donderdag 6 augustus 2015

Weemoed

Terwijl de zon de spieren in mijn benen warm houdt, staar ik voor me uit. Mijn benen liggen uitgestrekt op een bankje. Mijn rug rust tegen mijn rugzak die ik strategisch heb opgesteld aan het eind van het bankje. Ik zit op een stil plekje op het terras van een berghut om bij te komen van deze eerste dag van mijn bergwandeltocht. De eerste tocht die ik sinds jaren doe en de allereerste die ik onderneem als vrouw. Ik laat het uitzicht tot me doordringen: vijf, zes, zeven, acht rijen bergtoppen onderscheid ik in de verte. Als lonkende coulissen nodigen ze me uit om ze allemaal te doorkruisen. Mijn hart vermoedt dat er een Shangri-La, een Eldorado achter de laatste rij bergen ligt. Mijn hoofd protesteert met de nuchtere constatering dat we dan gewoon in Oostenrijk zouden zijn en dat het beloofde land alleen in jezelf bestaat. Mijn benen protesteren mee: geen verdere bergwandelingen meer vandaag graag! We blijven vannacht in deze berghut slapen. Morgen gaan we over de eerste bergrug heen, en dan via het dal terug naar de bewoonde wereld.

Deze eerste dag viel me zwaar. Dat kwam maar een klein beetje door de hoogtemeters: ik ben nu nog net onder de 2000 meter en mijn start lag 900 meter lager; ik heb in het verleden wel meer meters geklommen in één dag. Deze dag was deels zwaar door de onbarmhartige zon die mijn hele wandeltocht verwarmde naar tegen de 30 graden. Ook het traject was soms steil, maar mijn benen hebben wel heftiger bergwandel-omstandigheden gezien. Het probleem zat hem niet in alle omstandigheden van vandaag, maar in mijn benen zelf. Mijn veelgeprezen mooie vrouwenbenen hebben niet de spierkracht meer die mijn mannenbenen ooit hadden. Het gebrek aan testosteron maakte deze wandeltocht voor mij minstens 30% zwaarder dan hij in verleden geweest zou zijn. Ik miste de chemische middelen om me er met botte kracht doorheen te beuken als het even pittig werd. Daarnaast wilde ik graag een klein beetje van mijn vrouwelijke elegantie bewaren. Niet dat ik de hele dag met mijn heupen liep te zwaaien – dat gaat niet eens met een rugzak om – maar al te lompe mannenbewegingen wilde ik toch graag vermijden. Volgens mij lukte dat aardig.

Dankzij het warme weer kon ik gewoon in mijn hotpants en topje met spagettibandjes de paden op. De outdoor herenkleding die ik voor de zekerheid nog had bewaard toen ik vorig jaar mijn mannelijke garderobe in vuilniszakken stopte, wilde ik eigenlijk niet meer aan: het oog wil ook wat. Wanneer ik mensen op het pad tegenkwam, werd ik naar Alpien gebruik gegroet en groette ik terug (“Servus”, “Grüss Gott”). Maar o, wat klonk ik mannelijk! Ik had al eerder ervaren dat het voor mijn brein ingewikkeld is om alle nieuwe technieken van het vrouwelijk spreken toe te passen in combinatie met mijn Duitse taalcentrum. Vandaag kwam daar ook nog mijn constante gehijg bij. Pfff, mijn conditie is echt naar de knoppen dankzij de hormoonbehandeling...

Ik voel weemoed naar de tijd dat mijn leven stabiel en duidelijk was. Het was niet mijn leven, maar dat van de persoon die ik dacht te moeten zijn. Dat leven had heel veel vanzelfsprekendheden die ik door mijn transitie ben kwijtgeraakt, zoals bijvoorbeeld in deze context: conditie, spierkracht en de gewoonte om regelmatig de bergen in te trekken. Alsof deze Dirndl van schrik het dienblad waarop ze haar leven droeg prompt op de grond liet kletteren toen ze ontdekte dat haar heimelijke wens als vrouw te leven waarheid aan het worden was. Het duurt nog wel even voor ze alle scherven weer heeft opgeraapt. Vandaag heb ik met mijn eerste bergwandelavontuur als vrouw er weer eentje teruggebracht in mijn leven.

Ik ontwaak uit mijn ‘feminisatie-evaluatie’ en word me weer het terras bij de berghut gewaar. Ik zucht en staar naar de rijen bergen voor me. Ze worden steeds blauwer van kleur tot aan het punt waarop niet meer te zien is of het verre bergen zijn of het begin van de wolkenlucht aan de horizon. De emoties die ik voel laten zich evenmin eenduidig benoemen. Ik voel opluchting over weer een succesvolle mijlpaal in mijn leven als vrouw. Ik voel verdriet dat er nu niemand is om deze mijlpaal mee te delen. Ik voel verdriet dat S. er niet bij is. Ik voel een grote ontspanning door het prachtige uitzicht. Ik voel trots over mijn prestatie van vandaag. Welk van die emoties mijn lijf nu precies wil uiten weet ik niet, maar ineens begin ik te huilen. Mijn ogen mengen al mijn gevoelens tot zilt vocht. Ik huil stilletjes, maar gestaag. Na een tijdje zucht ik diep en droog ik mijn tranen. Ik kijk nog eens naar de prachtige bergen voor me. De plompe onverzettelijkheid van deze enorme rotsige kreukels in de aardkorst relativeren mijn sores. Deze bergen zullen nog heel veel weemoedige transgenders zien komen en gaan.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten