woensdag 27 januari 2016

Het tijdperk van de vagina

Het was een kort telefoongesprek. “Dag dokter, ik heb mijn keuze gemaakt. Ik wil dat jij het doet”. “Ah, fijn. Wanneer zou het kunnen?”. “In mei”. “OK, ik zal de secretaresse het laten inplannen. Ze zal met u contact opnemen voor de specifieke datum”. “OK”. “Ik zie u dan, mevrouw”. Meer was het niet. De duur van het gesprek was kort en de toon luchtig en op de zaak gericht. Alsof het hier om het verwijderen van een steenpuist ging. Maar de steenpuist in kwestie was mijn piemel en de ingreep betrof een vaginaplastiek; eerder door mij ook wel De Grote Operatie genoemd.

Ik had gebruik gemaakt van mijn recht tot vrije artsenkeuze en daadwerkelijk de plastisch chirurg uitgekozen die mijn vagina mocht maken. De geslachtsaanpassende operatie is een belangrijke stap in mijn transitie en de vagina die daarin gemaakt wordt, zal mijn vagina worden en me meer vrouw maken. Het zal voor mij de weg openen naar het eindelijk volledig in mijn lijf thuiskomen. Om nog maar te zwijgen van de weg naar seks als vrouw. Ik wilde dus dat die operatie goed uitgevoerd zou worden, met een goed en ook mooi resultaat. Ondanks de monopoliepositie van het VUmc was er toch iets te kiezen. Niet zozeer tussen de artsen van het VU, want ondanks dat je je voorkeur mag uitspreken, garandeert het VUmc niet dat die arts ook daadwerkelijk aan je bed staat op de dag van de operatie. En natuurlijk zijn alle artsen formeel gezien even gekwalificeerd, maar in de uitvoering (en esthetische afwerking) worden de verschillen toch duidelijk. Het blijkt niet uit officiële cijfers, want onze gezondheidszorg is zo transparant dat je het moet doen met geruchten uit het roddelcircuit (lees: internetfora voor transgenders), maar de ene arts is de andere niet. Twee maanden geleden mocht ik bij een vriendin het resultaat zien van haar operatie en ik schrok van de aanblik. Het was duidelijk waarom de betreffende arts van het VUmc in de geruchten wel eens ‘de slager’ wordt genoemd. Overigens had deze vriendin om die reden ook niet voor deze arts gekozen, maar verscheen hij op de dag van de operatie toch aan haar bed. Zeg dan maar eens nee…

Daarom had ik ook een kennismakingsgesprek aangevraagd bij dr. Kanhai. Hij heeft in het verleden bij het VUmc gewerkt en voert nu al jaren geslachtsaanpassende operaties uit in zijn eigen praktijk in het Medisch Centrum Alkmaar. Aanvankelijk in de luwte, maar het laatste jaar gaf hij er meer ruchtbaarheid aan, met als gevolg dat steeds meer transgenders hem weten te vinden. Zijn wachtlijst is sinds kort dan ook ietsje langer dan bij het VUmc. Op de trans-internetfora heeft hij een goede reputatie. In het gesprek dat ik met hem had toonde hij zich een gepassioneerd chirurg die open en gedetailleerd (met bloederige foto’s) vertelde hoe hij de operatie uitvoert en welke plekjes wat meer risico lopen op infectie en slechte wondgenezing. Toen ik hem vroeg naar de verschillen met de werkwijze van het VUmc, bevestigde hij dat de operatie in essentie overal hetzelfde wordt uitgevoerd en gaf hij aan op welke plekken hij incisies net iets anders maakte dan de artsen van het VUmc. Aangezien incisies littekens worden, vond ik het fijn dat hij zo concreet werd. Voor mij was het duidelijk: hier sprak een ambachtsman, terwijl ik bij het VUmc steeds het gevoel kreeg dat ik met een protocol aan het praten was. Niet dat Kanhai maar wat improviseert – hij werkt volgens de internationale richtlijnen en heeft (naar eigen zeggen) het protocol dat het VUmc hanteert destijds mede vormgegeven. Wat hij vertelde sloot goed aan bij de informatie die ik al bij het VUmc gekregen had; hij was alleen een stuk specifieker dan de arts van het VUmc met wie ik een paar weken geleden ook een persoonlijk kennismakingsgesprek had. Kanhai gaf me – ondanks zijn ietwat gehaaste houding tijdens ons gesprek – het gevoel dat hij volledig ging voor het beste resultaat voor mij. Iets wat door transvrouwen die me waren voorgegaan zoals gezegd al was bevestigd. Toen ik tijdens ons gesprek merkte dat ik dr. Kanhai wilde tutoyeren wist ik dat ik mijn arts gekozen had. Door persoonlijker te worden met de arts die het kon maken, was ik begonnen een relatie op te bouwen met mijn toekomstige vagina.

Het is begonnen. De machinerie is in werking gezet. De aanloop naar de operatie is begonnen. Ik ben opgelucht dat ik ervoor heb gekozen, verheugd dat het gaat gebeuren en doodsbang voor wat komen gaat. De meest ingrijpende en werkelijk onomkeerbare interventie in mijn lichaam is aanstaande. Ik ga het tijdperk van de piemel afsluiten. Dat voelt raar, ondanks het grote verlangen om het tijdperk van de vagina te betreden. Gelukkig heb ik nog een paar maanden om afscheid te nemen van wat ik achterlaat. Ik zal mijn piemel koesteren in de wetenschap dat vrijwel al het weefsel een plek gaat krijgen in mijn vagina. Mijn piemel gaat niet weg. Mijn piemel wordt een vagina.

zondag 24 januari 2016

De Deense M.

“Ik bestond altijd al, maar jij hebt me tot leven gebracht”, zei Lili. Haar ogen toonden een verbindende dankbaarheid en tegelijk een afstandelijke gedrevenheid. Ze had haar pad ontdekt: ze wilde leven als vrouw, want ze was een vrouw. Vanuit de comfortabele rode stoel van de bioscoop, mijn hand gekoesterd door de lieve vriendin naast me, bekijk ik Lili. Lili is hoofdrolspeler in The Danish Girl, een gedramatiseerde verfilming van het leven van Lili Elbe, die te boek staat als eerste transgender die een geslachtsaanpassende operatie onderging, nu bijna honderd jaar geleden.


Het is of ik naar mijn eigen verhaal kijk. Verbijstering door de gelukzalige gevoelens bij het strelen van een panty. Het loeren naar hoe je vrouw zich uitkleedt, niet persé vanwege het naakte lichaam dat verschijnt, maar zeker ook vanwege de magie van de vrouwenkleren. Het verblinde vastklampen aan je net verkregen vrouwelijke identiteit omdat die je brengt naar plekken in jezelf die je voorheen onbereikbaar achtte. De schaamte en angst voor ontdekking. De totale paniek wanneer een man fysieke toenadering zoekt.

De film is naar mijn gevoel niet in de eerste plaats een ode aan de transgender Lili, maar een ode aan de onverwoestbare liefde tussen Lili en haar vrouw Gerda. Of beter: een ode aan de onverwoestbare liefde tussen M. en mij. Het lijkt wel alsof de filmmakers mijn dagboek hebben gelezen. Wanneer Gerda aan haar man vraagt om als vrouwelijk model voor haar schildersezel te poseren, denk ik aan M., die nadat ik mijn verlangen opbiechtte, haar kledingkast opent, een jurk pakt en liefdevol zegt: “hier, trek eens aan”. Wanneer de man zich voor het eerst opmaakt als Lili en dat beter blijkt te kunnen dan Gerda, hoor ik M. gefrustreerd roepen: “zelfs vrouw zijn kun je beter dan ik”. Wanneer Gerda haar man ziet verdwijnen in een nieuwe identiteit en roept: “we waren maar een spel aan het spelen”, denk ik aan M. die ooit bijna letterlijk hetzelfde tegen mij zei. Als ik zie hoe ontspannen Gerda op het feest is met een doodsbange Lili naast zich, dan voel ik M. naast me lopen, me aan mijn arm meenemend door mijn eerste avonturen buiten de deur. Als ik zie hoe boosheid en onmacht Lili en Gerda uiteendrijft en de liefde hen telkens weer bij elkaar brengt, dan voel ik het onbarmhartige spel van aantrekken en afstoten dat mijn relatie met M. zo typeerde. Als ik Gerda en Lili zie huilen wanneer ze zich beseffen dat hun huwelijk onomkeerbaar uiteenvalt, dan voel ik weer de frustratie over het kwijtraken van mijn M.

Maar het grootste en diepste gevoel van gemis moet dan nog komen. Op het moment dat Lili ijlend bijkomt van haar eerste operatie en Gerda haar kalmeert door haar liefdevol te strelen, huil ik van eenzaamheid, alsof de liefdevolle troostende streling van de vriendin die in de bioscoopstoel naast me zit er niet is. Over een paar maanden kom ik zelf ijlend bij van mijn operatie. Zonder M. Tijdens mijn revalidatie zal ik mijn vagina stap voor stap gaan ontdekken. Zonder M. Later zal ik seks hebben met mijn vagina. Zonder M. Het is mijn operatie, mijn vagina. Natuurlijk. Maar het klopt niet dat ik dat allemaal niet meer kan delen met M., de vrouw die ooit meer ruimte gaf aan de vrouw in mij dan ikzelf op dat moment durfde. Ik begrijp heel goed wat Lili bedoelde: “Ik bestond altijd al, maar jij hebt me tot leven gebracht”.

maandag 11 januari 2016

Lage ambitie

Onlangs was mijn neefje jarig. Ik had me voorgenomen op het feestje te komen. De kinderen van mijn zus hadden mij inmiddels al een paar keer eerder als vrouw gezien. De enige voor mij merkbare aanpassing die ze hadden gedaan, is dat ze mij geen ‘oompie’ meer noemden. Tot mijn spijt, want ik voelde achter die koosnaam altijd een ontspannen gevoel van gelijkwaardigheid die me wel beviel. Geen misplaatst artificieel ‘respect’ omdat ik volwassen ben. In kennis en ervaring ben ik duidelijk hun meerdere. Maar in het verlangen gezien te worden zijn alle mensen gelijk. Met het wegvallen van het koosnaampje werd ook de ontspanning in ons contact iets minder. Maar ik vertrouwde er op dat het zou terugkomen.

Mijn zus was vanaf het begin kritisch op mijn transitie. Ze wist zeker dat het mijn rusteloze ziel was die me een loer draaide en ze was bang dat ik spijt zou krijgen. Meningen die niet gebaseerd waren op kennis van mijn situatie en mijn gevoelens, want daar vroeg ze nooit naar. Als ik zelfs eens iets vertelde, werd er meteen een stevige opinie tegenover gezet waardoor ik in de verdediging geduwd werd. Ik moest haar maar overtuigen dat mijn genderdysforie écht was, zo voelde het. Ik voelde geen betrokkenheid, geen nieuwsgierigheid. Ik voelde dezelfde tegenwind van oppervlakkige opinies die ik als kind in ons gezin altijd al had ervaren en ik deed wat ik vroeger ook deed. Ik sloot me af en het contact werd nog oppervlakkiger. De laatste maanden werd mijn zus iets milder. Niet dat ze nieuwsgieriger werd naar mijn keuze, maar ze stopte met haar mening te geven en we spraken er gewoon niet meer over. Ik had me in de dagen voor het feestje mentaal voorbereid op wederom een oppervlakkig contact met haar. Maar dat was niet de grootste dreigende teleurstelling die ik voelde.

Mijn moeder kwetste me de laatste keer dat we elkaar zagen genadeloos. De regelrechte doodsverwensing die ik toen van haar kreeg, maakte van alle eerdere uitspraken ‘dat ik beter niet geboren had kunnen zijn’ ineens bijna plaagstootjes. Sindsdien had ik haar niet meer gezien of gesproken. Ook niet toen ze jarig was, of tijdens Kerstmis. Ik wilde haar liever niet zien, maar ze zou ongetwijfeld ook op het verjaardagsfeestje zijn en ik wilde me ook niet laten wegjagen. Ik nam me voor om, zodra ze opnieuw een tirade met egocentrische verwijten zou afsteken, meteen op te staan en te vertrekken.

Ik belde aan en mijn zus deed open. Ik kuste en feliciteerde haar en liep naar binnen. In de woonkamer begroette ik de aanwezigen als collectief met één ‘hallo’ en een armzwaai om aan te geven dat die begroeting voor iedereen bedoeld was. Deze onpersoonlijke manier van begroeten past me niet, maar ik vermeed ermee dat ik mijn moeder persoonlijk zou moeten begroeten. Daar had ik geen zin in. In mijn afstandelijke familie kwam ik natuurlijk moeiteloos weg met zo’n entree. Na wat er tussen mij en mijn moeder was voorgevallen kon ik niet overgaan tot de orde van de dag alsof er niks gebeurd was. Ze had me voor van alles uitgemaakt voor ze me dood wenste en nu zat ze hier de aardige oma uit te hangen alsof dat allemaal niet gebeurd was. Maar ik was ook te bang om er zelf over te beginnen. Dit was natuurlijk ook niet de gelegenheid om dat te doen.

Ik ging op de bank zitten met thee en taart en voelde me eenzaam tussen alle oppervlakkige gesprekken die vooral bestonden uit meningen poneren en vertellen wat je zelf hebt meegemaakt en elke oprechte vraag vermijden. Het gespreksonderwerp moest minstens elke minuut veranderd worden omdat je anders het risico liep de diepte in te moeten gaan. Ik sloot me verder af en knikte me beleefd door het eerste kwartier heen. Toen sprak mijn moeder me aan. Althans, ze riep mijn oude naam. Geschrokken, bijna schichtig keek ik haar aan. Ik voelde verontwaardiging dat ze me met Man-ik aansprak en ik voelde angst voor een herhaling van haar tirade. Ik blokkeerde even en dat moment greep mijn moeder aan om een verhaal op te hangen over een van haar andere kleinkinderen. Ik was verbijsterd. Alsof er niets gebeurd was, alsof ik niet een vrouw was geworden, alsof ze me niet had doodgewenst, vertelde ze over koetjes en kalfjes. Ik was opgelucht dat de heftige, kwetsende aanval waar ik bang voor was, uitbleef. Ze had op de een of andere manier een stapje gemaakt in het proces van acceptatie van mijn transitie. Ik telde mijn zegeningen en liet het er verder maar bij.

In transitie betekent verwachtingen bijstellen. Over het tempo van het proces. Over het uiterlijke resultaat. Over hoe dierbaren op je reageren. De valkuil is om je verwachtingen naar het cynische lage niveau te brengen dat alles er wel aan voldoet, maar dat je toch niet tevreden bent.

Als je geen verwachting hebt, dan kan een reactie niet teleurstellen. Er kan wel over je grenzen worden gegaan en daar kun je op reageren. Maar er is dan geen vervlogen hoop op een andere uitkomst. Het is dan zoals het is. Maar de crux van een onveilige hechting als kind is dat je altijd, let wel: altijd, blijft hopen op nog zo’n spaarzaam moment van onvoorwaardelijke liefde van je moeder. Er blijft een abstracte, fundamentele verwachting sluimeren. Als je dan gekwetst wordt in plaats van gekoesterd, dan voelt dat bijna levensbedreigend omdat je het beleeft vanuit het onbevredigde kleine kind dat onmachtig is de wereld alleen aan te kunnen. Dat kleine kind in mij hoopte tijdens deze ontmoeting met mijn moeder op meer, maar de volwassen vrouw in mij ziet gelaten dat het allemaal veel slechter had kunnen gaan.

zaterdag 9 januari 2016

Ik hunker

Natte handen glijden over de klei, die in een werveling van extase langzaam oprijst. Onze handen voelen elkaar, glijden over elkaar, smelten samen. Op de achtergrond hoor ik de Righteous Brothers zingen. Ik voel zijn adem in mijn nek als hij mij achter mijn oor kust. Zijn brede sterke armen koesteren mij, beschermen mij, beminnen mij. Ik leg mijn hoofd in mijn nek en geef me aan hem.

Terwijl de beelden van de film Ghost aan me voorbij trekken, zie ik Demi Moore en Patrick Swayze in een van de meest sensuele filmscènes ooit. Ik ben Demi Moore. Althans dat wil ik. Om dan op te gaan in mannelijke tederheid, ontkiemt uit onbenutte kracht. Zoveel potentiële kracht in die armen en dan zo’n zachte, bijna ijle aanraking. Ik hunker. Ik hunker ernaar om zo aangeraakt te worden door een man. I hunger for your touch. Ik voel me opgewonden. Maar mijn lust wordt overstemd door een opkomende frustratie. Er is geen man hier. En als hij er wel zou zijn, zou ik me niet aan hem durven overgeven. Was ik maar geopereerd. Ik wil het. Ik hunker ernaar. Ik huil. De film stoort zich niet aan mijn mijmeringen en verdriet. De film gaat door en voor ik het weet is deze filmliefde verstoord. Ik huil en zal dat de rest van de film vaker doen. Tijdens de emotionele slotscène zit ik aan één stuk door te snotteren.

De film is voorbij en ik zit op de bank bij te komen. Dit was een belangrijke gebeurtenis in mijn opvoeding als vrouw. Ghost. The Righteous Brothers. Patrick Swayze. O mijn god, nu begrijp ik pas wat al die meiden vroeger in hem zagen. Mijn transitie heeft een groot onontdekt gebied ontsloten, vol met emoties, verlangens en ervaringen die nieuw voor me zijn en die ik allemaal wil ervaren. Vanavond was weer een stap: elk opgroeiend meisje moet deze film zien. God, wat hunker ik naar mijn eigen eerste ervaring met seks met een man.

donderdag 7 januari 2016

Kut-jaar


Sinds 2010, toen ik begon met de zoektocht naar de werkelijke betekenis van de vrouw die ik al mijn hele leven in mij voelde, ben ik in verwarring. Verwarring over wie ik ben, waar ik ben en waar ik naar toe ga. Het proces verloopt grillig. Lang wist ik niet waar ik zou uitkomen; óf ik wel in transitie zou gaan. En toen ik eenmaal in transitie was, wist ik niet hoe het zou gaan lopen. Wie en wat ik zou kwijtraken. Wanneer ik er doorheen zou zijn. Wanneer ik geopereerd zou zijn. Ik heb verwachtingen gehad en voorspellingen gedaan. Telkens liep het anders dan ik dacht.

Ik heb lang geaarzeld in transitie te gaan omdat ik bang was M. en S. te verliezen en net toen ik begon te geloven dat het ons zou lukken bij elkaar te blijven, raakte ik ze allebei kwijt. Inmiddels leef ik bij de dag. Ik heb geen idee wanneer ik het punt bereik dat ik mijn transitie als afgesloten ervaar. Ik heb geen idee wat ik onderweg allemaal nog moet meemaken, doorleven en verwerken. Hoeveel tranen ik nog moet huilen. Hoeveel angsten ik nog moet voelen. Werkelijk geen idee.

Maar nu is het 2016 geworden. Een nieuw jaar is aangebroken. En nu durf ik een voorspelling te doen: dit jaar zal ik geopereerd worden. Eindelijk zal deze belangrijke stap in mijn medische transitie gaan plaatsvinden. Eindelijk zal zich dan een deur openen naar een nieuwe ruimte om mijn vrouw-zijn te verdiepen, mijn vrouwelijke identiteit volwassen te laten worden. Eindelijk zal ik volledig in mijn lichaam kunnen aankomen. Eindelijk zal ik mannen in mijn lichaam kunnen ontvangen. Dit jaar is het jaar waarin ik mijn vagina krijg. Mijn kut. 2016 wordt het mooiste kut-jaar ooit. Ik weet het nu al.