woensdag 29 juli 2015

Facebookfoto

Zomer is festivaltijd. De kalender puilt uit met niet alleen vette dancefestivals waar je mannen kunt zoenen maar ook met mooie spirituele festivals. Een van mijn kennissen uit de stilteretraites die ik elk jaar bijwoon, plaatste een paar dagen geleden op Facebook wat foto’s van een spiritueel festival waar ze was. Ik kende dat festival van naam. Ik was er zelf nooit geweest, maar M. ging daar voorgaande jaren wel eens heen. Toen ik de post van deze kennis zag, waren mijn gedachten dan ook niet bij deze kennis, maar bij M. Zou ze daar ook zijn? Zou ze mijn kennis nu ook kennen? Zou ze nog aan mij denken, op de manier waarop ik nu aan haar denk? De loden druk op mijn hart en de knellende brok in mijn keel vertelden me dat ik niet naar de foto’s moest gaan kijken en mijn weerstand tegen heftige emoties won het van mijn nieuwsgierigheid.

De dag daarna poste mijn kennis opnieuw een bericht met een verwijzing naar het Facebook fotoalbum dat ze had gemaakt. Ik onderdrukte opnieuw mijn hunkering naar contact met M. –ook al was het maar eenzijdig via een foto. Maar de derde dag dat mijn kennis foto’s postte, zwichtte ik. Ik klikte op de eerste foto van de post en Facebook leidde me naar het fotoalbum met wel tachtig foto’s. Ik zag lachende kinderen met zeepbellen, ik zag tenten bij een bos, ik zag volwassenen knuffelen en lachen met elkaar. Het zag er uit als een ontspannen, fijn feestje. Ik klikte foto na foto weg en besteedde steeds minder aandacht aan wat er precies op de foto stond. Ik kreeg haast. Ik wilde haar zien. Nu. Maar na twintig, dertig tevergeefse klikken begon mijn hoop te verdwijnen. Ze was vast niet op dit festival dit jaar. Teleurgesteld en onge├»nteresseerd klikte ik nog een paar foto’s door. En daar was ze.

Ik twijfelde geen moment. Ze was het. Ik keek naar haar grote lachende mond, haar wipneus en haar stralende ogen. Haar lange haar. Haar lichaam, gehuld in een donker gekleurde soepel vallende jurk. Ze stond tussen twee zittende mannen in, haar linkerhand op de schouder van de man links van haar. Ze keek naar hem. Ze keek iets omlaag omdat ze stond, maar ze keek niet op hem neer. Het was de liefdevolle, omarmende blik die ik zo goed van haar ken. In een flits dacht ik dat de man naar wie ze keek misschien wel haar nieuwe partner was. Maar om de een of andere reden wist ik dat dat niet zo was. Ze had fijn contact met iemand anders op het festival en ze had het naar haar zin. Ik slikte. En huilde. Stilletjes van binnen, zo dacht ik, maar na een paar seconden voelde ik toch ineens een traan over mijn wang lopen. Dat besef zette de kraan open en ik huilde met schokkende schouders en lange halen. Ik wilde haar aanraken. Ik wilde haar zien. Ik wilde dat ze mij zou zien, dat ze mij zou aanraken. Ik wilde… ik wilde… ik wilde…

Hoe diep zit mijn verlangen naar haar niet, als na bijna een jaar zonder contact, na ruim negen maanden haar beeltenis niet gezien te hebben, de hunkering naar haar en het verdriet om het onvervulbare verlangen nog zo snel en intens bezit van me kan nemen. Het is niet mijn liefde voor haar die het onmogelijk maakt om bij haar te zijn. Het is mijn hunkering naar haar liefde voor mij. Terwijl ik me dit weer eens realiseer begint het me te dagen dat een gezonde relatie niet drijft op het genot om liefde van de ander te ontvangen, maar op het plezier liefde aan de ander te kunnen geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten