zondag 3 mei 2015

Twee maten

Mijn schouders verkrampen alsof een zweepslag mijn rug raakt. In werkelijkheid is ’t het ijskoude meetlint dat een kille streep dwars over mijn rug trekt. Mijn handen bewegen het koude lint onder mijn oksels door naar de voorkant van mijn lichaam. Ik zie mijn tepels meteen op de kou reageren: ze krimpen; ze trekken zich terug in het weefsel van mijn borsten. “Nee, hier blijven!”, roep ik tevergeefs. Mijn handen brengen de beide delen van het meetlint midden voor mijn borstbeen bij elkaar. Het restant van het lint pijpekrult naar beneden. Het metalen stripje van het begin van het lint leg ik bovenop de maataanduidingen op het andere deel. 92,5 centimeter, concludeer ik. “Hmm”. Met een lichte teleurstelling herinner ik me de 91 centimeter die ik drie maanden geleden opmat. Ik trek zachtjes aan het meetlint en het komt wat strakker om mijn borsten. 90,5 centimeter. Tja, borstgroei meten is geen exacte wetenschap, dat is duidelijk.

Ik gebruik nu ongeveer zeven maanden estradiol. Er is duidelijk wat gebeurd met mijn lijf. Mijn dijen en mijn billen zijn iets voller geworden. Ik kan niet zeggen hoeveel, niet zeggen waar het precies zit, maar de vorm is veranderd. Ze zijn ronder geworden. Aan de pasvorm van mijn skinny jeans zie ik dat het niet veel is, maar toch telt het. Bij mijn borsten is de groei wel duidelijk te lokaliseren. Tussen mijn door testosterongebrek slapper geworden borstspieren en mijn tepels liggen nu twee bultjes weefsel. De meeste groei stamt uit de eerste drie maanden hormoongebruik; daarna vlakte tot mijn grote frustratie de groei af. Het toch al trage groeiproces leek wel stil te vallen. Soms leek het zelfs alsof mijn borsten weer slonken.

Een week of acht geleden besloot ik daarom eigenhandig mijn dosis estradiol te verhogen. Mijn oude non-communicatieve endocrinoloog had me in januari zonder enige toelichting ineens estradiolpillen gegeven ter vervanging van de estradiolpleisters waarvan hij wist dat ik die ik liever niet wilde. Een flinke stapel pleisters lag sindsdien nutteloos in mijn medicijnkastje. Vanwege het belang van het experiment zette ik me over mijn bezwaren tegen de pleisters heen en besloot ik ze weer te gaan plakken. Als extraatje: dus als aanvulling op mijn pillen. Prompt kreeg ik weer jeuk en pijn in mijn tepels. Een gewaarwording die op fysiek niveau onaangenaam was, maar op gevoelsniveau uiterst prettig. Jeuk en pijn zijn immers de symptomen van groei. Na een paar weken waren mijn borsten weer ietsje gegroeid. Dat zag ik in de spiegel en voelde ik als ik mijn handen op mijn borsten legde.

Mijn nieuwe endocrinoloog reageerde een paar weken geleden constructief op mijn experiment; ze voelde zich niet in haar positie aangetast. Naast mijn eigen positieve ervaring kon ze aan het bloed dat ik vlak voor de start van mijn experiment had laten afnemen zien dat het estradiolniveau nog wat aan de lage kant was. Ze besloot mijn dosis pillen aan te passen. Haar dosis was helaas wel wat lager dan de dubbele dosis die ik tijdens mijn experiment had gebruikt, maar ik protesteerde niet. Ik moest zuinig zijn op de goede maar nog kersverse relatie. Ik gaf deze mildere dosis maar het voordeel van de twijfel. In elk geval tot aan het volgende consult. Helaas leek deze mildere dosis ook minder goed te werken. Mijn borsten leken weer te stoppen met groeien. Daarom stond ik nu in de badkamer met een meetlint.

Het doel van de hormoonbehandeling is om mijn lichaam te vervrouwelijken. Daar zijn de VU en ik het over eens. Alleen hanteren de VU en ik niet hetzelfde criterium om te bepalen of de behandeling een succes is: ik kijk in de spiegel; de artsen kijken naar bloedwaarden. De artsen geven toe dat de bloedwaarden geen lineair verband houden met de borstgroei. Maar het is wel een objectief meetbare indicator en daar houden ze wel van, nerds als ze zijn. Maar het is een schijnindicator, want er zijn nog vele andere (grotendeels onbekende) factoren die een rol spelen bij borstgroei. Het is net als met mijn meetlint: de gemeten uitslag is niet alleen een gevolg van de daadwerkelijke borstomvang, maar ook van de trekkracht op het lint. Dus wat zegt dan dat ene getal als je die andere factoren niet kent?

Ik beoordeel mijn borsten dan ook aan de hand van wat ik zie en voel. Ik geef toe, dat is een onwetenschappelijke en subjectieve meting. Maar het is naar mijn idee de enige relevante indicator. Mijn genderdysforie is ook niet te vatten in een getal, in een bloedwaarde. Mijn genderdysforie is een gevoel in mij. Een onwetenschappelijke en subjectieve beleving. Waarom zou je dan de oplossing voor die dysforie niet ook meten met dezelfde onwetenschappelijke en subjectieve maat? De dysforie bestrijden met bloedwaarden is meten met twee maten.

Hoofdschuddend laat ik het meetlint om mijn borst los. 92,5 centimeter. Er had net zo goed onleesbaar abracadabra op het lint kunnen staan. Die 92,5 centimeter zegt me helemaal niets. Ik kijk naar mijn borsten in de spiegel. Ik kneed met mijn rechterhand mijn linkerborst en ik voel het gewicht, de weerstand en de elasticiteit van het borstweefsel. Nee, ze zijn inderdaad niet meer gegroeid de laatste weken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten