vrijdag 13 februari 2015

Chocolade M.

Het kleine sleuteltje maakt een raspend geluid wanneer ik hem in het slotje steek. Alsof het deurtje van mijn brievenbus zijn keel schraapt voordat hij zijn inhoud wereldkundig maakt. Ik zwaai het deurtje open en pak de twee enveloppen die er in liggen. Eentje is dikker, duidelijk geen brief. Ik vermoedde het een paar dagen geleden al: het is vast een valentijnverrassing. Van M. Voor de zekerheid een dagje eerder verstuurd. Terwijl ik mijn hoofd schud vanwege dit ongefundeerde wensdenken draai ik de dikke envelop om. Het is zakelijke post. De envelop is gewoon wit, mijn naam en adres zijn geprint op een etiket en rechtsboven staat de rode afdruk van een frankeermachine. Ik bekijk de afzenderinformatie in de rode afdruk. Er staat een plaatsnaam; het is de plaats waar M. woont. Zie je wel! Dit komt van M. Wat nou wensdenken! Waarom wantrouw ik mijn intuïtie toch zo vaak? Ze wilde natuurlijk voorkomen dat ik haar handschrift zou herkennen, daarom heeft ze op haar werk een etiket geprint en maar meteen geprofiteerd van de gratis verzending. Het postbusnummer in de frankeerinformatie is vast van het bedrijf waar ze werkt. Sinds kort, zoals LinkedIn mij onlangs ongevraagd meldde omdat ze mijn profiel had bekeken.

Mijn hart klopt voelbaar in mijn keel. Ik maak de envelop open en vind een reep chocolade. Bij de reep zit ook een ansichtkaart. De kaart is bedrukt met een foto van een heerlijke reep chocolade. Twee repen in één envelop: double chocolate. Lekker. Een deel van de kaart is omgeslagen en op de achterkant vastgeplakt. Daarnaast staat op de adresseringsstippeltjes mijn naam. In blokletters. LISA. Het zijn duidelijk blokletters die geschreven zijn door iemand die zijn eigen handschrift wil verbloemen. Ik kan zien dat de pen relatief traag over het papier is gegaan om deze letters te schrijven.

Dan valt me op dat de omgevouwen flap niet helemaal is vastgeplakt, maar alleen aan het randje. Ik pulk hem open. “CHOCOLADE HELPT ALTIJD. STERKTE”. Dezelfde blokletters. Behalve dan de IJ. Die herken ik. Het is de IJ van M. Ik schrik me rot. Niet omdat ik een nieuw bewijs heb gevonden dat M. de afzender is. Dat was me al meteen duidelijk. De tekst in blokletters doet me echter realiseren dat dit geen valentijnskaart is. M. stuurde dit niet omdat het morgen 14 februari is. M. stuurde dit omdat ze mijn blog gelezen had. Mijn blog van eergisteren. En ze maakte zich zorgen.

Mijn intuïtie had me al vaker geprobeerd te vertellen dat M. mijn blog las. Dat zij volledig op de hoogte was van hoe mijn leven zich ontwikkelde na onze breuk. Maar omdat ik mijn intuïtie nu eenmaal wantrouw, had ik dat idee steeds verworpen. Misschien ook wel omdat ik anders een extra drempel zou voelen om op mijn blog over haar te schrijven. Maar nu is het duidelijk. Ik voel mijn mond pruilend samentrekken en mijn strottenhoofd drukt zich omhoog. Vocht maakt mijn ogen troebel. Ik snuif. Mijn schouders trekken samen en beginnen te schokken. Ik huil. Met de chocolade nog in mijn hand huil ik. Tranen beginnen over mijn wangen te lopen. “Ik mis je”, hoor ik mezelf door mijn gesnotter heen prevelen. Mijn geploeter van de afgelopen maanden om haar los te laten is door deze reep, door deze kaart, in één klap nog vruchtelozer geworden dan het al was. De grote leegte in mijn hart die ik probeerde te negeren, dringt zich nu weer keihard aan me op. Ik voel me nog eenzamer dan ik al was. Waarom? Waarom deze kaart? Wat wil ze van me? Vragen beginnen over elkaar heen te buitelen. Ik wil contact. Ik wil haar zien. Ik wil haar voelen. Mijn keel wordt droog en mijn hart begint nog sneller te kloppen. Ik begin nerveus te bewegen alsof ik vertwijfeld probeer te bepalen in welke richting ik moet rennen om zo snel mogelijk bij M. te komen. Stop. Stop! STOP! Ik roep mezelf tot de orde. Ik hijg en snotter na. Ik ga helemaal niet rennen. Ik ga helemaal geen contact zoeken met M. Ik ga haar niet zien. Ik ga haar niet voelen. Mijn verlangen om mijn leven met haar te delen is te groot. Contact gaat alleen maar ellende veroorzaken. Want ze wil haar leven niet met mij delen. Althans, niet zonder haar relatie met P. op te geven. Ik heb tijdens onze relatie al heel wat ideeën over hoe een relatie moet zijn losgelaten. Ze mocht vreemdgaan van mij. Fysiek geweld heb ik haar vergeven. Maar het idee dat mijn partner echt en exclusief voor mij moet kiezen als levensgezel, dat idee wil en ga ik niet opgeven. En zolang M. daar niet in mee kan gaan, dan is er geen toekomst voor ons. En dan is het beter om geen contact te hebben. Het is nu voor mij al moeilijk genoeg om te accepteren dat ik niet met M. oud ga worden. Ik zucht en snik tegelijk bij deze gedachte. Ik sta nog steeds met de chocolade in mijn hand bij de brievenbus. Ik besluit het deurtje maar dicht te doen en naar boven te lopen.

Het is donker buiten. Ik zit alleen aan mijn tafel de situatie te overdenken. Voor mij op tafel liggen de reep, de kaart en de envelop. Stemmen van mijn vrienden die ik inmiddels aan de telefoon gehad heb, klinken na in mijn hoofd. “Moet je alles niet gewoon terugsturen?” Terugsturen? Nee. De post van M. heeft me weer heftig geconfronteerd met het gemis en het verdriet. Maar hoe verwarrend ook, ik beschouw het wel als een korte, steelse aanraking die ik nog even wil koesteren. En hell, je stuurt lekkere chocolade toch niet terug? Er zijn grenzen. “Moet je haar niet laten weten dat je dit verwarrende contact liever niet hebt?” Tja. Ik heb geen keus. Ik hoef haar niet eens een kaart te sturen. Ze leest mijn blog. Ze weet alles over mijn leven op dit moment. En ik niets van het hare. En zolang ik daar geen onderdeel van kan zijn wil ik er ook liever niks van weten. Het doet te veel pijn. Het doet gewoon teveel pijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten