zaterdag 16 mei 2015

Symbiose en autonomie

In de roes van de overgang tussen slapen en waken open ik mijn ogen. Het ritmische getik van de regen op mijn tent die me in slaap roffelde, is nu verdwenen. Een kiertje zonlicht piept mijn tent in. Ik kreun, rek me uit en draai me op mijn andere zij. Het is duidelijk: mijn middagdutje is voorbij. De zeurende pijn in mijn hoofd van vermoeidheid is nog niet verdwenen, maar toch voel ik me verkwikt. Het middagdutje kon ik wel gebruiken, want mijn eerste nacht in mijn tentje was onrustig. Dat zou aan de nachttemperatuur gelegen kunnen hebben; de aarzelende lente liet het kwik ver buiten de comfortzone vallen. De onrust kon evengoed veroorzaakt zijn door de vele indrukken die ik gisteren opdeed op de aankomstdag van de stilteretraite waar ik deze week aan deelneem. Een weerzien met vele mensen die ik tijdens eerdere retraites had leren kennen. Vol belangstellende vragen omdat ze zagen dat ik stappen had gemaakt; weg van de gender-twijfel waarin ze mij destijds ontmoet hadden. Door hun reactie werd mij duidelijk hoe omvangrijk mijn tussentijdse reis was geweest.

Ik lig op mijn zij en rek me nogmaals uit. Mijn borsten priemen trots naar voren. Voor mijn dutje had ik mijn bh en de prothesen maar aangehouden. De herinnering aan vanochtend lag nog vers in mijn geheugen. Mijn hart bleef toen even stil staan toen ik de gedurende de nacht ijs- en ijskoud geworden siliconenprothesen in mijn bh deed. Brrrrrr…!

Deze retraite brengt me nieuwe ervaringen. Om te beginnen is dit de eerste keer dat ik als vrouw kampeer. Als Man-ik heb ik al heel wat uren in dit tentje doorgebracht, maar nu is het toch wel wennen. Persoonlijke verzorging is een stuk makkelijker voor een man dan voor een vrouw die zich nog moet scheren, haar piemel nog moet wegmoffelen en ijsklompen als borstprothesen gebruikt. Zie dan nog maar eens een beetje patent uit je tent te springen ’s ochtends vroeg. Nog mazzel dat ik geen pruik meer draag. Overigens heb ik het geslaagde experiment van eerder deze week voortgezet: mijn push-up billenbroekje heb ik thuisgelaten.

Maar er zijn nieuwe ervaringen die veel betekenisvoller zijn. En het zijn eigenlijk niet eens helder afgebakende ervaringen, maar een besef dat langzaam begint door te dringen. Tien jaar geleden ontwaakte ik uit de roes van verdringing. Ik werd me weer bewust van mezelf en mijn plek in de wereld. Die realisatie had ik als kind verdrongen omdat de conclusies te pijnlijk waren. Maar drie decennia later gaf het leven me een tweede kans: ik begon mijn bewustzijn te ontwikkelen. Dat bewustzijn had ik als kind in slaap gebracht om te overleven. Tot tien jaar geleden had mijn leven zich afgespeeld in afzondering. Natuurlijk had ik sociale contacten en relaties. Die zagen er op het eerste gezicht prima uit. Maar ik deed niet echt mee. Ik liet mezelf niet zien. Ik was de Man-ik die de wereld wilde zien. Dat wil zeggen: met uitzondering van de momenten dat opgekropte frustratie zich onverbiddelijk een uitweg zocht. Ik kon dan negatief zijn, veeleisend, mopperig en boos. Tien jaar geleden begon de lucht te klaren. Net als het geroffel op mijn tentdoek verstomde ook de donderwolk in mijn leven. Ik opende me en mijn relaties kregen meer diepgang. Sterker nog: ik wilde niets liever dan versmelten met anderen, vooral in mijn liefdesrelaties. Ik voelde me intens gekoesterd wanneer ik complete symbiose ervaarde. In mijn relatie met M. bereikte dit haar hoogtepunt. Nog nooit ben ik met iemand zo intens en allesomvattend samengesmolten geweest als met haar. Een versmelting uit verlangen om eindelijk, na al die jaren, niet meer alleen te zijn. Een symbiose die me echter niet enkel mijn autonomie kostte, maar uiteindelijk ook de relatie. Als een verlangen voortkomt uit de drang iets te vermijden, creëer je juist precies datgene waar je bang voor bent.

Het abrupt losscheuren van de symbiose met M. sleurde me het afgelopen driekwart jaar door heel diep verdriet. Verdriet dat ik alleen maar met mezelf kon delen. Niet omdat er niemand voor me was, maar omdat ik hen nauwelijks toeliet. Uit zelfbescherming was mijn bewustzijn weer ineengeschrompeld. Om mijn vrienden toe te laten had ik me weer voor ze moeten openen, maar als ik dat deed dan voelde ik ook mijn eigen pijn veel sterker. Degenen die me de troost wilden brengen waar ik naar smachtte, brachten me in zekere zin alleen maar meer pijn. Ik was niet alleen M. kwijt; ik kreeg ook de eenzaamheid van mijn jeugd weer terug. Het beschermings­mechanisme dat ik als kind onbewust had gecreëerd, deed het na al die jaren blijkbaar nog prima.

De laatste weken begint er iets te schuiven. Ik ben kalmer. Geduldiger met mijn emoties. Minder geneigd er iets mee te doen. Ze hoeven dan niet weg, ze hoeven dan niet tot uitdrukking gebracht te worden. Ze zijn er dan gewoon. Voor het eerst in een jaar begint mijn vermogen om met andere mensen mee te leven weer toe te nemen in plaats van kleiner te worden. Ik kan me weer ietsje beter met mensen verbinden, zonder dat mijn eigen ontzag oogstende en tranentrekkende levensverhaal daarvoor nodig is. Wanneer ik dan verbinding maak met anderen, voel ik mezelf nog. Of tenminste, ik voel een innerlijke kracht. Een scherm waarop niet alleen die ander afgebeeld wordt, maar ook ikzelf. Mijn hoofd zegt, geheel indachtig de visie van Isaac Shapiro die deze retraite leidt, dat die innerlijke kracht bewustzijn is. Awareness. Ik ken deze staat van zijn goed: in de tijd dat ik M. ontmoette voelde ik me vaak op deze manier aanwezig. Dat maakt me nu onzeker en ik vraag me af: is dit weer de opmaat naar symbiose? Ben ik het bastion Autonomie alleen maar aan het afbreken om mezelf uiteindelijk weer in de kerkers te gooien van het bastion Symbiose? Daar ben ik bang voor omdat de geschiedenis nu eenmaal de hardnekkige neiging heeft zich te herhalen. Er zit niks anders op dan af te wachten op wat komen gaat en te proberen onderweg wat van het uitzicht te genieten.

Ik hoor vogels fluiten. Af en toe tikt een vertraagde regendruppel op mijn tent. De nog natte bomen vervagen de grens tussen regen en zonneschijn. Ik hoor stemmen van andere gasten van de retraite. Ze lopen langs mijn tent. Ik kruip uit mijn slaapzak en kleed me aan. Eens kijken of ik contact met ze kan maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten