dinsdag 10 maart 2015

Slaap

Langzaam word ik wakker. Het voelt alsof het midden in de nacht is. Toch zie ik door de kier van het gordijn al een subtiel streepje licht. Het is nog geen half zeven zie ik op de wekker. Ik voel me nog moe en zou graag willen slapen. Terwijl ik me kreunend omdraai en het dekbed over me heen trek, voel ik druk in mijn onderbuik. Mijn blaas. Ik kreun opnieuw terwijl ik het dekbed van me wegsla. Ik dwing me maar om de roep van mijn blaas meteen te volgen omdat ik weet dat als ik die probeer te negeren dat hij dan net zo lang blijft zeuren tot ik echt klaarwakker ben. Gauw plassen, misschien kan ik dan nog doorslapen. IJdele hoop natuurlijk. Op het moment dat ik weer in mijn bed lig, voel ik onrust. Ik draai. Ik woel. Ik houd mijn ogen angstvallig dicht. Maar nee. Ik voel het al: dit wordt hem niet. De wereld buiten is aan het ontwaken en of ik wil of niet: ik moet meedoen.

Ik kijk op de klok. Het is nog steeds geen half zeven en mijn ontwakende brein kan de rekensom snel maken. Vijf uurtjes. Meer was het niet. Vijf uurtjes tussen het moment dat ik in slaap viel en nu. Na een aantal weken waarin ik eindelijk weer eens wat beter sliep, is mijn slaap de laatste dagen weer terug op het beroerde niveau waarmee het mij vorig jaar volkomen uitputte. Soms is het verdriet dat me wakker houdt. Verdriet omdat ik S. al ruim vijf weken niet meer gezien heb en verdriet om M. die ik nog steeds vreselijk mis. Maar vaak is het ook gewoon onrust. Onrust omdat ik me niet op mijn plek voel in mijn leven. Ik heb dan wel na al die decennia frustratie en verlangen nu eindelijk mijn werkelijke gender toegelaten in mijn leven, maar verder lijkt alles onduidelijker dan ooit. Ik ben onzeker over mezelf, onzeker over mijn plek in mijn sociale omgeving, onzeker over wie ik ben als vrouw, onzeker over hoe ik er uit zie, onzeker over mijn stem, onzeker over de medische behandelingen, onzeker over mijn penibele financiële situatie, onzeker over of ik S. ooit nog zal zien en onzeker over of ik ooit nog een intens liefdevolle intieme relatie zal hebben en of die dan met een vrouw of een man zal zijn.

Elke blik die ik in mijn gefantaseerde toekomst werp, is vertroebeld door al die onzekerheid. En als er zich af en toe iets concreets aftekent, dan is dat meestal weinig opbeurend. Om me niet door de angst te laten wegzuigen in depressiviteit probeer ik me te concentreren op het heden. De gedachten niet laten zwerven, maar bezig blijven. Maar daar heb ik eigenlijk geen energie voor. Vorige week deed ik een intakegesprek met iemand die zich door mij wilde laten coachen. Inclusief mijn reistijd naar de coachruimte die ik huur, duurde het alles bij elkaar twee en een half uur. Toen ik thuiskwam ging ik meteen naar bed. Mijn batterijtje was leeg. En het was pas twaalf uur in de middag.

Ik weet niet of het komt door de heftige onzekerheid die aan me vreet, door de intense emoties van het verlies van S. en M. of door de fysieke ontregeling door de hormoonbehandeling. Waarschijnlijk is het deze onontkoombare mix van energieslurpers die mijn leven op dit moment zo klein houdt. Ik moet mijn schaarse energie goed verdelen. Werken is belangrijk voor mijn inkomsten. Sporten is belangrijk voor mijn ontspanning en conditie. Naar vrienden toegaan is belangrijk voor mijn afleiding. Dat alles is al meer dan ik aankan op dit moment. Ook op mijn blog schrijven komt er niet zo vaak meer van.

Het is van de zotte dat ik juist nu hard werk aan de laatste loodjes van een nieuwe theatervoorstelling. Waarom wil ik in hemelsnaam in de periode dat ik doodmoe en totaal onzeker ben in het theater gaan staan? Waarom wil ik als vrouw op een podium gaan staan terwijl ik mezelf niet eens zeker voel over mijn vrouwelijkheid als er géén spotlights op me staan gericht? Tja. Ik had me een half jaar geleden al aan dit project gecommitteerd. Ik had toen nog de naïeve gedachte dat als ik eenmaal fulltime als vrouw zou leven dat ik me dan wel snel beter zou gaan voelen. Dom, dom, dom. Maar ja, zo gaat dat. Onbewust houd je soms jezelf tegen beter weten in voor de gek omdat je anders geen stappen durft te zetten en geen beslissingen durft te nemen. Omdat anders je verlangens voor altijd door je angsten klein gehouden zullen worden. Deze paradoxale constructieve zelfsabotage heb je nodig om buiten je comfortzone te durven gaan.

De opkomende zon is boven de daken van de mij omringende gebouwen heen gekomen. Door het gordijn werpt ze een streep koesterende warmte mijn slaapkamer in. Het licht gloeit en haalt me uit mijn stroom gedachten. Ik sluit mijn ogen en haal adem. De dag is weer begonnen. Ik weet dat ik zo zal opstaan. Maar het liefste zou ik verdwijnen in een lange, diepe, droomloze slaap.

illustratie: Ira hoop koper

Geen opmerkingen:

Een reactie posten