zaterdag 25 april 2015

Ik geloof mijn ogen niet

Met een soepele draai parkeer ik mijn auto in het parkeervak in de straat. Buiten schijnt de zon en mijn gemoed is net zo zonnig als deze lentedag. Ik stap uit, zwaai mijn tas over mijn schouder en sluit de auto. De ingang van het gebouw waar ik zo meteen een afspraak heb ligt een stukje verderop. Een opgewekt ritme van mijn hakjes loodst me langs het gebouw richting de deur. Terwijl ik er langs loop, kijk ik in de ramen van het gebouw. Het is donker daarbinnen, dus ik zie niets anders dan mijn eigen spiegelbeeld. En dat was precies mijn bedoeling. Terwijl ik voorbij loop, check ik of mijn haar het restje van mijn inhammen goed bedekt. Ik check of ik mooi rechtop loop. Ik check of ik sierlijk genoeg loop. In feite check ik of mijn mannelijke historie voldoende naar de achtergrond is gedrukt. Dat is wat ik nu eenmaal doe als ik de kans heb.

Toen ik – jaren geleden – begon om parttime als vrouw te leven, hing ik een spiegeltje op bij mijn voordeur om daar nog even mijn uiterlijk te kunnen controleren. Inmiddels merk ik al niet meer dat ik er werkelijk áltijd in kijk voor ik naar buiten ga. Ik merk dat ik het niet meer merk als ik een keertje wél merk dat ik er in kijk. Als je begrijpt wat ik bedoel.

De aantrekkingskracht van spiegels is voor mij geen stereotype voorkeur. Het is echt niet zo dat ik veel in spiegels ben gaan kijken omdat dat vrouwelijk zou zijn. Een goed uiterlijk is nu eenmaal een belangrijke voorwaarde voor acceptatie als transvrouw. Daar kun je van vinden wat je wilt, maar zo zit de maatschappij nu eenmaal in elkaar. Dus als je jezelf niet teveel wilt isoleren van je omgeving, zal je jezelf enigszins moeten aanpassen aan de verwachtingen van die omgeving. Zo is het nu eenmaal. Dat is ook de reden dat je doorgaans vrij weinig mensen naakt over straat ziet lopen. Ik weet zeker dat er meer mensen zijn die het zouden willen dan die het ook echt doen. Aanpassen is een vorm van respect en een vorm van beschaving. En omdat ik de neiging heb om dingen serieus te nemen heb ik me de afgelopen jaren erg druk over mijn uiterlijk gemaakt, zoals je op dit blog hebt kunnen lezen.

In de spiegel kijken heeft voor mij nog een functie. Een wat ingewikkelde, maar o zo belangrijke functie. Mijn transitie naar vrouw heeft natuurlijk heel veel dingen aan mijn uiterlijk veranderd. Ook ben ik er van binnen door aan het veranderen: mijn identiteit kan zich nu eindelijk in haar volle breedte ontwikkelen. Maar mijn allerdiepste essentie is onveranderd. Ik ben nog steeds ik. Mijn besef van mezelf (mijn spiritueel leraar noemt dat ‘the sense of I’) is onveranderd. Die diepe ik is geslachtsloos en is dus niet in transitie gegaan. Mijn onbewuste gedachten zijn gewend die diepe ik te verbinden en te associëren met de mannelijke identiteit die ik mezelf noodgedwongen had aangemeten. En omdat mijn mannelijke uiterlijk weer een uitvloeisel was van die identiteit, ontstond zo een doorgaande lijn van mijn diepste essentie naar de oppervlakkige werkelijkheid van mijn uiterlijk. Door mijn transitie heb ik die doorgaande lijn doorbroken. Mijn uiterlijk is al het meest veranderd. Mijn identiteit is aan het schuiven, maar loopt daar nog wat op achter. Maar de innerlijke lijn die mijn diepste essentie met de buitenkant verbindt, zwalkt op dit moment nogal. Elke terloopse blik die ik in spiegels of ruiten werp, helpt me die lijn te ijken met de vrouwelijke realiteit. Daarmee train ik me om mezelf als één vrouwelijk geheel te ervaren.

Soms komen de onbewuste gedachten over mijn gender vooral uit het oude mannelijke patroon. Als ik dan in een spiegel of ruit kijk dan wordt ik me die gedachten in één klap bewust. Dan realiseer ik me dat ik geen man ben, maar een vrouw. Mijn mannelijke identiteit gelooft zijn ogen dan niet en raakt vaak in paniek: wat ben ik in hemelsnaam aan het doen? Mijn vrouwelijke identiteit schrikt daar dan weer van wakker. Op andere momenten is het onbewuste besef van mijn gender juist vrouwelijk. Als een blik op mijn spiegelbeeld me daar dan van bewust maakt, dan word ik blij. Soms geloof ik dan mijn ogen niet en sper ik ze open om het allemaal nog eens goed te bekijken. En dan zie ik een vrouw. En dan voel ik me vrouw. En dan ben ik gelukkig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten