woensdag 15 juli 2015

Onvermogen en verlangen

Ik heb een groot deel van mijn leven in mijn hoofd geleefd. Bewust zijn van mijn lichaam leverde me zoveel complexe gevoelens op, dat het beter was net te doen alsof dat lijf niets meer was dan een mechanisme om mijn hoofd van A naar B te verplaatsen. Voelen was gewoon een slecht idee. Dat was te ingewikkeld. Toen ik jaren geleden – ik werd vader, verloor kort daarna mijn eigen vader en mijn huwelijk liep op de klippen – compleet was vastgelopen in mijn eigen onderdrukte emoties, kon ik er niet omheen. Ik moest gaan voelen. Ik moest de sensaties van mijn lichaam leren toelaten. Dat lukte. En hoe: sindsdien is mijn lichaam een belangrijke antenne om te bepalen hoe het met me gaat. Ik kan er zelfs mee voelen hoe het met anderen gaat. Natuurlijk levert dat bewustzijn een hoop onrust op. En soms druk ik die gevoelens alsnog even weg, omdat ik er geen zin in heb (dat patroon zit diep). Maar per saldo leef ik nu in sterke mate in mijn lijf in plaats van in mijn hoofd.

Toen ik mijn lichaam leerde kennen, kon eindelijk mijn seksualiteit zich ontwikkelen; eindelijk kreeg ik een actief en emotioneel vrij seksleven. Ook werd fysiek contact buiten de slaapkamer voor mij erg belangrijk. Ik begon te knuffelen in vrijwel al mijn vriendschappen. Ook in het normale sociale verkeer zag ik mezelf steeds vaker iemand even bij de arm aanraken om contact te maken. En natuurlijk kwam door deze ontwikkeling mijn genderdysforie sterker in beeld dan ooit. Mijn wakkere lichaam registreerde steeds meer onbehagen over zichzelf.

Nu sta ik op een moeilijk punt in mijn proces: ik heb veel verloren door mijn beslissing als vrouw te gaan leven en de frustratie over mijn lichaam dat geen vrouw en geen man is, is groot. Het duurt nog een hele tijd voordat mijn lijf ‘klaar’ is en tot die tijd moet ik in dit niemandsland verblijven. Ik voel me eenzaam in het dragen van dit proces. Mijn hele lijf hunkert naar aanraking om me te helpen ontspannen onder al deze druk. En soms hunkert mijn lijf naar seks omdat het zich op een diep niveau wil ontladen. Zoals nu. Die hunkering is al een paar dagen bij me en geeft me onrust. Ik wil seks. Maar er is niemand om het mee te doen en ik durf er ook niet op uit te gaan om iemand te vinden omdat mijn lijf zich in een rare tussenvorm bevindt waar ik zelf, waarschijnlijk meer nog dan die ander, geen raad mee weet.

Ik lig op bed en de onrust in mijn lijf tikt al enige tijd kostbare seconden nachtrust weg. Ik wil mezelf bevredigen, maar iets houdt me tegen. Ik herinner me een van de vragen die ik tijdens de intake bij het genderteam op de vragenlijsten moest beantwoorden: ‘In uw seksuele fantasie├źn, ziet u zichzelf dan als man of als vrouw?’. Dezelfde onhelderheid die ik toen voelde, ervaar ik nu. Ik wil me overgeven aan seks, volgzaam zijn, ik wil niet de leiding nemen, ik wil vanuit zachtheid en niet vanuit fysieke kracht vrijen. Maar ik wil wel de fysieke kracht van de ander ervaren. O god, ja. Neem me. Deze sensaties in mijn fantasie maken mij stereotiep gesproken een vrouw. En mijn ingebeelde bedpartner een man. Maar mijn lichaam moet ik in mijn fantasie vaag houden, want anders schemert de fysieke mannelijke realiteit door mijn wensbeelden heen. Ik voel mijn piemel als het ware steeds mijn illusie lekprikken. En zonder die illusie is de opwinding niet groot genoeg om mezelf te kunnen bevredigen. Als ik seks met M. had, lukte het me veel beter om mezelf volledig als vrouw te zien. Alsof haar intentie mijn fantasie versterkte en de fysieke realiteit irrelevant maakte. Ik voel tranen van machteloosheid opkomen. Ik zit klem tussen verlangen en onvermogen.

Wanneer ik mijn handen op mijn ontluikende borsten leg en de rondingen voel die zich daar aan het ontwikkelen zijn, flitst ineens een beeld over mijn netvlies van mijn vrouwenlichaam. Ik zie mijn ronde billen, ronder en groter dan ze nu in werkelijkheid zijn, maar duidelijk gebaseerd op de feitelijke situatie. Een hand glijdt van mijn borsten naar mijn bil en streelt de ronding die daar na tien maanden oestrogeengebruik is ontstaan. Jaaaa, ik ben een vrouw. Ik heb een vrouwenlichaam. Ik ontspan, mijn tranen verdwijnen en ik geniet. Ik streel mezelf en ik geniet van mijn vrouwenlichaam. Ik wrijf met mijn ene hand over mijn tepel. Mijn hunkering wordt groter en groter. Ik wil vrijen. Ik wil een piemel in me. Alsof het een volledig autonoom wezen is, waar ik niets over te zeggen heb, glijdt mijn andere hand van mijn bil naar mijn lies. Ik voel hoe de vingers van mijn hand langs mijn venusheuvel en mijn schaamlip naar beneden glijden. Het topje van de middelvinger glijdt over de botrand in mijn bekkenbodem en vindt mijn vagina. De vinger duwt in het weefsel dat daar zit. O ja. Ik heb geen vagina. De intensiteit van de fantasie neemt af door dit besef. Ik zucht. Ik duw mijn vingertop zo ver mogelijk in het spierweefsel dat de plek van mijn toekomstige vagina markeert. Ik ontspan en daardoor glijdt het bovenste vingerkootje met het spierweefsel en al in de holte die daar in mijn lichaam zit. Ik kreun en geniet. Ik geef mijn hand de ruimte en ik voel hoe mijn vingers plagerig weer omhoog glijden langs mijn lies tot aan mijn venusheuvel. Mmmmmm. En weer naar beneden. Ineens verstijf ik. Mijn vingers voelen iets raars. Shit. Mijn piemel. Mijn balzak. Ik probeer deze sensatie te negeren en stuur mijn vingers naar mijn ingebeelde vagina. Maar het lukt niet meer. De fantasie is abrupt verstoord door de realiteit van mijn mannelijke geslachtsdeel. Een kille kramp trekt door mijn buik, via mijn maag naar mijn hart. Mijn hele lichaam spant zich aan en ik begin te huilen. Hoe graag ik het ook anders wil, mijn onvermogen wint het weer van mijn verlangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten