woensdag 21 oktober 2015

Vraag het aan Mona (Lisa)

Soms vraag ik me af voor wie ik mijn blog schrijf. Natuurlijk help ik mezelf ermee: schrijven ordent mijn gedachten. En schrijven in een openbaar dagboek legt enige sociale druk om te blijven schrijven, waardoor er minder ruimte is voor mijn onbewuste patronen om weg te vluchten van de confrontatie met mijn eigen gevoelens en gedachten. De laatste tijd schrijf ik duidelijk minder vaak dan voorheen, dus kennelijk is mijn angst voor mijn eigen gevoelens op dit moment groot. Ik weet ook wel waarom, want zodra ik in de buurt kom van het verdriet dat ik om S. voel, dan lijkt mijn hart wel te splijten.

Toen ik aan dit blog begon, wilde ik mijn zoektocht openbaar maken voor lotgenoten. Ik had zelf tevergeefs op internet gezocht naar goede openhartige en intelligente ervaringsverhalen van lotgenoten die met name hun zoektocht naar identiteit beschreven en niet zozeer de daadwerkelijke transitie. Die transitie was en is voor mij secundair aan het proces dat zich aan de binnenkant afspeelt. Omdat zulke ervaringsverhalen er niet waren, besloot ik mijn proces voor anderen beschikbaar te maken. Dus schreef ik mijn blog ook voor hen.

Regelmatig krijg ik mooie reacties van lotgenoten. Soms via het blog, soms via persoonlijke berichten. Altijd ontroeren ze me vanwege de wederzijdse herkenning. Wanneer ik hen antwoord, realiseer ik me vaak hoe diep ik al gegaan ben in mijn eigen zoektocht. Hoeveel antwoorden ik eigenlijk al heb gevonden op fundamentele vragen die samenhangen met een zoektocht naar identiteit in het algemeen en genderidentiteit in het bijzonder. Soms voel ik me net de iconische biechtmoeder Mona van het tijdschrift Story. En realiseer ik me hoe bijzonder leerzaam en dankbaar dat werk voor Mona zelf geweest moet zijn.

De laatste tijd correspondeer ik af en toe met een lotgenote die nu midden in haar zoektocht naar een keuze zit. Onlangs schreef ze me dat ze er eindelijk enigszins vrede mee had dat ze een meisje bleek te zijn maar dat ze nu opeens weer volop in beweging was geraakt: “Ik ben er weer van overtuigd dat ik mijzelf zit te belazeren”. Herkenbare frustratie. De kern van een gendervraagstuk is de fundamentele vraag wie je bent. Wat bepaalt wie je bent? Welke rol speelt gender? Word je iemand anders als je je gender wijzigt? Word je dan eigenlijk meer jezelf of niet? Ik heb me suf gepiekerd op al die vragen. Ik voelde trots toen ik tijdens het formuleren van mijn reactie naar haar, merkte hoe helder de antwoorden inmiddels voor mij zijn. Natuurlijk zijn het mijn antwoorden en het gaat bij fundamentele antwoorden natuurlijk niet om het antwoord maar om de persoonlijke zoektocht ernaar. Maar dit is wat ik haar schreef: “Dat gevoel dat je jezelf belazert ken ik maar al te goed. Als ik er filosofisch / spiritueel op mag reageren: in zekere zin is het ook zo. Als je gelooft dat jij die man was, dan klopt het niet om hem in te wisselen voor die vrouw. Jij bent die vrouw niet echt, net zoals je die man niet echt bent. Je bent iets veel groter, veel dieper. Jij bent datgene waarin die man en die vrouw zich openbaren. De keuze voor die vrouw is een keuze voor een identiteit. En elke identiteit is een construct. In een veel grotere mate dan ik voor mijn transitie ooit had vermoed. Die identiteit zal nooit helemaal kunnen vertegenwoordigen wat er in je leeft en wie je bent. Voor mij is Lisa veel geschikter om mezelf te manifesteren. Maar spiritueel gezien beschouw ik mezelf niet als Lisa. Lisa is deel van mij. Een veel belangrijker en dierbaarder deel dan Man-ik. Je kunt geen beslissing nemen over ‘iemand anders zijn’, maar wel over ‘als iemand anders leven’. Jij bent jij. Jij blijft jij. De keuze die je te maken hebt ligt op een ander niveau”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten