vrijdag 27 juni 2014

Drift

Ik duw haar op het nog maar half opgemaakte bed en ga op haar zitten. Het verschonen van het beddengoed moet maar wachten. Er moet eerst gestoeid worden. M. kietelt me, ik val van haar af, we rollen heen en weer op het matras, allebei zoekend naar een manier om de ander te slim af te zijn. Maar natuurlijk zonder blijvend succes en dat is ook precies de bedoeling. We hebben allebei praktisch geen kleren aan, want we stonden op het punt om te gaan slapen toen we merkten dat er nog geen beddengoed op het bed lag.

Ik duw M. weer omver en ga opnieuw op haar zitten. Lachend laat ze haar duimen over mijn tepels glijden. Een rilling rimpelt zich door mijn ruggengraat. Dat is lekker. Ondanks de testosteronblokkers reageert mijn lichaam zoals het dat in een paar decennia mannelijke historie gewend is geraakt. Ik word opgewonden en wil meer. Ik schrik van dit verlangen. De afgelopen maanden leefde ik in betrekkelijke rust qua libido. Niet dat er geen libido meer was, niet dat mijn piemel dienst weigerde. Nee, in tegenstelling tot wat de hormoonarts voor mogelijk hield met een testosteronniveau van 3,5 nmol/l, functioneerde het allemaal nog prima. Alleen reageerde het wat trager en kon ik seksuele opwinding ook gewoon loslaten. En dat laatste was bevrijdend: seksuele opwinding was ineens iets geworden waar ik voor kon kiezen in plaats van dat het op een drammerige manier bezit van me nam.

Maar vanavond is van die vrijheid niets meer te merken. Mijn piemel is klaar voor seks en door mijn hele lijf giert een blinde drift om M. te neuken. Ik grom. Ik kus twee verplichte kusjes in haar nek maar eigenlijk wil ik geen tijd verspillen. Ik moet nú in haar klaarkomen. M. merkt mijn drift en biedt zich aan. Binnen tien seconden is het gebeurd. Onmogelijk met zo weinig testosteron in je lichaam. Maar toch. Op het moment dat ik klaarkom, spuiten de tranen uit mijn ogen. Ik huil. Een diep verdriet spoelt over me heen. Hevig schokkend van verdriet maskeert mijn lichaam de fysieke reacties van het klaarkomen. M. omhelst me en laat me huilen. Ik voel me vies. Ik walg van mezelf. Ik walg van dit onbedwingbare primitieve zelfgerichte dierlijke gedrag. De mannelijke biologie heeft me totaal onverwacht en totaal ongewenst overmeesterd. Bezit van me genomen. Al het vrouwelijks uit me weggevaagd. Het voelt als een boodschap van de oernatuur in mijn lijf: haal je maar niks in je hoofd meisje, je blijft altijd deze viriele man gedreven door primitieve driften.

Met diepe agressieve snikken huil ik mijn tranen in de nek van M., die me nog steeds vasthoudt. Dit zijn Man-ik’s snikken, besef ik me ineens. Zo huil ik als man, zo huilde ik al die jaren. Door dit besef kom ik los van de emotie. Ik huil nog steeds, maar mijn bewustzijn wordt groter. Ineens zie ik voor mijn innerlijke oog een man, zittend op de grond, krom gebogen snikkend. Ik zie zijn blote rug, hij heeft geen kleren aan. Hij huilt. Een klein meisje komt naar hem toegelopen en legt haar hand op zijn blote schouderblad. De kleine, tere meisjeshand valt compleet in het niet tegen deze gespierde schokkende rug. Ze probeert hem te troosten, maar ze is simpelweg te klein. Niet opgewassen tegen de pijn van deze man. Zo in beslag genomen door dit innerlijke tafereel, realiseer ik me pas na een tijdje dat het gesnik veranderd is. Mijn lichaam ligt nog steeds in de troostende armen van M. en mijn lichaam huilt nog steeds. Maar nu klinken de snikken anders. Hoger, jammerend. Zonder boosheid en vervuld van onmacht. Het is Lisa die haar tranen van onmacht huilt. Onmacht om deze krachtige man een plek te geven in haar leven. Vertwijfeld vraagt ze zich af of deze man de rest van haar leven op deze manier een rol zal blijven spelen. Mijn lichaam huilt, Man-ik is gefrustreerd, Lisa is bang. Ik zie geen uitweg en ik twijfel of ik wel opgewassen ben tegen wat me allemaal nog te wachten staat. Heel even schiet de gedachte door mijn hoofd mijn hele proces maar op te geven. Ik ben moe. Heel moe.


zaterdag 21 juni 2014

TV kijken

In de flow van het succes van mijn coming-out naar S. en gedreven door mijn verlangen nu tempo te maken, wilde ik mezelf als vrouw laten zien aan N., het zoontje van M. Ik zie N. altijd een beetje als mijn stiefzoon. In het jaar dat hij en zijn moeder bij mij woonden verzorgde, troostte en koesterde ik hem elke dag vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid en liefde. En toen M. en ik een lat-relatie kregen bleef dat gevoel vrijwel onveranderd, ook al speelde ik in praktisch opzicht niet zo’n grote rol meer in N.’s leven. N. is onderdeel van mijn toekomst en ik wilde graag mijn toekomst aan hem presenteren. Voor M. voelde dit ook als een goed moment en dus kwam er een plan.

N. werd vanochtend gebracht door zijn vader. Ik wachtte even boven om deze dag niet meteen ook een coming-out naar de ex van M. te laten zijn. Beter dat die de confrontatie met zijn eigen vooroordelen niet deed waar N. bij was. Dan kreeg N. tenminste de kans zelf zijn idee te vormen. Dus pas toen N.’s vader weg was, kwam ik naar beneden. N. was afgeleid door de tv, dus hij hoorde me niet de kamer in komen. Om zijn aandacht te trekken zei ik: “Dag N.”. Hij keek op. Zijn blik was eerst leeg, geen spoor van herkenning. Maar nog geen seconde later zei hij: “Hé, Man-ik! Wat zie je er leuk uit!”. “Jij ook schat”, zei ik en ik aaide hem over zijn bol. Klaar. Zo simpel is de wereld voor een vijfjarige. Om aan N. toch iets meer betekenis mee te geven aan wat hij zag, voegde ik er nog aan toe: “Ik vind het leuk om een meisje te zijn. Dus vandaag ben ik een meisje”. “Het is ook leuk”, zei hij met een wijze blik in zijn ogen alsof hij de impact van een genderidentiteitsstoornis volledig doorgrondde. Maar voor een kind van vijf is de rigide fixatie op één van de beide genderrolmodellen vaak nog helemaal niet aanwezig. Nog niet helemaal bedorven door opgelegde paradigma’s van ouders, school, media en vriendjes, is het heel normaal voor een vijfjarig jongetje om nagellak te dragen. Zeker voor N. Nagels lakken was altijd zijn favoriete bezigheid, hoewel dat het laatste jaar minder was geworden onder invloed van de genderstereotypen van zijn omgeving waar hij zich steeds bewuster van werd. Schikken in de mores van de meerderheid lijkt onontkoombaar.

Even later zaten N., M. en ik aan tafel en N. herhaalde tegen zijn moeder wat hij tegen mij had gezegd: “Wat ziet Man-ik er leuk uit he?”. M. reageerde: “Ja he? Maar Man-ik heet nu Lisa”. “Je mag ook best Man-ik tegen me zeggen hoor, maar dat is natuurlijk wel een beetje een gekke naam voor een vrouw. Daarom noem ik mezelf Lisa”, voegde ik nog toe. Hij reageerde niet en staarde even naar mijn borsten. Dat had hij zo ongeveer elke tien seconden even gedaan sinds ik als vrouw zijn leven in was gestapt. Hij vroeg zich wellicht af waar die borsten ineens vandaan kwamen, die had hij bij Man-ik toch écht nooit eerder gezien. Maar hij zei er niks over en ik liet hem maar gewoon kijken. Over mijn haar maakte hij wel een opmerking: “Je haar is lang geworden”. “Ja mooi he? Dit is niet mijn eigen haar hoor, dit is een pruik”, reageerde ik. “Het is dezelfde kleur als dat van mama”, was zijn enige conclusie. Heerlijk hoe kleine kinderen alles zo heerlijk praktisch opnemen. De man, die hij al vier jaar kende als de vriend van zijn moeder en bij wie hij ruim een jaar in huis had gewoond, stond nu als vrouw voor hem. En het meest opmerkelijke daaraan was dat de haarkleur overeenkwam met dat van zijn mama. Klaar. Nu weer tv kijken??

woensdag 18 juni 2014

Schatkist

De afgelopen twee jaar was het crisis. Ja dûh, zul je zeggen, natuurlijk was het crisis. Maar ik bedoel niet de economische crisis. Ik bedoel mijn persoonlijke crisis. Mijn zoektocht naar mijn gender heeft niet alleen heel veel aandacht en energie van me gevraagd, maar heeft me ook leeggezogen, lamgeslagen en neergedrukt. Zeker de afgelopen twee jaar. Mijn diepste dip was de heftige depressie begin vorig jaar, die ik ternauwernood overleefde. Letterlijk. Maar vandaag sloeg het gevoel bedreigd te worden in mijn voortbestaan me opnieuw om het hart. Vandaag tuurde ik in de schatkist. Mijn ex wilde graag de kinderalimentatie voor S. herzien omdat hij naar de middelbare school gaat. Alleszins redelijk natuurlijk, maar mijn gevoel zei me al dat daar geen financiële ruimte voor was. En nu ik alle cijfers weer eens grondig op een rij heb gezet, blijkt de schatkist nog leger te zijn dan ik dacht.

Al twee jaar teer ik in op mijn reserves. Ik werk als freelancer en moet dus elke opdracht weer opnieuw binnen zien te slepen. Elke klus moet mij gegund worden. En omdat mijn klussen nooit omvangrijk zijn (bedrijfstraining hier, coachtraject daar, workshopbegeleiding elders), moet ik dus heel intensief met mijn relaties in contact blijven en hopen (en sturen) op een nieuwe opdracht. Onder normale omstandigheden was ik al nooit de super-netwerker. Maar tijdens de donkere periode van mijn zoektocht was het vrijwel onmogelijk om energie en interesse op te brengen voor het contact met mijn relaties. Laat staan dat ik met bevlogenheid mezelf kon presenteren; onmogelijk als je niet weet wie die 'mezelf' dan is. Mijn omzet was de afgelopen twee jaar ongeveer de helft van wat het onder ideale omstandigheden moet zijn. Ruim onder het niveau van een verantwoorde bedrijfsvoering. Gelukkig had ik wat reserves opgebouwd tijdens de jaren daarvoor. Maar die reserves zijn nu behoorlijk geslonken. Elke maand eet ik weer een deel van de chocolademuntjes uit de schatkist op. Om van de muntjes voor de twee vakanties nog maar te zwijgen (ja ik weet het, ik had eigenlijk dat geld beter kunnen bewaren, maar een transgender wil ook wel eens een verzetje).

Regeren is vooruitzien. Dus heb ik vandaag maar eens een inschatting gemaakt van de kosten die ik nog tegemoet kan zien tijdens mijn transitie. Daar verbleken mijn twee vakanties bij. Het is een bedrag met meer nullen dan me lief is. En nee, die nullen staan niet áchter de komma. Ik ga hier geen aanklacht indienen tegen het zorgverzekeringsysteem in Nederland. Want transgenders mogen blij zijn dat datgene wat ze zelf nadrukkelijk niét als ziekte willen zien, door anderen wel zo gezien wordt. Anders had mijn geprognotiseerde bedrag nog meer nullen gekregen, denk ik zo. Maar het is nu ook al veel geld. Geld dat ik de afgelopen jaren zo moeizaam kon verdienen.

Ik voel me de laatste maanden beter. Sterker, meer compleet, meer bij mezelf. Dus het zal vast goed komen met die acquisitie. De opdrachten zullen vast gaan toestromen. Maar zolang dat nog niet zo is, houd ik mijn billen nog maar even samengeknepen. Want spannend is die lege schatkist wel. Dus mocht je nog een heel goede, betrokken, invoelende en impactvolle bedrijfstrainer, coach of workshopbegeleider (met ervaring in complexe organisaties) zoeken, dan weet je me te vinden hè?

maandag 16 juni 2014

Vaderdag

Ik hoorde hem de kamer binnenkomen terwijl ik het ontbijt aan het voorbereiden was. Achter mijn rug sloop hij naar de eetkamertafel. Ik hoorde geritsel. Ik draaide me om en zag hem verschrikt zijn gezicht in een plooi trekken om mij duidelijk te maken dat hij werkelijk niets te maken had met dat kadootje dat nu ineens op tafel lag. “Goeiemorgen”, zei hij en hij kwam naar me toe en gaf me een lange knuffel. Van een ontluikende puber hoef je niet te verwachten dat hij je ontbijt op bed brengt op een dag als deze. Dat ontbijt moest ik gewoon zelf maken. Maar een op school geknutseld vaderdagkado zit er nog wel in. Alleen is het niet stoer om het je persoonlijk te overhandigen en er een paar lieve woorden bij te spreken. Dus vind je ‘ineens’ een kadootje op tafel alsof het spontaan uit de lucht is komen vallen.

Vaderdag. In het parttime éénoudergezin dat S. en ik samen zijn was het nooit een groots gebeuren. Als je als vader zelf de slingers moet ophangen verliest het ritueel toch wat van zijn glans en van een kind kun je niet verwachten dat hij je helemaal zelfstandig eens flink gaat verwennen. Dus het verwonderde me niet dat het ook vandaag zo nonchalant ging. Ik voelde zijn liefde voor me en zijn onbeholpenheid om me die te tonen vertederde me. Dat was genoeg voor mij. Het is ook maar een vaderdag; niet echt een moment van diepe betekenis voor me. De bijzondere verantwoordelijkheid van het vaderschap wordt op geen enkele manier recht gedaan met een feestdag die vooral lijkt te gaan om het zo veel mogelijk verkopen van boormachines, sterke drank en sokken.

Maar terwijl ik het kadootje uitpakte drong het tot me door dat deze vaderdag misschien wél heel bijzonder was. Het was immers waarschijnlijk mijn laatste. Volgend jaar leefde ik waarschijnlijk fulltime als vrouw en dan was het vieren van vaderdag misschien een beetje vreemd. Aan de andere kant: ik was en bleef de vader van S. Als ik er voor koos om mijn ouderschap als vrouw voort te zetten, dan werd ik toch niet ineens zijn moeder? Ik schudde met mijn hoofd om die ingewikkelde gedachten aan labels en namen uit mijn hoofd te laten verdwijnen. De toekomst zou het uitwijzen. Nu was het vaderdag en lag er een kadootje voor me. Ik keek naar S. en zag ongemak in zijn houding. Zou hij dezelfde gedachten hebben? Zou hij daarom deze dag zo weinig hebben willen benadrukken? Ik schoof naar hem toe en gaf hem een lange dikke knuffel. Een knuffel van een ouder aan een kind. Een onverwoestbare band die alle labels en alle vorm ontstijgt.

zaterdag 14 juni 2014

Open huis

Als kind nodigde ik zelden mijn vriendjes bij mij thuis uit. Ik speelde liever bij hen. Ik schaamde me. Ik schaamde me voor het huis waar ik in woonde, voor de spullen die ik op mijn kamer had, voor mijn ouders. Ik voelde me misplaatst in het gezin waarin ik opgroeide en dat maakte me kwetsbaar. Mijn vriendjes zouden mij wel eens kunnen gaan zien in de kleuren van mijn gezin en dat waren niet mijn eigen kleuren. Ik kon mijn kleuren geen plek geven in het gezin, omdat ik me een buitenstaander voelde. Een buitenstaander die vanwege zijn hoogbegaafdheid moeilijk verbinding kreeg met zijn gezin, zo dacht ik eerst. Een buitenstaander die vanwege zijn hooggevoeligheid moeilijk verbinding kreeg met zijn gezin, zo dacht ik later.

Bij veel kinderen is dit gevoel een fase. Bij mij is dit een patroon geworden dat veertig jaar lang actief is gebleven. Niet dat ik in die jaren nooit andere mensen in mijn huis uitnodigde, maar het maakte me altijd vreselijk onzeker. Ik bekeek dan mijn eigen huis door de ogen van mijn gasten en dat riep altijd schaamte op. Het huis was nooit wie ik was. Dus ging ik liever naar hen toe. Sinds kort realiseer ik me dat achter dit patroon geen trauma schuil gaat van isolement isolement vanwege hoogbegaafdheid of hooggevoeligheid. Dit patroon is gegrondvest op mijn genderdysforie. Doordat ik mijn genderdysforie steeds meer ben gaan accepteren, durfde ik de afgelopen paar jaar ook steeds meer in mijn huis uiting te geven aan mijn vrouwelijkheid. En eindelijk lijkt het huis te kloppen. Eindelijk geeft het weer wie ik ben. Nog niet in alles, maar de balans is duidelijk positief. Sinds een paar maanden kan ik dan ook voor het eerst in mijn leven anderen (zelfs vreemden) in mijn huis uitnodigen zonder de hele avond het gevoel te hebben dat ik een excuus moet maken voor de aanblik. Als ik nu door de ogen van anderen mijn huis bekijk, zie ik Lisa.

Om mezelf hierin te ijken en verder uit te dagen besloot ik deze week mijn huis op Airbnb te plaatsen (okee, okee, ik geef het toe: ook om mijn inkomstenstroom wat te stimuleren). Vanaf volgende week heb ik wildvreemde gasten in mijn huis. Gasten die mijn huis zullen zien en daarmee hun beeld van mij zullen construeren. En spannender nog: gasten die mijn genderdynamiek gaan zien. In mijn Airbnb profiel heet ik nog een man. Op de foto die erbij staat ben ik behoorlijk vrouwelijk, maar kan ik nog echt wel voor een man doorgaan. Dus de gasten zullen een soort van man verwachten. Maar omdat mijn gender-expressie op dit moment zo sterk in beweging is, zal ik geen enkele verwachting waar kunnen maken. En dat wil ik ook niet meer. Ik wil mezelf tonen zoals ik ben: onderweg naar vrouw-zijn. De ene dag toon ik mijn ‘behoorlijk vrouwelijke identiteit’. De andere dag ben ik ‘op-en-top-vrouw’. Door zo kwetsbaar te zijn naar mijn gasten kan ik goed ontdekken of ik trouw kan blijven aan mijn eigen koers, ook als het sociaal gezien handiger en makkelijker zou zijn om aan een verwachting te voldoen.

Donderdag ontvang ik gasten die vier dagen blijven. Ik ontvang ze als op-en-top vrouw, omdat ik die dag al een aantal afspraken heb waarbij ik graag op-en-top vrouw wil zijn. Maar ik zal waarschijnlijk geen vier dagen op-en-top vrouw blijven. Daarnaast verwachten deze gasten Man-ik, want ze hebben immers met hem mailcontact gehad. Een dezer dagen ga ik die verwachting bijstellen en ga ik ze mailen dat ze mij de eerste dag als Lisa zullen ontmoeten. Ben benieuwd hoe ze zullen reageren.

vrijdag 13 juni 2014

Lisa in 3D

Het was tijdens de lunch. S., M. en ik zaten te eten toen S. vroeg: “Wat gaan we vanmiddag doen?”. “Ik had nog geen plannen”, antwoordde ik. Maar dat was een leugen. Ik had wel degelijk een plan. Het was ook niet alleen voor de gezelligheid dat M. vandaag hier was gekomen. Vandaag zou het gebeuren, had ik bedacht. Vandaag zou S. mij als op-en-top vrouw gaan ontmoeten. In 3D en dus niet op een foto. De zenuwen gierden door mijn keel. Wat ik vanmiddag ging doen zou S. verdriet doen en zou mij misschien wel zijn liefde doen verliezen. Dat was wat ik dacht. Dat was wat ik al jaren dacht. Al vanaf het moment dat ik serieus mijn zoektocht naar mijn gender op had gepakt.

De reactie van S. toen hij voor het eerst een foto van mij als Lisa zag was hoopgevend; zelfs ronduit accepterend. Dat had me moed gegeven voor vandaag. Omdat mijn leven en mijn dagelijkse identiteit in rap tempo vrouwelijker aan het worden was, kon ik ook niet langer wachten mezelf als op-en-top vrouw aan hem te tonen. Vandaag moest het gebeuren en ik had M. gevraagd te komen om S. te troosten en mij te steunen indien nodig. S. wist van niks, anders had hij zich vooraf alleen maar zorgen gemaakt en had zijn moeder hem alleen maar haar angsten en vooroordelen aangepraat. Ik gunde hem en mezelf een spontane ervaring vanuit zijn eigen gevoel. Maar spannend vond ik het wel.

Ik haalde drie keer diep adem en toen antwoordde ik S. voor de tweede keer: “Ik wilde mezelf vanmiddag als vrouw aan jou laten zien”. Ik probeerde hem aan te kijken, maar een mengsel van schaamte, angst en onzekerheid belette me dat bijna. Ik zag nog wel hoe S. schrok van mijn opmerking. Een zweem van paniek gleed over zijn gezicht. Dit wilde hij niet. Hij bleef liever onwetend. Hij hield Lisa liever abstract. Maar hij realiseerde ook dat ik serieus was en dat hij de realiteit niet langer kon ontlopen. “Okee”, was het enige wat hij zei. En toen viel er een lange stilte. Een stilte waarin S. en ik onze gevoelens door ons heen lieten gaan en we beiden de grootsheid van dit moment tot ons lieten doordringen.

Zo hadden we nog een half uur kunnen blijven zitten als M. de stilte niet had doorbroken met een luchtige opmerking. De spanning vloeide weg en we lachten en kletsten nog wat over andere dingen. Het belang van haar aanwezigheid op deze middag was nu al dubbel en dwars bewezen. Na een tijdje stond ik op en ik zei: “Nou dan ga ik me maar omkleden”.

Ik had vooraf al nagedacht over wat ik ging aantrekken. Een rokje, panty en een leuk shirt. Schoenen met hakken. Ik wilde wel écht vrouwelijk gekleed gaan omdat anders het verschil met de steeds vrouwelijker wordende ‘mannelijke’ identiteit die S. kende te klein zou zijn. Dat zou het misschien alleen maar verwarrend, minder duidelijk en minder echt maken. In de badkamer maakte ik me op, in de slaapkamer kleedde ik me aan. Niet helemaal ontspannen, maar opvallend rustig van binnen. Dit moest gebeuren. Dit wilde ik. En ik voelde dat het goed was. Goed naar S. Eerlijk en open. En relevant, want het begint er steeds meer op te lijken dat de dagen van zijn vader als man zijn geteld.

Toen ik klaar was liep ik door de gang naar het balkon, waar M. en S. zaten te wachten. Ik stapte het balkon op en zei iets stompzinnigs als: “Nou dit is het”. Maar ja wat zeg je anders? Tadaa? Hoi ik ben Lisa? S. keek en zei niets. Zijn ogen gleden van boven naar beneden langs mijn lichaam. Heel even stak ik mijn hand uit naar M. en zij pakte die even vast. Alle drie zeiden we wat obligate woorden om de spanning te ontladen. En toen, nog geen minuut nadat hij me voor het eerst écht als vrouw zag, stond S. op en omhelsde me. Hij sloeg zijn armen om me heen, drukte zijn lijf tegen het mijne alsof er geen siliconenborsten tussen zaten en legde zijn hoofd tegen de zijkant van dat van mij. Ik voelde mijn liefde voor hem mijn hele lijf vullen. Ik voelde zijn liefde voor mij dwars door onze huid heen. In onze wederzijdse liefde versmolten we, zoals we dat al vaker gedaan hadden. Er was deze keer helemaal niks anders. S. voelde dat de vader die hij liefhad er nog steeds was; hij was slechts een vrouw geworden. Ik voelde de liefde van S. en voelde me dankbaar dat er tussen ons een liefde is die boven elke vorm uitstijgt. Onvoorwaardelijke liefde, beleefd door een ouder en een kind die alle twee in staat blijken te zijn elkaars essentie te zien, dwars door de buitenkant heen.

Zo stonden we daar zeker een minuut. Emoties roerden zich in mij; ik probeerde ze te aanschouwen zonder er in meegesleept te worden. Ik wilde bij dit moment van echte diepe liefde blijven. Ik wilde S. niet de intensiteit laten ervaren van mijn angsten, mijn pijn en mijn opluchting.

De rest van de dag bleef ik op-en-top vrouw. Als subtiel signaal aan S. dat vanaf nu echt niet alles anders zal zijn, stelde ik voor om te gaan midgetgolfen in het park, een oude traditie van ons die de laatste jaren wat op de achtergrond was geraakt. Midgetgolf is immers niet heel stoer voor een ontluikende puber. Maar vandaag was dat anders. Vandaag was midgetgolf een manier om onze band opnieuw te bevestigen. De sfeer tijdens het golfen was ontspannen. Zo ontspannen dat S. me een kus gaf, bovenop mijn met lippenstift gekleurde mond. Zo ontspannen dat S. in een onbewaakt ogenblik, toen ik iets over mijn borsten zei, ineens met zijn vinger in mijn borsten prikte om te ontdekken hoe het zou aanvoelen.

Mijn coming-out naar S. is compleet. Hij kent me nu als vrouw. Hij accepteert me vooralsnog als vrouw. Ik ben zo opgelucht, zo gelukkig en zo dankbaar. Ik hou van hem. Met dezelfde onvoorwaardelijkheid als hij voor mij voelt.

dinsdag 10 juni 2014

De sprong

Al ruim een week of drie leef ik nu zonder mannelijke identiteit. Mijn ‘op-en-top vrouw’ verdeelt de tijd nu met een ‘behoorlijk vrouwelijke identiteit’. De Man-ik die er ooit was, is verdwenen. Niet echt wég (veertig jaar conditionering poets je niet even weg), maar hij is niet meer aan de oppervlakte geweest sinds het einde van mijn reis met S. naar Tenerife.

Na mijn retraite durfde ik het zelfs aan om een werkafspraak te doen in vrouwenkleren. Ik zag er vrouwelijk uit en bewoog me ook zo. Mijn haar had ik vrouwelijk gemodelleerd. Maar de opdrachtgever met wie ik al jaren samenwerk werd niet wakker geschud uit zijn haast om het hoofd te bieden aan zijn drukke schema van die dag. Het enige dat hij opmerkte was: “Wat zit je haar wild”. Zelfs mijn reactie: “Ja he?”, vergezeld van een vrouwelijke beweging langs de boothals van het shirt dat ik aanhad, deed bij hem geen kwartje vallen. Nog geen cent viel er. Experiment mislukt.

Tijdens mijn verblijf in Israël heb ik volop geëxperimenteerd met tussenvormen tussen man en vrouw en nieuwe vormen van vrouw zijn. Dat laatste bleek, ondanks de nog niet volledig opnieuw ingezaaide inhammen op mijn hoofd, ook mogelijk te zijn zonder pruik. Een opluchting, want ik ben die pruik steeds meer gaan haten. De pruik geeft me een masker, beperkt me in mijn bewegingsvrijheid en zit ook gewoon niet zo comfortabel. Zeker niet nu mijn eigen haar eronder al zo lang is geworden. Maar ondanks de goede ervaringen in Israël, is mijn onzekerheid over mijn eigen haar nog zo groot dat de pruik nog eventjes niet in de mottenballen kan.

Vandaag had ik na al die vakanties en retraite voor het eerst sinds tijden weer eens een werkafspraak waar ik netjes en zakelijk moest verschijnen. Maar netjes en zakelijk, hoe doe ik dat in mijn nieuwe ‘behoorlijk vrouwelijke identiteit’? Als op-en-top vrouw lukt me dat wel: rokje, panty, hakjes, hemd of shirt met mooi decolleté en een blazer erover. Dressed to impress. Maar wat als je nog even de schijn van mannelijke identiteit wil ophouden en je dus niet op hakjes en in een rokje kunt verschijnen? En je dus niet extreem vrouwelijk gekleed kunt gaan? Je zou kunnen zeggen: gewoon schijt aan hebben en aantrekken wat je wilt, maar het gaat hier over een afspraak waarbij ik mogelijk een nieuwe opdracht zou kunnen binnenhalen. In mijn werk krijg ik opdrachten op basis van de veiligheid en betrouwbaarheid die ik uitstraal. Zomaar ineens als vrouw verschijnen zou de relatie (en de opdracht) direct in gevaar brengen. Ik moest ook aan mijn hypotheek denken, dus mocht ik niet de plank misslaan. Maar ik kwam er niet uit. Niets in mijn kledingkast was vrouwelijk genoeg voor mijn nieuwe ‘behoorlijk vrouwelijke identiteit’ zonder té vrouwelijk te zijn en tegelijk zakelijk genoeg voor deze afspraak. Met pijn in mijn hart en tranen over mijn wangen trok ik dan toch maar een Man-ik overhemd aan. Ik wist gewoon niet hoe ik het vanaf dit punt nog geleidelijk kon doen.

Stap voor stap heb ik mijn coming out in alle gebieden van mijn leven gedaan. Voorzichtig en met beleid. Daarbij heb ik geen brokken gemaakt en niemand van me vervreemd. Voetje voor voetje schuifelde ik richting de kloof tussen mijn oude mannenleven en mijn nieuwe vrouwenleven. Voetje voor voetje, totdat mijn tenen tegen de rots aan stootten die ik al van ver had zien aankomen. Het laatste bastion: mijn werk. Deze rots kan ik niet schuifelend over. Dit vraagt een grote stap. Maar achter die rots gaapt al direct de kloof. Ik kan niet over de rots stappen zonder diep te vallen. Tenzij ik in één keer over de rots én de kloof spring.

Ik wil ook springen. Ik wil zo graag springen. Maar angst en pijn houden mijn voeten stevig aan de grond genageld. Mijn lijf wiebelt heen en weer als om momentum op te bouwen voor de sprong. De sprong over de kloof. De sprong van mijn totale coming out. De sprong naar een nieuwe identiteit. Van binnen is mijn nieuwe identiteit voldoende gerijpt. Ik ben een vrouw, dat ben ik al vanaf mijn geboorte, maar nu is die vrouw in mij ook voldoende opgegroeid om het leven te kunnen dragen zonder die man in mij. Ik ben klaar voor de sprong. Ik weet het. Er is geen stap meer die ik nog kan zetten om me verder voor te bereiden. Er rest mij alleen nog maar de sprong. De sprong die me zoveel angst inboezemt.

zaterdag 7 juni 2014

Codes

Veel mensen beschouwen een reis naar Israël als een pelgrimage. In zekere zin was mijn verblijf in Israël dat ook. Alleen was het voor mij niet de eindbestemming maar een belangrijke etappe. Een etappe waarin ik vrijelijk experimenteerde met mijn vrouwelijke expressie. De heenreis deed ik als op-en-top vrouw, maar de dagen erna was ik vooral gedeeltelijk vrouw; een vrouw die zichzelf toestond haar mannelijke historie zichtbaar te laten. De pruik droeg ik niet meer. Mijn boezem was de ene dag zo plat als een dubbeltje en de andere dag een mooie kleine C. Mijn make-up bleef de ene dag beperkt tot mascara en de andere dag droeg ik beardcover, poeder, shaping en oogschaduw. Alles mocht en alles kon. Daardoor werd mij één ding heel helder: het effect van codes.

Op de dagen dat ik helemaal vrouw was, maar geen pruik droeg, ergerde ik me vreselijk aan mijn haar: “Mijn inhammen zijn te groot, het haar is te dun, het wordt nooit wat. Die neus, die kaak!”. De moed zakte me in mijn schoenen. In de spiegel zag ik een hoofd dat op zoveel punten niet voldeed aan hoe een vrouwenhoofd moest zijn dat ik wanhopig werd over mijn toekomst. Maar op de dagen dat ik op een gender-vage manier mijn vrouwelijkheid liet zien zonder die man weg te moffelen was mijn haar prima: “Inhammen? Ja ach ik ben ook niet helemaal vrouw. Hoekige kaak en grote neus? Nou dat is nu eenmaal mijn gezicht. Het is zoals het is”. In het niemandsland tussen de voorgeschreven gendercodes bloeide rust. Er was geen norm om aan te voldoen, geen verwachting om in te lossen en geen stereotiep om te benaderen. In deze gedemilitariseerde zone heerste vrijheid en vrede. Mijn hoofd zei me echter dat dit niemandsland in het sociale verkeer verwarrend en complex zou zijn. Dat het beter zou zijn zo goed mogelijk in één van de beide genderhokjes te passen. En dat het daarom mijn taak was om zo goed mogelijk een vrouw te worden.

Mijn ervaringen met het openbaar wc-bezoek deze week steunden die gedachte. Op de dagen dat ik gender-vaag was, ging ik wel eens naar het herentoilet. Daar werd ik door de mannen aangestaard alsof ik van een andere planeet kwam. Het was duidelijk: volgens hen hoorde ik hier niet. Ik voelde me er ook niet thuis. Maar wanneer ik naar het damestoilet ging werd ik opnieuw aangestaard en leek ik opnieuw van een andere planeet te komen. Maar desondanks voelde ik me daar meer thuis. Conclusie 1: het vrouwentoilet is mijn toilet; ook op gender-vage dagen. Conclusie 2: ik blijf hoe dan ook een outcast als ik gender-vaag blijf.

Nog een ander probleempje met gender-vaagheid: welk persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud past daar bij? Gisteren hoorde ik M. over mij praten en ze had het over ‘hij’. De rillingen liepen over mijn rug. Ik voelde me helemaal geen ‘hij’, hoewel ik in mijn uiterlijk toch wel duidelijke ‘hij’-kenmerken had. Maar er waren ook genoeg ‘zij’-kenmerken waarvan ik op dat moment graag had gezien dat M. daar vanuit gegaan was. Toen ik dat tegen haar zij bood ze aan om vanaf nu altijd ‘zij’ te proberen te zeggen. Het aanbod ontroerde me en maakte me tegelijkertijd nerveus. Ik dacht dat dat vast ook nog regelmatig onprettig zou gaan voelen aangezien mijn mannelijkheid er ook nog is. Het leek me goed het nog maar even vaag en ongewis te laten. Maar terwijl ik dat tegen haar zei en haar kuste, voelde ik dat die vaagheid niet lang meer zou gaan duren.

maandag 2 juni 2014

Kijken, kijken, niet kopen

Het was druk in de smalle steegjes van de Oude Stad van Jerusalem. Toeristen en bewoners persten zich door de Via Dolorosa. Deze weg (die niet meer is dan een drie meter brede steeg) was voor Jezus een martelgang, maar voor de toeristen een uitgelezen kans om het souvenir-quotum van deze vakantie te halen (wat volgens sommigen ook een martelgang is overigens). Ik loop samen met M. tussen alle mensen in de steeg en kijk om me heen. Ik ben vrouwelijk gekleed en beweeg me vrouwelijk, maar ik draag geen pruik, geen borsten en op subtiele mascara na ook geen make-up. De schaamteloze blikken van de Israëli’s deren me inmiddels niet meer. Een dikke huid is hier snel gekweekt en eerlijk is eerlijk: ondanks hun schaamteloosheid weten de Israëli’s zich prima te beheersen als het om schelden en naroepen gaat.

Maar dat het voor anderen soms schrikken is om met mijn genderbandeloosheid geconfronteerd te worden bleek toen M. en ik langs een stalletje met handtassen liepen. We keken zonder onze pas te vertragen met wat flauwe interesse naar het assortiment toen een man achter mij riep: “Ladies, ladies, beautiful bags”. Ik schrok toen hij zijn hand op mijn arm legde om me tegen te houden. “Ladies”, riep hij nog een keer maar zijn adem stokje toen ik omkeek en hij mijn gezicht zag. Ik zag nooit eerder een verkoper op een toeristische hotspot zo snel afdruipen.

Toen we even later via de Klaagmuur weer terug de Islamitische wijk inliepen werden we aangeklampt door een Joods-orthodoxe man. Hij wilde ons zegenen en knoopte een rood wollen draadje om de pols van M. Toen vroeg hij mij ook of hij mij mocht zegenen en ik stak mijn pols naar voren. Als goede wensen de juiste intentie hebben dan maakt de traditie, de vorm of de godsdienst waar de zegening uit voortkomt helemaal niets uit. Hij pakte mijn hand en sloot zijn ogen. Ik voelde zijn concentratie en zijn goede intentie en liet de zegening mijn lichaam binnen. Toen hij zijn ogen opende viel hem pas mijn supervrouwelijke decolleté op. Eentje zonder borsten weliswaar, maar dat deed aan de vrouwelijkheid gek genoeg haast niks af. Hij keek mij aan en vroeg: “Are you a man or a woman?”. Ik glimlachte vredig en antwoordde: “I am both”. Hij knipperde met zijn ogen en leek niet te willen begrijpen wat hij zojuist had gehoord. Dus ik herformuleerde mijn antwoord: “I am a man ánd a woman”. Hij keek, lachte haperend en pakte opnieuw mijn hand vast alsof hij nog even wilde voelen of het wel klopte wat ik had gezegd. Kennelijk wel, want hij riep naar zijn collega’s die een paar meter verderop stonden iets in het Hebreeuws wat ik dan wel niet letterlijk kon verstaan, maar waaruit ik met mijn kennis van drie-en-een-half woord Hebreeuws en mijn vermogen boodschappen te lezen achter iemands woorden toch kon begrijpen: “Hee jongens, deze hier zegt een man én een vrouw tegelijk te zijn. Moet je zién! Heb je ooit zoiets gehoord?”. Zijn vrienden keken en ze lachten. Toch voelde ik me serieus genomen. Ze lachten me niet uit, maar ze lachten met een mengeling van verbazing, onbeholpenheid, afgrijzen en blijdschap. Ik voelde me sterk en trots. Ik tart de genderstereotypen en had daarmee zojuist de wereld van een handjevol Joods-orthodoxe mannen vergroot. Een druppel op de gloeiende plaat, maar niettemin een mooie stap voor mijn missie. Ik lachte liefdevol naar de mannen, knikte en liep door. Sierlijk zette ik mijn ene voet voor de andere, mijn billen zachtjes heen en weer deinend, mijn armen elegant langs mijn lichaam bewegend. Dit ben ik: een elegante vrouw in een mannenlichaam. En ik ben er trots op!

zondag 1 juni 2014

In bed

“Hij ziet er wel aantrekkelijk uit”, zeg ik. “Hij is niet bepaald knap, maar hij heeft wel een fijne energie”, zegt M. “Dat bedoel ik. Ik zou best wel aan hem willen zitten”. “Ja, dat zou ik ook wel kunnen”. Samen kijken we naar de ober en vervolgens naar elkaar. Met een ondeugende glimlach nemen we een slokje van onze rosé. M. en ik zitten op een terras tijdens een zwoele avond in Tel Aviv. Ik zit er als vrouw; op en top, behalve dan zonder pruik. Omdat het nu eenmaal lekkerder experimenteert in een omgeving waar je nooit meer terug hoeft te komen heb ik deze week aangegrepen om weer eens wat nieuws uit te proberen. Deze avond ga ik de uitdaging aan met mijn innerlijke overtuiging dat een vrouw geen inhammen in haar haar kan hebben. Een overtuiging die me tot nu toe opgesloten hield onder de oncomfortabele pruik die mij in mijn spontaniteit en bewegingsvrijheid belemmert. De uitdaging mezelf überhaupt als vrouw te manifesteren liet zich al een paar dagen verjagen door een sterke mannelijke energie in mij. Dat mijn mannelijke energie aangewakkerd wordt door de aanwezigheid van M. weet ik inmiddels wel. Maar dat frustreert me soms wel omdat het ontwikkelen van mijn vrouwelijkheid er moeilijker van wordt. Voor mij en voor ons is het belangrijk dat we experimenteren met een lesbische invulling van onze relatie. Ik moet leren hoe ik mijn mannelijke energie via mijn vrouwelijke identiteit kan laten stromen in plaats van in de grijsgedraaide groef te vallen van het veertig jaar lang geoefende mannelijke gedrag. Logisch dat ik die mannelijke conditionering niet zomaar van me afschud, maar frustrerend is het wel.

Maar gelukkig heb ik daar – na een heftige gender-emotionele ochtend – deze avond geen last van. Op en top vrouw en zonder pruik geniet ik van deze avond met M. Met onze rosé in onze hand fantaseren we hoe het zou zijn om samen seks te hebben met een man. Een trio vormgegeven in onze fantasie met deze ober als concreet lustobject om de gedachten op gang te houden. Dit is niet alleen speelse vrouwelijke ondeugd, maar ook serieus. Hoe geven we in onze relatie onze seksualiteit vorm? Hoe vul ik die rol in zolang ik in het schemergebied tussen man en vrouw zweef? Wil ik dan seks als man of als vrouw? En wil ik dat dan met een man of met een vrouw? Alles is mogelijk. Maar nog niet alles is uitgeprobeerd. Dus ons gesprekje is niet alleen vermakelijk, maar ook noodzakelijk.

Met een licht aangeschoten giebel wandelen we even later arm in arm naar ons tijdelijke huis in deze stad. In onze lichamen siddert seksuele energie. Zonder ons druk te maken wat we daar mee aan moeten lopen we door de straten naar huis. Eenmaal binnen doet de alcohol en de vermoeidheid zich voelen en plof ik languit op de bank. De ontspanning die dat mijn lichaam geeft valt in de bedding van mijn seksuele energie en ik slaak een kreun. En nog een. De ontspanning geeft genot; ik voel mijn lichaam en haar seksuele potentie. En M. voelt dat ook want ondanks de traagheid van de door alcohol verstoorde zintuigen zie ik dat ze zich over mij heen buigt. Ze laat haar hand via mijn blote benen onder mijn jurkje verdwijnen en ik voel hoe ze de fysieke realiteit negerend op zoek gaat naar mijn kut. En dan voel ik haar vinger. Door mijn string heen voel ik haar vinger tegen mijn schaamlippen drukken. Ze laat haar duim over mijn clitoris glijden en maakt rondjes met haar hand. Ik kreun. “Kom”, zegt ze en ze trekt me aan mijn arm terwijl ze haar andere hand tussen mijn benen vandaan haalt.

Ik laat me door haar naar de slaapkamer voeren en val daar als een gewillige prooi op het bed. Daar trekt ze mijn onderbroek uit en haar vinger verdwijnt in mij. Ik voel haar vingertop duidelijk langs mijn schaamlippen en langs de rand van mijn vagina glijden. Ik kreun van genot en voel verwarring. Want is het wel een vinger die ik voel? Nee, het is geen vinger, ik voel een pik. Een dikke harde pik in mij. De pik blijkt van M. te zijn die inmiddels op me is gekropen en me neukt. Ik geloof mijn door de rosé-roes en de extase vertroebelde waarneming nauwelijks, maar ik voel toch echt hoe die pik in mij heen en weer gaat. M. wil nog verder op me kruipen en ik trek mijn jurkje verder omhoog en sla mijn benen om haar billen. Ik kreun, nee ik krijs bijna van genot. Wat is haar pik dik en diep in mij… Dit wonder hebben we samen al eerder beleefd, maar de heftigheid waarmee het nu gebeurd overdondert me volledig. Ik heb seks met een vrouw die mannelijk aanvoelt. Een vrouw met een piemel. Onbegrijpelijk en fysiek gezien totale onzin, maar het gebeurt echt. Ik kan niets anders doen dan me er aan overgeven. Totale overgave, totale ontvankelijkheid. Ik concentreer me op mijn vrouwelijke energie en ik voel mijn bekken ruimer worden. Meteen vult de energetische pik van M. deze ruimte op en ik zak dieper in de extase. Oooohhh, ik wil een echte kut!