vrijdag 3 juli 2015

Mannenprijs

Het is stil bij mijn kapper om de hoek. Vanwege de zomerhitte zitten zijn klanten liever in het park in plaats van in de kappersstoel. Op het moment dat ik binnen stap zet mijn kapper net voor de laatste keer zijn schaar in het haar van zijn enige klant. “Hee schatje, ben je er weer?”, zegt hij. Schatje… ik moet er even aan wennen. Maar na de amicale zoenen die ik laatst van hem kreeg is alles mogelijk. Toen beloofde ik hem snel voor een knipbeurt langs te komen. En hier was ik dan. Terwijl we in gesprek raken, verliest mijn kapper de aandacht voor de klant die hij net geknipt heeft. Beleefd en correct, maar zonder de enthousiaste betrokkenheid die ik van mijn kapper zo goed ken, helpt hij de klant de deur uit. “Wil je mij een beetje bijpunten?”, vraag ik in het gangbare, maar syntactisch wat vervreemdend kappersjargon.

Voor ik het weet zit ik in de stoel met een kappersmantel over me heen. De eerste keer in mijn bestaan als vrouw. Of het de eerste keer is dat mijn kapper een transvrouw knipt weet ik niet, maar ik vermoed van wel. Het blijkt in elk geval wel de eerste keer te zijn dat hij zich bewust is dat hij getransplanteerde haren knipt. “Mag ik eens kijken?”, vraagt hij nieuwsgierig. Met aandoenlijke voorzichtigheid trekt hij zachtjes aan de kortere plukjes in mijn haarlijn. “Ze zitten vast hoor”, zeg ik tegen hem en we raken in gesprek over hoe dat nou precies gaat, zo’n transplantatie. Na een tijdje begint hij dan toch maar te knippen.

Na een eerste aarzelende vraag, en een geruststellende opmerking van mij, begint mijn kapper me het hemd van het lijf te vragen over mijn transitie en mijn gevoel een vrouw te zijn. Hij vind me dapper en hij vind me een echte vrouw: “Je gezicht is mooi”. Door de manier waarop hij tegen me praat en hoe hij mij behandelt, lijkt het wel alsof hij vergeten is dat hij me jarenlang als man kende. Wanneer hij klaar is met het afknippen van mijn dode haarpuntjes, sta ik op en loop ik mee naar zijn kassa. Daar blijkt mijn kapper zich toch ineens bewust van mijn mannelijke historie en dat levert hem een groot commercieel dilemma op: “Ja, moet ik nu de vrouwenprijs rekenen of toch maar de mannenprijs?”. Ik lach schaapachtig en zeg niet meer dan: “Tja”. “Ach we doen gewoon de mannenprijs”, zegt hij grootmoedig. De mannenprijs. Het voelt voor mij niet als een miskenning van mijn vrouw-zijn, maar juist als een erkenning van onze lange (en tot nu toe mannelijke) klant-kapperrelatie. Het feit dat hij er over twijfelde is genoeg erkenning voor mijn vrouw-zijn. Tevens erkent hij daarmee impliciet een van de vele vreemde ongefundeerde genderconstructies in onze maatschappij: de vrouwenprijs en de mannenprijs bij de kapper. Een verschil in tarief dat niet gebaseerd is op de te verrichten handelingen, maar op het geslacht. Terwijl ik afreken realiseer ik me weer dat ik in een nieuwe wereld terecht gekomen ben. De wereld van de vrouw.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten