zaterdag 26 september 2015

Ondeugdelijke zorg

De officiële klachtbrief voor de VU lag al klaar toen ik het gesprek in ging. Is anticiperen een gebrek aan vertrouwen? Misschien wel, maar het wantrouwen was voor mij gerechtvaardigd. Tot dan toe had de endocrinoloog van het VU er namelijk erg weinig blijk van gegeven dat ze aan mijn kant stond. Ze was met de hormoontoediening niet in de eerste plaats mijn lichaam aan het vervrouwelijken. Ze was in de eerste plaats het protocol aan het volgen. En wanneer die twee doelen samenvallen, is er niks mis met een protocol. Maar helaas was dat bij mij niet zo. Mijn lichaam vroeg maatwerk. Dat was al een half jaar duidelijk, maar eerdere gesprekken daarover hadden niet zo veel opgeleverd. De kleine verhoging van de dosis estradiol die ze me eerder had gegund, was onvoldoende gebleken. Maar verder wilde ze niet gaan. Ik was de halsstarrigheid van het protocol zat. Ik wilde dat ze me de zorg gaf die mijn lichaam nodig had.

Het afgelopen jaar had ik al zoveel research gedaan op de werking van de geslachtshormonen dat ik op de Endocrinologie-opleiding het tentamen over dat onderwerp vermoedelijk wel zou halen. Het protocol van de VU schrijft voor dat de vervrouwelijking van het lichaam plaats dient te vinden door toediening van cyproteronacetaat (Androcur) voor het blokkeren van het testosteron en estradiolvaleraat (Progynova of Systen) om de hormoonbalans vrouwelijk te maken. De cyproteronacetaat ontmannelijkt het lichaam in allerlei opzichten (de spiermassa en -kracht slinken, de seksuele drift en de competitiedrift slinken ook, de lichaamsbeharing kan minder worden). De estradiol stimuleert een vrouwelijke vetverdeling en daar hoort ook de borstgroei bij. Ook wordt de huid zachter en de lichaamsbeharing nog iets minder. En ja, je wordt er ook rete-emotioneel van. De VU is terughoudend met het toedienen van hoge doseringen estradiol vanwege het statistisch aangetoonde verband tussen kunstmatige estradiol en trombose. Trombose is natuurlijk een serieuze complicatie. Als je pech hebt ga je er aan dood als een bloedpropje op een verkeerde plek in je lijf vast komt te zitten. Van een afstandje lijkt daarom de VU-aanpak best okee. Dat is het voor sommige transvrouwen ook, alhoewel de borstgroei in de praktijk nogal eens tegenvalt. Velen besluiten later dan ook tot borstimplantaten. Dat zou je ook een complicatie kunnen noemen, alleen is dan een andere arts verantwoordelijk voor de oplossing en loopt de endocrinoloog geen professioneel risico meer.

In de Verenigde Staten wordt een ander protocol gehanteerd. De endocrinologen aldaar maken andere inschattingen van wat nodig is en welke doseringen nog veilig genoeg zijn. Het begint al bij de testosteron-blokkering. Het in Nederland gangbare Androcur is door de Amerikaanse FDA niet toegelaten op de markt. Daarom maakt men daar gebruik van Spironolacton. Dit middel blokkeert niet rechtstreeks het testosteron, maar beïnvloedt de werking van aldosteron dat de vochthuishouding regelt. Omdat het een antagonist voor de androgene receptoren is, zit het de werking van testosteron in de weg. Het is minder krachtig dan het cyproteronacetaat dat in Nederland gebruikt wordt. Het dient dan ook in hogere doseringen te worden toegepast. Een ander verschil tussen spironolacton en cyproteronacetaat is dat die laatste een progestagene werking heeft. Het doet dus het vrouwelijke hormoon progesteron na. Dat hormoon stimuleert onder meer de borstgroei. Omdat spironolacton dat niet doet, wordt in de Verenigde Staten heel vaak ook progesteron voorgeschreven aan transvrouwen. Ten derde is het in de Verenigde Staten gebruikelijk om de dosering estradiol twee of drie keer hoger te stellen dan wat de VU standaard voorschrijft, omdat anders onvoldoende vervrouwelijking optreedt. Omdat spironolacton minder krachtig werkt dan cyproteronacetaat wordt in de praktijk een deel van de toegediende estradiol namelijk gebruikt om het testosteron te verdringen. Er is per saldo dus minder estradiol om vetweefsel mee te maken.

De afweging van de Amerikanen is op basis van wetenschappelijke publicaties net zo verdedigbaar als het standpunt van het VU. Het is lood om oud ijzer zou je kunnen zeggen. Maar voor mij niet. Vanwege heftige bijwerkingen is vorig jaar namelijk besloten mij geen cyproteronacetaat maar spironolacton voor te schrijven. Het Amerikaanse model, zou je kunnen zeggen. Maar de rest van de hormoonbehandeling die daar op volgde, bleef halsstarrig Nederlands. Met als gevolg een disbalans in mijn behandeling en een achterblijvende borstgroei. Dit was niet het gevolg van een genetische pech in mijn aanleg, want mijn lichaam kon prima borstgroei laten zien. Een tijdelijk experiment mijnerzijds met illegale pillen van internet had dat al aangetoond. Maar de endocrinoloog wilde de succesvolle dosis van toen niet voorschrijven vanwege het op algemene statistieken gebaseerde tromboserisico. Dat de anamnese in mijn geval (geen trombose in de familie, zeer lage BMI, nooit gerookt, weinig alcohol, voldoende beweging) alle lichten op groen zette, maakte voor de arts niets uit. In plaats van trombose daadwerkelijk te meten (D-dimeerniveau) en te monitoren kreeg ik een gegeneraliseerd nee te horen. Want tja: het protocol. Het voelde als een dikke vinger naar mijn verlangen naar mooie borstjes. Ik wilde liever niet met illegale pillen zelf dokteren. Ik had liever een integrale medische begeleiding en ik wilde die extra pillen ook niet zelf gaan betalen; een transitie is al duur genoeg. En ik was bang dat de endocrinoloog bij de eerstvolgende bloedmeting door de zelfmedicatie zou concluderen dat mijn estradiolniveau zo hoog was dat het best een tandje minder zou kunnen met de pillen die ze me voorschreef. Waardoor ik dus uiteindelijk mijn gehele hormoonbehandeling zelf op internet zou moeten gaan kopen. Ik was om financiële redenen gebonden aan het Nederlandse model en tegelijk paste de Amerikaanse benadering mij beter. Ik voelde me gespleten als een tweedegeneratie migrantenkind. Ik moest ófwel naar Amerika emigreren ófwel gebrek aan borstgroei accepteren. Maar ik wilde beide niet. Ik wilde borstgroei in Nederland. En wel nu meteen, want de vervrouwelijking van het lichaam vindt vooral in de eerste paar jaar van de hormoonbehandeling plaats. Daarna reageert het lichaam minder sterk. Er was al te veel tijd verloren.

In het sombere kamertje van de endocrinoloog, op de gang van de gender-polikliniek van het VU, vatte ik mijn hele analyse nog eens samen en ze kon niet anders dan erkennen dat alles klopte. “Ons protocol is continu onderwerp van evaluatie. Het zou best kunnen dat we over een aantal jaar een ander protocol hanteren”, zei ze. Hoewel ik door die uitspraak wel enige erkenning kon voelen op intellectueel niveau, werd ik er toch vooral woest van. “Maar op dat moment zit ik met implantaten die niet nodig waren geweest, die me veel geld gekost hebben, minder natuurlijk voelen en ook veel gezondheidsrisico’s opleveren! Je levert me ondeugdelijke zorg”, sprak ik met stemverheffing. De arts schrok hiervan. Misschien omdat ze me tot nu toe altijd kalm en vriendelijk had gezien. Misschien omdat mijn formulering een gevoelige plek raakte. Misschien omdat ze in mijn ogen kon zien dat ik de klachtbrief weer voor me zag die ik thuis had klaarliggen. Ondeugdelijke zorg. Ai, da’s niet best voor de reputatie van de arts en van het ziekenhuis.

Haar toon veranderde. Ze klonk ineens begripvol. Ze legde uit dat ze het niet kon riskeren om van het protocol af te wijken. Ik zag in haar ogen juristen haar kamer binnenkomen. Ik zag in haar ogen het Medisch Tuchtcollege opdoemen. Ze zei: “Er zijn meer transgenders die zelf extra hormonen gebruiken als aanvulling op onze behandeling”. Ik was verbaasd. Hoorde ik nu een impliciete toestemming? “En ik heb vastgesteld dat je estradiolniveau in orde is, dus die hoeven we niet meer te meten in het vervolg”, voegde ze toe. Het klonk als een medisch feit. Maar ik hoorde aan haar vriendelijke, bijna smekende toon dat ze me wilde geruststellen dat ze me de huidige dosis estradiol zou blijven voorschrijven, hoeveel ik er ook bij zou gaan slikken. Als ze de bloedwaarde niet mat, kon ze net doen alsof haar neus bloedde. Dit was niet het resultaat waar ik op hoopte, maar instinctief wist ik dat dit het voor nu moest zijn. Ik kon me de komende tijd nog bezinnen op een structurelere oplossing. Tot die tijd ging ik maar – naar Amerikaans model – extra estradiol en progesteron slikken. Ik zou wel zien waarvan ik dat ging betalen. Mijn klachtbrief hield ik nog maar even in de lade. Het zou daarvoor nu toch al een zeer ongunstig moment zijn, omdat het genderteam over twee weken formeel gaat bepalen of mijn Real Life Fase succesvol is. Een positieve conclusie zou de weg naar de geslachtsaanpassende operatie voor mij vrij maken. Het was beter om nog maar even geen vijanden te maken.

zaterdag 19 september 2015

Zacht huidje

Ik was aan het tafeltje recht tegenover de deur gaan zitten zodat mijn vriend me zou zien wanneer hij het eetcafé zou binnenlopen. Toen hij kwam keek hij eerst in het rond, waardoor het toch nog een kwartcirkel duurde voordat hij me zag. “Je ziet er goed uit”, zei hij terwijl hij naar me toe liep. Ik stond op en we zoenden ter begroeting. Grappig dat dit inmiddels al zo normaal voelde, terwijl we elkaar in het verleden nauwelijks aanraakten. We gingen zitten en hij keek nog eens. “Je gaat er steeds beter uit zien”, zei hij. “En je huid is ook zo zacht”. Ik grijnsde verlegen van blijdschap en in gedachten dankte ik de hormoonpillen, hoewel ik wist dat dat niet het hele verhaal was. Een paar dagen eerder zat ik namelijk ook al in dit eetcafé, met een collega met wie ik al een paar jaar zijdelings samenwerk bij dezelfde opdrachtgever. Zij vond me er ook steeds beter uit gaan zien, maar had daarvoor een andere verklaring. “Ik zie je echt als vrouw, ik weet niet eens meer precies hoe Man-ik er uit zag. Hoewel ik wel iets van hem in jou zie. Dat maakt je niet mannelijk maar juist compleet als mens. Ik zie nu veel beter wie je eigenlijk bent”. Ook toen grijnsde ik verlegen van blijdschap. Ik wist waar ze op doelde. Ik bén ook completer aan het worden nu. Ik schreef al eerder dat mijn transitie alleen aan de buitenkant een transitie is, en aan de binnenkant juist een integratie. En die toenemende heelheid maakt me een completer en echter mens. En dat straal ik uit. Dwars door mijn hormoongepimpte huid heen.

Ik ben passabel als vrouw. Ik kan er niet omheen. Ondanks de tergend langzame verwijdering van mijn baardgroei. Ondanks de protheses in mijn bh vanwege uitblijvende borstgroei (vanwege starheid van de VU, maar daarover later misschien meer). Ondanks mijn stem die ik zelfs met logopedie niet krijg waar ik hem hebben wil (hoewel mijn ambitie nogal hoog schijnt te liggen). Om maar een paar van mijn frustraties over mezelf te noemen. Steeds vaker merk ik dat wanneer ik aan nieuwe contacten mijn mannelijke historie opbiecht, ze het totaal niet door bleken te hebben gehad. Steeds vaker kan ik daarom de neiging onderdrukken om mezelf toe te lichten of te verklaren. Maar ik blijf achterdochtig. Misschien wel omdat ik nog zo vaak mensen zie staren. Misschien ook wel omdat me nog vorige week op straat “homooo, homoooo!” werd nageroepen. Dat blijft kwetsend. Misschien wel juist omdat ik nu niet meer zo’n dikke stugge huid heb.

donderdag 17 september 2015

Naar school

Ik ben al bijna twee uur wakker. Onrust had me uit de diepe slaap en in broeierige dromen gehouden. Terwijl ik op mijn balkon sta, rennen kinderen joelend door de straat in de richting van de deur van het schoolgebouw recht tegenover mijn huis. Het is een behoorlijk kabaal, maar het is in zichzelf geen naar geluid. Het is vervuld van uitgelatenheid, speelsheid, verlangen en spanning. Heel wat anders dan het snerpende geluid van de glasbak tegenover mijn huis wanneer deze ’s ochtends vroeg om kwart over zeven door de milieudienst van mijn stad geleegd wordt. Dat moet gebeuren natuurlijk, maar tot nu toe is me onhelder gebleven waarom dat zo vroeg moet. Op de glasbak zit een vermanende sticker die me ertoe moet bewegen toch vooral geen glas in te werpen vóór acht uur ’s ochtends in verband met geluidoverlast voor de buren. Voor het inwerpen van een jampotje is kwart over zeven te vroeg maar voor het in de vuilniswagen storten van ettelijke tonnen glas is het een prima tijdstip. Het geluid van de joelende kinderen is gelukkig een stuk minder onaangenaam. Een stuk later ook, want het is nu ongeveer kwart over acht.

Toen ik hier kwam wonen was ik net gescheiden. Ik was net een parttime vader geworden. Ik miste S. veel. In het begin vond ik het gejoel van de kinderen rond de school moeilijk om te horen. Als een vliegenverdelgingslamp trok het altijd mijn aandacht en kon ik de neiging om te gaan kijken niet onderdrukken. Altijd zag ik S. dan door de straat rennen. Tikkertje doen. Voetballen. Maar ik wist dat hij het niet was. Dat het slechts een gelijkende jas was, een zelfde kleur haar, een gelijkende tred of gewoon het overweldigend sterke gemis waardoor ik in elk jongetje S. wilde zien. Gelukkig ebde dit weg. Ik raakte gewend aan de kinderen in mijn straat en aan het feit dat ik S. niet meer elke dag zag.

Nu sta ik in het kille ochtendgloren op mijn balkon en zie de schoolkinderen rondrennen. S. is de basisschoolleeftijd al ontstegen inmiddels, maar toch zie ik hem daar weer tussen lopen. Ik weet dat het niet zo is, maar ik zou het zo graag willen. Ik zou zo graag willen dat hij hier door de straat liep. Zo vlakbij. Dat ik hem kon zien. Dat hij naar me zwaaide. Dat ik een handkus van het balkon op hem neer liet dwarrelen. Maar de harde realiteit is dat S. me al bijna negen maanden niet wil zien. De harde realiteit is dat ik hem mis. De harde realiteit is dat ik niks anders kan doen dan hem ruimte geven en wachten. En elke ochtend opnieuw vanaf mijn balkon uitkijken naar zijn komst.

dinsdag 15 september 2015

Tranen voor de wereld

Mijn hart klopt in mijn keel. Ga ik dit echt doen? Ja natuurlijk, waarom heb ik anders alle voorbereidingen getroffen? Ik ben er klaar voor. Vanmiddag heb ik in mijn keuken het mes nog geslepen met het aanzetstaal. Ik ben alleen thuis, wat logisch is want mijn geliefde en mijn kind hebben me verlaten. De brieven voor hen liggen klaar. Waarom zou ik het niet doen? Ik kan niet meer. Ik ben moe gestreden. Ik kan het niet meer opbrengen om te moeten knokken voor mijn plekje in deze wereld. Deze vijandige wereld. Deze wereld die van alles van mij verwacht, maar me zo weinig teruggeeft. Deze onbarmhartige wereld. Ik ben er klaar mee. Ik ben klaar voor de dood.

Een zachtgele schemer van een veel te klein lampje gloeit in mijn huis. De gordijnen zijn dicht, buiten is het donker. Ik voel me juist zeer helder. Al mijn bewegingen neem ik tot in de kleinste details waar. Als ik mijn onderarm beweeg, zie ik de kleine haren erop heen en weer wiegen in de wind. Ik zie pezen zich aanspannen om het mes in mijn hand te houden. Het koude staal van het mes glimt in de zachte gloed van de schemer. Ik druk de punt van het mes ietsje in mijn huid. Er ontstaat een klein deukje op de plek waar mijn huid naar binnen veert, in een poging dit gevaar af te weren. Ik zie de fijne structuur van mijn opperhuid oplichten. Ik zie elke porie, elke haar. Ik vergroot de druk van het mes op mijn huid iets en ik zie de plek waar het metaal de huid raakt van kleur veranderen. Een klein beetje bloed welt op uit mijn lichaam. Ik hoef nu alleen nog maar hard door te drukken en het mes doorsnijdt zoveel aders dat ik vrijwel zeker zal bezwijken. En doordrukken is precies wat ik nu ga doen. Mijn blik verruimt zich als ware het de aanloop voor deze laatste bewust uitgevoerde beweging in mijn leven. De punt van het lemmet van het mes verkleint zich in mijn blikveld. Ik zie het hele mes, mijn hand, mijn arm. Ik zie de plek in mijn huis die ik heb gekozen om te sterven.

Ik zucht diep en knipper met mijn ogen. Ik ben weer op een andere plek, in een ander huis, in een andere tijd. Maar de herinnering aan mijn eerste zelfmoordpoging, jaren geleden, is nog springlevend. Ik kijk op mijn telefoon en lees het zojuist ontvangen berichtje nog een keer. Het is een hartverscheurende mededeling van een vriendin die me vertelt dat een andere vriendin, haar partner, een einde aan haar leven wil maken. Omdat ze de heftige, onmenselijk zware transitie van man naar vrouw niet meer kan dragen. Ze is niet de enige, weet ik uit cijfers van het SCP onderzoek over het leven van transgenders in Nederland: 70% van de transgenders heeft er wel eens aan gedacht, 30% heeft er ooit een plan voor gemaakt en 20% heeft een zelfmoordpoging gedaan.

Terwijl ik de woorden van mijn vriendin lees, komen ook andere herinneringen boven. Herinneringen aan mijn eigen relatie met een vrouw die uit het leven wilde stappen. Herinneringen aan de aankondiging van haar doodswens. Herinneringen aan haar poging. Herinneringen aan mijn bereidheid om haar te laten gaan. Herinneringen aan de afdeling Spoedeisende Hulp waar mijn eigen angst en verdriet en mijn verlangen er voor haar te zijn om voorrang streden. Ik ken zelfmoord. Ik ken zelfmoord van twee kanten.

Ik lees de woorden van mijn verdrietige vriendin nog een keer en ik denk aan de wanhoop van haar partner. Nee, ik vóel haar wanhoop. Wanhoop die ik zo goed ken. Het leven kan zo ongelooflijk complex, wreed en onbarmhartig zijn. Terwijl ik met de telefoon nog in mijn hand ga zitten om niet door mijn slappe benen te zakken, huil ik tranen voor mijn twee vriendinnen. Tranen voor mezelf. Tranen voor de wereld.

vrijdag 11 september 2015

Stop-motion

Gedachteloos zit ik op mijn balkon te swipen. Terwijl de nazomerochtendzon mij koestert, laat ik de ingeblikte wereld van Facebook aan me voorbij trekken. Ineens zie ik een foto van Lego opdoemen. Ik herken het meteen. Ik heb als kind zoveel met Lego gespeeld dat de nopjes in mijn netvlies gebrand staan. Ik bouwde huisjes, straten, een dorp. Ik kende alle inwoners, hun relaties en hun werkzaamheden. Ik regisseerde feestjes, ongelukken, kalverliefdes en familiedrama’s in het nopjesdorp. Later leerde ik dat zo’n verhalende manier van spelen stereotiep meisjesachtig is. Mijn vader zag tot zijn geruststelling in Lego vooral een stereotiep jongensachtig speelgoed. Voor mij was het gewoon Lego; een middel om mezelf naar een wereld te brengen waar ik zelf de regels mocht bepalen. Nog steeds bloeit mijn hart een beetje open als ik Lego zie. Ook als het op Facebook is.

Ik klik de post op Facebook aan. Het blijkt een stop-motion filmpje dat een zoontje van een oud-collega gemaakt heeft. Met Lego dus. Een geanimeerde Legobus rijdt door het beeld. Lego-mannetjes en –vrouwtjes staan op de stoep. De bus keert om en rijdt uit het beeld. The End. Een plot zonder drama. Toch huil ik. Het is nog maar een paar jaar geleden dat ik S. hielp om met zijn Lego (dat voor driekwart van mij geërfde Lego was) zelf stop-motion filmpjes te maken. Uren hebben we zitten pielen met Lego en met video-software. Fijne herinneringen, die nu echter ondertiteld zijn met verdriet. Ik mis hem.

Het gebeurt me vaak dat een beeld, een gebeurtenis, een liedje, me aan S. doet denken. Dan haper ik. Mijn bewegingen, mijn gedachten, mijn spraak: alles stottert even als een stop-motion filmpje met te weinig frames. In die hapering opent zich mijn hele binnenwereld aan emoties en herinneringen aan S. Meestal druk ik het weg. Gewoon omdat het teveel pijn doet. Om diezelfde reden praat ik weinig over ons vrijwel geheel verbroken contact. Maar soms, zoals deze ochtend, laat ik het verdriet toe. En dan huil ik intens. Lieve S., ik wacht op je.

woensdag 9 september 2015

Veiligheid

Het zijn een beetje dagkoersen. Sterker nog, het fluctueert gedurende de dag. Soms sta ik onzeker en bang op en dan ga ik een paar uur later toch zelfverzekerd de straat op om boodschappen te doen, naar een werkafspraak te gaan of wat dan ook. Het ergste zijn de momenten waarop ik zelfverzekerd op pad ga, maar dan bijvoorbeeld met mijn ov-chipkaart in de hand, leunend tegen een van de palen in de tram, ineens overvallen wordt door een grote angst. Dan valt er een bijna paranoïde gevoel van onveiligheid over me. Ik voel me dan nep – een man in een jurk – en dan hoor ik weer de afkeurende stem van mijn vader – een herinnering uit mijn jeugd – die tegenwoordig steeds vaker overstemd wordt door de recente afkeuring die ik van mijn moeder en één van mijn zussen heb mogen ontvangen. Ik voel me dan heel erg fout en heel erg bang. Dan wil ik onzichtbaar zijn. Dan wil ik veilig thuis zijn. Soms schiet mijn lijf dan zelfs in een paniekreactie: zweet, hoge en snelle ademhaling, tunnelvisie. Ik schrik er niet meer van als dat gebeurt. Het hoort er bij. Ik raak niet meer in paniek van een paniekaanval. Ik wacht gedwee tot het over gaat. Dat gaat gelukkig tegenwoordig vrij snel.

Deze angsten zijn irreëel. Zo noemen psychologen alle angsten die niet op een werkelijk bestaande fysieke situatie in het hier en nu zijn gebaseerd. In onze Westerse maatschappij zijn dat zo ongeveer alle angsten die je je kunt indenken, want we leven hier – in weerwil van wat sensatiemedia ons slaafs aan terroristen willen doen geloven – in grote veiligheid. Maar dat maakt niet uit. Reëel of niet: angsten grijpen ons aan en beïnvloeden ons gedrag. Ook als de bron van de angst niet buiten onszelf, maar in onszelf ligt. Een klein deukje in je basic trust is al voldoende om de rest van je leven te ploeteren met zelfvertrouwen en sociale relaties. De fundamentele ontkenning van hun werkelijke gender die transgenders als kind hebben ervaren is voor velen iets meer dan een deukje.

Mijn irreële angsten creëren gevoelens van onveiligheid die bepalender zijn voor mijn geluk dan mijn daadwerkelijke veiligheid. Die onveilige gevoelens spelen natuurlijk nauwelijks op wanneer ik thuis op mijn eigen bank zit, met een kop thee in mijn hand. Die spelen op wanneer ik me op straat begeef, juist daar waar ik veel sociale interactie heb en ook nog eens fysiek kwetsbaar ben. Wel ten onrechte overigens, want ik heb juist vrij weinig negatieve ervaringen gehad als transgender in het sociale leven – zeker in het afgelopen jaar dankzij mijn toenemende passabiliteit en volwassenheid als vrouw. De statistieken wijzen helaas uit dat dit niet voor alle transgenders geldt; een paar jaar geleden nog onthutsend in beeld gebracht in een onderzoek door het Sociaal & Cultureel Planbureau.

Recentelijk attendeerde Transgender Netwerk Nederland me via Facebook op een nieuw onderzoek om de veiligheid van transgenders in ons land in kaart te brengen. Toen ik de enquête invulde realiseerde ik me weer dat ik mijn eigen gevoelens van onveiligheid niet goed kan analyseren. Ik kan ze wel benoemen natuurlijk (en daar ging het in de enquête om), maar aan een interpretatie moet ik me niet wagen. Ja, ik voel me – in tegenstelling tot vroeger – tegenwoordig regelmatig onveilig op straat. Maar hoeveel daarvan komt omdat ik zichtbaar transgender ben en hoeveel omdat ik een vrouw ben? Als transgender ben ik natuurlijk geneigd om vrijwel alles wat er in mijn leven gebeurt vanuit dat perspectief te verklaren. Als je een hamer bent, ziet de hele wereld er immers als een spijker uit, zo omschreef een leraar mij ooit het principe van observer bias. Maar hoe zouden geboren vrouwen deze enquête invullen? De sociale veiligheid van transvrouwen weerspiegelt misschien indirect ook wel de veiligheid van álle vrouwen in het sociale verkeer.

“Ik voel me best wel veilig”, zeg ik meestal dapper. Maar tijdens het invullen van de enquête realiseerde ik me mijn berusting in mijn lot. Het drong namelijk tot me door dat ik gevoelens van sociale onveiligheid in mijn leven – net als mijn paniekaanvalletjes – was gaan accepteren als een regenbui: het komt en gaat, je kunt jezelf er redelijk tegen beschermen maar soms word je toch gewoon kleddernat.