donderdag 12 februari 2015

Onveilig

Een subtiele trilling gaat door elke vezel van mijn lichaam. Elke spier, elke pees, elke zenuw is klaar om te vluchten. Weg van hier. Weg van waar ik nu ben. Want hier dreigt gevaar. Het is niet dat ik zojuist opgeschrikt ben door een wild dier. Deze staat van paraatheid is bijna continu aanwezig. Door me af te leiden met stompzinnige bezigheden lukt het me de aandacht af te leiden. Maar de spanning blijft. Als iets onder water zit, wil het nog niet zeggen dat het er niet is. Ik vind geen rust in rust en geen afleiding in afleiding. Het besef dat ik niet veilig ben is allesoverheersend. Het overheerst sinds een week ook weer mijn nachtrust. Het is half vijf en ik ben wakker. Mijn surrogaatmoeder – het kussen waar ik me al nachten aan vast klamp op zoek naar troost – helpt me niet om me veilig te voelen. Ik ben depressief en vraag me af waarom ik dit allemaal moet doorstaan. Het idee om alles te ontvluchten lonkt. Ergens in mij is er een laatste sprankje levenslust dat zich projecteert op S. Ik kan het hem niet aandoen hem in de steek te laten. Maar eerlijk gezegd hoeft het voor mij niet meer. De gedachte dat er nog zo veel moois te beleven is in dit leven voelt steeds meer hypothetisch aan. Waar is dan al dat moois? Kom maar op. Laat het me maar beleven. Ik wil wel. Maar het enige dat ik krijg is verdriet, eenzaamheid en slapeloze nachten die me totaal uitputten.

Morgen (nou ja, vandaag dus eigenlijk, want ik ben al wakker) is een belangrijke dag. Ik heb eindelijk weer eens serieus werk. Ik ga een workshop begeleiden voor een projectteam dat niet zo goed samenwerkt. Ik ga ze helpen elkaar beter te leren kennen en met meer respect voor elkaar samen te werken. Dat doe ik een sfeer van veiligheid en positiviteit. Dergelijke sessies heb ik in het verleden vaker gedaan en ik was er altijd erg goed in. Maar nu vraag ik me af hoe ik het voor elkaar moet krijgen. Mijn hoofd gonst van vermoeidheid. Ik kan me niet concentreren. En ik voel helemaal geen veiligheid en positiviteit. Niet in mezelf en niet daarbuiten. Een supergoede workshop zou helpen om mijn inkomstenstroom weer wat op gang te krijgen. Maar ik ben bang dat ik niet in staat ben het zo goed te doen dat de opdrachtgever me nog eens terugvraagt.

Mijn zoektocht naar mezelf heeft me in regressie gebracht. Ik ben nu een meisje van vier. Ooit zag ik daar, naast het feit dat het doodeng is, ook de positieve kant wel van in. Ik zou daardoor immers kunnen inhalen wat ik in het verleden had gemist in mijn identiteitsontwikkeling. Ik zou een tweede kans krijgen als het ware. Maar mijn tweede kans verloopt dramatisch. De geschiedenis herhaalt zich. Ook nu voel ik me niet veilig en is er niemand bij wie ik kan schuilen. Niemand die me echt ziet in wie ik ben. Ik sta er opnieuw alleen voor. En dat wil ik niet. Zo is mijn tweede kans compleet zinloos.

Ik mis M. Natuurlijk mis ik M. Zij was degene die me kon zien in wie ik was. Ik hield niks achter voor haar. Bij haar voelde ik me zo gezien, zo erkend en zo veilig dat ik alles – maar dan ook werkelijk alles – durfde te tonen. Niet op elk moment, natuurlijk speelden er ook in onze relatie onbewuste beschermingsmechanismen een rol, maar uiteindelijk kwam ik altijd op het punt waarop ik compromisloos alles aan haar liet zien wat er in mij omging. En dat was omgekeerd ook zo. Dat maakte onze relatie zo bijzonder en tegelijk zo intens en complex. Want we hadden allebei nogal wat te laten zien. We droegen nogal wat met ons mee.

Ik kijk naar het kussen naast me in het bed. De hele nacht probeerde ik troost en veiligheid te vinden bij dat kussen. God wat zou ik er veel voor over hebben als dat kussen geen kussen was, maar M. die hier naast me lag. Dan zou ik tegen haar aan kruipen. Haar zachte huid voelen. Haar geur ruiken. Haar ademhaling horen. Haar hartslag voelen. Ik zou mijn ogen sluiten en me eindelijk weer eventjes heel veilig voelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten