vrijdag 30 oktober 2015

Rolmodel

R. is een van mijn allerdierbaarste vriendinnen. We zien elkaar vaak. Niet alleen omdat het gezellig is, maar ook omdat ik regelmatig voor haar zoontje van twee zorg. R. voedt haar zoon alleen op en ik geef haar regelmatig even de handen vrij door de zorg en verantwoordelijkheid voor haar zoontje op me te nemen. Hij en ik zijn inmiddels erg vertrouwd met elkaar en ik ben opgeklommen in de pikorde. Die is nu: mama, oma, Lisa; alhoewel hij me geen Lisa noemt, maar iets dat het midden houdt tussen Hisa en Sisa. De L is lastig voor prille spraakvermogens. Ik hou van deze kleine schat en het is bijzonder om me nu voor het eerst als vrouw over een klein kind te mogen ontfermen.

Met R. en de kleine jongen ben ik voor een paar dagen in een vakantiehuisje in Friesland. Gezellig samen zijn en vadertje en moedertje spelen. Of nou ja, moedertje en moedertje. ‘Ons’ kind heeft geen mannen in zijn leven. De eerste keer dat hij een andere piemel zag dan die van hemzelf, was een paar maanden geleden. Ik logeerde toen bij R. en hem en hij zag me in de douche. “Piemel”, riep hij en hij wees. Hij straalde er bij; opgelucht dat hij eindelijk iemand zag die hetzelfde lichaamsdeel had als hij. Ik straalde niet maar voelde me opgelaten. “Dit moet hem wel een heel fundamentele verwarring opleveren ten aanzien van sekse”, zei ik tegen R. Maar zij reageerde laconiek en was vooral blij dat hij tenminste een keer een andere piemel zag.

Nu, maanden later, lig ik languit op de bank van het vakantiehuisje; mijn jurk netjes over mijn bovenbenen gedrapeerd. Het jongetje kruipt bij me op de bank, wijst onder mijn jurk en roept: “Piemel!”. Gelukkig waren er geen vreemden bij. R. en ik lachen er even om, maar ineens flitst mijn aandacht naar de toekomst. Hoe is dat straks voor hem als ik dan eindelijk geopereerd ben? Zal dat niet traumatisch voor hem zijn? Zijn moeder is blij met mijn piemel als referentiepunt voor hem. Maar ik ben natuurlijk een rolmodel van lik-me-vestje. Straks denkt hij dat het normaal is voor vrouwen om een piemel te hebben en die vervolgens kwijt te raken. Castratieangst volgens het boekje.

Ik ben al eerder een slecht rolmodel geweest. Een jaar of twee geleden, tijdens een van de gesprekken die ik met S. had over mijn transitie, vroeg hij zich af of wat hij van mij had geleerd eigenlijk wel mannelijk was. Ik was onder de indruk van de wijsheid achter die vraag. Hij realiseerde zich niet alleen dat hij door mijn transitie zijn voorbeeld zou kwijtraken, maar hij ook dat hij zijn vader als mannelijk rolmodel misschien wel met terugwerkende kracht was kwijtgeraakt. Ik analyseerde toen samen met hem vrij nauwkeurig in welke dingen ik een uitgesproken mannelijk voorbeeld was geweest. Gelukkig was dat heel wat, want ik was behoorlijk succesvol geweest in mijn mannelijkheid. Ik was ook eerlijk over wat hij gemist had: stoeien, voetballen, competitief macho gedrag en bierdrinken waren nooit echt mijn ding.

Het zoontje van R. kruipt verder op de bank en klimt bij me op schoot. Ik omhels hem en zijn lijfje smelt in totale ontspanning met het mijne samen. Ik voel onzichtbare handen uit mijn hart oprijzen om dit onschuldige kwetsbare mensje voor altijd te beschermen. Dit lieve kind, waar ik met zoveel geduld en toewijding voor zorg. Ik realiseer me hoe goed ik tegenwoordig in staat ben om een onvoorwaardelijke liefdevolle ruimte te zijn voor zo’n klein mensje dat de wereld nog amper begrijpt. Dat was vroeger met S. wel anders. Wat ik de laatste jaren heb doorgemaakt heeft me een completer mens gemaakt. Weemoedig besef ik het wrange lot dat ik S. destijds de slechtste versie van mezelf heb gegeven en dat ik nu geen kans krijg om het goed te maken. Liefdevolle handen strekken zich uit naar S., maar tasten in het luchtledige. Terwijl ik mijn ogen sluit en de geur van het haar van het zoontje van R. opsnuif, rolt een traan over mijn wang.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten