woensdag 20 mei 2015

Zeepaard

De zon schijnt op mijn huid. Terwijl ik op het terras van het retraiteterrein geniet van mijn overheerlijke lunch, warmt de zon mijn decolleté op. Mijn shirt heeft een lage hals zodat ik vol trots mijn eerste vrouwelijke welvingen kan tonen aan de buitenwereld. Met mijn siliconen borstprothesen kan ik mijn eigen borstweefsel naar het midden stuwen en dan lijkt het heel wat. Sinds ik dat doe zie ik regelmatig mannen bij me naar binnen staren. Ook P. die tegenover me zit, kijkt. Maar zijn oog valt niet alleen op mijn borsten. “That’s a nice necklace”, zegt hij en hij wijst naar het kleine zilveren zeepaardje om mijn nek. “Yes, it reminds me of a very special person”, zeg ik tegen hem terwijl ik met mijn linkerhand het zeepaardje beetpak. In een flits ben ik terug op Bali; aan de oostkust van het eiland duiken M. en ik samen, tussen het koraal en prachtige vissen. Dat was een van de vele prachtige momenten die ik daar samen met haar beleefde. Ter herinnering gaf ze me deze hanger, die ik sindsdien bijna elke dag heb gedragen.

Ik zie haar voor me, de haren in natte slierten aan haar schouders geplakt. Glinsterende waterdruppels en zandkorrels op haar huid. Ik steek mijn hand uit en laat mijn vingers zachtjes over haar schouder glijden. Ik speel met het zand op haar lichaam. Ze lacht naar me en draait haar lichaam naar me toe. Ik pak met mijn andere hand de hare en langzaam bewegen we onze gezichten naar elkaar toe. Onze lippen raken elkaar heel lichtjes. Langzaam neemt de druk op onze lippen toe en kussen we elkaar. Ik buig mijn hoofd wat, zodat onze lippen langzaam van elkaar komen. Ik voel hoe mijn onderlip lichtjes aan die van haar blijft plakken voordat hij losschiet. Ik druk mijn voorhoofd tegen het hare en we kijken elkaar in de ogen. “Ik hou van jou”, fluister ik. “Ik ook van jou”, antwoordt ze. Ik sluit mijn ogen en geniet minutenlang van het geluk dat me is toebedeeld met M. in mijn leven.

Er dringt een geluid door de roes van gelukzaligheid heen. Ik hoor gehuil. Wanneer ik me op het geluid concentreer merk ik dat ik zelf huil. Ik schrik ervan. In een ruk ben ik weer in het heden. Ik ben weer op het terras; weer in de retraite. En ik huil. Ik huil omdat ik M. mis. Flinke tranen rollen over mijn wangen. Ik voel P. achter me; hij houdt me vast en spreekt troostende woordjes in mijn oor. Troostende woordjes voor een verdriet dat misschien wel nooit meer te stelpen is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten