zaterdag 27 september 2014

Meeting M.

Ik word wakker in dezelfde onrust als waar ik mee in slaap viel. Ik voel M., zo lijkt het. Onze connectie lijkt nog intact, de toegang is alleen vaak versperd door pijn, frustratie, boosheid en verdriet. Aan beide kanten. Jachtige gedachten vullen mijn hoofd nog voor dat ik doorheb dat ik aan het ontwaken ben. Langzaam word ik mijn lichaam gewaar en de onrust in mijn hoofd verspreidt zich als een olievlek door mijn lijf dat meteen gaat draaien en woelen. Mijn lijf begint te schokken wanneer de emoties over het verbreken van mijn relatie met M. ook wakker worden. De eerste tranen van de dag dienen zich aan.

Als ik uitgesnotterd ben kijk ik op de wekker en zie dat de nacht qua tijdsduur prima was: iets meer dan acht uur geslapen en ik geloof ook vrij diep, want ik kan me niet herinneren dat ik er vannacht uit geweest ben om te plassen. Dat is bijna een wonder. Mijn blaas klopt nu dan ook flink aan de deur en ik ga uit bed en naar de wc. Daarna pak ik mijn tablet en kruip terug in bed. Ik maak een holletje van mijn hoofdkussen en het kussen waar M. altijd op sliep en probeer troost te vinden bij Facebook. Ik blader door de melige, oppervlakkige en semi-serieuze boodschappen die Facebook zo kenmerken; ook bij mijn vrienden. Omdat ik relatief veel vrienden heb die met bewuste persoonlijke ontwikkeling bezig zijn, komt er op het statusoverzicht regelmatig een inspirerend bedoelde boodschap voorbij. Soms ervaar ik ze als zielloze platitudes, soms raken ze me diep in mijn hart. Dat zal wel te maken hebben met of ik zelf op dat moment toevallig met zo’n thema bezig ben. Mijn oog valt op de post van G.: “You can be destined to meet but not destined to be together. Seasonal relationships often teach the most powerful lessons”. Mijn hart verzet zich meteen tegen deze uitspraak en bloedt tranen van verdriet. Het voelt alsof M. en ik bij elkaar horen. Alsof we voor elkaar bestaan. Lotsbestemming, we hebben het woord vaak gebruikt in onze relatie. En nu komt G. me vertellen dat het niet ons lot is om samen te zijn? Dat we slechts passanten zijn met een les voor elkaar?

Het is zeker zo dat M. me veel heeft geleerd. Voor mij is ze een inspirerend voorbeeld van hoe je speelsheid in je dagelijkse leven brengt, hoe je plezier hebt om kleine dingen, hoe je je creativiteit laat stromen, hoe je meer in het moment leeft. Ze heeft me laten ervaren dat ik wel degelijk liefde kan ontvangen en dat ik onvoorwaardelijke liefde kan geven. Ze leerde me mijn plezier en mijn verantwoordelijkheidsgevoel in een nieuwe balans brengen. Ze leerde me hoe ik over schaamtes heen kon stappen. Ze heeft me laten ervaren dat ik bijzonder ben. En dat ik er helemaal mag zijn zoals ik ben. Haar vrije geest was precies de positieve omgeving die ik nodig had om mijn genderdysforie aan de oppervlakte te brengen. De steunende omgeving die ik al mijn hele leven had gemist. Ze heeft me met troost, steun, raad en daad gestimuleerd om de vrouw in mij te laten groeien. Daarmee is ze onmisbaar geweest voor mijn proces. Daarmee heeft ze de deur naar mijn nieuwe levensfase wijd opengehouden.

Misschien was het haar lotsbestemming om mij te helpen vrouw te worden. Misschien was het haar taak om mij het vertrouwen te geven dat ik nodig had. Vertrouwen dat ik alleen kon ervaren als ze heel dicht bij me kwam en zonder oordeel een helpende hand uitstak. En nu sta ik op de drempel om helemaal als vrouw te gaan leven, nu ben ik begonnen met medische ingrepen, nu is mijn coming-out in bijna al mijn levensgebieden compleet. De nieuwe fase in mijn leven is begonnen. Maar waarom zou dit dan het moment zijn om afscheid van elkaar te nemen? Waarom mag ze niet met me mee reizen in mijn nieuwe leven? Waarom is de les al afgelopen? Ik vind het ongelooflijk wreed en onverteerbaar dat ze geen rol meer lijkt te mogen spelen in de tweede helft van mijn leven. Dat onze liefde voor elkaar nu in totale onmacht lijkt te stranden is bitter. Ik wil zo graag en zij ook. Als ze morgen met een tas kleren voor mijn deur zou staan, dan zou ik haar binnenlaten en in mijn armen sluiten. Ik zou mijn kledingkast voor haar ontruimen en mijn huis en mijn leven voor haar openstellen. Lieve M., ik hou van jou. Voor altijd.


dinsdag 23 september 2014

Paniek


Ik hijg. Terwijl ik gewoon achter de computer aan het werk ben. Mijn ademhaling gaat flink heen en weer. De luchtstroom komt hoogstens vijf centimeter in mijn longen, zo voelt het. Ik hijg niet van inspanning. Ik ben in paniek. Mijn hart klopt luid en snel. Ik slik en voel mijn adamsappel over schuurpapier schrapen. Mijn hoofd lijkt rondjes te draaien op mijn nek. Het is goed dat ik zit, want mijn benen worden zo slap dat ze me niet hadden kunnen dragen. Een deel van mijn zintuigen sluit zich af. Ik hoor niks meer. Ik zie alleen nog een onscherpe weergave van mijn tekstverwerkingsprogramma. Het lijkt alsof alle energie in mijn hoofd zich naar één punt beweegt. Alsof alles alleen nog maar om één ding draait. Ik hoor in mijn hoofd duizend stemmen door elkaar heen schreeuwen. Het is één brij van woorden, maar omdat ze allemaal hetzelfde roepen kan ik ze toch verstaan: “Bel haar op, bel haar op, bel haar op”. Ik wil haar bellen. Ik wil haar dolgraag bellen. Ik weet dat ik wel honderd liefdevolle redenen heb om met haar contact te zoeken. Om het goed te maken. Maar het zijn niet die redenen die me naar mijn telefoon doen grijpen. Het is de instinctieve drang om van het oorverdovende ritmische gebonk van de stemmen in mijn hoofd af te zijn. Ze jagen me op, ze putten me uit, ze maken me gek. Mijn telefoon bibbert in mijn hand terwijl mijn vinger zijn weg zoekt op het scherm. Het duurt eeuwen voordat ik druk. Ik start Whatsapp en stuur een bericht. Een bericht naar L.: “Help, ik wil M. bellen, help!”. Ik laat mijn telefoon op mijn bureau vallen en barst in huilen uit.

Een paniekaanval. Alweer. Net als vanochtend tijdens het ontbijt. Net als vanochtend toen ik mijn ochtendoefeningen deed. Ontegenzeggelijk zijn het paniekaanvallen, zo lees ik op Wikipedia:
Een paniekaanval is een uiting van intense angst die meestal plotseling begint en niet erg lang duurt (doorgaans enkele minuten tot een half uur). De symptomen zijn onder andere beven, sterk zweten, pijn in de borst, hartkloppingen, duizeligheid, misselijkheid, een tintelend gevoel (meestal in handen of benen), benauwdheid en hyperventilatie. Verder treden mogelijk sterke vecht- of vluchtreacties en depersonalisatie op. Een paniekaanval gaat vaak gepaard met de angst om flauw te vallen of dood te gaan. Kenmerkend aan de 'paniekdenkwijze' is dat die denkwijze vaak niet wordt gekenmerkt door verstandelijke oplossingen, maar meer door onlogische, emotionele geladen gedachten.
Ik zucht en probeer diep adem te halen. Vandaag is het flink raak. Elk uur krijg ik wel een paniekaanval. Ik schrik er op zich niet meer van, want ik heb ze de afgelopen week al wel vaker gehad. Maar de frequentie beangstigt me wel. Begin vorige week gebeurde het maar af en toe. Toen gingen mijn paniekaanvallen over van alles en nog wat: zaken die ik meemaakte in mijn transitieproces, angst over hoe mijn lichaam er in de toekomst uit zou komen te zien, het gedoe met mijn ex. Maar nu gaan mijn aanvallen allemaal over hetzelfde onderwerp: M.

L. reageert via Whatsapp: “Adem in, adem uit”. Op het ritme van de letters van haar berichtje adem ik. L. herinnert me eraan dat mijn emotionele systeem het verlies van een geliefde slecht aankan vanwege vroeger. Vanwege mijn gemiste moederliefde. Mijn liefde voor M. komt uit het nu, maar de pijn van het verlies zit bomvol met pijn uit het verleden. Ik weet het. De onverdraaglijke pijn van afwijzing die ik als kind voelde, voel ik nu weer en hij maakt me even hulpeloos als toen. Totaal ontredderd en niet in staat zelfredzaam te handelen raak ik in paniek. Als meisje van vier jaar kan ik dan niets anders bedenken dan dat ik bij M. wil zijn. Punt uit. Dat is geen hartsverlangen, dat is de infantiele impuls van een gekwetst kind. Een affront voor de liefde die ik voor M. voel als ik helemaal bij zinnen ben.

L. appt haar duim blauw om mij tot bedaren te brengen, om mij aan te spreken op mijn realiteitszin. Dat werkt. Mijn hoofd wordt wakker. Maar mijn hoofd is slim. Mijn hoofd vraagt zich af waarom ik het niet vanuit blinde paniek mag proberen goed te maken met M. Ik had onze relatie tenslotte toch ook vanuit blinde paniek kapot gemaakt? Ik voel daarover zoveel spijt. Ik zou zo graag met haar willen praten over wat er vorige week gebeurd is. Willen praten over wat er mogelijk is, over welke compromissen we kunnen sluiten om de tijd te overbruggen waarin we nog niet samen kunnen zijn op de manier zoals we willen. We hebben geen volwassen gesprek gehad. We hebben allebei vanuit pijn en paniek gereageerd. We hebben onze diepe liefde en onze prachtige relatie daarmee tekort gedaan. En elkaar en onszelf heel veel pijn gegeven. Het lukt mij niet te accepteren dat onze liefde wellicht een onmogelijke liefde is. Ik wil dat het werkt. Ik wil godverdomme dat het werkt!

Nu mijn hoofd weer een loopje met me neemt, voel ik weer paniek opkomen. Ik adem in en adem uit. Terwijl mijn lichaam zich ontspant realiseer ik me dat ik te bang ben om M. te bellen. Te bang voor de confrontatie dat ze niets meer met me te maken wil hebben. Te bang dat we het wel gaan proberen, maar weer opnieuw vastlopen. Te bang dat ik zoveel heftige emoties niet aankan. Het is cynisch dat de vluchtroute die ik wil kiezen voor mijn huidige emoties, waarschijnlijk net zulke emoties voor me in petto heeft. Ik voel me klem zitten. Ik voel een paniekaanval aankomen. Adem in, adem uit…

maandag 22 september 2014

Voet

Ik hink door het huis. Mijn voet doet zeer. Hij is ook een beetje gezwollen. Ik kan er op staan dus heel ernstig is het niet. Maar pijnlijk wel. En het is nog mijn eigen schuld ook. Maar dat moet ik even uitleggen. Ik ben in regressie. Mijn genderproces is ingrijpend en heeft diepe impact op alles wie ik dacht te zijn en alles wat ik gewend was te doen. Mijn hele systeem is daarom als het ware aan het terugspoelen om opnames uit het verleden te beluisteren en zo nodig te vervangen door iets nieuws. Iets vrouwelijkers. Dit gaat vanzelf en grotendeels onbewust. Maar door deze regressie is ook het kind van vier jaar dat in mij leeft weer aan de oppervlakte gekomen. Het kind dat zich op die leeftijd zo bewust van zichzelf was geworden dat het de wereld om zich heen totaal niet meer begreep. Het kind dat zich afgewezen voelde om wie het was. Een verdrietig en gevoelig kind. Mijn proces rakelt de emoties en de energie van dit kind op. Daardoor kan mijn systeem met terugwerkende kracht voor het kind in mij een andere afslag gaan nemen, zodat ik eindelijk kan helen. Maar zover is het nog niet. Vooralsnog staat het kind van vier op de kruising met vele wegen en weet zich geen raad. Maar ze domineert met haar aanwezigheid wel mijn emoties en energie van dit moment. Haar primitieve emoties en het gebrek aan geduld en zelfbeheersing hebben me overgenomen. Mijn leven van nu is echter veel te complex voor een kind van vier. Ze heeft in totale paniek de relatie met M. verbroken. Uit frustratie daarover schopte ze vanochtend heel hard tegen de hocker in mijn kamer. En dat had ze beter niet kunnen doen. Ik voel het bloed zich door de zwelling heen kloppen.

De frustratie van het kind van vier is ook de frustratie van de volwassen vrouw die ik ben. Waarom kunnen twee mensen die na al die jaren met gedoe nog steeds verliefd op elkaar zijn, niet gewoon samen zijn? Het is onbegrijpelijk, frustrerend en ongelooflijk verdrietig. Nou ja, om eerlijk te zijn is het niet totaal onbegrijpelijk. Om te beginnen hebben we als borderliner en transgender allebei het nodige op ons eigen bordje liggen. We zijn allebei diep van binnen beschadigd geraakt door het leven. Dat zijn pittige omstandigheden voor een relatie. Dat vraagt heel veel van de onderlinge communicatie. En daar ging het bij ons mis. M. is op het punt van communicatie en praten over gevoelens net een man. Ze wil het liever niet, ze doet het zelden uit zichzelf en als ze het doet dan is het beknopt en het liefst zo omfloerst mogelijk om de pijnlijke kern maar niet te hoeven voelen. Dat was heel frustrerend voor mij. Altijd moest ik het er maar uit zien te peuteren en daarbij een groot gevecht leveren met haar weerstand. Gelukkig blokkeerde ze daar de laatste tijd niet meer zo sterk van als in het begin van onze relatie.

Als ik naar mezelf kijk, dan ben ik op het gebied van gevoelens delen een echte vrouw, geen twijfel mogelijk. Ik wil alles bespreken en delen en er het liefst wel honderd keer op terugkomen. En ik ben altijd stiekem een tikje teleurgesteld als een probleem wordt opgelost, want dan kunnen we er niet meer over praten. Ik realiseer me heel goed dat dat voor M. met haar mannelijke communicatiestijl lastig was. Ik praatte teveel. Het volschrijven van een heel blog hielp nauwelijks om mijn behoefte tot delen te bevredigen. Dus ratelde ik bij M. gewoon net zo hard door. Zij kon al die input vaak helemaal niet verwerken en zat dan glazig voor zich uit te staren. Ik zag dat als een aanmoediging om het allemaal nóg beter uit te leggen, pffff…. Daardoor werd het te intens. Ook in een relatie die dreef op intensiteit, daar was M. echt niet vies van, kon het té intens zijn.

Nu er afstand is kan ik het allemaal helder zien. Maar dat is te laat. Midden in de communicatie met M. was ik slecht ter been. Ik hinkte me met horten en stoten door onze gesprekken. Net zoals ik nu door mijn huis hink als gevolg van mijn domme actie uit frustratie over de gemiste kans. De gemiste laatste kans, want zo voelt het. M. laat zich in haar pijn nu vast koesteren door haar andere partner. Zij valt niet in een leegte zo groot als die van mij. Ze heeft nog een basis om op door te gaan. Een andere relatie waar ze tevreden mee is omdat die meer perspectief geeft om op korte termijn in haar behoefte aan een gezinsleven te voorzien. Waarom zou ze in hemelsnaam ooit nog voor mij kiezen? Uit liefde? Onze liefde voor elkaar spatte er tot op het laatste moment vanaf. Maar die liefde bleek in alle turbulentie in onze relatie uiteindelijk niet voldoende.

Peace

Het is al nacht. Maar ik kan niet slapen. Het is niet het na-ijleffect van het Masterpeace2014 concert waar ik daarstraks (of eigenlijk dus gisteren) was, hoewel het een mooi concert was, met zijn intense momenten. Op de Dag van de Vrede speelden heel veel artiesten uit conflictgebieden van over de hele wereld met elkaar samen de boodschap van verdraagzaamheid. Ik kan er niet aan ontsnappen mijn eigen leven te ijken aan die universele boodschap en dat maakt me verdrietig. Ik heb bonje met mijn ex en ik heb net mijn allergrootste liefde verloren. Ben ik nu zo onverdraagzaam geworden?

Dankzij de afleiding van de muziek en de steun van L. heb ik het redelijk droog gehouden deze avond. Heel wat anders dan de rest van de dag. Van elke zestig minuten die in een uur gaan heb ik er gemiddeld toch wel tien huilend, bijna huilend of nasnotterend doorgebracht. De pijn om het verlies van M. is vreselijk. Het voelt als het meest fundamentele verlies dat iemand kan lijden. M. was de eerste vrouw in mijn leven die me helemaal zag zoals ik was, die desondanks onvoorwaardelijk van me hield en die voor mij een voorbeeld kon zijn. Het pijnlijke is dat ze daarin natuurlijk nooit de eerste had mogen zijn. Maar mijn moeder heeft me deze diepe ervaring nooit kunnen geven.

In mijn hoofd malen gedachten van spijt. Na een maandenlang telkens groter wordende vermoeidheid had ik de laatste weken het gevoel dat ik elk moment kon bezwijken onder de last van het leven. Ik stond letterlijk stijf van de stress, sliep gemiddeld nog geen zes uur per nacht en kon al in huilen uitbarsten als ik de knopen van mijn jas scheef dichtmaakte. De stress van de voortdurende dreiging van het afbreken van onze relatie en de frustratie over de zwijgzaamheid van M. over haar keuzeproces werd me teveel. Ik raakte in paniek: mijn leven was veel te ingewikkeld en ik kon het niet dragen. Er moest iets gebeuren. En zonder na te denken escaleerde mijn vraag naar haar beslissing tot de conclusie dat we niet meer samen verder konden. Ik was op en wist niet meer hoe ik alles het hoofd moest bieden.

En nu kijk ik er op terug en begrijp ik niet wat er is gebeurd, tijdens de avond en nacht voor onze breuk. Was het nu nodig mijn grens zo hard en rigide aan te geven? Hadden we niet samen kunnen onderzoeken wat er mogelijk was om haar samenwoonwens op een alternatieve manier in te vullen? Hadden we niet kunnen afspreken dat ik structureel twee of drie dagen in de week bij haar zou wonen? Hadden we niet samen kunnen kijken naar wanneer ik ver genoeg in mijn proces zou zijn om me weer wat stabieler te voelen? Hadden we niet kunnen kijken in welke vorm haar andere relatie voor mij wel acceptabel zou zijn? Had ik haar niet meer moeten helpen, omdat ze nu eenmaal niet zo goed is in het nemen van beslissingen? Hadden we samen niet meer moeten focussen op wat er goed ging in onze relatie in plaats van op wat ontbrak? Ik begrijp niet hoe we allebei faalden om voorbij mijn paniek en haar passiviteit te kijken naar wat er werkelijk aan de hand was. Ik heb het gevoel dat ik onze relatie verkwanseld heb om een korte termijn probleem op te lossen. Ik heb grote spijt en groot verdriet.

Mijn hart bloedt en mijn hoofd zegt sussend bedoelde woorden. Ik moet niet zo streng voor mezelf zijn, meer verdraagzaam. De relatie voortzetten met M. zou hoe dan ook complex zijn: een transgender en een bordeliner met allebei een kind, in een lange afstands-LAT-relatie die van heteroseksueel naar lesbisch verschuift. Ga d’r maar aan staan. We hebben het al zo vaak geprobeerd, dus moet ik mezelf toch niet verwijten dat ik het te snel en lichtvaardig heb opgegeven? Die transitie verandert zoveel aan me dat ik veel te instabiel ben om een instabiele relatie te hebben. Eerst maar eens vrouw worden.

Alles wat mijn hoofd zegt klinkt natuurlijk plausibel; daar is mijn hoofd goed in. Misschien heeft mijn hoofd zelfs wel op alle punten gelijk. Maar de verlammende pijn vertelt me een heel ander verhaal. Het verhaal dat ik M. terug wil en de rest van mijn leven bij haar wil zijn. Het lukt me niet om vrede te hebben met onze beslissing uit elkaar te gaan. Het lukt me niet om vrede te sluiten met de pijn in mijn hart.

En tegelijk ben ik bang. Waarom bel ik haar niet op? Waarom probeer ik het niet te repareren? Het gezichtsverlies bij mijn vrienden overleef ik wel. Maar ja. Eerlijk gezegd ben ik bang. Bang dat M. en ik onze eindeloze cyclus van aantrekken en afstoten weer gaan vervolgen. Bang dat ik haar weer pijn ga doen en bang dat ik weer gekwetst wordt. Maar tegelijkertijd ben ik bang dat ik deze pijn en het gevoel van spijt de rest van mijn leven bij me zal moeten dragen. Dat ik over deze beslissing geen vrede ga vinden in mijn hart.

zondag 21 september 2014

Verdriet

In de randen van de nacht voel ik de eenzaamheid het sterkst. M. en ik sliepen maar een paar nachten per week samen, maar een nacht alleen in je bed is veel schrijnender als je weet dat er over een paar dagen nog steeds niemand naast je zal liggen. Als je voelt dat zij niet aan jou denkt en in gedachten een ‘welterusten’ naar je kust. Als je weet dat zij wél iemand heeft om tegen aan te kruipen die haar koestert in haar verdriet. Iemand om ’s ochtends tegen aan te kruipen om de kracht te krijgen de nieuwe dag tegemoet te treden. Het is niet dat ik het haar niet gun. Ik wil juist heel graag dat ze gelukkig is. Ze is zo'n geweldige vrouw en ze verdient haar geluk. Ik heb alles gegeven om dat zelf voor elkaar te krijgen, maar dat was niet voldoende. De gedachten dat ik niet genoeg gedaan heb en de ideeën over wat ik beter had kunnen doen, houden me onrustig wanneer ik wil slapen en maken me vroeger wakker dan voor mijn welzijn goed is.

Ik ben niet alleen. Op de dag van de breuk heb ik mijn omgeving gealarmeerd en tot nu toe heb ik aan afleiding dus geen gebrek gehad. Die afleiding is fijn. Maar hij confronteert me even goed met wat er niet meer is. Gisteren was ik bij Y. en het was gezellig. Ik probeerde zo weinig mogelijk over M. te praten, want met al die verhalen geef ik mijn innerlijke drama queen alleen maar een podium. Y. en ik hebben in het verleden genoeg over M. gesproken en mijn verdriet bij het verbreken van de relatie heeft ze ook al eerder gezien. Er hoefde niks gezegd te worden. Mijn verdriet om M. was er toch wel voortdurend bij. Zo zaten we ’s middags op een terras aan het water thee te drinken. Voor ons, op de strook gras tussen ons en het water, zaten een paar ganzen enorm kabaal te maken. Ze wapperden met hun vleugels en riepen en piepten heel hard om elkaar te verjagen. In mijn hoofd hoorde ik hoe M. en ik dit tafereel van commentaar voorzagen, zoals we regelmatig deden. “Nee, dit is míjn grasveldje… Ik zag hem het eerst… Kan wel wezen maar ik kom hier al jaren… Ga toch weg, rare vogel… Nee jij dan met je flapperende vleugels… Ach, jij, houd je snavel!”. En toen de ene helft van de ganzen de andere helft met agressief geschreeuw en gewapper uiteindelijk wegjoeg, wist ik zeker dat ik M. vanuit mijn ooghoek het grasveld op zag rennen om met wapperende armen en een goede imitatie van ganzengeluid de resterende ganzen een koekje van eigen deeg te geven. Even wilde ik opspringen om met haar mee te rennen, de ganzen te verjagen en vervolgens lachend met haar in mijn armen op het gras neer te ploffen. Maar ik bedwong me. M. rende niet over het gras. Ze was hier niet. Ik was met Y. Ik voelde Y.’s hand op de mijne toen de tranen in mijn ogen opwelden.

De liefde van mijn dierbare vrienden is fijn en verzachtend. Maar het is onvoldoende om mijn pijn weg te nemen. Een knuffel van een vriendin helpt wel mijn tranen te drogen, maar van binnen huil ik net zo hard door. Ik ben niet alleen, maar voel me wel eenzaam. Er is niemand die mijn verdriet kan wegnemen. Het moet slijten. Dat zal het vast ook wel doen, maar ik heb het gevoel dat deze pijn nog heel lang bij me zal blijven. Ik bereid me voor op een lange periode van verdriet. Verdriet dat alleen weggenomen kan worden door het langzame slijpwerk van de tijd of door een knuffel van M. De naïeve gedachte dat ze ineens voor mijn deur staat om me in de armen te vliegen komt wel honderd keer per dag op. Ik droom, ik verlang en ik hunker. De koude douche van de realiteit is telkens weer bitter.

zaterdag 20 september 2014

Ochtendritueel

Vanochtend werd ik onrustig wakker. Mijn gedachten waren bij M. Mijn hart bloedde. Mijn ogen traanden. Na een tijdje stond ik op. En ondanks dat de herinnering aan het verlies nog nasnotterde in mijn neus, was mijn eerste impuls om mijn telefoon te pakken en te checken of ik niet een berichtje had gekregen. Een berichtje van M. Dat checkte ik elke ochtend. Of ze nu wel of niet een lief berichtje naar me had gestuurd en of ik nu wel of niet een berichtje naar haar ging sturen, op deze momenten dacht ik aan haar en voelde ik me gelukkig. Wanneer ik me niet zo goed voelde was ik altijd extra blij met een berichtje van haar. Vandaag was zo’n dag dat een berichtje van haar me goed had gedaan. Maar dat berichtje was er niet en ik realiseerde me dat het er ook nooit meer zou komen. De bodem knalde onder mijn voeten uit en heel even wilde ik dat alles ophield te bestaan.

Herinneringen aan M. zijn overal. Het venijn zit hem in de kleine, onbenullige dingen. Gisterenmiddag hing ik de was op. Toen ik het dekbedovertrek dat binnenstebuiten uit de wasmachine was gekomen weer buitenstebuiten keerde, dacht ik aan haar. Zij hield haar dekbedovertrekken graag binnenstebuiten, want dat was makkelijker met de manier waarop zij overtrekken over het dekbed heen deed. Die herinnering laaide de heidebrand in mijn hart met volle hevigheid op. Met de punt van het natte dekbedovertrek in mijn hand, zakte ik door mijn benen en huilde ik, half liggend op de grond, lang en hartverscheurend.

Naast herinneringen maakt mijn brein ook veel vragen en zaait hij twijfel. Had ik het niet anders moeten aanpakken? Had ik niet dit of dat moeten zeggen? Heb ik haar wel voldoende kans gegeven een keuze te maken tussen hem en mij? Waarom heeft ze haar twijfels en behoeften zo weinig met mij besproken? Had ze die twijfels überhaupt ooit ter sprake gebracht als ik er niet over was begonnen? Waarom deelde ze zich zo weinig met mij, terwijl ze mij in het verleden zo vaak had verweten dat ik haar buitensloot van mijn gender-proces; ze zou dan toch beter moeten weten? Waarom deed ze dit of dat? Waarom heb ik zus of zo? Een eindeloze stroom vragen. Vragen die doordrenkt zijn van teleurstelling en het sterke verlangen toch weer met haar verder te gaan. Zij is en blijft de vrouw met wie ik mijn leven wil delen. En dat is wederzijds. Maar het leven zelf lijkt dat geloof ik maar niet te willen begrijpen.

Het voelt alsof ik een hoge prijs betaal voor mijn proces, dat schreef ik gisteren al. Terwijl de reden dat M. en ik niet samen verder kunnen eigenlijk niet primair met mijn transitie te maken heeft, maar met M.’s sterke innerlijke conflict tussen haar hartsverlangen (met mij zijn) en haar acute aardse behoefte (samenwonen en de structuur van een gezinnetje hebben). Dat conflict bestaat mede omdat ik haar aardse behoefte op dit moment niet kan invullen; en dat heeft dan wél weer met mijn transitie te maken. Ik moet eerst in mijn nieuwe identiteit voet aan de grond hebben gevonden voordat dat ik verder kan kijken. Ik sta nu heel wankel en mijn vertrouwde eigen ruimte is zo ongeveer het enige waar ik wat stabiliteit aan kan ontlenen. Door onze samenwoonervaring van een paar jaar terug weet ik hoe belangrijk dat nu voor me is. Indirect is mijn proces dus eigenlijk tóch van grote invloed op het stuklopen van onze relatie. Het is alleen niet de enige factor. Maar de drama queen in mij vind het gewoon lekker om al die nuances weg te laten en uit te roepen dat ik een hoge prijs betaal. Ik realiseer me dat de pijn in mij daardoor alleen maar groter wordt. Maar ja, die drama queen is een lastige tante. Het lukt me gewoon soms niet haar het zwijgen op te leggen.

Vorig jaar verbraken M. en ik onze relatie ook. Toen stortte ik in depressiviteit en was ik zelfs suïcidaal. Die gevoelens zijn ook nu dichtbij, maar ik doe er alles aan om ze buiten de deur te houden. Op de dag van onze breuk heb ik vrienden geïnformeerd en ze als hulptroepen in paraatheid gebracht. Ik heb er voor gezorgd dat ik elke dag een van hen zie om te voorkomen dat ik in lethargie en depressiviteit wegzak. En omdat ik weet dat mijn gevoel zich toch regelmatig aan me opdringt en ik toch wel aan het verdriet toe kom, stort ik me op de andere momenten in duizend dingen om me af te leiden: het gezeik met mijn ex over de alimentatie, het regelen van praktische zaken (zoals een website) voor de naamsverandering van mijn bedrijf die ik gepaard wil laten gaan met mijn coming-out in mijn werk, twee theaterproducties waar ik me aan verbonden heb en mijn werk. Helaas kan ik me voor dat laatste op dit moment niet zo goed motiveren. Als coach andere mensen helpen hun problemen op te lossen gaat gewoon minder lekker als je zelf midden in de shit zit. Zoek het lekker zelf uit!

Mijn aanpak in deze crisis is dus iets anders dan vorig jaar. Maar ik denk dat mijn kansen vooral gunstiger zijn doordat ik op een andere plek sta in mijn proces. Ik ben verslagen en in diepe pijn, maar ik heb een heel helder doel voor de korte termijn. Een doel dat me in beweging houdt. Een doel dat me motiveert om door te gaan: het doel om vrouw te worden. Met tranen in mijn ogen en een diepe wond met een schrijnend onvervulbaar verlangen in mijn hart draag ik de prachtigste herinneringen aan M. in mijn gedachten mee terwijl ik door ga op mijn pad. Mijn ongelooflijk moeilijke pad.

vrijdag 19 september 2014

De dag erna

De zon was al op, dat kon ik door de gordijnen heen zien. Al een tijdje, dus het was niet vroeg, dat kon ik zien aan de kleur van het licht. Mijn lijf voelde slap en zo was ik al tijden niet meer wakker geworden. De laatste weken stonden mijn spieren elke ochtend zo strak als een trommelvel en klopte de stress al door mijn bloedvaten voor ik überhaupt mijn ogen had opengedaan. Deze ochtend was het anders. Ik had eindelijk weer eens diep en ontspannen geslapen. En lang ook, zag ik toen ik op de klok keek: ruim acht uur. Zolang had ik het al tijden niet meer volgehouden. Best raar, de eerste nacht nadat ik mijn allergrootste liefde had verloren. Mijn zielsverbonden liefde die me zo vervulde.

Misschien had ik goed geslapen dankzij de Circle of Presence; een tweewekelijkse ontmoeting tussen mensen van de retraite van Isaac Shapiro, waar met meditatie en gesprek aandacht gegeven wordt aan innerlijke balans en ontwikkeling. Bang voor mijn emoties sleepte ik me daar gisterenavond heen en werd ontvangen in de warme koestering van compassie en liefde. Of misschien kwam de ontspanning vannacht van de totale overgave aan het verlies. Het volkomen opgeven van de strijd. Okee, kosmos, je hebt me op de knieën; ik verzet me niet meer. Je hebt me zo ongeveer de allergrootste prijs laten betalen voor mijn niet uit vrije wil gekozen levenspad. Je hebt me alles afgenomen. Ik heb niks meer over. Nou ja, nog wel iets. Nog één diep dierbaar persoon. Maar daar durfde ik niet aan te denken, want anders bracht ik de kosmos nog op ideeën.

Met mijn ogen nog half dicht begon ik onrustig te woelen op de herinneringen aan M. Al bij de eerste woel kwamen mijn tranen. Tranen van intens verdriet. Er was een stuk van mijn hart geamputeerd dat voor de rest van mijn leven een leegte zou achterlaten. Ik wilde het uitschreeuwen van smart maar smoorde mijn geluid met het kussen. Ontladen gaat toch niet zo makkelijk als je weet dat in de kamer naast je twee Airbnb-gasten liggen te slapen. Het doffe, gesmoorde geluid van mijn eigen gejank klonk als het geluid diep onder water. Het deed me verlangen om diep onder water te zijn en langzaam te verdrinken. Te verdrinken om nooit meer adem te halen en verlost te zijn van mijn pijn en de last van mijn leven.

Ik schrok van dat verlangen en riep mezelf tot de orde. De vloek van mijn hooggevoeligheid maakte mijn leven misschien nog wel moeilijker dan mijn genderdysforie. Ik draaide me om in bed, snotterde wat na en probeerde terug te denken aan de koestering van de Circle gisterenavond. Zo lag ik nog zeker vijf minuten met mijn ogen dicht te luisteren hoe mijn ademhaling langzaam stiller werd. Toen ging ik uit bed. Ik ging naar het toilet, dronk een glas water en pakte mijn tablet. Ik wilde mijn Circle-vrienden via Facebook nogmaals bedanken voor hun steun. Toen ik de Facebook app startte zag ik M. Ze stond bovenaan de lijst met Topvrienden. Ik keek in de ondeugende ogen die ze op haar profielfoto had. Ze priemden recht in mijn hart. Ik huilde en huilde en huilde, zo stil als mogelijk om mijn gasten niet te wekken. Na een tijdje opende ik mijn ogen en zag ik mijn vinger weer naar het apparaat bewegen. En toen gebeurde het: ik tikte op haar profielfoto, toen op de knop Vriend en hield mijn vinger vervolgens boven de optie Ontvrienden. “Sorry liefste, ik hou van jou”, prevelde ik voordat ik mijn vinger op het glas van het apparaat drukte. De pijn in mijn lijf vertelde me dat het onmogelijk was iemand los te laten die zo diep met je verbonden is. Het loslaten van deze digitale verbinding scheurde al alles kapot van binnen. Tevergeefs probeerde mijn hoofd me gerust te stellen toen ik het gevoel kreeg dat ik deze pijn de rest van mijn leven bij me zou dragen. Dat het me niet zou lukken om haar los te laten. Ze is zo bijzonder en belangrijk voor mij. Ze is zo dichtbij gekomen dat het, nu ze weg is, voelt alsof ze de helft van de inboedel van mijn hart heeft meegenomen en ik in leegte en in pijn de rest van mijn leven moet uitzitten tot de dood me verlost.

Terwijl ik dit typ, hoor ik mijn gasten ontwaken. Ik hoor de douche aangaan. Het lijkt alsof ik daardoor ook ontwaak. Ik adem diep in en uit en kijk om me heen. Buiten zie ik vogels vliegen rond de bomen in mijn straat. De eerste boomblaadjes kleuren al geel. De herfst komt. Voorbode van donkere dagen. Donkere dagen die zeker zullen komen. Maar ik leef nog. Ik adem. Het enige dat ik kan doen is doorgaan. Doorgaan op mijn moeilijke pad. Doorgaan met vrouw worden. Als ik alles zou opgeven dan zou het offer van M. en mij helemaal zinloos geweest zijn. Ik moet verder. Ik ga verder. Met een onbeschrijflijke pijn in mijn hart ga ik verder.

donderdag 18 september 2014

Soulmate

We stonden verwachtingsvol op de vloer en keken naar de regisseur om ons de volgende opdracht te geven. Om onze ‘emotionele acteerspier’ te trainen kregen we improvisatieopdrachten. “Sluit je ogen en haal je voor de geest wat je allergrootste angst is”. Ik sloot mijn ogen. Ik voelde het meteen: mijn allergrootste angst is om alleen achter te blijven. De woorden kwamen in me op, een beeld tekende zich op mijn donkere netvlies en een hele diepe pijn stuwde zich omhoog. Ik begon meteen te huilen. Heftige emoties liggen bij mij de laatste tijd vlak bij de oppervlakte. Misschien wel gewoon er op. De kosmos lijkt er de laatste tijd een genoegen in te scheppen om alles waar ik bang voor ben bewaarheid te laten worden. Alles is aan het instorten in mijn leven, één voor één. En telkens als ik denk dat ik het ergste gehad heb, doet de kosmos er nog een schepje bovenop. Maar ik was er niet bedacht op dat ik met vuur speelde toen ik me tijdens de theaterrepetitie mijn allergrootste angst voor de geest haalde. Nu, twee dagen later, weet ik dat maar al te goed.

Vanochtend is mijn relatie met M. gestopt. Alweer, hoor ik je zeggen. Ja, alweer. Onze verbinding is zo krachtig en onze liefde voor elkaar is zo groot dat we telkens weer bij elkaar komen in de hoop dat we samen oud en gelukkig worden. Ondanks alle tegenslagen. Maar deze keer zijn we er allebei diep van doordrongen dat de problemen te groot zijn. M. heeft voor haar eigen proces behoefte aan stabiliteit, voorspelbaarheid en een gestructureerd gezinsleven, met partner, kind en de nieuwe kinderen die ze zegt te willen. Dat is zo ongeveer alles wat ik haar niet te bieden heb. Nu niet en de komende jaren niet. We wisten alle twee toen we onze relatie weer oppakten dat die behoefte niet ingelost zou worden. Haar behoefte was bereikbaarder bij P., haar andere partner. Bij onze nieuwe start gaf ik al aan dat het voor mij niet okee was om één van haar twee relaties te zijn. Dat voelde onevenwichtig, minder speciaal en ingewikkeld. Hoe wilde ze in hemelsnaam dan met me gaan samenwonen? Hoe stelde ze zich dat voor? De ‘significant other’ noemen we bewust niet de ‘significant bunch’. Ik wilde dat ze een keuze zou gaan maken. Voor mij of voor hem. Omdat ik als geen ander weet hoe moeilijk sommige keuzes zijn, gaf ik haar de tijd. Niet oneindig, maar ik probeerde al mijn geduld in te zetten om haar de ruimte te geven.

Ze nam de ruimte. In de tussentijd werd ik voortdurend geconfronteerd met P. Door onze sterke connectie merkte ik het wanneer ze bij hem was. Ik voelde zijn aanwezigheid nog wanneer ik met haar in het bed kroop waar hij de nacht ervoor nog met haar had geslapen. Ik zag haar het plaatje van een groot hart naar hem appen; het plaatje dat ik speciaal had gekozen om mijn liefde voor haar uit te drukken. Het werd doorgestuurd alsof het míjn liefde voor hém betrof. Dat deed telkens pijn en confronteerde me telkens met zijn bestaan en het zwaard van Damocles dat boven mijn hoofd hing: ze zou immers een keuze gaan maken. En die keuze kon ook best in mijn nadeel uitpakken, gezien haar behoefte aan een ‘normaal’ leven.

Maar tegelijk wilde ze helemaal geen ‘normaal’ leven. Ze vond kinderen eigenlijk ook ontzettend vervelend en verlangde naar het vrije bestaan (voor zover mogelijk als gescheiden parttime ouder), onze sterke connectie en de onbegrensde fantasierijke mogelijkheden die onze relatie haar bood. Dat gaf me hoop. Dat haar verlangen naar mij en haar behoefte aan iets anders twee verschillende grootheden zijn die je niet tegen elkaar kunt afwegen, realiseerde ik me niet.

In de huidige fase in mijn proces, waarin ik nauwelijks nog kan dragen wat er op mijn bordje ligt, was het zwaard van Damocles me teveel geworden. Ze stelde de keuze zo lang uit dat het duidelijk was dat ze zelf die keuze nooit zou maken. Daarvoor was ze te verscheurd. Gezien mijn jarenlange getwijfel over mijn genderkeuze was ik de laatste persoon die haar besluiteloosheid mocht verwijten, maar mijn grens was bereikt. Als zij niet voluit voor de relatie met mij zou gaan, zou het nooit iets worden. Ze hield afstand, de voet aan de rem en stond met één been buiten onze relatie. Dat wilde ik in mijn verliefdheid liever niet zien. Ik had wel door dat ik voor mezelf een rookgordijn had gecreëerd, maar ik hoopte daarmee een hoger belang te dienen. Het belang van een gelukkig en lang leven samen met haar. Maar het rookgordijn begon me te verstikken. De frustratie van een onevenwichtige relatie waarin ik er vol voor ga en zij blijft aarzelen werd te groot. De constante dreiging haar te verliezen leek pijnlijker dan dat verlies zelf. Ik kon dit niet meer aan. Ik vroeg haar om een keuze. Een hartverscheurende keuze, want we voelden nog steeds het verlangen om samen oud te worden, maar wisten niet hoe we dat moesten bereiken.

En nu ben ik alleen. Niet echt, want ik voel haar aanwezigheid nog, maar die probeer ik te negeren. Ik voel ons afscheid nog, intens verdrietig en intens liefdevol. Twee mensen die ongelooflijk veel van elkaar houden en op zo ontzettend veel niveaus een sterke klik hebben, moeten elkaar loslaten. Niet uit gebrek aan liefde. Niet uit onwil. Maar uit onvermogen. We weten niet meer hoe het moet. We kunnen dit niet voor elkaar krijgen. We hebben zoveel geprobeerd en zoveel pijn doorstaan. Maar we kunnen het simpelweg niet meer opbrengen. Het stopt hier. Mijn pijn maakt een laatste groet onmogelijk.

Who doesn't long for someone to hold
Who knows how to love you without being told
Somebody tell me why I'm on my own
If there's a soulmate for everyone




maandag 15 september 2014

Het Net van Murphy

De touwen van het net raken mijn lichaam al. Op sommige plekken begint mijn weefsel er al een beetje doorheen te puilen als het vlees van een rollade. Het net is zich aan het sluiten. Ik kom steeds verder in de knel. Zo voelt het althans. De laatste maanden ben ik moe. Heel moe. Ik slaap onrustig en structureel te kort. Mijn incasseringsvermogen is laag. Mijn emotie labiel. Mijn oordeelsvermogen steeds slechter. Waarschijnlijk ben ik inmiddels verminderd toerekeningsvatbaar. En het is precies in deze omstandigheid dat Murphy floreert. Niet met zijn Wet, maar met een Net. Een net dat me langzaam maar zeker wurgt. Werkelijk alles wat maar fout zou kunnen gaan, gaat fout. De tegenslagen hebben zich zo hoog opgestapeld dat de kapotte cv-ketel van vanavond net even te veel was. Ik brak.

Mijn geslachtsaanpassing is een heftige transitie. Emotioneel gezien pittig. Mentaal gezien complex. Praktisch gezien ongelofelijk veel werk. En financieel gezien een rib uit mijn lijf. En daarnaast moet ik ook mijn normale leven nog even voortzetten. Een leven waarin ik te weinig energie heb om te werken. Waardoor ik voortdurend leef met de druk van deadlines die ik weer niet haal. En met de druk van nieuwe freelance-opdrachten die ik weer niet ga scoren omdat ik wegens gebrek aan energie en onzekerheid over hoe ik me moet manifesteren niet in staat ben fatsoenlijk acquisitie te doen. Met als gevolg dat ik al bijna twee jaar elke maand meer geld uitgeef dan dat ik verdien. Elke maand zie ik haren verdwijnen. Althans, uit mijn reserves verdampt het budget voor haartransplantaties dat ik zo hard nodig heb. En keer op keer komen er kleine en grote financiële tegenslagen bij. Ook al is het natuurlijk niet slim om rijdend op de snelweg even een app-je te sturen, ik baalde stevig van de vette boete.

Daarnaast lopen frustraties over mijn haar ook op, omdat ik inmiddels al verschillende experts heb bezocht die allemaal geen oplossing bleken te hebben om, gedurende de wachttijd op de volgende haartransplantaties, zonder pruik te kunnen leven én zonder lelijke inhammen. En omdat het nog wel anderhalf tot twee jaar duurt voordat de transplantaties een acceptabele haardos hebben gecreëerd.

Mijn testosteron jojoot daarnaast al maanden heen en weer vanwege traagheid en onvermogen van het VU om mij snel de geschikte medicijnen in de juiste dosis voor te schrijven. Om gek van te worden. 

Leven in twee identiteiten wordt steeds moeilijker en de frustratie over gebrek aan voortgang steeds groter. Alleen al het wijzigen van een accountnaam leidt tot drama’s. Ik wil vooruit en tegelijk moet ik afremmen omdat het voor S. snel gaat. Mijn ex roert zich op een hoogst onprettige manier in dit hele proces. Ze is totaal niet van wils om mijn ideeën en afwegingen te horen; het moet op haar manier lopen omdat haar waarnemingen, analyses en conclusies de enig juiste zijn. Dat is op zich niks nieuws onder de zon, maar wel heel erg frustrerend. Tel daar bij op dat ze mijn moment van financiële nood aangrijpt om een herberekening te eisen van de alimentatie die ik betaal. Los van dat ik geen energie heb voor al dat gedoe ben ik bang dat ze juridisch gezien nog een aardige kans maakt omdat ze geen samenlevings­overeenkomst heeft met haar partner (die gewoon een inkomen heeft) en al het geld dus van mij moet komen en ik – ondanks gebrek aan inkomen – nog wel de nodige reserves op mijn bankrekening heb staan. Reserves die ik graag zou willen gebruiken om te kunnen worden wie ik ben en die ik nodig heb om de komende tijd van te leven. Haar gedram om meer geld voelt als het langzaam dichtknijpen van mijn keel.

In deze staat van permanente crisis zijn de kleinste huiselijke tegenslagen al teveel. Een kapotte theepot doet me vloeken. Een deur van de vriezer die wéér openstond waardoor wéér de hele vriezer onder ijs bedekt zat en de etenswaar die er in zat wéér ontdooit was doet me tieren. En de cv-ketel die vanavond besloot om maar te gaan lekken deed me in wanhoop op de vloer zakken. Huilend zat ik met de natte dweil op mijn schoot voor het apparaat dat gestaag water op de vloer liet lopen. Ik kon dit niet aan. Hield het nu nooit op! Daar ging mijn nachtrust. Dat werd dweilen met de kraan open. En morgen weer een dag met gedoe en geregel om alles gerepareerd te krijgen. Dat betekende dus weer een dag niet werken, geen geld verdienen en weer een deadline niet halen. En het betekende tegelijk weer geld uitgeven omdat ik dit niet zonder professionele hulp kon repareren. 

Schreeuwend en huilend zat ik op de grond met mijn schouder tegen de deur van de cv-kast aangeleund. Ik had de kracht niet meer om rechtop te zitten. Ik had de kracht niet meer om rustig na te denken. Ik had de kracht niet meer om een loodgieter te bellen. Het enige dat ik voelde was het Net van Murphy dat zich zo strak om mij heen sloot dat ik geen adem meer kreeg. Nee, dat is niet waar. Er was nog iets te voelen: mijn pijnlijke voet die ik in een wanhoopsuitbarsting van woede ergens tegenaan had geschopt waar ik dat beter niet tegen had kunnen doen. Ik huilde, jammerde, vloekte zo lang tot ik te moe was om nog tegen mijn lot te protesteren. Toen werd ik overspoeld door het gevoel van machteloosheid dat een veroordeelde voelt wanneer zijn hoofd op het hakblok wordt gelegd en de beul zijn glanzende bijl tevoorschijn haalt. Ik kon dit niet meer dragen.

Eenmaal uitgesnotterd zie ik het weer iets helderder. En heb ik de loodgieter gesproken die morgen mijn acute probleem komt oplossen. Maar het gevoel van het Net van Murphy blijft. Ik zit klem. Ik zit fucking klem. Wanneer wordt mijn leven weer wat eenvoudiger?

donderdag 11 september 2014

Donderwolk

De derde dag is aangebroken. De derde dag waarop ik probeer mijn digitale identiteit te veranderen van Man-ik naar Lisa. Mijn Microsoft identiteit, welteverstaan. Op verzoek van Windows 8 destijds aangemaakt, zodat ik lekker mijn bestanden en foto’s in ‘de cloud’ kon zetten. Sindsdien kocht ik ook een Windows smartphone en een Windows tablet, dus zo’n binair wolkje bleek best handig. Alleen luisterde mijn wolkje bij Microsoft naar de naam Man-ik, in de vorm van een bij Microsoft aangemaakt Man-ik emailadres. En dat wilde ik dus wijzigen.

Ik begon er met goede moed aan. Drie dagen geleden. Simpel het Man-ik emailadres veranderen naar het Lisa emailadres dat ik enige tijd geleden al had aangemaakt om die alvast maar te claimen. Nee dus. Dat ging niet. De enige manier was om mijn Lisa emailadres te verwijderen en dan mocht ik het over een jaar nog eens proberen. Want een verwijderd emailadres wordt minimaal een jaar niet opnieuw uitgegeven. Dat laatste is natuurlijk niet heel raar, maar zat me wel behoorlijk in de weg. Een jaar wachten leek me een slecht idee en dan liep ik opnieuw het risico dat een andere Lisa me te vlug af zou zijn. Dan zou ik alsnog opgescheept zitten met een adres als ‘Lisa4628910’.

In een vlaag van masochisme zocht ik contact met Microsoft Support. Ai. Het vergde een kwartier op de website door FAQ’s klikken voordat ik de mogelijkheid had gevonden om te bellen (‘Even geduld a.u.b., uw telefoonrekening kan elk moment ontploffen’), te chatten of een bericht achter te laten. Aangezien de support-medewerkers hun werkdag al lekker vroeg hadden beëindigd, moest ik voor het laatste kiezen. Na bijna een dag kwam het antwoord: een door een stuk software gegenereerde mail met mogelijke oplossingen voor heel andere problemen. Not even close. Die robot had mijn vraag totaal niet begrepen. De robot luisterde vast naar de naam KIR: Kluitje In Riet.

De volgende dag waagde ik er een chatsessie aan. En zoals ik wel vaker meemaak had ik helaas ook deze keer weer meer kennis van zaken dan de afdeling Technische Ondersteuning. Ben toch helemaal niet zo’n techneut, maar zij begrepen er werkelijk niks van. Einde gesprek. Na weer nog een uur op fora te hebben rondgeneusd, was de conclusie duidelijk: ik moest mijn nieuwe account maar handmatig vullen met de inhoud van mijn oude account. Dat ik dan alle rechten op de eerder gekochte Phone-apps zou verliezen, realiseerde ik me wel. Balen, maar helaas. Gelukkig was het maar tientjeswerk. De gegevens overzetten ging traag maar prima. Maar toen moest ik het nieuwe account nog activeren op mijn PC, tablet en telefoon. Drie keer opnieuw alle instellingen opnieuw doen. Shit, waar stond dat vinkje ook al weer dat ik uit moest zetten? Of moest het nu juist aan? Shit, hoe had ik mijn Windows Tiles nu ook weer georganiseerd? Was net zo handig… En shit, hoe zat het met zus en met zo? En shit, shit, shit! Het Microsoft wolkje dat in de reclame-uitingen wordt aangeprezen alsof het instant wereldvrede bewerkstelligt, veranderde in mijn perceptie in een grote, gitzwarte donderwolk…

Zo mopperde ik weer een dag voorbij. Maar niet zonder resultaat. Vandaag is mijn geslachtsaanpassing en naamsverandering in de wolkenhemel van Microsoft een feit! Ik heb nu een prachtig Lisa-wolkje. Ergens zweeft ook nog een leeg wolkje van Man-ik dat ik een zachte dood wil laten sterven. Bij wijze van laatste eer keek ik vanochtend nog eens in dat wolkje. En toen realiseerde ik me dat dat wolkje een stuk groter was dan mijn nieuwe Lisa-wolkje. Een half jaar geleden had ik als bonus bij de aanschaf van mijn tablet een wolk-uitbreiding van 200Gb gekregen. Die wilde ik niet kwijt! Die wilde ik ook in mijn nieuwe wolk.

Die nieuwe wolk is voor mij niet nieuw, maar een evolutie van mijn oude wolk. Maar voor Microsoft is dat natuurlijk niet zo. Technisch gezien is het natuurlijk ook gewoon een nieuwe wolk. Gemaakt wegens gebrek aan mogelijkheden om mijn oude wolk aan te passen. Een urenlange kruisweg langs 14 verschillende afdelingen bij Microsoft hebben me inmiddels moe en radeloos gemaakt. De laatste chatsessie is aan het wegkwijnen omdat deze ‘expert’ minimaal tien minuten moet nadenken over elke niet ter zake doende vraag. Pfffff, ben er klaar mee. Jammer dan. Dan maar krap behuisd in mijn nieuwe wolk.

Misschien is deze ervaring in de digitale wereld een voorbode van wat me te wachten staat bij het aanpassen van mijn naam in Het Echte Leven. Ik kan haast niet wachten…


dinsdag 9 september 2014

Groef

Alle controle loslaten. Op de impuls spelen. Niks tegenhouden. Die drie belangrijke regels voor improvisatiespel staan me weer helemaal helder voor de geest nu mijn theatervrienden en ik weer zijn begonnen aan een nieuwe productie. Improviseren is een prima manier om het thema van een toneelstuk te verkennen. Dus improviseren we wat af deze eerste weken. En ik kan me er helemaal aan overgeven. Beter dan ooit, lijkt het wel. Ik volg mijn impuls, ik corrigeer of beperk mezelf niet. Wat zich aandient gebruik ik. Dat is lekker, in het moment zijn. Maar in plaats van tevredenheid over mijn spel voel ik achteraf telkens een kater.

Ik voelde het vanavond al meteen toen ik de zaal verliet om naar huis te gaan. Opgewekt nam ik afscheid van mijn theatervrienden, maar van binnen voelde ik al wat zich roerde. En toen ik om de hoek van onze repetitieruimte fietste liet ik het toe. Het verdriet om mijn mannelijk gedrag. Ik speelde vanavond als een man, een enkele vrouwelijke oprisping daargelaten. De confrontatie met mijn verleden én diens aanwezigheid in de dag van vandaag vulde me met verdriet. Ik had het gevoel vanavond weer te zijn ingehaald door Man-ik. Huilend fietste ik door de stad. Ik kon door mijn troebele ogen nauwelijks nog verkeerslichten van reclameborden onderscheiden.

Toen mijn tranen opdroogden zag ik dat ik levend en wel al bij de brug over de rivier was aangekomen. Bijna thuis. Ik haalde diep adem en ontspande. Het was duidelijk wat er vanavond in die repetitieruimte gebeurd was: ik liet alle controle los, ik speelde op de impuls en ik hield niks tegen. En dus produceerde mijn systeem het gedrag met de sterkste neurale paden, als water dat altijd de makkelijkste weg vindt. Het was het gedrag dat ik het meest had geoefend. Mannelijk gedrag. De naald vond feilloos de diepste groef van mijn grammofoonplaat.

Er is op die plaat nog veel meer te horen. Minder vaak gedraaid, maar zeker ook de moeite waard. Sterker nog, er is een groef die mij bijzonder aanspreekt. De groef is niet maagdelijk meer, maar duidelijk veel minder vaak afgespeeld. Het is de groef van mijn vrouwelijk gedrag. Die dus kennelijk niet zo goed gevonden wordt als ik mijn systeem volledig de vrije loop laat.

Om praktische redenen ga ik niet als op-en-top vrouw naar de repetities. Fysiek spelen is immers best lastig als je een pruik en borstprothesen draagt. Dat praat ik mezelf tenminste aan. Want als ik eerlijk ben, ben ik eigenlijk gewoon bang dat mijn theatervrienden mij afwijzen. Mijn hoofd zegt dat dat onzin is, maar ja een irreële angst is nog steeds een angst. Een angst waarmee ik de mannelijke historie waar ik afscheid van wil nemen nu juist zelf in stand houd. Maar als ik niet als op-en-top-vrouw op de repetities kom, hoe kan ik dan verwachten dat mijn systeem de ondiepe groef van mijn vrouwelijkheid vindt? Ik wil niet met zelfcontrole mijn systeem besturen omdat dat me belemmert in mijn spel. Fair enough. Maar dan moet ik mijn systeem misschien iets anders geven. Ankerpunten. Vertrouwde ankerpunten zoals mijn borstprothesen en mijn pruik. En leuke hakjes en een rokje. Misschien weet de naald met die aanwijzingen mijn vrouwelijke groef beter te vinden. Terwijl ik mijn straat in fiets besluit ik, met angst in mijn keel, om volgende week als vrouw naar de repetitie te gaan.

donderdag 4 september 2014

Dag mevrouw, ... eh meneer

Het gebeurde me de laatste weken al meerdere keren. Net zoals alle vorige keren, had ik het ook vanochtend niet zien aankomen. Ik was nog maar net uit bed en had een flodderige harembroek aan en een zwart hempje met een subtiel kanten randje. Mijn haar zat nog warrig van de nacht bij M. Zij stond onder haar douche toen de deurbel ging. Met een vertrouwdheid alsof het mijn eigen voordeur was liep ik erheen om hem open te doen. Ik zag een meneer staan met een lege fles in zijn hand. “Goedemorgen mevrouw, … eh meneer”, zei hij. Heel subtiel schuifelde hij naar achteren om steun te zoeken bij anderen die er natuurlijk niet waren. Het voelde voor hem alsof hij iets geks had gezegd, alsof hij me had beledigd en niet goed wist hoe hij de situatie en zijn gezicht nog kon redden. De schaamte en reddeloosheid waren duidelijk van zijn gezicht te lezen.

Maar in plaats van beledigd, had hij me juist een groot compliment gegeven. Want ik stond daar met de voordeur in mijn hand in mijn ochtendkloffie. Mijn lichaam zo naturel als maar zijn kon: geen borsten, geen make-up, geen pruik. Niet eens geschoren. De naakte waarheid, bijna letterlijk. En de onwillekeurige gewoonte waarmee onze hersenen in een paar milliseconden andere mensen indelen in het hokje M of het hokje V, leidde deze man tot de conclusie dat ik een vrouw was. Mijn hart gloeide van geluk toen hij “Goedemorgen mevrouw” zei. Zijn geschrokken blik en de verwarring die volgden riepen compassie in me op. Dus toen hij zich probeerde te verbeteren met “… eh, meneer” antwoordde ik hem dat het allebei goed was. De man viel stil omdat hij dat antwoord niet had verwacht. Twee seconden lang keek hij me aan om zeker te zijn dat ik hem niet voor de gek hield. En toen pas kwam zijn vraag of ik de fles die hij bij zich had met water wilde vullen. Hij was de kozijnen van het huizenblok aan het schilderen en had water nodig. “Natuurlijk”, zei ik en nam de fles aan. Met een flair van de roes van blijdschap over het onbedoelde compliment draaide ik om en liep ik op mijn supervrouwelijkst naar de keuken. Ik voelde de ogen van de man in mijn rug en op mijn kont. Ja dat smalle kontje beweegt dan wel vrouwelijk, maar die geeft de waarheid natuurlijk nu nog wel weg. Opgelucht dat onze ontmoeting voorbij was, nam de man de fles even later van mij in ontvangst. Ik zei nog iets vriendelijks tegen hem met de plagerige drijfveer om onze ontmoeting nog iets langer te laten duren en sloot toen de deur. In de gang bleef ik staan en ik sloot mijn ogen alsof ik de heerlijkste chocola van de wereld in mijn mond had. Maar ik proefde iets veel beters. Ik proefde het genot van erkenning als vrouw.

woensdag 3 september 2014

Markering

De lichte koele streling van de kwast voelt aangenaam op mijn huid. Vastberaden glijdt het zachte haar van de kwast over de glooiingen van mijn lichaam. Het laat een spoor achter. Een spoor van koelte en vochtigheid. Het voelt aangenaam. Ik open mijn ogen en kijk langs mijn lichaam omlaag. Ik zie de kwast rechts over mijn ribben glijden en de ietwat paarse glinstering die de kwast op mijn huid achterlaat ziet er sprookjesachtig uit. Ik voel mijn lichaam het water in de verf opwarmen en ik zie hoe snel de verf droogt, een tijdelijke markering op mijn huid achterlatend. Ik word beschilderd. Beschilderd door een kwast die respectvol mijn lichaam gebruikt als canvas voor een bodypaint kunstwerk. En de kwast is niet alleen. Over mijn linker tepel glijdt nog een kwast. Deze laat een goudgeel spoor achter. Ik kijk naar de hand die de kwast vasthoudt en volg de arm omhoog. Een groot gevoel van liefde overspoelt me wanneer ik M. in haar ogen kijk. Mijn lippen vormen een kus die op golven van magie naar haar toe dwarrelt. Een glimlach glijdt om haar mond en ze kust terug. M. beschildert me, samen met Joost, een ervaren bodypainter en een veelzijdig kunstenaar.

Dit project bedachten M. en ik al twee jaar geleden als een symbolische markering van het einde van een tijdperk. Nog voordat mijn lichaam zijn mannelijkheid zou verliezen wilden we een mooie fotoserie maken van mijn gebodypainte lichaam. Door onze breuk stokte het project en omdat ik het niet zonder M. wilde doen verdween het idee in de lade met gemiste kansen. Deze zomer, kort na onze hereniging, kwam het idee daar weer uit. En omdat ik inmiddels al met testosteronblokkers was begonnen was mijn lichaam ook al aan het veranderen, dus wilden we niet te lang meer wachten.

Terwijl ik zo roerloos mogelijk blijf staan probeer ik te ontspannen. Ik kijk naar beneden en zie mijn naakte lichaam, het grootste gedeelte nog onbeschilderd. Het is duidelijk dat ik zo nog wel een paar uurtjes mag blijven staan, dus probeer ik mijn gedachten te vertragen en mijn lichaam te ontspannen. De symboliek van dit project en het feit dat twee mensen mijn naakte lichaam kleuren, maken dat ik niet helemaal in meditatie kan verdwijnen. Het is spannend om zo naakt en kwetsbaar te staan in het atelier van Joost en de melancholie over het tanende mannelijke tijdperk stroomt door mijn lichaam. De afspraken over het resultaat die we vanochtend gemaakt hebben, de creativiteit van M. en de professionaliteit en ervaring van Joost geven me voldoende vertrouwen om me over te geven aan het proces. Ik sta stil en zie hoe mijn lichaam langzaam van kleur verandert.

Mijn rechterkant wordt bedekt met allemaal afzonderlijke vlakken in verschillende tinten paars, zwart en bruin. Een verbeelding van de schubben, de platen van mijn mannelijke harnas dat aan het verbrokkelen is. Aan mijn linkerkant gloeit een stralende hemel van oranje, wit en goud. Dat is mijn vrouwelijke kern die eindelijk haar licht in mijn leven mag werpen. Die eindelijk zichtbaar wordt. Ik sluit mijn ogen en huil van binnen stilletjes tranen van geluk. Wanneer ik mijn ogen weer open kijkt M. me troostend aan. Natuurlijk had ze mijn tranen gevoeld.

Het gebeurt niet vaak, maar deze dag verlies ik mijn besef van tijd. De vijf uur die ik als gewillig canvas heb stilgestaan zijn omgevlogen. Ik voel het in mijn lichaam, dat wel. Ik rek en strek en draai en beweeg. Ik kijk in de spiegel en geloof mijn ogen niet. Mijn vrouwelijke kant is elegant en subtiel verbeeld in de gloeiende hemel met roze, witte en gouden details. Mijn mannelijke kant straalt een verloren gegane onverzettelijkheid uit. De kracht die het ooit had is nog zichtbaar, maar de eenheid is weg. Mijn mannelijkheid bestaat uit losse delen die steeds duidelijker hun samenhang verliezen. Dit is een symbool van een moment van wedergeboorte. Passender kon het niet op het punt waar ik nu in mijn proces sta.

De fotoshoot die volgt is spannend en intens. Mijn vrouwelijke en mijn mannelijke energie laat ik om beurten en tegelijk stromen over mijn mannelijke rechterkant en mijn vrouwelijke linkerkant. Soms zijn de poses krachtig en mannelijk, soms juist zacht, sensueel en vrouwelijk. Aan het eind poseer ik nog samen met M. Een mooie manier om te benadrukken hoe liefdevol we samen in mijn proces staan. Terwijl ik haar met mijn beschilderde lichaam omhels realiseer ik me hoe bijzonder zij is en hoeveel ik van haar hou.




dinsdag 2 september 2014

Verkleed

Het is een skinny broek. Een heren skinny broek welteverstaan, dus dat betekent in de praktijk dat hij toch wat minder skinny is dan mijn dames skinnies. Maar goed. Het is in elk geval nog wat. Want verder zie ik er niet uit. Ik draag een overhemd en vrij plompe (lees: normale) herenschoenen. Geen ringetje om mijn vinger, geen mascara. Geen sierlijk kettinkje. Vandaag was niet zomaar een Man-ik dag, maar een Man-ik dag met werkafspraken. Ook nog van het soort waar ik niet al te informeel kan verschijnen. De dagen dat ik nog standaard in pantalon, overhemd, stropdas en colbert naar het werk ging liggen jaren achter me. Gelukkig. Maar wat ik nu draag maakt me ongeveer net zo ongelukkig. Dit ben ik niet. Niet meer. Het lijkt wel of er tijdens de vakantieperiode echt iets is verschoven.

Op dit blog schreef ik het laatste jaar vaak losjes over het feit dat ik twee identiteiten had. Een op-en-top vrouwelijke en het semi-mannelijke restant van wat ooit mijn normale mannelijke identiteit was. Maar eigenlijk klopte dat niet. Er was nog een derde identiteit. Mijn werkidentiteit. Deze werd meer en meer zichtbaar met het androgyner worden van mijn semi-mannelijke identiteit. Want àl te androgyn op mijn zakelijke afspraken verschijnen, leek me een slecht idee (ik weet niet precies waarom; het heeft met grote angsten voor afwijzing en inkomensverlies te maken). En dus splitste mijn werkidentiteit zich af van mijn mannelijke identiteit. Zo hield ik in elk geval in één levensgebied enige stabiliteit en wist ik wie ik was en hoe ik me moest gedragen. Maar die werkidentiteit is inmiddels zover van de andere identiteiten komen te staan dat het wringt. Mijn semi-mannelijke identiteit is inmiddels zo vrouwelijk geworden als mogelijk zonder op-en-top vrouw te zijn. Het verschil tussen semi-mannelijk en op-en-top vrouw is nu klein. Het verschil met de werkidentiteit is des te groter. Zo groot dat het pijn doet.

Ik sta voor de spiegel en kijk naar mezelf. Het beeld is bekend, want ik heb in mijn hele leven waarschijnlijk al duizenden keren in vergelijkbare kleren voor de spiegel gestaan. Maar toch voelt het ongemakkelijk. Alsof ik voor het eerst zulke rare kleren aan heb. Alsof ik me verkleed heb voor een themafeestje waar ik geen zin in heb. Die ongemakkelijkheid is op zich niet nieuw. Die heb ik gedurende het proces van de afgelopen vier jaar vaak gehad, maar dan juist wanneer ik als vrouw voor de spiegel stond. Dat voelde vaak (en soms nu nog wel eens) ongemakkelijk. Maar meestal voelde ik me er dan wel heel tevreden bij. Tevreden omdat het klopte, omdat ik dichter bij mezelf was. Het was ongemakkelijk omdat het nieuw was. Het ongemak van vandaag heeft niks met nieuwigheid te maken. Het is alsof ik nu met terugwerkende kracht voel hoever ik al die jaren van mezelf af stond.

Misschien tekent zich in dit besef wel het sterkst de ontwikkeling af die ik de afgelopen paar jaar heb doorgemaakt. Voelde vrouw-zijn aanvankelijk onwennig, een beetje als verkleden voor een gek feestje, nu voel ik me raar (en zelfs naar) als ik er als man uit zie. Ik heb een lang pad afgelegd. Een moeilijk, verdrietig, beangstigend en pijnlijk pad. En er is nog een verdomd lastig stuk te gaan. Maar het kleine jongetje dat zich niet thuis voelde in de wereld waarin hij leefde had nooit kunnen denken, of zelfs durven dromen, dat hij ooit op het punt zou aankomen waar hij nu is.