vrijdag 17 april 2015

Mmmmoemoemoemoe

De zon schijnt en ik fiets. Met een flink gangetje sjees ik over het fietspad langs de weg. Ik neurie. Ik neurie een heel saai liedje in G# majeur. Eigenlijk is de G# de enige noot die in het hele liedje gebruikt wordt. En niet alleen de melodie is saai; de tekst is dat ook. “Mmmmoemoemoemoe”, zing ik, of nee, neurie ik, of nee, nou ja zingen en neuriën is in dit geval bijna hetzelfde. Af en toe gaat mijn mond iets open om de ‘oe’-klank voort te brengen. Strikt genomen is het dan geen neuriën meer, maar om dat nou zingen te noemen. Het is meer een soort zoemen.

Ik ben me heel bewust van hoe dit klinkt. Debiel. Dus zodra ik een fietser dreig in te halen (ik fiets kennelijk zo hard dat ikzelf vrijwel niet ingehaald word) stop ik met zoemen, om na een paar meter tussenruimte mijn lied te vervolgen. Nou ja, lied. Het is geen lied. Het is een oefening voor mijn stem.

Pas geleden had ik mijn eerste gesprek met een logopedist. Zij wilde mij helpen mijn stem vrouwelijker te maken. Tijdens het eerste gesprek zei ze na een minuut of tien: “Wat kom je hier doen? Je praat al zo mooi. Niet te hard, goede melodie, lange klinkers. Ik zou je nu al een zeven geven”. Ik fronste van ongeloof. Okee, het volume, de langere klinkers en de meer zwierige melodie van spreken had ik zelf al uitgedokterd. Maar om nou te zeggen dat mijn stem daardoor zoveel vrouwelijker was geworden… Ik werd vooral aan de telefoon nog iets te vaak met ‘meneer’ aangesproken. Kennelijk compenseert het plaatje veel. Dat zei de logopedist ook: “Je motoriek, je mimiek: alles is al heel vrouwelijk. Dat doet al veel”. Maar ze zag ook mijn frons. “Welk cijfer zou je jezelf geven?”, vroeg ze. Nog voor ze uitgesproken was, klonk “Vier” in mijn hoofd, maar ik durfde dat nu niet meer te zeggen. “Een mager zesje”, loog ik. “Maar ik wil graag een acht. Ik wil graag ontspannen kunnen praten, want nu forceer ik mijn stem. Ik heb vaak last van mijn keel als ik veel gesproken heb”.

Dus dat werd het plan. Ontspannen spreken op een vrouwelijke manier. In mijn geval betekende dat dat ik mijn kaken en keel moest leren ontspannen. Meer focus leren geven richting mijn neus, de klank voor in mijn mond vormen en niet achter in mijn keelholte. En leren om de trilling van mijn borstkas (‘borstresonantie’) uit te schakelen en alleen nog maar mijn hoofd als klankkast te gebruiken. En als ik dan toch bezig was, waarom probeerde ik de basistoon van mijn stem niet wat te verhogen? Naar G#? Sindsdien krijg ik wekelijks begeleiding en nieuwe oefeningen. Waar het monotone liedje er dus een van is.

Sinds dat eerste gesprek is mijn frustratie over mijn stem alleen maar toegenomen. Bewust onbekwaam noemen ze dat. Dat is de meest irritante fase in een ontwikkelingsstap: je bent je meer en meer bewust geworden van hoe het zou moeten, maar je kunt het nog niet op die manier. En trouw oefenen is lastig als je weet dat je dan ook die frustratie flink in de ogen kijkt. Maar ik doe mijn best. Ik oefen thuis op de bank. Ik oefen onder de douche. En op de fiets dus. Mmmmoemoemoemoe…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten