zaterdag 2 mei 2015

Mevrouw Man-ik

Op een dag na is het op de kop af een half jaar geleden dat ik mijn mannelijke identiteit opgaf. Vanaf dat moment was ik elke dag Lisa. Na jarenlang gedraal en geaarzel durfde ik de grote stap aan. Nou ja, aandurven is een groot woord. Ik was doodsbang en durfde eigenlijk helemaal niet. Maar ik had het gevoel dat ik niet anders meer kon. Ik was een klein meisje dat op de allerhoogste duikplank stond met achter mij tientallen ongeduldige puberjochies die geen millimeter zouden wijken mocht ik via de trap willen ontsnappen. Zij lieten mij geen andere keus: ik moest springen. Dus dat deed ik.

In de paar weken die volgden stak ik veel energie in het doorgeven van mijn nieuwe naam bij allerhande instanties. Bij de een kon ik zelf mijn gegevens aanpassen via de website (chapeau!), maar bij de ander moest ik een mail of zelfs een brief sturen. Het verhaal was telkens hetzelfde: ‘mijn geslacht is veranderd en daarom wil ik graag dat u mijn geslacht, mijn voorletters en mijn emailadres in uw administratie aanpast’. Heldere boodschap. Ongebruikelijk misschien, maar wel helder. Ik stelde me voor hoe van elk van die organisaties een medewerker van de klantenservice of backoffice mijn bericht zou lezen, op zijn of haar computer een scherm zou openen waar overzichtelijk onder elkaar een aantal gegevensvelden getoond werden: geslacht, voorletters, voornaam, achternaam. En dan zag ik in gedachten hoe die medewerker het vinkje bij ‘Vrouw’ zou zetten, mijn voorletters zou wijzigen naar L.M. en mijn voornaam ‘Lisa’ zou maken. Een klik op ‘OK’ en klaar. Een fluitje van een cent. Nou nee dus.

Voor sommige organisaties bleek mijn verzoek haast onuitvoerbaar. In de eerste plaats bleken veel organisaties ondanks al hun megalomane ict-projecten van de afgelopen twee decennia nog steeds niet één centraal systeem te hebben voor de klantgegevens. Zo kon het gebeuren dat in de online omgeving mijn nieuwe gegevens keurig werden getoond, maar op de facturen nog steeds mijn oude naam stond. Of ik kreeg magazines, promoties of andere secundaire post nog op mijn oude naam, terwijl de overeenkomst uit hoofde waarvan ik die post kreeg toch echt al was aangepast aan mijn nieuwe situatie. Sommige organisaties heb ik drie, vier of zelfs vijf keer moeten vragen om de wijziging volledig en correct uit te voeren. Mijn complimenten voor de ABN AMRO, KPN en Vereniging Eigen Huis dat ze het uiteindelijk toch snapten. Ik heb gevloekt, geschreeuwd en gehuild om de kwelling die dit administratieve formaliteitje bleek te zijn. Het begon er steeds meer op te lijken dat mijn medische geslachtswijziging nog sneller klaar zou zijn dan mijn administratieve geslachtswijziging. Maar uiteindelijk kwam er licht aan het eind van de tunnel. Uiteindelijk – met dank aan mijn volharding – was mijn geslacht en mijn naam gewijzigd bij vrijwel alle instanties waar ik geregistreerd stond. Op een enkele instantie na. Zoals bijvoorbeeld ASR, mijn hypotheekverstrekker.

Vandaag, een half jaar na dato heeft ook ASR eindelijk blijk gegeven van het feit dat ze mijn verzoek om aanpassing van mijn gegevens hebben bekeken. Deze dag kreeg ik post van ze. Een fractie van een seconde is te klein om nog op te knippen zonder de menselijke maat te verliezen, maar toch had ik in een flits twee zeer duidelijk van elkaar te onderscheiden sensaties toen ik de envelop van ASR uit de brievenbus haalde. Mijn oog keek naar de adressering: ‘Mevrouw…’ (hoera!!) ‘Man-ik’ (wat!??!?). Zucht. Mevrouw Man-ik. Hoe is het mogelijk!

Als ik mijn frustratie even negeer en klinisch naar de situatie kijk, dan zie ik dat er twee scenario’s denkbaar zijn:
  1. Bij de ASR nemen ze functiescheiding héél erg serieus. De afdeling ‘Wijziging aanhef/geslacht’ werkt sneller dan de afdeling ‘Wijziging voorletters’. Kwestie van afwachten en de voorletters blijken na enige tijd ineens goed te staan.
  2. Bij de ASR werken enorme sukkels die te dom zijn om brieven van klanten goed te lezen. Ik zal er nog minimaal twee telefoontjes en een nieuwe brief aan moeten wijden om de gegevens correct te krijgen.
Gezien mijn ervaringen met andere organisaties in de afgelopen maanden ben ik bang dat het eerste scenario echt te optimistisch is. Grrrr… houdt dit dan nooit op…?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten