zondag 29 november 2015

Nachtmerrie

Het eerste dat ik voel zijn mijn kiezen. Ze gloeien; een teken dat ik ze de hele nacht met flinke kracht op elkaar heb gedrukt. Ik probeer mijn kaakspieren te ontspannen, maar dat lukt niet. Het is alsof mijn mondholte vacuüm is gezogen; mijn tong is droog en zit aan mijn gehemelte geplakt. Dan word ik me de kolkende massa gedachten gewaar die mijn hersenen aan alle kanten doet gonzen. Ik voel dat mijn voorhoofd is gefronst, mijn mond is samengetrokken en mijn ogen stijf zijn dichtgeknepen van angst. Het moet er uitzien alsof mijn hele gezicht op het punt staat te verdwijnen in een van de zwarte gaten van mijn neus. Met een zeurderige kreun open ik één oog en kijk ik op de wekker. Zes uurtjes geslapen. De afgelopen paar weken ging het behoorlijk goed met mijn nachtrust, maar het voelt alsof ik vannacht in één keer de balans weer flink in het rood heb gewerkt. Vannacht heb ik niet geslapen, maar kei- en keihard gewerkt. Ik heb in de aanvankelijke ontspanning van de nacht alle informatie en indrukken van de afgelopen week de gelegenheid gegeven zich aan me op te dringen. Als een ruwe, prikkende deken heb ik ze over me heen getrokken en hebben ze me vervolgens belet om in diepe slaap te komen. Ik voel aan mijn gezicht dat ik vol afschuw heb geprobeerd aan die herinneringen te ontsnappen. Ik voel aan de vermoeide druk op mijn hoofd dat dat tevergeefs is geweest. Vannacht begon ik eindelijk alle informatie te verwerken die ik de afgelopen week kreeg over de vaginaplastiek: de operatie waarmee de artsen over een tijdje van mijn penis een vagina zullen gaan maken. In de halfslaap waarin ik me bevind, flitsen echo’s van die informatie in mijn onrustige gemoed voorbij.

Ik zie de klinische, oppervlakkige voorlichtingsbijeenkomst bij de VU van afgelopen woensdag weer voor me. Een medewerker van de afdeling plastische chirurgie laat aan mij en drie andere transvrouwen plaatjes zien van de techniek van de operatie. Die plaatjes had ik al vaker gezien, maar het lijkt alsof ze pas echt tot me doordringen nu de operatie voor mij van een verre, abstracte toekomst een concrete, nabije gebeurtenis is geworden. Ik zie hoe de medewerker probeert zo luchtig mogelijk te doen over het dilateren – een handeling waarbij we zelf onze nieuw gecreëerde vagina met behulp van een klinische dildo moeten beletten weer dicht te groeien. Haast opgewekt spiegelt ze ons voor hoe we dat dilateren in het eerste jaar tweemaal daags een half uur zullen moeten doen, waarbij ze elegant de informatie vermijdt dat we dat eigenlijk de rest van ons leven zullen moeten volhouden en dat de frequentie dan waarschijnlijk wel minder hoog zal worden, maar misschien ook niet. Ik voel de schrik van de andere vrouwen als ik dat ongemakkelijke feitje dat in de voorlichting van de VU in de marge wordt weggemoffeld, ter sprake breng. Wat ik ze dan nog niet heb verteld is dat het half uurtje dilateren in de praktijk zeker een uur zal zijn, want zowel de vagina als de dilatatiehulpmiddelen moeten daarna ook nog gereinigd worden om infecties te voorkomen.

In mijn halfslaap zie ik ook het meetlatje waarmee de medewerker tijdens het individuele consult dat op de groepsbijeenkomst volgde de lengte van mijn penishuid opmat die bepalend zal zijn voor de diepte van mijn vagina. De lengte viel me wat tegen. Ik weet nog hoe groot mijn penis was voordat ik twintig maanden geleden testosteronblokkers begon te slikken. Wegens het wegvallen van de regelmatige erecties die in mijn mannenleven zo gewoon waren, was mijn penishuid in de loop der tijd gekrompen, net als de huid van mijn scrotum die mijn steeds kleiner wordende testikels omhult. Vanuit dat perspectief is het vreemd dat het protocol van de VU voorschrijft dat de geslachtsaanpassende operatie pas wordt uitgevoerd nadat het bronmateriaal is weggekwijnd.

Ik zie de rode zwellingen weer voor me die een transvriendin me liet zien in de eerste week na haar operatie; een levendiger en indringender beeld dan de paar foto’s die die VU daarvan toont. Ik herinner me al haar verhalen van maandenlang pijn en ongemak, van afstervend vlees, van wonden die niet willen helen en van lelijke littekens. Ik zie het resultaat na acht maanden, dat ze me gisteren zo dapper liet zien. De klinische, afstandelijke blik die ik daarbij had, was niet omdat ik angstvallig wilde voorkomen dat er vreemde connotaties zouden ontstaan bij het feit dat ik mijn hoofd tussen haar benen had gestoken, maar omdat ik geschokt was door de rommelige aanblik van haar nieuwe geslacht.

Ik zie foto’s van andere neo-vagina’s en het wordt me duidelijk dat het inderdaad nogal wat uitmaakt welke arts de operatie uitvoert. De geruchten zijn waar: één van de artsen van het VU doet de bijnaam ‘de slager’ eer aan. En ik realiseer me dat de mooie foto’s die ik jaren geleden zag op een openbare voorlichtingsbijeenkomst van de VU uitzonderlijk goede resultaten waren; niet representatief voor wat mij te wachten staat, ongeacht de arts die ik kies. Is de VU onvoldoende transparant en realistisch over de operatie of heb ik tot nu toe alle onwelgevallige informatie onbewust weg gefilterd of vervormd omdat ik anders niet verder kon in mijn proces?

De kolkende stroom gedachten heeft me inmiddels klaarwakker gemaakt. Ik voel me doodmoe, opgejaagd en onveilig. Ik begin onbedaarlijk te huilen. Ik klem me angstvallig vast aan mijn knuffelbeer, maar die is onmachtig tegen zoveel verdriet. Ik voel me bedreigd. Ingeklemd tussen verlangen en angst vraag ik me voor de honderdste keer af of mijn verlangen een vrouw te zijn niet altijd al gewoon de angst was om een man te zijn. Sinds ik meer dan vijf jaar geleden de vrouw in mij serieus begon te nemen vroeg ik me vaak af of het niet een vermomde vlucht was. Ik probeerde van alles om mijn verlangen te ontmaskeren als een copingmechanisme, als een fetisj, als een spiritueel reïncarnatiefoutje. Maar ondanks mijn eigen aarzeling en verzet wees de zoektocht toch steeds weer in de richting van een volledige geslachtsaanpassing. En nu daarvan een van de laatste fasen is aangebroken ben ik doodsbang en verlang ik naar een eenvoudiger oplossing. Een oplossing waarvan ik inmiddels weet dat hij niet bestaat. Dit is het pad dat ik moet gaan. Mijn onbarmhartige pad.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten