dinsdag 4 augustus 2015

Traumatisch verhaal

Ik voel me wiebelig. Al een paar weken. En het gaat maar niet over. Ik bedoel niet mijn fysieke duizeligheid van de hormoonbehandeling, maar een interne wiebeligheid. Ik weet dat dit een teken is dat er dingen aan het loskomen zijn in mijn Systeem, zoals ik het samenstel van ongecontroleerde gedachten, onbewuste emoties en automatische gedragspatronen meestal noem. Dit Systeem is een product van alle ervaringen die ik in dit leven – en dan vooral in mijn jeugd – heb opgedaan. Elke gebeurtenis die emotioneel gezien van betekenis was, heeft invloed uitgeoefend op mijn denkbeelden en mijn gedrag. Alle emoties die destijds te groot en te heftig waren om volledig te kunnen voelen (een trauma dus), zijn opgeslagen in mijn lichaam en in mijn zenuwstelsel. Die onverwerkte emoties vormen nog steeds de brandstof voor belemmerende overtuigingen (‘ik ben het niet waard om van gehouden te worden’), saboterend gedrag (vooral als iemand het tóch waagt om van me te houden) en energie slurpende gevoelens van onbehagen.

De afgelopen tien jaar heb ik veel aandacht besteed aan het leren kennen en helpen ontspannen van mijn Systeem. Veel negatieve overtuigingen en gedragingen zijn milder geworden. Veel opgekropte energie en emoties zijn ontladen. Dat alles leerde me beter naar mezelf te luisteren en, zoals eerder gezegd, gaf dat me een veel helderder blik op mijn gevoel het verkeerde gender te hebben. De afgelopen paar jaar heb ik kritisch onderzocht of mijn genderdysforie niet ook ‘gewoon’ een verhaal was dat mijn Systeem construeerde als gevolg van een vroeg trauma. Wilde ik niet gewoon vrouw zijn omdat dat verhaal een ‘logische’ verklaring was voor het traumatische feit dat ik onvoldoende liefde kreeg? Of was mijn gender onbehagen toch echt het trauma zelf? Voor mij is de afgelopen jaren vast komen te staan dat dit laatste het geval is. Maar de criticus in mij roept dat dat best wishful thinking kan zijn. Zo’n wishful verhaal is immers cruciaal als motor achter het moeilijke proces van een geslachtstransitie. Als je zelf twijfelt, dan kom je nergens. Maar goed, een dieper antwoord op de betekenis van mijn genderdysforie heb ik in vier decennia nog niet gevonden, dus ik doe het er maar mee.

Sinds de stilteretraite van afgelopen mei broeit er iets. Ik ben niet gaan twijfelen aan mijn proces: ik wil vrouw zijn en ik doe nog steeds alles wat nodig is om de transitie zo goed mogelijk te maken. Maar het verhaal achter mijn gender begint meer nuances te krijgen, begint zich meer te verdiepen. Ik wist al dat mijn genderexpressie en genderbeleving niets te maken hebben met mijn diepe kern: mijn Unieke Zelf, mijn innerlijke Boeddha, mijn grote Ik omvat al het mannelijke en al het vrouwelijke en is daarmee de facto geslachtsloos. Mijn gender, en de dysforie die daar in mijn geval bij hoort, ligt op het relatief oppervlakkige niveau van mijn identiteit.

De afgelopen twee maanden heb ik me wat meer verdiept in het traumawerk van Peter Levine. Zijn denkkader en werkmethode vormen een belangrijke inspiratiebron voor mijn spirituele leraar Isaac Shapiro en zo kwam het dus al een paar jaar geleden op mijn pad. Maar onlangs deed ik voor het eerst een tweetal therapeutische Somatic Experience sessies en voerde ik veel informele gesprekken met een therapeut uit mijn vriendenkring. Daardoor kreeg ik meer zicht op hoe mijn Systeem omgaat met stress en trauma. Ik werd me bewuster van het moment waarop ik mezelf bescherm door te dissociëren. Dit psychologisch afweermechanisme is effectief op het moment zelf, maar levert veel diep in je Systeem verankerde onverwerkte herinneringen en emoties op. Met jarenlange onbewuste negatieve invloed tot gevolg. Tot mijn schrik realiseer ik me inmiddels hoe vaak mijn Systeem ook nu nog elke dag dissocieert. Meer dan goed voor me is. Maar ja, wat wil je als je decennialang de pijn van het verkeerde lichaam hebt vermeden met dissociatie? Dissociëren is net zo gewoon voor me geworden als drie keer per dag eten. Leer dat maar eens af.

Ik ben ook sterker gaan zien hoe niet alleen actuele gebeurtenissen, maar ook mijn herinneringen vaak tot dissociatie leiden. Alsof de emoties van die herinnering bij het oprakelen nog steeds te groot blijken om te verwerken. En toch blijft mijn Systeem het maar proberen in een voortdurende recycling van emotionele lading. Misschien is dit ook wel de reden dat ik de laatste weken minder aan dit blog schrijf dan ik voorheen deed. Een blog schrijven is meestal niets anders dan verhalen oprakelen die op het moment van schrijven niet plaatsvinden. Ik heb daar op dit moment niet zoveel zin meer in. Ik ben de laatste week voorzichtig aan het oefenen met het doorbreken van mijn hardnekkige dissociatie-patroon, door te proberen in het hier en nu te blijven. Elke keer als het me lukt om de impuls van dissociatie te weerstaan, voel ik mijn Systeem zich wat verder ontspannen. Ik voel de verhalen langzaam vervagen. Dat voelt als vrijheid. Vrij van alle verhalen. Maar dat creëert ook onrust. Want wat als mijn werkelijkheid heel anders blijkt te zijn zonder al die verhalen? Ben ik dan nog wel genderdysfoor? Ik zou heel verlicht kunnen zeggen dat ik zelfs bereid ben dát verhaal op te geven. Maar dat is helemaal niet zo. Ik hecht aan dat verhaal. Ik weet het, hechting is weinig spiritueel. Maar toch: het veroveren van mijn gender op mijn biologie en opvoeding voelt voor mij juist als een diep spirituele daad. Door mijn ene genderidentiteit te vervangen door de andere ontdek ik hoe veel van mijn gedachten, gevoelens en gedrag een product zijn geweest van conditionering. Door te zien wat er allemaal schuift door mijn gendertransitie krijg ik beter zicht op wat er niet schuift: mijn kern, mijn ik. Dankzij mijn gendertransitie leer ik mezelf op een fundamenteel niveau beter kennen. Maar ja, deze hele redenering zal ook wel weer een verhaal zijn waarmee ik aan de realiteit probeer te ontsnappen…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten