woensdag 23 december 2015

Boobytrap zonder boobies

Stof dwarrelt in mijn gezicht. Ik knipper met mijn ogen en blaas met een ademstoot de wolk dansende deeltjes van me af. Maar mijn arm gaat gestaag door. Het schuurpapier beweegt fanatiek heen en weer over het hout alsof dit het een van de belangrijkste dingen is in mijn leven. Maar dat is het niet, eigenlijk. Ik ben voor een vriend het houtwerk van de schuifdeuren van zijn prachtige kamer en suite aan het renoveren en werk met een ongekende gedrevenheid, focus en resultaatgerichtheid. Nou ja, Man-ik doet het.

Al klussend beweeg ik de mannelijke bewegingen die in de eerste helft van mijn leven zo vertrouwd geworden zijn. Ik herken ze als onderdeel van mij. Mijn Lisa-stem, melodieus dansend rond een A#, twee tonen hoger dan mijn mannenstem, is nergens te bekennen. Ik hoor weer de stem die ik decennia gebruikt heb: de toon een F# en de intonatie mannelijk. Meewarig observeer ik mezelf. God, wat brom ik. Waarom gebeurt dit toch steeds? Waarom val ik steeds terug in Man-ik?

Het is een van de grootste frustraties van elke transvrouw: de mannelijke erfenis. Jaren probeerde ik er aan te ontsnappen door de man zoveel mogelijk te ontkennen, weg te moffelen, te bestrijden. Inmiddels heb ik door dat het beter werkt om in vrede te leven met die man, maar dat valt in de praktijk soms niet mee. Om de haverklap val ik terug in de aloude mannelijke patronen. Als een onzichtbare valstrik ligt mijn mannelijke verleden op mij te wachten. Een boobytrap, maar dan dus juist zónder boobies, klaar om toe te slaan als ik even niet oplet. Mijn nieuwe vrouwelijke patronen gaan steeds meer vanzelf, maar het zal nog wel even duren voor ze net zo ingesleten zijn als de mannelijke. Tot die tijd zal ik dus regelmatig terugvallen in Man-ik.

Inmiddels ben ik wel wat gewend geraakt aan die dynamiek. Maar de frequentie van de terugvallen lijkt toe te nemen en deze keer is de terugval opvallend diep en langdurig. Ik ben al dagen een man. Niet alleen in stem en motoriek, maar ook in hoe ik mezelf van binnen ervaar. Ik droom zelfs weer van seks met vrouwen. Waarbij ik mijn piemel gebruik. Ik schrik er van en mijn hoofd probeert naarstig betekenis toe te kennen aan deze ontwikkeling, met saboterende vragen als ‘is mijn genderdysforie aan het overwaaien?’ of ‘heb ik me dan toch vergist?’. Ik realiseer me dat het vast te maken heeft met de spanning van de steeds dichterbij komende operatie. De man in mij is geschrokken van dat vooruitzicht.

Het is als transgender onmogelijk om je oude identiteit helemaal van je los te schudden, behalve misschien als je al zo jong in transitie bent gegaan dat er van een oude identiteit nauwelijks sprake was. Ik probeer Man-ik niet langer te onderdrukken. Hoewel ik overwegend vrouw ben, is die man ook wie ik ben. En hij wil af en toe buiten spelen. Vaak baal ik van het lompe gebrek aan elegantie, sensitiviteit en verbondenheid dat ik dan tentoonspreid. Maar nu ik zie hoe daadkrachtig, gefocust en resultaatgericht ik deze uitgebreide schilderklus aan het uitvoeren ben, voel ik het verdriet dat je kunt voelen bij het weerzien van een lang verdwenen vriend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten