zondag 28 juni 2015

Hieperdepiep...

“Hieperdepiep…. Hoeraaaa!”, zong R. en ze zwaaide de handjes van haar zoontje omhoog. De lieve peuter keek er een beetje bedremmeld bij. Het was middernacht en hij was tien minuutjes geleden – totaal onverwacht – wakker geworden, vermoedelijk van een nachtmerrie. Toen de wekkerradio op 0:00 sprong besloot R. het moment maar aan te grijpen om samen met haar zoontje voor mij te zingen. Want mijn verjaardag was begonnen; mijn eerste verjaardag die ik als fulltime vrouw vierde. Met een wijntje en een peuter zaten R. en ik in bed en we vierden mijn verjaardag met deze ongeplande pyjamaparty. Dat was nog eens van de nood een deugd maken…

Deze nacht wilde ik niet alleen thuis doorbrengen. Het vooruitzicht om ’s ochtends alleen wakker te worden op mijn verjaardag stond me tegen. Ik voelde me niet sterk genoeg voor zo’n harde confrontatie met het feit dat ik de twee dierbaarste personen uit mijn leven ben kwijtgeraakt. Dus toen R. vroeg of ik de avond vooraf een paar uurtjes op haar kleine jongen wilde oppassen, stelde ik met een knipoog de voorwaarde dat ik dan wel wilde blijven slapen en zij voor mij ontbijt moest verzorgen. En zo geschiedde. R. is een van de weinige mensen bij wie ik me zo veilig voel dat ik aan haar mezelf met mijn driedagenbaard durf te vertonen. Die vreselijke baard die ik weer moest laten staan vanwege de zoveelste epilatiebehandeling. Het middernachtelijke lied, de vele knuffels en het taartje (met één kaarsje) bij het ontbijt deden me mijn baard compleet vergeten. De warme gloed van zoveel liefde en aandacht liet mijn hart glimmen en mijn ogen tranen van blijdschap.

Nu weer thuis ben voel ik nog steeds geluk. Gisteren wilde ik me het liefst voor altijd verstoppen en nu straal ik van blijdschap: welkom in de achtbaan van een gendertransitie. Terwijl de felicitaties blijven binnenstromen via Facebook, Whatsapp en telefoon voel ik tranen opwellen. Ik sluit mijn ogen en meteen dringt een snijdend verdriet in mijn hart zich aan me op. Een verbijsterend contrast met alle liefde die ik vandaag van de mensen in mijn omgeving heb gekregen. Ja, ik ben blij met al die aandacht en liefde. Ik voel me gezien, geliefd en onderdeel van een groter geheel. Maar toch schijnt er een triest gevoel door dit geluk heen. Een triestigheid die me belet het geluk volledig in me op te nemen. Zoals een geblakerd randje aan een stuk appeltaart je weerhoudt om er te veel van eten uit angst voor een bittere nasmaak. Lieve M. en lieve S., mijn gezicht lacht om alle felicitaties, maar mijn hart huilt om jullie.

zaterdag 27 juni 2015

Gordijnen dicht

Het is warm buiten. Als gevolg van een atmosferische vergissing heeft de zomer ons dan toch eindelijk bereikt. Om mijn huis koel te houden heb ik de meeste gordijnen dicht gedaan. Maar ik voel de warmte en het mooie weer lonken. Hoe zeer ik de afgelopen maanden ook hunkerde naar de zon, vandaag wil ik me niet op straat vertonen. Vandaag heb ik weer een baard. Overmorgen is weer een epilatiebehandeling gepland en voorafgaand daaraan laat ik mijn baardgroei door de VU beoordelen, in de hoop dat dat beter verloopt dan de vorige keer. Daarom schoor ik me eergisteren voor het laatst. Door de hoge frequentie en de trage voortgang van de epilatiebehandelingen ben ik inmiddels al zo gewend aan ‘baarddagen’ dat ik me af en toe op straat vertoon met baardgroei. Dat doe ik vrijwel nooit op de derde baarddag. In het geschipper tussen de drang naar vrijheid en de angst voor afwijzing (en geweld) is een driedagenbaard eigenlijk synoniem aan een kluizenaarsdag. Met een tweedagenbaard durf ik soms wel over straat te gaan. Maar vaak voel ik me ook met een tweedagenbaard een gedrocht en wil ik het liefst onzichtbaar blijven. Het is volkomen onvoorspelbaar. Daarom had ik voor de zekerheid gisteren al voldoende eten in huis gehaald om het tot overmorgen uit te kunnen zingen. Ik weet nooit of ik me sterk genoeg voel om me over mijn onzekerheid heen te zetten. Vandaag lukt dat duidelijk niet.

Ik voel me niet alleen vandaag maar eigenlijk al de hele maand niet zo fijn. Ik slaap slecht en voel me de hele dag door onrustig. Ik mis S. Het gaat niet goed met hem. Alle hulpverleners om hem heen maken zich meer zorgen over hem dan zijn moeder lijkt te doen. Zij houdt mij nog steeds op afstand. Ze informeert me niet, of hoogstens met summiere en verouderde informatie en dan nog pas als ik er zelf om vraag. Ik heb inmiddels directe lijntjes kunnen leggen met de meeste zorgverleners rond S. Zij zagen uit zichzelf geen reden om mij te betrekken. De belofte van mijn ex dat zij mij op de achtergrond wel zou betrekken maakte de kous voor hen juridisch gezien wel af. Het frustreert me hoe makkelijk ik buitenspel gezet ben. Ik kan natuurlijk met (juridisch) geweld mijn positie opeisen, maar dat maakt waarschijnlijk meer kapot dan het helpt. Maar wat dan? Ik wil mijn kind bijstaan in het moeilijke proces waar hij in zit. Een proces waar ik een factor in ben, of zijn moeder dat nou wil of niet. Je kind loslaten is al lastig als het goed met hem gaat. Maar nu? Het is vreselijk. En ik mis hem enorm.

Dezelfde machteloosheid voel ik ook over mijn eigen proces. Ik voel me erg boos over hoe de VU in totale desinteresse en gebrek aan planmatig werken mijn transitiefase met negen maanden heeft verlengd. Gisteren heb ik daarover een streng gesprek gehad met een verpleegkundig consulent van het genderteam. Deze consulent heeft als taak om het complexe multidisciplinaire zorgpad te bewaken en patiënten met informatie bij te staan (het is trouwens niet deze consulent die de steken heeft laten vallen; geloof het of niet: deze functie bestond tot voor kort nog niet eens bij het genderteam). Het gesprek verliep prettig. De consulent in kwestie kwam krachtig, kritisch en open op me over. Het werd in de eerste minuut al duidelijk dat de VU normtijden hanteert voor genitale ontharing die niet aansluiten bij wat de externe zorgverleners nodig achten. Het lag dus niet aan mij: ook de VU dacht dat dat in negen maanden wel gepiept is. Evengoed had die ontharing al eerder gestart moeten zijn, zo gaf de consulent toe. Ze bood excuses aan en belangrijker nog: ze beloofde in overleg te gaan met de externe huidtherapeut die de genitale ontharing doet en met de chirurgen over mogelijkheden van ontharing tijdens de operatie. Ik duim en bid dat mijn extra wachttijd hierdoor wat teruggebracht kan worden. Ik heb vertrouwen in de strijdbaarheid die de verpleegkundig consulent liet zien. Ik heb alleen weinig vertrouwen in het vermogen van het genderteam van de VU om met een realistische pragmatiek patiëntenzorg op maat te leveren. Mij rest niks anders dan de tijd uit te zitten in deze gekke verwarrende overgangsfase. Ik moet wachten totdat mijn lichaam eindelijk klaar is en ik kan beginnen mezelf er in thuis te gaan voelen. Totdat ik kan beginnen mijn seksualiteit te herontdekken. Totdat ik verlost ben van de drukkende onzekerheid over hoe lang dit proces nog gaat duren. Tot die tijd blijf ik mezelf maar achter de gordijnen verstoppen.

vrijdag 26 juni 2015

Dahaag!

Ik bel de ING klantenservice: “Ik heb negen maanden geleden na vruchteloze pogingen om het online te regelen een ING vestiging bezocht om mijn naam en geslacht gewijzigd te krijgen in jullie Doorlopende Reisverzekering. Na veel gefrons en heen en weer gebel met het hoofdkantoor verzekerde de medewerker me dat het in orde zou komen. Gisteren kreeg ik echter de polisverlenging in de bus met nog steeds mijn oude gegevens er op. Kunt u dit voor mij oplossen?”.

ING klantenservice antwoordt: “Nee, sorry. Om die gegevens te wijzigen moet u even bij een van onze vestigingen langsgaan”.

Ik: “Eh, ik vertel u net dat ik die weg al negen maanden geleden heb bewandeld en dat ze daar niet wisten wat ze er mee aan moesten. En hun pogingen hebben nog steeds niks opgeleverd. Daarom bel ik juist”.

ING klantenservice: “Sorry, ik kan niets voor u doen. U kunt wel zeggen dat u deze persoon bent, maar we willen u toch echt met uw legitimatiebewijs in een vestiging zien”.

Ik: “Maar ze hebben me daar negen maanden geleden al gezien en een kopie gemaakt van mijn paspoort!”.

ING klantenservice: “Sorry, ik kan echt niks voor u doen”.

Ik hang op, ga naar www.ing.nl en zeg met twee muisklikken, zonder inloggen, met enkel de vermelding van mijn polisnummer, de verzekering per direct op. Dat kan kennelijk jan en alleman wel gewoon doen zonder vestigingsbezoek of legitimatie.

Dahaag ING! Ik breng mijn geld wel naar de concurrent...



zondag 21 juni 2015

Prothese

Ze zijn nep, maar al jaren een verlengstuk van mijn lichaam. Nee, ze zijn ónderdeel van mijn lichaam. Alleen leg ik ze op mijn nachtkastje als ik ga slapen. Mijn borstprothesen. Er waren de afgelopen jaren momenten dat ik huilde wanneer ik ze moest afleggen. Inmiddels zijn ze een gewoonte in mijn dagelijkse leven geworden. Zonder prothesen geen borsten. Althans, dat was zo tot ik oestrogeen begon te slikken, nu bijna tien maanden geleden. Mijn borstgroei reageerde snel, maar vlakte helaas ook snel weer grotendeels af. De laatste twee, drie weken groeien mijn borsten weer flink. Net als ik eerder deed, besloot ik drie weken geleden eigenhandig mijn dosis estradiol te verhogen tot hetzelfde niveau dat destijds succesvol bleek, maar waar mijn endocrinoloog zich toen nog niet aan wilde committeren. Ik hoop dat ze in ons gesprek volgende week wel zover durft te gaan. Het is me opnieuw duidelijk geworden dat zonder deze dosis volledige borstgroei geen reële mogelijkheid is.

De afgelopen weken was mijn borstomvang dankzij de extra hormonen weer toegenomen. Samen met mijn borstprothesen was het inmiddels zeker een volle C cup geworden. Als het geen D was. Dat vond ik toch wel erg groot voor mijn postuur. Maar ja… zonder prothesen durfde ik het niet en nieuwe, kleinere prothesen kon ik niet betalen. Ik had vorig jaar al nieuwe gekocht omdat van mijn eerste prothesen er eentje na jaren trouwe dienst helemaal opengescheurd was geraakt – uiteindelijk beyond repair. De overgebleven prothese geniet op dit moment overigens van een tweede leven bij iemand die graag de periode wilde overbruggen tussen haar borstverwijdering en het moment dat de wond voldoende genezen is om een eigen prothese aangemeten te krijgen. Ik vond het eervol en intiem om mijn oude prothese daarvoor uit te lenen.

Maar ja, wat moest ik nou met mijn eigen boezem? Een typisch tafellaken-servet probleem. Teveel mét prothesen, te weinig zonder. Alhoewel? In het begin van de zoektocht naar mijn vrouwelijkheid had ik wel eens een cup A beugel-bh gedragen met daarin twee siliconen-kipfiletjes (excuus: gel push up pads) die je bij lingeriezaken kunt kopen om het volume van je borsten wat te boosten. Destijds vond ik het resultaat met enkel mijn gepushte mannenborstspieren nogal teleurstellend. Maar hoe zou het nu zijn? In een vlaag van experimenteerdrang dook ik vanochtend achter in de kast en diepte de bh en kipfiletjes op. Ik deed de bh om en keek naar beneden. Tot mijn verbijstering was er een boezem. Niet veel, maar er zaten duidelijk borstjes in deze bh. Ik duwde op de voorkant van de bh. De voorgevormde cups deukten flink in. Mijn borstgroei had me duidelijk nog geen cup A gebracht. Maar toen ik de kipfiletjes tussen borst en beugel legde veranderde het beeld totaal. De bh was keurig gevuld. Mijn borstweefsel welfde wulps iets omhoog. Ik geloofde mijn ogen niet. Snel liep ik naar de spiegel. Ik schrok me rot. Borsten! Ik heb borsten! Verschrikt sloeg ik mijn hand voor mijn mond. Ik keek mezelf aan en zag hoe tranen van geluk mijn ogen vulden. De warme gloed van de opluchting gleed over mij heen. Ineens voelde ik het vertrouwen dat het helemaal goed ging komen met mijn borsten. We waren er nog lang niet, maar ik was ook nog maar tien maanden onderweg. Volgens de statistieken van de VU bleven mijn borsten vermoedelijk nu nog wel een jaar of anderhalf doorgroeien. Mijn gedroomde cup B bleek haalbaar. Aangespoord door dit mooie tussenresultaat trok ik mijn bovenkleding erbij aan en bekeek ik mezelf opnieuw in de spiegel. Het was echt flink kleiner dan wat ik gewend was, maar de vlakke mannenborst uit het verleden was in geen velden of wegen te zien. In het decolleté van mijn half opengeknoopte bloesje zaten duidelijk twee kleine borsten. Wauw!

Overmoedig geworden durfde ik het aan om met deze kleine boezem naar mijn meditatievrienden te gaan. Tijdens de pauze van de bijeenkomst van vanmiddag stond ik met twee mannen uit de groep te praten. Eén van hen keek naar mijn decolleté. “Ik zit even naar het hangertje van je ketting te kijken. Wees gerust, ik kijk niet naar je borsten hoor”. Ik grijnsde. Ik kende deze spagaat maar al te goed. Als man wil je (instinctief) naar borsten kijken maar je bent opgevoed dat niet te doen uit respect voor de vrouw die er aan vast zit. Met als gevolg dat je er voortdurend nét langs loert in de hoop toch iets van de borsten op te vangen. Wat voor zowel de man als de vrouw nóg ongemakkelijker is. “Je mag best naar mijn borsten kijken hoor, graag zelfs”, zei ik en ik vertelde de twee mannen van mijn experiment. In een synchrone flits vlogen twee keer twee mannenogen naar beneden en ze monsterden mijn borsten. “Mooi, heel mooi!”, was de gezamenlijke conclusie. “Wel fijn als we gewoon mogen kijken”. In een ontwapenende sfeer van ontspanning stonden we alle drie naar mijn boezem te loeren. Ik voelde me erkend in mijn vrouw-zijn. Vooralsnog mogen mannen bij mij naar hartelust naar mijn decolleté kijken. Het is toch ook een mooi en sexy gezicht als mijn borsten door mijn openvallende bloesje piepen? Als ik niet wil dat mannen binnen kijken dan moet ik de gordijnen maar iets verder dicht doen. Nu weet ik wel dat je van die redenering in een vrij snelle hink-stap-sprong naar de burka en vrouwenonderdrukking kunt gaan, maar dat is voor mij écht een ander perspectief. Je vrouwelijkheid tonen is spelen met sensualiteit. Dat is een spel waarbij het de bedoeling is dat mannen meespelen. Dan moet je ze niet kwalijk nemen dat ze dat ook doen.

Anderhalve maand geleden deed ik bij wijze van experiment mijn push-up broekje uit. Ik heb het sindsdien niet meer gedragen. Of ik vanaf nu mijn vertrouwde borstprothesen niet meer zal gebruiken, durf ik nog niet te zeggen. Morgen is er weer een dag. Een dag waarop mijn zelfvertrouwen, mijn gemoed én mijn door schommelingen in mijn stofwisseling fluctuerende borstomvang anders kunnen zijn dan vandaag het geval was. Maar het experiment van vandaag was zeker geslaagd.

Allemaal familie

Na een aantal maanden van toenemende nachtrust, is het de laatste paar weken weer niet best gesteld met mijn relatie met Klaas Vaak. Dus toen ik vanochtend uit mijn bed stapte, was ik niet verbaasd dat ik me moe voelde. Ik had wel diep geslapen en bijna acht uur lang, maar de vermoeidheid waarmee ik gisterenavond in bed stapte was blijkbaar te groot. Ondanks die vermoeidheid was ik heel blij toen ik gisterenavond laat thuis kwam. Ik was aan de andere kant van het land geweest, bij een nicht van mij. Ik had haar al een decennium niet meer gezien en op die familiereünie destijds ook niet echt diepgaand gesproken. Toch was er destijds een kort moment van echt contact geweest, waardoor we ons via Facebook aan elkaar besloten te verbinden. De laatste paar jaar had dat Facebookcontact zich verdiept: niet qua frequentie, maar wel qua openheid. Na mijn totale coming-out vonden we het tijd elkaar maar weer eens in het echt te zien. Een hernieuwde kennismaking: van nicht-neef naar nicht-nicht.

Ik was nog geen vijf minuten binnen of ons gesprek ging al de diepte in, met dezelfde openheid als ons contact via de Facebook chat. Het werd een prachtige avond. Het voelde voor haar heel natuurlijk mij als nicht tegenover zich te hebben: “ik zie dat dit klopt, dat jij dit bent”. We kletsen over wat ons nu bezighield, we deelden onze emoties daarbij en we keken door elkaars ogen naar onze gezamenlijke familiegeschiedenis. Ik voelde een sterke verbondenheid die niet alleen te maken had met de connectie van het moment, maar ook met de gedeelde genen en familiehistorie. “Ik ben blij weer familie terug te hebben”, zei ik tegen haar. “Die familie is er altijd gewoon geweest hoor”, antwoordde ze. Ja inderdaad: ik had zelf die afstand gecreëerd in een poging los te komen van mijn knellende jeugd. Gelukkig had ik ook zelf dit contact weer mogelijk gemaakt.

Ondanks deze mooie herinnering aan de avond van gisteren voelde ik me vanochtend niet blij. Ik voelde een zweem van verdriet, die als een druilerige regenbui mijn raam nat huilde, terwijl ik zelf droog en warm binnen op mijn bank zat: een soort abstract verdriet wat me maar niet écht wilde raken. Maar het bepaalde wel mijn gemoed.

Gelukkig had ik ’s middags iets moois op de agenda staan om me af te leiden: ik ging naar een bijeenkomst van mijn meditatiecirkel. Tijdens die bijeenkomsten mediteren we samen en er is ruimte om in elkaars liefdevolle aanwezigheid te delen wat je bezig houdt. De mensen uit deze meditatiecirkel gaan vrijwel allemaal regelmatig naar de stilteretraites van Isaac Shapiro, dus inmiddels ken ik iedereen. En door de intense ervaringen die we inmiddels gedeeld hebben, voel ik me er veilig. Steeds meer begint deze groep ook buiten de meditatiebijeenkomsten en retraites een sociale structuur in mijn leven te vormen. Een soort familie.

Aan het begin van de bijeenkomst, tijdens de eerste meditatie, voelde ik mijn vermoeidheid heel sterk. Ik kon nauwelijks rechtop blijven zitten en nauwelijks mijn aandacht focussen. Maar na een tijdje werd het beter (hoewel je in spirituele termen niet over ‘beter’ praat maar over ‘anders’): ik werd meer aanwezig. Ik kon mijn aandacht focussen en ik kon beter zien wat zich in mij afspeelde. De emoties van de ochtend begonnen uit hun schaduw te kruipen. Maar pas later op de middag kwamen ze in het volle licht te staan. We zaten toen in een grote kring en er was gelegenheid om te vertellen wat zich in je afspeelde. Toen mijn emoties zoveel aandacht vroegen dat ik ze niet meer kon negeren, nam ik het woord (in het Engels; het is een internationaal gezelschap): “There’s a big sadness in me today”. Ik hoorde het trillen van mijn stem, terwijl ik langzaam de groep rondkeek. “Today is fathers day. And although I stopped being a man some time ago, I didn’t stop being a father”. Ik voelde hoe de harten van de mensen in de groep mijn hart optilden en het ondersteunden. In zoveel liefde hoefde ik mijn tranen niet meer in te slikken. Ik zuchtte en liet ze over mijn wangen rollen. “But today I am sad because I haven’t seen my son for five months now. And I miss him very much”. Terwijl ik huilde keek ik de kring rond. Ik zag veel vochtige ogen, maar mijn blik bleef hangen bij de man die vorig jaar zijn zoon in een ongeluk verloor. Ook bij hem rolden de tranen over zijn wangen. Zo waren we samen in het diepste besef dat we allemaal onderdeel uit maken van een familie en dat het pijn doet als familieleden van wie je houdt onbereikbaar zijn geworden.


donderdag 18 juni 2015

Cursus

“Welkom op deze cursus patiëntgerichtheid. Vandaag gaan we dieper in op hoe je met transvrouwen omgaat. Dit doen we aan de hand van de volgende praktijksituatie: de vervolg-indicatie voor gelaatsontharing. Voor heel veel transvrouwen is het aantal behandelingen dat zorgverzekeraars meestal vergoeden veruit ontoereikend om hun baardgroei afdoende te verwijderen. Veel verzekeraars willen de patiënt liever geen extra vergoeding geven. Alleen als wij aan de hand van een deskundige beoordeling door een hooggekwalificeerde dermatoloog vaststellen dat er inderdaad nog sprake is van baardgroei, dan willen sommige zorgverzekeraars soms wel extra vergoeding bieden aan de patiënt.

“De eerste stap is om een consult in te plannen met de aan het genderteam verbonden dermatoloog. Vertel direct tegen de transvrouw dat zij zich voorafgaand aan dat consult drie dagen niet mag scheren, omdat er anders geen baardgroei beoordeeld kan worden. Let op: dit vinden de transvrouwen een heel vernederende voorwaarde; ze willen liever niet gezien worden met een baard, ze willen immers vrouw zijn. Dus ze zullen wel protesteren en vragen of ze niet een fotootje kunnen opsturen. Maar geef daar geen gehoor aan.

“Wanneer de patiënt op de dag van het consult zich, een beetje schuchter ineengedoken vanwege de gêne over de baardgroei, bij de balie van het genderteam meldt, zeg dan dat het consult niet hier in de veiligheid van de vertrouwde omgeving plaatsvindt, maar dat de patiënt zich moet begeven naar de afdeling Dermatologie. Dermatologen staan er immers om bekend dat ze te beroerd zijn om een middagje consulten te doen op een andere afdeling. Daarom is het beter dat de patiënten zich met baard vertonen in de algemene wachtkamer van de afdeling Dermatologie. Dat ze zich daar heel opgelaten zullen voelen, daar kunnen wij ook niks aan doen.

“Vervolgens laat je die patiënten daar lang op hun beurt wachten. Natuurlijk konden we al voorspellen dat de arts ging uitlopen, maar aangezien de patiënten alleen maar patiënt zijn en verder toch geen leven en geen verantwoordelijkheden hebben, is het te verwachten dat ze best de rest van de middag willen wachten. Wanneer de wachtkamer na anderhalf uur wachten toch een beetje ongezellig begint te worden van de drukte, dan stuur je gewoon een paar patiënten naar huis met de boodschap dat we een nieuwe afspraak zullen maken. Let op: sommige patiënten komen van heel ver weg en kunnen tot wel 2,5 uur reistijd achter de rug hebben. Zij zullen zeer gepikeerd zijn dat ze onverrichterzake weer naar huis worden gestuurd en voor jan doedel drie dagen voor schut hebben gelopen met hun baard. Sus hun boosheid dan met een gratis uitrijkaart voor de parkeergarage. Ga vervolgens weer achter je computer zitten en ga over tot de orde van de dag”.

Bovenstaand fragment is natuurlijk een sketch. Zo’n cursus patiëntgerichtheid bestaat helemaal niet. De sarcastische ondertoon is van mij. Maar helaas: de handelingswijze klopt wel. Dit is precies wat mij onlangs overkwam. Ik voelde me behandeld als een homp willoos vlees. Gelukkig woon ik niet zo ver van de VU af dat ik er 2,5 uur voor had moeten reizen, maar ik kon aan het geborrel naast me horen dat het bloed kookte bij de andere twee transvrouwen die ook naar huis werden gestuurd. Ik reageerde vrij gelaten in de trant van ‘ik ben niet boos alleen erg verdrietig’. Dit was niet de eerste keer dat ik me schandalig behandeld voelde door het VUmc ('de VU' voor intimi). Dit is hoe het daar gaat. De VU is een bureaucratische vesting waar je niet tegen kunt strijden. Ik trok dan ook niet mijn zwaard, maar mijn agenda en maakte een nieuwe afspraak.

ps: inmiddels heb ik ook een afspraak gemaakt met de zorgcoördinator van het genderteam om bovenstaande ervaring en nog belangrijker: mijn frustratie over negen maanden extra wachttijd te bespreken. Wordt vervolgd...

dinsdag 16 juni 2015

Aaaaaaaaarrrgggghhhhhhh

Het begon toen ik op de fiets naar huis zat. Nog vrij ingehouden, vermoedelijk omdat ik me bewust was dat iedereen me hier kon horen: “Idioten zijn het!”. De mensen op straat keken me meewarig aan alsof ik psychotisch was en met stemmen in mijn hoofd in gesprek was. Nu was ik inmiddels wel gewend aan hun blikken – dat krijg je als je regelmatig met driedagenbaard naar de elektrische epilatiebehandeling fietst – maar niet dat ze dat deden vanwege mijn gemopper. Ik had echter alle reden om te mopperen. Ik voelde me boos. Heel gefrustreerd. Heel wanhopig. Ik voelde me in de steek gelaten. In de steek gelaten door het genderteam van het VU.

Ik mopperde al fietsend verder, bijna slissend tussen mijn kaken. Ik was me letterlijk aan het verbijten tot ik thuis was. Eenmaal daar aangekomen smeet ik de voordeur achter me dicht en riep ik: “Stelletje klootzakken! Het zijn debielen die niet weten waar ze mee bezig zijn! Alsof ik de eerste transgender ben die ze behandelen!! Patiënt? Ik ben een DiagnoseBehandelCombinatie, een pot geld! Anderhalf jaar! Anderhalf jaar!!! Klootzakken!!! Klootzahahakkehehennnnnn….”. Dat laatste scheldwoord vloeide over van ferm en boos schreeuwend naar hortend en stotend huilend. Ik huilde minutenlang aan één stuk door, terwijl mijn lijf steeds slapper werd en zich naar mijn slaapkamer sleepte.

Daar aangekomen smeet ik de kamerdeur dicht. Door die klap schrikte ik op uit mijn eigen gejammer. Ik snoof via mijn neus een lange teug lucht naar binnen. Mijn neusvleugels bolden op om de luchtstroom te maximaliseren. Mijn lippen werden smal en samengetrokken. Mijn armen gingen wijder uit staan en mijn vuisten balden zich. Ik wist wat er ging komen. Ik voelde mijn hart bonken, mijn ademhaling ging venijnig met flink diepe halen heen en weer. Mijn ademhaling ging niet diep, maar breed. Alsof ik de energie van de luchtstroom mijn armen in perste. Mijn vuisten balden zich krachtiger en duwden het bloed weg uit mijn verblekende vingers. Ik voelde hoe mijn mannelijkste emotie volledig bezit nam van mijn lijf: woede. Woede vulde elke ader, elke vezel, elke cel van mijn lijf. Tot het moment waarop ik met een ferme ademteug mijn gebalde vuisten in de lucht stak en met een harde klap op het matras van mijn bed liet neerkomen. Baf! En nog een keer: baf! Een volgende ademteug. Mijn armen vlogen nu gelijktijdig omhoog en eenmaal boven aangekomen bleven ze dreigend zweven. Ik ademde snel door mijn neus in en uit. In en uit. Zo stond ik daar, dreigend, krachtig, klaar om uit te halen. Ik voelde een dierlijke agressie in me die me zowel angst als ontzag inboezemde: ik voelde mijn vermogen om iemand te vermoorden.Een oerkracht in iedereen aanwezig, maar gewoonlijk veilig in toom gehouden door onze beschaving.

Met een lange zwaai beukte ik mijn vuisten opnieuw in het matras. “Aaaaaaaaarrrgggghhhhhhh”, schreeuwde ik. Een diep, donker, gorgelend geluid. En ik beukte. Ik beukte. Ik beukte op mijn matras, tot het moment dat ik niet meer kon. Toen begon ik te huilen. Ik voelde pijn in mijn keel. Ik had mijn stem kapot geschreeuwd. Maar het had me wel opgelucht.

Deze uitbarsting had me alle pijn doen vergeten van mijn eerste genitale ontharingsbehandeling die ik zojuist had gekregen. Tijdens mijn laatste gesprek met de VU-psycholoog hadden we besloten dit traject in gang te zetten. Voorafgaand aan de operatie, moet de huid die gebruikt zal worden om de neo-vagina te maken namelijk volledig onthaard worden. Het gaat dan om de penis, het scrotum en het perineum. Ik had uitgekeken naar die behandeling. Niet uit masochisme, maar omdat ik daarmee weer een stap richting geslachtsoperatie zette. De behandeling zelf was emotioneel, intiem en erg pijnlijk. Maar het pijnlijkst was wat me tijdens het intakegesprek werd gezegd: “Ga uit van 6 à 8 laser-behandelingen en daarna wellicht nog wat elektrische epilatie voor het laatste restje. Dat duurt ongeveer anderhalf jaar in totaal”. Anderhalf jaar. Anderhalf jaar? Waar is de negen maanden gebleven die ik in mijn hoofd had? De negen maanden die de VU-psycholoog suggereerde: nu starten met ontharing, in september bespreking in het medisch team, in het najaar de medische vooronderzoeken, dan de operatie inplannen en de wachtlijst van ongeveer drie maanden uitzitten. Dat was het verhaal. Nu worden ze bij de VU nooit concreet over termijnen, maar ik kwam toch uit op een geschatte operatiedatum van maart/april 2016. Ongeveer negen maanden vanaf nu. Ik keek er naar uit. Ik begon genoeg te krijgen van dit gekke tussenin-lichaam. Genoeg van de onmogelijkheid mijn nieuwe lichaam te ontdekken, de onmogelijkheid mijn seksualiteit opnieuw te gaan onderzoeken. Genoeg van het lange wachten. En nu werd ik in hoger beroep veroordeeld tot negen maanden extra. Dat was meer dan ik kon dragen.

Ik heb al regelmatig mijn frustratie over de zorg van het genderteam van het VU laten blijken op dit blog. Dit is opnieuw een blijk van hun dedain of desinteresse in de mens achter de patiënt. Ik ervaar dat het protocol centraal staat, niet de optimale zorg voor mij. Bureaucratie gaat voor betrokkenheid. Waarom kon die doorverwijzing voor genitale ontharing niet al meteen bij de start van de hormoonbehandeling gegeven worden? Daar is geen medisch-inhoudelijke reden voor; het kon niet omdat het nu eenmaal niet het protocol is. Het protocol creëert dus blijkbaar een jaar zinloze wachttijd (die in mijn geval drie maanden korter is omdat ik in het vorige gesprek mijn VU-psycholoog in een hogere versnelling heb kunnen krijgen). Zinloze wachttijd die het transitieproces nodeloos verlengt. Het protocol moet nodig worden aangepast: de Real Life Experience fase doorlopen = operatie inplannen! En dus zorgen dat alle voorbereidingen dan al zo veel mogelijk gedaan zijn. En ja, het komt wel eens een enkele keer voor dat een transgender op basis van de Real Life Experience terugkomt op het voornemen tot operatie over te gaan. De genitale ontharing is in zo’n geval onnodig uitgevoerd. Nou en? Dat is een uitzondering. Over de totale groep gemeten, vallen die kosten in het niet bij alle zinloze psychologische gesprekken die de massa driemaandelijks krijgt gedurende die overbodige jaar wachttijd in het huidige protocol. Reken maar uit: voor honderden patiënten elk 4 overbodige psychologische gesprekken tegenover een handjevol ‘onnodige’ genitale ontharingsbehandelingen (à +/- €2.000,-). Simpele businesscase lijkt me. Om over de business case voor het patiëntcomfort maar te zwijgen.

Deze hele frustratie met het protocol heeft een belangrijke relatie met geld. Als je veel geld hebt, dan heb je de VU helemaal niet eens nodig. Dan kun je je eigen protocol volgen. Alle zorg kun je zelf inkopen, in Nederland of in het buitenland. Maar als je geen geldboom in je tuin hebt, dan ben je afhankelijk van de zorgbureaucratie. Een transgender krijgt hier in Nederland de kern van de behandeling vergoed: hormonen, operatie en genitale ontharing. Elk jaar voor de rest van je leven natuurlijk wel je volledige eigen risico betalen, maar dan heb je ook wat zal ik maar zeggen. Voor verwijdering van gezichtsbeharing en stemondersteuning met logopedie ben je afhankelijk van de coulance van zorgverzekeraars en dan nog maak je alleen kans wanneer je in de pas loopt met het protocol van de VU. In de praktijk betekent het dat je hoe dan ook een flink deel gewoon zelf moet betalen. Alsof ik uit ijdelheid mijn baardgroei zou willen kwijtraken en geloofwaardig zou willen kunnen praten zonder stemproblemen te creëren. Om over haartransplantatie en borstvergroting (tweederde van de transvrouwen komt met de hormoonbehandeling niet voorbij onnatuurlijk kleine borsten) nog maar te zwijgen: zelf betalen!

Een geslachtstransitie kost geld. Veel geld. En de facto moet je als transgender al veel zelf betalen. Als je niet de ruimte hebt om alles zelf te financieren, dan kom je terecht in een kwetsbare en afhankelijke positie. Alsof je vanwege de intense emotionele reis niet al kwetsbaar bent. Negen maanden zinloze wachttijd. Kom op VU, dit kan en moet beter!

Onzichtbaar

Mijn logopediste is een schat. Daarom voelde ik me schuldig dat ik weer zo weinig had geoefend. Ik keek een beetje links en rechts naar beneden toen ik haar vertelde dat ik de laatste tijd zoveel frustratie voelde over mijn stem en dat ik daarom de oefeningen steeds uitstelde en per saldo afstelde. “Wat frustreert je zo?”, vroeg ze. “Het kost zoveel moeite om mijn focus in mijn voorhoofd te krijgen zoals je me hebt geleerd. Alsof het voortdurend tegengehouden wordt. En dan ga ik juist persen. Het lukt me niet om te ontspannen. Ik moet al zoveel in de gaten houden, doen en nalaten om vrouw te worden. Nu ook mijn stem nog. Het voelt alsof ik er niet mee vooruit kom”. Ik zuchtte en ik voelde mijn ogen vochtig worden.

“Misschien is mijn referentie aan het verschuiven. Misschien ben ik wel verder dan ik een paar maanden geleden was, maar heb ik het niet in de gaten omdat we nog zo ver van mijn ambitie verwijderd zijn”, vulde ik aan. “Dat denk ik ja. Het klinkt echt beter dan drie maanden geleden”, glimlachte ze naar me. Ze begreep dat ik me kwetsbaar voelde en dat ik even aan het handje meegenomen moest worden: “Kom, ik ga je helpen die focus nog wat beter voor elkaar te krijgen. Doe je ogen eens dicht. Stel je voor hoe je neuriet op de A#-toon. Niet echt doen. In stilte, maar wel met de volledige intentie. Focus naar boven. Keel ontspannen, kaak los. Buik en middenrif ontspannen. Aandacht in je onderbuik. Laat de klank door je voorhoofd naar buiten gaan. Heb je hem?”. Ik knikte. “En nu maak je een denkbeeldige ‘o-klank. En nu de ‘a’. En nu zeg je in gedachten ‘goeiemorgen’. En fluister het nu eens”. Zachtjes, bijna onhoorbaar, liet ik een fluistergeluid aan mijn mond ontsnappen. Het leek alsof het door mijn voorhoofd naar buiten ging. Het lukte me om de focus ontspannen vast te houden. Yeah! “Okee, goed zo. En zeg het nu eens hardop”. Zenuwachtig lachte ik en alle focus was weg. Ik probeerde hem te herpakken en zei: “Goeiemorgen”. Maar dat was mis. Niet goed.

“Wat gebeurde er nu?”, vroeg ze. “Toen je me vroeg het hardop te doen, werd ik zenuwachtig. Ik voelde een klein beetje paniek en ik voelde verdriet. Ik vond het eng om mezelf te laten horen. Om door jou beoordeeld te worden”. Ik zuchtte. “Dit is het stukje in mij waar ik al flink aan gewerkt heb, maar het is frustrerend om te merken dat het nog steeds niet weg is: mijn diepgewortelde impuls om onzichtbaar te willen zijn. Omdat dat veiliger is”. Ik staarde naar de tafel tussen ons in. Ik voelde dat ze naar me keek. Ik voelde haar compassie. En ik brak. Ik huilde mijn tranen van verdriet. Het verdriet van een patroon waarin ik mezelf afzonder, mezelf niet durf te laten zien. Een patroon dat voortkwam uit mijn tijd in een omgeving met mensen die mij niet wilden zien zoals ik was, omdat ze alleen een aanblik konden verdragen die aan hun verwachtingen voldeed. Ik heb jarenlang hard gewerkt om dat patroon te doorbreken. En dat heeft me verder gebracht. Maar het frustreert dat het patroon wanneer het er op aan komt gewoon nog volop actief is. Het was deze frustratie die hier in de spreekkamer van mijn logopediste naar boven kwam. Omdat ik me besefte dat ik door dat patroon niet in staat ben ontspannen te praten. In dit onbarmhartige proces van mijn geslachtstransitie komt werkelijk alles boven wat ik met me mee draag.

donderdag 11 juni 2015

Handen vrij

De gewoonte om even bij hem binnen te kijken zit diep. Meestal zwaait hij en zwaai ik terug in een onhandige beweging die me vaak aan het wankelen brengt. Het zwaait nu eenmaal niet makkelijk met boodschappentassen in je handen. En die heb ik vaak vast als ik bij mijn Marokkaanse kapper langsloop; zijn kapperszaak ligt nu eenmaal op mijn route van supermarkt naar huis. Hoewel hij me al in tijden niet meer geknipt heeft omdat ik mijn haar lang laat groeien, voelt het alsof hij nog steeds mijn kapper is. “Hé boerman, alleschgoed?”, vroeg hij altijd met zijn Marokkaanse accent aan mij als ik zijn zaak binnenliep. Maar dat had ik, op mijn coming out vorig jaar na dan, al heel lang niet meer gedaan.

Vandaag liep ik weer langs, hij zwaaide weer en ik had weer mijn handen vol met boodschappen. In een impuls liep ik bij hem naar binnen en zette mijn boodschappentassen op de grond om mijn handen vrij te hebben om hem echt te begroeten. “Dag schat”, zei hij tegen me en zijn vriendelijke ogen straalden als vanouds. Van ‘buurman’ naar ‘schat’; het is een kleine stap. Ik wilde hem uit gewoonte een hand geven ter begroeting en liep naar de wastafel waar hij bezig was de haren van een klant te wassen. Maar hij had zijn handen niet vrij. Allebei zijn handen zaten onder het schuim van de shampoo. “Gaat niet”, zei hij lachend en in één vloeiende beweging bood hij zijn wang aan en tuitte hij zijn lippen iets. Een zoen? Alsof we bevriend zijn? Ach ja, waarom ook niet. En voor ik het wist gaven mijn kapper en ik elkaar drie zoenen. “Allesch goed? Je ziet er heel mooi uit. Gaat goed met je hè? Lekker zomers met blote benen”. Zijn evaluatierapport over mijn verschijning was uitermate positief. Hij was oprecht blij me te zien. Met een plagende knipoog zei hij: “Jij komt niet meer bij mij nu, he? Je haar moet lang zeker? Moet je niet eens bijpunten?”. Tegen zoveel ontwapening was ik niet opgewassen. “Je hebt helemaal gelijk. Ik kom volgende week”. We spraken nog wat over hoe het met mij ging en hoe het met hem ging en toen vertrok ik. “Dag schat”, riep hij me nog na. “Tot schnel!”. Met een brede grijns en een goed gevoel in mijn hart liep ik zijn straat uit, het hoekje om naar mijn huis. Ik voelde mezelf en mijn keuze om vrouw te worden totaal geaccepteerd. Mijn Marokkaanse kapper had zojuist in twee minuten de stereotiepe Westerse vooroordelen over moslims en intolerantie van tafel geveegd.

woensdag 10 juni 2015

Adem

“Adem in…”, zei L. Ik begreep wat ze bedoelde, maar het lukte me niet. Mijn longen leken wel gevuld met beton. Een grote zware massa drukte op mijn maag en belette bijna mijn hart het kloppen. Mijn wilskracht om te ademen verdampte als een druppel water op een hete steen: onzichtbaar of het nu door de lucht of door de stenen materie werd opgezogen. Ik voelde mijn hoofd opzwellen, mijn lichaam trillen. Alles om me heen implodeerde naar een kille donkere leegte. Een zwart gat waarin elk bewustzijn werd opgeslokt. Als een gootsteenputje slurpte het Niets mij op. Een draaikolk veroorzakend waarin aan de buitenkant alles snel draaide en in de kern helemaal niets meer gebeurde als een voorbode van een eindeloze stilte. Ik werd me nog vaag bewust dat het bijna gedaan was. Nog één, twee seconden en het Niets had me helemaal opgeslokt. “Adem”, hoorde ik. “A-dem”. Mooie klanken. Geen idee wat ze betekenden.

Als een injectie warme vloeistof schoot ineens mijn bewustzijn mijn lichaam in. “Adem”, hoorde ik L. zeggen. Ik trilde en hoorde hoe een luchtstroom mijn keel in schoot. Ik voelde de zalvende lucht die mijn longen masseerde. Mijn lijf schokte. Mijn hoofd schudde oncontroleerbaar heen en weer. Ik knipperde met mijn ogen en realiseerde me dat ik dat al minuten, uren, dagen niet meer had gedaan. Alsof ik ontwaakt was op een andere planeet, nam ik de wereld om me heen in me op. Het duurde even voor ik mijn gordijnen herkende, mijn tafel en de bank waar ik op zat. Ik hoorde de stem van L., licht vervormd door de elektronica van mijn telefoon. Met een zucht blies ik de verse lucht uit mijn longen. En met horten en stoten ademde ik een nieuwe teug naar binnen. En zo zat ik op de bank, langzaam weer bij zinnen te komen bij de troostende aanwezigheid van L. Ze zei niet veel. Net genoeg om me te laten weten dat ze er voor me was. Daarvoor hoefde ze eigenlijk niks te zeggen, want ik kon haar wel voelen. Ik kon voelen hoe ze haar arm om me heen had geslagen en mijn hand vasthield. Ook al zat ze thuis aan de andere kant van de stad.

“Wat gebeurde er?”, vroeg ze. “Ik… ik… weet het niet…”, stamelde ik. Maar ik wist het wel. Stukje bij beetje kwam de herinnering terug. De herinnering aan deze avond, waarop alle verdriet die de afgelopen twee weken weer zo hevig aanwezig was, samen leek te vallen. Ik miste S. Ik wilde hem vasthouden, zijn lijf voelen, zijn adem horen, zijn stem. Ik wilde hem al mijn liefde geven. Liefde die inmiddels tegen mijn innerlijke plinten omhoog klotste omdat het zich al vier maanden niet had kunnen tonen. Ik herinnerde me hoe die grote pijn van het verlies van mijn kind, het verlies van dit mooie mens, het verlies van mijn ouderrol, deze avond op mijn hart drukte. Niet subtiel en geleidelijk zoals het dat de afgelopen maanden had gedaan, maar met een grote scherpe kracht, alsof het staketsel waar de pijn op rustte in één klap was bezweken waardoor de pijn op mijn kwetsbare hart dat daaronder lag, neer kon ploffen. Ik herinnerde me ook de pijn om het verlies van M. Mijn grote liefde, naar wie ik de laatste weken steeds heviger verlangde. Ik wilde haar ruiken, proeven, voelen, totaal sublimeren. Ik hunkerde naar haar liefde, haar troost, haar gezelschap, haar afleiding. Ik wilde dit niet meer alleen doen. Lieve M., kom je terug? De bonzende pijn van mijn liefdesverdriet schoot als een spijkerbed van alle kanten dwars door mijn hart heen. Ik herinnerde me ook hoe toen het gevoel kwam totaal vastgelopen te zijn. Ik herinnerde me het intense verlangen om te stoppen met mijn leven als vrouw. Om te stoppen met deze transformatie. Om het geluk dat ik met S. en met M. beleefd had, terug te krijgen. Ik was van een ongelukkige man een ongelukkige vrouw aan het worden. Een andere leegte, een ander gemis, dat wel. Maar mijn leven was er helemaal niet beter op geworden. Ik leefde in verdriet en angst. Angst dat ik als vrouw nog steeds niet gelukkig zou zijn.

Ik herinnerde me hoe al die pijn, emoties en gedachten mijn keel dichtknepen, mij de adem benamen, en ik wilde niets liever dan dat alles hier en nu zou stoppen. Dat ik niet meer hoefde te vechten. Niet meer hoefde te lijden. Dat mijn leven klaar zou zijn. Dat ik terug mocht naar de oorsprong. In een flits zag ik de haak voor me die hier lange tijd in het plafond had gezeten. Ik zag mezelf er aan bungelen. Ik zag hoe mijn moeder huilde en spijt had dat ze me dood had gewenst. Ik zag S. huilen, ik zag M. huilen. En het deerde me allemaal niet. Voor het eerst deerde dat me niks. Want ik had eindelijk rust. Ik herinnerde hoe mijn hand echter als een spelbreker de telefoon greep en mijn duim op een fotootje in de contactpersonenlijst drukte. Mijn rust werd verstoord door de door het late tijdstip van mijn telefoontje argwanend gemaakte stem van L.: “hee meisje…”. Ik begon meteeen radeloos te janken; de ene radeloze huil na de andere, zo intens dat er geen tijd meer was om tussen de uithalen nog adem te halen. En toen kwam het moment dat alles blokkeerde en mijn longen zich vulden met beton.

“Ik… ik raakte… in paniek”, antwoorde ik op L.’s vraag. “Ik ben bij je”, zei L. en ik huilde zacht. “Ik voel het”, prevelde ik. Heel even voelde ik me niet meer alleen. Niet meer alleen op dit onmenselijke en onbarmhartige pad.

zaterdag 6 juni 2015

Topless

De warme ochtendzon had me uit bed gebrand. De herinnering aan de tropische temperaturen van gisteren hing nog in mijn appartement: de temperatuur was er vannacht, ondanks open ramen niet onder de 23 graden gekomen. Ik had toen ik uit bed stapte een luchtig wapperende harembroek aangetrokken. Verder niks. Zo rommelde ik ongewassen wat in huis in een halfslachtige poging het dagritme op te pakken, maar dat wilde op deze luie dag nog niet echt lukken. Het was niet dat ik helemaal nog niks had gedaan. Ik had een was in de machine gestopt, ontbeten, de krant gelezen, dat soort werk.

Het plotselinge zwijgen van de wasmachine herinnerde me aan een taakje dat mij nog restte. Ik stond op van de ontbijttafel, haalde de schone was uit het apparaat en liep ermee naar het balkon. Met dit mooie weer zou het in een wip droog zijn. Werktuiglijk en zonder gedachten begon ik de was op te hangen. Gewoon zoals ik dat altijd gedaan had. Maar terwijl ik bezig was, werd ik me ineens bewust van mijn borsten. Ik keek naar beneden en zag mijn ontblote bovenlijf. Met twee borsten eraan. Heel groot zijn ze nog niet (flink kleiner in elk geval dan mijn frustratie daarover) maar het zijn duidelijk borsten. En waar ik tot aan de hormoonbehandeling nog gewoon gedachteloos met het mannelijke bovenlijf ontbloot op mijn balkon kon staan als het weer het toeliet, was ik nu ineens topless. Dezelfde plek, dezelfde kleding, hetzelfde weertype, maar een andere lading. Hoewel ik trots ben op mijn kleine borstjes en ze het liefst aan iedereen zou willen laten zien, realiseerde ik me dat de mensen in mijn straat hier niet op zaten te wachten. Vrouwen bedekken hun borsten. Mannen bedekken hun borst niet. Zo is onze cultuur nu eenmaal. Ik liet het wasgoed terug in de mand vallen en liep snel naar binnen om een hempje aan te trekken. Nu heb ik eindelijk borsten en nu moet ik ze verbergen. Toch jammer…

vrijdag 5 juni 2015

Onderkant

Ik was nooit een extreem behaarde man. Op mijn lichaam zat altijd al een relatief bescheiden hoeveelheid haar. Voor een man dan. Als vrouw zou je in vroeger tijden met zoveel lichaamshaar al snel een kermisattractie zijn geweest. Dat wilde ik niet zijn, dus zocht ik mijn toevlucht bij IPL-behandelingen. Veel van de donkere haren verdwenen daardoor of werden duidelijk dunner. Ik hoopte er op dat de hormoonbehandeling de laatste klap zou uitdelen. Inderdaad worden de resterende haren nu langzaam dunner, maar helemaal verdwijnen doen ze niet. Om dat proces te bespoedigen neem ik mijn toevlucht tot pincet en volharding.

Vanochtend zat ik in de slaapkamer bij het invallende zonlicht de recent gegroeide haartjes uit te trekken. Het waren er niet zo veel deze keer, dus ik moest goed kijken. Terwijl mijn ene hand met de pincet gewapend in de aanslag bij mijn borstgebied bleef zweven, duwde ik met mijn andere hand mijn recent verworven borstweefsel heen en weer om goed rondom de tepel te kunnen kijken. Maar ik had een dode hoek. Twee dode hoeken. Voor het eerst. Voor het eerst sinds de start van de langzame groei van mijn borsten was er onder elke tepel een klein gebiedje waar mijn blik eigenlijk niet echt lekker meer kon komen, hoe ik ook mijn borsten opzij duwde of omhoog trok. Vanaf vandaag heeft mijn lichaam er twee plekken bij waar ik zonder spiegel niet kan kijken: de onderkant van mijn borsten. De gebiedjes zijn nog niet groot, maar de symbolische waarde van de mijlpaal wel.

Het zijn niet mijn enige onderkantjes buiten mijn directe blikveld. En ook niet de enige onderkantjes waar haren groeien. Om de haargroei van mijn perineum te bekijken heb ik ook echt een spiegel nodig. Gelukkig hoef ik daar niet zelf te ontharen. Toch zal dat gebied, voorafgaand aan De Grote Operatie, haarvrij gemaakt moeten worden. Want ze gaan met het in die regio aanwezige weefsel een vagina construeren en je wilt straks natuurlijk geen haargroei ín je kut. Dat ontharen gaat via elektrische epilatie, net als bij de gezichtbeharing. Hoera. Trouwe lezers van dit blog weten hoe fijn ik dat vind. Gelukkig is het in de schaamstreek geen probleem om je een paar dagen niet te scheren…

Gisteren was ik bij de VU om met de psycholoog de voortgang te bespreken van mijn Real Life Test en toen zei ik: “ik ben er klaar voor”. Klaar voor de grote operatie bedoelde ik. “Je hoeft daar nog niet over te beslissen”, zei hij, “want de Real Life Test is nog niet voorbij”. Maar mijn overtuigingskracht was sterker dan het protocol. Ik vertelde over hoe mijn piemel me nu belemmert om mijn plek te vinden in mijn vervrouwelijkende lijf. Ik vertelde over hoe ik er naar verlang mijn seksualiteit opnieuw te gaan ontdekken en dat dat nu niet kan. Ik vertelde hoe de toch al wat koele verstandhouding die ik met mijn piemel had nu een aversie aan het worden is. Ik vertelde over hoeveel indruk de operatie en revalidatie van vriendin J. op me had gemaakt en hoe dat het verlangen, ondanks gevoelens van aarzeling, alleen maar had aangewakkerd: ik wil ook!

Mijn psycholoog keek me diep in de ogen en hij stelde nog een paar vragen over twijfels en het risico van spijt. Ik vertelde hem dat aarzeling en twijfel niet hetzelfde is en dat aarzeling logisch is bij deze onomkeerbare stap die zo groot is dat hij menselijkerwijs niet bevatten is. Ik keek hem vastberaden secondenlang diep in de ogen. Toen verbrak hij de stilte: “Ik stel voor dat we de genitale epilatie in gang gaan zetten. Ik zal je in onze genderteam vergadering van augustus gaan voordragen voor de operatie. Dan zullen vanaf september de voorbereidende medische gesprekken en onderzoeken kunnen gaan plaatsvinden”. “Fijn”, zei ik. Meer niet. Heel kort, maar het was de kern. Er klonk geen uitbundigheid in door, geen verbazing, maar ook geen gelatenheid. Het was een heldere, kernachtige uiting van mijn opluchting. Eindelijk. Stappen naar de operatie. Stappen naar de volgende fase van mijn proces. De Grote Operatie krijgt altijd veel aandacht wanneer leken met transgenders praten. Ben je al geopereerd? Die operatie is medisch gezien natuurlijk ook de meest ingrijpende en onomkeerbare ingreep van het proces. Maar het is slechts een van de vele stappen in het complexe proces van een geslachtstransitie. Een stap die voor mij weer wat dichterbij was gekomen.

donderdag 4 juni 2015

Verkouden vrouw

Ik snotter en ik hoest. Op de valreep van de verlate omschakeling naar lenteweer heb ik nog een koutje gepakt. Vandaag is het voor het eerst sinds eh… sinds vorig jaar weer eens echt lekker weer. Zonder compromissen volop zon en lekker warm. Eindelijk! Daar was ik aan toe. Jammer van die verkoudheid. Verkouden zijn is nooit fijn, maar mijn stem wordt er donkerder van. Precies de verandering die ik juist niét wil hebben. Een donkerder stem klinkt mannelijker en als ik verkouden ben dan lukt het me minder goed om te doen wat nodig is om mijn stem vrouwelijker te laten klinken.

Om de feestvreugde te verhogen kreeg ik vandaag post van de NS. Het clubblaadje van ons nationaal spoorwegbedrijf toonde weer een blijmoedige wereld die zich voor je zou ontvouwen als je met de trein zou reizen. Over transgenders die zich uit pure wanhoop voor de trein werpen lees je natuurlijk nooit iets. Maar goed. Dat was niet mijn belangrijkste gedachte toen ik het blad uit de brievenbus haalde. Mijn oog viel op de adressering: Meneer Lisa. Nee! Je meent het! Dit was door mijn eerdere controles heen geslipt kennelijk. Pfffff, gaan we weer.

Ik heb op mijn blog al het nodige geschreven over de ergernissen en frustraties van het wijzigen van mijn naam en geslacht bij alle instanties en bedrijven waar ze me meenden te kennen. Ik dacht dan ook toen ik inlogde op ‘Mijn NS’ dat dit ook weer een lijdensweg zou worden. Een herhaling van zetten waarvan het niet interessant is om er wéér over te schrijven op dit blog. Maar toen wist ik nog niet dat dit akkefietje positief zou kantelen.

Op de website van de NS kon ik allerlei persoonlijke gegevens zelf wijzigen, behalve mijn geslacht. “Zie je wel”, dacht ik nog, met herinneringen aan de bureaucratische hellepoorten waar ik eerder voor had gestaan. Meteen maar de klantenservice gebeld: “Hallo met Lisa, ik wil persoonlijke gegevens wijzigen omdat ze niet kloppen, maar dat kan niet via de website”. Het antwoord: “Wacht ik pak ze er even bij. Wat is uw postcode? En ter controle uw voorletters en geboortedatum? … Ah, o hier bent u. Hee, dat is gek: hier staat meneer en ik hoor toch duidelijk een mevrouw”. Ik viel stil. Duidelijk een mevrouw. Met een snotterende bromstem ben ik duidelijk een mevrouw. Ik geloof mijn oren niet! “Bent u er nog, mevrouw?”, zei de vriendelijke NS-stem. “Ja, zeker. Ik ben er hoor. Ja daar belde ik inderdaad voor. Die meneer klopt niet”. Monter nam de telefoondame initiatief: “Ik zal het even wijzigen. Even kijken… ‘Mevrouw’. Zo die staat. U bent nu een mevrouw”. “Dat is een snelle geslachtswijziging, zeg!”, grapte ik nog en de NS-dame lachte hartelijk om mijn spitsvondige grap die minder buiten de context was dan ze vermoedde. “Prettige dag nog mevrouw!”, zei ze opgewekt voor ze de verbinding verbrak. Mevrouw! Ik ben een verkouden mevrouw!