zaterdag 7 november 2015

Foto van toen

Ik voel me zelfverzekerd vandaag. Vol trots loop ik rond op de opening van een foto-expositie. De exposerend fotograaf is een kennis van mij die me onlangs uitnodigde om hier vandaag te zijn. We kennen elkaar al een jaar of zeven en hij leerde mij dus kennen als Man-ik. Naar aanleiding van mijn coming-out vertelde hij me dat hij nog een andere transgender in zijn kennissenkring had. Dat vond ik bijzonder, want voor de meeste mensen bleek ik de eerste transgender die ze persoonlijk kenden. Zijn andere transgenderkennis was geboren in een meisjeslichaam, voelde zich een man, maar durfde niet in transitie te gaan, vertelde de fotograaf toen.

Dat voorval is vandaag niet in mijn gedachten. Mijn aandacht is bij de geëxposeerde foto’s en beleefd babbelend met andere bezoekers loop ik met een glas jus d’orange rond in de galerie. “Lisa?”, hoor ik achter me en ik draai om. Ik zie de fotograaf staan en hij wijst naar een jongen naast zich. “Ik wil je even aan iemand voorstellen”, zegt hij. We schudden handen en wisselen namen uit. De naam is Aziatisch, net als het uiterlijk van de jongen. Zonder enige toelichting loopt de fotograaf door en de jongen blijft bij me staan. Ik kijk hem aan. Ik voel dat er iets van me verwacht wordt. De jongen neemt geen initiatief en kijkt bewonderend naar me op. Ik doorbreek de stilte met een obligate, beleefde opmerking over de foto’s. “Ben jij ook fotograaf?”, vraag ik aan de jongen. “Nee”, zegt hij kort en hij lacht er schaapachtig bij. Ik word nerveus van zijn onzekerheid en begrijp niet wat hij van me wil. Ik voel hem aan mijn lippen hangen, maar ik weet niet wat ik moet zeggen. Op het moment dat ik beleefd knikkend wil weglopen, vallen me zijn sterke feminiene trekken op. Nu is dat voor een Aziatische jongen niet ongebruikelijk, maar dit is anders. Ineens herinner ik me wat de fotograaf me had verteld bij mijn coming-out. Aha, dit is hem natuurlijk. Ik kijk nog eens goed en zie het meisje steeds duidelijker zichtbaar worden. Dit is geen gewone zachte feminiene Aziatische jongen. Dit is een transgender.

“We hebben iets gemeen, he?”, vraag ik op een wat onbeholpen manier, toch niet helemaal zeker van mijn analyse. De jongen haalt opgelucht adem en bevestigt het. Ik begin hem vragen te stellen over zijn proces en ontdek dat hij nog steeds op het punt zit waar hij was toen de fotograaf me over hem vertelde. Met tranen in zijn ogen vertelt de jongen me dat hij naar zijn familie niet durft uit te komen voor zijn gevoel. Zijn leven staat al ruim tien jaar stil sinds hij tijdens zijn pubertijd ontdekte dat hij geen vrouw wilde zijn. Ik ben verbaasd dat deze jongen al bijna dertig jaar oud blijkt te zijn en dus veel ouder is dan ik vermoedde. Dat is een voordeel van Aziatische genen: je blijft er vrij lang jong uit zien.

Voorzichtig vraagt hij naar mijn ervaringen en ik vertel waar ik nu sta in het transitieproces. Bij alles wat ik vertel moet hij huilen. Hij zit klem in zijn huidige leven als vrouw maar durft niet in transitie te gaan. Hij weet zeker dat hij eigenlijk een man is, maar durft die niet te worden. Hij is doodsbang. Doodsbang alles kwijt te raken. Ik krijg een brok in mijn keel. Ik ken dat gevoel maar al te goed. De totale ontmaskering van je bestaan tot nu toe. De totale opoffering van het idee een normaal leven te kunnen leiden. De totale onzekerheid over waar je heen gaat en of je ooit zult vinden wat je zoekt. De totale paniek bij de gedachte alles te verliezen wat je hebt. Het is de kern van het onmogelijke dilemma van de transgender.

In een impuls sla ik mijn arm om de jongen heen, maar hij kan zich niet ontspannen; hij laat zich niet troosten. Hij is zo gewend zich te verschuilen dat hij niet weet hoe hij met deze gevoelens contact moet maken. Zelfs niet bij iemand die exact weet wat hij doormaakt. Ik was daar ook, ooit. In dat bizarre levensvacuüm waarin je weet dat je een nieuw pad in moet slaan. Door dat besef is de oude route definitief afgesneden, maar je durft simpelweg de stap niet te zetten uit angst alles kwijt te raken, inclusief jezelf. In die leegte doe je je best te ontkennen dat je – in overdrachtelijke zin – eigenlijk alles al kwijt bent. En dat maakt het allemaal nog erger.

Herinneringen aan mijn eigen vacuüm snijden in mijn hart. Ik voel mijn ogen vochtig worden en ik kijk weer naar de huilende jongen. Ineens realiseer ik me waarom ik hem als jongen ervaar en niet als de man van bijna dertig die hij in werkelijkheid is of voor mijn part als de vrouw van bijna dertig die hij biologisch gezien is. Hij voelt als een jongen aan omdat hij nu het kwetsbare kind in hem toont dat geen kans heeft gehad om op te groeien. Dat kind smeekt om aan de hand genomen te worden. Om begeleid te worden op zijn pad naar volwassenheid. Ik herken de behoefte. Jarenlang noemde ik mezelf een meisje van vier. Dat doe ik al een tijdje niet meer, omdat het nu voelt alsof ik in de pubertijd zit. Ik ben nu een jaar of tien ouder dan toen ik vijf jaar geleden aan mijn zoektocht begon.

Terwijl ik mijn emoties met een diepe zucht uitadem, voel ik me trots. Trots op wat ik heb bereikt. Trots op wat ik weet over dit helende identiteitsontwikkelingsproces waarvoor het nodig is om het bizarre pad van de geslachtsverandering te lopen. Ik geef de jongen mijn visitekaartje en zeg hem dat hij me altijd mag bellen of mailen om iets te delen of te vragen over zijn zoektocht. “Je moet dit zelf doen, maar je hoeft het niet alleen te doen”, zeg ik tegen hem. De jongen huilt. Hij huilt herkenbare tranen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten