker gehouden. De eerste stap in de behandeling was er direct eentje die vergezeld ging van een brok in mijn keel: het scheren. In het donorgebied op mijn achterhoofd (de plek waar ze mijn haren zouden oogsten) moest een strook van oor tot oor en minimaal drie centimeter breed tot stoppels worden geschoren. Hier zouden de duizend haren met wortel en al (‘grafts’) geoogst gaan worden. Toen ik mijn mooie lange lokken in de prullenbak zag verdwijnen moest ik even slikken. De kale strook zou straks bedekt worden door de lange haren die er nog boven zaten, maar toch.

Na de lokale verdoving van misschien wel vijftig prikjes (auw!) begon het uitboren. Op een behandeltafel liggend met mijn gezicht naar beneden merkte ik hoe de assistente met behulp van een pincet en een soort tandartsboor met een holle naald de duizend grafts één voor één uit mijn achterhoofd haalde. Ik merkte het vooral aan het geluid van de boor en het klikken van de ‘stappenteller’ waarmee het aantal geoogste grafts werd bijgehouden, want voelen deed ik niks. Behalve dan de emotie die opwelde toen de assistente zei: “de eerste twintig zijn er uit hoor”. Het was begonnen: de eerste grote stap naar een vrouwelijke haarlijn was ingezet. Helaas was mijn droom niet in één behandeling mogelijk, maar vandaag zou een aanzienlijk deel van mijn testosteron-gebaseerde inhammen verdwijnen. Daahag parkeervakken!! De impact van deze stap voelde groots aan. Trots en opluchting stuwden in mij de tranen voorwaarts.

De verwarring die ik bij de mensen op straat voelde, was bij het personeel van de kliniek afwezig. Iedereen leek vooraf op de hoogte gesteld van mijn situatie. Dat ik me deze dag nog behoorlijk mannelijk voelde maakte de verrassing des te groter toen ik de plastisch chirurg tegen één van de assistentes hoorde zeggen: “Wil jij voor mevrouw nog een kopje thee halen?”. Zeer invoelend, chapeau! Mijn vrouwenenergie was er wel, maar die werd vandaag overschaduwd door de mannelijke energie die in paraatheid gebracht was omdat ik het allemaal nogal spannend vond. Een fight/flight-response werkt nu eenmaal wat beter met mannelijke energie in je lijf. Mijn systeem was er klaar voor.

Dat bleek gelukkig niet nodig. De behandeling was erg ongemakkelijk (lang in één houding zittend en liggend), maar nooit bedreigend of pijnlijk (op de eerste prikjes van de verdoving na dan…). De uiterst professionele en betrokken assistenten én de hartverwarmende aanwezigheid van M. hielden mijn angst buiten de deur. M.’s liefde stroomde door haar hand de mijne in op het moment waarop de eerste haartjes in mijn inhammen werden geplaatst en ik moest huilen van geluk en van uitgesteld verdriet over het lange uitblijven van dit geluk.

Met een enorme lading medicijnen (tegen zwelling, tegen ontsteking, voor betere hechting en ter stimulering van de haargroei; in totaal drie soorten pillen, een zalfje en een spray) mocht ik na acht uur en duizend verplaatste haartjes weer naar huis. En M. ging met me mee.

’s Avonds voelde ik, naast de pijn op mijn hoofd die begon op te spelen, ook weer pijn in mijn hart. De wat vage status tussen M. en mij en het feit dat ze nog steeds een relatie met iemand anders heeft knaagt al weken aan me. En M.’s neiging om ‘moeilijke praat’ te vermijden maakte dat alleen maar erger. Ik wilde meer. Geen commitment, want ik snap dat het nog veel te vroeg is om dat te vragen, als je dat überhaupt al zou moeten vragen als je een relatie wilt die gebaseerd is op vrijheid en niet op angst. Maar ik wilde nu eindelijk haar intentie zien. Was ze er echt op uit om de relatie met mij een kans te geven? Wilde ze echt alles onderzoeken om onze relatie schoon te houden van genoegdoening, wrok, angst, gewoonte en sub-assertiviteit? Wilde ze echt haar eigen schaduw en automatische onbewuste gedragspatronen onderzoeken in plaats van de blame-shame-game spelen? Dit waren grote vragen en ik kon zien dat ze gedeeltelijk gedreven werden door mijn eigen onzekerheid en angst om alleen te zijn. Maar tegelijk waren die vragen een kans om assertief te zijn. Het was toch míjn behoefte om niet te lang leven in onzekerheid over ons toekomstperspectief? Dus moest ík er naar vragen in plaats van in stilte te mokken dat zij maar niet over de brug komt.

Gelukkig voelde ik deze avond nog heel sterk de verbinding met de energie van de retraite. Ik voelde me rustig, ruim en liefdevol van binnen. In deze kwaliteit knoopte ik het gesprek met M. aan. En haar reactie was liefdevol naar mij en naar haarzelf. Ze was kwetsbaar en open en toonde haar onzekerheden en haar behoeften aan mij. Ze sloot een lesbische relatie met mij niet meer uit, mocht het zover komen dat ik helemaal vrouw wordt. Bovenal gaf ze aan dat ze zich zo goed kon voorstellen hoe ze samen met mij oud zou worden. Liefde, opluchting en verlangen mengden zich in tranen over mijn gezicht. Dit diepe contact in verlangen, liefde en onzekerheid gaf me het gevoel alsof de volgende etappe in onze relatie nu echt gestart is. Al is het dan inclusief M.’s korte termijn behoeften die er voor zorgen dat ze niet te hard van stapel wil lopen.

Dit was een goede dag voor een nieuwe start. Een nieuwe start in mijn vrouwelijke expressie dankzij de eerste etappe van de haartransplantatie. En een nieuwe start in de toekomst met M. dankzij de volgende etappe in onze relatie.

dinsdag 20 mei 2014

Man-ik's troon

“Kun je Man-ik en Lisa hier en nu allebei uitnodigen?”. Haar diepbruine ogen keken me aan, nee ze omhelsden me en hielden me teder vast. Ik was in gesprek met Meike, Isaac’s vrouw die me tijdens de retraite van vorig jaar diep in mijn hart beroerde door me de retorische vraag te stellen: “Do you realise what a miracle you are?”. Nee dus. Ik had toen de grootste moeite om het mooie te zien van mijn genderdysforie. Haar vraag legde destijds een belangrijk zaadje in het tuintje dat deze week tot bloei aan het komen is.

“Dat is moeilijk want ze zijn zo ongelijkwaardig”, beantwoordde ik Meike’s vraag van dit moment. “Man-ik is zo groot en Lisa nog zo klein”. Meike’s mond gleed in een compassievolle glimlach en begon te spreken: “De mannelijke energie is snel en doelgericht. Die kan de vrouwelijke energie makkelijk wegvagen. Vrouwelijke energie is uitnodigend en ontvangend. De wereld is toe aan het in balans brengen van die twee. De wereld is toe aan mensen zoals jij, die deze twee kanten zo sterk belichamen. Kijk of je Man-ik kunt vertragen, zodat Lisa kan komen”. Ik sloot mijn ogen. Ik zag ze voor me, zoals altijd zaten ze naast elkaar met hun rug naar mij toe. Maar of Man-ik nu rechts of links van Lisa zat kon ik niet goed zien, want voordat ik dat goed en wel kon registreren stond Man-ik op en in een flits stond hij recht voor me, als reactie op Meike's uitnodiging. Lisa was volledig verdwenen achter zijn grote lichaam. Hij legde met een theatraal gebaar zijn grote gespierde handen op de leuning van de grote statige stoel die rechts van mij stond. “Man-ik wil zijn troon niet afstaan”, deed ik verslag aan Meike. “Dat hoeft ook niet”, zei ze. “Lisa wil alleen maar naast hem staan, gelijkwaardig zijn”.

Man-ik’s handen ontspanden en ik zag Lisa achter hem opdoemen. Mijn hart begon te gloeien en traantjes welden in mijn ogen op. Ik zuchtte diep en liet me door Meike’s woorden leiden. “Laten we Man-ik eren voor al het harde werk dat hij al die jaren gedaan heeft om te overleven. Om jou te laten overleven… Dankjewel Man-ik”. En terwijl emoties mijn innerlijk oog begonnen te vertroebelen zag ik nog nét hoe Man-ik en Lisa aanstalten maakten elkaar te knuffelen. Man-ik op zijn troon en Lisa er naast. Koning en koningin in het schaakspel van mijn leven.

maandag 19 mei 2014

De kracht van taal

Ik schrijf elke post op dit blog bewust vanuit de beleving van dat moment. Daarmee hoop ik voelbaar te maken hoe het proces van een transgender kan zijn. Emoties en gedachten schieten soms per blogpost weer een heel andere kant op, in een volatiliteit waar de beurskoersen nog een puntje aan kunnen zuigen. Wanneer mijn proces zo intens is dat ik zelf het overzicht verlies, dan lees ik wel eens een stuk van mijn blog terug om de grote lijn te zien die gaande is. Zoals nu. En soms valt me dan iets op wat voor dat moment nog onzichtbaar voor me was. Zoals nu.

In mijn taalgebruik is de kunstmatige scheiding tussen Lisa en Man-ik een zichzelf instandhoudend schisma geworden. Aanvankelijk gaf die tweedeling mij helderheid in het nadenken over mijn proces. Ook bracht het veel structuur en duidelijkheid aan de teksten van dit blog. De leermeester van de retraite waarin ik nu zit, Isaac Shapiro, heeft het altijd over “making distinctions” en dat is precies wat Man-ik en Lisa zijn. Een onderscheid tussen man en vrouw, tussen angst en verlangen, tussen verleden en toekomst. Aanvankelijk zuiver bedoeld als distinction. Maar inmiddels zijn Man-ik en Lisa in mijn woorden en gedachten een polariteit geworden die ze diep van binnen helemaal niet zo sterk zijn. En daarmee maak ik het moeilijker om mijn taalgebruik te verbinden met wat er van binnen is. De aanvankelijk zo verhelderende distinctie loopt me inmiddels aardig voor de voeten bij het vastpakken van de werkelijkheid.

Nu valt me op hoe vaak ik in mijn blog alle angst, controlebehoefte, weerstand en boosheid toeschrijf aan Man-ik en alle hoop, vrijheid, speelsheid en toekomst voorbehoud aan Lisa. Maar dat is echt onzin. Sorry luisteraars, ik heb gelogen! Ook Man-ik kan verbinden en hoopvol naar de toekomst kijken. Ook Lisa kent angst en verzet. Zij verenigen zichzelf in deze angst en dit verlangen. En ook in het frustrerende onvermogen een praktische vorm te kiezen om zich gezamenlijk in de wereld te zetten. En mijn duale taalgebruik maakt dat alleen maar moeilijker.

Het is tijd voor de volgende stap. Vanaf nu probeer ik in mijn denken en praten over mijn proces de begrippen Man-ik en Lisa niet meer te gebruiken om distincties mee samen te vatten. Ik probeer vanaf nu die distincties daadwerkelijk te benoemen en Man-ik en Lisa te gebruiken als aanspreektitels die het sociale verkeer een beetje vergemakkelijken. Ik ben Man-ik én Lisa. Nu en in de toekomst. Mijn proces gaat dus over de vraag hoe ik mijn verlangen naar een andere, meer vrouwelijke, expressie van wie ik ben kan vormgeven.

Weg met polarisatie, weg met dualiteit. Misschien worden mijn blogposts helderder, misschien juist niet. Hoe meer nuances ik in mijn proces ben gaan voelen hoe moeilijker ik er over kan praten. Het proces is gewoon té ingewikkeld voor de beperkte zeggingskracht van taal en de dichotomie met Man-ik en Lisa helpt niet langer bij het oplossen van dit probleem. De dichotomie is een blokkade geworden op de ontwikkeling van dit proces op het niveau van het onzegbare. De taal is een remmende kracht geworden op het niveau van mijn Grote Ik, mijn essentie, die probeert een nieuwe verbinding te maken met de zichtbare wereld van mijn leven hier op aarde.

Zonder morren

Ik zit in de schaduw van de grote boom en kijk omhoog naar de bron van het geluid. Ik zie een nest. Een nest met koolmeesjes. In het gekwetter van de jonge beestjes zit ambitie. Een nieuw leven is begonnen voor naar ik schat een stuk of vier vogeltjes. Soms steekt er eentje zijn snavel uit het nest, ongeduldig te ontdekken wat het leven in petto heeft. Of meer aards geformuleerd: ongedurig wachtend op de volgende lading eten die door vadertje koolmees aangevoerd wordt. Vader vliegt af en aan, ogenschijnlijk onvermoeibaar en zonder morren zijn rol spelend in de cirkel van het leven. Het nieuwe leven van de een legt duidelijk druk op dat van de ander. Zo voelt het ook voor Lisa en Man-ik.

Bij elke stap voorwaarts in mijn proces (en daarmee bedoel ik: meer richting vrouw-zijn) krijg ik last van twijfel, die ik keer op keer tot bedaren breng maar nooit echt lijk te overwinnen. De laatste weken heb ik flinke stappen (in gang) gezet en dus is de twijfel weer ongelooflijk hard naar boven gekomen.

Het grootste deel van mijn leven heeft Lisa in de kelder opgesloten gezeten. Ze kwam er af en toe uit om in mijn fantasie rond te dansen. En heel sporadisch mocht ze daadwerkelijk (meestal met de gordijnen dicht) in mijn leven rondstappen. Maar dat liep meestal uit op een afwijzing van mijn omgeving en dus smeet ik haar dan met harde hand weer voor langere tijd terug in de donkere krochten van mijn wezen. De pijn die ik daarmee mezelf deed, accepteerde ik. De consequentie dat ik me daardoor nooit vrij voelde, accepteerde ik ook. Tot een jaar of tien geleden. De frustratie en de onmacht over het knellende keurslijf waarin ik het leven mij had laten duwen was zo hoog dat ik begon aan mijn bevrijding. Ik startte mijn pad van bewuste persoonlijke ontwikkeling. Ik leerde de afwijzing die ik als kind had ervaren te accepteren; ik leerde van mijn mannenlichaam te houden; ik leerde mijn seksuele energie de ruimte te geven en ik leerde weer écht contact te maken met andere mensen - iets dat ik uit veiligheidsoverwegingen sinds mijn vroege kindertijd niet meer had gedaan. Al mijn door hang naar liefde en erkenning gedreven gedrag werd ontmaskerd en kreeg minder greep op mijn leven. Ik voelde me krachtig, vrij en meer levend dan ooit.

Dansend in die vrijheid merkte ik na een paar jaar dat er één heel belangrijk onderwerp onbehandeld was gebleven. Een belangrijk facet van mijn diamant was nog steeds ongeslepen: mijn verlangen een vrouw te zijn zat nog in de kelder. Het werd tijd dat ik die vrouw er eens uit haalde. Ik heb haar ruimte gegeven en tot bloei gebracht. En net als de koolmeesjongen in het nest boven mij, kwettert deze vrouw al een tijdje dat ze meer wil. Vol ambitie, vol opgetogenheid, vol nieuwsgierigheid. En daarmee jaagt ze me de stuipen op het lijf. Ik voel angst. Grote, overweldigende, primitieve, existentiële angst. Angst voor wat er komen gaat.

Het is de gedachte als Lisa helemaal opnieuw te moeten beginnen in mijn proces van persoonlijke ontwikkeling die me bezoekt in mijn nachtmerries, ook overdag. Moet ik echt weer opnieuw het proces door om mijn lichaam te accepteren? Om me seksueel vrij te voelen? Om écht contact te maken met mensen? Om niet opnieuw gevangen te zijn in angst voor afwijzing en drang naar erkenning? Als ik naar Lisa kijk is ze in al deze opzichten nog een klein meisje en is er nog heel wat nodig om van haar een volwassen vrouw te maken. Het voelt alsof ik als Lisa wordt teruggeworpen in mijn proces van persoonlijke ontwikkeling en opnieuw tien jaar zal moeten ploeteren om te bereiken wat ik al had. En dan vraag ik me af of het leven niet gewoon te kort is om twee identiteiten tot wasdom te brengen. Veel mensen lukt het al niet met één.

Daarnaast staat mijn angst stevig op het gevoel dat ik als Lisa ook niet compleet zal zijn. Ik ben rijker dan Man-ik òf Lisa nu elk voor zich zijn. Hoe geef ik, als ik nu Man-ik in de kelder ga opsluiten, alle rijkdom die ik in mij draag nog de ruimte? Spiritueel gezien bestaan Man-ik en Lisa naast elkaar. Spiritueel gezien putten ze uit dezelfde essentie en gaat er dus niks verloren bij een transitie naar Lisa. Maar hoe materialiseer ik dat? Hoe geef ik alles waar ik van ben gaan houden in Man-ik's expressie een plek in Lisa? Hoe kanaliseer ik mijn mannelijke energie en mijn mannelijke verlangens en mijn mannelijke gewoontes zodat ze passen in een leven als vrouw? M. heeft mij door haar verschillende reacties op Man-ik en op Lisa laten zien dat vrouwen anders naar mij kijken als ik Lisa ben. Ik blijf in essentie hetzelfde mens die dezelfde liefde, aandacht, passie, kennis en steun te bieden heeft. Maar daar koop je niks voor bij vrouwen die toch gewoon een man met testosteron en een piemel willen. De manier waarop ik me naar vrouwen toe verhoud moet in mijn transitie ook mee schuiven. Maar hoe doe ik dat? Hoe wordt ik van een viriele heteroseksuele man een sensuele lesbische vrouw? Ik heb werkelijk geen idee. Het voelt als godsonmogelijk om de komende paar jaar deze stap te nemen met een lichaam dat zich in een vaag tussengebied tussen man en vrouw bevindt. Dat maakt mij onzeker in intimiteit en trekt mensen aan met de verkeerde bedoelingen; zo'n fetish lijkt me geen basis voor een duurzame relatie. Het idee van een relatie past misschien sowieso wel niet bij deze lastige fase, hoe graag ik dat ook zou willen. Erger nog: misschien blijkt deze fase geen fase en blijf ik wel voor altijd in dit vage tussengebied hangen. Hoe geef ik dan in hemelsnaam mijn relaties, mijn leven vorm? De paniek grijpt me bij mijn keel en drukt me naar de grond alleen al bij die gedachte.

De keeltjes van de koolmeesjes zijn nog steeds wagenwijd open. Ik hoor de beestjes nog steeds kwetteren. Er ligt een heel leven voor hen en ik ben blij voor ze dat ze een laag bewustzijn hebben. Zij zullen instinctief en zonder morren de rol spelen die het lot voor hen in petto heeft. Heerlijk rustig lijkt me dat.

zondag 18 mei 2014

Buiig

Ik lig in mijn tentje en voel me ongemakkelijk. Ik draai en ik woel, maar dat maakte het alleen maar erger. Er klopt iets niet. Ik rits mijn slaapzak open - in één ruk helemaal tot beneden - en ik sla hem open. Wat ik dan zie doet me verstijven van schrik. Mijn benen!! Mijn benen zijn bedekt met haar! En dan niet die vertrouwde stoppels als ik weer eens meer dan een halve week te lui was om te scheren. Nee, mijn benen waren van mijn liezen tot mijn enkels bedekt met lange dikke zwarte stugge haren. Zeker vijf centimeter lang en twee millimeter dik. En ze glommen als gloednieuw plastic. Heeeellp!!!

Met deze droom werd ik vanochtend wakker. Het werd het begin van een dag van angst. Vandaag bleek de zoete, zachte, kalme Gaia-energie van de afgelopen twee dagen verdwenen. Er was mannelijke energie voor teruggekomen. Maar omdat ik wilde dat mijn vrouwelijke motoriek echt een tweede (eerste?) natuur zou worden moest ik die motoriek er ook laten zijn als ik me mannelijk voelde. Anders zou het nooit wat worden. Dus maskeerde ik halsstarrig de mannenenergie niet alleen met Lisa-kleren, maar ook met Lisa-moves. Maar die moves voelden direct onecht aan, geforceerd. En nog erger: mijn vrouwenkleren riepen later op deze dag zelfs schaamte en weerstand op. Dit was duidelijk een extreme Man-ik dag. De angst, het verzet en de controledrang die vaak met zo'n Man-ik dag gepaard gaat waren vandaag dan ook overweldigend sterk aanwezig. Echt gezellig had ik het niet met mezelf. Waar was nu die lieve Lisa, met haar rust, overgave en speelsheid?

De dag was nog geen uur onderweg of ik huilde al. Dikke tranen van weemoed over het offer dat Man-ik zou moeten gaan maken; over het al ingezette afscheid van een identiteit die ik dan wel nooit gewenst heb, maar waar ik toch aan gehecht ben geraakt. Terwijl Lisa zo sterk is in het verbinden, in het denken in en-en, in non-dualiteit, is Man-ik een meester in duaal denken, afgescheidenheid en strijd. Met fysieke en emotionele kramp tot gevolg, die steeds maar weer ontladen moet worden met fikse huilbuien. De huilfrequentie van eens per uur bleek ik het grootste deel van de dag vol te kunnen houden.

Halverwege de middag, bij een van die huilbuien, stond Meike bij me en ze pakte me vast. Ik voelde haar sterke oermoeder-energie en werd me bewust van de existentiële angst die door mijn bloedvaten spoot. Ik voelde een bedreiging waar ik me niet tegen kon verdedigen omdat ik zelf die bedreiging vormde: Man-ik tegen Lisa, de strijd was weer even helemaal terug. Ik herinnerde me ineens wat ik gisterenavond tegen T. had gezegd: “Ik zal Man-ik ook missen”. Dat de pijn van dit gemis zich nu al zo heftig laat voelen, betekent dat die bedreiging met de dag reëler aan het worden is. De Man-ik van weleer is aan het verdwijnen, aan het transformeren positiever gezegd, in een sneller tempo dan hij de afgelopen jaren deed. Geen wonder dat hij huilt. Loslaten doet altijd pijn.

De laatste huilbui van de dag was weer een uurtje later, tijdens het zingen van mantra's (o wat heerlijk is het toch om samen in zo'n flow te zingen. Als we op de basisscholen elke ochtend een half uurtje mantra's zouden zingen met de kinderen dan hadden we geen anti-pestprotocols meer nodig). De mantra die we zongen was voor de uitzondering niet in het Sanskriet maar in het Engels: “How could anyone not have seen that you're nothing less than beautiful”. Op de prachtige begeleidende pianoklanken boorden deze woorden zich als een stormram in mijn hart. Alle pijn van vroeger, van de miskenning van het meisje dat ik ook was - het prachtige rijke mens dat ik was - spoot uit mijn hart en vulde mijn lichaam en mijn ogen met tranen. Twee lieve vrouwen uit de groep openden hun moederschoten en gaven me troost en koestering. Ik voelde me weer het kleine jongetje dat wist dat er aan hem iets niet klopte maar totaal niet wist wat hij daar mee aan moest. Geïnspireerd door de twee surrogaatmoeders die mij letterlijk over mijn bol aaiden, liet mijn Grote Ik zijn hand door het haar gaan van dat kleine jongetje in mij.

zaterdag 17 mei 2014

Ik zal hem missen

Ik ging zitten met mijn kopje thee. Dat was inmiddels mijn vaste gewoonte na de avond satsang. Op zoek naar een zitplaats in de drukke gemeenschapsruimte zag ik achterin een paar vrije stoelen bij een tafeltje waar een vrouw aan zat. Toen ze me haar kant op zag kijken tilde ze haar tas van de stoel naast haar en ik nam de uitnodiging aan. Na anderhalve dag retraite waren mijn zintuigen al flink open en mijn bewustzijn al behoorlijk hoog en voor haar gold hetzelfde. Dankzij die voorwaarden voltrok zich een wonder toen we elkaar aankeken. Onze blik bracht meteen een diepe verbinding tot stand. Het voelde alsof haar gevoelens de mijne werden en andersom, alsof haar ervaringen de mijne werden en andersom, alsof haar wijsheid de mijne werd en andersom. We dansten samen in een kosmische spiraal heen een weer en we genoten van de uitwisseling en de reis samen.

Na enige tijd zei ze: “Bedankt dat je me hier mee naar toe hebt genomen; hier was ik al zo lang niet meer geweest. Jouw energie voelt zo bijzonder, zo ... eh ... buitenaards. Alsof we zojuist een grens zijn overgegaan”. Heel even voelde ik me een door God gezonden engel en ik voelde de ontroering van het compliment. Toen zei ze: “Ik heet I., hoe heet jij?”. En met een trotse glimlach zei ik: “Vandaag heet ik Lisa”. Zonder enige uitleg. Maar dat hoefde ook niet. Het was voor haar niet moeilijk om in deze Man-ik-in-Lisa-kleren een echte Lisa te zien. We genoten van onze connectie, onze uitwisseling en onze thee.

Toen ik even later weer alleen zat, zag ik T. T. die mijn hart (en mijn libido) op hol bracht tijdens de retraite vorig jaar, die ik verraste met mijn Lisa-proces tijdens het Vrouwenweekend en die ik eerder dit jaar in Londen op had gezocht. T. en ik hebben een bijzondere connectie die me altijd erg doet denken aan mijn connectie met M. En nu zag ik T. bij het buffet wat thee voor zichzelf inschenken. Ik liep naar haar toe en pakte haar vast; ik wilde haar energie en haar lichaam graag voelen. We hadden eerder al geknuffeld, maar dat was voor ons doen vluchtig omdat haar man in de buurt was. En dat was hij deze avond ook, dus T. hield strak de regie over de duur en intensiteit van de knuffel. Duidelijk een vrouw die graag met mannen het spel van aantrekken en afstoten speelt (had ik al gezegd dat ze op M. lijkt?). Maar dan had ze aan mij geen goeie, want ik was Lisa deze avond.

Ook T. had dat gezien, want toen ze me even later aan haar man voorstelde, zei ze doodleuk tegen hem: “Dit is Lisa”. Ik voelde me meteen ongemakkelijk. Misschien omdat voor mij Lisa iemand is die borsten heeft, maar dat soort bekrompen voorwaarden was ik kennelijk toch al anderhalve dag aan het ontstijgen, dus om me dáár nou ineens ongemakkelijk over te gaan voelen was wel een beetje misplaatst. Ik was Lisa. Met of zonder borsten. Onvoorwaardelijk.

Toen haar man even later de ruimte verliet, kroop T. dicht tegen me aan en ze zei: “Ik zal Man-ik straks wel missen”. Voor haar stond de uitkomst van mijn proces al vast. En ach, misschien staat hij dat ook maar ik ben nog niet klaar om die ultieme conclusie te omarmen. Misschien wel vanwege datgene wat ik T. antwoordde: “Ik ook lieverd, ik zal Man-ik ook missen”.

De man

Terwijl het gras de ene kant van mijn lichaam bekietelt en de zon aan de andere kant begint te prikken, kijk ik naar hem. Hij geniet net als ik van de zon die over deze heerlijke ligweide schijnt. Ik lig wat te doezelen, maar hij doet iets heel anders. Mijn aandacht dobberde wat heen en weer tussen waken en slapen. Maar deze man rukt nu aan mijn aandacht met een stevig onzichtbaar touw.

Op nog geen drie meter van me vandaan ligt hij voorovergebogen over zijn knieën. Zachtjes en subtiel rekt hij zich uit en laat zijn rugspieren onder zijn ontblote huid door dansen. Zijn ribben zijn een podium voor deze dans en zijn schouderbladen schuiven als coulissen zachtjes heen en weer. Ik kijk naar dit gespierde mannenlijf met ongeschoren oksels en op het hoofd zwarte krullende haren die tot in de nek reiken. Ik denk, nee ik voel maar één ding. Ik voel een haast niet te onderdrukken neiging deze rug aan te raken, te strelen, te zoenen. Om de geur op te snuiven van zijn zeep, zijn deodorant en zijn zweet dat op zijn rug glinstert. Ik wil me op zijn rug draperen en met mijn neus in zijn haar woelen. Net zolang tot hij zich omdraait en boven op mij gaat liggen. Ik zal mijn benen dan spreiden en hem in mij ontvangen.

Pffff! Ik schrik van deze fantasie die mijn ademhaling en mijn hartslag heeft aangejaagd als een kickstarter. Ik wist al wel dat ik opgewonden kon raken van mannen, maar de meeste exemplaren vind ik niet zo aantrekkelijk. Onverzorgd en onhygiënisch zelfs. Slechts af en toe zie ik een positieve uitzondering, zoals nu. Maar ik schrik er van. In een halfslapende toestand verraste mijn lust en verlangen naar vrouwelijke overgave mij volkomen.

Gelukkig schuift de fantasie net zo snel voorbij als hij opkwam. Nu ik van de schrik echt wakker ben geworden uit mijn gedoezel en ik nog eens naar de man kijk, blijkt de bedwelmende kracht van zijn lichaam toch iets minder groot te zijn dan het leek. De man is niet onaantrekkelijk, maar de drang hem aan te raken kan ik nu prima bedwingen. Misschien ook maar goed. Ik heb hem geen vagina te bieden, dus zou het voor mij toch een tegenvallertje worden.

Verschuivingen in gender kunnen, zo leert de geschiedenis, ook verschuivingen in seksuele oriëntatie teweeg brengen. Vooralsnog blijf ik er bij dat ik vooral op vrouwen val. Dat is onveranderd en tegelijk tóch een verschuiving van heteroseksueel naar lesbisch. Maar zoals uit dit voorval blijkt, zit daar ook een toefje biseksualiteit in. Wat een wonderlijke reis ben ik toch aan het maken!

Ik ben Conchita

Het gaat maar door. Ook op deze tweede dag van de retraite. “Ben je hier als Lisa?”, vroeg een oude bekende met slechts een miniem vleugje twijfel in haar stem. Het was op basis van mijn kleding, mijn motoriek, mijn energie duidelijk dat ik Lisa was. Maar ondanks de Lisa-kleding was ik bij gebrek aan borsten en mascara toch niet op en top vrouw. Dus haar vraag was vooral bedoeld om dat spoortje onduidelijkheid te onderzoeken. “Ik heb geen idee”, zei ik. “Ik weet alleen dat ik blij ben dat er steeds minder mannelijkheid in mijn leven is”. Die zin was een aardige omschrijving van hoe ik me voel in mijn huidige fase van mijn proces. Ik kan mijn identiteit, mijn expressie, steeds minder goed uitdrukken in termen van Lisa of Man-ik, vrouw of man. In mijn hoofd dacht ik naar deze retraite te gaan als Man-ik met een androgyne touch, maar het pakt anders uit. Ik voel me zeer vrouwelijk en blijk hier meer als Lisa te zijn dan als Man-ik. Maar dan een Lisa met een onzijdige touch die soms toch nog een vraag uitlokt.

Vanochtend werd ik wederom aangesproken door iemand die ik uit het vrouwenweekend ken. “Je ziet er anders uit, ik had je eerst niet herkend”. Meteen speelde een automatisch gedragspatroon in mij op dat al sinds gisteren rond de oppervlakte zweeft: het patroon om mezelf telkens te willen uitleggen aan anderen. Niet vanuit onderzoekende nieuwsgierigheid, maar vanuit de behoefte om te beïnvloeden (te bepalen?) wat anderen over me denken. De beperkende overtuiging onder dat patroon zegt me dat er alleen dan harmonie kan zijn. Als ik maar zo goed mogelijk in een positief daglicht sta, dan word ik gezien, krijg ik erkenning en krijg ik liefde. De innerlijke onrust van dat patroon is vreselijk en gelukkig heb ik met liefde, geduld en toewijding dat patroon de afgelopen jaren wat tot bedaren kunnen brengen. Maar nu ik hier zwervend tussen man en vrouw rondloop, is het patroon weer in opperste staat van paraatheid. Het lot heeft mij met dit patroon opgezadeld, maar is gelukkig ook zo goed geweest mij met mijn transgender-zijn voldoende omstandigheden te geven om te oefenen dit patroon los te laten. Zoals vanochtend toen de vrouw die me herkende van het vrouwenweekend haar opmerking maakte en ik de neiging kreeg uit te leggen waarom ik in mijn gender-tussenpostitie verkeerde. Ik besloot mijn patroon niet te volgen en het maar zo te laten. Ze mocht ervan denken wat ze wilde. Ze had recht op de verwarring. Wie weet zette haar verwarring in de context van deze retraite haar nog meer aan tot nadenken over gender dan mijn verklaring gedaan zou hebben. Er eerlijk gezegd wist ik totaal niet wat ik haar had moeten vertellen. Ik begrijp er zelf ook niet zoveel meer van.

Het is me wél duidelijk dat ik nu ineens, zonder plan, zonder besluit, in een fase gekomen ben waarin mijn (voorheen) mannelijke identiteit echt tussen de beide gender-hokjes is komen te staan. Ik heb vorig jaar willen experimenteren met androgyn zijn, maar vergeleken met hoe ik er nu uit zie, was dat kinderspel. Wel noodzakelijk kinderspel, want sindsdien heb ik wel honderd kleine stapjes gemaakt in het verandrogyniseren (wow meid, wat ben je toch een taalvirtuoos). Met als resultaat de Man-ik die nu vooral als Lisa gezien wordt.

Toen ik Conchita op het songfestival zag en haar oproep om tolerantie hoorde, voelde ik weerstand. Weerstand die voortkwam uit mijn idee dat ze het met haar gekke gender-tussenvorm voor mensen juist moeilijker maakt om transgenders te accepteren. Het blijkt voor velen al onmogelijk te zijn om te accepteren dat sommige mensen van hokje 1 naar hokje 2 willen verhuizen, dus met een oproep om de hokjes maar meteen af te schaffen loop je helemaal ver voor de muziek uit. En gaat die muziek vals klinken. Dat bleek de afgelopen week meteen al op de dagen dat ik als Lisa over straat ging. In de afgelopen twee en een half jaar ben ik als Lisa nog nooit recht in mijn gezicht uitgescholden en uitgelachen. Natuurlijk ben ik wel eens nageroepen en wel honderdduizend keer aangestaard, maar nog nooit zocht iemand de rechtstreekse confrontatie. Tot me dat deze week dus twee keer overkwam. Daar moest ik wel even aan wennen. Ik realiseer me dat sommige transgenders hier ook al voor Conchita permanent mee kampten, maar mij is dit, dankzij mijn zelfs pre-hormonaal geloofwaardige uiterlijk, nooit eerder gebeurd. Maar in het post-Conchita tijdperk gelden andere mores.

Als ik heel eerlijk ben was er nog een reden dat ik weerstand voelde bij Conchita. Het zal misschien raar klinken uit de mond van een transgender, maar ik heb een overtuiging (lang leve mijn opvoeding!) dat het raar is als je niet precies in een van de twee genderhokjes valt. Ik wil die overtuiging niet (hij zit namelijk best wel in de weg in het proces dat ik doorloop) dus ik onderzoek en oefen om hem los te laten. Maar hij speelt af en toe op. Het gebeurt maar al te vaak dat achter zulke overtuigingen het verlangen ligt om precies te doen wat zo'n overtuiging verbiedt en dat is bij mij ook het geval. Mijn weerstand tegen Conchita is gewoon afgunst. Afgunst voor zijn/haar moed. Moed die ik nodig heb om mezelf zo nadrukkelijk in het gender-tussengebied te begeven. Want het is inmiddels wel duidelijk dat ik dat pad te volgen heb om Man-ik en Lisa te laten samenvloeien.

Gelukkig ben ik niet helemaal zonder moed. Want hier sta ik: in een retraite met de aanvankelijke gedachte er als Man-ik te zijn, maar nu ik er ben is er vooral het gevoel (en de respons van de omgeving) dat ik hier als Lisa ben. Ik geef nu, net als Conchita, complexe tegenstrijdige signalen af die mensen in verwarring brengen. Ik zal met deze nieuwe vrouwelijke Man-ik-expressie in het normale leven vast ook te maken gaan krijgen met opmerkingen en beledigingen, net als op de Lisa-dagen van afgelopen week. Maar gelukkig zal dat hier en nu niet gebeuren. In deze retraite zijn allemaal sensitieve mensen aanwezig die zich bewust ontwikkelen en hun dogma's en vooroordelen juist willen onderzoeken en afleggen. Dit is dus de ideale plek om mijn nieuwe Man-ik-identiteit naar hartelust uit te proberen. Een Man-ik identiteit die verdacht dicht bij die van Lisa ligt. :-)


vrijdag 16 mei 2014

Gaia

De afgelopen week heb ik een paar keer gedacht toch maar niet te gaan: druk met mijn werk, mijn geld kon ik beter voor mijn haartransplantatie bewaren en mijn tijd besteden aan M. en S. zou ook heel fijn zijn. Allemaal waar natuurlijk, maar die gedachten waren gewoon weerstand. Weerstand tegen het mezelf in de positie plaatsen waarin mijn innerlijk écht de ruimte krijgt om van zich te laten horen. Dat is althans wat er vorig jaar gebeurde op de stilteretraite van Isaac Shapiro. En misschien gebeurt dat dit jaar ook weer. En hoe zalvend zo'n ontmoeting met het innerlijk achteraf ook is, vooraf vind ik het een beetje eng. Een beetje doodeng. Dat is altijd zo wanneer je onbewust wel weet dat er ergens belangrijke informatie op je wacht om te ontdekken.

Door die weerstand bleef ik vandaag het vertrekmoment maar uitstellen met allerlei klusjes. Praktische en nuttige klusjes, dat wel, maar voor mijn proces in de retraite volkomen betekenisloos. Gelukkig ging ik uiteindelijk toch. Ik vertrok in dezelfde mannelijke doenerige energie (presteren!) waarmee ik al de hele week mijn werkelijke gevoelens probeerde te overschreeuwen. Maar als tegenwicht, of als daad van vrouwelijk verzet, had ik me vandaag weer extreem androgyn gekleed. Ik droeg alleen maar Lisa kleren en van boven dezelfde leuke boothals die ik vorige week in het bijzijn van S. had gedragen.

Toen ik aankwam op Venwoude, de plek waar de retraite zou plaatsvinden, stapte ik uit de auto. In één klap viel de innerlijke onrust uit me weg. Of het nu kwam door het geluid van de vogels, het zonlicht dat tussen de bomen door danste of de serene energie van deze krachtplek, weet ik niet. Maar ik werd rustig. En in één beweging verkleurde de tot dan toe hardnekkige mannelijke energie naar een vrouwelijke. En wát voor een. Ik voelde me Gaia, de oermoeder. Ik voelde een ruimte in me die zo groot was dat het geweld aan innerlijke onrust en gedachten verschrompelde tot een bacterie, om vervolgens als een druppel op de gloeiende plaat te verdampen.

Die vrouwenenergie was zo krachtig dat ik door de andere deelnemers niet herkend werd van de retraite van vorig jaar, maar van het Vrouwenweekend dat ik later dat jaar bij Meike, de vrouw van Isaac had bijgewoond. Zonder pruik, zonder make-up, zonder borsten en met stoppels op mijn kin was ik vandaag toch een vrouw. Ik leek meer op Lisa dan op de Man-ik van de retraite van vorig jaar. En dat voelde goed. Een teken dat Lisa en Man-ik steeds meer aan het samenvallen zijn in een vrouwelijke stijl. En zo wil ik het, heerlijk! Maar toen een van de deelnemers aan me vroeg: “Ik heb je vorig jaar ontmoet, maar ik ben je naam even kwijt, hoe heet je ook al weer?”, wilde ik “Lisa” antwoorden en geen “Man-ik”. Maar meer dan wat gestamel kwam er niet uit. Hoe zo'n eenvoudige vraag zo ingewikkeld kan zijn!

dinsdag 13 mei 2014

Haarlijn

Haar handen gleden door het haar op mijn achterhoofd. De kappersbranchevereniging heeft een lijntje gehad met onze schepper dacht ik, want waarom is het toch altijd zo heerlijk als iemand op die plek door je haar woelt? Daar kom je graag elke zoveel weken voor terug. De vrouw die deze keer achter me stond, stelde een typische kappers-vraag: “Hoe zou je het willen hebben?”. Maar toch was ze geen kapper. Ik aarzelde, zuchtte en draaide mijn hoofd naar haar om. Voor wat ik te zeggen had, was echt oogcontact toch wel noodzakelijk. “Ik zou graag mijn inhammen opgevuld willen hebben en een, eh, vrouwelijke haarlijn krijgen”. Ze keek me aan, aarzelend met haar reactie. “Ik ben bezig vrouw te worden”, hielp ik haar uit haar onzekerheid. Ik versimpelde bewust mijn situatie om het niet te ingewikkeld voor haar te maken. De nuances in mijn proces waren niet relevant voor waar ik hier voor kwam. Ik kwam hier voor een haartransplantatie. Ze had maar een halve seconde nodig om het door te laten dringen. Ik was vast niet de eerste die dit verzoek aan haar deed. Ze reageerde in elk geval meteen professioneel.

Ze keek naar mijn inhammen en haalde nogmaals haar hand door mijn haar. “Het is fijn haar, maar je hebt er in elk geval wel veel van. Zeker in het donorgebied”. Met het donorgebied bedoelde ze mijn achterhoofd. De krans van oor tot oor valt bij mannen zo goed als nooit uit door kaalheid en daar zijn dus altijd haren te vinden om te verplaatsen naar kalere plekken op het hoofd. “Maar als je een vrouwelijke haarlijn wilt, en ook een vrouwelijke dichtheid aan de voorkant, dan is één behandeling niet voldoende”. Ik vermoedde het al, maar het vooruitzicht meer dan eenmaal zo’n dure ingreep te moeten laten doen maakte me niet vrolijk. Met de inkomsten ging het al twee jaar niet erg top en om al mijn reserves aan mijn haar te gaan besteden getuigt niet echt van slimme financiële planning voor een zzp’er. Maar ik wil een vrouwelijk uiterlijk en ik wil geen pruik dragen. Pruiken zijn prima als tijdelijke oplossing, maar ze voelen als een permanente gevangenis. Ik heb bewondering voor transvrouwen die het wel doen (omdat ze simpelweg door hun kaalheid geen keuze meer hadden), maar voor mij zou het mijn kwaliteit van leven te ernstig aantasten. Vandaar dat ik hier zat. Bij de haartransplantatiekliniek.

Ik keek naar mezelf in de spiegel en zag het zwarte lijntje dat de vrouw op mijn voorhoofd had getekend om aan te geven hoe die vrouwelijke haarlijn bij mij zou uitpakken. Ik was geïntimideerd door de grote leegte links en rechts boven de lijn. Kon dat echt allemaal opgevuld worden? Maar mijn verlangen vrouw te zijn stimuleerde mijn fantasie en in de spiegel verdween mijn twijfel en zag ik een toekomstbeeld: lang wuivend haar dat mijn hele aangezicht omlijstte. Een prachtige bos lang bruin haar. Een grote glimlach kronkelde over mijn gezicht. Totdat de realist in mij zich realiseerde dat het waarschijnlijk een dunne en pluizige bos peper-en-zoutkleurig haar zou worden. Maar dan wel in een vrouwelijke haarlijn! :-)

Net als destijds bij de start van het laseren van mijn baard voelde ik aarzeling. Zou ik het echt doen? Ging ik echt ingrijpen in mijn lichaam? Mijn lichaam is mijn huis, mijn tempel. Okee, een tempel die door een slechte architect is vormgegeven, maar toch. Ingrijpen in mijn lichaam zou ook een duidelijk statement naar de buitenwereld betekenen. Een vrouwelijke haarlijn was natuurlijk nog veel zichtbaarder dan een weggelaserde baard. Dit was toch een Grote Stap.

Ik besloot het allemaal nog eens te laten bezinken. En nog eens bij een andere kliniek een intake te doen. Gewoon om meer vertrouwen te krijgen. En nog eens goed na te denken of dit het juiste moment is. De aardige mevrouw gaf me een doekje met lotion om het zwarte lijntje van mijn voorhoofd te poetsen en vroeg of ik nog vragen had. Na de uitgebreide uitleg van de techniek, de behandeling en de te verwachten resultaten (inclusief 50 voor-na foto’s van andere cliënten) wist ik alles wat ik moest weten. Ik dankte haar en ging naar huis. Met in mijn tas een verlangen en een aarzeling lijnrecht tegenover elkaar. Zoals al zo vaak was in dit proces.

Deze intake is inmiddels maanden geleden. Ik schreef er niet eerder over op dit blog omdat er destijds andere urgentere onderwerpen waren om over te schrijven. Zo gaat dat met dit blog. Soms moet ik goed nadenken waarover ik zal schrijven en op andere momenten zit mijn hoofd zo vol woorden dat ik wel drie blogposts per dag zou kunnen schrijven als ik daar de tijd voor had. De ervaringen tijdens de intake sneuvelden in de selectie tijdens zo’n woelige periode.

Maar nu is er alle reden om deze ervaring te delen. Gisteren belde ik namelijk de aardige mevrouw van de intake met het verzoek mijn behandeling in te gaan plannen. Na maanden aarzeling durf ik nu deze stap te nemen. Nu durf ik Man-ik een vrouwelijke haarlijn te geven en Lisa een leven zonder pruik. Dankzij mijn stappen met S. durf ik nu meer ruimte te nemen, meer te laten zien. Ongeacht de keuzes verderop in mijn proces wil ik een vrouwelijke haarlijn. Zodat ik op Man-ik dagen meer tevreden kan zijn met wat ik in de spiegel zie. Zodat Lisa meer naturel kan worden en ook gewoon haar handen door heur haar kan halen als ze daar zin in heeft. Tijd voor transplantatie. En het lot is mij gunstig gestemd. Door een uitvaller in de planning kan ik volgende week al behandeld worden!

Het telefoongesprek verliep gisteren heel zakelijk en to-the-point, maar toen ik ophing moest ik huilen van opluchting. Een vrouwelijke haarlijn! Ik krijg een vrouwelijke haarlijn! Mijn verlangen wordt stapje voor stapje realiteit en deze stap is een echte coming-out. Deze stap maakt Man-ik androgyn, ook als hij zich echt mannelijk kleedt. Na de transplantatie ben ik vrouwelijker. Elke dag. Man-ik-dag of Lisa-dag. Joepie!


maandag 12 mei 2014

Vertrekpunt

S. is weer weg. Na twee weken heerlijk van zijn liefde voor mij en mijn liefde voor hem genoten te hebben, mis ik hem enorm. Toen ik gisterenavond de deur van zijn trein zag dichtgaan en zijn laatste handkusjes van me vandaan zag rijden, kreeg ik een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Hij vertrok en ik bleef achter. Ik bleef achter in de rust en stilte van het alleen zijn. Waar ik al dagen naar verlangde omdat ik vol met heftige emoties zat die ik niet durfde te ontladen met hem in de buurt. Maar toen ik door de wegrijdende trein eindelijk die ruimte kreeg, voelde ik vooral het gemis. De duale wereld toonde weer even haar cynische gezicht. Maar als ik daar even afstand van neem, zie ik duidelijk dat de non-duale wereld steeds dichterbij komt. De wereld van en-en in plaats van of-of wordt sterker in mij. De wereld waarin dingen samenvallen in plaats van om het hardst strijden om aandacht. De wereld waarin Man-ik en Lisa één zijn.

Toen ik een paar jaar geleden mijn diep weggestopte verlangen een vrouw te zijn naar de oppervlakte bracht, werd mijn mannelijke droombeeld van een lekker wijf mijn vertrekpunt voor het vormgeven van mijn vrouwelijke identiteit. Gelukkig veranderde dat snel naar wat reëlere proporties, maar ik bleef Lisa vormgeven aan de hand van een fantasie over hoe ik in de toekomst wilde zijn. Daarmee bleef Lisa echter wel ‘bedacht’. Totdat – eindelijk – er mondjesmaat stukjes Man-ik in Lisa verschenen. Lisa kreeg daardoor meer echtheid, meer diepte, meer aansluiting bij wie ik werkelijk ben. En toen (was dat een half jaar geleden? Mijn besef van tijd in dit gendercontinuüm is volkomen onbetrouwbaar en ik heb nu even geen zin om dit blog er op terug te lezen) kwam ik op het punt waarop ik nauwelijks meer experimenteerde met de expressie van Lisa. Ik liet haar zijn zoals ze inmiddels was geworden omdat ik merkte dat ze met deze aanpak altijd een antagonist van Man-ik zou blijven. Ik moest een andere koers varen. Een koers die tot gevolg zou hebben dat het aantal Lisa dagen afnam. Met als tegenprestatie dat de aard van de Man-ik dagen nogal veranderde. Dat wil zeggen: de aard van Man-ik veranderde. Man-ik werd androgyn. Langzaam, in kleine stapjes, kwam er meer vrouw in Man-ik. In plaats van een vrouw te metselen met stenen van fantasie en hier en daar een brokje Man-ik, besloot ik de vrouw uit Man-ik te beitelen. Een methode die duizenden jaren geleden al gevolgd werd door God, toen hij Eva schiep uit een rib van Adam.

De afgelopen twee weken is er door de gesprekken met S. en door de foto een nieuwe ruimte geopend. Een ruimte waarin ik ineens als Man-ik in het bijzijn van S. gewoon kleren van Lisa draag. En dan heb ik het niet over een semi-unisex skinny jeans, maar over een heel vrouwelijke top met een boothals. Deze Man-ik is nu het vertrekpunt voor mijn proces. Deze Man-ik zal ik stapje voor stapje vrouwelijker maken totdat het goed is. Door deze aanpak en door af en toe een brokje Lisa toe te voegen dat me goed bevalt, komen Man-ik en Lisa eindelijk echt dichter bij elkaar. Op een manier die klopt. Met Man-ik als vertrekpunt. Dit proces wordt niet voor niets een transitie genoemd: je creëert geen punt op de horizon om heen te reizen; je ontwikkelt de horizon vanuit waar je nu staat.

Misschien komt de evoluerende Man-ik uiteindelijk toch uit bij de Lisa die ik had gecreëerd. Ze is tenslotte niet helemaal uit de lucht komen vallen. Ik heb onderzocht, geëxperimenteerd en gevoeld wat klopte. Als ik afga op mijn huidige sentiment, in de wetenschap dat die gevoed wordt door de euforie van de ruimhartige acceptatie van Lisa door S., is de kans dat ik uiteindelijk volledige transitie zal doorgaan een stuk groter geworden. Door de afgelopen twee weken met S. ben ik veel minder bang hem te verliezen.

Mijn angst ligt nog vooral bij die andere dierbare. M. is het laatste jaar Lisa steeds meer gaan waarderen, omdat Man-ik er steeds zichtbaarder in werd. Maar altijd kon zij zich koesteren in die duale wereld, waarin er naast Lisa ook nog een viriele Man-ik was. Maar juist die Man-ik is nu steeds vrouwelijker aan het worden en mijn wereld steeds non-dualer. Ze is in de eerste plaats vooral erg gesteld op de persoon die ik van binnen ben. Maar ze is ook erg gesteld op de piemel van Man-ik. En alles wat die piemel in gevaar brengt maakt haar zenuwachtiger dan ze volgens mij zelf doorheeft. Ik begin samen te vallen. Ik begin één te worden. Met Man-ik als vertrekpunt en een onzeker eindpunt. Of dat voor haar voldoende is als vertrekpunt van onze tweede-kans (eh, derde, vierde kans?) relatie weet ik niet. Maar tegen vrees en beter weten in, blijf ik het hopen.


vrijdag 9 mei 2014

Massief

Vandaag is geen Lisa-dag. Ook geen Man-ik-dag. Vandaag is een huil-dag. Gisteren ook al. En eergisteren? Tja, toen eigenlijk ook. Ik voel me moe, moedeloos en intens verdrietig. Elke keer als ik slik, voel ik de brok in mijn keel naar beneden geduwd worden om bij de volgende slik weer gewoon op zijn plaats te blijken te zitten. Het liefst zou ik huilen. De hele dag. Maar ik doe het niet. Want het is niet alleen een huil-dag, maar ook een papa-dag. Dit is de tweede week van mijn vakantie met S. en ik geniet erg van hem. Maar ik voel me geremd om de volte van mijn emoties te uiten in zijn bijzijn. Dus ik druk mijn verdriet weg. Maar net als een voetbal die zich alleen met grote kracht en onverdeelde aandacht onder water laat drukken daagt mijn verdriet mij voortdurend uit door zich om de haverklap aan de oppervlakte te manifesteren. En soms red ik het dan niet. Dan klapt de bal met grote kracht in mijn gezicht en moet ik huilen. Onder de douche, op de wc, ’s avonds in bed. Op momenten waarop S. in een andere ruimte is dan ik ben en dan nog moet ik mijn verdriet smoren in mijn handen, mijn mouw of mijn kussen omdat hij het anders hoort. Wat zinloos is want hij hoort het toch, dat heb ik gecheckt. Maar in elk geval is het voor hem minder heftig als ik de rem er op houdt. Aan de bovengemiddelde hoeveelheid spontane knuffels die hij me geeft kan ik zien dat het hem raakt. En dat vergroot mijn drang hem ertegen te beschermen alleen maar meer.

Waarom ben ik toch zo verdrietig? Tja, eigenlijk weet ik het zelf ook niet. Ik heb juist de afgelopen week hele mooie stappen met S. gemaakt. Stappen in acceptatie, vertrouwdheid en openheid. Hij heeft een foto van mij als Lisa gezien en was opgelucht dat ik er normaal uitzag. Niet overdreven, zoals het travestie-stereotiep dat hij kennelijk via de media had opgepakt. Het was ook een opluchting voor mij dat deze stap waar ik al zo lang tegenaan hikte eigenlijk verrassend soepel genomen werd.

Maar nu deze hobbel is genomen, doemen de andere hobbels weer op: mijn angst niet van mijn testosteron af te komen, de kostbare haartransplantatie waar ik eigenlijk niet genoeg geld voor heb en de angst dat M. – ondanks dat we nu weer tegen elkaar aan schurken – uiteindelijk toch niet voor een relatie met mij zal willen gaan. En misschien roept de soepele foto-stap in mij wel het verlangen op naar meer. De frustratie dat ik mezelf deze dagen niet als vrouw kan manifesteren is groot. Zelfs nu ik – overmoedig geworden door de fijne reactie van S. op de foto – als Man-ik echt extreem androgyn gekleed ga. Vandaag draag ik alleen een onderbroek van Man-ik. Alles wat je ziet is van Lisa. Zeer androgyn en S. zei dat het me leuk stond, de schat. Alle reden om blij te zijn zou je zeggen. Maar nee hoor, ik huil.

Het lijkt erop alsof ik in de bergwandelaarsval zit: wanneer je aan de voet van een hoge berg staat en je aarzelt door de grootsheid van wat voor je ligt, dan lijkt je hele wereld te bestaan uit die ene berg. En jouw opdracht hem te bedwingen. Maar zodra je na een monsterinspanning eindelijk boven op de top staat, dan raak je zo geïntimideerd door het zicht op het totale bergmassief dat je niet van het uitzicht kunt genieten, maar gedeprimeerd raakt over wat er allemaal nog voor je ligt.

Hier sta ik. Bovenop de top van de berg. En ik huil. Ik huil van opluchting over wat ik bereikt heb. Maar ik huil vooral van angst. Angst voor wat nog komen gaat. Ik huil niet voluit, maar met de mouw van mijn shirt in mijn mond. Ik smoor het geluid. Ik smoor het verdriet. Vanwege S. Ik word verscheurd. Er wordt vanuit twee kanten zo hard aan mijn hart getrokken dat het dreigt te splijten. Aan de ene kant is er de wens S. vast te pakken en hem alle liefde te geven die hij verdient. Maar aan de andere kant is er de wens eventjes helemaal alleen te zijn. Zodat ik zo hard kan huilen dat er in het hele bergmassief lawines ontstaan. En zodat ik weer eventjes helemaal Lisa kan zijn.

 

woensdag 7 mei 2014

De struisvogel

Ik voelde het al toen ik wakker werd: vandaag zou weer zo’n dag worden als gisteren. Een onstuitbare werklust gierde door mijn lijf. Mooi, zou je denken. Maar ik voelde meteen: dit is geen positieve werklust, zoals een voorjaarsschoonmaak die door het zonlicht getriggerd wordt. Deze werklust was een vlucht: er was iets te voelen dat zo pijnlijk was dat wegvluchten een beter idee leek. Wegvluchten in hard werken. Als je de hele dag in touw blijft is er geen moment om na te denken, geen moment om te voelen. Dit mechanisme noem ik mijn struisvogel-patroon. Vanochtend zag ik al van mijlenver de struisvogel aan komen rennen, maar ik had niet het lef om er tegen in te gaan. Dus ik sprong rechtstreeks vanuit mijn bed op de rug van het beest en drieste door mijn huis om te redderen en te doen.

Maar zelfs de struisvogel was niet snel genoeg om te voorkomen dat mijn gevoel de kop opstak. Ik voelde boosheid. Verdriet. Machteloosheid. En veel frustratie. De brok in mijn keel zat zo hoog dat hij waarschijnlijk te zien was als ik mijn mond opende. Ik voelde dat wel en ik wist dat ik ruimte moest nemen om te ontladen. Om het verdriet te laten komen. Maar ik durfde niet. Ik wist waar het verdriet vandaan kwam en ik wist ook dat ik niet kon krijgen wat ik het liefst wilde. S. was immers hier.

Struisvogels houden kennelijk niet van water, want toen ik ging douchen was het beest weg. Ineens stond ik stil, met mijn beide voeten op de grond. Ik hoorde mijn ademhaling, voelde een kramp in mijn buik en een druk op mijn borst. Mijn gezicht vertrok en een diepe kreun kwam uit mijn mond. Een kreun die begon te horten en stoten. Een kreun die overging in snikken. Diepe snikken met onstuitbare tranen. “Ik wil dit niet meer. Ik wil mezelf zijn. Ik wil de vrouw laten zien die ik ben”, snotterde ik tegen de tegeltjes waar ik van totale moedeloosheid mijn hoofd tegenaan had laten hangen. Het water van de douche spatte op mijn schokkende rug terwijl ik diep snikte. Een existentiële pijn spoelde door mijn lichaam. Ik probeerde me in te houden uit angst dat een paar meter verderop S. mijn gesnik zou horen. Mijn zielepijn wilde dat niet. Die wilde er uit. Maar de pleaser in mij bleek sterker: al snel vermande ik me uit angst S. op te zadelen met dit grote verdriet. Ik moest sterk zijn. Ik moest zijn vader zijn. “Kom op, over een paar dagen is hij weer weg, dan is er alle ruimte voor Lisa”, zei ik nog tegen mezelf. Maar van het idee dat ik nog een paar dagen moest wachten, knapte mijn gemoed niet echt op. Ik draaide de kraan van de douche dicht en stapte weer in mijn rol van papa. Maar ik wist dat dit niet lang meer zo kon doorgaan.

Later deze dag liep ik met S. over straat. Omdat er nu eenmaal zelden een elegante, natuurlijke aanleiding is om moeilijke dingen ter sprake te brengen, begon ik uit het niets met mijn biecht. “Ik voel me vandaag net als gisteren niet zo fijn”, zei ik. “Ik voel me verdrietig en boos. Dat had je vast al gemerkt”. “Ja inderdaad”, antwoordde hij eerlijk. En ten overvloede want ik had al gezien dat hij zich gisteren en vandaag tegen deze onderhuidse, maar niet onvoelbare emoties beschermde door een veilige afstand te houden. “Ik ben niet boos en verdrietig om jou, maar om Lisa. Ik ben verdrietig dat ik nu geen vrouw kan zijn terwijl ik dat wel zou willen”. Met deze zin hing ik iets in de lucht dat S. meteen aanvoelde. Het was alsof ik hem hoorde denken: “o jee, nu komt het”. Misschien was mijn voorstel nog een meevaller voor hem. Want ik zei tegen hem dat ik nu toch echt een foto van Lisa wilde laten zien. Dat was voor mij de logische vervolgstap in ons proces. Voor hem leek het een opluchting dat ik niet voorstelde mezelf als Lisa aan hem te gaan tonen. Hij antwoordde vrij snel en in een serieuze toon: “Dat is goed”.

We liepen door naar het park en zochten een bankje op. Ik pakte mijn telefoon en zocht een foto van Lisa op. “Ik heb hier een foto”, zei ik en ik zag zijn verbazing dat we daarvoor niet eerst terug naar huis hoefden te gaan. Zich realiserend dat verder gedraal zinloos is, reikte hij zijn hoofd om de foto te kunnen zien. Dat was voor mij het teken om de telefoon met de foto van Lisa voor zijn gezicht te houden. Hij voelde kalm toen hij de foto bekeek. “Je ziet er normaal uit”, zei hij. “Echt een vrouw”. “Ja he?”, antwoordde ik opgelucht. Ik hoorde aan zijn vastbesloten toon dat ook hij zag – net als vrijwel iedereen die Lisa voor het eerst ziet – dat het klopt dat ik een vrouw ben. Om dat direct te bevestigen voegde hij er aan toe: “Je ziet er heel vrolijk uit”.

Door zo’n kalme en accepterende reactie van S. had er een stuwmeer aan emoties en opgekropte angsten kunnen ontladen. Erkenning van de persoon op deze aarde die me het meest dierbaar is. Als vrouw gezien zijn door mijn eigen kind. Een grote, nee een grootse stap. Maar de ontlading kwam niet. Heel beheerst en kalm sprak ik met hem over details op de foto (pruik, borsten) en over mijn vrouwenkleding. In de nonchalante toon die we de afgelopen week hadden ontwikkeld spraken we over mijn proces en over hoe het voor hem was. Het was, om zijn woorden bij mijn coming-out maar te herhalen, ‘wel iets raarder dan iemand die een donut eet, maar niet zo heel raar’.

Het is gebeurd. Hij heeft Lisa gezien. Op een foto. Een grote stap in S. zijn acceptatie van zijn vader als vrouw. Een grote stap, waarvan ik me nu afvraag wat het mij gegeven heeft. Ik voel nog steeds frustratie. Met een foto is er nog geen Lisa-dag. Ik voel verlangen verder te gaan. Sneller. Maar tegelijkertijd weet ik dat het goed is niet teveel druk te zetten. De nonchalance waarmee S. en ik vandaag mijn foto bekeken creëert veiligheid voor hem. En dat is goed. Op dit moment kan ik de werkelijke emotionele impact niet voelen. Mijn struisvogel houdt nog steeds de deksel op de pan. Maar ik voel het binnen in mij broeien. Grote emoties wachten daar op ontlading. Vandaag. Of morgen, wanneer de struisvogel verdwenen is. Het is goed. Deze grote stap mag gevierd worden met vuurwerk. Emotioneel vuurwerk.

zondag 4 mei 2014

Laatste avondmaal

De tapas smaken heerlijk. Het is de laatste keer deze week dat S. en ik in de zon op een terras ons de Spaanse en lokale heerlijkheden van Tenerife laten smaken. Morgen vliegen we terug naar huis. Terwijl we de papas arrugadas verdelen, praten we over mijn proces. Voor de zoveelste keer deze week. Het onderwerp is al zo gewoon geworden dat S. er al grapjes over maakt om me te plagen. Het woord ‘transgender’ is voor hem al zo vertrouwd als ware het een woord om de baan van zijn vader mee aan te duiden: “Wat doet je vader?” “O, die is transgender”.

Wanneer ik mijn eerste hap uit de croquetas met jamón serrano neem, herinnert S. mij eraan dat die relaxte houding niet het hele verhaal vertelt. Hij herhaalt zijn wens om de huidige situatie (waarin ik half vrouw, half man ben) te laten zoals hij is. Ik begrijp die wens volkomen. Het houdt zijn leven overzichtelijk. Het transgender-zijn van z’n vader bestaat wel, maar komt niet werkelijk in zijn leven voor. Lisa is voor hem onzichtbaar. Dat zijn vader zich steeds androgyner gaat manifesteren is kennelijk nog acceptabel. Misschien wel omdat hij al jaren doorheeft dat ik niet een stereotiep mannelijk rolmodel voor hem ben. “Maar dat hoeft ook niet, want ik ben zelf ook niet zo’n jongensachtige jongen”, zegt S. om mij gerust te stellen. Maar het is voor mij geen geruststelling; integendeel. Zijn opmerking benadrukt juist dat mijn genderdysforie – zelfs toen ik die nog hardnekkig probeerde te negeren – al zijn hele leven een grote impact op hem heeft gehad. Hoe had hij een jongensachtige jongen moeten worden met een vader die nooit een echte man was? Wat niet echt is, kopieer je niet. Maar het gemiste rolmodel is niet wat hem dwars zit. Het is de schaamte.

“Ik ben bang dat ze mij raar gaan vinden als jij vrouw wordt”, zegt hij openhartig tegen mij. Elke ouder weet dat zo’n opmerking voldoende is om je beschermende oerinstinct te activeren. Ik voel verontwaardiging en boosheid opkomen naar de ‘ze’ waar S. naar verwijst in zijn opmerking. Ook al zijn ze niet specifiek aangeduid, bestaan ze nu nog niet en zullen ze misschien wel nooit bestaan: het liefst zou ik al die mensen een klap voor hun kop geven. Ik probeer mijn oerdrift te ontspannen en niet in de platgetreden valkuil te trappen deze boosheid af te reageren in mijn reactie naar S. “Maar jij verandert er toch niet door, behalve dan dat je een ervaring zou hebben die niet veel kinderen met je delen. Sommigen zullen míj misschien raar vinden, maar jou toch niet? Een enkele pestkop daargelaten, maar pestkoppen vinden altijd wel iets om je mee te pesten. Als de mensen om je heen zien dat mijn vrouw-zijn klopt dan zullen ze het na hun eerste verbazing gewoon gaan accepteren”, zeg ik hem ter geruststelling. Vervolgens vertel ik hem dat veel van mijn vrienden en kennissen me bij hun eerste ontmoeting met mij als Lisa ongevraagd zeiden dat ze konden zien ‘dat het klopt’. Dit stelde S. natuurlijk helemaal niet gerust, maar meer had ik op dit onderwerp niet te bieden.

Terwijl S. stukjes gepaneerde gefrituurde inktvis uit het stenen schaaltje vist, herhaalt hij zijn wens zijn leven overzichtelijk te houden. “Waarom kan het niet gewoon altijd blijven zoals nu? Half man en half vrouw?”. “Misschien blijft dat ook zo, behalve dan dat ik er als man nog vrouwelijker uit wil zien”, leg ik hem nogmaals mijn huidige positie in mijn proces uit. Er valt een stilte, alleen doorbroken door het geluid van onze vorken die af en toe een tapa naar onze monden brengen. Terwijl we eten realiseer ik me weer hoe onbevredigend de onzekerheid voor S. moet zijn. En hoe knap het is dat hij zo kalm en open zijn angsten deelt en zijn wensen kenbaar maakt. Zo ver was ik op die leeftijd nog niet. Geïnspireerd door zijn assertiviteit en in een poging zoveel mogelijk onduidelijkheid voor hem weg te nemen, besluit ik mijn eigen grens aan hem duidelijk te maken: “Ik houd in mijn proces zoveel mogelijk rekening met jou, zoals ik de afgelopen jaren al deed. Maar ik kan je wensen niet altijd opvolgen. Mijn verlangen en mijn verdriet zijn daar te essentieel voor”. Ik pauzeer en taxeer zijn reactie. Hij is gestopt met kauwen en kijkt met ingehouden adem voor zich uit. Hij weet wat er gaat komen. Hij weet dat hij er niet aan ontkomt om zijn vader ooit als vrouw te zien en hij weet ook dat zijn pogingen dat moment uit te stellen binnenkort zullen stranden. “Misschien wordt het tijd dat je een keer een foto ziet van mij als vrouw”, zeg ik en ik denk aan de leuke foto die ik in mijn telefoon heb staan en die ik hem nu ter plekke zou kunnen laten zien. Hij kijkt me aan en toont mij een zweem van schrik in zijn ogen. Snel kijkt hij weer weg. Alsof hij mijn gedachten heeft gelezen zegt hij in een laatste uitstelpoging: “Nu niet hoor, nu ben ik op vakantie”.

Om hem, totaal ten overvloede, het belang van de foto – míjn belang met de foto – duidelijk te maken zeg ik: “weet je, als je zoals nu zo lang bij me bent dan vind ik het soms verdrietig dat ik dan geen vrouw kan zijn”. Nog voordat ik ben uitgesproken galmt een beschuldigende stem in mijn hoofd de woorden ‘emotionele chantage’. Maar S. is sneller dan mijn herstelpoging: “Nou, als je wilt mag je wel een keer als vrouw naar de winkel als ik er ben”. Ik kijk hem aan. Zijn ogen zijn vochtig en ik voel dat dat bij mij ook zo is. “Dat is lief van je”, zeg ik tegen hem en misplaatst onbeholpen en veel te kort omhelzen we elkaar zo goed en zo kwaad als onze stoelen, het tafeltje met eten en de sociale context van een vol terras ons toestaan. We geven elkaar een kus en ik hoor “ik hou van jou” gezegd worden. Mijn lippen bewegen dus ik zal het zelf zijn die dat zegt en tegelijk meen ik dat het S. is die de woorden spreekt. De woorden van onze wederzijdse liefde smelten samen en lijken uit een hogere bron te komen dan onze eigen monden. Ik voel dat een warme golf van liefde mijn hart overstroomt en tot in de kleinste uiteinden van mijn lichaam gaat. Mijn lieve zoon raakt me diep door de grote opofferingsbereidheid die hij laat zien. Uit liefde voor zijn vader geeft hij ruimte die hemzelf angst inboezemt. Het kleine meisje in mij dat tot voor kort nooit ruimte durfde in te nemen weet zich geen raad met dit offer. Ik schaam me en voel me een ontzettend grote egoïst. Waarom kan ik niet zo ruimhartig als S. een stapje opzij doen? Waarom moet ik ‘mijn zin hebben’ terwijl ik weet dat het hem verdriet doet? Het voelt oneerlijk. Alsof ik mijn eigen decennialange pijn op hem afwentel omdat ik er zelf geen raad meer mee weet.

Machteloos kijk ik naar de laatste restjes eten op de tafel, terwijl mijn zelfsaboterende innerlijke stem op hol is geslagen in een tirade van zelfverwijt. Alle kritiek kan ik moreel gezien weerleggen maar mijn innerlijke stem laat zich niet vermurwen. Ik zucht diep en drink mijn laatste slokje vino tinto. Zwijgend zien S. en ik samen de zon in de Atlantische Oceaan zakken. Ik voel de diepe onvoorwaardelijke liefde tussen ons en ik realiseer me dat er in zoveel liefde geen sprake kan zijn van egoïsme. Mijn innerlijke criticus speelt de grijsgedraaide plaat af van mezelf klein houden en er niet mogen zijn. Gelukkig klinkt er uit mijn hart heel andere muziek. Daar hoor ik de zoete klanken van er mogen zijn, gezien worden en een diepe verbinding met S. Ik ben niet egoïstisch. Ik ben eerlijk, open en in verbinding met hem en met mezelf. Ik ben ik. Het hart heeft altijd gelijk.

Ik kijk voor me uit en zie de gouden gloed over de zee glinsteren. Zo eindigt ons laatste avondmaal en ik denk aan het naderende offer. Ik leg mijn hand op de knie van S. en ik hoor mijn hart tegen hem zeggen “ik hou van jou”.

donderdag 1 mei 2014

Open einde

We lagen op onze zij in bed in ons hotel op Tenerife en keken elkaar aan. S. en ik kletsten wat, zoals we altijd doen voordat we gaan slapen. Om de ervaringen van de dag door te nemen of dingen te bespreken die hem bezig houden. Zo ook deze keer. Plots tilde S. zijn arm op en liet me zijn ontluikende okselhaar zien. Meer dan een paar donker gekleurde haren was het nog niet, maar dat de pubertijd en het testosteron in zijn lijf zich aan het voorgeschreven protocol hielden was wel duidelijk. “Gek hoor”, zei hij terwijl hij aan de haartjes plukte. Het proces van fysieke man-wording is bevreemdend voor hem en terwijl ik me dat realiseerde, kwamen herinneringen aan mijn eigen pubertijd op. Een verwarrende periode van verdriet omdat ik toch echt geen vrouw werd en geruststelling dat mijn lichaam kennelijk voldeed aan wat mijn omgeving verwachtte.

“Vandaag zag ik bij het zwembad een man met een enorme bos haar onder zijn oksels”, schudde S. mij wakker uit mijn gedachten. Hij trok er een vies gezicht bij alsof hij gruwelde bij zo’n voorland. “Vroeger hield ik het kort met de tondeuse”, zei ik terwijl ik onwillekeurig mijn kale oksel ontblootte. “Ben je ze nu aan het laseren?”, vroeg S., inmiddels vertrouwd met het idee dat ik mijn baard aan het verwijderen ben. “Nee, ik scheer ze, net als de meeste vrouwen doen en veel mannen ook trouwens”. “Hebben vrouwen dan ook okselhaar?”, vroeg hij verbaasd, daarmee mijn stelling bewijzend dat de meeste vrouwen scheren; hij had kennelijk nog nooit een vrouw met okselhaar gezien.

We kletsten wel een uur over zijn pubertijd, over mannen en vrouwen en over mijn ervaringen tijdens mijn eigen pubertijd. Hoewel die ervaringen voor S. misschien niet zo herkenbaar waren, begreep hij wel iets meer over mijn situatie. Het gemak waarmee hij het woord ‘transgender’ uitsprak ontroerde me. Hoewel hij wist hoe ik er in stond, wilde hij toch graag echt zeker weten hoe ver ik in mijn proces zou gaan: “Je gaat toch niet helemaal om he? Het is toch veel leuker om te kunnen kiezen?”. “Ja, nu is die flexibiliteit fijn, maar ik wil het hoe dan ook allemaal minder mannelijk”, antwoordde ik en ik legde hem nogmaals mijn stap-voor-stap benadering uit. Zijn gezicht toonde zijn verwarring: “Maar als je toch helemaal vrouw wordt dan heb ik straks twee mama’s”. “Tja, dat weet ik niet. Misschien is het dan raar om mama tegen mij te zeggen, maar het zou dan vast ook raar zijn om papa te blijven zeggen. Maar zover is het nog lang niet. Ik ga stap voor stap en misschien kom ik daar wel nooit aan toe”. “Of misschien pas over tien jaar”, zei hij opgelucht door de gedachte dat die lastige stap nog even weg zou blijven. “Ik zou het nu niet willen”, zei hij nog heel assertief en ik begreep het volkomen. Je eigen pubertijd waarin je normaal gesproken je aangeboren gender vormgeeft is al verwarrend genoeg zonder je vaders genderpubertijd daar nog bij te hebben. “Ik kan niks beloven”, zei ik eerlijk. “Ik weet niet wanneer de stap bereikt is waarbij ik mezelf vrouwelijk genoeg vind. Het enige dat ik beloof is dat ik er open over zal blijven en je er niet mee zal overvallen”. Hij knikte, half gerustgesteld, zich realiserend dat dit het maximale is dat ik te bieden heb.

Ik keek naar mijn zoon en voelde me trots. Trots hoe hij met deze heftige onzekerheid omging. Het was vast veel makkelijker om een duidelijk verhaal te horen (“ik word vrouw”) dan mijn onzekere open einde proces. Even een heftige schok, dan herstellen en doorgaan met een blik op de toekomst. Maar ik kon hem geen duidelijke conclusie bieden. Slechts onzekerheid over zijn toekomst met mij. Ik boog me naar hem toe en gaf hem een kus op zijn voorhoofd. En terwijl de geur van zijn haar mijn neus vulde, voelde ik tranen tegen de achterkant van mijn gesloten oogleden duwen.