dinsdag 16 juni 2015

Onzichtbaar

Mijn logopediste is een schat. Daarom voelde ik me schuldig dat ik weer zo weinig had geoefend. Ik keek een beetje links en rechts naar beneden toen ik haar vertelde dat ik de laatste tijd zoveel frustratie voelde over mijn stem en dat ik daarom de oefeningen steeds uitstelde en per saldo afstelde. “Wat frustreert je zo?”, vroeg ze. “Het kost zoveel moeite om mijn focus in mijn voorhoofd te krijgen zoals je me hebt geleerd. Alsof het voortdurend tegengehouden wordt. En dan ga ik juist persen. Het lukt me niet om te ontspannen. Ik moet al zoveel in de gaten houden, doen en nalaten om vrouw te worden. Nu ook mijn stem nog. Het voelt alsof ik er niet mee vooruit kom”. Ik zuchtte en ik voelde mijn ogen vochtig worden.

“Misschien is mijn referentie aan het verschuiven. Misschien ben ik wel verder dan ik een paar maanden geleden was, maar heb ik het niet in de gaten omdat we nog zo ver van mijn ambitie verwijderd zijn”, vulde ik aan. “Dat denk ik ja. Het klinkt echt beter dan drie maanden geleden”, glimlachte ze naar me. Ze begreep dat ik me kwetsbaar voelde en dat ik even aan het handje meegenomen moest worden: “Kom, ik ga je helpen die focus nog wat beter voor elkaar te krijgen. Doe je ogen eens dicht. Stel je voor hoe je neuriet op de A#-toon. Niet echt doen. In stilte, maar wel met de volledige intentie. Focus naar boven. Keel ontspannen, kaak los. Buik en middenrif ontspannen. Aandacht in je onderbuik. Laat de klank door je voorhoofd naar buiten gaan. Heb je hem?”. Ik knikte. “En nu maak je een denkbeeldige ‘o-klank. En nu de ‘a’. En nu zeg je in gedachten ‘goeiemorgen’. En fluister het nu eens”. Zachtjes, bijna onhoorbaar, liet ik een fluistergeluid aan mijn mond ontsnappen. Het leek alsof het door mijn voorhoofd naar buiten ging. Het lukte me om de focus ontspannen vast te houden. Yeah! “Okee, goed zo. En zeg het nu eens hardop”. Zenuwachtig lachte ik en alle focus was weg. Ik probeerde hem te herpakken en zei: “Goeiemorgen”. Maar dat was mis. Niet goed.

“Wat gebeurde er nu?”, vroeg ze. “Toen je me vroeg het hardop te doen, werd ik zenuwachtig. Ik voelde een klein beetje paniek en ik voelde verdriet. Ik vond het eng om mezelf te laten horen. Om door jou beoordeeld te worden”. Ik zuchtte. “Dit is het stukje in mij waar ik al flink aan gewerkt heb, maar het is frustrerend om te merken dat het nog steeds niet weg is: mijn diepgewortelde impuls om onzichtbaar te willen zijn. Omdat dat veiliger is”. Ik staarde naar de tafel tussen ons in. Ik voelde dat ze naar me keek. Ik voelde haar compassie. En ik brak. Ik huilde mijn tranen van verdriet. Het verdriet van een patroon waarin ik mezelf afzonder, mezelf niet durf te laten zien. Een patroon dat voortkwam uit mijn tijd in een omgeving met mensen die mij niet wilden zien zoals ik was, omdat ze alleen een aanblik konden verdragen die aan hun verwachtingen voldeed. Ik heb jarenlang hard gewerkt om dat patroon te doorbreken. En dat heeft me verder gebracht. Maar het frustreert dat het patroon wanneer het er op aan komt gewoon nog volop actief is. Het was deze frustratie die hier in de spreekkamer van mijn logopediste naar boven kwam. Omdat ik me besefte dat ik door dat patroon niet in staat ben ontspannen te praten. In dit onbarmhartige proces van mijn geslachtstransitie komt werkelijk alles boven wat ik met me mee draag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten