donderdag 1 oktober 2015

Leegte

Mijn groene jurk wappert in de najaarswind. De zon schijnt alle zonnestralen waar deze zomer geen ruimte voor is geweest en ik geniet ervan. Ik fiets door de stad en voel hoe de wind aan de zomen van mijn jurk trekt. Ik kijk naar beneden en ik zie mijn jurk golven rond de vormen van mijn borsten, mijn taille en mijn heupen. Mijn benen zijn prachtig omhuld met panty. Ik voel dat ik lach. Ik ben blij een vrouw te zijn. Ik ben blij met mijn moed om de moeilijke stappen te zetten om me hier te brengen, in een mooie jurk op de fiets rijdend in mijn nieuwe leven als vrouw. Ik heb deze middag veel dingen te bezorgen, op te halen of in te kopen, en ik verheug me om op deze prachtige nazomerdag kris-kras door de stad te gaan.

Wanneer ik langs de dierentuin fiets, kijk ik over het hek en ik zie de giraffen en zebra’s zich tevreden schikken in hun bestaan op de nagebouwde savanne. Ik zie het terras van het dierentuincafé ernaast behoorlijk vol zitten. Het terras waar S. en ik regelmatig een Fristi (hij) en een thee (ik) hebben gedronken. Mijn gedachten worden wazig en wanneer ik weer helder wordt, realiseer ik me dat ik inmiddels al langs de Botanische Tuin ben gefietst waar S. en ik ’s winters altijd de warmte van de tropische kassen gingen opzoeken. Ik voel dat mijn mond droog is. Ik duw met mijn voeten steviger op de trappers en versnel. Ik kom langs het grote verkeersplein, midden in de stad, waar onder de grond, in een oude in onbruik geraakte autotunnel een kinderklimparadijs is gemaakt. Ik herinner me alle keren – jaren geleden – dat ik daar met S. was: hij min of meer rechtopstaand over alle plateaus van het klimtoestel rennend en ik daar als een bezetene achteraan kruipend; mijn lijf te groot om ook te kunnen lopen. Ik schakel mijn versnelling wat hoger en fiets snel door. Langs de plek waar vroeger de ijswinkel zat waar we altijd een ijsje kochten, de bioscoop waar we regelmatig kwamen, de Apple-winkel, de straat waar het poolcafé zit waar we af en toe kwamen: de fietstocht door mijn stad is een fietstocht door mijn geschiedenis met S. geworden. Er zijn zoveel plekjes die me aan S. doen denken, we hebben zoveel meegemaakt hier, in deze stad. Deze stad waar ik nu alleen woon. Zonder hem.

Mijn tong zit inmiddels aan mijn gehemelte vastgeplakt en mijn keel voelt dik. De rand van mijn jurk wappert achter me aan in een poging nog iets van vrolijkheid te bewaren. “Decorum is belangrijk”, hoor ik in gedachten mijn psycholoog zeggen. Hij zei het vaak tegen me in de tijd dat ik depressief was. Als ik er goed uit zag, voelde ik me daardoor vanzelf beter. Het klopt. Zo werkt het. Als je je goed voelt, zie je er beter uit en als je er voor zorgt dat je er goed uit ziet, voel je je beter. Fake it 'til you make it. Maar ja, zie ik er dan vandaag zo goed uit omdat ik me zo goed voel, of juist niet?

Intussen ben ik weer in mijn eigen buurtje aangekomen, parkeer mijn fiets voor de deur van bakker en ga naar binnen. Het meisje van de winkel groet me vriendelijk, als altijd. Ze ziet een verzorgde, goed geklede vrouw die haar opgewekt terug groet. Decorum is everything. Ik bestel twee zuurdesembroden. “Gesneden?” “Ja”. “In papier of plastic verpakt?” “Plastic graag”. “Anders nog iets…?” Ik kijk in de vitrine voor me. Ik weet dat ik niks meer nodig heb, maar een diep uitgesleten neuraal pad laat zich niet verloochenen. Hoe vaak heb die laatste vraag niet beantwoord met: “ja, en nog één roze donut”. Een roze donut voor mijn lieve schat, want daar is hij zo gek op. “Nee dank je”, antwoord ik en ik reken af. Het eten van een donut was voor hem ooit zo gewoon dat hij het zelfs als referentiepunt voor normaalheid gebruikte toen ik hem voor het eerst over mijn zoektocht naar de vrouw in mij vertelde. Gedurende de anderhalf jaar daarna kreeg ik steeds meer vertrouwen dat onze liefde en onze relatie mijn transitie wel zou overleven. Maar nu, acht maanden na het keerpunt weet ik het niet meer. Ik voel me leeg. Ik mis hem. Ik mis mijn lieve schat. Ik zou zo graag een donut voor hem kopen. Ik zou zo graag een potje met hem poolen, een filmpje met hem pakken, een ijsje met hem eten, naar de rode panda kijken in de dierentuin. Fietsen door de stad, midgetgolf in het park, zwemmen in het zwembad. Samen ontbijten met broodjes en een zachtgekookt eitje op zondagochtend. Samen computerspelletjes spelen. Ik zou zelfs graag nog eens met hem door het kinderklimparadijs klauteren en kruipen, ook al zou dat nu voor ons allebei oncomfortabel krapjes zijn. En ik zou zelfs al die dingen willen opgeven om alleen maar even met hem te knuffelen. Om hem te laten voelen hoeveel ik van hem hou. Maar dat kan allemaal niet. Het enige dat ik nu nog kan is mijn decorum hoog houden. Maar het liefste zou ik nu heel hard huilen. En dan hopen dat ik met al die tranen langzaam de leegte in mij zou kunnen vullen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten