woensdag 2 december 2015

Twijfel versus aarzeling

Mijn lijf sjokt met lompe bewegingen door het huis. Ik heb mascara op en draag een hempje met spaghettibandjes. Elementen van mijn vrouwelijke expressie die na een ruim jaar fulltime als Lisa geleefd te hebben tot mijn basisuitrusting gerekend mogen worden. De flodderbroek en het fleecevest die ik draag zijn officieel ook vrouwelijk, maar hadden net zo goed uit het rek met mannenkleding gehaald kunnen zijn. Tot dit weekend was ik een vrouw in die kleren. Maar vandaag ben ik een man. Ik beweeg als een man, ik mopper als een man (althans, als de man die ik was), ik boer als een man. Mijn stem is weer achterin mijn keel gezakt. Mijn borst resoneert weer naar hartenlust mee als ik praat. Alles wat ik heb geleerd en geoefend om mijn stem te vervrouwelijken, lijkt vergeten. Ik heb me zelfs al twee dagen niet geschoren, zónder dat er een epilatiebehandeling in het verschiet ligt. Wanneer was dat voor het laatst? Drie jaar geleden?

Al sjokkend wandel ik zigzaggend door mijn dag, angstvallig om mijn emoties heen laverend. Bang om stil te staan omdat mijn gevoel me op de hielen zit. Als ik over mijn schouder kijk, dan schrik ik. Ik schrik van mijn gevoel. Ik durf er de confrontatie niet mee aan. Want ik ben bang. Doodsbang. Ik voel paniek opkomen en vrees herhaling van mijn paniekaanval van twee dagen geleden. Snel waggel ik verder door het mijnenveld van emoties.

Als mensen mij de afgelopen maanden vroegen of ik nooit twijfelde of ik De Grote Operatie wel wilde laten uitvoeren, zei ik altijd: “Ik twijfel niet, maar ik aarzel wel. Het is nogal een ingrijpende stap”. Het lijkt erop alsof dit weekend het besef van de impact pas volledig tot me is doorgedrongen. Of eigenlijk moet ik zeggen: tot Man-ik is doorgedrongen. Op de drempel van de geslachtsaanpassende operatie, realiseert mijn mannelijke deel pas echt wat er gaande is. En hij is boos. Hij verzet zich tegen deze belangrijke stap in mijn lichamelijke transitie. Met de operatie word ik niet alleen in symbolische zin ontmand, maar ook in letterlijke en in praktische zin. Terug naar een leven als man wordt dan definitief onmogelijk.

‘Mijn proces is alleen aan de buitenkant een transitie; van binnen is het een integratie’, schreef ik ooit. Mooie woorden. Maar nu de impact van de operatie daadwerkelijk tot me door aan het dringen is, lijkt het alsof die woorden niet kloppen. De transitie aan de buitenkant maakt totale integratie onmogelijk, zo voelt het nu. Als een bodembedekker, een netwerk van mos, heeft mijn mannelijke deel zich overal in mij genesteld. Niet alleen in mijn DNA, waar ik samen met de medici van het VU tegen strijd, maar ook in mijn conditionering, vaardigheden, ervaring en kennis. Dat alles lijkt onbereikbaarder te worden door de operatie. En het lijkt erop alsof mijn mannelijke deel dat niet wil. Sterker nog, het voelt alsof ík dat niet wil. Wat Man-ik niet wil, wil Lisa niet. Lisa en Man-ik zijn dezelfde. Ze zijn in een bizarre lotsverbondenheid tot elkaar veroordeeld. Ze zijn allebei een expressie van wie ik ben. En allebei laten ze een deel van mij zien dat de ander niet kan laten zien. Het voelt alsof ik ze allebei nodig heb. De Gordiaanse knoop van de genderdysforie trekt weer strakker.

De Grote Operatie is een ingrijpende stap. Ik aarzel. Ik aarzel heel erg. Misschien, op een moment dat niemand het hoort, durf ik zelfs te zeggen dat ik twijfel. Mijn hoofd zegt dat de aarzeling vermomde angst is. En mijn hoofd zal vast gelijk hebben, want daar is hij namelijk erg goed in. Maar dat durf ik op dit moment niet te checken. Ik durf gewoon niet eerlijk naar mijn aarzelingen over de operatie te kijken. Ik voel me namelijk op dit moment niet opgewassen tegen de eventuele vervolgvraag: wat dan?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten